Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label cartografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cartografie. Alle posts tonen

maandag 25 mei 2026

Aankondiging nieuwe blogreeks: Langs de Brabantse Aa

Binnenkort start een nieuwe serie blogs in de reeks Wandelen door de Brabant-Collectie. Na de wandelroutes Het Brabants Vennenpad en Het Zuiderwaterlinie Wandelpad loopt collega Jolanda van den Akker nu Langs de Brabantse Aa. In haar blogs zal ze verslag doen van de dertien wandelroutes, waarbij historisch beeld- en kaartmateriaal uit de Brabant-Collectie aangevuld met hedendaagse foto's het heden en verleden illustreren.

Wandelbox Langs de Brabantse Aa
Vindplaats: BRA H STIC 2025
De langeafstandswandeling start in Limburg, net over onze provinciegrens bij Buitencentrum De Peelen. Vanaf daar volgen we het pad, kronkelend als de rivier de Aa zelf, verder noordwaarts. Dertien etappes later, samen goed voor 200 km wandelplezier, is het eindpunt ’s-Hertogenbosch in zicht.

Stichting Brabantse Aa heeft de route ontwikkeld om meer aandacht te krijgen voor natuur, cultuurhistorie en landschapsgeschiedenis van het Brabantse Aa-dal. Hierbij wordt de wandelaar uitgenodigd in de voetsporen te treden van Hendrik Verhees (1744-1813) zoals de makers zeggen: “Deze visionaire cartograaf en architect legde niet alleen de schoonheid van het gebied vast, maar vormde het ook met zijn invloedrijke keuzes. Wandel door het landschap dat hij zo minutieus in kaart bracht en ontdek hoe zijn werk nog altijd zichtbaar is. Laat je inspireren door de verhalen en verborgen schatten van dit gebied.” (binnenzijde omslag van het boekje Op ontdekking Langs de Brabantse Aa in de wandelbox).

De in Boxtel geboren Verhees was een veelzijdig man, actief op diverse gebieden. Naast tekenaar, landmeter en cartograaf was hij onder andere architect, politicus en waterbouwkundige. Hij maakte een groot aantal topografische kaarten, met als hoogtepunt de zogenaamde Meierijkaart uit 1794. De Brabant-Collectie bezit hier twee exemplaren van. In de komende blogreeks zal de Meierijkaart in detail bekeken worden.

Hendrik Verhees: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch (sic)
Braband bevattende de Meyerye van 's Bosch etc. Kopergravure, gedrukt. 
Graveur: Cornelis van Baarsel. Uitgever: Mortier Covens en Zoon, Amsterdam, 1794. 
Formaat: 91,5 x 108 cm. Vindplaats: Bataafs Brabant / Oost / 1794 (1)
Verhees vervaardigde onder andere kaarten van bodemverdelingen en van de rivieren de Dommel en de Aa, die dienden voor waterstaatswerken. Hij ontwikkelde zich tot waterstaatkundige en ontwerper van sluizen, dijken en inundatiewerken. Zijn cartografisch werk sloot hierdoor nauw aan op het concrete waterbeheer in het Brabant van zijn tijd. Hij was tevens een verdienstelijk tekenaar. In de periode 1787-1809 reisde hij door Brabant en maakte vele tekeningen en plattegronden van kerken en kapellen. Deze zijn in 1975 in boekvorm uitgebracht door Jan van Laarhoven onder de titel Het schetsenboek van Hendrik Verhees.

Langs de Brabantse Aa is uitgegeven als een fraaie wandelbox met daarin:
  • Dertien losse routekaartjes met aandachts-, kijk- en kennispunten langs de Aa;
  • Het 48 pagina’s tellend boekje Op ontdekking Langs de Brabantse Aa met informatie over de Aa en Hendrik Verhees;
  • Een wandelwijzer met een overzichtskaart van de gehele route plus uitleg;
  • Een plastic hoes met keycord om onderweg de routekaartjes in op te bergen.
Tevens heeft Stichting Brabantse Aa een speciale website ontwikkeld die nog meer informatie biedt. Zo vind je hier alle wandelroutes inclusief de downloads van de gpx-bestanden. Per etappe is een kort filmpje toegevoegd als impressie. Daarnaast is er informatie over Hendrik Verhees, natuur en cultuur en - niet onbelangrijk – pleisterplaatsen op de route. Ook het vermelden waard is dat de makers Verhees’ avonturen invulling hebben gegeven met de introductie van de niet-bestaande figuur Cornelia Goyaerts. Rondom haar is een fictief verhaal gecreëerd. Cornelia, die als assistente van Verhees meeging op zijn reizen, hield een dagboekje met aantekeningen bij. Hierin beschreef ze de ervaringen van Hendrik en de mensen die zij beiden ontmoetten. De dagboekfragmenten zijn als luisterverhalen via de website af te spelen. Hoewel Cornelia een verzonnen personage is, zijn haar verhalen gebaseerd op de werkelijkheid.

Begin juli staat het verslag van etappe 1 van De Groote Peel naar Heusden (gemeente Asten) online.

maandag 7 juli 2025

Een hoeve met een intrigerende naam

Dat de Brabant-Collectie een unieke en rijke verzameling is, moge duidelijk zijn voor de lezers van ons blog. Hier tonen we immers graag onze meest fraaie bezittingen. Objecten die niet direct in het oog vallen, leiden vaak een meer verborgen leven. Maar ze kunnen op hun beurt onverwacht aanleiding zijn voor een aangename speurtocht door onze collectie.
Neem bijvoorbeeld onderstaande foto van Jan van Giersbergen. Deze afbeelding spreekt misschien niet meteen tot de verbeelding: een woonhuis, gelegen op een hoge oever, wat kale bomen en rechts twee boten in het water.
Hoeve 'De Dood' - Biesbosch. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk.
Maker: Jan van Giersbergen. Datering: 1950-1970. Formaat: 13,7 x 13,2 cm.
 Vindplaats: Giersb_NB_80. © Brabant-Collectie, Tilburg University
Het is hier niet zo zeer het beeld dat intrigeert, maar het opschrift van deze foto: Hoeve ‘De Dood’- Biesbosch. Voor een ieder met een gezonde dosis nieuwsgierigheid borrelt de vraag al snel op waar die naam vandaan komt. De foto zelf geeft, afgezien van genoemde tekst op de achterzijde, geen extra aanknopingspunten. Een snelle zoekactie op internet levert als resultaat dat het hier moet gaan om polder De Dood in de Brabantse Biesbosch. Blijft natuurlijk de prangende vraag waar die naam vandaan komt.

