Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

donderdag 29 januari 2026

Lieshout op de glasplaat: Tinus Swinkels (1873-1962)

In Lieshout stond niet alleen de wieg van fotograaf Martien Coppens (zie ook In Brabant 2025-2), maar ook die van amateur-dorpsfotograaf Tinus Swinkels. Beide fotografen brachten hun woon- en werkomgeving op een bijzondere manier in beeld.

Zelfportret: Tinus Swinkels op motorfiets met kenteken N-1229, Lieshout 1911.
 (Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)
In de periode 1905-1925 legde Martinus Johannes (Tinus) Swinkels (1873-1962) het leven van eenvoudige mensen, grote gezinnen op het platteland en gebeurtenissen in en nabij Lieshout op de gevoelige plaat vast. Zijn opnamen tonen naturalistische directheid en oprechtheid. Helaas raakte Swinkels – de eerste fotograaf in Lieshout  –  in de vergetelheid.
Veel van de glasnegatieven zijn verloren gegaan. Ze lagen opgestapeld in een vochtig schuurtje naast het kippenhok en vertonen flinke aantasting door vocht en temperatuurschommelingen: de emulsielaag is vaak beschadigd en zelfs verdwenen. Ook zijn sommige platen gebroken of hebben ze afgebroken hoeken. Later ontfermde Tinus’ zoon Theodorus (1925-2000) zich – gelukkig  – over de glasplaten. Zijn inspanningen zijn van groot belang, zowel voor het behoud als het achterhalen van informatie en verhalen bij de geportretteerden en locaties.
Tinus Swinkels was een veelzijdig en kleurrijk persoon, afkomstig uit de bekende brouwersfamilie en zelf vader van tien kinderen. Naast fotograaf was hij koster, kweker, imker en tot 1905 ook gemeentesecretaris. 
Op zondag na de hoogmis kwamen de gezinnen in hun zondagse kleding naar Tinus toe, de vrouwen meestal getooid met poffer en behangen met streeksieraden. Ze poseerden vaak voor of achter zijn huis (op het erf of in de tuin) en soms was de vlakbij gelegen kerk op de achtergrond te zien. Talrijke glasnegatieven tonen de buitenstudio: een opgehangen witte of donkere doek als achtergronddecor. Op de afdruk, die de klant ontving, was hiervan door het bijsnijden van het beeld niets meer te zien. Bij het maken van groepsportretten voerde Swinkels de regie en plaatste zijn modellen op grootte dichtbij elkaar. Meestal belichtte hij twee glasplaten vanwege de kans op onscherpte door beweging. Na het ontwikkelen kon hij dan kiezen welke de beste was. Van de glasplaten werden afdrukken gemaakt op fabrieksmatig geproduceerde daglichtpapieren. Zijn materialen haalde hij eerst uit Duitsland, vanaf 1907 bij A.C. Verhees in Den Bosch en nog wat later bij ateliers in Helmond.
Hij was geïnteresseerd in de moderne tijd, zoals nieuwe vervoer- en communicatiemiddelen. Zo ‘getuigen’ zijn zelfportretten met zendontvanger en motorfiets. Als chroniqueur legde hij de gebeurtenissen en straatbeelden in Lieshout en omgeving vast. 

Eind mei 2024 schonken de kleinkinderen zijn fotografisch oeuvre van ruim 900 glasnegatieven (inclusief auteursrechten) aan de Brabant-Collectie.

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 3 (september 2025), p. 28-39. Bekijk de pdf van het beeldverhaal. Ook online gepubliceerd op 29 januari 2026 in de rubriek ‘Sprekend Verleden’ van Univers.

