Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 22 november 2021

Het Brabants Kasteel

Het tijdschrift met deze titel is uniek voor Nederland, want Noord-Brabant is de enige provincie met een ‘specialistisch tijdschrift op kastelengebied’, zo vertelt ons de vereniging Vrienden van Brabantse Kastelen op haar website. Ze streeft ernaar driemaal per jaar een nummer te laten verschijnen. In 2021 zijn we toe aan jaargang 42. In het tijdschrift is verenigingsnieuws opgenomen en worden actuele ontwikkelingen rond Brabantse kastelen beschreven. De hoofdmoot beslaat echter wetenschappelijk verantwoorde artikelen over kastelen, ook in het gebied dat vroeger tot het hertogdom Brabant behoorde. Uiteraard staan de bouw- en bewoningsgeschiedenis van een kasteel vaak centraal in het gepubliceerde onderzoek. Hierbij passeren veel namen met een lokale betekenis de revue, maar het kan ook zijn dat de kasteelheer meer grond in eigendom heeft en verhalen over verschillende kastelen aan elkaar geknoopt kunnen worden. Auteurs koppelen deze informatie aan toponymie, cartografische documenten uit uiteenlopende tijden, kadastergegevens en topografische tekeningen en verwerken dit alles in leesbare artikelen die echt niet alleen interessant zijn voor ‘kasteelfreaks’.

In het jongste nummer gaat ir. Jan Timmers op zoek naar het oudste kasteel van (Aarle-)Rixtel. De historische context gaat terug tot in de twaalfde eeuw; eigenaren en familierelaties (van de Van Rixtels) worden nauwgezet uit de doeken gedaan. De werkelijke positie van de – verdwenen – kerk van Rixtel is een belangrijk aspect van de geschiedenis van het kasteel. Wat opvalt is de verhoogde ligging van de kerk en een hoeve. Deze ligging wordt in het begin van de negentiende eeuw nog door Stephanus Hanewinckel opgemerkt. Ook het artikel van Peter Seinen en Guus Braun gaat over bouwgeschiedenis. In dit geval betreft het kasteel Heeze en wel de periode tussen 1300 en 1662. Dit laatste jaar staat voor de rigoureuze verbouwing die architect Pieter Post toen in gang zette. De oorspronkelijke plannen zouden niets heel hebben gelaten van het oude kasteel, maar (gelukkig) vond een groot deel van de verbouwing, door geldgebrek bij de opdrachtgever, geen doorgang. Exacte projectie van oude tekeningen op de huidige situatie en bouwhistorisch- en bronnenonderzoek worden gecombineerd met archeologische waarnemingen. Dat de auteurs geen absoluut verhaal wensen te presenteren, bewijst de laatste zin van hun artikel: ‘Het beste dat we kunnen bieden is de meest logische interpretatie van de gegevens die we hebben en die moeten met reserve worden benaderd’. En zo hoort het met onderzoek, omdat het altijd weer anders kan worden, te zijn.

De Brabant-Collectie herbergt ook veel documentatie over Brabantse kastelen, in woord (boeken en tijdschriftartikelen) en beeld. Je kunt dit natuurlijk raadplegen via BCfinder, maar je kunt ook – op afspraak via brabant@tilburguniversity.edu – een bezoek brengen aan de collecties.

woensdag 17 november 2021

Mini-expositie 'Made in Brabant: bijzondere banden en boeken'

Op 6 november jl. vond het Festival ‘Boeken in Brabant’ van de Stichting De Brabantse Hoeders in de LocHal in Tilburg plaats: een drukbezocht evenement voor jong en oud.  Het thema ‘Boeken in Brabant’ vormde een goede aanleiding om juist eens het in Brabant met de hand gebonden en industrieel vervaardigde boek in de schijnwerpers te zetten. Niet de inhoud van het boek, maar de uiterlijke vorm - de boekband dus - staat centraal.