Kijkend naar de naamgeving van polders, dan is daar soms een zekere structuur in te vinden. Zo zijn er polders die eindigen op ‘waard’, ‘hoek’, ‘zand’ of ‘plaat’. Denk in het geval van de Biesbosch bijvoorbeeld aan Noordwaard, Jannezand en Toontjesplaat. Ook plant- en diernamen worden gebruikt: Palingsloot, Steurgat. Er zijn polders die herinneren aan de voormalige eigenaren, bijvoorbeeld Corneliapolder. En sommige namen (bijvoorbeeld Moordplaat) hinten op een meer duistere periode. Zou dat gelden voor ‘onze’ polder De Dood?
Online zijn enkele naamsverklaringen te vinden. Zo is er een anekdote die vertelt over een verdrietige boer met twee rivaliserende zoons in polder Boerenverdriet. Een ruzie tussen die twee liep uit de hand; de een stak de ander in polder Moordplaat met een hooivork in zijn rug. De gewonde man kon vluchten, maar stierf in de nabijgelegen polder De Dood. Een andere verklaring is dat de naam verwijst naar een koe die in de polder dodelijk werd getroffen door de bliksem. Verder schijnt in dit gebied ooit een familie gewoond te hebben met de naam 'Dood', 'Dodde' of 'Doede'. En dan is er nog de mogelijke correlatie met een eendenkooi. Het einde van de pijp van een eendenkooi wordt namelijk ‘de dood’ genoemd (denk aan de zegswijze ‘De pijp uit gaan’). Juist in deze polder bevond zich een van de grootste eendenkooien van de Brabantse Biesbosch. Ook Thomas Westerhout ziet hier de herkomst van de benaming van griendcomplex De Dood: “Een vreemd aandoende topografische naam, waarvan vrijwel zeker is dat die is ontleend aan het kooibedrijf en wel aan de benaming van het vang- of sterfhok.” (In: De tijd kent geen genade, 2020, pag. 19).


De polder heette overigens eerst Bloemplaat, maar dat leverde soms misverstanden op, omdat er zowel onder Drimmelen als onder Dussen een polder met die naam lag. Ten tijde van de kooiers begon de naam Bloemplaat te verwateren en kwam zowel in de volksmond als op papier de naam De Dood in zwang (Westerhout, 2020, pag. 19). Frank Saris stelt dat deze naam vanaf 1806 bekend is (F. Saris e.a.: De Biesbosch etc., 2021, pag. 83).


Naast kooikers waren vanaf de 15e eeuw tot in de jaren 1950 griendwerkers actief in de Biesbosch. De wilgentenen die ze kapten, hadden diverse toepassingen: vlechtwerk, oeverbeschoeiing, bezemstelen, meubels etc. Van Giersbergen legde het zware werk aldus vast.
Biesbos. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk. Maker: Jan van Giersbergen.
Datering: 1950-1970. Formaat: 13,2 x 17,9 cm.
Vindplaats: Giersb_NB_15. © 
Brabant-Collectie, Tilburg University
De werklui verbleven vaak een week in eenvoudige hutten in de Biesbosch, ver verwijderd van thuis. Een bekende uitdrukking uit die tijd was “Roeien tot de dood en verder op de zeilen”, en dat brengt ons weer bij polder De Dood. Online is te lezen: “De griendwerkers gingen ‘s maandags de Biesbosch in en kwamen er ‘s zaterdags weer uit. Dit betekende vaak zo’n drie uur roeien. Daarbij keek men naar het getijde, dat toen tussen de één en twee meter lag. In het staartje van de vloed werd van wal gegaan, waardoor men kon profiteren van het afgaand tij, om gemakkelijk diep de Biesbosch in de roeien. Ging men weer terug op zaterdag, dan profiteerde men van het opgaand tij om terug te varen. Er was een gezegde, dat in die tijd luidde: ‘Het is tobben tot de dood en dan zeilen’. De polder ‘De Dood’ lag ongeveer in het midden van de Biesbosch. Hiermee werd bedoeld, dat men tot vlak voor deze polder nog tegen de stroom in roeide, waarop het tij keerde en men het laatste deel op het getijde mee kon drijven. Kijk dus even op je kaart waar de polder ‘De Dood’ ligt.”
Een mooi aanknopingspunt om in onze kaartencollectie op zoek te gaan naar de polder met deze intrigerende naam.

Onze oudste kaart met vermelding polder De Dood is onderstaande uit 1842. Afgebeeld zijn de Biesbosch en Het Bergse Veld, een ondiepe binnenzee met droogvallende platen, ontstaan na de Sint-Elisabethsvloed van november 1421. Vóór die tijd lag hier de Grote of Zuid-Hollandse Waard: een uitgestrekt landbouwgebied tussen Geertruidenberg en Dordrecht, omgeven door een ringdijk en aangelegd in de 13e eeuw. Door een stormvloed bezweken diverse verwaarloosde dijken en stroomde het land vol water. Dorpjes werden verzwolgen, zo’n 3.000 mensen verdronken.
Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid Hollandschen Waard bekend
onder den naam van Biesbosch en Bergsche Veld.
 Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1842.
Formaat: 37 x 43 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1842 (1) 
Op onderstaande uitsnede van deze kaart is te zien dat er in 1842 drie polders waren met het woord dood erin: de Beneden-dood of Bloemplaat, de Boven-dood of Moordplaat en de Nieuwe dood. In de tabel rechts staat dat bekading van de eerste twee polders plaats vond in 1813, en die van de Nieuwe dood in 1830. Op de Beneden-dood zijn een huis en een eendenkooi ingetekend. En op die plek staat nog steeds een huis, in de jaren 1950-1970 gefotografeerd door Van Giersbergen.
Uitsnede van: Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid
Hollandschen Waard bekend onder den naam Van Biesbosch en Bergsche Veld

