Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 4 mei 2026

Tekenlessen voor beginners in 1822

Regelmatig staan we in dit blog stil bij recent verschenen publicaties over de meest uiteenlopende Brabantse onderwerpen. Deze keer duiken we weer eens in de rijke verzameling oude drukken van de Brabant-Collectie en komen uit bij een publicatie uit 1822, getiteld: Grondbeginselen der Teekenkunst, in fragmenten naar de antieken (vindplaats: TRE 005 E 05). Wat het met Brabant van doen heeft, maakt de rest van de titelpagina duidelijk. Het boek is samengesteld door “H. Turken en A.A.E. van Bedaff, directeuren, etc. etc. aan de Stads Teeken- en Schilder-Akademie te ’s-Hertogenbosch”. En het boek werd gedrukt “ter Steenplaatdrukkerij van J.F. Demelinne”, in ’s-Hertogenbosch. Het is om meerdere redenen een bijzonder boek en verdient daarom hier de aandacht.
De samenstellers, Henricus Turken (Eindhoven 1791-1856 Luik) en Antoine Aloys Emmanuel van Bedaff (Antwerpen 1787-1829 Brussel), stonden na het overlijden van directeur Gerardus van Dinter in 1820 gedurende enkele jaren aan het hoofd van de Stadsacademie in ’s-Hertogenbosch.
 
Portret Henricus Turken, Lithografie, J.J. Eeckhout en G.P. van den Burggraaff. 
Vindplaats: P / T 43.5 (1)

Portret Antoine A.E. van Bedaff, Lithografie, J.J. Eeckhout en G.P. van den Burggraaff. 
Vindplaats: P / B 33 (1)

Turken was directeur-docent en Van Bedaff de ‘eerste onderwijzer in de handteekenkunde’. Het boek met de Grondbeginselen was bedoeld als lesmateriaal voor het tekenonderwijs, volgens de inleiding omdat er voor de “eerstbeginnende” leerlingen geen geschikte lesboeken voorhanden waren. En de boeken die er waren soms “te omslagtig waren om met eenig voordeel daarvan zich te kunnen bedienen”. In deze boekvorm en in een oplage van 200 stuks werden de tekenvoorbeelden ook aan niet-Academiestudenten beschikbaar gesteld.

Waar in veel boeken de afbeelding op de titelpagina een willekeurige versiering is, betreft het in dit geval niet enkel een illustratie.

Titelpagina van Grondbeginselen. Vindplaats: TRE 005 E 05

De veelzijdige symboliek wordt bij de ‘Verklaring’ zorgvuldig uit de doeken gedaan.
‘Verklaring der afbeeldingen’,  in: Grondbeginselen, met bovenaan ‘Titel-Vignet’. 
Vindplaats: TRE 005 E 05

De auteurs, of in dit geval beter ‘de tekenaars’, dragen het boek op aan ‘Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, als Vereerster en Beschermster der Schoone kunsten’. Het gaat in dit geval om Wilhelmina van Pruisen, de kunstminnende echtgenote van koning Willem I. Na de inleidende pagina’s volgen 29 bladen met tekenvoorbeelden. Bij sommige gaat het heel basaal om het lijnenspel; bij andere is gekeken naar specifieke voorbeelden uit de antieke beeldhouwkunst. Het tekenen naar de antieken vormde lange tijd een belangrijk onderdeel van het academie-onderwijs.
Voorbeeld van het lijnenspel in Grondbeginselen. Vindplaats: TRE 005 E 05, Cr. I-No. III

Voorbeeld van klassieke portretten in Grondbeginselen: Venus d’Arles en Homerus. 
Vindplaats: TRE 005 E 05, Cr. Iv-No. III

Het boek met de vele afbeeldingen is als uitgave ook bijzonder vanwege het feit dat het een heel vroege publicatie in steendruk is. De lithografie had nog niet zolang daarvoor zijn intrede gedaan en J.F. Demelinne sr. had zich, komende uit Rotterdam, in 1821 als steendrukker in ’s-Hertogenbosch gevestigd. Hij was daarmee buiten de Randstad een pionier. Later werd hij ook als uitgever actief. Samen met zijn zoon J.F. Demelinne jr. heeft hij in deze periode veel boeken het licht doen zien.


