Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label Heeze. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Heeze. Alle posts tonen

maandag 23 mei 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van station Heeze naar Soerendonk

Etappe 8 Brabants Vennenpad (23 km)

Startpunt van vandaag is het op 1 mei 1977 geopende station Heeze. Het verving het ruim een kilometer zuidwaarts gelegen oude station Heeze-Leende, waarvan de Brabant-Collectie onder andere deze twee prentbriefkaarten bezit.
Heeze Station (Voorzijde). Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: 1914.
Uitg. G. v.d. Paal - v. Kessel, Heeze. Formaat: 8,7 x 13,7 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University

Heeze Station (Achterzijde). Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: 1914.
Uitg. G. v.d. Paal - v. Kessel, Heeze. Formaat: 8,7 x 13,7 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
Met de bouw van station Heeze-Leende, gelegen aan de amper 25 km lange spoorlijn Eindhoven-Weert, begint men in 1912. Op 30 oktober 1913 wordt het nieuwe treintraject in gebruik genomen, en daarmee ook de stations die er aan liggen. In De Maasbode staat de volgende dag een verslag. Tijdens de eerste feestrit over het traject, met aan boord veel hoogwaardigheidsbekleders, wordt onder andere station Heeze-Leende aangedaan: “Ook hier speelde bij aankomst de muziek. De burgemeester van Heeze, het woord voerende, zeide de totstandkoming der lijn toe te juichen voor de welvaart van Heeze en voor den bloei van dit gewest en bracht dank aan de regeering, aan de Exploitatie der S.S. (Staatsspoorwegen red.) en aan haar personeel en sprak de hoop uit, dat dit schoonste plekje van Noord-Brabant in welvaart zal toenemen.” De nieuwe spoorlijn haalt Heeze en omstreken uit haar isolement en zowel het personen- als het goederenvervoer maakt een fikse stap voorwaarts. Zo kan bijvoorbeeld het hout uit de bossen van Heeze, bedoeld voor de mijnbouw in Limburg, sneller vervoerd worden. Station Heeze-Leende is gesitueerd aan de zuidkant van de spoorwegovergang Leenderweg - Oude Stationsstraat. Op een eilandperron bevinden zich de wachtkamers en is een anderhalve verdieping hoog, asymmetrisch gebouw gezet. Het dak is deels tentdak, plat dak en schilddak. Guusje Veldhuizen laat in haar artikel in Heemkronijk (1993, jg. 32, nr. 1, p. 18-20) Giel Engelen aan het woord, die jarenlang met zijn gezin tegenover het station woonde: "Het station heette (tot 1960) officieel ‘Heeze-Leende'. In die dagen liep de conducteur met zijn pannekoek (sic) en fluitje langs de trein, riep de naam van het station en sloot de deuren met een stevige klap en zo'n grote koperen grendel. In Geldrop riep er altijd een als grapje: "Uitstappen, mun-geld-is-op, geld-is-op", en in Heeze zong hij altijd hetzelfde liedje: "Hete Leentje, hete Leentje"!" Op 22 mei 1977 valt het doek voor dit station en wordt het, tot verdriet van vele inwoners van Heeze, gesloopt.