Groepsportret ter gelegenheid van het zilveren huwelijksfeest
van familie Bekx-van de Goor, Lieshout (Achterbosch) mei 1912.
V.l.n.r. staande: Frans, Drieka, Hannes, Cee en Tonna.
Zittend: Martinus, Johan, vader Driek, Janus, hond, Sjo, moeder Leen, Marie en Piet.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)
 

Buitenstudio: families Aarts en Verbakel, Lieshout circa 1918.
V.l.n.r. staande: Johan Aarts, Truus Aarts, Grard of Janus Verbakel.
Zittend: Mina Aarts en Miet Aarts.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

Mobilisatie: groepsportret ‘Derde Divisie Veldhospitaal’
en op de achtergrond Botenhuis Brox, Lieshout augustus 1914.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

Propaganda voor kunstmest met familie Bekx-van den Berg, Lieshout (Vogelenzang) z.j.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

woensdag 21 januari 2026

Afscheid en opvolging Pia van Kroonenburgh

Per 20 december jl. heeft Pia van Kroonenburgh na een loopbaan van 26 jaar bij Tilburg University afscheid genomen van haar werk als Hoofd/Bibliothecaris van de Brabant-Collectie bij de universiteitsbibliotheek Tilburg.

Pia van Kroonenburgh en Wim van de Donk bij uitreiking van de universiteitspenning,
Tilburg, 28 november 2025.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Universiteitspenning 

Bij haar afscheidsreceptie op vrijdag 28 november jl. reikte rector magnificus en collegevoorzitter Wim van de Donk de universiteitspenning aan Pia uit voor haar jarenlange verdiensten voor de universiteit en voor de vele belangrijke relaties die zij onderhield met bijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant. Rector magnificus Wim van de Donk: 

Pia heeft in haar functioneren de kernwaarden van de universiteit, caring, courageous, connected en curious, in de praktijk gebracht. Ze toonde zich volhardend, was een verbinder en people manager, zette zich in voor het algemene (universitaire) belang, en stelde zichzelf daarbij niet op de voorgrond. Op grond van bovenstaande wapenfeiten die verder reiken dan reguliere werkzaamheden en ook buiten de universiteit breed worden gewaardeerd heeft het College van Bestuur Pia bij haar afscheid de universiteitspenning uitgereikt als bijzondere vorm van waardering.


Werkverleden

Pia is sinds 1989 in dienst van Tilburg University bij de Universiteitsbibliotheek/LIS waarbij ze enkele malen op andere plekken heeft gewerkt, namelijk tussen 1993 en 2003 (UvA) en tussen 2012 en 2014 (TU/e). Ze is in 1989 begonnen als afdelingshoofd Bibliotheektechniek. In 2003 werd ze Manager Bedrijfsvoering van de Bibliotheek en onderbibliothecaris. Ze was in die periode onder andere verantwoordelijk voor de integratie van de enorme bibliotheek van de toenmalige Theologische Faculteit Tilburg in de universiteitsbibliotheek, die zeer succesvol is verlopen

Ook werd ze toen mede verantwoordelijk voor de Brabant-Collectie. Na de fusie van de universiteitsbibliotheek met het rekencentrum en audiovisueel centrum tot Library & IT Services (LIS), werd Pia in 2007 adjunct-directeur gebruikersdiensten van deze dienst. Ze was daarbij onder andere verantwoordelijk voor de herinrichting en renovatie van het bibliotheekgebouw. Na een tweejarig uitstapje naar TU/e kwam ze in 2014 terug als Bibliothecaris van de Brabant-Collectie. In die rol heeft ze sinds die tijd gestreden voor behoud van de Brabant-Collectie voor de universiteit. Het behoud van deze collectie is heel belangrijk voor het geheel van collecties van de universiteit en in dit proces heeft Pia een cruciale en bijzondere rol gespeeld. 

Van belang is nog te noemen dat Pia in staat is gebleken in 2023 voor Tilburg University de buitenexpositie De Mix te realiseren, in samenwerking met de NS en ProRail; iets wat door velen als onmogelijk werd geacht maar mede door haar volhardendheid succesvol is gerealiseerd met grote impact qua publieksbereik. Dit heeft de zichtbaarheid van de Brabant-Collectie en Tilburg University verder vergroot.