Cover tentoonstellingscatalogus

Bij de mini-exposite Made in Brabant: bijzondere banden en boeken in de Universiteitsbibliotheek Tilburg is een gelijknamige catalogus verschenen. Hierin wordt de ontwikkeling van de Brabantse boekband ‘met zevenmijlslaarzen’ in woord en beeld gebracht. Uit alle erfgoedcollecties in de universiteitsbibliotheek is geput: o.a. uit de kloostercollecties, de kinderboekencollectie Buijnsters-Smets en de voormalige wetenschappelijke bibliotheek van het Provinciaal Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, nu de Brabant-Collectie genaamd.

Centraal in de expositie staan de handboekbanden uit de Middeleeuwen tot en met de eenentwintigste eeuw, net als de fraaie sierpapieren omslagen uit de zeventiende tot de twintigste eeuw. De opkomst van de uitgeversband wordt getoond, evenals de machinaal vervaardigde boekbanden met als hoogtepunt de prachtige Art Nouveau en Art Deco banden. Verder is er speciale aandacht voor negentiende- en twintigste-eeuwse kinderboeken, en ook voor enkele bijzondere uitgaven en private presses tussen 1930-2000. De Brabantse drukkers, schrijvers en kunstenaars passeren eveneens de revue. 

Wat de opbouw van de tentoonstelling betreft, die is zoveel mogelijk chronologisch gehouden. De insteek is van meet af aan Brabants geweest, maar dat bleek helaas niet in alle gevallen mogelijk. Met betrekking tot de materialiteit van het boek gaat het niet altijd om Brabantse boeken of banden, maar deze zijn wel degelijk afkomstig uit Brabantse verzamelingen. Soms is het boek niet in het huidige Noord-Brabant gedrukt, maar in het Hertogdom Brabant. Of heeft het alleen maar een Brabants onderwerp. Kijk met verwondering naar deze ‘schone slaapsters’ uit de magazijnen van de Brabant-Collectie en Universiteitsbibliotheek Tilburg.

Locatie: Universiteitsbibliotheek Tilburg op niveau 0 (handboekbanden) en 1 (uitgeversbanden).
Te zien: t/m 31 januari 2022. 
Catalogus gratis verkrijgbaar bij de balies.

maandag 8 november 2021

Lotus: Jermain de Rozario, van vuilnisman tot sterrenchef

Eind juli verscheen een boek over de opmerkelijke carrière van Jermaine de Rozario uit Helmond. Jermaine, afkomstig uit een groot gezin, stopte op zijn 15de met school, ging het huis uit en had veel verschillende baantjes. Hij leidde een zwervend bestaan, kreeg verkeerde vrienden, kwam op illegale feesten, raakte aan de drugs en kreeg hoge schulden. Vier jaar later krijgt hij er genoeg van, stopt met de drugs, gaat op zichzelf wonen en vindt een baan als vuilnisman. Dit houdt hij een jaar vol. Dan kiest hij voor de horeca, met aanvankelijk diverse baantjes in de bediening. Dan komt hij, via een baan als eerstejaars leerling kok en zelfstandig werkende kok bij ‘t Parlement in Helmond, terecht bij Soenil Bahadoer van De Lindehof in Nuenen. Daar heeft hij het zwaar, maar hij leert er wel de kneepjes van het vak. Na als chef-kok bij ’t Parlement in Helmond en als chef de partie bij De Lindehof in Nuenen gewerkt te hebben, opent hij in 2016 met hulp van een investeerder zijn eigen restaurant De Rozario in Helmond. In het boek vertelt hij niet alleen over zijn successen en angsten, maar ook over zijn harde regime in de keuken, de vervelende gasten en de manier waarop zijn gerechten tot stand komen. De Rozario kookt met zijn hart en op zijn gevoel. Regels lapt hij aan zijn laars.

Vindplaats: BRA H3 HOFF 2021

donderdag 4 november 2021

Vrijheid en Verwarring: kloosterleven in de jaren zestig

MUSEUM KRONA, UDEN 

6 november 2021 – 6 maart 2022

Ruim zestig jaar geleden begon het decennium dat het religieuze leven in Brabant grondig zou veranderen. Van binnenuit (Vaticanum II) en van buitenaf kwam een ongekende vernieuwingsbeweging opgang. De expositie Vrijheid en Verwarring verbeeldt de drastische omwenteling in de kerk, en in de kloosters in het bijzonder, gedurende dit bewogen decennium. Vrijheid en Verwarring is tot stand gekomen dankzij een samenwerking van Museum Krona met de Brabant-Collectie (Tilburg University) en Berne Media.