We verlaten de bebouwing van Heeze en lopen richting Natuurgrenspark De Groote Heide dat zich uitstrekt van Eindhoven in het noorden tot over de grens met België in het zuiden. Dit natuurgebied is maar liefst 6.000 hectare groot en we hebben er al stukjes van doorkruist, zoals de vorige keer de Strabrechtse Heide en de Herbertusbossen bij Kasteel Heeze. Het ligt op grondgebied van de gemeentes Cranendonck, Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard en in België Hamont-Achel en Neerpelt. Rond 1900 was het één groot heidegebied (vandaar de naam uiteraard), totdat grote delen ontgonnen werden en er (vooral naald)bossen, weilanden, akkers en bebouwing voor in de plaats kwamen. Helaas is door de aanleg van autosnelwegen - met name de A2 en de A67 - het gebied nogal versnipperd geraakt. Maar gelukkig zijn er nog mooie, aaneengesloten stukken heidegebied met vennen overgebleven, zoals het gedeelte ten oosten van de A2 waar we nu doorheen lopen.
De Groote Heide (mei 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We komen uit bij De Oude Baan en stuiten op een stukje spoorwegnostalgie. In 1866 wordt de spoorlijn van Hasselt via Valkenswaard naar Eindhoven, ook bekend onder de naam ‘Bels Lijntje’, in gebruik genomen. Hiermee wil men een concurrerende verbinding tussen de Amsterdamse en Rotterdamse haven en het industrie- en mijnbouwgebied in de regio Luik creëren. Op het traject worden vooral goederen vervoerd en slechts op beperkte schaal personen. In 1948 komen de eerste signalen dat de spoorlijn in Eindhoven zou moeten verdwijnen. De stad is bezig met de wederopbouw en daar hoort een onrendabele spoorlijn niet bij. Maar de spoorwegen zitten vast aan een traktaat met België en kunnen de lijn niet zomaar opheffen; de Belgen willen de lijn namelijk wel behouden. Een oplossing wordt gevonden door het traject Valkenswaard-Eindhoven op te heffen en een aftakking te maken aan de oostkant. Vanaf 1959 loopt de spoorlijn van Valkenswaard via Geldrop naar Eindhoven. Onze wandelroute volgt een stukje van deze voormalige spoorlijn. In 1973 wordt het tracé alweer opgeheven, en ook het aansluitende gedeelte tussen Valkenswaard en Neerpelt wordt gesloten. In 1985 valt het doek voor het gehele baanvak. In 2016 is een fietspad geopend dat het oude spoorbaantracé Valkenswaard-Eindhoven volgt.

We steken de A2 over en komen aan bij Valkenhorst, een natuurgebied dat wordt beheerd door Brabants Landschap. Hier lopen we over een heidegebied waar al vanaf de 17e eeuw tijdens de voor- en najaarstrek valken, met name slechtvalken, werden gevangen. De vogels werden vervolgens getraind en verkocht aan adellijke hoven in het binnen- en buitenland. In 1925 werd de laatste valk door de laatste valkenier, Karel Mollen (1854-1935), gevangen. Over hem schreef zijn kleindochter Joke Peels-Mollen samen met enkele familieleden in 2021 een fraai geïllustreerd boek, gebruik makend van hun familiearchieven en bestaande publicaties. Het einde van de valkerij viel ongeveer samen met de opkomst van de commerciële viskweek. Maar meer daarover als we later op onze route van het Brabants Vennenpad langs de visvijvers van Valkenswaard lopen.


We passeren de Spinsterberg, een heuvelig bos- en heidegebied. Grondeigenaar Philips en gemeente Leende willen in 1986 hier een 18-holes golfbaan aanleggen. In een boekwerk met groot formaat kleurenfoto’s getiteld “Spinsterberg” wordt uiteengezet waarom die golfbaan “van internationale standaard en allure” er moet komen. Dat de ambities hoog zijn, blijkt wel uit dit citaat (pag. 4): “Een gebied dat vanuit het westen – noorden en oosten (Duitsland) en zuiden (België) via snelwegen gemakkelijk bereikt kan worden! Vanuit Parijs naar “Spinsterberg” komt U maar één verkeerslicht tegen…!!" Onder andere de Brabantse Milieufederatie, IVN Natuureducatie en Brabants Landschap verzetten zich met hand en tand tegen het plan. Twintig gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties komen met een (bescheiden) brochure, eveneens getiteld “Spinsterberg”, om hun argumenten kracht bij te zetten. Uiteindelijk sneuvelt het plan voor de golfbaan bij de Raad van State. Momenteel is Brabants Landschap eigenaar van dit natuurgebied.

