Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 16 januari 2020

Stem op de Brabantse WO II-foto die u het meeste aanspreekt

De provinciale zoektocht is afgerond. Van 15 t/m 21 januari kan iedereen uit vijftig foto's de meest aansprekende foto kiezen van de Tweede Wereldoorlog in Brabant. Kies de foto's die door moeten gaan naar de landelijke selectie van 100 foto’s!
Breda, 29 oktober 1944
Blije inwoners van Breda begroeten hun bevrijders
Brabant-Collectie, Tilburg University (beeldnummer B 83 / 1940/1945 (57))
NIOD, Amsterdam (Beeldbank WO2, beeldnummer 102000)

Het Nederlandse publiek stelt in het kader van “75 jaar vrijheid” de 100 meest aansprekende foto’s van de Tweede Wereldoorlog samen. Om dit te bereiken is afgelopen november in elke provincie een zoektocht gestart. Elke provincie is gevraagd mee te denken over foto’s die de oorlogsgeschiedenis treffend in beeld brengen. Zo ook in Noord-Brabant.

De afgelopen maanden heeft een provinciale werkgroep, bestaande uit o.a. Jan van Oudheusden (oud-provinciaal historicus), Patrick Timmermans (directeur Erfgoed Brabant) en Emy Thorissen (conservator van de Brabant Collectie/Tilburg University) een selectie gemaakt van de 50 meest aansprekende foto’s uit de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant. Deze keuze is mede gebaseerd op uitgebreid onderzoek dat enkele jaren geleden al is uitgevoerd (samen met het NIOD) voor een fotoboek over Noord-Brabant in de periode 1940-1945.

Door te stemmen kunt u aangeven welke foto’s de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant het treffendst in beeld brengen

De selectie van 50 foto’s die de Werkgroep Noord-Brabant heeft gemaakt, wordt op 15 januari 2020 bekend gemaakt via de website https://in100fotos.nl/noord-brabant/. Van 15 t/m 21 januari kan iedereen vervolgens via deze website stemmen op deze 50 foto’s en zal de uiteindelijke selectie teruggebracht worden naar 25 foto’s. Deze foto’s dingen uiteindelijk mee naar een plek in de uiteindelijke landelijke samenstelling 'De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s'.

“Als Brabant Remembers vinden we dit een mooi aanvullend project op alle activiteiten die plaats vinden in Brabant. Met het boek 'Brabant, Brug naar Vrijheid' worden 75 persoonlijke verhalen verteld. Met de expositie STILLLEVEN kregen al deze verhalen een maquette, waardoor de verhalen zichtbaar werden, omdat goed ander beeldmateriaal vaak ontbrak. Met deze NIOD foto-expositie worden weer beeldende verhalen toegevoegd. Door persoonlijke verhalen te verbeelden kunnen we verbinden; tussen generaties, tussen culturen en met andere - hedendaagse - gebeurtenissen. Daardoor laat het niet alleen de impact zien van de Tweede Oorlog toen, maar ook de relevantie van herdenken voor vandaag,” aldus programmadirecteur Femke Klein van Brabant Remembers.

Tentoonstelling 
Een gevarieerd samengestelde jury, onder leiding van mevrouw Khadija Arib, Voorzitter van de Tweede Kamer, zal uit de provinciale voorselecties de definitieve keuze van 100 foto’s maken. Op 30 maart 2020 wordt deze keuze in de vorm van een tentoonstelling bekend gemaakt in de Tweede Kamer in Den Haag. Khadija Arib: “Ook in de Kamer besteden we veel aandacht aan 75 jaar vrijheid. Dit bijzondere initiatief past daarbij. Het maakt duidelijk dat we, 75 jaar later, nog lang niet alles weten. Achter iedere foto gaat een eigen verhaal, een eigen familiegeschiedenis schuil. Het is mooi dat die verhalen, hoe moeilijk ze soms ook zijn, worden overgedragen aan volgende generaties. Ik ben er heel trots op dat de foto’s vanaf 30 maart in de Tweede Kamer – het hart van onze Nederlandse democratie en vrije samenleving – te zien zullen zijn.”

