Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label Peel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peel. Alle posts tonen

maandag 6 juli 2026

Wandelen door de Brabant-Collectie: van De Groote Peel naar Heusden (gem. Asten)

Etappe 1 Langs de Brabantse Aa (16,3 km)

Het startpunt van de wandelroute is knooppunt 82 bij het Buitencentrum van Nationaal Park De Groote Peel. Lopend over Limburgs grondgebied kunnen we genieten van het weidse uitzicht. Martien Coppens maakte hier een groot aantal foto’s (zie onze website BCfinder) met thema’s als vormen en structuren in de natuur en de werkende mens. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog fotografeerde hij onderstaande (plaggen)hut. Misschien is het wel dezelfde hut die wij passeren op onze wandeling…

(Plaggen)hut op de Peel. Foto. Maker: Martien Coppens. Datering: 1945. Formaat: 29,5 x 39 cm.
Vindplaats: Cop / IM 5a. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie


Hut op de Peel (februari 2026). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De rivier de Aa, die we de komende 13 wandeletappes gaan volgen, heeft haar oorsprong in de Peel. Denk hierbij niet aan één bron, maar eerder aan een ‘omgekeerde delta’, waarbij meerdere kleine stroompjes in het natte, hooggelegen veenlandschap bij elkaar komen en zo de rivier ‘voeden’. De Aa stroomt door oostelijk Noord-Brabant naar ’s-Hertogenbosch. Onderweg zijn er een tiental zijbeken en waterlopen die op de rivier uitkomen, zoals de Astense Aa en de Goorloop. Het beginwater wordt dus in de Peel gevormd en de zijbeken versterken de stroom.

Het rijk geïllustreerde rapport Cultuurhistorie van het landschap in het zuiden van het dal van de Aa (2017) van Jan Timmers is een aanrader voor allen die meer willen lezen over de Aa. Ook al is dit een adviesrapport, het bevat interessante informatie over de cultuurhistorie van het gebied dat voor een groot deel samenvalt met deze en volgende wandeletappes.


Vrij snel verlaten we de Peel en komen in een landschap gedomineerd door intensieve veehouderij. Eind 18e eeuw, toen Hendrik Verhees zijn Meierijkaart maakte, zag deze streek er volslagen anders uit. Onderstaande uitsnede uit die kaart maakt dat inzichtelijk: geen of nauwelijks bebouwing, maar wel grote, aaneengesloten stukken woeste grond. Op de kaart staat de tekst: “De Peel een Moerassige Streek Lands waar uit Turf gestoken wordt”.

Uitsnede van: Hendrik Verhees: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch (sic) Braband 
bevattende de Meyerye van 's Bosch
 etc. Kopergravure, gedrukt. Graveur: Cornelis van Baarsel.
Uitgever: Mortier Covens en Zoon, Amsterdam, 1794. Formaat (gehele kaart): 91,5 x 108 cm.
Vindplaats: Bataafs Brabant / Oost / 1794 (1)
Over de veelzijdige Hendrik Verhees is veel geschreven en ook op de site van Langs de Brabantse Aa vind je de nodige informatie over hem. In de aankondiging van deze blogreeks hebben we hem kort geïntroduceerd. De komende etappes zullen we Verhees beter leren kennen.

Borststuk naar rechts en profil van Hendrik Verhees, gezet in ovaal.
Maker en datering onbekend. (Oorspronkelijk opgenomen in:
C. Rogge: Geschiedenis der staatsregeling, voor het Bataafsche volk, 1799)
Vindplaats: P / V 35 (1) 
Voor nu laten we het verleden achter ons en met de blik op oneindig bereiken we knooppunt 41. Hier zien we voor het eerst de Aa; een kaarsrechte beek met steile oeverwanden. Geen prozaïsche eerste ontmoeting dus, maar gelukkig zal dat gaandeweg onze wandelroute anders worden.