We gaan verder zuidwaarts en komen aan in het Leenderbos. Onderstaande kaart uit de Brabant-Collectie toont grofweg het gebied waar we nu doorheen lopen.
Provincie Noordbrabant. Gemeente Leende. Maker: J. Kuiper. Datering: 1865-1870.
Uitgever: Hugo Suringa. Formaat: 18,3 x 27 cm. Vindplaats: L 33 / 020 (1)
Rond 1930 kocht Staatsbosbeheer een gebied bestaande uit heide en zandverstuivingen. In het kader van de werkverschaffing werden er ontginningsbossen aangelegd, en zo ontstond het Leenderbos. Ook nu nog levert dit bos hout op, toch is de oorspronkelijk functie van productiebos herzien; recreatie en natuurwaarden zijn nu minstens zo belangrijk. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de status Natura 2000-gebied dat het Leenderbos heeft samen met De Groote Heide en De Plateaux.

We verlaten het bos en lopen het buurtschap Leenderstrijp binnen. Fraai zijn de vele langgevelboerderijen die hier te zien zijn. Middelpunt van Leenderstrijp is het Kaetsveld, een driehoekig plein. Uitermate geschikt om even te pauzeren tijdens deze lange wandeletappe. Hier stond tot zomer 2009 een zeer markante lindeboom met een geschatte ouderdom van tussen de 200 en 250 jaar, bijgenaamd Spokenboom. Het was een gekandelaberde boom in drie etages, waarin sommigen een verwijzing naar de Drievuldigheid (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) zagen. Een schimmelziekte werd de boom uiteindelijk fataal, maar december 2009 is er een nieuwe geplant op het Kaetsveld. Ook aan dit veld gelegen is Coöp. Sint Jan: een nostalgische kruidenierswinkel die teruggaat tot 1916 en die mooi beschreven is in het boek Met vereende kracht: een eeuw winkel en school in Leenderstrijp.

We lopen het buurtschap uit en volgen de Strijper Aa. Deze beek werd in 1973 in het kader van de ruilverkaveling Strijper Aa-Budel rechtgetrokken. Mede omdat dit toen een van de laatste nog vrijwel gave laaglandbeken van Nederland was, was hier veel weerstand tegen. Ook fotograaf Noud Aartsen (1932-2010) verfoeide de kanalisatie en de komst van de bio-industrie. Zijn foto’s zijn hier een stille getuigenis van en spreken voor zich.

De situatie vóór de kanalisatie van de Strijper Aa:
Leenderstrijp 1973. Contactafdruk. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1973.
Formaat: 20,1 x 25,1 cm. Vindplaats: NA/BL/18/029
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
De situatie na de kanalisatie van de Strijper Aa:
Strijper Aa 1975. Foto. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1975.
Formaat: 17,9 x 23,9 cm. Vindplaats: NA/BL/18/019
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
Helaas heeft Noud het niet meer mee kunnen maken, maar op 10 september 2021 is het project Herstel Beekdal Oude Strijper Aa officieel opgeleverd. Het beekdal is opnieuw ingericht, waardoor water beter vastgehouden kan worden en het gebied minder kwetsbaar is voor verdroging. De Strijper Aa heeft zijn meer natuurlijke loop teruggekregen, vergelijkbaar met de situatie van vóór 1973. Het oogt nu allemaal nog een beetje kaal, maar de nieuwe aanplant, passend bij deze omgeving, zal weldra een mooiere aanblik op gaan leveren.
Eindpunt van vandaag is Soerendonk. De volgende keer wederom een fikse etappe, dan lopen we naar de Venbergse Molen.

