Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 13 april 2020

Ginnekense wonderdokter

Portret F.J.M. Colson, vóór 1900. Poststempel d.d. 20-09-00
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
In 1904 kocht de Hagenaar François Joseph Marie Colson (1878-1911) een stuk grond met een houten huisje in het Ulvenhoutse bos. Al snel begon hij zijn praktijk als kruiden- of wonderdokter van Ginneken. Per paardentram kwamen de mensen vanuit het hele land, maar ook uit België. Colson beweerde over bijzondere gaven te beschikken. Zo zou hij zonder mensen aan te raken door hun lichaam kunnen kijken en zou hij weten aan welke kwalen ze leden.
Ierseksche en Thoolsche Courant, 25 februari 1905
www.delpher.nl
Op 30 september 1904 is vanuit Ginneken deze prentbriefkaart verstuurd naar de familie Van Dam te Rotterdam. De plaatselijke fotograaf A. van Erp heeft de praktijk van de wonderdokter op de gevoelige plaat vastgelegd. Op de beeldzijde staat een mooie anekdote over het bezoek van Anna aan dokter Colson met baard en pij (staand rechts van het midden).
Groepsportret bij wonderdokter F.J.M. Colson (staand rechts van het midden)
voor het houten keetje in het Ulvenhoutse bos
, 1904
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
De transcriptie van deze anekdote luidt als volgt:
Jans.
Ik bedank je wel voor je cadeau en vind het zeer mooi. Ook bedank ik Emma gelijk voor het geld dat ze mij gegeven heeft, haast was ik er aan vergeten. Nu heeft Filip gezegd, dat Sjaak van plan was zondag met Léon mee te komen. Dit willen wij graag vooruit weten. Anna is onderzocht, doch de Dr heeft niets gezegd. Hartelijke groeten aan Allen van ons Esther en Anna. Anna voelt zich zeer goed en haar longen hebben niet het minste geleden, door het wandelen. adieu Esther.
Zoo je Bernard Bouwman ziet bedankt hem dan voor zijn aanzichtkaarten. Als Sjaak mee komt laat hij dan zijn fiets mee brengen. De boer vraagt er alledag na misschien kan hij hem verkoopen. Het weer liet zich van morgen niet mooi aanzien. Het knap nu echter op. Misschien gaan we vanmiddag eens naar Breda. Nu dag tot Ziens Esther


De zaken gingen bijzonder goed. François Colson kon in 1905 een groot herenhuis aan de Ulvenhoutselaan nummer 7 huren. In zijn woonhuis ontving hij patiënten en bewonderaars, soms wel zeventig per dag. In het houten “Boschhuis” hield hij eveneens nog spreekuur. De kleine houten keet werd rond 1910 uitgebreid tot een groot zomerhuis. Het huis met verdieping en gaanderij werd door hemzelf “De Belvedère” oftewel uitkijktoren genoemd vanwege het mooie uitzicht over het bos. Helaas is het in 1913 afgebrand.

Ulvenhout. Ulvenhoutsch Bosch
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken; 63601. Brabant-Collectie. Tilburg University 
Ondanks zijn faam moest hij van de politie in maart 1906 stoppen met het "onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst". Hij werd bestempeld als kwakzalver.
Dagblad van Noord-Brabant, 9 maart 1906
www.delpher.nl
Colson nam dr. Korteweg uit Breda als “assisterend geneesheer” in dienst en de praktijk werd alsnog voortgezet. De assistent, een oudere man, ontving de patiënten en noteerde hun klachten, waarna ze voorgeleid werden aan de ‘grote heler’ voor een consult. De mensen hoefden hun klachten niet meer op te sommen, want Colson wist al wat ze mankeerden. Hij trachtte met kruiden en hypnose de patiënten te genezen. Vooral goedgelovigen en vrouwen zochten de charismatische ‘dokter’ op, wellicht mede aangetrokken door zijn opmerkelijke levensstijl. Hij beschikte over een koets met span en een automobiel, waardoor hij ook huisbezoeken kon afleggen. In de Bredasche Courant van 7 juni 1907 wordt melding gemaakt van een auto-ongeluk, toen Colson en zijn assistent op weg waren naar Baarle-Nassau.
Bredasche Courant, 7 juni 1907
www.delpher.nl
Dagblad van Noord-Brabant, 25 juni 1907
www.delpher.nl
In de Bredasche Courant van 13 november 1909 staat een uitgebreid en kritisch stuk over de klandizie van de wonderdokter en zijn zogenaamde genezingen naar aanleiding van een artikel van G.W. Bruinsma in het Maandblad, uitgegeven door de Vereeniging tegen de kwakzalverij. Doordat François Colson zelf ernstig ziek werd, kwam er een einde aan zijn succes. Op 7 februari 1911 overleed de dan 32-jarige wonderdokter na een operatie in Den Haag. Grote belangstelling was er voor zijn begrafenis. Zijn bewonderaars plaatsten een gedenksteen (in de vorm van een obelisk) op zijn graf op het kerkhof van de Nederlands Hervormde Kerk in Ginneken.

