Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 28 september 2026

Nieuwe blogreeks: Middeleeuwse handschriften in de Brabant-Collectie

Middeleeuwse handschriften spreken zeer tot de verbeelding. Het beeld van de oude monnik die in een scriptorium bij kaarslicht voorovergebogen met een ganzenveer ijverig teksten in kalligrafische letters op perkament kopieert, komt veelvuldig naar voren in films en andere fictionele verbeeldingen van de middeleeuwen. Hoewel dergelijke voorstellingen historisch gezien niet altijd kloppend zijn, geven ze wel aan hoezeer middeleeuwse handschriften, en de wereld waarin ze geproduceerd werden, de fantasie prikkelen. Middeleeuwse handschriften zijn dan ook geliefde objecten binnen de collecties van musea en erfgoedinstellingen, waarbij vooral de rijk verluchte exemplaren ruim aandacht krijgen. Ook in de Brabant-Collectie zijn middeleeuwse handschriften te vinden. Achtentwintig stuks maar liefst, met allemaal hun eigen karakteristiek en hun eigen verhaal. Tot nu toe zijn deze handschriften op dit blog onderbelicht gebleven. Hoogste tijd om daar verandering in te brengen en meer van dit prachtige materiaal hier te delen. De komende tijd zal daarom met enige regelmaat een blogpost aan deze boeken worden gewijd. Vandaag alvast een korte introductie met in vogelvlucht enkele feitjes rondom de handschriften om een globale indruk van het geheel te geven, alvorens in de volgende blogs op thematische wijze dieper op deze boeken en hun geschiedenis in te gaan.

Getijden-en gebedenboek, derde en vierde kwart van de 15e eeuw.
KHS 10, f.97v-98r (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Totstandkoming van de collectie middeleeuwse handschriften van de Brabant-Collectie

Het overgrote deel van de middeleeuwse handschriften in de Brabant-Collectie is verzameld door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant te ’s-Hertogenbosch. Het genootschap werd opgericht in 1837 en is de voorloper van zowel de Brabant-Collectie als Het Noordbrabants Museum. Iets meer dan de helft van de middeleeuwse handschriften in de Brabant-Collectie, kwam middels schenkingen in de collectie terecht. Zo zijn maar liefst dertien ervan te danken aan legaten door de Zaandamse Gerrit van Orden (1774-1854). Dit voorname genootschapslid schonk in de periode 1837-1847 diverse handschriften, boeken en munten. Ook na zijn dood liet hij het genootschap nog een deel van zijn privécollectie na. Ook Alexander Frederik Oscar Sasse van Ysselt (1852-1939), een van de voorzitters van het genootschap, schonk twee middeleeuwse handschriften aan de genootschapsbibliotheek. Toen de bibliotheekcollectie van het Provinciaal Genootschap in 1986, na in 1985 door de Provincie Noord-Brabant te zijn aangekocht, in beheer werd gegeven aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, bevonden zich 25 middeleeuwse handschriften en enkele tientallen middeleeuwse handschriftfragmenten in de collectie. In latere jaren kwamen hier nog drie middeleeuwse handschriften bij. In 1991 werd een handschrift met daarin een geestelijke pelgrimage (KHS 1) herontdekt in de Tilburgse universiteitsbibliotheek. Ook werden er twee handschriften verworven via een veiling: in 1991 een onvoltooid verzamelhandschriftje met religieuze teksten (KHS 27) en in 1994 een zogenaamd antifonarium (KHS 28).

Meditatie- en gebedenboek, eind 15e of begin 16e eeuw. KHS 9 (Brabant-Collectie, Tilburg University)

De collectie in vogelvlucht

De middeleeuwse handschriften in de collectie zijn overwegend religieus van aard. Voornamelijk de devotieboeken zoals getijden-, gebeden- en meditatieboeken zijn goed vertegenwoordigd. Dit soort boeken werden veelal gebruikt bij de privé-devotie. Deze vorm van devotie won gedurende de late middeleeuwen aan populariteit, waardoor ook de productie van boeken hiervoor toenam. Handschriften van dit type zijn daardoor ook relatief veel overgeleverd. Ook toen de boekdrukkunst midden vijftiende eeuw opkwam, werden er nog steeds volop handschriften geproduceerd. 

Een ander religieus genre binnen de collectie is dat van de liturgische handschriften. Deze boeken werden gebruikt tijdens de Christelijke eredienst. Onder de middeleeuwse handschriften bevinden zich vier van zulke boeken in de collectie. De overige religieuze handschriften in de Brabant-Collectie bevatten teksten als heilige levens en religieuze traktaten.

De collectie bevat maar één middeleeuws handschrift dat seculier van aard is. Dit is, zeer toepasselijk voor een collectie rondom Brabant, een Kroniek van het Hertogdom Brabant t/m 1523 door de Bosschenaar Petrus van Os (vóór 1467-1542) . Dit handschrift werd in 1910 gekocht door het Rijks Archief Noord-Brabant en kwam via een bruikleenovereenkomst in 1950 in de genootschapsbibliotheek terecht.

Alle middeleeuwse handschriften in de Brabant-Collectie zijn afkomstig uit de vijftiende en zestiende eeuw. Het oudste handschrift is KHS 12, een getijden- en gebedenboek dat dateert van ca. 1435. Het is overigens niet het oudste object in de gehele collectie, dat is een drietal handschriftfragmenten uit de eerste helft of tweede kwart van de 14e eeuw, met daarop een afschrift van de Spieghel Historiael van Jacob van Maerlant (ca. 1230-1300).

