Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label A.M. de Jong. Alle posts tonen
Posts tonen met het label A.M. de Jong. Alle posts tonen

donderdag 11 december 2025

A.M. de Jong: auteur van de Merijntje Gijzen-reeks, maar ook van een klassieke strip

In 2025-2026 wordt gevierd dat de Brabantse streekromans over Merijntje Gijzen honderd jaar geleden voor het eerst verschenen. Auteur van deze zeer populaire reeks was de van origine West-Brabantse auteur A.M. de Jong (Nieuw-Vossemeer 1888-1943 Blaricum). De Jong is echter niet alleen bekend van Merijntje Gijzen. In de Brabant-Collectie bevinden zich ook zijn vooroorlogse stripboeken, uitgegeven door koffiemerk Van Nelle.

Bulletje en Boonestaak geldt als een klassieker uit de Nederlandse stripgeschiedenis. De reeks over deze twee kwajongens verscheen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, oorspronkelijk in de socialistische krant Het Volk. Bulletje en Boonestaak kan worden gezien als de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan het internationale genre van de kwajongensstrip.

De voorstelling van beide helden werd gebruikt op de omslagen. A.M. de Jong en G. Van Raemdonck, De wereldreis van Bulletje en Boonestaak (Rotterdam 1928-1931).

Stripverhalen kennen veelal twee auteurs: de tekstschrijver en de tekenaar. Vaak is er bij het publiek meer aandacht voor de tekeningen. Sommigen denken zelfs dat strips geen vooropgezet plan hebben. Zonder scenario zijn het echter slechts onsamenhangende plaatjes en is er geen sprake van een stripverhaal. Er wordt in stripkringen vaak beweerd dat een goed verhaal minder geslaagde plaatjes kan redden, andersom kan dit niet: reeksen mooie plaatjes zijn een visuele brij als er geen onderlinge samenhang is. Daarin zijn strips vergelijkbaar met films, die ondenkbaar zijn zonder planning vooraf van scènes en dialogen.

In tekststrips is de wisselwerking tussen woord en beeld belangrijk. In: De wereldreis van Bulletje en Boonestaak, tweede deel (Rotterdam 1928-1931), p. 15, ill. 112B.

Tekenaar van Bulletje en Boonestaak was de Belg George van Raemdonck (1888-1968). Hij was getrouwd met Adriana Maria Denissen, een vrouw uit Bergen op Zoom. Ze woonden anderhalf decennium in Nederland, onder meer in Halsteren, van 1914 tot 1928.  De leeftijdgenoten De Jong en Van Raemdonck smeedden een hechte vriendschap, die onder meer gevoed werd door een gedeelde politieke, linkse overtuiging. 

De Van Nelle-boekjes bevatten niet louter onschuldige verhaaltjes. Van sommige werden de plaatjes gekuist, bijvoorbeeld afbeeldingen van naaktzwemmen. Ook waren er tekstuele aanpassingen. Ouders vonden de op kinderen gerichte verhalen opvoedkundig niet altijd geschikt, onder meer vanwege het gebruik van scheldwoorden en spreektaal door De Jong. Tevens was er sprake van veel leedvermaak en pestgedrag in de avonturen. De reeks was verder politiek getint met aandacht voor uitwassen als slavernij, racisme, kolonialisme en oorlog. Ook godsdienst werd kritisch belicht. De Jong en Van Raemdonck waren links georiënteerd en keerden zich in andere publicaties onder meer tegen het opkomend fascisme.

De avonturen van Bulletje en Boonestaak hebben een hoog slapstickgehalte. In: De wereldreis van Bulletje en Boonestaak , zesde deel (Rotterdam 1928-1931), p. 23, ill. 492A en B.

De lange reeks biedt sociaal engagement en geeft ook inzicht in de Nederlandse humorcultuur van het interbellum. Aan de nationale humorbeleving werd door de Brabander De Jong en zijn Vlaamse geestverwant Van Raemdonck met een zekere botheid iets licht ontregelends toegevoegd. Deze vroege klassieker is een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse stripgeschiedenis.