Rivier de Aa bij knooppunt 41 (februari 2026). © Jolanda van den Akker / 
Brabant-Collectie, Tilburg University
Zouden we op dit punt een stukje rechtdoor lopen, dan komen we bij de plek waar Harry Guntlisbergen in de tweede helft van de vorige eeuw onderstaande foto maakte van een boerderij aan de Moostscheiding. Dit weggetje vormt precies de – kaarsrechte - grens tussen Limburg en Noord-Brabant.

Moostscheiding, Someren. Foto. Maker: Harry Guntlisbergen. Datering:1970-2000. 
Formaat: 18,1 x 23 cm. Vindplaats: Gunt_H_735.
© Harry Guntlisbergen / Brabant-Collectie, Tilburg University
Wij volgen echter onze wandelroute, gaan niet rechtdoor, maar rechtsaf en lopen over zandpaden en rustige, kleine wegen. Ook al is het landschap grootschalig van opzet, de goede observeerder kan hier gelukkig nog vogels spotten als de putter, rietgors en boomkruiper. Maar het contrast met hetgeen fotograaf Gaston Remery zag in de jaren 1950 blijft groot. Vele zandpaden zijn inmiddels verdwenen en bovengrondse elektriciteitsmasten zien we hier helemaal niet meer.

Boerderijen te Someren. Foto. Maker: Gaston Remery. Datering: 1953-1954.
Formaat: 20,2 x 25 cm. Vindplaats: GR/map 3 woning/060

Heb je na het wandelen behoefte aan nostalgie en wegdromen bij het Brabant zoals het vroeger was, bekijk dan deze foto’s van Gaston Remery op BCfinder of leen bij de Brabant-Collectie zijn boek Platteland en dorpsleven.

We vervolgen ons pad en lopen langs de oostzijde van Someren-Eind. Het wandelpad voert door het kleine, maar interessante natuurgebied Starkriet. Van oudsher bestond dit natte beekdal van de Aa uit veen en broekbossen. In de jaren 1960 werd de rivier rechtgetrokken en kwam hier deels weiland te liggen. Maar inzichten veranderden. In 2001 werd Starkriet in gebruik genomen als waterbergingsgebied en kreeg de Aa haar meanderende karakter weer terug. Hiermee is het een van de eerste natuurlijke overstromingsgebieden van Nederland.

Natuurgebied Starkriet bij Someren-Eind (februari 2026).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Zo’n beetje hetzelfde verhaal, over een kronkelende beek die recht getrokken is en na jaren weer mag meanderen, zien we bij de Eeuwselse Loop. Hier volgen we de beek die afwatert op de Aa en slingerend zijn weg zoekt bij Golfbaan Het Woold. Mocht je geïnteresseerd zijn in de herkomst van het woord eeuwsel, dan is dit een interessant artikel voor je.

En dan bereiken we Heusden (Asten) oftewel Heuze in het plaatselijke dialect. Over dit dorpje is heel wat geschreven, onder andere door Piet Snijders, schrijver en oud-journalist van het Eindhovens Dagblad. Bijvoorbeeld over de emigratiegolf die hier plaatsvond in de jaren 1950: zo’n 390 van de in totaal 1.400 inwoners besloot toen hun heil te gaan zoeken in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Onder Bronnen en verder lezen vind je een aantal boeken en tijdschriftartikelen, maar een bezoek aan de Brabant-Collectie biedt nog meer mogelijkheden om te grasduinen.

Voor nu zit onze wandeling erop. De volgende keer gaan we verder bij knooppunt 84 en lopen dan naar Vlierden.