Fragment van de Spiegel Historiael, Jacob van Maerlant, eerste helft of tweede kwart 14e eeuw.
KHS FRAG 1a-b (Brabant-Collectie, Tilburg University)

In tegenstelling tot wat men misschien zou verwachten, hebben niet alle handschriften in de collectie een Brabantse oorsprong. Dit is te verklaren omdat in het beginperiode van het Provinciaal Genootschap nog vrij breed werd verzameld. Hierdoor vonden ook handschriften zonder duidelijke Brabantse signatuur hun weg naar de collectie. Van iets meer dan de helft van de handschriften is vastgesteld, of zijn er sterke aanwijzingen, dat zij uit het Hertogdom Brabant afkomstig zijn. Soms kan dit worden vastgesteld aan de hand van een colofon, een kleine tekst waarin gegevens vermeld kunnen worden als herkomst, datum en de naam van de kopiist. Soms zijn aspecten van de boekband of de verluchting kenmerkend voor een bepaalde streek of klooster. Daarbij geldt uiteraard dat eenzelfde handschrift op de ene plaats kon worden gekopieerd, op een andere plaats worden verlucht en weer elders worden ingebonden. Daarnaast zijn er meerdere handschriften met eigendomsposities. Dit zijn een soort middeleeuwse handgeschreven Ex Libris waar de eigenaar zijn naam en eventuele andere informatie heeft genoteerd. Deze vertellen ons misschien niet perse de herkomst van een handschrift, maar wel iets over de weg die een handschrift heeft afgelegd. Handschriften waren kostbare objecten en werden vaak doorgegeven, verkocht of geschonken. Aan de hand van dit soort sporen in handschriften kunnen we een beter beeld krijgen van de weg die een handschrift heeft afgelegd en de hoe en door wie het gebruikt is, soms tot op de dag van vandaag.

Meditatie- en gebedenboek, overgang 15e/16e eeuw. KHS 14, f.7v-8r (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Ontsluiting van de handschriften

De middeleeuwse handschriften van de Brabant-Collectie zijn goed ontsloten in verschillende catalogi. In 1992 verscheen Brabantse handschriften. Gerrit van Orden (1774-1854) en zijn schenking van handschriften aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant door Carleen Baarda en Jos M.M. Hermans. In opdracht van de Katholieke Universiteit Brabant ontsloten deze aan Rijksuniversiteit Groningen verbonden onderzoekers de middeleeuwse handschriften in de Brabant-Collectie die waren geschonken door Gerrit van Orden. In 1994 volgde een nog uitgebreidere ontsluiting van de volledige collectie middeleeuwse handschriften door Jeroen M.M. van de Ven in de catalogus Over Brabant geschreven. Handschriften en archivalische bronnen in de Tilburgse universiteitsbibliotheek. Het in 1994 door de Brabant-Collectie verworven antifonarium (KHS 28), is ontsloten in het in 1997 uitgebrachte Codices Additi. Aanwinsten in de handschriftenverzameling van de Tilburgse Universiteitsbibliotheek 1990-1996 eveneens door Van de Ven. Daarnaast zijn de handschriften terug te vinden in WorldCat.



maandag 7 september 2026

Beelden in een natuurlijke omgeving én in een fraai boek

Nog enkele weken (tot en met 27 september 2026) is in het sterrenbos Oude Warande bij Tilburg University de jaarlijks terugkerende beeldenexpositie te zien. Het is ook dit jaar, waarin het 25-jarig jubileum wordt gevierd, weer verrassend om tijdens een boswandeling plots geconfronteerd te worden met serieus grote, hedendaagse sculpturen. Want dat is wat beelden in een natuurlijke omgeving bijna altijd hebben: volume. De verspreid over het bos geplaatste beelden nemen allemaal behoorlijk wat ruimte in. En dat maakt in zo’n bosachtige omgeving ook indruk.

Het thema van dit jaar is materialiteit; de titel luidt: Material Worlds. In een kleine brochure die bij de expositie is verschenen, wordt geconstateerd dat in de hedendaagse beeldende kunst weer meer wordt teruggegrepen op natuurlijke materialen en traditionele technieken. Hierin wordt een relatie gezien met de toenemende bezorgdheid om de toestand van de aarde. Bewondering voor het materiaal wordt gekoppeld aan ‘herbezinning op de verstoorde verhouding van de mens met de planeet’. Verder worden de deelnemende kunstenaars en hun oeuvre uitgelicht.


Bij deze jubileumeditie van Lustwarande is nog een tweede, omvangrijke publicatie tot stand gekomen: Material Lust. Excursions in Contemporary Sculpture IV. In dit fraai vormgegeven boek zijn de werken uit de editie 2026 fotografisch vastgelegd op hun plek in de Oude Warande. Verder zijn ook foto’s van de werken in de tentoonstellingen van 2021 (thema: Stations), 2022 (Godhead), 2023 (Eartheaters) en 2024 (Arbos) opgenomen, vergezeld van een korte toelichting op het thema van dat jaar. Deze foto’s maken duidelijk dat sculpturen in een natuurlijke omgeving het heel goed doen. De beeldentuin van Museum Kröller-Müller (Otterlo) en de beeldenexpositie in Park Sonsbeek (Arnhem) zijn hiervan ook succesvolle voorbeelden. De expositie in Tilburg en het bij deze gelegenheid verschenen boek doen ons hopen dat nog vaak een Lustwarande-expositie samengesteld gaat worden.


Vindplaats (niveau 0 Universiteitsbibliotheek):

C. Driessen en H. van Mierlo, Material lust : excursions in contemporary sculpture IV (Tilburg, 2026). Vindplaats: BRA J4 DRIE 2026

Eerdere edities:

C. Driessen en H. van Mierlo, Wanderlust : excursions in contemporary sculpture (Tilburg, 2008). Vindplaats: BRA J4 DRIE 2008

C. Driessen, H. van Mierlo, J. van Adrichem en L. Watkinson, Raw stardust : excursions in contemporary sculpture II (Tilburg, 2011). Vindplaats: BRA J4 DRIE 2011

C. Driessen en H. van Mierlo, Delirious Lustwarande : excursions in contemporary sculpture III (Tilburg, 2019). Vindplaats: BRA J4 DRIE 2019

maandag 31 augustus 2026

Wandelen door de Brabant-Collectie: van Heusden (gem. Asten) naar Vlierden

Etappe 2 Langs de Brabantse Aa (14,7 km)

De wandeling van vandaag start bij knooppunt 85 in Heusden (gem. Asten). Al snel verlaten we het dorp en via een landweg bereiken we kasteelruïne Asten. Op de zogenaamde Meierijkaart van Hendrik Verhees, waarvan hieronder een uitsnede, staat de vermelding “Casteel op Heusden”.