De bijeenkomst op 30 maart wordt door de NOS tv live uitgezonden. In de “Maand van de Vrijheid” (april 2020) zal in elke provincie de provinciale keuze van 50 foto’s in een “pop-up” tentoonstelling rondreizen. Op www.in100fotos.nl is alle informatie rondom dit project te vinden. Voor Noord-Brabant ga vooral naar https://in100fotos.nl/noord-brabant/
 
De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s
'De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s' is een nationaal project van het Platform WO2 uitgevoerd door het NIOD, dat in het kader van 75 jaar Vrijheid door het NIOD wordt uitgevoerd. Het publiek wordt gestimuleerd op uiteenlopende wijzen te participeren. Hierbij wordt benadrukt dat in de huidige samenleving, die steeds meer op visualisering is gericht, foto’s sterk tot de verbeelding spreken. Nu de periode van oorlog en bezetting steeds verder van ons af komt te staan, zijn het vooral de beelden die het verleden zichtbaar en voorstelbaar maken. Door de foto’s van de eigen regio te tonen, wordt de herkenbaarheid van de gebeurtenissen uit het verleden nog meer inzichtelijk gemaakt. In eerste instantie per provincie en later op landelijk niveau worden de meest aansprekende foto’s met betrekking tot Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en de Antillen tijdens de Tweede Wereldoorlog bijeengebracht.


maandag 6 januari 2020

DVD: Watersporen

Vandaag aandacht voor een poëtisch pareltje in onze DVD-collectie. In 2008 maakte Aram Voermans onder productie van Studio Apvis de korte documentaire Watersporen. Louk van Kalmthout en Marc Clements zorgden voor het geluidsontwerp, dat naadloos aansluit op de filmbeelden. De 7 minuten durende film verscheen in het kader van het project Schatten van Brabant, een initiatief van Provincie Noord-Brabant.
Op filmische wijze portretteert Voermans de verschillende karakters van water in een Brabantse context. Water tekent het landschap, voedt mens en dier. Dorpen en steden ontstaan aan het water. Of zoals op de cover van de DVD te lezen is:
"Donker is het op tien meter diepte, lichter wordt het bij het oppervlak. Van onder het wateroppervlak is land te zien. De ochtend hangt dauwdruppels aan het gras. De was wordt gedraaid. Zonder woorden benadrukt de camera niet zo zeer "waar" maar "wat" daar is. Water zuivert, verdampt, stroomt, spiegelt, blust, veranderd, gaat weg en komt terug."

De DVD is te bekijken op de raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD WATE 2008

maandag 23 december 2019

Drukproeven van ordonnanties over de Bergse jacht

Onder de oude gedrukte werken die de Brabant-Collectie beheert, bevinden zich ook ca. 200 plano's: bedrukte vellen ongevouwen papier, vaak bedoeld voor openbare aankondigingen door de stadsautoriteiten. Drukwerk dat in boekvorm verscheen, bestaat uit de bedrukte vellen papier die, al naar gelang het formaat van het boek, een aantal keren gevouwen werden alvorens ze konden worden ingebonden. Plano drukwerk heeft een zekere zeldzaamheid, aangezien de in de stad opgehangen aankondigen na verloop van tijd weer werden verwijderd en daarna weggegooid. Een van de plano's in de Brabant-Collectie is een ordonnantie van Bergen op Zoom over de jacht. Deze verordening verscheen in 1657 in Den Haag bij drukker Jan Veely (†1688), die werkzaam was in de Gortstraat (de huidige Pieterstraat), in opdracht van Elisabeth zu Zollern, de toenmalige markgravin van Bergen op Zoom: Maria Elisabeth van den Bergh (1613-1671). De achternaam 'zu Zollern' was het gevolg van haar huwelijk met Eitel Frederik van Hohenzollern-Hechingen (1601-1661). Het Markiezaat van Bergen op Zoom heeft bestaan van 1533 tot 1795 en besloeg een gebied van ruim 600 km², met de Schelde als westelijke grens, de Baronie van Breda als de oostelijke grens, het markgraafschap Antwerpen als grens in het zuiden en de stad Steenbergen als grens in het noorden.