Bronnen en verder lezen:
  • T. van den Bosch-Wijnen: Wandeling door Het Starkriet 't Ven, Someren-Eind. In: De Vonder, vol. 21, nr. 1, pag. 14-16. Vindplaats: T 09673
  • H. van de Laarschot: Asnoth, bebouwde grond. In: C.A.M. van Zalinge-Spooren e.a.: Asten 800: verhalen uit de geschiedenis van Asten, Heusden en Ommel. Asten: Gemeente Asten, 2012, pag. 222-261. Vindplaats: BRA Y ZALI 2012
  • H. van Nuenen: De Aa, onze levensader. In: L. van Beek e.a.: De canon van Berlicum en Middelrode: 50 vensters op onze geschiedenis. Berlicum: Heemkundekring 'De Plaets', Berlicum-Middelrode, 2012, pag. 6. Vindplaats: BRA Y CANO 2012
  • P. Snijders: Eeuwenoud Heusden pas honderd jaar kerkdorp (1). In: De Vonder, vol. 28, nr. 1, pag. 11-12, 2022. Vindplaats: T 09673
  • P. Snijders: Eeuwenoud Heusden pas honderd jaar kerkdorp (2). In: De Vonder, vol. 28, nr. 2, pag. 7-8, 2022. Vindplaats: T 09673
  • P. Snijders: Het Heusdens emigrantenboek. Asten: Appel&Ei Producties, 2023. Vindplaats: BRA Y3 SNIJ 2023 
  • P. Snijders e.a.: Te Heusden bij het Moer. Heusden: Jubileumcomité Heusden, 1996. Vindplaats: BRA Y3 SNIJ 1996
  • P. Snijders: Veenkolonie De Moost, een land van lang geleden. In: W. van den Broek e.a.: Verhalen uit de vergetelheid: Speciale uitgave rond het 50-jarige bestaan van heemkundekring De Vonder Asten-Someren. Someren: Heemkundekring Asten-Someren De Vonder, 2022, pag. 81-130. Vindplaats: BRA Y3 VOND 2022
  • J. Timmers: Cultuurhistorie van het landschap in het zuiden van het dal van de Aa (online resource)
  • Waterschap de Aa, Afdeling Voorlichting: Historische gegevens over de rivier de Aa en het ontstaan van het Waterschap de Aa. S.l.: s.n., 1983. Vindplaats: CBM C 10532

woensdag 22 januari 2025

Sport in de Kempen en de Peel

De aanleiding voor dit bescheiden beeldverhaal vormt het honderdste geboortejaar van Gaston Remery (1924-2014). Zijn wieg stond in Asten. Als fotograaf legde hij Zuidoost-Brabant vast. Het vak leerde hij van buurman Sjef Simons en vanaf 1949 ging hij aan de slag. Hij werkte een aantal jaren bij Schulte en bij Princes te Helmond, maar ook in Breda en Boxmeer. Remery besloot voor zichzelf te beginnen en vestigde zich in 1957 als eerste fotograaf in Eersel. Hij legde zich vooral toe op pasfoto’s, portretten en reportages (bruidsparen, communicantjes, religieuze plechtigheden en bedrijfsfotografie). Van 1959 tot aan zijn pensioen in 1989 runde hij samen met zijn vrouw Corry Bekx de fotozaak aan de Dijk.

Op pad voor fotoreportages

De eerste tien jaar vervaardigde hij ook nieuwsfoto’s. In opdracht van de kranten Oost-Brabant en Eindhovens Dagblad trok hij op de fiets, en later op de brommer, met zijn Rolleiflex door de Kempen en de Peel om uiteenlopende gebeurtenissen vast te leggen. 

Vervolgens snelde hij zich naar zijn doka in verband met de deadline. De afdrukken gaf hij mee aan een BBA-chauffeur, die ze aan iemand van de krant op station Eindhoven afleverde. 

Zijn sportfoto’s zijn nauwelijks bekend. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig maakte Remery opnamen van kringsportdagen van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en de Katholieke Plattelands Jongeren (KPJ), ontstaan uit de Rooms Katholieke Jonge Boerenstand (RKJB) en de Boerinnen Jeugd Bond (BJB), in Kempische dorpen en in Sint Anthonis en Uden, gelegen aan de Peelrand. Een vast onderdeel was het groepsturnen, zoals gymnastiek met knots, hoepel en bal. Het vormen van menselijke piramides was de meest spectaculaire activiteit. Ook touwtrekken, hardlopen, hoogspringen en voetballen vonden plaats. 