Uitsnede van: Hendrik Verhees: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van
Bataasch
(sic) Braband bevattende de Meyerye van 's Bosch etc. Kopergravure, gedrukt.
Graveur: Cornelis van Baarsel. Uitgever: Mortier Covens en Zoon, Amserdam, 1794.
Formaat (gehele kaart): 91,5 cm x 108 cm. Vindplaats: Bataafs Brabant / Oost / 1794 (1)

De benaming ’t Huys tot Asten voor een versterkt huis dat hier stond, wordt voor het eerst gemeld in 1399. De daaropvolgende eeuwen groeide het uit tot een adellijk slot, met zijn architectonische hoogtepunt tijdens het bewind van Bernard van Merode. Erg wrang is dat Van Merode de verbouwing van het kasteel mede financierde door zijn brute heksenvervolgingen. Daarmee begon hij vrijwel direct na zijn aantreden als heer van Asten, in 1595. Hij liet zijn oog vallen op kapitaalkrachtige burgers, en dus niet op arme vrouwen zoals elders in de Peel gebruikelijk was. Bij een veroordeling tot hekserij vervielen alle eigendommen van de slachtoffers aan hem en zo kon hij zijn grondgebied en rijkdom aanzienlijk uitbreiden. In amper drie maanden tijd werden 25 vrouwen door zijn toedoen vermoord. Zijn laatste slachtoffer was Anna Ceelen, een weduwe uit Asten. Ze onderging de waterproef in de Aa, werd gemarteld in de kerkers van kasteel Asten en stierf daar aan haar verwondingen. Om haar lot en dat van de andere vrouwen nooit te vergeten, is op het kasteelterrein een speciale plek gecreëerd, het Anna Ceelen Huis.

Enkele eeuwen later, in 1941, maakte Martien Coppens onderstaande foto van de binnenplaats van het kasteel dat net een grondige renovatie achter de rug had.
Binnenplaats met poort van kasteel Asten te Heusden (Asten). Foto. Maker: Martien Coppens.
Datering: 1941. Formaat: 29,7 x 37,6 cm. Vindplaats: Cop / AL-K 16. © Nederlands
Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University

Maar helaas, die glorietijd was van korte duur. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, in de nacht van 4 op 5 oktober 1944, troffen Duitse fosforgranaten de gerenoveerde hoofdburcht die volledig afbrandde. De voorburcht met het poortgebouw en de kasteelboerderijen bleven gelukkig gespaard. In de naoorlogse periode maakte Gaston Remery onderstaande foto op het erf van een boerderij behorend bij Kasteel Asten. De torenspits van de toegangspoort is op deze foto nog net zichtbaar.
Koeien melken bij kasteel Asten. Foto. Maker: Gaston Remery.
Datering: 1949-1953. Formaat: 20,1 x 25,1 cm. Vindplaats: GR/map 3 woning/044

Sinds 1984 beheert Stichting Behoud Kasteelerfgoed Asten het complex. Vanwege de kwetsbaarheid van de ruïne en de ligging op privéterrein is bezoek slechts op bepaalde dagen of op afspraak mogelijk (check de website van de stichting).
Zicht op kasteel Asten vanaf de wandelroute (april 2026).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University 

Wij lopen verder en via de Voordeldonkse Broekloop komen we uit bij de Aa en niet veel later bij de Zuid-Willemsvaart. De makers van Langs de Brabantse Aa vermelden op het routekaartje van de wandeling: “Hendrik Verhees heeft met al zijn metingen en onderzoeken het voorwerk gedaan voor dit kanaal, zonder dat hij dat zelf wist.” Dat zit als volgt. In 1783 schreef het Bataafs Genootschap der Proefondervindelijke Wijsbegeerte een prijsvraag uit die luidde: ‘Welke hinderpalen zijn er tegen den aanleg van een kanaal tusschen ‘s-Hertogenbosch en Maasstricht of Luik, en zoo neen, wat is het beste plan?’ Verhees kwam met een gedetailleerd ontwerp, waarin hij aantoonde dat de aanleg van een dergelijk kanaal haalbaar was. Het genootschap keurde zijn plan goed en Verhees kreeg de gouden medaille. Overigens had hij geen concurrentie, want hij was de enige deelnemer. Politieke spanningen en geldgebrek maakten echter dat zijn plannen niet direct werden uitgevoerd. Pas in de periode 1822-1826 vond in opdracht van koning Willem I de aanleg van de Zuid-Willemsvaart plaats, naar ontwerp van A.F. Goudriaan. Ook al koos Goudriaan voor een ander tracé, Verhees kan worden gezien als een visionair die het voorwerk deed en de noodzaak en haalbaarheid van een dergelijk kanaal verwoordde.

We lopen Asten binnen. Onderstaande prentbriefkaart uit 1903 geeft een impressie van het straatbeeld aan de Markt rond die tijd.
Groeten uit Asten (Dorp). Prentbriefkaart. Maker en uitgever:
L.J. Coolen. Datering: vóór aug. 1903. Formaat: 9 x 13,8 cm. Vindplaat: JEG/134

Onze route volgt de oostkant van het dorp en passeert museum Klok & Peel en Sterrenwacht Jan Paagman. Een mooie gelegenheid voor een pauze en zelfs een museumbezoek.
Sterrenwacht Jan Paagman (april 2026).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Via het buitengebied van Asten lopen we noordwaarts, volgen het viaduct over de A67 om vervolgens te genieten van de bossen en zandverstuivingen bij de Oostappense Heide.
Oostappense Heide (april 2026). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

We steken de drukke N279 over en krijgen eindpunt Vlierden in zicht. Maar eerst maken we nog een mooie omweg langs de Astense Aa. Waar vroeger een rechte waterloop lag, is er na de herinrichting door Waterschap Aa en Maas en partners weer een meanderende beek ontstaan. En daar is het heerlijk wandelen.
Astense Aa ten zuiden van Vlierden (april 2026).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Met enig geluk zie je – afhankelijk van het jaargetijde waarin je deze route loopt – kikkers in de poelen, een opvliegende watersnip langs de waterkant en/of kieviten in de weilanden. Laatstgenoemde vogel is in deel 1 van Cornelius Nozemans Nederlandsche vogelen etc. door vader en zoon Sepp prachtig getekend.
De kievit in: C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp: Nederlandsche vogelen volgens hunne 
huishouding, aert en eigenschappen beschreeven.
 Te Amsterdam: by Jan Christiaan Sepp, 1770.
Vindplaats: KOD 041 G 01

We laten de Astense Aa weer achter ons en lopen Vlierden binnen. Knooppunt 42 is het eindpunt voor vandaag. Vanaf hier lopen we de volgende keer naar Deurne.