De Werkendamse notabelen Gerard van Houweninge en zijn schoonzoon Bastiaan Verheij van den Boogaard kochten in 1813 polder de Bloemplaat. Op het moment van aankoop waren hier nog geen grienden, maar een twintigtal jaar later waren al tientallen hectares aangeplant. Rond 1916 was de polder nog verder gecultiveerd, zoals te zien is op onderstaande uitsnede van een kaart uit dat jaar.
Uitsnede van een kaart van de Biesbosch. Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1916.
Formaat gehele kaart: 25 x 41,5 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1916 (1)
In 1851 kocht Gijsbert van Tienhoven (1801-1864) - gehuwd met Klasina Christina van den Boogaard (1806-1864) – van zijn oom Bastiaan de Bloemplaat of Beneden-Dood plus de aangrenzende polder Nieuwe Dood. Overigens bezat aannemer Gijsbert nog veel meer grond in de Biesbosch en het Land van Heusden en Altena. Gijsbert en Klasina waren de grootouders van onder andere Pieter G. van Tienhoven (1875-1953). Hij werd zelfbenoemd rentmeester van de eigendommen van de Van Tienhovens in de Biesbosch. Pieter was daarnaast medeoprichter, bestuurslid en penningmeester van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Anders dan natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, de initiator van Natuurmonumenten, was Pieter vooral de financiële strateeg die gespitst was op uitbreiding van het grondbezit van de vereniging. Frank Saris geeft in zijn boek Rentmeester van nature (2024) een interessante uiteenzetting over deze man en het karakter van natuurbescherming begin 20e eeuw. Maar daar gaan we in een van de volgende blogberichten nader op in. Uiteindelijk was familie Van Tienhoven ruim 99 jaar lang eigenaar en uitbater van deze polder. De Tilburgse aannemer J.G. Heijnen kocht in 1950 alles op en zette de exploitatie van de grienden voort, maar slechts voor acht jaar. In 1958 werd Staasbosbeheer de nieuwe eigenaar, en dat is nu nog steeds zo.
Dankzij een eigenzinnige medewerker van Staatsbosbeheer werd de polder een natuurontwikkelingsgebied avant-la-lettre. Consulent Wil Thijsen ging na een storm in 1962 namelijk tegen de gevestigde mores in. Een groot gat was in de dijk van De Dood geslagen. Thijsen stond voor de keuze: dure herstelwerkzaamheden laten verrichten of niks doen. Hij koos expliciet voor het laatste en daarmee werd de eerste ontpoldering in Nederland een feit. Het getij kreeg vrij spel en het water kon vrij in en uit de polder stromen: De Dood was een zogenaamde rijdende polder geworden. Dit bleek een gouden zet voor de natuur, want de vogelstand kende een explosieve toename. Maar Thijsen kreeg voor zijn ‘nalatigheid’ een officiële berisping. Later kwam men tot het inzicht dat ruimte geven aan de natuur juist kan leiden tot waardevolle ontwikkelingen. Polder De Dood is mede dankzij Wil Thijsen een belangrijk natuur- c.q. vogelreservaat geworden.

Een andere naam die niet onvermeld mag blijven in het kader van deze polder is die van Dirk Fey. Deze vogel- annex boswachter trad in 1965 in dienst bij Staatsbosbeheer en werkte hier ruim 43 jaar. Samen met zijn gezin betrok hij het huis op polder De Dood, hieronder ingetekend op een waterkaart van de ANWB.
Uitsnede van: Biesbosch ANWB Waterkaart. Kleurenoffset. Uitgever: ANWB. Datering: 1977.
Formaat: 60,5 x 76 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1977 (1)
In De tijd kent geen genade (Westerhout, 2020) staan twee foto’s van het huis op De Dood (pag. 266 en pag. 264). Westerhout schrijft dat het oorspronkelijk huis uit 1826 door een brand werd verwoest in 1915. Op dezelfde plek werd dat jaar een nieuw huis gebouwd. In 1939 volgde een grote verbouwing, waarbij onder andere een piramidevormig dak werd aangebracht. In 1988 werd wederom verbouwd, waarbij de buitendeur werd verplaatst van de zuidelijke naar de noordelijke gevel.

Een laatste speurtocht in onze kaartencollectie levert onderstaand juweeltje op. F.W. Michels maakte deze kaart in 1973 in opdracht van N.V. Waterwinningsbedrijf Brabantse Biesbosch. Het bedrijf wilde op 13 augustus 1974, de dag van de officiële ingebruikname van de spaarbekkens, laten zien hoe de Biesbosch erbij lag vóór de aanleg van die bekkens. Naast de kaart verscheen het boekwerkje De Biesbosch, waarin Michels een gedetailleerde toelichting geeft op zijn werk. De kaart blinkt uit in detaillering: namen van polders en boerderijen, vermeldingen van de talrijke eendenkooien, fraaie sierletters, een gravure van een geschilderd tweeluik, de gemeentewapens van omliggende plaatsen, en dat alles omlijst met 156 miniatuurtjes van planten, dieren en andere zaken uit de Biesbosch. De liefhebber kan hier veel kijkplezier aan beleven.
De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena.
Gekleurde fotolithografie. Maker: F.W. Michels. Formaat: 67 x 92 cm. Datering: 1973.
Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1973 (1)
Hier en daar staan korte toelichtende tekstjes op de kaart. Zo ook bij ‘onze’ polder: De Dood Ao. 1813. Dijkbreuken dec. 1962. Sindsdien “rijdende polder”, en staatsnatuurreservaat, tezamen met de Vloedbossen, omsloten door Binnen- en Buitenkooigat, Gat v.d. Slek, en Gat v.d. Turfzak.
Uitsnede van: De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena
Tot zover de duik in onze collectie, en dat alles naar aanleiding van een foto met een intrigerend opschrift. De Brabant-Collectie herbergt nog veel meer informatie over de Biesbosch, dus een bezoek aan ons is zeker de moeite waard. Digitaal kan dat uiteraard ook: zoeken op Biesbosch in BCfinder levert een schat aan informatie op.

Bronnen en verder lezen:
  • K. Mennen: Natuurbeschermers: een politieke gescheidenis van de natuurbeschermingsbeweging (1930-1960). Hilversum: Verloren, 2025. Vindplaats: NGE W3 MENN 2025
  • F.W. Michels e.a.: De Biesbosch. 's-Gravenhage: Mouton; Rotterdam: Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch, 1974. Vindplaats: CBM B 02027
  • F. Saris e.a.: De Biesbosch: na zes eeuwen, land van het (weer) levende water. Woudrichem: Pictures Publishers 2021. Vindplaats: BRA W SARI 2021
  • F. Saris: Rentmeester van nature: Pieter G. van Tienhoven 1875-1953. Gorredijk: Noordboek, 2024. Vindplaats: NGE A7 SARI 2024
  • T. Westerhout: De tijd kent geen genade: zes eeuwen werken en wonen in en rond de Biesbosch: bevochten water, herwonnen land en de verdwenen polders in de Zuidwaard. Werkendam: De Angelot, 2020. Vindplaats: BRA Y WEST 2020
  • Online resource: West-Vlaamse Intercommunale Dienstverlenende Vereniging: Wilgenkartering in de Brabantse, Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch 2012-2013. Uitgave april 2014. Klik hier.
  • W. van Wijk: Het Biesbosch boek. Zwolle: Waanders, 2009. Vindplaats: BRA W4 WIJK 2009
  • W. van Wijk: Historische atlas van de Biesbosch: zes eeuwen Biesbosch in 79 kaarten. Zwolle: WBOOKS, 2021. Vindplaats: BRA Z4 WIJK 2021

maandag 26 mei 2025

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Reek naar Grave

Etappe 13 Zuiderwaterlinie Wandelpad (17 km)

We starten de laatste etappe van het wandelpad bij knooppunt 45 en lopen door het buitengebied richting Escharen.
Het buitengebied tussen Reek en Escharen (augustus 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Wij blijven aan de zuidkant van dit dorp en lopen een stukje door het stroomgebied van de Graafsche Raam, een beek die het water van de Peelhorst afvoert. Een project van Waterschap Aa en Maas, afgerond begin 2024, heeft hier gezorgd voor meer ruimte voor natuur en cultuurhistorie.