Gymnastiek: menselijke piramide. Sportdag Bergeijk, 1959.
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University) 
Tevens maakte hij reportages van wielerwedstrijden: van het inzegenen van de wielrenners met hun fiets voorafgaande aan de wedstrijd, het startschot, de koers zelf, de eindsprint tot de huldiging van de winnaar. Destijds organiseerde bijna ieder dorp zijn eigen wielerronde. Alle wielerclubs uit Brabant en Limburg, die aangesloten waren bij de R.K. Nederlandse Wielren Bond, namen hieraan deel met twee groepen: Nieuwelingen en Amateurs.
Wielerwedstrijd. Eersel, 1961. 
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University)
In 1963 fotografeerde hij ook zogenaamde cafésporten in Eersel, die op clubniveau beoefend werden: biljartwedstrijden en handboogschietwedstrijden. Overdekte accommodaties bestonden toen nog niet. Het schieten vond vooral zomers in cafétuinen plaats.

Biljardwedstrijd. Eersel, 1963. 
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University)
Gaston Remery was geen persfotograaf in hart en nieren. Desondanks wist hij toch vaak het juiste moment te vangen. Hij is vooral bekend geworden door zijn opnames van het boeren- en religieuze leven. Voorjaar 2008 droeg Remery zijn gehele fotografische oeuvre over aan de Brabant-Collectie. Momenteel is deze deels toegankelijk en online raadpleegbaar via beeldbank BCFinder.

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 15, nr. 4 (december 2024), p. 32-39. Bekijk de pdf van het beeldverhaal. 
Ook online gepubliceerd op 22 januari 2025 in de rubriek ‘Sprekend Verleden’ van Univers.

maandag 15 januari 2024

Op (be)zoek in de Peel

Niet dat ik op het vreemde smaal.
’k Laat alles in zijn waarde.
Maar ’k zeg, mij is Noord-Brabants grond
De dierste plek der aarde.