Toekomst

In de geest van het nieuwe strategische beleidsplan van de Universiteitsbibliotheek (UB) zal een gedeelte van de taken van Pia als Hoofd/Bibliothecaris van de Brabant-Collectie worden overgenomen door Marjolein Beumer, Hoofd Universiteitsbibliotheek Tilburg. Marjolein zal zich met name bezig gaan houden met beleid, strategie en de doorontwikkeling van het houdbaar, bruikbaar en zichtbaar maken van de collectie. De overige taken worden ondergebracht bij verschillende teams binnen de UB en er komt een vacature voor een aanjager digitalisering en innovatie. De Brabant-Collectie zal hiermee een integraal onderdeel gaan vormen van de bijzondere erfgoedcollecties van de UB. 

Brabant-Collectie

De universiteitsbibliotheek van Tilburg University heeft met de Brabant-Collectie een unieke erfgoedcollectie in huis. De collectie is van bijzondere waarde, draagt bij aan de regionale verankering en heeft zowel regionaal als landelijk - en zelfs voor Vlaanderen - museale betekenis. Deze omvangrijke verzameling, voortgekomen uit het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en eigendom van de provincie Noord-Brabant, wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University. De Brabant-Collectie bestaat uit een grote hoeveelheid boeken, tijdschriften, handschriften en brieven, oude drukken, kranten en een topografisch-historische atlas (THA). De THA bevat kaarten, topografisch-historische tekeningen, prenten en foto's. Daarnaast beheert de Brabant-Collectie het totale fotografische oeuvre van veertien Brabantse fotografen. Ook draagt de Brabant-Collectie de zorg voor de bijzondere collecties van de bibliotheek, van Theologie (Haaren, Kapucijnen en Augustijnen) en voor de kinderboekencollectie Buijnsters-Smets. 

maandag 19 januari 2026

Veel te zien in Etten-Leur

In dit korte signalement aandacht voor de geslaagde heruitgave uit 2025 van een overzicht van kunstwerken in Etten-Leur. De oorspronkelijke uitgave, verzorgd door Antoni Barten, stamt uit 2020 en had een oplage van 50 stuks. Nu zijn er 600 exemplaren gedrukt, kennelijk omdat een dergelijke publicatie in een behoefte voorziet. En dat is heel goed voorstelbaar, want als je door een stad of dorp rijdt of loopt, kom je ze veelvuldig tegen: kunstwerken in de openbare ruimte. Op dat moment kunnen allerhande vragen opdoemen, zoals: ‘van wie is dit beeld’ , ‘wat is hier voorgesteld’ of ‘waarom staat dat beeld op deze plek’. 

In de Schoonheid der dingen. Opsomming van kunstwerken in Etten-Leur, een uitgave van Heemkundekring Jan uten Houte, zijn een kleine honderd kunstwerken opgenomen die je in Etten-Leur kunt tegenkomen. Of had kunnen tegenkomen, want er staan nogal wat werken in die inmiddels zijn verdwenen. Gegevens over al die kunstwerken en hun makers zijn in deze full-colour uitgave opgenomen. Korte kunstenaarsbiografieën en uiteenzettingen over de totstandkoming (en de eventuele teloorgang) van elk kunstwerk maken het compleet, wat heeft geresulteerd in een uitstekend naslagwerk. Indien relevant zijn de gegevens uit 2020 door een redactie geactualiseerd, maar de stevige basis van deze uitgave ligt in het werk van Antoni Barten.


Gelet op het feit dat een deel van de kunstwerken niet meer bestaat, is een dergelijke publicatie behalve een goede opsomming ook een goed moment om stil te staan bij de vraag: kunst in de openbare ruimte bepaalt mede het karakter van een stad of dorp en geeft er kleur aan, dus: moeten we daar niet voorzichtiger mee omgaan?

Deze publicatie is te vinden in de open opstelling van de Brabant-Collectie en heeft de signatuur: BRA J3 BART 2025

maandag 22 december 2025

De Bestedeling : een schrijnende geschiedenis

“Kinderveiling”, het klinkt als een verzinsel om als twijfelachtig opvoedkundig afschrikmiddel te dienen. “Als je nu niet luistert, brengen we je naar de kinderveiling!”. Maar helaas is er niets fictioneel aan deze term. Het verwijst naar een praktijk waarin zogenaamde bestedelingen, meestal weeskinderen, uitbesteed werden aan particulieren, wat soms gebeurde doormiddel van een heuse veiling. De geschiedenis van deze bestedelingen wordt uitgebreid beschreven door Menno Lanting, in zijn boek De Bestedeling. De geschiedenis van kinderveilingen in Nederland.