De dorpen Escharen en Langenboom en de gehuchten Hooghal, Lagepoel en Hal vormden tot 1942 samen een zelfstandige gemeente. Daarna werden Escharen en Velp bij Grave gevoegd. In 2022 ging Grave op in de gemeente Land van Cuijk. Onderstaande plattegrond uit de Brabant-Collectie toont de omvang (2014 bunders) van die voormalige gemeente in het jaar 1865 en noemt het aantal inwoners, zijnde: 800.
Provincie Noordbrabant. Gemeente Escharen. Lithografie. Maker: J. Kuijper.
Datering: 1865. Formaat: 25,5 x 20,1 cm. Vindplaats: E 38.2 / 020 (1)
Nog een tip: wil je er helemaal bij horen, spreek de naam van het dorp dan uit als Esteren en nooit als Es-haren of Es-garen.

We vervolgen ons pad en maken een flinke slinger naar het westen alvorens we naar Grave gaan. In Nieuw-Velp lopen we langs Residentie Mariëndaal, een hersteloord gevestigd in een voormalig klooster. Na dit lommerrijke gedeelte begeven we ons weer door het polderlandschap, lopen noordwaarts en bereiken Oud-Velp. Bij knooppunt 72 passeren we de zogenaamde drie-eenheid: drie bouwwerken, samen goed voor 1.000 jaar aan religieuze geschiedenis. 
Beginnend met het oudste gebouw zien we de Sint-Vincentiuskerk, waarvan de historie teruggaat tot de 12e eeuw. Onderstaande prentbriefkaart van Martien Coppens dateert van vóór 1952.
Velp. Kerk met toren gedeeltelijk uit de XIIIe en XVIIe eeuw. Prentbriefkaart. Maker:
Martien F.J. Coppens. Datering: vóór 1952. Formaat: 15 x 10,5 cm. Vindplaats: pbk-V 28 / 411.11 Vinc (1)
Ga je hier op de kruising rechtsaf, en verlaat je dus even de route, dan kom je bij het refugieklooster Emmaus, daterend uit de 17e en 18e eeuw. Onderstaande prentbriefkaart is eveneens van Coppens.
Velp. Pandgang uit het Capucijnenklooster "Emmaus" XVIIe eeuw. Prentbriefkaart. Maker:
Martien F.J. Coppens. Datering: vóór 1952. Formaat: 15 x 10,5 cm. Vindplaats: pbk-V 28 / 441.21 Capu (1)
Weer terug op de route lopen we langs kasteelklooster Bronckhorst , een voormalig redemptoristinnenklooster uit de 19e en 20e eeuw.
Kasteelklooster Bronckhorst gezien vanaf het wandelpad (augustus 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Via een mooi pad langs de Hertogswetering lopen we Grave binnen, het eindpunt van onze lange wandeltocht. Omstreeks 1140 bouwde Herman II van Cuijk op een strategische plek aan de Maas een kasteel. Rondom deze burcht ontstond een nederzetting die Grave ging heten en die later uitgroeide tot een belangrijke vestingstad.
Grondtekening der Stad Graave. Ets. Maker: J. Wagenaar.
Datering: vóór 1751. Formaat: 24,7 x 27,6 cm. Vindplaats: G 67 / 020 (5)
Die strategische ligging had zeker voor de inwoners van de stad ook zijn keerzijde; geen enkele vestingstad is zo vaak veroverd en bestookt als Grave. De Brabant-Collectie heeft over dit onderwerp een aanzienlijk aantal boeken, prenten en kaarten in huis; voor een overzicht klik hier. Een voorbeeld uit onze collectie is onderstaande kaart die het beleg van de stad door de troepen van prins Maurits van Oranje in het jaar 1602 toont.
Hic est situs Oppidi Grauiae cum á Excellentia de Nassou occuparetur Anno 1602
Septembris 2.
 Gekleurde kopergravure. Maker: L. Guicciardini. Datering: 1612-1648.
Formaat: 27 x 36,4 cm. Vindplaats: G 67 / 1602 (3) (bis)
Het kasteel raakte tijdens het Beleg van 1674 door Willem III zwaar beschadigd, werd onbewoonbaar en in de daaropvolgende jaren gesloopt. Onze wandelroute gaat verder over De Kat, een historische verdedigingsheuvel en het enige zichtbare overblijfsel van het kasteel. Op de heuvel hebben we zicht op een lang L-vormig gebouw, het voormalige arsenaal.
Vestingpark De Kat in Grave (augustus 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We lopen verder en passeren de Hampoort waar momenteel het Stadsmuseum Grave is gevestigd. Het bouwwerk uit 1688 verving eerdere stadspoorten en is nu het enige overgebleven poortgebouw van Grave.
Grave Hampoort. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend. Uitgever: "De Bazar"
A.M. Kuerten, Grave. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-G 67 / 111 Hamp (6) 
De Hampoort in Grave (augustus 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Al snel bereiken we knooppunt 22, het officiële eindpunt van het Zuiderwaterlinie Wandelpad. Maar het loont zeker om nog enkele honderden meters aan het pad toe te voegen en door te lopen naar de Hoofdwagt. Onderstaande prent geeft een impressie van het straatbeeld rond 1730.
Markt en Hoofdwagt te Graave 1732. Stadhuis en Hoofdwagt te Graave. 1732. Gekleurde ets.
Tekenaars: C. Pronk resp. A. de Haen. Graveur: H. Spilman. Datering: omstreeks 1750.
Formaat: 28 x 20,8 cm. Vindplaats: G 67 / 121 Mark (1)  
Op nummer 2 is het Zuiderwaterlinie Bezoekerscentrum gevestigd, waar op interactieve wijze de linie wordt belicht. Tevens kun je hier een speldje ophalen als herinnering aan deze mooie wandeltocht van 290 kilometer dwars door de provincie Noord-Brabant.
Aandenken aan Zuiderwaterlinie Wandelpad (augustus 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
En zo komt het tweede wandelpad uit de blogreeks Wandelen door de Brabant-Collectie ten einde. Met de zomer in aantocht is het nu tijd om zelf de wandelschoenen aan te trekken en er op uit te gaan.