Bronnen en verder lezen:
  • J. Joeris: Heksenvervolging in Asten. In: De Vonder, vol. 5, nr. 3, 1999, pag. 4-14. Vindplaats: T 09673
  • R. van Nooijen: Leven, werk en tijdsbeeld van Hendrik Verhees (1744-1813), markant Boxtelaar. Boxtel: Stichting Cultuurgeschiedenis Boxtel-Meierij 'Hendrik Verhees', 2013. Vindplaats: BRA J NOOI 2013
  • N. van Rijt: Beeldende verhalen over de geschiedenis van de Astense Aa. In: P. Koolen: Het cultuurhistorisch verhaal van Deurne. Deurne: Heemkundekring H.N. Ouwerling, 2018, pag. 48-49. Vindplaats: BRA Y3 CULT 2018
  • P. Snijders: De Aa meandert weer, maar niet helemaal als vroeger. In: De Vonder, vol. 28, nr. 3, 2022, pag. 8-10. Vindplaats: T 09673
  • J.C. de Vet: Heksen en magische praktijken rond 1600. In: De Mulder, vol. 46, nr. 174, 2025, pag. 26-30. Vindplaats: T 07489

dinsdag 28 juli 2026

Het is prettig dwalen door een tuindorp

Dit voorjaar belandden twee publicaties op ons bureau over een interessant aspect van de woningbouw in Nederland: tuindorpen. Deze zijn boeiend omdat het architectuur betreft, waarin de menselijke maat van groot belang is en waar het dus goed toeven is. Maar ze zijn ook interessant omdat de aard en betekenis van de tuindorpen en fabrieksdorpen in de loop der tijd is veranderd. Twee boeken dus, met hetzelfde onderwerp, maar met een verschillend uitgangspunt.
Het fenomeen tuindorp of tuinstad vindt zijn oorsprong aan het eind van de negentiende eeuw in Engeland. Ebenezer Howard (1850-1928) ontwikkelde toen een stadsmodel waarbij bewoners, bevrijd van de ellende van de industriële metropool, een zelfvoorzienende gemeenschap konden vormen. In het model werd uitgegaan van een beperkt en vast aantal inwoners. Er was sprake van een complete samenleving op microniveau. Dit model werd wél als waardevol beschouwd, maar is slechts beperkt tot ontwikkeling gekomen. Elementen van het idee van Howard zijn wel op grote schaal toegepast in de woningbouw van de eerste decennia van de twintigste eeuw, mede ten gevolge van de Woningwet van 1901. De sociale geschiedenis van die periode, met verzuiling en crises als belangrijke constanten, wordt weerspiegeld in de tuindorpen die Nederland rijk is. Het oorspronkelijke idee van sociale verheffing van de bewoners – vaak arbeiders van een lokale fabriek – en de aandacht bij het ontwerpen voor licht, lucht en ruimte komen hierin ook naar voren.

Cover Atlas van tuindorpen in Nederland

In de Atlas van tuindorpen in Nederland worden meer dan tachtig tuindorpen en fabrieksdorpen onder de loep genomen. Samen vertellen ze het verhaal van hoe de tuinstadgedachte in Nederland gestalte kreeg. Bij elk voorbeeld wordt de nodige context gegeven en is er aandacht voor opdrachtgever, bouw, omvang en de huidige status. Want waar sommige tuindorpen nu de status van rijksmonument hebben, zijn er ook bij die al verdwenen zijn of in slechte staat verkeren. Mogelijk dat door opname in deze atlas er weer anders naar gekeken gaat worden.

Cover Dwalen door een ideaal

Dwalen door een ideaal is de mooi gekozen titel voor een wandelgids langs tuindorpen. De auteurs hebben in twaalf Nederlandse steden routes uitgezet waar wandelaars kennis kunnen nemen van de resultaten van de tuindorpgedachte. Met kaartjes en een gedetailleerde routebeschrijving wordt de wandelaar op weg geholpen. In meerdere kaderteksten per stad wordt nader ingegaan op onderdelen en achtergronden van het betreffende tuindorp.


Deze wandelgids heeft het handzame formaat dat nodig is om de gids ook tijdens een wandeling te gebruiken. De Atlas is echt een raadpleegwerk, qua inhoud goed te gebruiken vóórdat je een tuindorp gaat bezoeken. Voor beide boeken geldt dat het beeldmateriaal van een uitstekende kwaliteit is; het maakt ze allebei prettig om doorheen te bladeren.

[Stadsbeeld Eindhoven], Foto. Maker: Martien Coppens. Datering: [1950]. Formaat: 42.3 x 58 cm. Vindplaats: Cop / SE 18. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie

In de Atlas wordt specifiek vermeld dat Brabant ‘dun’ is vertegenwoordigd. Naast Eindhoven komen Best (Batadorp) en Budel (Dorplein) aan bod. Philipsdorp en het Witte Dorp zijn bekende Eindhovense voorbeelden die ook een plek in de wandelgids hebben gekregen. Opvallend aspect hierbij is dat Philipsdorp door de fabrieksleiding is opgezet als een woonwijk voor de arbeiders van de gloeilampenfabriek (het oorspronkelijke tuindorpideaal), terwijl het Witte Dorp voornamelijk werd bewoond door hoger personeel, ook van andere lokale industrieën.