In korte tijd werd het (bijna) monopolie van de reguliere geestelijkheid op zorg en onderwijs opgegeven en veranderde de visie op de missie radicaal. Contemplatieve vrouwenkloosters openden de poorten en lieten de tralies in de bezoekkamers verwijderen. Gehoorzaamheid wordt ingeruild voor eigen verantwoordelijkheid, de hiërarchische kerk maakt plaats voor een kerk van de armen. Deze ontwikkelingen krijgen een expliciete vertaling in het habijt, dat aan de tijd wordt aangepast of zelfs geheel wordt afgelegd.  De veranderingen werden door sommigen met vreugde ontvangen, anderen vonden het te snel gaan. Maar voor velen in de buitenwereld gingen de omwentelingen achter de kloostermuren nog niet snel genoeg. Het resulteerde naar het einde van het decennium toe in verwarring, verdeeldheid en verdriet. Massale uittredingen gingen gepaard met een moeizaam proces van heroriëntatie.

Verdeeld over tien luiken en met uniek bronmateriaal wordt getoond hoe snel en dramatisch deze revolutie zich voltrok. Een revolutie die bepalend zou blijken te zijn voor de topografie van de kloosters en situatie binnen de gemeenschappen anno 2021. De expositie sluit daarmee nauw aan bij het ‘Jaar van kloosterleven 2021 in Brabant’.

De Clarissen van Megen 1961.
Foto door Guus Bekooy, collectie Museum Krona
GRUTS: Twintigers nu en toen
Popmuziek en hippies, demonstraties en bezettingen: het waren de jongere generaties die nadrukkelijk hun stempel op de jaren zestig hebben gedrukt.  Hoe hebben de twintigers van toen die tijd ervaren en hoe kijken de twintigers van nu terug op de ‘sixties’? Deze vraag heeft Museum Krona voorgelegd aan vier studenten die deelnemen aan GRUTS, een programma van de provincie Noord-Brabant waarin studenten (mbo, hbo en wo) betrokken worden om mee te denken over vraagstukken m.b.t. erfgoed om zo een verbinding te maken tussen erfgoed en de eigen generatie. Voor de expositie ontwikkelen de studenten ‘Jouw Kloosup’. Met deze webapp kan de gebruiker zijn of haar kloosterlogo samenstellen door antwoorden te geven op vragen en ‘challenges’ aan te gaan. In deze ‘challlenges’ worden de waarden van het kloosterleven verbonden met trends die relevant zijn voor jongeren (care (zorg)), footprint (duurzaamheid/groen), mind (meditatie) en bubble (groep, gemeenschap). Tevens wordt een kritische parallel getrokken tussen de verzuiling – ontzuiling toen en de nieuwe ‘verzuiling’ via social communities nu. 

Publicatie
Ter gelegenheid van de expositie verschijnt een publicatie uitgegeven door Berne Media, met bijdragen van kloosterlingen en deskundigen en uniek beeldmateriaal uit de collecties van Museum Krona en de Brabant-Collectie (Tilburg University) e.a.

Partners
Het project is een samenwerking tussen Berne Media (Abdij van Berne), Brabant-Collectie (Tilburg University), Museum Krona en de Provincie Noord-Brabant.
Met medewerking van: Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen; Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven Sint-Agatha; Landpark Assisi, Biezenmortel; Regina Coeli, Vught; andere orden en congregaties.

maandag 25 oktober 2021

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Groot Speijck naar Balsvoort

Etappe 1 Brabants Vennenpad (ong. 13 km)