De afbeeldingen zijn afkomstig uit de meerdelige oblong boekjes van het Rotterdamse koffie- en theebedrijf Van Nelle en zijn aanwezig bij de Brabant-Collectie, Tilburg University.
Het volledige artikel van Olivier Rieter is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 3 (september 2026), p. 6-12. Zie hier de pdf.

maandag 3 juli 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Welberg naar Dinteloord

Etappe 2 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 23 km)

De wandeling begint vandaag in Welberg, behorend tot gemeente Steenbergen. In de Brabant-Collectie bevindt zich onderstaande prentbriefkaart uit circa 1915. Naast enkele kinderen zien we een groepje Nederlandse soldaten. Gezien de datering – aan het begin van de Eerste Wereldoorlog - waren zij mogelijk in de nabijheid van Welberg gelegerd of ingekwartierd bij de plaatselijke bevolking.
Steenbergen. Welberg. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: W. van de Kar.
Datering: ca. 1915. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-S 83 / 121 Welb (1)
Lange tijd is Welberg een agrarisch lintdorp langs de Welbergse dijk. Vanaf 1928, na de consecratie van de nieuwe Sint-Corneliuskerk en de opening van twee scholen en een patronaat onder leiding van pastoor Janus Ermen, is er sprake van een kleine dorpskern. Pastoor Ermen speelt een belangrijke rol bij een ware Mariadevotie die in het dorpje op gang komt. In de jaren 1930 raakt hij gefascineerd door de bedlegerige Janske Gorissen, die regelmatig mystiek-religieuze ervaringen heeft. Zo verschijnen Jezus en Maria aan haar, krijgt ze stigmata en huilt ze bloedtranen. Ermen maakt dit alles wereldkundig en gelovigen komen, zelfs vanuit België en Duitsland, met busladingen vol om het ‘Bruidje van Jezus’ te zien. Maar in de jaren 1940 start het Vaticaan een uitgebreid onderzoek naar de verschijningen van Janske en naar haar werkelijke relatie met pastoor Ermen. Tien jaar later wordt verdere verering verboden. Wil je meer weten over deze Welbergse verschijningen en hoe alles uiteindelijk in de doofpot verdween, lees dan Vurige liefde van Peter Jan Margry.
Informatiepaneel bij de Mariakapel, Hoofdstraat te Welberg (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten Welberg, maken een bocht naar het oosten en lopen via de noordkant Steenbergen binnen. Hier volgt de wandelroute min of meer de buitenste omwalling van de 17e-eeuwse zeshoekige vesting, mooi te zien op onderstaande kaart uit de Brabant-Collectie. Linksboven is de Leur Schans afgebeeld, maar daarover straks meer.
De Stad Steenbergen en de Leur Schans met des Selfs Vastigheid
als mede het begin van de Linie en de Haven
. Kopergravure. Maker: Jan de Lat.
Formaat: 30,2 x 22,2 cm. Vindplaats: S 83 / 020 (2)
Steenbergen groeide tussen de 13e en de 15e eeuw dankzij de zoutwinning uit tot een belangrijke handelsstad. Zout, indertijd een schaars product dat vaak van ver gehaald moest worden, werd voornamelijk gebruikt voor het conserveren van voedsel. De veengebieden rondom Steenbergen, eeuwenlang overstroomd door zeewater, leenden zich echter goed voor moernering oftewel selnering. Veen werd verbrand, waarna de resterende as gespoeld werd met water. Na het indampen van het pekelwater bleef een redelijke kwaliteit zout over. Door een grote brand in 1366 en twee opeenvolgende watersnoodrampen (1421 en 1460) stortte niet alleen de zoutwinning in, maar raakte ook de stad eind 15e eeuw in verval. Nog meer rampspoed volgde tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). De stad had een strategische ligging op een landweg tussen de Zeeuwse en Hollandse eilanden, waardoor meerdere gevechten en belegeringen plaats vonden. Zoals bijvoorbeeld de Slag bij Steenbergen op 17 juni 1583.
Bataille de Steenbergen donnée le 17. Juin l'an 1583. Kopergravure.
Formaat: 14,8 x 18,5 cm. Vindplaats: S 83 / 1583 (4)
Dit werk uit de Brabant-Collectie heeft dezelfde voorstelling als de ets, getiteld Bataille de Steenberghen, vervaardigd door Romeyn de Hooghe naar ontwerp van Don Juan de Ledesma in 1670-1699. Op bijna dezelfde prent in de collectie van het Rijksmuseum zie je de letter H (rechts, boven het huisje) bij Alexander Farnese, hertog van Parma en bevelhebber van de Spaanse troepen. Linksboven op de prent zie je Steenbergen.
Na de herovering van de stad door prins Maurits volgden vanaf 1626 herstel en uitbreiding van de vestingwerken. Fort Henricus werd gebouwd en Steenbergen werd onderdeel van de West-Brabantse Waterlinie. Vanaf dat moment was het een onneembare vesting.