donderdag 9 april 2020

Het Jaar van de Wilde Eend

In 2002 startten de Vogelbescherming en SOVON een nieuw initiatief: gedurende een jaar één vogelsoort centraal stellen waarover meer specifieke informatie gewenst is. Dat jaar werd het de ijsvogel, en vele andere vogels volgden (zie dit overzicht). 2020 is uitgeroepen tot Het Jaar van de Wilde Eend. Een gewone vogel zou je denken, maar hierin schuilt het gevaar dat we nauwelijks in de gaten hebben dat deze soort - om nog onduidelijke redenen - de laatste decennia sterk in aantal is afgenomen. Welke bijdrage jij aan het onderzoek kunt leveren, lees je hier.

Maar hoe zat het eigenlijk met de Wilde Eend in de tijd van Cornelis Nozeman (1721-1786)? Trouwe lezers van ons blog zullen zich wellicht nog herinneren dat we in september 2011 van start gingen met een speciale blogreeks over de 18e-eeuwse boekenserie van Nozeman, genaamd: Nederlandsche vogelen; volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven. In deel 3 bespreekt hij Anas Boschas, indertijd in ons land bekend onder de namen Wilde Eend, Spiegel-eend en Ring-eend.


Wilde Eend in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 I 01
Nozeman schrijft dat deze vogel Spiegel-eend wordt genoemd "wegens de aanzienlyke glanzige groenblaauwe Plek op de Vlerken". En Ring-eend is volgens hem te herleiden naar de witte halsband. Voor wie meer wil lezen over de naamgeving van deze vogel door de eeuwen: neem eens een kijkje op de site WNVE.

Is de Wilde Eend in onze tijd een van de meest verbreide broedvogels, in de tijd van Nozeman was het nog een trekvogel die het Hoge Noorden verkoos als broedplaats. Hij schrijft:
"Het zyn Trekvogels, die in de Noordelyke en Oostelyke deelen van Europa waarschynlyk hunne Broedplaats hebben, brengende aldaar het Voorjaar, en een gedeelte van den Zomer, door... Zy zyn 'er, volgens anderen, in ongelooflyke menigte. Men vindt die zelfde Soort van Eendvogels ook in Groenland en Spitsbergen, ja zelfs aan de Hudsons-Baay en in Noord-Amerika... In Augustus of September, wanneer de Koude aldaar begint, verlaaten zy reeds dien oord, en koomen by groote Schoolen, even als de Ganzen, naar onze Nederlanden en Engeland overvliegen, alwaar zy by menigten in de Vogelkooijen gevangen worden... Misschien broeden ook eenigen die overblyven, in sommige deelen van onze Nederlanden, zowel als in Vrankryk. Wanneer de Wateren bevroozen zyn, weeten zy op het Land aan veelerley groente, inzonderheid in de Koornvelden en Bouwlanden, nog wel de Kost te vinden: want zy slaan alles binnen, dat eetbaar is."
Menig Wilde Eend verdween in de pan:
"Onder de oude Romeinen was men 'er reeds op verslingerd. Hedendaags zyn zy in onze Provinciën ook nog als een aangenaame Versnapering ge-estimeerd, en komen hier in de Herfst, uit de Vogelkooijen, menigvuldig te koop."

Helaas is onze Bijzondere Collectie, en dus ook dit deel van Nozeman, momenteel niet raadpleegbaar. Maar niet getreurd. De Koninklijke Bibliotheek heeft de reeks van Nozeman in zijn geheel digitaal beschikbaar gesteld. Zo ook deel 3, met daarin de Wilde Eend. Dus wordt het toch nog gewoon genieten, maar dan vanachter het beeldscherm.

Vindplaats: KOD 041 I 01