Bronnen:
  • J. van Appeldorn (juni 2014): Van Bels-lijntje naar... Miljoenenlijntje. In: 't Periodiekske; themanummer. Pag. 1-32. Vindplaats: T 07919
  • Brabantse Milieufederatie: Spinsterberg: informatie over het natuurgebied Spinsterberg, de waarde van het gebied en de bedreiging vanwege de plannen voor aanleg van een golfbaan. Tilburg: Brabantse Milieufederatie, 1986. Vindplaats: CBM B 33651
  • T. Caspers (2019): De Groote Heide. In: Brabeau. Nummer 3, pag. 28-33. Vindplaats: T 10855
  • Met vereende kracht: een eeuw winkel en school in Leenderstrijp. Leenderstrijp: Sint Jan Coöperatieve Verbruiksvereniging U.A., 2016. Vindplaats: BRA Y3 MET 2016
  • Spinsterberg. Leende: s.n., 1985. Vindplaats: CBM 039 H 45
  • A.L.M.Th. Veldhuizen-van Geffen (1983): De strijd om een spoorlijn: 70 jaar spoor Weert-Eindhoven 30 okt. 1913. In: Heemkronijk. Jaargang 22, nummer 3, pag. 76-81. Vindplaats: T 07475
  • G. Veldhuizen (1993): Bedankt voor de klandizie. Herinneringen aan het oude station van Heeze. In: Heemkronijk. Jaargang 32, nummer 1, pag. 18-20. Vindplaats: T 07475

maandag 25 april 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van de Collse watermolen naar station Heeze

Etappe 7 Brabants Vennenpad (19,2 km)

Vanaf de weg zien we de Collse watermolen liggen, een dubbele onderslagmolen met rechts een koren- en links een oliemolen. De molen ligt, net als de Opwettense watermolen uit etappe 6, aan de Kleine Dommel.
Collse watermolen (maart 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Collse watermolen. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 15 x 24 cm. Vindplaats: E 21 / 842.11 Coll (4)
Het oudst bekende document waarin de molen wordt genoemd, dateert uit 1337. De Hertog van Brabant geeft de molen ‘te Colle’ in leen aan Rudolfus Rover van Hoescoet, die hem op zijn beurt verkoopt aan Otto van Cuyck, de heer van Cuijk en Mierlo. In 1680 brandt de molen geheel af, maar een jaar later herrijst hij weer en wordt tot 1859 verpacht. Dan komt de molen in handen van Jan Smulders, burgemeester en molenaar in Zesgehuchten. Vincent van Gogh woont vanaf december 1883 twee jaar in Nuenen. Lente 1884 schildert hij de Collse molen. Dit olieverfschilderij wordt november 2017 voor bijna 3 miljoen euro aangekocht door Het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch. De eerste helft 20e eeuw raakt de molen in verval, maar gelukkig komen in 1975 initiatieven op gang voor herstel. In 2003 is de reconstructie en restauratie afgerond en vanaf dan verhuurt gemeente Eindhoven de molen aan stichting De Eindhovense Molens.

Iets verderop aan de Collseweg ligt ‘t Huys te Coll. Molenaar Rombout Smits koopt in 1778 een huis naast de molen dat is ingericht als bierhuis. Negen jaar later bouwt hij tussen dat pand en de Collseweg een nieuw huis, ’t Huys te Coll, en dat wordt ook een bierhuis. Zijn nazaten zetten dit zo voort. In 1873 komt het in handen van koopman Jacob Neiszen. In 1918 is Johanna, ongehuwd en een van de vier kinderen van Jacob, de enige bewoonster van het huis. Ze leeft een teruggetrokken leven, met enkel een bok en wat kippen als gezelschap. Wordt ze eerst nog als tante Han aangesproken, al snel verandert dat in Collse heks en de kinderen uit de buurt roepen haar na met Hanneke Tanneke Toverkol. Het verhaal gaat dat ze zo mensenschuw was dat leveranciers de bestellingen door een luikje in een raam naar binnen moesten schuiven. In 1933 wordt ze ernstig ziek en komt in het ziekenhuis terecht waar ze niet veel later op 69-jarige leeftijd sterft. De gemeente heeft er een hele kluif aan haar zwaar vervuilde woning uit te mesten. Half Tongelre loopt uit bij het verbranden van al het afval.