De start van de wandeling bij Natuurpoort Bezoekerscentrum Oisterwijk is meteen een mooie gelegenheid de historie in te duiken. Al ruim honderd jaar staat hier een horecagelegenheid genaamd Groot Speijck, zij het dat de originele gebouwen in 2008 gesloopt zijn en in 2015 plaats hebben gemaakt voor nieuwbouw. Oud-boswachter Frans Kapteijns gaat in een interview terug in de tijd naar 1612, toen Hendrik van Rivieren een stukje grond kocht op deze plek en er in 1622 de Spijthoeve bouwde. Nog meer informatie en historisch beeldmateriaal staat in het fraaie en zeer lezenswaardige boekje Groot Speijck: parel in het groen (2015) van Hester van Delden, dat ook online raadpleegbaar is. Ze schrijft dat hier een voormalig buurtschap lag genaamd Spijk, een naam die refereert aan een doorwaadbare plaats in een beek. Volgens een akte in het archief van de Schepenbank van ’s-Hertogenbosch was er al in 1452 sprake van een Grote en Kleine Spijk. Door de jaren heen zijn er verschillende schrijfwijzen gehanteerd voor het gebied: Spijc, Spijk, Spyk, Speijck en Speyck.
In 1901 startte Evert Michels als uitbater van café Groot Speijck, dat hij in 1913 uitbreidde tot café-restaurant. Uiteindelijk hebben er drie generaties Michels gezeten die Groot Speijck tot een legendarische ontmoetingsplek hebben gemaakt. In 1912 dreigden de Oisterwijkse bossen en vennen teloor te gaan door de plannen van een exploitatiemaatschappij. Maar de nog jonge Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten stak daar een stokje voor en kocht in de periode 1913-1916 een groot deel van het gebied op, waaronder landgoed Groot Speijck. De gebouwen bleven in particuliere handen.
Oisterwijk. "Groot-Speyck"
Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: na 1915
Vindplaats: pbk-O 18.2 / 351.11 Groo (2)
Tijdens de oorlogsjaren werd familie Michels gedwongen Groot Speijck te verlaten, omdat de Duitse bezetters het confisqueerden voor huisvesting van Russische krijgsgevangenen. Na de oorlog pakte familie Michels de draad weer op, om in de jaren vijftig landelijk bekend te worden met hun Brabantse koffietafels.
Groot Speyck in 1912. Groot Speyck in 1932
Foto. Maker: Foto Atelier Schreurs. Datering: na 1912
Vindplaats: O 18.2 / 351.11 Groo (2)
In de jaren negentig bouwden Harrie en Marijke Michels hun werkzaamheden langzaam af en juli 2007 sloot Groot Speijck definitief haar deuren. Toen eind november 2007 het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten volledig afbrandde, maakte deze vereniging de slimme keuze het pand op te kopen en het om te bouwen tot een gloednieuw bezoekerscentrum annex horecagelegenheid. Na de sloop is het vertrouwde aanzicht behouden gebleven door dak en entree in dezelfde stijl terug te brengen. Aan de zijkanten zijn lage, strakke veranda’s gebouwd. Binnen zijn restaurant en natuurbeleving nauw met elkaar verweven.
Groot Speijck anno 2021
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Tijd om weer verder te wandelen. Al snel passeren we het Brouwkuipven, dat de familie Michels overigens regelmatig gebruikte om in te zwemmen. De naamgeving van dit ven is niet helemaal duidelijk. Zo zou het kunnen verwijzen naar de bierbrouwers die hier vroeger hun kuipen schoonspoelden. Of louter naar de vorm van het ven, dat lijkt op een brouwkuip. In ieder geval zag het er een eeuw geleden haast hetzelfde uit als nu. Overigens is dat laatste niet vanzelfsprekend. Natuurmonumenten voert regelmatig werkzaamheden uit aan de bossen en vennen die lijden onder de overdaad aan stikstof.
Brouwkuip-ven, Oisterwijk
Foto. Maker: Foto Atelier Schreurs. Datering: na 1912
Vindplaats: O 18.2 / 930 (22)

