Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

woensdag 21 oktober 2015

Zeldzame uitgave van commentaar Gerard van Zoemeren op het Bossche gewoonterecht

De Brabant-Collectie heeft na overleg met het Stadsarchief 's-Hertogenbosch, het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) en de Tilburgse emeritus-professor Trix Jacobs, specialist in de bronnen van het oud vaderlands recht, bij veilinghuis Henri Godts in Brussel geboden op een zeldzaam manuscript in twee banden van de advocaat en schepen van Den Bosch, Gerard van Zoemeren of ook wel Gerard van Someren (1547-1652). De Brabant-Collectie is nu de gelukkige eigenaar van deze bijzondere uitgave.
Gerardus van Zoemeren, Notata consultissimi ac doctissimi viri Domini Gerardi Van Zoemeren avocati d. consiliarii Eelkens ad consuetudines buscoducensi, s.l., [1640].
KHS D 205 a-b
Het volgende citaat van een zekere Mr. J.V onderschrijft het belang van dit handschrift:
Was van Soemeren gedurende zijn leven de vraagbaak zijner menigvuldige clienten; na zijn dood bleef hij het voor de gehele praktijk. Zijne aanteekeningen op de costuimen, die nimmer gedrukt zijn geweest, waren in handschrift eene behoefte voor elken jonge pleitbezorger en in elke regtsgeleerde bibliotheek was de Merlin van Noord-Braband te vinden … .
Zo valt te lezen op pagina 43 van een levensschets van Van Soemeren onder de titel De regtsgeleerde Gerard van Soemeren in  het tweede deel van Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der Provincie Noord-Braband (1845), geredigeerd door C.R. Hermans, de eerste bibliothecaris van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
Consuetudines Jus et Stijlus procedendi Buscoducensis civitatis
Gewoonterecht en stijl van procederen in de stad 's-Hertogenbosch
De titel van het werk luidt Notata consultissimi ac doctissimi viri Domini Gerardi Van Zoemeren avocati d. consiliarii Eelkens ad consuetudines buscoducensi. Het handschrift wordt gedateerd omstreeks 1640. De twee delen, gevat in 19e eeuwse half perkamenten band, bevatten elk meer dan 500 folio’s. Het handschrift was bedoeld voor de schoonzoon van Van Soemeren, Gijsbrecht Eelkens, griffier in Breda.

Het handschrift is van belang, omdat het een vroege autograaf is van vóór 1652 waarvan geen jongere handschriften bekend zijn. Het is een ongepubliceerd rechtscommentaar op de Bossche Costuymen. “Het Nederlandse woord costume is via het middeleeuwse Italiaans afgeleid van het Latijnse consuetudo, dat gewoonte betekent.”, aldus Lijten. Deze rechtsgewoonte is ontstaan door een openbare en vreedzame herhaling gedurende langere tijd. In het begin was het gewoonterecht ongeschreven. Later werd de costume opgetekend. De costume was in de Middeleeuwen in Europa de voornaamste rechtsbron. Pas vanaf de zestiende eeuw werd de wet de voornaamste rechtsbron. De goedkeuring van de costumen hing samen met de Blijde Inkomst van een vorst in een stad, waarbij de vorst een eed aflegde op de lokale rechten en privileges van die stad. 

Karel V verordonneerde in 1531 de officiële redactie van de Vlaamse costumen. Zijn streven was codificatie en homologatie of goedkeuring van het gewoonterecht en een zekere unificatie ervan. Costumen, die door de overheid waren goedgekeurd kregen kracht van wet. In 1546 werd het Bossche gewoonterecht, dat veel verwantschap toont met dat van Mechelen, voor het eerst opgetekend. Later beval Filips II hernieuwde optekening van het gewoonterecht. Voor Den Bosch werd het gewoonterecht voor de tweede keer opgetekend ergens tussen 1570 en 1572. Volgens van Soemeren werden de Bossche costumen tijdens de aanwezigheid van Alva herzien. Ook Albert en Isabella bewogen zich op het terrein van het gewoonterecht. In 1606 droegen zij de stad Den Bosch op om in 1606 hun costumen op te sturen naar de Raad van Brabant. Dat gebeurde vermoedelijk begin januari 1607. Bij het opstellen van deze costumen was Gerard van Soemeren betrokken. Dat gebeurde ook bij een revisie hiervan in 1636.