Lopend door de prachtige, maar drassige Urkhovense Zeggen komen we uit bij het Eindhovens Kanaal, dat als een kaarsrecht lint in het landschap ligt. Dit kanaal is tussen 1843 en 1846 gegraven en vormt een verbinding tussen Eindhoven en de Zuid-Willemsvaart. Het heeft nu alleen nog een recreatieve functie. We lopen verder langs de Kleine Dommel en komen uit bij de tuinen van Kasteel Geldrop, die in 1870 in Engelse landschapsstijl zijn aangelegd.
Kasteel van Geldrop. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Uitgever: Rembrandt. 
Formaat: 12,5 x 9 cm. Vindplaats: pbk-G 26.1 / 820.11 (1)  
Het kasteel zelf zien we op een afstandje liggen. Het bouwwerk is overigens geen middeleeuwse burcht, maar ontstaan uit de nieuwe edelmanswoning die kasteelheer Amandus I van Horne rond 1616, vlak voor zijn dood, heeft gesticht. Centraal stond een woontoren oftewel donjon die is afgebroken in 1840. De Brabant-Collectie bezit onderstaande aquarel, maar het is onbekend of het hier de woontoren betreft of de Burght, een ander kasteel in Geldrop. Beide torens raakten in verval in de 18e eeuw.
Ruïne van het Kasteel te Geldrop in Staats-Brabant. Aquarel.
Maker en datering onbekend. Formaat: 21,9 x 16,3 cm. Vindplaats: G 26 / 820.11 (2)
Tegenwoordig is het kasteel in handen van een stichting en worden er tal van evenementen georganiseerd. Aangekomen op de Heuvel in Geldrop loont het de moeite een klein uitstapje te maken naar de Sint-Brigidakerk. Architect Carl Weber maakte het ontwerp voor deze kerk, die in 1891 wordt ingezegend. Het eindresultaat is een forse kruiskerk met een achtzijdige koepel in neoromaanse stijl.
Geldrop. R.K. Kerk. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: vóór 1917.
Uitgever: G. Thielens-Cappers. Formaat: 14 x 9 cm. Vindplaats: pbk-G 26.1 / 411.11 Brig (4) 
Op deze plaats stond eerst een andere kerk. In de 14e eeuw bouwt men hier een dorpskerk die is toegewijd aan O.L. Vrouw en Brigida. Als deze te klein wordt bevonden, wordt halverwege/eind 19e eeuw het plan opgemaakt een nieuwe kerk te bouwen mét behoud van de toren. Maar een zware storm verwoest op 30 oktober 1887 de toren dusdanig dat deze alsnog gesloopt wordt. Onderstaande tekeningen tonen de oude kerktoren vóór en na het instorten.
Toren te Geldrop Noord-Braband 30 Oct. 1887. Fotolithografie. Maker: G.J. Thieme.
Datering: 1887. Formaat: 32,9 x 22,7 cm. Vindplaats: G 26 / 411.11 Brig (4)
Deze afbeeldingen horen bij een artikel uit 26 november 1887, gepubliceerd in De Opmerker (jaargang 22, nr. 48). Dit eerste architectuur- en bouwtijdschrift van Nederland verscheen van 1866 tot 1919 en was van 1883 tot 1892 het orgaan van architectuurgenootschap Architectura et Amicitia. In het artikel lezen we: “Zoo weinig beteekenend de kerk zelve was, zoo flink zag de toren eruit. (…) Het plan was dan ook den toren te behouden, reden waarom men, alvorens de kerk geheel te sloopen, den toren verankerde volgens orders van een architect.” Maar dit mocht niet baten; genoemde storm verwoestte de toren. De auteur van het artikel had geen goed woord over voor degenen die verantwoordelijk waren voor het beheer van de toren: “De man echter, die met den toestand goed bekend moest zijn, had nog kort te voren verklaard, dat er hoegenaamd geen gevaar bestond, waarom dan ook des Zondagsmorgens nog de klokken geluid werden. En dit alles niettegenstaande veertien dagen te voren reeds een van de nieuwe ankers gesprongen was, reeds brokken metselwerk bij den traptoren hadden losgelaten, en sedert acht dagen het torenuurwerk was blijven stilstaan!” Volgens de auteur was er sprake van verzwakking van de muren en had men vóór het slopen van de kerk dit eerst moeten herstellen. En de aangebrachte ankers hadden helemaal geen nut, integendeel, ze verminderden eerder de stabiliteit. De auteur besluit als volgt: “Uitgenomen de spits, die slechts als een noodkap dienst deed, was de kolossus een sieraad voor de gemeente; hij getuigde van schoonheidszin, offervaardigheid en geloof der Geldropsche voorvaderen. Aan de roekeloosheid, onbedachtzaamheid en onkunde van de deskundigen onzer eeuw, heeft Geldrop het verlies van dien dierbaren reliek en groote financiëele schade daarenboven te wijten. (…) Ware zoo iets voorgevallen, bijv. in Duitschland, den architect ware voorzeker zijn brevet van bekwaamheid ontnomen. Dat te onzent hierop geen acht wordt geslagen, pleit niet voor vrijheid, maar getuigt van ordeloosheid.”