Brouwkuipven anno 2021
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Niet veel later komen we de volgende uitspanning tegen: Boshuis Venkraai. Wederom een plek met historie, zoals te lezen is in ons blog over de Zwarte Stern. Venkraai is de oude benaming voor deze vogel, die vroeger broedde in de Oisterwijkse vennen. De geschiedenis van het Boshuis gaat terug tot 1915, toen Natuurmonumenten er een woning bouwde voor de boswachter. Hij mocht zijn parttime salaris aanvullen door de verkoop van limonade en koffie aan wandelaars. De Brabant-Collectie heeft onderstaande prentbriefkaart in haar bezit, maar kijk vooral ook op de site van het Boshuis waar een afbeelding staat uit 1912 genaamd Boerderij ‘Venkraai’.
Oisterwijk. Café "Venkraai"
Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: na 1910
Vindplaats: pbk-O 18.2 / 351.11 Venk (1)

Boshuis Venkraai anno 2021
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We vervolgen ons pad om vrij snel de derde horecagelegenheid te bereiken, te weten café Mie Pieters. Beeldmateriaal is te vinden op de site van het café, waar tevens te lezen is dat het vroeger Jagers- en Visserslust heette. Ook het anekdotische verhaal van Pierre van Beek op de site van Cubra is de moeite waard om te lezen.
Al met al lijkt deze etappe wel een kroegentocht, maar onderweg is zeker ook veel natuurschoon te zien. Na de bossen en vennen volgt de heide van de Kampina, waar Noud Aartsen een aantal foto’s heeft gemaakt die te zien zijn via onze database BCfinder.
Het eindpunt van vandaag is Balsvoort. De volgende keer lopen we vanaf hier naar station Boxtel.
Kampina 1965
Foto. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1965
Vindplaats: NA/BL/24/004

maandag 11 oktober 2021

Nieuwe blogreeks: Wandelen door de Brabant-Collectie; het Brabants Vennenpad

Cover editie 2019

Het Brabants Vennenpad is een bewegwijzerde wandelroute van in totaal 258 km door het zuidoostelijke deel van onze provincie. De route begint bij Natuurpoort Bezoekerscentrum Oisterwijk met zijn bossen en vennen. Vervolgens wordt het heidegebied van De Kampina doorkruist. Vanaf Boxtel volgt het pad globaal de Dommel, tot aan het punt waar deze rivier vanuit België ons land binnenkomt. Natuurgebieden als de Strabrechtse Heide, de Groote Heide, de Leenderheide, de Malpie en de Plateaux passeren de revue. Dan volgen De Kempen met De Acht Zaligheden en achtereenvolgens de landgoederen De Utrecht en Gorp en Roovert. Langs de Beekse Bergen wordt het riviertje de Reusel gevolgd tot het beginpunt in de Oisterwijkse bossen.

Overzicht van de gehele wandelroute

Onze
 collega Jolanda loopt dit pad en onderweg fotografeert ze interessante plekken. Vervolgens duikt ze de Brabant-Collectie in op zoek naar bijpassend historisch beeld- en kaartmateriaal. Hoe heden en verleden zich verhouden tot elkaar op het Brabants Vennenpad, dat is de leidraad in deze nieuwe blogreeks.

In 1983 verscheen de eerste editie van het wandelpad onder de naam Brabants Kempen- en Vennenpad, en een uitbreiding volgde in 1987. In 1997 veranderde de naam in Vennekespad en sinds 2005 draagt het de titel Brabants Vennenpad. Wat begon als een lijnwandeling van Luyksgestel naar Oisterwijk werd uiteindelijk een fikse rondwandeling.

Covers van drie voorgaande edities

Aan de wieg van het pad stond Rein de Graaff. Hij liep met zijn vrouw in de jaren 1960/70 lange-afstand-wandelpaden in België en omdat zoiets nog niet bestond in Brabant besloot hij zelf een pad samen te stellen. Op 5 juli 2019 mocht hij de geheel vernieuwde wandelgids in ontvangst nemen. Rein overleed op 29 april 2020 en Stichting Wandelnet heeft met recht een in memoriam op haar website geplaatst ter ere van deze wandelaar pur sang. Aan de vernieuwde versie van het wandelpad is twee jaar gewerkt door een groep vrijwilligers, onder wie padcoördinator Ad Smeulders. In een artikel in het Brabants Dagblad vertelt hij hierover.