Vindplaatsen:

·       * Emmelot, Y., & Karsten, S. (2026). Dwalen door een ideaal : Wandelen langs tuin- en fabrieksdorpen. Gegarandeerd Onregelmatig, Arnhem. Vindplaats: NGE H3 EMME 2026

·       * Haan, M., Hoek, B. v., & Meijden, W. v. d. (2026). Atlas van tuindorpen in Nederland. WBooks, Zwolle. Vindplaats: NGE J3 HAAN 2026

Verder lezen in:

·      * Bikker, L. (1988). ‘Helaas! De holen der menschen’ : ‘geschikte woningen voor de lagere klassen’ : fragmenten uit de geschiedenis van de fabriekswoonwijken. SDU Uitgeverij, ‘s-Gravenhage. Vindplaats: BRA J3 HELA 1988

·      * Wal, A. v. d. (2013). La Place Dor : een zoektocht naar schoonheid in een fabrieksdorp. Uitgave in eigen beheer, Budel-Dorplein. Vindplaats: BRA Y3 WAL 2013

maandag 6 juli 2026

Wandelen door de Brabant-Collectie: van De Groote Peel naar Heusden (gem. Asten)

Etappe 1 Langs de Brabantse Aa (16,3 km)

Het startpunt van de wandelroute is knooppunt 82 bij het Buitencentrum van Nationaal Park De Groote Peel. Lopend over Limburgs grondgebied kunnen we genieten van het weidse uitzicht. Martien Coppens maakte hier een groot aantal foto’s (zie onze website BCfinder) met thema’s als vormen en structuren in de natuur en de werkende mens. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog fotografeerde hij onderstaande (plaggen)hut. Misschien is het wel dezelfde hut die wij passeren op onze wandeling…

(Plaggen)hut op de Peel. Foto. Maker: Martien Coppens. Datering: 1945. Formaat: 29,5 x 39 cm.
Vindplaats: Cop / IM 5a. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie


Hut op de Peel (februari 2026). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De rivier de Aa, die we de komende 13 wandeletappes gaan volgen, heeft haar oorsprong in de Peel. Denk hierbij niet aan één bron, maar eerder aan een ‘omgekeerde delta’, waarbij meerdere kleine stroompjes in het natte, hooggelegen veenlandschap bij elkaar komen en zo de rivier ‘voeden’. De Aa stroomt door oostelijk Noord-Brabant naar ’s-Hertogenbosch. Onderweg zijn er een tiental zijbeken en waterlopen die op de rivier uitkomen, zoals de Astense Aa en de Goorloop. Het beginwater wordt dus in de Peel gevormd en de zijbeken versterken de stroom.

Het rijk geïllustreerde rapport Cultuurhistorie van het landschap in het zuiden van het dal van de Aa (2017) van Jan Timmers is een aanrader voor allen die meer willen lezen over de Aa. Ook al is dit een adviesrapport, het bevat interessante informatie over de cultuurhistorie van het gebied dat voor een groot deel samenvalt met deze en volgende wandeletappes.


Vrij snel verlaten we de Peel en komen in een landschap gedomineerd door intensieve veehouderij. Eind 18e eeuw, toen Hendrik Verhees zijn Meierijkaart maakte, zag deze streek er volslagen anders uit. Onderstaande uitsnede uit die kaart maakt dat inzichtelijk: geen of nauwelijks bebouwing, maar wel grote, aaneengesloten stukken woeste grond. Op de kaart staat de tekst: “De Peel een Moerassige Streek Lands waar uit Turf gestoken wordt”.

Uitsnede van: Hendrik Verhees: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch (sic) Braband 
bevattende de Meyerye van 's Bosch
 etc. Kopergravure, gedrukt. Graveur: Cornelis van Baarsel.
Uitgever: Mortier Covens en Zoon, Amsterdam, 1794. Formaat (gehele kaart): 91,5 x 108 cm.
Vindplaats: Bataafs Brabant / Oost / 1794 (1)
Over de veelzijdige Hendrik Verhees is veel geschreven en ook op de site van Langs de Brabantse Aa vind je de nodige informatie over hem. In de aankondiging van deze blogreeks hebben we hem kort geïntroduceerd. De komende etappes zullen we Verhees beter leren kennen.

Borststuk naar rechts en profil van Hendrik Verhees, gezet in ovaal.
Maker en datering onbekend. (Oorspronkelijk opgenomen in:
C. Rogge: Geschiedenis der staatsregeling, voor het Bataafsche volk, 1799)
Vindplaats: P / V 35 (1) 
Voor nu laten we het verleden achter ons en met de blik op oneindig bereiken we knooppunt 41. Hier zien we voor het eerst de Aa; een kaarsrechte beek met steile oeverwanden. Geen prozaïsche eerste ontmoeting dus, maar gelukkig zal dat gaandeweg onze wandelroute anders worden.

Rivier de Aa bij knooppunt 41 (februari 2026). © Jolanda van den Akker / 
Brabant-Collectie, Tilburg University
Zouden we op dit punt een stukje rechtdoor lopen, dan komen we bij de plek waar Harry Guntlisbergen in de tweede helft van de vorige eeuw onderstaande foto maakte van een boerderij aan de Moostscheiding. Dit weggetje vormt precies de – kaarsrechte - grens tussen Limburg en Noord-Brabant.

Moostscheiding, Someren. Foto. Maker: Harry Guntlisbergen. Datering:1970-2000. 
Formaat: 18,1 x 23 cm. Vindplaats: Gunt_H_735.
© Harry Guntlisbergen / Brabant-Collectie, Tilburg University
Wij volgen echter onze wandelroute, gaan niet rechtdoor, maar rechtsaf en lopen over zandpaden en rustige, kleine wegen. Ook al is het landschap grootschalig van opzet, de goede observeerder kan hier gelukkig nog vogels spotten als de putter, rietgors en boomkruiper. Maar het contrast met hetgeen fotograaf Gaston Remery zag in de jaren 1950 blijft groot. Vele zandpaden zijn inmiddels verdwenen en bovengrondse elektriciteitsmasten zien we hier helemaal niet meer.

Boerderijen te Someren. Foto. Maker: Gaston Remery. Datering: 1953-1954.
Formaat: 20,2 x 25 cm. Vindplaats: GR/map 3 woning/060

Heb je na het wandelen behoefte aan nostalgie en wegdromen bij het Brabant zoals het vroeger was, bekijk dan deze foto’s van Gaston Remery op BCfinder of leen bij de Brabant-Collectie zijn boek Platteland en dorpsleven.

We vervolgen ons pad en lopen langs de oostzijde van Someren-Eind. Het wandelpad voert door het kleine, maar interessante natuurgebied Starkriet. Van oudsher bestond dit natte beekdal van de Aa uit veen en broekbossen. In de jaren 1960 werd de rivier rechtgetrokken en kwam hier deels weiland te liggen. Maar inzichten veranderden. In 2001 werd Starkriet in gebruik genomen als waterbergingsgebied en kreeg de Aa haar meanderende karakter weer terug. Hiermee is het een van de eerste natuurlijke overstromingsgebieden van Nederland.