We vervolgen onze route en lopen langs de Sint-Gummaruskerk, op onderstaande prentbriefkaart rechts in beeld. Deze afbeelding stamt uit 1929, ruim voor de catastrofale vernieling van de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kerk werd opgeblazen, de torens stortten in, het schip brandde uit en het glaswerk ging verloren. Na de oorlog volgde een renovatie en in 1949 werd de kerk weer in gebruik gesteld. In de jaren 1960 herbouwde men de toren en zo’n veertig jaar later volgde nog een grootschalige restauratie.
Steenbergen - Vogelvlucht. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever:
P.A. Vermeulen. Datering: 1929. Formaat: 8,8 x 13,7 cm. Eigendom Brabant-Collectie

Sint-Gummaruskerk, Steenbergen (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten Steenbergen, lopen noordwaarts over de West-Havendijk en komen aan bij fort Henricus, op oude kaarten ook wel Leur Schans genoemd. Met zijn 11,5 hectare aan oppervlakte was het een van de grootste forten in het zuidwesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden en vormde het vanaf 1626 een belangrijke schakel in de verdediging van Steenbergen. Het fort lag in die tijd nog aan open water en stond in directe verbinding met de zee. Herhaaldelijk werd het land onder water gezet (inundatie) om te vijand tegen te houden. De 450 manschappen in het fort en de kanonnen op de aarden wallen deden de rest van het werk.
In 1816 raakte het fort in onbruik en kreeg uiteindelijk de functie van landbouwgrond. Eerherstel volgde in 2017 toen eigenaar Natuurmonumenten subsidie kreeg voor een reconstructie van het fort. Er ligt nu een toegangsbrug over de gracht en de aarden wallen zijn hersteld. Vanaf een uitkijktoren heb je mooi zicht op de contouren van het fort en de wijde omgeving. De oude gebouwen zijn niet herbouwd, omdat men niet precies wist hoe die er vroeger uitzagen. Informatieborden geven je een idee hoe het leven er hier in de 17e eeuw uitzag, toen honderden soldaten en hun vrouwen en kinderen er een compleet dorp vormden. Wil je meer weten over de geschiedenis van het fort, lees dan deze publicatie van Han Leune.


We lopen over een grasdijk met links een polderlandschap en rechts de Steenbergse Vliet, waarop menig langsvarend plezierjacht te zien is. Er is ook ruimte gemaakt voor de natuur, want een gedeelte van de Vliet staat onder beheer van Natuurmonumenten. Dus kijk vooral goed om je heen, dan zie je wellicht nog een bruine kiekendief over het moerasgebied scheren.

We naderen buurtschap De Heen dat zijn naam ontleent aan een grassoort die in deze omgeving veel voorkomt. Het is gesticht in 1614, enkele jaren na de bedijking van de polder. De magistraat van Steenbergen zag de stichting van een dorp in de polder als een bedreiging voor zijn stad. Dat is voor ons nu wellicht moeilijk voorstelbaar, als je kijkt naar de omvang van De Heen. Echter, de stad Steenbergen kende indertijd een periode van groot verval en het was niet ondenkbaar dat De Heen, veel gunstiger gelegen aan open water, daarvan zou kunnen profiteren. De vrees was onterecht. In De Heen had men geen aspiraties op het gebied van handel en verkeer en de polder had enkel agrarische doeleinden.