De Brabant-Collectie beschikt over alle edities van deze wandelroute. Leg je deze naast elkaar dan krijg je aan de hand van de begeleidende teksten en het kaartmateriaal in de boekjes een mooi beeld van hoe het pad, én de omgeving, veranderd zijn in de loop van de tijd.

Het Brabants Vennenpad is een streekpad, een rondwandeling die binnen één regio blijft. Samen met de lange-afstand-wandelpaden vormen ze een landelijk routenetwerk van ongeveer 11.500 km aan wandelpaden in Nederland. Wandelnet zorgt ervoor dat die paden toegankelijk blijven in ons dichtbevolkte land. Het Brabants Vennenpad en bijbehorende wandelgids zijn een initiatief van het Nivon en onder auspiciën van Wandelnet tot stand gekomen.

Wil je zelf de route wandelen, dan kun je naast de papieren wandelgids gebruik maken van de sites van Wandelnet en Nivon. Daar kun je alle wandelingen downloaden als kaart en als GPX-bestand. Kies je voor de laatste optie, dan kun je de GPS-gegevens van de route volledig uitlezen op bijvoorbeeld je smartphone. Op de site van het Nivon staan tevens de laatste routewijzigingen, niet onbelangrijk om te checken voordat je op pad gaat. De route is geel-rood gemarkeerd en in beide richtingen te lopen.

Jolanda loopt met de wijzers van de klop mee en start bij Natuurpoort Bezoekerscentrum Oisterwijk. Ben je benieuwd hoe Groot Speijck er in de vorige eeuw uitzag, en wat de ontstaansgeschiedenis van deze plek is? En vraag je je af hoe Boshuis Venkraai er nu uitziet, vergeleken met zo’n honderd jaar geleden? Lees dan binnenkort deel 1 van deze nieuwe blogreeks Wandelen door de Brabant-Collectie.

Vindplaatsen van Brabants Vennenpad:
  • Editie 1984: CBM B 00092
  • Editie 1987: CBM C 14332
  • Editie 1997: BRA H4 VELD 1997
  • Editie 2005: CBM 973 F 03
  • Editie 2019: BRA H4 DRAI 2019

maandag 27 september 2021

Het Tapijt van Deurne

Ter gelegenheid van het 1300-jarig bestaan van de gemeente Deurne verscheen een boek over ‘Het Tapijt van Deurne’, een borduurproject uitgevoerd door de Paramentengroep van de Sint-Willibrorduskerk te Deurne. Twee jaar lang werd er wekelijks afgesproken door 8 dames om 3 uur aan het tapijt te werken. Vanaf januari 2019 tot eind maart 2021, dat zijn ongeveer 10.000 werkuren. Het tapijt is een twintig meter lange band met 40 kleurige, kenmerkende afbeeldingen van 50 cm hoog uit de geschiedenis van Deurne en met ongeveer 150 kleine zwart-grijze elementen van 8 cm hoog die aan de onderzijde van de taferelen geborduurd zijn met de details die horen bij de tijd van het betreffende tafereel. Hoogtepunten en dieptepunten. Gebouwen, gebeurtenissen en dingen. Van het einde van de ijstijd tot nu. Van de eerste mensen, de grafheuvels, de middeleeuwen, de industriële tijd, de oorlogen, het spoor, het rijke roomse leven, de harmonie, het kasteel, het bruine goud, de zusters, de markt tot aan de Peelbrand. De geschiedenis van Deurne samengevat op 20 meter. Het is een tapijt geworden met een open einde zodat het aangevuld kan worden met nieuwe taferelen. Het boek is een mooie aanvulling op de tentoonstelling van het tapijt dat tot 24 oktober dagelijks (met uitzondering van maandag) te bewonderen is in de Willibrorduskerk aan de Markt in Deurne .

Vindplaats: BRA J4 ERP 2021