Het systeem van bestedelingen bestond in Nederland van de 17de eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog. Lanting laat zien hoe de praktijk hiervan was ingebed in de Nederlandse samenleving van die tijd. Door grote armoede nam de druk op weeshuizen en armenzorginstellingen toe. Het was simpelweg niet mogelijk alle behoeftigen op te vangen. Het besteden van deze mensen, ofwel ze voor een klein bedrag elders onderbrengen, moest deze druk verlichten. Daarbij kwam men tot het houden van openbare veilingen van kinderen, ouderen en mensen met een beperking. Bij het veilen van deze mensen ging het niet om de hoogste bieder, maar in feite juist om de laagste. Dat wil zeggen, degene die tegen een zo laag mogelijke vergoeding de bestedeling op wilde nemen, won de veiling. 

Hoewel het gezin of tehuis dat de bestedeling opnam de verplichting had goed voor het kind te zorgen, liet de praktijk een grimmig beeld zien. Het opnemen van deze kinderen draaide vaak meer om het gewin van degene die de bestedeling opnam, dan om het welzijn van het kind zelf. Vaak werden deze kinderen gezien als goedkope arbeidskrachten en wachtte hen een zwaar leven, waarin verwaarlozing en mishandeling  geen uitzondering waren. Hoewel er vanuit onder andere intellectuele en religieuze kringen zorgen werden geuit over het lot van deze bestedelingen, bleef de praktijk weerbarstig. Veranderingen die het welzijn van weeskinderen moesten verbeteren kwamen slechts langzaam op gang en waren aanvankelijk beperkt. Pas halverwege de twintigste eeuw werd armenzorg geprofessionaliseerd met meer oog voor het belang van de hulpbehoevende zelf.

Menno Lanting, De bestedeling. De geschiedenis van kinderveiling in Nederland (S2uitgevers, Baarn, 2025)

Het vertrekpunt voor Lanting’s boek is zijn eigen familiegeschiedenis. Zijn overgrootmoeder Geesken Staal  werd in 1877 op vijfjarige leeftijd wees toen haar beide ouders overleden aan de vlektyfus. De kinderen Staal werden als bestedeling ondergebracht bij verschillende gezinnen. Geesken kwam op een boerderij terecht waar haar jaren van hard werken wachtten. Het verhaal vormde de basis voor Lanting om in de geschiedenis van de bestedelingen en kinderveilingen in geheel Nederland te duiken.

Hierbij komt ook Noord-Brabant meerdere keren aan bod. Zo noemt de auteur Sint-Oedenrode, waar alleen al in 1820 zeventien kinderen en ouderen op bovenstaande manier werden geveild. Veel kinderen kwamen als bestedeling terecht in boerengezinnen. Ook werden kinderen uitbesteed aan fabrieken, bijvoorbeeld in Tilburg met zijn levendige textielindustrie, waar jonge kinderen welkome goedkope arbeidskrachten vormden.

Naast dat bestedelingen vaak hard moesten werken, kwamen ze er vaak ook bekaaid af waar het onderwijs betrof. Soms lag dit aan de pleegouders, maar er waren ook scholen die deze kinderen discrimineerden. Zo weigerde een school in Breda Amsterdamse bestedelingen, vanwege hun vermeende slechte invloed op de andere kinderen. In Megen werden pleegkinderen juist gebruikt om het leerlingenaantal aan te vullen, en zo aan een minimum aantal te voldoen. Wederom een beslissing waarbij niet het belang van het kind voorop stond.