De eerste inpolderingen vonden hier plaats vanaf 1331, toen hertog Jan van Brabant de inwoners van Steenbergen toestemming gaf om polders en dijken aan te leggen. Maar pas halverwege de 15e eeuw neemt dit serieuze vormen aan. Onderstaande uitsneden van drie kaarten uit de Brabant-Collectie geven een indruk van de landaanwas in deze streek in opeenvolgende periodes, beginnend in 1692 en eindigend in de periode 1825-1850.
Uitsnede van: Brabante, Parte Settentrionale Dedicato Al Reuerendissimo Signore
Canonico Gio: Cupilli
. Gekleurde kopergravure. Maker en uitgever: Maria Vincenzo Coronelli.
Datering: 1692. Formaat: 43 x 58 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / XVII d (2)

Uitsnede van: Brabantiae Batavae pars occidentalis etc. Gekleurde kopergravure. Uitgevers:
Nicolaas Visscher II en Petrus Schenk II. Datering: na 1726. Formaat: 46 x 57 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / XVIII d (1) (bis)
Op bovenstaande kaart zie je ten noorden van Steenbergen de naam Leur-Schans staan. Zo werd fort Henricus vroeger genoemd. Links daarvan ligt Heene, de oude benaming voor De Heen. Goed zichtbaar is hier de gunstige ligging van dit plaatsje aan open water.
Uitsnede van: Kaart van het Arrondissement Breda, volgens de kaart van den Luitenant 
Generaal Kraayenhoff
. Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Datering: 1825-1850.
Formaat: 54,5 x 72,5 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / X!X b (1)
Bovenstaande kaart laat zien dat rond 1825-1850 de inpoldering weer verder gevorderd is. Tevens geven de jaartallen vermeld bij de polders een beeld van wanneer welk stuk land beschikbaar kwam.

Het is nu even doorbijten op de lange, rechte polderwegen. Een fijne onderbreking vormt het sluizencomplex Benedensas, ook te vinden op bovenstaande historische kaart. Het complex, geopend in 1824, zorgde er ruim anderhalve eeuw voor dat het water van het Volkerak bij vloed niet landinwaarts stroomde. Na het afsluiten van het Volkerak in 1987 verloor de sluis deze functie.
We komen bij een rolbrug die zorgt voor een verbinding met een eilandje in de Steenbergse Vliet. Je moet op een knop drukken om de brug in werking te zetten, maar wees geduldig. Het kan soms wel enkele minuten duren (uit veiligheidsoverwegingen) voor er ook maar iets gebeurt. Je geduld wordt beloond met restaurant, huiskamercafé en theetuin Beneden Sas, een rustieke pauzeplek (check vooraf de openingstijden).
Deze rolbrug, zij het in een iets oudere vorm, is te zien in de televisieserie Merijntje Gijzen’s Jeugd. Begin jaren 1970 werden onder regie van Kees van Iersel bij Benedensas en omgeving filmopnames gemaakt voor deze 11-delige serie, gebaseerd op de gelijknamige romancyclus van A.M. de Jong. Het werd een ware kijkhit. De Jong gebruikte veel eigen jeugdherinneringen en schetste een beeld van het boerenarbeidersmilieu begin 1900 in West-Brabant. Aflevering 1, te zien op YouTube, begint met beelden van het sluizencomplex en het oude peilhuisje. Hier werden jarenlang de eb- en vloedstanden gemeten. Vervolgens zie je twee mannen aan een wiel draaien om de rolbrug in beweging te zetten. Deel 1 van de romancyclus Merijntje Gijzen’s jeugd was overigens in 1936 ook al eens verfilmd. Over Merijntje Gijzen en de beeldvorming van het Brabantse verleden schreef cultuurhistoricus Olivier Rieter - onder andere werkzaam als vrijwilliger bij de Brabant-Collectie - een boeiend artikel in het tijdschrift In Brabant.
Via een ‘gewone’ brug zetten wij vervolgens voet aan wal en lopen door het Saspoldertje. Een fraai stukje natuur, waar het overigens wel drassig kan zijn. De liefhebber die nog meer natuur wil meepakken én bereid is wat extra kilometers aan de route toe te voegen, kan een wandeling door de Dintelse Gorzen overwegen. Of een keer terugkomen uiteraard.