Natuurgebied Starkriet bij Someren-Eind (februari 2026).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Zo’n beetje hetzelfde verhaal, over een kronkelende beek die recht getrokken is en na jaren weer mag meanderen, zien we bij de Eeuwselse Loop. Hier volgen we de beek die afwatert op de Aa en slingerend zijn weg zoekt bij Golfbaan Het Woold. Mocht je geïnteresseerd zijn in de herkomst van het woord eeuwsel, dan is dit een interessant artikel voor je.

En dan bereiken we Heusden (Asten) oftewel Heuze in het plaatselijke dialect. Over dit dorpje is heel wat geschreven, onder andere door Piet Snijders, schrijver en oud-journalist van het Eindhovens Dagblad. Bijvoorbeeld over de emigratiegolf die hier plaatsvond in de jaren 1950: zo’n 390 van de in totaal 1.400 inwoners besloot toen hun heil te gaan zoeken in Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Onder Bronnen en verder lezen vind je een aantal boeken en tijdschriftartikelen, maar een bezoek aan de Brabant-Collectie biedt nog meer mogelijkheden om te grasduinen.

Voor nu zit onze wandeling erop. De volgende keer gaan we verder bij knooppunt 84 en lopen dan naar Vlierden.


Bronnen en verder lezen:
  • T. van den Bosch-Wijnen: Wandeling door Het Starkriet 't Ven, Someren-Eind. In: De Vonder, vol. 21, nr. 1, pag. 14-16. Vindplaats: T 09673
  • H. van de Laarschot: Asnoth, bebouwde grond. In: C.A.M. van Zalinge-Spooren e.a.: Asten 800: verhalen uit de geschiedenis van Asten, Heusden en Ommel. Asten: Gemeente Asten, 2012, pag. 222-261. Vindplaats: BRA Y ZALI 2012
  • H. van Nuenen: De Aa, onze levensader. In: L. van Beek e.a.: De canon van Berlicum en Middelrode: 50 vensters op onze geschiedenis. Berlicum: Heemkundekring 'De Plaets', Berlicum-Middelrode, 2012, pag. 6. Vindplaats: BRA Y CANO 2012
  • P. Snijders: Eeuwenoud Heusden pas honderd jaar kerkdorp (1). In: De Vonder, vol. 28, nr. 1, pag. 11-12, 2022. Vindplaats: T 09673
  • P. Snijders: Eeuwenoud Heusden pas honderd jaar kerkdorp (2). In: De Vonder, vol. 28, nr. 2, pag. 7-8, 2022. Vindplaats: T 09673
  • P. Snijders: Het Heusdens emigrantenboek. Asten: Appel&Ei Producties, 2023. Vindplaats: BRA Y3 SNIJ 2023 
  • P. Snijders e.a.: Te Heusden bij het Moer. Heusden: Jubileumcomité Heusden, 1996. Vindplaats: BRA Y3 SNIJ 1996
  • P. Snijders: Veenkolonie De Moost, een land van lang geleden. In: W. van den Broek e.a.: Verhalen uit de vergetelheid: Speciale uitgave rond het 50-jarige bestaan van heemkundekring De Vonder Asten-Someren. Someren: Heemkundekring Asten-Someren De Vonder, 2022, pag. 81-130. Vindplaats: BRA Y3 VOND 2022
  • J. Timmers: Cultuurhistorie van het landschap in het zuiden van het dal van de Aa (online resource)
  • Waterschap de Aa, Afdeling Voorlichting: Historische gegevens over de rivier de Aa en het ontstaan van het Waterschap de Aa. S.l.: s.n., 1983. Vindplaats: CBM C 10532

maandag 15 juni 2026

Een wonderlijk Mariabeeld en een sterk staaltje laatmiddeleeuwse marketing

Mei 2026 ligt alweer even achter ons. De maand die voor katholieken geldt als de Mariamaand vormt ook in ’s-Hertogenbosch een hoogtepunt in de Mariaverering. De blauwwitte Mariavlaggen kleuren elk jaar weer de straten van de stad. ’s-Hertogenbosch heeft dan ook een bijzondere band met Maria. De Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch, het middeleeuwse Mariabeeld in de Mariakapel van de Sint-Janskathedraal, is geliefd onder de Bosschenaren en al eeuwenlang een trekpleister voor pelgrims van heinde en verre. In een recente aanwinst van de bibliotheek van de Brabant-Collectie komt de verering van dit Mariabeeld volop aan bod. Het gaat hier om het boek Leven met Maria. Een sociale geschiedenis van de verering van laatmiddeleeuwse miraculeuze Mariabeelden in ’s-Hertogenbosch, Amersfoort, en Scheut. In dit blog lichten we deze bijzondere studie graag uit.

Lianne van Beek, Leven met Maria. Een sociale geschiedenis van de verering van laatmiddeleeuwse miraculeuze Mariabeelden in ’s-Hertogenbosch, Amersfoort, en Scheut (Sidetone Press, Leiden, 2026).
Vindplaats: NGE L BEEK 2026

Miraculeuze Mariabeelden

Het boek betreft het promotieonderzoek van historica Lianne van Beek. In deze studie plaatst zij de Mariaverering aan de hand van Mariabeelden in de sociale context van de late middeleeuwen. Ze onderzoekt hoe de devoties rondom deze beelden in de laatmiddeleeuwse stad eruitzagen, functioneerden en zich ontwikkelden. Drie verschillende steden en hun Mariabeeld dienen hierbij als casestudy, zijnde: ‘s-Hertogenbosch, Amersfoort en Scheut. Van Beek behandelt deze steden in drie afzonderlijke hoofdstukken en sluit af met een overkoepelend hoofdstuk, waarin ze aan de hand van haar casestudies tot een ontwikkelingsmodel komt voor devoties in de late middeleeuwen.