Marie-José Lijten geeft in haar proefschrift Het burgerlijk proces in stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1530-1811 in bijlage 7 een overzicht van getraceerde handschriften van Gerard van Soemeren. Die heten echter overal Collectanea ad Consuetudines Buscoducenses. In het verworven handschrift staat echter Notata. Lijten geeft in haar lijst aan dat er edities zijn met 24 of met 25 titels (artikelen of hoofdstukken). Het nieuw verworven handschrift bevat echter slechts 23 (!) titels. Die zijn in de twee delen keurig onderscheiden door een tabje aan het begin van elke titel.
De tabjes per titel
De Brusselse advocaat in de Raad van Brabant, Pierre Verhagen (1767-1835), voegde in het nieuw verworven exemplaar van het handschrift zijn commentaar toe. Ook was hij de schrijver van de los bijgevoegde inhoudsopgave: Table des matières : Notata consultissimi ad doctissimi viri Dni Gerardi van Zoemeren hoc D. Conciliarii Eelkens ad Consuetudines Buscoducenses ad usum advocati Verhagen junioris Bruxellis residentis anno 1790 qui aliquas addidit notas pro at quotidie inciderunt. In deze inhoudsopgave worden in het Latijn eveneens 23  hoofdstukken genoemd. 

De Brabant-Collectie bezit verschillende handschriften en gedrukte edities van de Bossche costumen. Jeroen van de Ven beschrijft in zijn Over Brabant geschreven, in deel II uit 1994 vanaf p. 226 bij de catalogus nummers II, 216 t/m II, 231 de 16 verschillende handschriften van Collectanea ad Consuetudines Buscoducensis van Van Soemeren in bezit van de Brabant-Collectie. 
De eerste gedrukte tekst van de Bossche costumen is te vinden in het omvangrijke tweedelige werk van Jan-Baptiste Christyn, advocaat bij de Brusselse Raad van Brabant: Brabandts recht dat is generale costumen vanden lande ende hertoghdomme van Brabandt midtsgaders van het hertoghdom van Limborgh stede ende lande van Mechelen met verscheyde ordonnantien reglementen statuten, ende manieren van procederen ... . Antwerpen, Cnobbaert, 1682. Lijten deelt in haar proefschrift mee, dat Christyn niet betrouwbaar is. Dit geldt met name voor de Bossche costuymen. In 1684 werd de derde Bossche redactie van de costumen uit 1606 opnieuw en met minder onjuistheden gedrukt en wel door de Bossche drukker Jan Scheffer (V) Costuymen, ende usantien der hooft-stadt ende meyerye van s'Hertoghen-Bossche. De tekstuitgave werd verzorgd door een lid van de Raad van Brabant, Victor van Beughem. Latere edities verschenen in Den Bosch in 1717 en 1744 bij Petrus  Scheffers en in 1758 bij Antony van Beusecom.
Victor van Beughem, Costuymen, ende usantien der hooft-stadt ende meyerye van 'sHertoghen-Bossche,
s'Hertogen-Bossche : by Jan Scheffers, 1684.
KOD 1684 'S HERT 3
Literatuur:

  • Marie-José Lijten, Het burgerlijk proces in stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1530-1811, Assen : Van Gorcum, 1987. Vindplaats: CBM 280 C 21a en JUR R52 LIJT 1987 
  • Jacobs, B.C.M., Ontsloten bronnen : costumenoptekeningen en andere juridische handschriften in de Brabant-Collectie van de Tilburgse Universiteitsbibliotheek. Noordbrabants historisch jaarboek 19 (2002), p. 117-135. Vindplaats: BRA D NOOR 19

Geen opmerkingen:

Een reactie posten