De resterende kilometers van vandaag lopen we over dijkwegen met 360˚ rondom zicht op het polderlandschap. Allereerst de Koningsoorddijk en de Kleinedijk, die samen ongeveer de noordelijke begrenzing van de Koningsoordpolder vormen. De bedijking van deze polder stamt uit 1699-1700. Vervolgens bereiken we via de Smallendijk, de Oudlandsedijk en de Stoofdijk de buitenwijken van Dinteloord. Knooppunt 32 is het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Willemstad.

Bronnen:
  • A. Delahaye: Dorp en polder aan de Vliet: bij het 350-jarig bestaan van de Heensche polder en het dorp De Heen. S.l.: s.n., 1962. Vindplaats: CBM B 05439
  • F. van Eekelen: De vloek van de zeemeerminnen: Steenbergen, een stad met geschiedenis. Soest: Uitgeverij Boekscout.nl, 2014. Vindplaats: BRA Y EEKE 2014
  • K.A.H.W. Leenders: Verdwenen venen: een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad 1250-1750 (Actualisering 2013). Woudrichem: Pictures Publishers, 2013. Vindplaats: BRA W LEEN 2013
  • J.M.G. Leune: Kroniek van het fort Henricus te Steenbergen. Broek op Langedijk: GigaBoek, 2017. BRA J LEUN 2017
  • O. Rieter: Merijntje Gijzen: nostalgie of anti-nostalgie? Beeldvorming over het Brabantse verleden. In: In Brabant, 2020, jaargang 11, nummer 1, pag. 6-11. Vindplaats: T 10771

maandag 8 mei 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Bergen op Zoom naar Welberg

Etappe 1 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 18 km)

Vandaag is de aftrap van de nieuwe blogreeks over het Zuiderwaterlinie Wandelpad. We starten de wandeling bij knooppunt 20, Stationsstraat 5 te Bergen op Zoom. Het historische stadshart, met onder andere de Grote Markt en het Markiezenhof, laten we letterlijk links liggen, want wij lopen verder noordwaarts. Maar de liefhebber kan uiteraard een extra ommetje aan de route toevoegen.
Onderstaande prentbriefkaart uit de Brabant-Collectie laat zien hoe onze startplek er eind 19e, begin 20e eeuw uitzag. Het pand met het torentje aan de linkerzijde, Stationsstraat 12, stamt uit 1884 en is een rijksmonument. Ontwerper én bewoner hiervan was C.P. van Genk, een architect uit Bergen op Zoom.
Bengen (sic) op Zoom. Stationsstraat. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: A.I.A. de Kok,
Bergen op Zoom. Datering: periode 1884-1903. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-B 46.2 / 121 Stat (1) 
Bij onze eerste halteplaats, Ravelijn Op den Zoom, gaan we verder terug in de tijd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kreeg Bergen op Zoom de status van vesting- en garnizoensstad en werden bestaande verdedigingswerken uitgebreid. Men doorstond maar liefst twee belegeringen: die van de hertog van Parma in 1588 en die van Spinola in 1622. Eind 17e eeuw moesten de vestingwerken vernieuwd worden en Menno van Coehoorn kwam met een uitgebreid plan dat gezien kan worden als zijn meesterwerk. De stad kreeg de bijnaam La Pucelle (= De Maagd), omdat ze onoverwinnelijk leek. Maar in 1747 liep het mis en viel Bergen op Zoom in Franse handen.
Het ravelijn diende ter verdediging van de erachter gelegen vestingwal. Na de opheffing van de vestingstatus van Bergen op Zoom in 1867 werd veel afgebroken, maar dit ravelijn bleef gespaard. Belangrijkste reden hiervoor was dat de omliggende gracht van belang was voor de drinkwatervoorziening. Die gracht heet De Vest, maar wordt in de volksmond Pielekeswater genoemd. Deze naam voert terug naar het Antwerpse woord pilleken (uitgesproken als pieleke) voor eend. Een staande opmerking onder Bergenaren voor iemand die een erg omslachtig betoog houdt is: Hij gaat langs het Pielekeswater.
Ravelijn op den Zoom. Pillekenswater. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: A.I.A. de Kok,
Bergen op Zoom. Datering: 1907. Formaat: 8,8 x 13,7 cm. Eigendom Brabant-Collectie
Van 1927 tot 1977 bevond zich een gemeentekwekerij op dit ravelijn, daarna werd het een openbaar plantsoen. In de jaren dertig van de vorige eeuw vond een eerste restauratie plaats. In 2017-2018 gebeurde dat opnieuw, in nauw overleg met Stichting Menno van Coehoorn. Als de toegangspoort open is, kun je de binnenplaats bekijken. Een bezoek van het gehele bouwwerk kan alleen o.l.v. de Stadsgidsen Bergen op Zoom.