Dit is het motto dat gedrukt staat op de voorzijde van Schetsen uit Noord-Brabant. Een Leesboek voor de Volksschool, in 1890 geschreven door Hendrik Nicolaas Ouwerling, onderwijzer in Deurne. Ouwerling (1861-1932) was in zijn vrije uren bijzonder actief als heemkundige en lokaal historicus. Zijn bibliografie, opgenomen in een onvoltooide biografie, beslaat meer dan veertig pagina’s. Het grote belang van Ouwerling voor alles wat over Deurne (en ver daarbuiten) gezegd en geschreven is, komt onder meer tot uitdrukking in de lokale heemkundekring die zijn naam draagt. Voor het genoemde boekje Schetsen uit Noord-Brabant reisde Ouwerling met trein en tram, maar ook deels te voet, door Noord-Brabant.
Voorzijde Schetsen uit Noord-Brabant. Vindplaats: CBM 655 C 22
Het bevat levendige beschrijvingen van Deurne, maar Ouwerling bezocht bijvoorbeeld ook Boxmeer. Hij zegt hierover: ‘’t Is een zeer belangrijk dorp, dat in de kom het aanzien vertoont van een stadje. De kerk, ’t klooster en ’t kasteel zijn de drie voornaamste gebouwen der plaats’. In Tilburg is hij onder de indruk van de enorme bedrijvigheid in de vele textielfabrieken met hun hoge schoorstenen, maar ook van de ‘Koninklijke fabriek voor de Spoorwegen van het Zuidernet in de Nederlanden’.
In publicaties voor kranten en tijdschriften, maar ook in zelfstandige boeken, laat Ouwerling zijn licht schijnen over een veelheid aan onderwerpen. Beschouwingen over het Brabantse landschap komen er met grote regelmaat in voor. Onder meer in zijn nu op Delpher.nl te vinden artikelenreeks ‘Historische landschappen uit den omtrek van Helmond’ in De Zuid-Willemsvaart (1911), de krant waarvan hij enkele jaren redacteur was en waarin honderden bijdragen van zijn hand verschenen. In vaak romantiserende bewoordingen wordt de lezer meegenomen op zijn wandelingen, in dit geval door de Peel: ‘een der meest doodsche streken uit ons zuiden, ja uit ons gansche Vaderland’.
Hendrik Ouwerling (rechts) en P.H. Wulms liggend in het gras. Foto; albuminedruk.
Maker en datering onbekend. Formaat: 9,7 x 14,5 cm. Vindplaats: P / O 45.6 (2)
Ouwerling heeft als historisch geïnteresseerde ook aandacht voor feitelijkheden, bijvoorbeeld over de aanleg van een weg door het veengebied op initiatief van de drossaard Lodewijk Wijgchel. Deze weg kwam uit bij het ‘laatste huis van Deurne (…) de zogenaamde Kraaienhut’. ‘Ze ligt er niet onaardig en als ’n oase in de Peelwoestijn.’ Michiel van Craij(el), de persoon aan wie het ‘ferm boerenhuis’ zijn naam dankt, zat achter het idee van deze herberg die als pleisterplaats bedoeld was voor mensen die door de Peel trokken. Die andere, meer bekende reiziger door Noord-Brabant van een eeuw eerder, Stephanus Hanewinckel, is ook ter plekke geweest en benoemt in zijn beschrijvingen eveneens de aangelegde weg en de herberg. De zeer afgelegen ligging ervan heeft volgens Hanewinckel voor de bewoner van de Kraaienhut een groot voordeel: ‘Hij krijgt nimmer twist met zijn buren.’ Hoewel Ouwerling in de serie niet aangeeft wat zijn bronnen zijn, wordt de lezer getrakteerd op een veelheid aan feiten, beschrijvingen en anekdotes over de Peel, een stuk Brabant dat de naam heeft ontoegankelijk te zijn.
Ouwerling ging ook met potlood en inkt op pad om in beeld vast te leggen waar hij over schreef. De Kraaienhut had hij in 1897 al eens in een kleine pentekening vastgelegd en de Brabant-Collectie heeft nog een tweede, ongedateerde pentekening. In tekst en tekening bouwt Ouwerling aan een beeld van hoe hij de Peel beleefde.
Dit is de Crayenhut onder Deurne in de Peel. Pentekening. Maker: H.N. Ouwerling.
Datering: 1897. Formaat: 8,8 x 11,4 cm. Vindplaats: D 38 / 830.11 (3)