We lopen verder en zien nog net, voordat we oevers van de Kleine Dommel volgen, de fraaie gevel van het Weverijmuseum in de Molenstraat. Hier was tot 1981 N.V. Wollenstoffenfabriek v/h A. van den Heuvel & Zoon gevestigd, die in zijn bloeiperiode werk bood aan 400 medewerkers. Vanuit het museum is de inpandige Geldropse watermolen te bezichtigen die vroeger in gebruik was als spinnerij. We laten de bebouwing achter ons, steken via het viaduct de A67 over en bereiken Natuurpoort De Plaetse en het Heidecafé. Een mooie gelegenheid voor een pauze, om daarna te genieten van de vergezichten op de Strabrechtse Heide. Hierna komen we bij het laatste stukje cultureel erfgoed van vandaag: Kasteel Heeze.

Kasteel Heeze N.B. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Uitgever: H. Vollenberg. Formaat: 9,2 x 14 cm. Vindplaats: pbk-H 41.3 / 820.11 (1)
Het huidige bouwwerk is geheel omgracht en dateert uit 1662-1665. Architect Pieter Post kreeg van kasteelheer Albert Snouckaert van Schauburg de opdracht een grote, vierkante burcht te bouwen op de plaats van het middeleeuwse kasteel Eymerick. Maar al tijdens de bouw van de voorburcht werd duidelijk dat het gehele project te duur zou worden. Aldus bleef het bij deze voorbouw, die nog werd verhoogd met een extra verdieping. Kasteel Eymerick bleef staan. Overigens is de ligging strategisch gekozen aan de samenvloeiing van de Groote Aa met de Sterkselse Aa. Hierdoor is de watervoorziening van de grachten altijd op orde. Na het kasteel gaan deze twee beken verder als de Kleine Dommel oftewel Rul, al gedurende meerdere van onze wandeletappes een trouwe gezel. Sinds 1760 woont familie Van Tuyll van Serooskerken op Kasteel Heeze. Daarmee is het één van de laatst bewoonde kastelen van Nederland. Het gebouw is opengesteld voor rondleidingen en je kunt er terecht voor diverse zakelijke en/of feestelijke bijeenkomsten. Voor nu laten we het complex links liggen en lopen de 500 meter lange oprijlaan af. Achteromkijkend kunnen we nog even genieten van het uitzicht.
Kasteel Heeze met oprijlaan (mei 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Vanaf hier is het nog maar een klein stukje naar station Heeze, het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Soerendonk.