Het Markiezaat van Bergen op Zoom (Atlas van Blaeu, dl. 3,1664)
Vindplaats: TF PRE 02
Toestemming voor de publicatie kwam van de Raad van State die zetelde in een vleugel van het Binnenhof in Den Haag. Dat een ordonnantie voor het Markiezaat van Bergen op Zoom 80 km noordelijker in Den Haag werd gedrukt, is dus niet zo vreemd. Dat markiezin Elisabeth het nodig achtte de regels voor de jacht in haar Markiezaat duidelijk onder de aandacht van haar onderdanen te brengen, kwam omdat er de laatste tijd tijdens de jacht 'veele ende menighvuldige ongeregeltheden' hadden plaats gevonden.

Ordonnantie op de jacht (detail), Den Haag 1657
Vindplaats: KOD 030 A  273
Daar moest, vond de markiezin, met 49 artikelen paal en perk aan worden gesteld. Het betrof de jacht op 'grof wildt, hasen, conijnen, vesanen [i.e. fazanten], patrisen, corhoenderen of ander loopent of vliegent wilt', en als de jacht werd uitgevoerd met honden of haviken of andersoortige jachtvogels. De hoogte van de boetes voor overtreders logen er niet om: niet alleen tien gouden realen per overtreding, maar bovendien tien gouden realen voor elk gevangen of geschoten stuk grof wild. Voor gevangen of geschoten vogels moest de onverlaat vijf gouden realen ophoesten. De boetes moeten een forse financiële aderlating zijn geweest voor elke overtreder van de jachtregels en men zou dus licht denken dat de bewoners van het Markiezaat van Bergen op Zoom het wel uit hun hoofd zouden laten nog illegaal op jacht te gaan. Maar 83 jaar later voelde de toenmalige markiezin zich genoodzaakt de jachtartikelen toch maar weer duidelijk onder de aandacht van haar onderdanen te brengen. En zo verscheen in 1720 een van 50 artikelen voorziene plano uit de drukkerij van Paulus (1664-1748) en diens zoon Isaac Scheltus (1691-1749). Beiden 'landsdrukker' voor het Hof van Holland en aangesteld door de Staten-Generaal. Zij vormden eigenlijk de in 1795 gevestigde Landsdrukkerij, maar die droeg tot die tijd de naam van het lid van de familie Scheltus met toevoeging van de functie: 'ordinaris 's landts drukker'. De drukkerij was gevestigd aan de zuidzijde van het Binnenhof.

Ordonnantie op de jacht (detail), Den Haag 1720
Vindplaats: KOD 030 A 262
Markiezin van Bergen op Zoom was toentertijd Maria Henriette de La Tour d'Auvergne (1708-1728), die in 1720 twaalf was en dus nog te jong, waardoor de verordening ondertekend is door haar beide voogden Henri-Oswald de La Tour d'Auvergne (1671-1747) en Frederic Constantin de La Tour d'Auvergne-Bouillon (1682-1732). De ordonnantie werd gepubliceerd met toestemming van de Raad van Brabant, in de periode van 1591 tot 1795 het hoogste rechtscollege voor Noord-Brabant, zetelend in Den Haag.
In de Short-title Catalogue of the Netherlands (STCN) komen deze ordonnantiën slechts één keer voor, namelijk de onderhavige exemplaren uit de Brabant-Collectie. Dat beide edities van deze plano's bewaard zijn gebleven, is al tamelijk bijzonder. Maar dat van beide ordonnantiën ook de drukproeven bewaard zijn gebleven én ook nog in de Brabant-Collectie, mag wel heel uitzonderlijk genoemd worden. Drukproeven zijn immers materiaal dat na de correcties sowieso weggegooid wordt. Dat ze gelukkig bewaard zijn gebleven en in zeer goede staat verkeren, is uiterst belangrijk voor de geschiedenis van de boekdrukkunst. Hoe zagen drukproeven er uit, vóór 1800? Welke correctietekens gebruikte men? Komen de aangeven correcties overeen met het gecorrigeerde drukwerk? Maar het roept ook de vraag op, bijvoorbeeld, waarom deze drukproeven niet zijn weggegooid - na de correctie hadden ze immers geen nut meer - en waarom ze bij de gecorrigeerde versie bewaard zijn gebleven en hoe ze in Brabant terecht zijn gekomen? De drukproeven zouden toch, logischerwijs, in de drukkerij in Den Haag moeten zijn gebleven. Of werd de drukproef naar Bergen op Zoom gebracht om ter plekke door de autoriteiten zelf gecorrigeerd te worden? Maar de drukproeven zouden ook in dat geval weer naar Den Haag zijn teruggebracht, anders kon de drukker de correcties immers niet doorvoeren. Overigens zou correctie in Bergen op Zoom wel kunnen verklaren waarom de fout in de achternaam Schelus (in plaats van Scheltus) niet is gecorrigeerd in de drukproef maar wel in de gecorrigeerde versie. Voor Bergen op Zoom was het natuurlijk belangrijker dat de artikelen juridisch gezien foutloos waren, de naam van de drukker was in dat opzicht van weinig of geen belang. Behalve de fout in de achternaam, was op de drukproef overigens ook het foutieve jaar van uitgave ongecorrigeerd: 1620 in plaats van 1720. In de uiteindelijke versie is het jaartal wel gecorrigeerd.