We laten de stad achter ons en volgen de West-Brabantse Waterlinie, het oudste gedeelte van de Zuiderwaterlinie en vanaf 1628 de vervanger van de Linie van Eendracht. Landbouwgronden en moerassige gebieden tussen Bergen op Zoom en Steenbergen stonden tussen 1628 en 1830 maar liefst zes keer onder water om diverse vijanden tegen te houden. Op de hogere delen lagen de volgende vier forten (gezien vanaf Bergen op Zoom in noordelijke richting): Moermont (verdwenen en een woonwijk geworden), Pinssen, De Roovere en Henricus. De eerste drie waren in een recordtijd van 23 weken gebouwd en werden opgeleverd in november 1628.
Tabvla Bergarum ad Zomam Stenbergae et novorum ibi opaerum etc. Gekleurde kopergravure.
Maker: Franciscus van Schoten. Amsterdam: Johannus Janssonius, 1638. Formaat: 22,5 x 53,5 cm.
Vindplaats: Hertogdom Brabant / West / Bergen op Zoom / 1638
Bovenstaande kaart uit 1638 toont deze vier forten en het tussenliggende, geïnundeerde gebied. Rechtsonder is een inzetkaartje te zien, getiteld Castra Pinssi. Dit is Fort Pinssen, dat zijn naam dankt aan kolonel Willem Pijnssen van der Aa, de bevelhebber over het legerkamp en de eenheden die werkten aan de linie. Het fort ging in 1816 dicht en raakte in de loop der jaren overwoekerd. Het is nu niet meer toegankelijk, maar de omgeving leent zich prima om er heerlijk te wandelen.

We lopen verder noordwaarts over de laatste restanten van een liniewal, gerealiseerd in 1727 naar een ontwerp van Menno van Coehoorn. Deze liniewal verbond de drie zuidelijke forten met elkaar. Van de oorspronkelijk 5,5 km lange linie is 1 km bewaard gebleven. Natuurfilmer en documentairemaker Roel Diepstraten liep dit traject ook en maakte filmbeelden voor de tv-serie Op Pad van Omroep Brabant.