Bronnen:
  • E. Franken e.a.: Kasteel Geldrop: een edel verleden. Utrecht: Uitgeverij Matrijs, 2016. Vindplaats: BRA J FRAN 2016
  • W. van Heugten e.a.: Watermolen 't Coll Eindhoven. Eindhoven: Stichting 'De Eindhovense Molens', 2003. Vindplaats: BRA J3 HEUG 2003
  • J. van Hoek (1995): Vincent van Gogh, de Collse heks en het Rouwboerke. In: Gruun Buukske. Jaargang 24, nummer 3, pag. 98-101. Vindplaats: T 07410
  • J. Spoorenberg (1995): Nogmaals de Collse heks. In: Gruun Buukske. Jaargang 24, nummer 4, pag. 125-126. Vindplaats: T 07410
  • H. Verhees-Wouters: De geschiedenis van het Kasteel Geldrop & zijn bewoners. Heemkronyk, jaargang 36, nummer 2/3. Geldrop: Heemkundige Kring "De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten", 1997. Vindplaats: BRA J VERH 1997

maandag 22 november 2021

Het Brabants Kasteel

Het tijdschrift met deze titel is uniek voor Nederland, want Noord-Brabant is de enige provincie met een ‘specialistisch tijdschrift op kastelengebied’, zo vertelt ons de vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen op haar website. Ze streeft ernaar driemaal per jaar een nummer te laten verschijnen. In 2021 zijn we toe aan jaargang 42. In het tijdschrift is verenigingsnieuws opgenomen en worden actuele ontwikkelingen rond Brabantse kastelen beschreven. De hoofdmoot beslaat echter wetenschappelijk verantwoorde artikelen over kastelen, ook in het gebied dat vroeger tot het hertogdom Brabant behoorde. Uiteraard staan de bouw- en bewoningsgeschiedenis van een kasteel vaak centraal in het gepubliceerde onderzoek. Hierbij passeren veel namen met een lokale betekenis de revue, maar het kan ook zijn dat de kasteelheer meer grond in eigendom heeft en verhalen over verschillende kastelen aan elkaar geknoopt kunnen worden. Auteurs koppelen deze informatie aan toponymie, cartografische documenten uit uiteenlopende tijden, kadastergegevens en topografische tekeningen en verwerken dit alles in leesbare artikelen die echt niet alleen interessant zijn voor ‘kasteelfreaks’.

In het jongste nummer gaat ir. Jan Timmers op zoek naar het oudste kasteel van (Aarle-)Rixtel. De historische context gaat terug tot in de twaalfde eeuw; eigenaren en familierelaties (van de Van Rixtels) worden nauwgezet uit de doeken gedaan. De werkelijke positie van de – verdwenen – kerk van Rixtel is een belangrijk aspect van de geschiedenis van het kasteel. Wat opvalt is de verhoogde ligging van de kerk en een hoeve. Deze ligging wordt in het begin van de negentiende eeuw nog door Stephanus Hanewinckel opgemerkt. Ook het artikel van Peter Seinen en Guus Braun gaat over bouwgeschiedenis. In dit geval betreft het kasteel Heeze en wel de periode tussen 1300 en 1662. Dit laatste jaar staat voor de rigoureuze verbouwing die architect Pieter Post toen in gang zette. De oorspronkelijke plannen zouden niets heel hebben gelaten van het oude kasteel, maar (gelukkig) vond een groot deel van de verbouwing, door geldgebrek bij de opdrachtgever, geen doorgang. Exacte projectie van oude tekeningen op de huidige situatie en bouwhistorisch- en bronnenonderzoek worden gecombineerd met archeologische waarnemingen. Dat de auteurs geen absoluut verhaal wensen te presenteren, bewijst de laatste zin van hun artikel: ‘Het beste dat we kunnen bieden is de meest logische interpretatie van de gegevens die we hebben en die moeten met reserve worden benaderd’. En zo hoort het met onderzoek, omdat het altijd weer anders kan worden, te zijn.

De Brabant-Collectie herbergt ook veel documentatie over Brabantse kastelen, in woord (boeken en tijdschriftartikelen) en beeld. Je kunt dit natuurlijk raadplegen via BCfinder, maar je kunt ook – op afspraak via brabant@tilburguniversity.edu – een bezoek brengen aan de collecties.