Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 16 september 2019

Hollandse helden in de jaren 60. Het kleurenarchief van Louis van Paridon


Onlangs verscheen een prachtig fotoboek met ‘vergeten’ foto’s van de in de jaren zestig naar Heeswijk verhuisde Amsterdammer Louis van Paridon (1922-2016). Jarenlang lagen de dia’s in een vochtige stal van zijn boerderij in Heeswijk-Dinther. Maar onlangs kwam zijn archief, waarvan men dacht dat het er niet meer was, weer boven water. Duizenden dia’s van bekende Nederlanders uit de jaren zestig, zoals Mies Bouwman, Johan Cruijff, Sjaak Swart, tante Leen, Willeke Alberti en Toon Hermans, lagen keurig gearchiveerd in bruine papieren zakjes in een ladekast. Ook maakte hij veel zwart-wit beelden en later kleurenfoto’s van het dagelijks leven in katholiek Nederland. Deze foto’s leverde hij aan diverse kranten en tijdschriften, waaronder de Volkskrant, de Tijd, de Katholieke Illustratie en het Parool. Het fotoboek Hollandse helden in de jaren 60 geeft een goed tijdsbeeld van deze periode. 
Ook al nam hij deel aan een aantal exposities, voor het grote publiek en de fotohistorici bleef hij een onbekende. Van Paridon stopte eind jaren zestig plotseling met fotograferen. Hij stak zijn tijd in het opknappen van de boerderij die hij begin jaren zestig had gekocht. Waarom hij zo plotseling stopte, is niet duidelijk. Hij trok zich terug in de boerderij in de Brabantse bossen aan de rand van Heeswijk. Hij begon daar met het verzamelen van schilderijen en beeldhouwwerken, samen met zijn vriend en partner Michel Teulings. Ook lag hij regelmatig overhoop met de gemeente over diverse zaken, zoals de ruilverkaveling en de monumentenstatus van zijn boerderij. Pas na Van Paridons dood in 2016 vond Teulings het fotoarchief in de stal. Teulings nam contact op met fotobureau Hollandse Hoogte en dit leidde tot een eerste aanzet van het boek en de herontdekking van de fotograaf.

Vindplaats: BRA Z6 DIJC 2019

maandag 2 september 2019

DVD: Portretten uit De Peel

Tot begin jaren zestig van de vorige eeuw behoorde de Peelregio van Limburg en Noord-Brabant tot een van de dunst bevolkte en minst ontwikkelde delen van Nederland. Het is dan ook nog niet zo lang geleden dat daar complete gezinnen in hutten van takken, graspollen (plaggen) en opeengestapelde turf woonden. Jacques Peeters, fotograaf en gepensioneerd foto-journalist van dagblad De Limburger, was als jonge fotograaf geïntrigeerd door de kleurrijke figuren en situaties die hij er aan trof. Hij legde het vast in een groot aantal zwart-wit foto's. Hij maakte o.a. foto's van kluizenaar Grard Sientje, die opgroeide in een plaggenhut. Peeters' foto's zijn op hun beurt een bron van inspiratie voor filmmaker Wiek Lenssen. Hij ging op zoek naar de gefotografeerde mensen, hun verwanten en nog levende oude bekenden. Het resultaat is een documentaire die een poëtische en filmische benadering geeft van een bijzonder landschap en haar bewoners. Lenssen kreeg een eervolle vermelding op het Limburg Film Festival 2017 in de categorie Beste Lange Film voor Portretten uit De Peel.

De dvd is te bekijken op de raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: BENG DVD PORT 2017

woensdag 28 augustus 2019

Overdracht fotocollectie Harry Guntlisbergen (1934-2001)

De negende. Geen symfonie van Beethoven of Mahler, maar de negende collectie van een Brabantse fotograaf die is overgedragen aan de Brabant-Collectie. Op vrijdag 16 augustus 2019 hebben de kinderen van Harry Guntlisbergen formeel het oeuvre van hun vader geschonken aan de Brabant-Collectie. Het werk van de fotograaf blijft op deze manier bewaard en toegankelijk voor iedereen.
Vissersboot in de Maas
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University


Ondertekening overdrachtsdocument door Bjorn en Tjabine Guntlisbergen
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Eindhovenaar Harry Guntlisbergen werkte als boekhouder bij de gemeente en was daarnaast een fervent amateurfotograaf. Zijn werk toont het Brabantse landschap en de Brabantse mensen voornamelijk in zwart-wit foto’s. Hij wilde zijn omgeving vastleggen voordat deze zou verdwijnen. Harry Guntlisbergen ging met de fiets op pad om te fotograferen. Hij had oog voor lichtval en wolkenpartijen en had een hechte verbondenheid met het karakteristieke Brabant. Hij keek heel nauwkeurig naar zijn object, maar was vooral heel sterk bezig met het licht. Als het licht naar zijn gevoel niet goed was, werd er geen foto gemaakt. Net als Martien Coppens, door wie hij erg geïnspireerd was. 