De Crayenhut in de Peel. Pentekening. Maker: H.N. Ouwerling.
Datering: onbekend. Formaat: 12 x 16,9 cm.Vindplaats: D 38 / 830.11 (2)
Ouwerling was niet de enige die de fraai in het landschap gelegen Kraaienhut vastlegde. De schilder Willem Cornelis Rip (1856-1922) heeft ongeveer in dezelfde tijd de locatie bezocht en de aldaar vervaardigde schetsen later in het atelier uitgewerkt in een olieverfschilderij. Dit bevindt zich nu in het Limburgs Museum in Venlo.
W.C. Rip, Crayelhut in de Peel. Olieverf op doek. Formaat: 67 x 73 cm
Limburgs Museum Venlo, inv.nr. L04677 
De maker geniet een eeuw na zijn overlijden geen grote bekendheid meer. Maar ook tijdens zijn leven is er niet veel over Rip geschreven. Daarom worden er hier enkele zinnen aan gewijd. Journalist en kunstcriticus Pieter A. Haaxman jr. (1847-1935) heeft hem vaker in zijn atelier bezocht en verzorgde in 1904 een artikel voor Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift. De artistieke biografie van Rip was zoals die van velen. Hij bezocht, na aanvankelijke tegenwerking door met name zijn vader, de academie in zijn geboortestad Rotterdam en had nadien de nodige moeite om zijn boterham te verdienen. Haaxman vond het vroege werk van Rip nog ‘gebrekkig’, maar trof in het atelier studies die ‘meestal zoo raak (waren), dat ik mij geheel kon indenken in de bekoorlijkheden van de streek. Nu eens was het de Brabantsche Peel, waar Rip prachtige luchten had geschilderd en het hart had opgehaald aan kleurige gronden en heldere plassen, in toon omgezet door de lichtatmosfeer.’ Het zijn deze kwaliteiten die ervoor zorgden dat sommigen zijn veelsoortige landschappen, met name zijn aquarellen, naast die van Haagse Schoolschilders plaatsten. Hierbij worden Jacob en Willem Maris, H.J. Weissenbruch en P.J.C. Gabriel genoemd, kunstenaars met wie Rip in dezelfde tijd lid was van het in aanzien staande Schilderkunstig Genootschap Pulchri Studio. En een expositie van een vijftigtal schilderijen en aquarellen in Londen (1903) kreeg in enkele gerenommeerde Engelse kranten veel lof toegezwaaid. Het daar getoonde werk werd in Engeland dan ook goed verkocht.
Voor zijn inspiratie trok Rip veelvuldig door eigen land en legde daarbij het landschap in snelle en soms meer uitgewerkte schetsen vast. Het Rijksmuseum Amsterdam wist in 2009 de hand te leggen op veertien schetsboekjes waarin we Rips vingeroefeningen kunnen volgen (inv.nr. RP-T-2009-89 t/m 102). Een flink aantal van de schetsen is door hemzelf van plaats en datum voorzien. Locaties in Noord- en Zuid-Holland, Gelderland en ook Noord-Brabant komen er veelvuldig in voor. In een van de schetsboekjes, te dateren in 1896-1897, treffen we ook topografische voorstellingen in Deurne en omgeving aan.
W.C. Rip, Boerderij met een rieten dak. Krijttekening. Formaat: 113 x 159 mm.
Rijksmuseum Amsterdam, inv.nr. RP-T-2009-96-9 verso
Of een van de tamelijk ruwe schetsen te koppelen is aan de Kraaienhut is niet precies te zeggen, maar we zitten hier ongetwijfeld dicht bij de bron voor het schilderij van dit stukje ‘Noord-Brabants grond’.

Zo stuit je al struinend door diverse collecties en wandelend door Noord-Brabant op bijzondere plekken. Soms moet je op zoek om het bijzondere te ontdekken. En kom je pas ergens als je bronnen bij elkaar legt en aan elkaar kunt koppelen.

maandag 4 april 2016

Duivelskwartier: 1595: Heksen, heren en de dood in het vuur

Afgelopen oktober verscheen een meeslepend en toegankelijk boek over de grootschalige heksenjacht in de Peelregio. Het handelt over het jaar 1595, toen heksenvervolgingen daar veelvuldig voorkwamen. De vrouwen werden gezien als handlangers van de duivel en daarom terechtgesteld. In vier maanden tijd werden 23 vrouwen op de brandstapel geëxecuteerd en nog eens 2 vonden de dood in de cel. De vervolgingen begonnen in Cranendock en via Eindhoven, Leende, Heeze, Geldrop, Mierlo, Lierop en Mierlo-Hout eindigden ze 4 maanden later in Asten en Someren.

Het boek beschrijft op basis van archiefmateriaal uit die tijd wat de aanleiding was tot deze vervolgingen. Tevens wordt ingegaan op wat zich precies heeft afgespeeld in de dorpen en hoe het kwam dat vervolgingen zich als een lopend vuur verspreidden over de Peel. Er is oog voor de onderlinge achterdocht en het gruwelijke lot van gewone mensen. Het enige bewijs voor hekserij was een bekentenis en daarvoor werden de vrouwen gemarteld totdat ze toegaven. Waargebeurde verhalen over burenruzies, heksenfeesten, toverij en manipulaties van machthebbers worden uitgebreid beschreven.

Meer boeken over heksenvervolging kunt u vinden in de rubriek G.

Signatuur: BRA G2 OTTE 2015