Proefdruk van de editie 1620 [= 1720]
Vindplaats: KOD 030 A 262
Gecorrigeerde druk van de editie 1720. Let op de E met dezelfde beschadiging.
Vindplaats: KOD 030 A 259
Interessant is ook de manier waarop de correcties op de drukproeven zijn aangegeven.

Correctie op de drukproef van 1657
Vindplaats: KOD 030 A 272
Correctie op de drukproef van 1720
Vindplaats: KOD 030 A 259
Ook leuk om te vergelijken: de verschillen in de tekst van de artikelen tussen 1657 en 1720.
In 1657 is sprake van 49 artikelen, in 1720 zijn het er 50. In 1720 is namelijk een extra artikel (art. 47) opgenomen over de 'warande' of 'wildbanen' van leenheren en vazallen. Verder is de nummering van de artikelen in 1657 in de moderne romein gezet, terwijl de nummering in 1720 gezet is in de ouderwetse Gotische cijfers. Verder zijn, in enkele voorbeelden, de volgende verschillen te zien:
Spelling: veir (1657) / veer (1720), art. 3, Conijnen (1657) / Konynen (1720), art. 14, Placcate (1657) / Placate (1720), art. 41, moghen (1657) / mogen (1720), art. 12.
Hoofdlettergebruik midden in de zin: Jagen (1657) / jagen (1720) art.2, sneeuw (1657) / Sneeuw (1720), art. 11.
Kommagebruik: Eerst, dat een ygelick (1657) / Eerst dat een yegelijck (1720), art. 1, Geauthoriseerde, ende Pachters (1657) / Geauthoriseerde en Pachters (1720), art. 41.
Formuleringen: vanden eersten Maert tot den eersten of twintigsten der Oogstmaent (1657) / van den 15. Januarii tot den eersten September (1720), art. 24.
Tenslotte: de vier ordonnantiën meten ca. 95 x 53 cm. Dat is veel te groot voor één plano vel, en dat komt omdat de drukker de tekst op twee plano's van elk 53 x 43 cm (zogeheten ‘medium’ formaat) heeft gedrukt, waarna hij ze aan elkaar heeft geplakt. We weten daardoor dat de firma Scheltus beschikte over vellen papier van ca. 53 x ca. 43 cm. Een niet afgesneden foliant (1x gevouwen, in-2), bijvoorbeeld een forse Bijbel, zou dan bladzijden hebben van 43 x 26 cm.

Al met al, in vele facetten, een buitengewoon belangrijk stukje uitzonderlijk en zeldzaam drukwerk in de Brabant-Collectie.