Verder lezen:
  • H. Alkemade e.a.: De canon van Grave. Grave: Stichting Graeft Voort, 2012. Vindplaats: BRA Y ALKE 2012
  • J. Cuijpers en J. Knegtel: Het Rampjaar van Grave. In: Rampjaar of jubeljaar? Brabant in 1672-74. Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact; Woudrichem: Pictures Publishers, 2022. Vindplaats: BRA T2 KNEG 2022
  • Pater Gerlach: KapucijnenKlooster Emmaus te Grave-Velp: derde eeuwfeest, 1662-1962. S.l.: s.n., 1962. Vindplaats: CBM C 03613
  • J. van Lennep en W.J. Hofdijk: Het kasteel te Grave. Leiden: Brill, ca. 1870. Vindplaats: TRE C 0250
  • C.R. Patist: Het beleg van de stad Grave in 1674. Nijmegen: U.H.N., 1977. Vindplaats: BRA N2 PATI 1977
  • M. Roel: Velp van eeuwen geleden... tot heden. S.l.: s.n., 2008. Vindplaats: BRA Y ROEL 2008
  • A. Vernooij: Verwoest kasteel van Velp werd landhuis en klooster. In: Tussen Maas & Erfdijk: periodiek Heemkundekring Land van Ravenstein, 2022, nr. 27, pag. 5. Vindplaats: T 10996.
  • J. Wijnen: Emmaus-Velp: waar kapucijnen de eeuwen overleven. ‘s-Hertogenbosch: Minderbroeders Kapucijnen, 1994. Vindplaats: CBM B 44787
  • J. Willemsen e.a.: Kroonwerk Coehoorn: een verdedigingswerk van de Brabantse vestingstad Grave in het Gelderse Nederasselt. Heumen: Erfgoedplatform Gemeente Heumen, 2020. Vindplaats: BRA N2 WILL 2020

maandag 24 maart 2025

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Megen naar Reek

Etappe 12 Zuiderwaterlinie Wandelpad (25 km)

We gaan verder waar we de vorige keer gestopt zijn: knooppunt 53 op de Maasdijk in Megen. Vrijwel meteen lopen we het poldergebied in. Omkijkend kunnen we nog een laatste blik werpen op de fraaie vestingstad.
Zicht op Megen vanaf de Rulstraat (juni 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Bij Maasdijk nr. 81 zijn de restanten aanwezig van de slotgracht van het voormalige kasteel van Dieden, gebouwd 1369 en dertig jaar later veroverd door de hertog van Gelre. Vanaf deze strategische plek kon de doorwaadbare plaats in de Maas goed in het oog worden gehouden. Vanaf 1724 was de vooraanstaande familie Singendonck uit Nijmegen de eigenaar; zij gebruikten het kasteel als buitenhuis. In 1875 verkochten ze het aan margarinefabrikant Jurgens, maar niet veel later werd het bouwwerk gesloopt.
Iets verderop staat op een zandrug van de Maas de Sint-Laurentiuskerk, waarvan de oudste delen stammen uit de 13e eeuw.
Kerk te Dieden. Foto. Maker onbekend. Datering: 1925-1940.
Formaat: 17 x 12 cm. Vindplaats: D 41 / 411.11 Nede (1)
Sint-Laurentiuskerk in Dieden (juni 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University 
Dieden was lang een zelfstandige heerlijkheid die deel uitmaakte van het Land van Maas en Waal, behorend bij het hertogdom Gelre. Tot 1810 was het een zelfstandige gemeente, sinds januari 2003 valt het onder Oss.

Na Dieden gaat de route door de uiterwaarden van de Maas. Hier wordt in het kader van het project Meanderende Maas gewerkt aan het versterken van de dijk van Ravenstein tot de sluis bij Lith. De Maas wordt aan Gelderse en Brabantse zijde meer ruimte gegeven en het gebied wordt mooier en economisch sterker gemaakt, aldus het projectplan. Soms is de wandelroute hier afgesloten (bijvoorbeeld vanwege stieren in de wei) en bij hoge waterstanden kan het pad niet of moeilijk begaanbaar zijn. Is dat het geval, blijf dan doorlopen op de Maasdijk tot Ravenstein. Je passeert dan de dorpjes Demen en Neerlangel. In laatstgenoemde plaats staat de Sint-Jan de Doperkerk.
Sint-Jan de Doperkerk, Neerlangel. Aquarel. Maker: R.A.A. van Claarenbeek.
Datering: 1869. Formaat: 32,8 x 19,6 cm. Vindplaats: N 18 / 411.11 Joha (1)
Reinerius Aloysius Arnoldus van Claarenbeek (1813-1896), maker van bovenstaande aquarel, was naast burgemeester van Ravenstein (1851-1896) een verdienstelijk tekenaar. Zo maakte hij een handgeschreven boek, het zogenaamde Burgemeestersboek, vol tekeningen en kaarten van stad en Land van Ravenstein. Dit boek bevindt zich in het Stadsarchief Oss. Van Claarenbeek legde de Sint-Jan de Doperkerk in 1869 vast, vlak voordat het oorspronkelijke zaalkerkje werd afgebroken. Op de fundamenten verrees de huidige neogotische kerk. De originele tufstenen toren bleef gespaard en is daarmee het oudste romaanse bouwwerk van Noord-Brabant.