Van Beek benadrukt de enorme omvang van de Mariaverering in de laatmiddeleeuwse samenleving; Maria was overal. Ze was een voorbeeld en een ideaal, maar tegelijkertijd benaderbaar voor iedereen in alle lagen van de bevolking. Dat juist Mariaverering zo vaak via beelden geschiedde, zou ermee te maken hebben dat Maria volgens de christelijke leer na haar dood ten hemel opgenomen werd. Hierdoor waren er, in tegenstelling tot veel anderen heiligen, weinig fysieke resten van haar overgeleverd die als reliek konden dienen. Dit gebrek aan primaire relieken zorgde ervoor dat men voor de verering van de moeder van Christus al snel aangewezen was op haar beeltenis. Mariabeelden werden daarbij vaak gezien als wonderdoeners. Bovendien werden de beelden niet gezien als objecten, maar als levende heiligen, waarmee men een relatie aan kon gaan.

Lianne van Beek schetst met haar onderzoek en zeer levendig beeld van de Mariaverering in de late middeleeuwen. Gezien het een wetenschappelijke publicatie betreft is het boek zorgvuldig geannoteerd, maar ook voor de liefhebbers die meer willen weten over dit onderwerp is het boek zeer leesbaar en zeker de moeite waard. In dit blog gaat de aandacht nu uiteraard uit naar het hoofdstuk over de Zoete Vrouw van ’s-Hertogenbosch.

Casestudy: De Zoete Vrouw van ’s-Hertogenbosch

Het is voor velen een bekend beeld. De Zoete Lieve Vrouw van ’s-Hertogenbosch te midden van een zee van kaarslicht in de Mariakapel van de Sint-Janskathedraal. Het 108 cm hoge eikenhouten Mariabeeld dateert van tussen 1270 en 1320 en is waarschijnlijk vervaardigd in het Maas-Rijngebied. Hoewel we tegenwoordig meestal spreken over “Zoete Lieve Vrouw” of Zoete Lieve Moeder” werd het beeld in middeleeuwse bronnen meestal “Onze Vrouwe” of “Zoete Vrouwe” genoemd. Van Beek geeft een beschrijving van de oorsprongslegende rondom het beeld zoals dit naar voren komt in een Middelnederlands gedicht dat terug te vinden is in het zogenoemde Mirakelboek van de Zoete Vrouw. Dit boek bestaat naast het gedicht uit een verzameling van 481 wonderverhalen rondom het beeld, die begin 17de eeuw tot één codex zijn samengevoegd. De oorsprongslegende zal menig lezer van dit blog bekend zijn. In 1380 wilde een jonge steenhouder tijdens een koude winter een verwaarloosd Mariabeeld verhakken en opstoken. De bouwmeester vond dit echter heiligschennis en hield hem tegen. Nadat het beeld gered was en na enige weerstand in de kerk werd geplaatst, waren veel mensen in eerste instantie sceptisch: ze vonden het maar een lelijk beeld en het werd zelfs met verf besmeurd. Een broeder genaamd Woutke nam het beeld onder zijn hoede en gaf het een mantel. Ook vond hij het Kindje Jezus terug dat oorspronkelijk op Maria’s arm gezeten moest hebben. Toch bleef het beeld vooral hoon ten deel vallen. Echter, naarmate er allerhande wonderen rondom het beeld geschiedden, groeide de belangstelling voor het beeld en kwam de verering op gang.Tot zover deze zeer beknopte versie, een uitgebreidere versie is te lezen in het boek van Lianne van Beek.
Voor haar onderzoek naar de verering van de Zoete Vrouw van ’s-Hertogenbosch heeft Van Beek veelzijdige bronnen gebruikt, zoals het reeds genoemde mirakelboek. Hierbij laat de auteur ook zien hoe dit tot stand is gekomen en hoe het proces van optekening van de wonderen mogelijk is verlopen. Daarnaast komen bijvoorbeeld ook pelgrimsinsignes, graven in de Mariakapel en archivalia aan bod. Aan de hand van de bronnen plaatst de auteur het beeld in een sociale context die zich steeds bleef ontwikkelen.
Zo wordt duidelijk dat de devotie voor de Zoete Moeder van ’s-Hertogenbosch, die eind veertiende eeuw klein op gang kwam, in hoog tempo uitgroeide tot waarschijnlijk de grootste Mariadevotie van de Lage Landen. De auteur schetst het beeld van een breed gedragen devotie voor iedereen, die op professionele wijze bevorderd werd door onder andere het stadsbestuur, de geestelijkheid en de sociale bovenlaag van de stad. De enorme populariteit en de toestroom aan pelgrims brachten de stad dan ook economisch veel voordeel. Opvallend is ook dat de Illustere Lieve Vrouwe Broederschap (in de volksmond bekend als de Zwanenbroeders) bijdroegen aan bevorderen van de verering van de Zoete Vrouw, terwijl zij zelf ook al een Mariabeeld in de Sint-Jan hadden.

Hoewel het boek zich vooral op de late middeleeuwen concentreert, is er ook aandacht voor de ontwikkelingen daarna. Na het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629 volgde er namelijk een nieuw hoofdstuk in de devotie rondom de Zoete Vrouw. Toen het Spaanse katholieke gezag de stad uit handen moest geven aan de Republiek werd het Mariabeeld heimelijk de stad uit gesmokkeld en kwam uiteindelijk in Brussel terecht. Pas op 27 december 1853 kwam de Zoete Vrouw weer thuis in de Sint-Janskathedraal. De populariteit laaide weer op: er kwamen getuigenissen van nieuwe, door het beeld verrichte genezingen en ’s-Hertogenbosch groeide wederom uit tot een van populairste bedevaartsplaatsen van Nederland. Het is deze voortdurende levendige verering van dit Mariabeeld tot op vandaag de dag, stelt Lianne van Beek, wat de verering van de Bossche Zoete Vrouw zo bijzonder maakt.

Vindplaats: NGE L BEEK 2026


De Zoete Vrouw in de Brabant-Collectie

Ook in de Brabant-Collectie is de Zoete Lieve Vrouw van ’s-Hertogenbosch veelvuldig terug te vinden. In de collectie bevinden zich meerdere objecten rondom dit thema, zoals prenten, vaantjes en foto's, waarvan hieronder enkele voorbeelden. 
Op dit blog werd al eerder over de Bossche Mariadevotie en het Mariabeeld van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch geschreven, dit kunt u hier teruglezen:

Blog: Maria in ‘s-Hertogenbosch
Blog: Stille Omgang oftewel Plechtige Bidtocht

F. van Valderen, Bedevaartsvaantje Zoete Lieve Vrouw van den Bosch bid voor ons, 1930. Lithografie. Brabant-Collectie, Tilburg University. Vindplaats: ML/131.34.2 Hert (3).