maandag 9 december 2019

Vincent was onze broer

Afgelopen september verscheen een op historische feiten gebaseerde roman van Els Knoope over de drie zussen Anna, Lies en Wil van Gogh. Het boek beschrijft de periode vanaf de tijd dat de zussen met hun ouders in 1871 van Zundert naar Helvoirt verhuisden (Vincent woonde toen in Den Haag en werkte bij een kunsthandel). De roman gaat over het leven van de zussen, hun opleidingen, banen, relaties en verhoudingen binnen de familie. Het boek geeft een goed tijdsbeeld van de periode 1871-1941. Een tijd waarin talrijke uitvindingen het levenslicht zagen, maar ook een tijd van verschillende oorlogen. In het boek staan diverse krantenartikelen, foto's en fragmenten uit brieven die de zussen onderling schreven en met Vincent en Theo. Het boek begint met een fragment uit een brief (augustus 1881) van Vincent aan Theo: 'Ik wenschte wel dat alle menschen hadden, wat ik zoo langzamerhand begin te krijgen, het vermogen om een boek zonder moeite, in korten tijd te lezen, en er een sterken indruk van te behouden. Het is met het boeken lezen als met het schilderijen zien, men moet zonder twijfelen, zonder aarzelen, zeker van zijn zaak zijn, mooi vinden wat mooi is'.
Informatie over de totstandkoming van het boek staat op de website van de auteur.
Vindplaats: CBM 973 C 52

donderdag 5 december 2019

Kerstmis in boeken en schoolplaten

In de mini-expositie tonen we dit maal 39 boeken en drie educatieve wandplaten waarin Kerstmis en de kersttijd centraal staan. De selectie boeken is in te delen in twee categorieën. Allereerst zijn er boeken waarin verhaald wordt over de geboorte van Jezus Christus. Uitgangspunt hierbij is dát bijbelfragment dat begint met de boodschap van de engel Gabriël aan Maria over de komst van Jezus en eindigt met de aanbidding door de drie koningen. Het betreft steeds geparafraseerde en verder uitgebouwde versies van de oorspronkelijke bijbeltekst. Ze nodigen uit tot (voor)lezen en zo komt het verhaal dichter bij de lezer. Dit wordt ook bereikt door de vaak veelvuldig aanwezige illustraties, waarin de diverse scènes direct te herkennen zijn. Onzegbaar veel kunstenaars hebben zich door deze episodes uit het Nieuwe Testament laten inspireren.


C. Jacobs, en G. Horreüs de Haas, De ster van Bethlehem: een bundel kerstverhalen
Assen: Van Gorcum, 1949
CBM TF A 13684
Daarnaast zijn er de boeken waarin het nadrukkelijk om de sfeer van de kersttijd te doen is. Hierbij moet worden gedacht aan verhalen die zich afspelen in de (vaak koude) winter, waarbij een warme, huiselijke sfeer vaak een belangrijke factor is of belangrijke personages gedurende het verhaal een positieve metamorfose ondergaan. Als representant van deze tweede categorie is een aantal werken van Charles Dickens (1812-1870) aan te wijzen. Het beroemdste voorbeeld is waarschijnlijk A Christmas Carol, origineel verschenen in 1843. Hierin komt de vrek Ebenezer Scrooge in de kerstperiode tot het inzicht dat het niet alleen maar om geld gaat, dat minderbedeelden geholpen moeten worden en dat gezelligheid en gastvrijheid tijdens kerstmis een groot goed zijn.

C. Dickens en A. Rackham, A Christmas Carol
Londen: Heinemann; Philadelphia: Lippincott, 1915
CBM 609 B 02
In de selectie boeken zijn vooral Brabantse of in Brabant woonachtige auteurs opgenomen. Meest bekend bij de huidige generatie is Paul van Loon (1955). Hij vertegenwoordigt de kinder- en jeugdliteratuur met een boek over de kerstboom. Antoon Coolen (1897-1961) schreef vóór de Tweede Wereldoorlog meerdere kerstverhalen die zich afspelen in Noord-Brabant. Net als andere werken van zijn hand werden ook deze verhalen al vroeg in diverse talen vertaald. Coolen had zich bij het schrijven van verhalen laten inspireren door de Vlaamse auteur Stijn Streuvels (1871-1969). Diens boeken met kerstverhalen zijn ook geselecteerd, mede vanwege de boekband. Johan Biemans (1933) is vooral schrijver en verteller van Brabantse volksverhalen. Zijn Kerstmis in Brabant is geheel in dichtvorm gesteld.
A. Coolen, Kerstmis in De Kempen
Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1946
CBM 484 F 27

A. Coolen et al., Kerstvertellingen : een vijftal sagen
Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1935 
CBM 628 B 04
S.Streuvels, Kerstvertelsel
Mechelen: Het Kompas, 19xx
CBM 627 H 15
J. Biemans en J. Willems, Kerstmis in Brabant
Bergeijk: Apicultor, 2006
CBM 697 E 20