We bereiken Ravenstein, in 1360 gesticht door Walraven van Valkenburg, leenman van de hertog van Brabant. Hij liet een kasteel bouwen aan de oever van de Maas om tol te kunnen heffen op langsvarende schepen. In 1818 is het kasteel gesloopt. De oorspronkelijke binnenplaats is nu een klein stadsparkje. De Kasteelse Poort waar we onderdoor lopen, verbond ooit de voorburcht van het kasteel met de stad. Onderstaande prent uit de Brabant-Collectie geeft een impressie van hoe het kasteel eruit heeft gezien.
Prospectus Castelli Ravestyn. Ets van Hendrik Causé naar een tekening van 
Jacques van Croes. Datering: 17e eeuw. Formaat: 16,9 x 28,8 cm. Vindplaats: R 22 / 820.11 (1)
Ravenstein en omgeving vormden lange tijd een zelfstandige heerlijkheid die geen deel uitmaakte van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Begin 16e eeuw werd de stad versterkt met wallen en bastions. Ruim een eeuw later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, vonden nieuwe versterkingen plaats en kreeg Ravenstein haar grootste omvang als vestingstad. De Franse bezetting in 1794 markeerde het einde van de onafhankelijkheid.
Ravensteyn 1628. Aquarel. Maker onbekend. Datering: 1628.
Formaat: 47,8 x 61,2 cm. Vindplaats: R 22 / 020 (5)
Op het einde van de Sint-Luciastraat komen we bij een pleintje waar het voormalige Raadhuis staat. Hierin zijn nu een restaurant en het Toeristisch Informatiecentrum Ravenstein gevestigd.
Zicht op het oude Raadhuis van Ravenstein (juni 2024)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Markt, Ravenstein. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-R 22 / 121 Mark (1)
Als we ons omdraaien, zien we de Sint-Luciakerk.
De torens van de H. Lucia Kerk te Ravenstein. Maker: Martien F.J. Coppens.
Datering: vóór 1952. Formaat: 10,5 x 15 cm. Vindplaats: pbk-R 22 / 411.11 Luci (1)
We lopen verder, passeren Neerloon en komen in natuurgebied Keent dat onder beheer valt van Brabants Landschap. Bij de ingang van het gebied staat een gedenkteken ter nagedachtenis aan het in 1927 aangelegde vliegveld dat een belangrijke rol speelde bij de bevrijding in 1944.
Gedenkteken vliegveld Keent (juni 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Het gebied waar we doorheen lopen, is tussen 2010-2014 grootschalig heringericht. Zo is een in 1938 afgesneden en dichtgegroeide Maasarm over een lengte van 4 km uitgegraven en aan één zijde weer aan de rivier getakt. Er zijn natuurlijke oevers aangelegd en agrarische gronden zijn omgevormd naar natuur. Vrij rondlopende kuddes runderen en paarden houden het gebied open. Een heerlijk struingebied voor de natuurliefhebber dus, maar tevens een prima manier om ruimte te geven aan de rivier bij hoogwater.
Overigens had de normalisatie van de Maas voor Keent nogal wat gevolgen. Het dorp maakte eerst deel uit van Balgoij in Gelderland, maar door de bochtafsnijding kwam het in provincie Noord-Brabant te liggen. Onderstaande manuscriptkaart van R.A.A. van Claarenbeek, de tekenende burgemeester die we al eerder tegenkwamen, toont het gebied waar we doorheen wandelen van vóór de afsnijding van de Maasarm.
Kaart van de Gemeenten Dennenburg, Deurzen, Huisseling etc. Gekleurde pentekening.
Maker: R.A.A. van Claarenbeek. Datering: 1862. Formaat: 46,5 x 62 cm.
Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / Oost / Ravenstein / 1862 (1) 
Het is nu nog even flink doorstappen op de laatste kilometers van deze lange wandeling. We lopen zuidwaarts en passeren Reek. Tot slot lopen we nog door het verrassend mooie natuurgebiedje de Gaalse Heide. Overblijfselen van een grafheuvel tonen aan dat dit gebied al bewoond was rond 6000 voor Christus. De laatste historische plek van vandaag is de Mineursberg op de Reekse Heide. Hier hadden de mineurs in de tijd van Napoleon (1806-1813) een oefenterrein. Momenteel is er een opleidings- en trainingscentrum voor de Genie gevestigd.
Knooppunt 45 is het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we de laatste etappe van het Zuiderwaterlinie Wandelpad naar Grave.

Verder lezen:
  • W. Boeijen: "Het vergeten vliegveld Keent/Airstrip B82 Grave". Schaijk: St. Het Boekenfonds van de Heemkundekring Schaijk-Reek, 1994. Vindplaats: BRA N3 BOEI 1994
  • C. Boerboom e.a.: Neerlangel vertelt: van 1900 tot heden. Neerlangel: St. Neerlangel Historie en Toekomst, 2005. Vindplaats: BRA Y3 BOER 2005
  • M. van den Broek: Dieden-Oijen: Gelders of Brabants? In: Tussen Maas & Erfdijk: periodiek Heemkundekring Land van Ravenstein, 2024, nr. 33, pag. 18-19. Vindplaats: T 10996
  • T. Caspers: Buitengewoon: de tauros. In: Brabeau, 2021, nr. 4, pag. 84-89. Vindplaats: T 10855
  • T. van der Loop e.a.: Keent: omarmd door water. Ravenstein: Buurtvereniging Keent, 2015. Vindplaats: BRA Y3 LOOP 2015
  • J. Peters: Sint-Jan de Doper Neerlangel: ervaar de inspirerende eenvoud van "de kleine Sint-Jan". Nijmegen: Thoben Offset, 2008. Vindplaats: BRA J3 PETE 2008
  • J. Verhoeckx: St. Lucia kerk te Ravenstein. S.l.: s.n., ca. 1980. Vindplaats: CBM B 42022
  • J. Vlemmix: De geschiedenis van het Land van Ravenstein. Ravenstein: Rotaryclub Schaijk-Land van Ravenstein, 2011. Vindplaats: BRA Y VLEM 2011
  • W. Wijnakker: Ravenstein, Huisseling, Koolwijk, Herpen, Overlangel, Keent, Neerloon, Deursen, Dennenburg, Dieden, Demen, Neerlangel. Ravenstein: Gemeente Ravenstein, 2002. Vindplaats: BRA Y WIJN 2002

maandag 3 februari 2025

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Lith naar Megen

Etappe 11 Zuiderwaterlinie Wandelpad ( 22 km)

We beginnen onze wandeling vandaag bij knooppunt 43 en volgen de Lithse Dijk zo’n anderhalve kilometer in oostelijke richting. De woning op nummer 50 dateert uit 1686, is niet alleen een rijksmonument, maar ook het oudste huis van Lith. Kunstenaar, arts en schrijver Hendrik Wiegersma is hier in 1891 geboren.
Lithse Dijk 50 (april 2024). © Jolanda van den Akker 
Brabant-Collectie, Tilburg University

Portret van Hendrik Wiegersma. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 13,5 x 8,8 cm. Vindplaats: P / W 62 (3)
Zijn vader, Jacob Wiegersma, stond model voor dorpsdokter Tjerk van Taeke in de roman ‘Dorp aan de rivier’ (1934) van Antoon Coolen. Volgens dit artikel kreeg Van Taeke echter ook trekjes van zoon Hendrik mee. Het bandontwerp en de tekeningen van de eerste druk zijn gemaakt door Hendrik.
Omslag 1e druk: Antoon Coolen: Dorp aan de rivier
Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1934.
Vindplaats: CBM 459 A 28
Bij knooppunt 48 lopen we richting het veer, steken de Maas echter niet over, maar volgen het fiets-/wandelpad langs de Brabantse oevers van deze rivier. We passeren het sluizencomplex van Lith.
Stuw aan de Maas bij Lith, N.B. Foto. Maker: Jan van Giersbergen. Datering: 1950-1970.
Formaat: 13,1 x 17,9 cm. Vindplaats: Giersb_NB_34. © Brabant-Collectie, Tilburg University