Hij fotografeerde met o.a. Rolliflex en Beautyflex camera. Zijn fotorolletjes ontwikkelde hij zelf. Na selectie maakte hij zijn afdrukken en vergrotingen op bariet- en PE papier. Hij was, net als Nard Vogels en Gerardus van Mol, lid van de Eindhovense fotoclub ‘De Amateur’.  Vanaf 1959 won hij met zijn inzendingen regelmatig prijzen bij fotowedstrijden.  

Er zijn verschillende parallellen te trekken met de opnamen van andere Brabantse fotografen die beheerd worden door de Brabant-Collectie. De collectie Harry Guntlisbergen past naadloos in de rij van de anderen. De fotografen brengen de historie van Brabant op hun eigen manier in beeld en zijn door elkaar geïnspireerd. 

Lees meer in Brabants Dagblad en Brabant Cultureel.

Echtgenote fotograaf
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University
Gezicht op Diessen
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University

Nabij Valentinuskapel, Westerhoven
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University

Luyksgestel
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University

Nabij de Achelse Kluis, Valkenswaard
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University

Piet Renders, Oerle
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University
Massale opmars Gildendag Soerendonk
© Harry Guntlisbergen | Brabant-Collectie, Tilburg University

maandag 19 augustus 2019

John Bergmans 1892 - 1980; tuinarchitect en plantenkenner

Eind vorig jaar verscheen een uitgebreid boek over tuinarchitect en plantendeskundige John Bergmans (1892-1980). De in Antwerpen geboren Bergmans ontwikkelde zich als plantenkenner en ontwierp in Noord-Brabant en Limburg tuinen, parken en plantsoenen voor de industriële en burgerlijke elite, bedrijven en gemeenten. Niet alleen richtte hij villatuinen in en voorzag wijken van groen, hij ontwierp ook botanische tuinen, recreatieparken en begraafplaatsen. Verder hield hij zich als kweker bezig met nieuwe plantenvariëteiten, schreef hij diverse boeken en leverde vele bijdragen aan tijdschriften. Zijn standaardwerk ‘Vaste planten en rotsheesters’ (Eerste druk 1924. Vindplaats: CBC TFK C 640) zorgde voor eenheid in de naamgeving van tuinplanten. 
John Bergmans kwam in 1914 samen met honderdduizenden andere Belgische vluchtelingen naar Nederland en zou de rest van zijn leven in ons land blijven. In de jaren twintig verhuisde hij met zijn vrouw Coby Visser naar Oisterwijk, waar zij de rest van hun leven bleven wonen en werken. Bergmans was een echte plantenman en jarenlang de enige tuinarchitect ten zuiden van de grote rivieren. Zijn ontwerpen zijn in dit boek voor het eerst samengebracht en overspannen het interbellum en de wederopbouw. Het boek bestaat o.a. uit een inleidend deel met een beknopte biografie, een oeuvrecatalogus met alle groenontwerpen en een schematisch overzicht van de ontwerpen met hun opdrachtgevers.

Vindplaats: BRA J3 LIDT 2018

maandag 5 augustus 2019

Tijdschrift: Brabants

In maart 2004 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift, getiteld: Brabants. De ondertitel luidde: ‘Kwartaaluitgave over Brabantse taal, literatuur, muziek, dialect- en naamkunde’. Het blad kende in december 2012 na negen jaargangen ongewild zijn laatste nummer. In 2014 werd echter een nieuw tijdschrift onder dezelfde naam opgestart. De ondertitel werd teruggebracht tot ‘Kwartaalblad over Brabanders en hun taal’. De Stichting Brabants werd uitgever van het periodiek. De stichting organiseert verder culturele evenementen waarbij proza en poëzie in Brabantse dialecten centraal staan. In Brabants laten taal- en dialectliefhebbers en -professionals vier keer per jaar hun licht schijnen over de Brabantse taal. Redactielid van het eerste uur is prof. dr. Jos Swanenberg, bijzonder hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur aan Tilburg University. Hij verzorgt interessante artikelen over bijvoorbeeld de neus-nazalerende ñ of staat stil bij het verschijnen van een nieuwe publicatie over Brabantse spreekwoorden. Door de jaren heen hebben naast een vaste kern van auteurs ook veel incidentele schrijvers bijdragen verzorgd voor het tijdschrift. Via de interviews met bekende en minder bekende Brabanders en achtergrondartikelen over Brabantse poëzie, literatuur, toneel, cabaret, muziek etc. uit heden en verleden kom je als lezer heel veel te weten over de Brabantse taal. Het verband tussen dialect en (het taalgebruik met) carnaval wordt ook regelmatig belicht. Voorts is er aandacht voor het vaak specialistische onderzoek waar Brabantse dialecten aan onderworpen worden, alsmede de strijd die er gevoerd wordt om dialect of streektaal op de agenda van beleidsbepalers te krijgen en te houden.