In deze presentatie kan slechts een klein deel van de werken met het trefwoord ‘kerstmis’ worden getoond, maar de selectie illustreert wel een aantal belangrijke verzamelgebieden en deelcollecties van de afdeling Bijzondere Collecties van Tilburg Library en de Brabant-Collectie, namelijk: de collectie van het Grootseminarie van Haaren (sinds 1972 in Tilburg) en de kloostercollectie van de minderbroeders Kapucijnen (2006), de Charles Dickenscollectie van auteur en groot Dickenskenner Godfried Bomans (1981), het verzamelgebied kinderboeken en de collectie van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, de oorsprong van de Brabant-Collectie.

De mini-expositie is t/m vrijdag 31 januari 2020 te zien in de vitrine op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.

maandag 25 november 2019

Tijdschrift: Aa-Kroniek

De Heemkundekring Budel en Cranendonck startte eind 1982 met een heus 0-nummer van de Aa-kroniek. Bij het alfabetiseren van tijdschriften kom je niet veel ‘vroegere’ titels tegen. Maar het was bij de naamgeving om het riviertje Aa te doen, dat ‘het heemgebied Budel-Soerendonk-Maarheeze verbindt en ook scheidt’, zo wordt in dat eerste nummer toegelicht. Iedereen wordt uitgenodigd bijdragen in te sturen. Er wordt bij vermeld: ‘Het is echt niet nodig dat alles historisch verantwoord is, integendeel: vraagtekens plaatsen nodigt uit tot het schrijven van artikelen die een antwoord op probleemstellingen kan geven’. Er kan worden gesteld dat de oproep geslaagd is te noemen. Volgend jaar, in 2020, beleven we de veertigste jaargang van het heemkundeblad van ‘De Baronie van Cranendonck’, want zo heet de kring sinds 2003. Budel, Budel-Dorplein, Budel-Schoot, Gastel, Maarheeze en Soerendonk vormen nu het geografisch kader van vereniging en tijdschrift. Opmerkelijk is dat Jac Biemans er vanaf het allereerste nummer aan verbonden is, als redactielid, maar ook als auteur. Het periodiek verschijnt vier keer per jaar en het op A5-formaat vormgegeven blad is altijd rijk gevuld.

Er verschijnen artikelen van uiteenlopende aard, vaak van een serieuze omvang. Regelmatig is het zo dat een artikel over meerdere nummers moet worden uitgesmeerd. Of het nou over de kerk van Maarheeze, de postgeschiedenis van Budel of het verenigingsleven in Soerendonk gaat, in elk artikel wordt het onderwerp van vele kanten belicht. Over de meer recente onderwerpen gebeurt dit vaak aan de hand van interviews. Ook na zoveel jaren zijn er nog nieuwe onderwerpen die voor het eerst en zo uitgebreid aandacht krijgen. 

Zo werd in het derde nummer van 2019 Florian Thirion aan de lezers voorgesteld. Hij was lid van één van de Waalse families die voor hun boterham naar Budel verhuisden en daar werkzaam waren in de zinkfabriek van Dorplein. Een andere bijdrage (onderdeel van een reeks) kun je lezen als de biografie van een straat. Al wandelend door de Grootschoterweg kom je meer te weten over de aldaar gelegen huizen en de levenswandel van hun bewoners. In de geschiedenis van een parochie(kerk) kunnen we, mede aan de hand van biografieën van de opeenvolgende pastoor, goed volgen hoe de ontwikkeling van de geloofsgemeenschap ter plekke tussen 1819 en 2019 is verlopen. In het herdenkingsjaar 2019 is vanzelfsprekend ook in de Aa-kroniek aandacht voor de lokale verhalen, in dit geval over de Britse piloot Andrew Robinson die op 27 januari 1943 met zijn vliegtuig bij Maarheeze is gecrasht en bij de familie Koenraadt werd opgevangen. Dat het verenigingsleven een rijke geschiedenis kent, maar helaas niet altijd een happy end, wordt in het artikel over schietvereniging ‘De Vrije Hand’ uit de doeken gedaan. 