Sluizencomplex Lith (april 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Aangekomen bij de Oude Maas lopen we een stukje zuidwaarts en bereiken het fraaie dorpje Lithoijen. Dan volgen wederom enkele kilometers verhard lopen over de Lithoijense Dijk met links van ons de afgesneden Oude Maas-arm. Eventueel kun je in plaats hiervan kiezen voor een stukje natuurpad. Sla dan na de jachthaven linksaf en loop het natuurgebied in. Bij nat weer kan het hier erg drassig zijn. Volg je de dijk, en dus de oorspronkelijke route, dan passeer je bij knooppunt 48 het beeldhouwwerk Water, onze onstuimige vriend van Jan de Vries.
Water, onze onstuimige vriend van Jan de Vries (april 2024)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Is het weer je gunstig gezind en zijn de waterstanden niet te hoog, ga dan zeker van de verharde Oijense Benedendijk af en struin door natuurgebied De Hemelrijkse Waard. Het gebied is nog vrij jong (geopend in 2017), maar heeft nu al een hoge natuurwaarde.
Volg je de struinroute, dan kom je na het passeren van de uitkijktoren weer op de dijk. We lopen langs de noordzijde van Oijen en passeren niet veel later het Kasteel van Oijen. De Brabant-Collectie bezit onder andere deze prent van het kasteel, vervaardigd door Hendrik Speelman naar een tekening van Cornelis Pronk. Hierin wordt de situatie geschetst van rond 1732.
't Kasteel Oyen. Ets. Maker: Hendrik Speelman. Datering: 1750-1792.
Formaat: 8,1 x 11 cm. Vindplaat: O 50 / 820.11 (2)
Het oorspronkelijke kasteel is in 1361 in opdracht van Maria van Brabant gebouwd. In 1511 sloopten 200 Bosschenaren op bevel van de Habsburgers het gebouw in tien dagen tijd. Zo’n 80 jaar later bouwde Johan van Gendt een nieuw kasteel op de fundamenten van de voorburcht. Vele verbouwingen volgden, maar ook een gedeeltelijke sloop in 1837. Tegenwoordig is het een groepsaccommodatie en trouwlocatie.
Kasteel van Oijen (april 2024). © Jolanda van den Akker
Brabant-Collectie, Tilburg University
Ook het volgende dorp op onze route, Macharen, zien we alleen van de noord- en oostzijde. Via de Dorpenweg steken we het Burgemeester Delenkanaal over en vervolgen onze weg aan de andere oever van het kanaal. Met zicht op de Maas lopen we naar Megen. Na alle kilometers over dijken en door de natuur is dit een fijne plek om de wandeling te eindigen. Voordat we de wandelschoenen uittrekken, maken we nog een klein ommetje door dit vestingstadje met een bewogen geschiedenis. De 16e eeuw kenmerkte zich door verwoestende branden en om de soevereiniteit van Megen werd vaak gevochten. Lange tijd was het een zelfstandig graafschap. In 1800 werd het onderdeel van Brabant en veertien jaar later van het Koninkrijk der Nederlanden. Verder staat Megen bekend om de kloosters van de Franciscanen en de Clarissen. Historische foto’s met begeleidende tekst op diverse gevels in het stadje geven je een indruk van hoe het er hier uit zag rond 1900. Zo ook onderstaande foto uit de Brabant-Collectie. Hierop is de Gevangentoren te zien, een laatste restant van de vestingwerken en een voormalige gevangenis.
Gevangentoren te Megen. Foto. Maker onbekend. Datering: 1902.
Formaat: 9 x 14,5 cm. Vindplaats: M 41.1 / 111 Geva (1)
Ter afsluiting deze overzichtskaart uit onze collectie die het gebied ten zuiden van de Maas toont; van Crèvecoeur in het westen tot Ravenstein in het oosten. Laatstgenoemde plaats gaan we de volgende keer uitgebreid verkennen op onze tocht naar Reek.
Seer net gemeete kaarten van de respective polders Mase en Achterdyken etc. Gekleurde
kopergravure, uitgegeven door Nicolaas Visscher II e.a. Datering: 1750-1799. Formaat: 
45 x 77,5 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Maasland, Kwartier van / XVIII b/c (1)

Verder lezen:
  • A. Coolen: Dorp aan de rivier. Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1934. Vindplaats: CBM 459 A 28
  • J. Cunen: Het kasteel van Oijen. Oss: M.W. van Loosbroek, 1939. Vindplaats: BRA Y OSSE 7
  • H. van Liebergen: De Molenhof - Megen: de ontwikkeling van 'n kleine Brabantse stad: 1950-1968-2023. 's-Hertogenbosch: Harry van Liebergen, 2023. Vindplaats: BRA Y3 LIEB 2023
  • G. Ulijn: De geschiedenis van het graafschap Megen. Zaltbommel: Avanti, 1984. Vindplaats: BRA Y ULIJ 1984
  • G. Ulijn: Lith in oude ansichten, deel 1. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971. Vindplaats: BRA Z6 ANSI LITH/1
  • G. Ulijn: Lith in oude ansichten, deel 2. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1980. Vindplaats: BRA Z6 ANSI LITH/2
  • Het kasteel Oijen. S.l.: s.n., 19xx. Vindplaats: TRE C 0265

maandag 28 oktober 2024

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Vlijmen naar Lith

Etappe 10 Zuiderwaterlinie Wandelpad (25,7 km)

De vorige keer zijn we gestopt bij knooppunt 30. Zowel de website van het Zuiderwaterlinie Wandelpad als het bijbehorende wandelgidsje laten je beginnen bij knooppunt 22, zo’n anderhalve kilometer verder oostwaarts. Dat kan uiteraard, maar voor degenen die strikt alle kilometers van het pad willen lopen, beginnen we bij knooppunt 30, aan het Engelermeer. Hoe dit meer is ontstaan, is niet duidelijk. Mogelijk is het een stuk van een oude stroomgeul van de Maas, daterend van vóór de 13e eeuw. Het meer heeft ook andere namen gehad. Zo kun je op 18e-eeuwse kaarten de naam Graaflijkheidsmeer tegenkomen. Dit is mogelijk een verwijzing naar de tijd dat het gebied onder het gezag van de Graven van Holland viel. In de 19e eeuw wordt deze waterpartij ook simpelweg ‘De Meer’ genoemd.
Uitsnede van: Kaart dienende tot het Project van den Heer M: van Barneveld etc.
Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Maker: P.A. Ketelaar. Datering: 1754. Formaat gehele kaart:
55 x 136 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Land van Heusden / 1754 (1) 
Uitsnede van: Kaart der Algemeene Omkading onder de Gemeenten Vlijmen, Engelen,
Bokhoven, Well en Hedikhuizen
. Maker: A.J. Bogaerts. Datering: 1865. Formaat gehele kaart:
59,5 x 82 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / Oost / Vlijmen / 1865 (1) 
Vanaf 1952 vond op uitgebreide schaal zandwinning plaats en na 1980 werd het meer in westelijke richting uitgebreid. Momenteel is het een recreatieplas, waarvan een klein gedeelte een natuurbestemming heeft.
Na het Engelermeer volgt een wat saaier stukje langs een drukke weg en industrieterrein De Vutter. Dan slaan we linksaf naar de Graaf van Solmsweg en lopen langs de Dieze richting Engelen.