Zoals het taal - en zeker het dialect - betaamt, is het horen een niet onbelangrijke factor om te kunnen begrijpen. Was het bij de eerste reeks van Brabants een compact disc die bij ieder nummer zorgde voor auditieve ondersteuning, anno 2019 zijn er vanuit ieder nummer koppelingen te leggen met de luisterbox op de website van de stichting. Daar worden de nodige teksten (met name proza en poëzie) uit ieder nummer voorgedragen en kan men zelf onderzoeken hoe de verschillende dialecten klinken. Als je de papieren versie bij de hand hebt, kun je ook hardop meelezen met de dialecttekst. Dat moet je echt een keer gedaan hebben!

Brabants is aanwezig en raadpleegbaar op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 10560

maandag 22 juli 2019

DVD: Pannenhoef: natuur in ontwikkeling

In 2017 verscheen in de reeks natuurfilms van Mark Kapteijns deze dvd over de Pannenhoef. Dit unieke en waardevolle natuurgebied van 700 hectare, in beheer bij Brabants Landschap, ligt tussen Rijsbergen, Zundert en Sprundel.
Het gebied herbergde oorspronkelijk een uitgebreid veenpakket, dat tussen 1400 en 1750 werd afgegraven. Het gedroogde veen -  turf - werd via diverse turfvaarten afgevoerd naar de steden waar het als brandstof dienst deed. Wat overbleef in het landschap was een heuvelig heidegebied met vennen. In de 19e eeuw begon men met de ontginning tot bos en landbouwgrond. In 1840 werd Landgoed Pannenhoef gesticht, dat diverse eigenaren kende. Brabants Landschap kocht het in 1970 aan en transformeerde dit aanvankelijk saaie gebied met weinig natuurwaarde naar een aantrekkelijk gemengd bosgebied met 11 vennen. Verder zijn er nu fraaie lanen, beken en bloemrijke weilanden te vinden. Zeldzame planten kwamen terug en ook amfibieën als de poel- en heikikker. Verder hebben in dit gebied onder andere de bunzing, ree, groene specht en buizerd hun plek gevonden. De film van Kapteijns laat onder andere bijzondere bewoners als havik, boommarter, klapekster en nachtzwaluw in hun natuurlijke habitat zien.

De dvd is te bekijken op de raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD PANN 2017

maandag 8 juli 2019

P.L. van Kessel, een spoorloos verdwenen belangrijke Brabander

Ex libris, geplakt in de Oeuvres complètes (1821) van J. Delille
TRE 11 B 5
'Eens, eens vergeldt de Heer hunne ondeugd aan de boozen;
Hunne eigen' snoodheid wordt hun graf:
Jehova, onze God, verplet die goddeloozen,

En wendt de geselroe van zijne dienaars af.'