In sommige gevallen was er sprake van zware mishandeling, zoals bij pleegmoeder Mina uit Megen. De zusjes Annie en Everdine waren in 1935 bij haar in huis geplaatst voor een vergoeding van 35 cent per kind per dag. Beide meisjes werden door Mina mishandeld tot aan inwendige bloedingen toe en moesten uiteindelijk in de rechtbank tegen hun pleegmoeder getuigen; ze waren toen pas negen en zes jaar oud. Ook twee eerdere pleegkinderen van Mina getuigden tegen haar. Deze jongens waren eerder bij Mina weggehaald en zeiden dat hun overplaatsing voelde alsof ze “uit de hel en in de hemel waren gekomen”.

Overigens kwamen niet alleen wezen in het systeem van bestedelingen terecht, soms konden of wilden ouders niet meer voor hun kinderen zorgen. Zo vertelt Lanting het verhaal van Hendrik de Wit die, nadat zijn vrouw was overleden en hij was hertrouwd, de zorg voor zijn vier kinderen teveel geworden vond. Hij liet zijn kinderen daarom aan het armenbestuur van Breda over met een briefje met daarop: “doe ermee wat je wilt, ik heb er geen eten voor”. Dit gedrag bleef niet onbestraft en Hendrik kreeg vier maanden gevangenisstraf voor het verwaarlozen van zijn kinderen. Hij wist hier echter aan te ontkomen door samen met zijn nieuwe vrouw te vluchten, waarbij hij zijn kinderen wederom aan hun lot overliet. Deze kinderen hadden het geluk dat ze uiteindelijk door familie werden opgevangen en hun het lot van de bestedelingen bespaard bleef in tegenstelling tot vele anderen.

Door de vele verhalen van individuele bestedelingen weet Menno Lanting deze mensen een gezicht te geven. De auteur heeft hierbij niet alleen oog voor de bestedeling zelf, maar ook voor de context waarin hun vaak schrijnende lot tot stand kon komen. Hij laat zien hoe de maatschappij worstelde met de zorg voor arme, kwetsbare groepen. Met zijn boek werpt Lanting licht op een deel van de geschiedenis dat veel mensen waarschijnlijk nog niet bekend was, maar dat het meer dan waard is om verteld te worden. 

Vindplaats: NGE S3 LANT 2025

woensdag 17 december 2025

Al zingend van deur tot deur

Nieuwe publicatie en vernieuwde website brengen bedelzangtradities in de Kempen en Noord-Brabant tot leven.

Je kent ongetwijfeld Driekoningen zingen of Halloween, maar wist je dat er nog veel meer unieke bedelzangtradities of geeffeesten zijn, die vaak al eeuwenlang bestaan in de Kempen en Noord-Brabant? Of wist je dat Sinterklaas vroeger ook een bedelfeest was? In de nacht van 5 op 6 december mochten mensen verkleed, langs de deuren gaan om een Sinterklaaslied te zingen, in ruil voor een speculaas. Je kan het vanaf nu allemaal ontdekken in het spiksplinternieuwe boekje ‘Al zingend van deur tot deur’. 

Perslancering brochure Al zingend van deur tot deur
in de gemeenten Baarle-Hertog en Baarle-Nassau op 10 december 2025. 
V.l.n.r. vooraan: kinderkoor van Koen Thoné.
V.l.n.r. achteraan: Janneke van de Laak (wethouder Baarle-Nassau), Tony Vaessen (voorzitter Verbond Volkscultuur in de Lage Landen) en Philip Loots, burgemeester Baarle Hertog.
(Foto: Marie Beyens)
Voor de eerste keer bundelden enkele erfgoedpartners de krachten, over de Nederlands-Belgische grens heen, om maar liefst 14 unieke bedelfeesten in kaart te brengen en te documenteren. De Kempense erfgoedcellen, het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen en de Brabant-Collectie van de Tilburg University brachten alles samen in een bijzonder boekje, een kleurrijk stickervel en een vernieuwde website.

     [Brochures en stickervellen].
 (Foto: Paul Slot) 
Het boekje is speciaal gemaakt voor kinderen (en hun ouders) en nieuwkomers. Ze vertelt alles over de tradities, met weetjes en leuke DIY-tips. 