Zoete lieve vrouw van Den Bosch bid voor ons. Dit wonderbeeld van 1629 te Brussel bewaard is hersteld te 's-Hertogenbosch den 27 Dec. 1853, Ter herinnering aan de plechtige krooning bij gelegenheid van het 25-jarig jubelfeest van den terugkeer van het miraculeuze beeld uit Brussel, 1878. Houtgravure.
Brabant-Collectie
, Tilburg University. Vindplaats: ML / 131.33.2 Hert (1)


Plechtige omgang te 's-Hertogenbosch. Het miraculeuze beeld der Zoete Lieve Vrouw, prentbriefkaart, lichtdruk, uitgegeven door Boekhandel Adr. Heinen, 's-Hertogenbosch.
Brabant-Collectie, Tilburg University. Vindplaats: ML / 131.35.2 Hert (55)

maandag 25 mei 2026

Aankondiging nieuwe blogreeks: Langs de Brabantse Aa

Binnenkort start een nieuwe serie blogs in de reeks Wandelen door de Brabant-Collectie. Na de wandelroutes Het Brabants Vennenpad en Het Zuiderwaterlinie Wandelpad loopt collega Jolanda van den Akker nu Langs de Brabantse Aa. In haar blogs zal ze verslag doen van de dertien wandelroutes, waarbij historisch beeld- en kaartmateriaal uit de Brabant-Collectie aangevuld met hedendaagse foto's het heden en verleden illustreren.

Wandelbox Langs de Brabantse Aa
Vindplaats: BRA H STIC 2025
De langeafstandswandeling start in Limburg, net over onze provinciegrens bij Buitencentrum De Peelen. Vanaf daar volgen we het pad, kronkelend als de rivier de Aa zelf, verder noordwaarts. Dertien etappes later, samen goed voor 200 km wandelplezier, is het eindpunt ’s-Hertogenbosch in zicht.

Stichting Brabantse Aa heeft de route ontwikkeld om meer aandacht te krijgen voor natuur, cultuurhistorie en landschapsgeschiedenis van het Brabantse Aa-dal. Hierbij wordt de wandelaar uitgenodigd in de voetsporen te treden van Hendrik Verhees (1744-1813) zoals de makers zeggen: “Deze visionaire cartograaf en architect legde niet alleen de schoonheid van het gebied vast, maar vormde het ook met zijn invloedrijke keuzes. Wandel door het landschap dat hij zo minutieus in kaart bracht en ontdek hoe zijn werk nog altijd zichtbaar is. Laat je inspireren door de verhalen en verborgen schatten van dit gebied.” (binnenzijde omslag van het boekje Op ontdekking Langs de Brabantse Aa in de wandelbox).

De in Boxtel geboren Verhees was een veelzijdig man, actief op diverse gebieden. Naast tekenaar, landmeter en cartograaf was hij onder andere architect, politicus en waterbouwkundige. Hij maakte een groot aantal topografische kaarten, met als hoogtepunt de zogenaamde Meierijkaart uit 1794. De Brabant-Collectie bezit hier twee exemplaren van. In de komende blogreeks zal de Meierijkaart in detail bekeken worden.

Hendrik Verhees: Kaart Figuratief van het grootste gedeelte van Bataasch (sic)
Braband bevattende de Meyerye van 's Bosch etc. Kopergravure, gedrukt. 
Graveur: Cornelis van Baarsel. Uitgever: Mortier Covens en Zoon, Amsterdam, 1794. 
Formaat: 91,5 x 108 cm. Vindplaats: Bataafs Brabant / Oost / 1794 (1)
Verhees vervaardigde onder andere kaarten van bodemverdelingen en van de rivieren de Dommel en de Aa, die dienden voor waterstaatswerken. Hij ontwikkelde zich tot waterstaatkundige en ontwerper van sluizen, dijken en inundatiewerken. Zijn cartografisch werk sloot hierdoor nauw aan op het concrete waterbeheer in het Brabant van zijn tijd. Hij was tevens een verdienstelijk tekenaar. In de periode 1787-1809 reisde hij door Brabant en maakte vele tekeningen en plattegronden van kerken en kapellen. Deze zijn in 1975 in boekvorm uitgebracht door Jan van Laarhoven onder de titel Het schetsenboek van Hendrik Verhees.

Langs de Brabantse Aa is uitgegeven als een fraaie wandelbox met daarin:
  • Dertien losse routekaartjes met aandachts-, kijk- en kennispunten langs de Aa;
  • Het 48 pagina’s tellend boekje Op ontdekking Langs de Brabantse Aa met informatie over de Aa en Hendrik Verhees;
  • Een wandelwijzer met een overzichtskaart van de gehele route plus uitleg;
  • Een plastic hoes met keycord om onderweg de routekaartjes in op te bergen.
Tevens heeft Stichting Brabantse Aa een speciale website ontwikkeld die nog meer informatie biedt. Zo vind je hier alle wandelroutes inclusief de downloads van de gpx-bestanden. Per etappe is een kort filmpje toegevoegd als impressie. Daarnaast is er informatie over Hendrik Verhees, natuur en cultuur en - niet onbelangrijk – pleisterplaatsen op de route. Ook het vermelden waard is dat de makers Verhees’ avonturen invulling hebben gegeven met de introductie van de niet-bestaande figuur Cornelia Goyaerts. Rondom haar is een fictief verhaal gecreëerd. Cornelia, die als assistente van Verhees meeging op zijn reizen, hield een dagboekje met aantekeningen bij. Hierin beschreef ze de ervaringen van Hendrik en de mensen die zij beiden ontmoetten. De dagboekfragmenten zijn als luisterverhalen via de website af te spelen. Hoewel Cornelia een verzonnen personage is, zijn haar verhalen gebaseerd op de werkelijkheid.

Begin juli staat het verslag van etappe 1 van De Groote Peel naar Heusden (gemeente Asten) online.