Links van de weg laat een lichte verhoging in het weiland de contouren zien van waar eens de Engeler Schans lag. De Spaanse legerleider Claudius van Berlaymont liet deze in 1579 aanleggen om de monding van de Dieze bij de Maas te controleren. Het verdedigingswerk speelde een rol tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch (1629). Van het oorspronkelijke fort en het omringende terrein is helaas niets meer over.
Kaart van het Dorp en Fort Engelen. Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Maker onbekend.
Datering: 18e eeuw. Formaat: 35,9 x 52,2 cm. Vindplaats: E 30 / 020 (1)
We volgen de Graaf van Solmsweg en passeren enkele historische panden, zoals het voormalig meisjespensionaat O.L. Vrouw van Lourdes en bijbehorend klooster. Aan overkant van het water ligt kasteel Meerwijk.
Kasteel Meerwijk. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 16 x 12 cm. Vindplaats: E 29.1 / 820.11 Meer (2)
Met een bocht naar links lopen we langs het Diezekanaal en steken de brug over bij Sluis Engelen oftewel de Henriëttesluis. Lopend op de andere oever van de gekanaliseerde Dieze hebben we mooi zicht op Engelen.

We lopen de Henriëttewaard in, bereiken spuisluis Crèvecoeur en niet veel later het gelijknamige fort. Bij de monding van de Dieze in de Maas bouwde het Staatse leger in 1587 een schans. Twaalf jaar later gaven de Spanjaarden het de vorm van een echt fort. Het speelde op diverse momenten in de geschiedenis een strategische rol in de verdediging van ’s-Hertogenbosch en wisselde vaak van eigenaar: Hollanders, Fransen, Spanjaarden en Duitsers namen het in bezit. En dat ging uiteraard niet zonder slag of stoot. Zo werd het fort in 1673 door de Fransen bij hun aftocht opgeblazen, maar werd het later ook weer herbouwd. Het fort heeft momenteel een militaire functie. Alleen op Open Monumentendag in september geeft beheerder Natuurmonumenten hier wel eens rondleidingen.
Plan et Project du Fort Crevecoeur. Mansucriptkaart; pen, gekleurd. Maker:G. van Amelsvoort.
Datering: 1735. Formaat: 50,2 x 71,2 cm. Vindplaats: C 42 / 020 (10) 
Crevecoeur. Ets. Makers: G. Bouttats en J. Peeters. Datering: 1673-1674.
Formaat: 18,4 x 28,3 cm. Vindplaats: C 42 / 1673 (1)
Nadat we onder het spoor zijn doorgelopen, volgen we ongeveer twee kilometer de Maasboulevard. We lopen langs enkele historische panden in Oud-Empel, fraai gelegen aan de Maas. De in de verte opdoemende gifgroene geluidsschermen van de A2 steken hier nogal schril bij af. De wandelroute gaat verder over de Empelsedijk. In de akkers rechts van ons stond van ongeveer 100 tot 250 na Chr. een grote Gallo-Romeinse tempel. Deze zogenaamde Tempel van Empel was gewijd aan Hercules Magusanus.
Hercules Magusanus in cortenstaal aan de Empelsedijk (maart 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We lopen door Gewande en niet veel later langs het Archeologisch & Paleontologisch Museum Hertogsgemaal.
Museum Hertogsgemaal (maart 2024).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Op onderstaande kaart van de Brabant-Collectie zie je hoe het traject dat we tot nu toe gelopen hebben er rond 1680 uitzag.
Caerte ende afteyckeninge van de kade opden Koorn-weerdt. Manuscriptkaart;
pen, gekleurd. Maker: J. Esser. Datering: 1680. Formaat: 31 x 40 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Korenweerd / 1680 (1)
Bij knooppunt 99 laten we de dijk achter ons en volgen het onverharde pad door de Maasuiterwaarden. Een prachtig natuurgebied, waar je soms je creativiteit moet gebruiken om de weg te vinden, zeker bij hogere waterstanden. In het uiterste geval, als het gebied echt onbegaanbaar is, kun je kiezen voor de verharde Wildse Dijk tot voorbij Maren-Kessel, maar dan mis je wel veel moois.
Maasuiterwaarden (maart 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Uiteindelijk bereiken we weer de bewoonde wereld, maken nog even een ommetje langs het Soldatenwiel en komen uit bij knooppunt 43 aan de Lithse Dijk. Dit meest westelijke puntje van Lith is het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Megen.

Bronnen:
  • J. Biemans e.a.: Engelen: grensdorp aan de Dieze. Engelen: Werkgroep Engelenboek & Angrisa Heemkundekring Engelen, 2011. Vindplaats: BRA Y BIEM 2011
  • H. Bruggeman: Rond Crèvecoeur: de geschiedenis van een vergeten fort. 's-Hertogenbosch: uitgave in eigen beheer, 1992. Vindplaats: BRA J BRUG 1992
  • T. van der Lee e.a.: De kindercanon van Engelen: van de oudste tot de nieuwste nederzetting in ons Uniek Diezedorp. Engelen: Angrisa Heemkundekring Engelen, 2015. Vindplaats: BRA Y LEE 2015
  • B. van Opzeeland: Het Engelermeer: historie en avifauna. In: Met gansen trou, 2001, nr. 10, pag. 114-119. Vindplaats: T 07445
  • B. van Opzeeland: Het Engelermeer: historie en avifauna (2). In: Met gansen trou, 2001, nr. 11, pag. 130-141. Vindplaats: T 07445
  • N. Roymans en T. Derks: De tempel van Empel: een Hercules-heiligdom in het woongebied van de Bataven. 's-Hertogenbosch: St. Brabantse Regionale Geschiedbeoefening & St. Archeologie en Bouwhistorie 's-Hertogenbosch e.o., 1994. Vindplaats: BRA Z3 GBV 2
  • A. Verhagen en D. Mol: De Groote Wielen: er was eens...: wie woonden er in de Groote Wielen in de ijstijd? Norg: DrukWare, 2009. Vindplaats: BRA Z3 VERH 2009
  • G. van Wijk: Het Land van Heusden in kaart en beeld gezet: 700 jaar geschiedenis van het Land van Heusden in kaart en beeld gebracht. Nieuwkuijk: Heemkundekring Onsenoort, 2021. Vindplaats: BRA Z4 WIJK 2021