Van de dichtregels van Petrus Ludovicus van Kessel zullen waarschijnlijk weinig lezers blijmoedig worden. De dichter gebruikt zinsneden als 'foltrend leven', 'moordend staal', 'jammerend geblaar' en 'zielverscheurend kermen'. Toch vond deze sombere poëzie kennelijk aftrek. In 1826 verscheen bij de Bossche uitgever J.J. Arkesteyn een eerste bundel van Van Kessels gedichten voor katholieken, in 1831 gevolgd door een tweede deeltje. De 2e, vermeerderde druk, werd in 1842 gepubliceerd door uitgever Petrus Stokvis (1803-1881): Gedichten voor Roomsch-Katholijken, door P.L. van Kessel, R.K. priester. Stokvis was werkzaam in Den Bosch, en wel in de Verwerstraat 28. Het boek kostte 1 gulden. Van Kessel liet zijn dichtbundel voorafgaan door een citaat over geloof en dichtkunst van de Franse dichter Édouard Turquety (1807-1867). Een opmerkelijke keuze, want de vrolijke, lichtvoetige poëzie van Turquety lijkt in niets op de zwaarmoedige teksten van Van Kessel. 
Petrus Ludovicus van Kessel werd in Eindhoven geboren op zaterdag 26 januari 1793, vrijwel exact negen maanden na het huwelijk van zijn ouders, Guilielmus van Kessel (1762-1822), dokter van beroep, en Theresia Pijpers (1766-1841).
Een belangrijke bron voor biografische gegevens over P.L. van Kessel is J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's Hertogenbosch dl.1, (1840). Volgens Coppens werd de 22-jarige Van Kessel in 1815 als 'eerste professor in de wijsbegeerte' aangesteld op het kleinseminarie Veebeek bij Berlicum dat door Antonius van Gils (1758-1834) was gesticht in april van dat jaar. Tot de eerste leerlingen behoorden G.P. Wilmer (1800-1877) uit Boxtel, de latere bisschop van Haarlem, en de hierboven vermelde J.A. Coppens (1800-1850). Mogelijk zijn beiden zelfs oudleerlingen van de jeugdige professor Van Kessel geweest. Het kleinseminarie verhuisde in 1817 naar een nieuw gebouw op het landgoed Beekvliet bij Sint-Michielsgestel.
Van Kessel is acht jaar als docent verbonden geweest aan het kleinseminarie. In 1823 gaat hij terug naar zijn geboortestad en wordt daar rector van de Latijnse school. Hij blijft er tot 1830. Over die jaren als Eindhovense rector is niets bekend. Van Kessel duikt vervolgens op in Oudenbosch, waar hij in 1830 een Latijnse school sticht die op 7 oktober opent, met lessen in Latijn, Grieks en Frans. Deze zogeheten 'kweekschool' was kennelijk een succes, want 'superior' Van Kessel moest door de aanwas van leerlingen in 1835 uitwijken naar een groter pand, en wel aan de Markt 68. Vier jaar later werd zijn school echter opgeheven. Het pand aan de markt werd overgenomen door het bisdom Breda dat er een kleinseminarie in vestigde. Op maandag 12 augustus 1839 nam de bevolking van Oudenbosch diep ontroerd afscheid van hun 'geliefden superior'. Hij ontving een zilveren tabaksdoos, waarin gegraveerd: 'Souvenir de vos disciples 1839'. Volgens Coppens is Van Kessel toen naar Den Bosch vertrokken. De groene treurbeuk die nu nog in het arboretum van Oudenbosch staat, is overigens nog door Van Kessel zelf in 1839 geplant.
In 1842 bewerkte Van Kessel een heruitgave van zijn in 1823 verschenen De voortreffelijkheid der katholieke godsdienst en in 1868 verscheen in Antwerpen zijn metrische bewerking van De imitatione Christi. Verder is tot nog toe geen spoor teruggevonden van deze dichtende priester die voor het Brabantse onderwijs toch bepaald niet onbelangrijk is geweest.
Petrus Ludovicus van Kessel, van wie dus vooralsnog geen sterftedatum bekend is, was een productief auteur, dichter en vertaler. Zijn eerste boek verscheen in 1817: Grondbeginselen der Latijnsche taal, Den Bosch, J. Coppens en Zoon, 1817 (alleen aanwezig in de UB Nijmegen). Daarna volgden nog twintig publicaties (inclusief herdrukken), alle, op twee na, aanwezig in de Universiteitsbibliotheek Tilburg.

De Brabant-Collectie bezit een heel bijzonder exemplaar van Van Kessels Gedichten voor Roomsch-Katholijken (2e druk, 1842).
Titelpagina
KOD 1842 'S HERT 4
Het is een fraaie uitgeversband (157x102x22 mm) van blindbestempeld rood calico. Op de randen van beide platten een verguld kader. De platkanten en de sneden zijn verguld en de kapitaalbandjes zijn in wit en blauw. De schutbladen zijn van bruin kiezelmarmer sierpapier.

Kiezelmarmer sierpapier
Op het voorplat centraal het alziend oog en op het achterplat een kelk met hostie in stralenkrans.
Uitgeversband van Gedichten voor Roomsch-Katholijken
KOD 1842 'S HERT 4
Het boek is een presentexemplaar van de auteur zelf! Op het voorste schutblad heeft de dichter geschreven: 'Uit achting, vriendschap en erkentelijkheid, P.L. van Kessel'. Wanneer hij het boek cadeau heeft gegeven, is niet bekend. Wel is de enige eigenares bekend omdat zij gelukkig de voorste en achterste schutbladen heeft vol gekliederd met haar naam: Anna van Rooij.
Door Anna de Rooij beschreven schutbladen 
Dankzij haar aantekening op het achterste schutblad dat zij 45 jaar oud was in 1881, is vrij zeker dat zij de Anna van Rooij moet zijn geweest die werd geboren op 2 maart 1836 in Vught. Anna was dus pas 3 jaar oud toen Van Kessel uit Oudenbosch vertrok. De vraag is natuurlijk: wat is de connectie Anna van Rooij en Petrus Ludovicus van Kessel? Is Anna slechts een latere eigenares van de bundel of kenden zij elkaar inderdaad? Zo ja, wanneer schonk hij haar dan zijn gedichtenbundel? Deed hij dat toen hij in Den Bosch woonde? Hoe kan het dat een priester die zo actief in het Brabantse onderwijs is geweest, op zijn 46e zo spoorloos is verdwenen?