Elke traditie heeft een QR-code die linkt naar de website www.zing-ze.be en www.zing-ze.nl, waar je de liedjes kunt beluisteren en natuurlijk kan meezingen! De website biedt daarnaast een overzichtskaart waarop je kan ontdekken welke bedelfeesten nog actief zijn in jouw gemeente. Elke traditie heeft zelfs een eigen pagina met achtergrondinformatie, liedjesteksten, partituren, filmpjes en foto’s!  Hiermee wil het project zowel kinderen als volwassenen aansporen om deze waardevolle erfgoedpraktijken in ere te houden en actief deel te nemen, zowel als zanger of als gever. 

          Klik hier op de QR-code voor downloaden digitale versie brochure

Vanaf 11 december is het boekje gratis verkrijgbaar in de plaatselijke bibliotheken en gemeentehuizen in meer dan honderd Kempense en Noord-Brabantse gemeenten. Als extraatje zijn er stickervellen gemaakt met veertien mooie illustraties van de bedelfeesten, die onder andere via Kempense scholen verspreid worden in aanloop naar de kerstvakantie. 

Dit project bewijst hoe levendig en betekenisvol dit immaterieel erfgoed nog is en toont hoe volkscultuur grenzen overstijgt. Wanneer mensen samenkomen om te zingen en tradities te delen, verdwijnen verschillen. 

Contact:

Heb je nog vragen? Neem dan contact op met Emy Thorissen

donderdag 11 december 2025

A.M. de Jong: auteur van de Merijntje Gijzen-reeks, maar ook van een klassieke strip

In 2025-2026 wordt gevierd dat de Brabantse streekromans over Merijntje Gijzen honderd jaar geleden voor het eerst verschenen. Auteur van deze zeer populaire reeks was de van origine West-Brabantse auteur A.M. de Jong (Nieuw-Vossemeer 1888-1943 Blaricum). De Jong is echter niet alleen bekend van Merijntje Gijzen. In de Brabant-Collectie bevinden zich ook zijn vooroorlogse stripboeken, uitgegeven door koffiemerk Van Nelle.

Bulletje en Boonestaak geldt als een klassieker uit de Nederlandse stripgeschiedenis. De reeks over deze twee kwajongens verscheen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, oorspronkelijk in de socialistische krant Het Volk. Bulletje en Boonestaak kan worden gezien als de belangrijkste Nederlandse bijdrage aan het internationale genre van de kwajongensstrip.

De voorstelling van beide helden werd gebruikt op de omslagen. A.M. de Jong en G. Van Raemdonck, De wereldreis van Bulletje en Boonestaak (Rotterdam 1928-1931).

Stripverhalen kennen veelal twee auteurs: de tekstschrijver en de tekenaar. Vaak is er bij het publiek meer aandacht voor de tekeningen. Sommigen denken zelfs dat strips geen vooropgezet plan hebben. Zonder scenario zijn het echter slechts onsamenhangende plaatjes en is er geen sprake van een stripverhaal. Er wordt in stripkringen vaak beweerd dat een goed verhaal minder geslaagde plaatjes kan redden, andersom kan dit niet: reeksen mooie plaatjes zijn een visuele brij als er geen onderlinge samenhang is. Daarin zijn strips vergelijkbaar met films, die ondenkbaar zijn zonder planning vooraf van scènes en dialogen.

In tekststrips is de wisselwerking tussen woord en beeld belangrijk. In: De wereldreis van Bulletje en Boonestaak, tweede deel (Rotterdam 1928-1931), p. 15, ill. 112B.

Tekenaar van Bulletje en Boonestaak was de Belg George van Raemdonck (1888-1968). Hij was getrouwd met Adriana Maria Denissen, een vrouw uit Bergen op Zoom. Ze woonden anderhalf decennium in Nederland, onder meer in Halsteren, van 1914 tot 1928.  De leeftijdgenoten De Jong en Van Raemdonck smeedden een hechte vriendschap, die onder meer gevoed werd door een gedeelde politieke, linkse overtuiging. 