De Aa-kroniek is aanwezig en raadpleegbaar op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 07422

maandag 11 november 2019

Boerenverhuizing in oorlogstijd

11 november 1941: het is een grauwe oorlogsdag, deze Sint-Maarten. Maar ook een dag waarop een bonte stoet van Goirle naar Esbeek trekt. Boer Harrie Oerlemans, zijn vrouw Leida Oerlemans-Harbers, hun kinderen, de huisraad én de complete veestapel (inclusief mestvoorraad en veevoeder) verhuizen met de hulp van hun nieuwe buurtbewoners naar Esbeek. Om precies te zijn naar de Poorthoeve op de oude heerlijkheid ThuldenHier had levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht enige jaren daarvoor een uitgestrekt gebied met heide, bos en moeras ontgonnen tot Landgoed De Utrecht.
Het gebeuren haalt de landelijke pers: op zondag 16 november 1941 staat een uitgebreid verslag van een Bossche correspondent in De Telegraaf, op zaterdag 29 november wordt hetzelfde relaas in een kopblad van deze krant, De Courant. Het nieuws van den Daggepubliceerd. Fotopersbureau Het Zuiden maakte een beeldverslag en een aantal van deze foto's bevindt zich in onze collectie.

In alle vroegte reizen op de dag van de 'overtrek' de buurtbewoners met paard en wagen van Esbeek naar boerderij Sint Jacob, gelegen onder Goirle: een tocht van drie uur. De wagens zijn versierd en de boeren en boerinnen dragen hun traditionele Brabantse klederdracht: de mannen in blauwe kiel en met een papieren roos op een zijden pet, de vrouwen in schort en omslagdoek en getooid met Brabantse muts. Direct wordt begonnen met het inladen van huisraad en gereedschap en het opladen van de wagens.
Fotopersbureau het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (3)
Na het inladen krijgen de verhuizers in de oude boerderij van Oerlemans een stevige maaltijd voorgezet.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (6) (bis)
Een lange stoet trekt al zingend door de straten en over het platteland. Vooraan lopen de boerenmeisjes met het vee, gevolgd door de wagens met huisraad en hooi. Hoogtepunt is de schòòn kéér. Deze feestelijke versierde wagen met daarop het boerengezin wordt geleid door de meest nabije buurman. Op de wagen zijn in goud de initialen aangebracht van het boerenpaar. 
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (9)
Onderweg wordt als er een café in zicht is "den dam eronder gezet" om een drankje te nemen. Een steun wordt onder de wagens gezet, de paarden krijgen even rust en worden gelaafd en gevoerd. Mogelijk is onderstaande foto gemaakt bij Herberg Den Hemel in Hilvarenbeek.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (8) (bis)
Aangekomen op de grens van het buurtschap is het tijd voor "de zoete inkomst". Het boerenpaar wordt hartelijk welkom geheten en gewezen op de rechten en plichten binnen het buurtschap. Dit wordt bezegeld met een zoete drank, opgediend uit een antieke anijskom door twee buurvrouwen.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (14)
Gedurende de verhuizing hebben de boerenmeisjes continu een feestelijk versierde kroon bewaakt. De mannen zijn er namelijk op uit deze kroon te roven en als ze dat lukt, verdienen ze een halve liter jenever. Op onderstaande foto wordt de kroon uitgedragen en getoond. 
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (11)
Het echtpaar Oerlemans-Harbers betrekt de nieuwe boerderij en hangt de kroon in de woonkamer onder de schouw. Deze blijft daar hangen tot een nieuwe buur op het buurtschap komt wonen.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (12)
Bijzonder is dat deze verhuizing met zoveel pracht en praal werd uitgevoerd, zeker in de oorlogsjaren. Volgens bovengenoemd krantenartikel is dit mede te danken aan de heren van Landgoed De Utrecht die een feestelijk tintje aan deze overtrek hebben willen geven.

En hoe zit het met de boerenovertrek in de 21e eeuw? Dat het nu niet meer gaat om verhuizen moge duidelijk zijn. Rijdend in een boerenhuifkar, al dan niet verkleed in boerentenue, gezellig samenzijn, eten en drinken, dat is waar het nu om draait.