We komen aan bij Fort De Roovere, het grootste fort van de West-Brabantse Waterlinie. De naamgeving gaat terug naar Pompejus de Roovere, de staatsman die verantwoordelijk was voor de bouw van fortificaties. Naar hem is ook de Pompejus-toren genoemd, een 25 meter hoge uitkijktoren. Sinds maart 2018 kun je, na het overwinnen van 129 traptreden, genieten van een fraai uitzicht over het fort en de omgeving. De toren, ontworpen door RO&AD Architecten, is tevens een openluchttheater en biedt plaats aan 225 personen. Dezelfde architecten ontwierpen de zogenaamde Mozesbrug. Deze brug ligt als een sleuf ín de gracht en is van veraf niet te zien. Eenmaal op de brug loop je op ooghoogte met het water, een bijzondere ervaring.
Zicht vanaf de Mozesbrug op de Pompejus-toren bij Fort De Roovere (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Jacob Vleugels was de oorspronkelijke ontwerper van De Roovere, en ook de forten Pinssen en Moermont kwamen van zijn hand. De Roovere werd gebouwd naar Oudnederlands model met een bastion op elk van de vier hoeken. In plaats van gemetselde muren - die niet bestand bleken tegen gietijzeren kogels – bestond het fort uit dikke aarden wallen. In 1727 en rond 1784 werden verbeteringen en wijzigingen doorgevoerd aan het fort. Naast enkele barakken en magazijnen bevond zich midden 18e eeuw op het eenvoudige binnenterrein ook een kerk. En dat is mooi te zien op onderstaande kaart uit onze collectie. In 1816 werd het fort als vestingwerk opgeheven en het van oorsprong kale gebied eromheen raakte in de daaropvolgende jaren steeds meer begroeid. De grootschalige restauratie in 2010 heeft van De Roovere een historische en recreatieve trekpleister gemaakt.
Aftekening van t Rovers Fort met desselfs Belegering door de France Generaal Louwendaal
met de Aantekening van de Attaque van weerskante, en de Lienie
. Kopergravure. Datering: 1747.
Formaat: 30,1 x 22,5 cm. Vindplaats: B 46.2 / 1747 (62)
We gaan weer verder met onze wandeling en lopen door natuurgebied Het Laag, ook bekend als Halsters en Oudlands Laag. Dit gebied ligt anderhalve meter onder NAP, mede door de vervening die hier vanaf 1263 plaatsvond. De turfwinning in West-Brabant is een vaak vergeten geschiedenis. In 2005 staken enkele heemkundigen de koppen bij elkaar om dit onderwerp meer publieke aandacht te geven, wat resulteerde in Projectgroep Herleving Turfgeschiedenis West-Brabant. Ook het aangrenzende Belgische land kent een lange verveningsgeschiedenis, een mooie aanleiding dus voor een grensoverschrijdend project. Aldus geschiedde in 2018 met Beleef de verdwenen venen. Wandel- en fietsroutes werden uitgezet en verzameld in een ‘turfbelevingsbox’. Op de route werden zogenaamde veenpalen van cortenstaal geplaatst met gedichten van Geert de Kockere. De hoogte van de palen laat zien hoe ver het land is afgegraven. Ben je op zoek naar een gedegen studie over deze vergeten geschiedenis, lees dan Verdwenen venen van Karel Leenders.
Veenpaal met een gedicht van Geert de Kockere (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De lage ligging maakte dit gebied generaties lang uitermate geschikt voor inundatie. Als gevolg hiervan stond het land soms jaren achter elkaar onder water, met als gevolg een permanente ‘plas-dras-situatie’ die agrarisch gebruik onmogelijk maakte. Nadat inundatie niet langer werd ingezet als militair verdedigingsmiddel werd in de jaren 1930 het waterpeil omlaag gebracht en het gebied omgevormd tot grasland. Maar nu voert de natuur de boventoon: in 2009 is de voedselrijke bovenlaag afgegraven en krijgen zeldzame planten weer een kans.

En zo bereiken we Welberg, het eindpunt van deze etappe. Wil je verder lezen over de streek waar we vandaag doorheen zijn gelopen, dan heeft de Brabant-Collectie heel wat te bieden. Te veel om op te noemen, en onderstaande lijst met bronnen is dan ook slechts bedoeld als startpunt. Bekijk daarom zeker onze zoekinterface BCfinder en ontdek wat wij nog meer in huis hebben aan boeken en tijdschriftartikelen, maar natuurlijk ook aan afbeeldingen en historische kaarten.

Bronnen:
  • E. Adriaansen e.a.: Canon van Bergen op Zoom: 55 hoogtepunten verteld voor jong én oud. Bergen op Zoom: De Geschiedkundige Kring van Stad en Land van Bergen op Zoom, 2022. Vindplaats: BRA Y ADR 2022
  • A.M. Bosters: Fort De Roovere: enige nadere gegevens uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. In: Jaarboek "De Ghulden roos". Roosendaal: Oudheidkundige Kring 'De Ghulden roos', 2001. Pag. 22-37. Vindplaats: BRA Y GHUL 2001
  • A. van den Bulck en R. Hermans: Weg van de turf: fietsrouteboek. Roosendaal: Werkgroep Herleving Turfhistorie West-Brabant, 2012. Vindplaats: BRA H4 BULC 2012
  • K.A.H.W. Leenders: Verdwenen venen: een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad 1250-1750 (Actualisering 2013). Woudrichem: Pictures Publishers, 2013. Vindplaats: BRA W LEEN 2013
  • Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: een open boek. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Vindplaats: BRA N ZUID 2018