De Van Nelle-boekjes bevatten niet louter onschuldige verhaaltjes. Van sommige werden de plaatjes gekuist, bijvoorbeeld afbeeldingen van naaktzwemmen. Ook waren er tekstuele aanpassingen. Ouders vonden de op kinderen gerichte verhalen opvoedkundig niet altijd geschikt, onder meer vanwege het gebruik van scheldwoorden en spreektaal door De Jong. Tevens was er sprake van veel leedvermaak en pestgedrag in de avonturen. De reeks was verder politiek getint met aandacht voor uitwassen als slavernij, racisme, kolonialisme en oorlog. Ook godsdienst werd kritisch belicht. De Jong en Van Raemdonck waren links georiënteerd en keerden zich in andere publicaties onder meer tegen het opkomend fascisme.

De avonturen van Bulletje en Boonestaak hebben een hoog slapstickgehalte. In: De wereldreis van Bulletje en Boonestaak , zesde deel (Rotterdam 1928-1931), p. 23, ill. 492A en B.

De lange reeks biedt sociaal engagement en geeft ook inzicht in de Nederlandse humorcultuur van het interbellum. Aan de nationale humorbeleving werd door de Brabander De Jong en zijn Vlaamse geestverwant Van Raemdonck met een zekere botheid iets licht ontregelends toegevoegd. Deze vroege klassieker is een waardevolle bijdrage aan de Nederlandse stripgeschiedenis.


De afbeeldingen zijn afkomstig uit de meerdelige oblong boekjes van het Rotterdamse koffie- en theebedrijf Van Nelle en zijn aanwezig bij de Brabant-Collectie, Tilburg University.

Het volledige artikel van Olivier Rieter is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 3 (september 2026), p. 6-12. Zie hier de pdf

woensdag 3 december 2025

Persbericht | Het kind (preview). Rees Diepen

Rees Diepen (Tilburg 1925 – Tilburg 2012) is bekend geworden om haar foto’s van kinderen. Geen geposeerde portretten zoals in die tijd gebruikelijk, maar het kind in de eigen omgeving. Bijzonder is dat Rees Diepen het gehandicapte kind ook gewoon als kind fotografeerde, dus niet met de focus op de handicap. Dat was heel vernieuwend in die tijd. En dat is het eigenlijk nog.

Marie Klaartje met hoofd op voeten, Tilburg 1965. 
© Rees Diepen  | Brabant-Collectie, Tilburg University.
Rees Diepen was de eerste vrouwelijke fotograaf in Brabant van landelijke betekenis. Zij was haar tijd ver vooruit. Zij studeerde rechten in Nijmegen en volgde de Nederlandse Fotovakschool in Den Haag. Diepen ontpopte zich als een vakkundig reportagefotografe, waarbij de leef- en belevingswereld van het kind haar specialisatie werd. Ze vestigde zich in 1956 als fotografe in Tilburg in een tijd dat dat voor vrouwen nog helemaal niet vanzelfsprekend was. In 1960 had ze in Tilburg haar eerste expositie. Diepen publiceerde in alle bekende dames-, opvoedings- en kindertijdschriften van die tijd, onder andere in Ouders van nu. Daarnaast verscheen haar werk in talloze brochures en boeken en op affiches en kalenders. Spraakmakend waren haar fotoboeken Argeloos begin (1961) en Dit kind… een confrontatie met ernstige zwakzinnigheid (1964).

Het oeuvre van Rees Diepen is opgenomen in de Brabant-Collectie van Tilburg University.

De selectie ‘Het kind’ wordt getoond in het kader van de 100ste geboortedag van Rees Diepen op 12 november 2025. Het is een preview op de grotere tentoonstelling ‘De wereld van het kind’ die Pennings Foundation in 2027 organiseert samen met de Brabant-Collectie, waar we werk van Rees Diepen context bieden door het te plaatsen naast kinderfotografie van andere fotografen.

Deze mini-expositie is van 6 december 2025 t/m 28 februari 2026 te zien bij Pennings Foundation, Geldropseweg 63, 5611 SE Eindhoven.