Nog twee laatste opmerkingen:

Veel informatie over het kunstenaarsmilieu in ’s-Hertogenbosch in de eerste helft van de negentiende eeuw is bijeengebracht en beschreven in de alleen op internet te raadplegen publicatie van René Grémaux over Daniël Nederveen.

Een leuk detail komt uit de publicatie van R.A. van Zuylen over de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten. Het is een lijst met medaillewinnaars uit de verschillende lesrichtingen in de jaren 1815-1858. Bij digitaliseringsprojecten worden uitklapbare bijlages in boeken vaak overgeslagen. Dit overzicht van uitgereikte medailles is interessant vanwege de veelheid aan bekende en onbekende (Brabantse) kunstenaars uit het begin van de negentiende eeuw.

'Tabel van de met medailles bekroonden in de hoogste klassen (…)', in: Zuylen, R. A. v. (1859). Gedenkboek der Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten, opgerigt te ’s Hertogenbosch in 1812, onder den naam van Académie Impériale et Royale de Peinture, Sculpture et Architecture. Kante. Vindplaats: CBM 359 B 21

Voor meer informatie:

Zuylen, R. A. v. (1859). Gedenkboek der Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten, opgerigt te ’s Hertogenbosch in 1812, onder den naam van Académie Impériale et Royale de Peinture, Sculpture et Architecture. Kante. Vindplaats: CBM 359 B 21

M.E. Hiemstra, ‘Van Keizerlijke Academie tot Koninklijke School. De ontwikkeling van het tekenonderwijs en de maatschappelijke behoefte aan dit type onderwijs in Den Bosch in de jaren 1812-1863’, in: Bijdragen tot de geschiedenis bijzonderlijk van het aloude Hertogdom Brabant 75 (1992) 37-62. Vindplaats: T 06303

Meijers, J., Tetteroo, C. A. M., & Stichting Hogeschool ’s-Hertogenbosch. (1993). O rijkdom van het onvoltooide : van Académie Royale tot Hogeschool ’s-Hertogenbosch : 1812-1992. Hogeschool ’s-Hertogenbosch. Vindplaats: BRA F3 MEIJ 1993

Paul Huys Janssen, ‘Een zelfportret van Henricus Turken’, in: In Brabant 4 (2013), nr. 6, 34-35. Vindplaats: T 10771

Vermeeren, K. (z.d.). Tekeningen door de Eindhovenaar Hendrik Turken 1791-1856 in het bezit van het Museum Kempenland te Eindhoven. Museum Kempenland. Vindplaats: CBM B 05241

woensdag 22 april 2026

Opening tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten

Op de zonnige ochtend van zaterdag 11 april jl. vond er in Heusden een bijzonder schouwspel plaats. Een kleurrijke stoet bestaande uit veelal gekostumeerde heren en dames met grote opvallende vaandels begaf zich op het ritmische tempo van tromslagen richting de Grote of Sint-Catharinakerk. Het waren de gildebroeders en -zusters van verschillende Noord-Brabantse schuttersgilden. De gelegenheid was de feestelijke opening van de tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten, een project van Stichting Brabantse Hoeders in samenwerking met Stichting Het Gouverneurshuis en de Brabant-Collectie (Tilburg University).

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Terwijl de gildeleden en andere genodigden alvast plaats namen in de kerk, werd buiten Ina Adema, Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant, verwelkomd door het ontvangstcomité. Mevrouw Adema was uitgenodigd om later op de dag de openingshandeling te verrichten.


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

In de Grote of Sint-Catharinakerk waren voordrachten te horen van Lilian Grootswagers (voorzitter Stichting Brabantse Hoeders), Hildo van Engen (bestuurslid van het museum) en Ina Adema. Tevens werd Tony Vaessen, hoeder, initiatiefnemer en gildeman in hart en nieren, geïnterviewd. De presentatie was in handen van hoeder Ton Biemans en het duo Mireile Vaessen en Sam Pasternak verzorgde de muzikale omlijsting. Het sfeervolle slotstuk kwam van de Vlaamse gildebroeders en -zusters van het Sint-Jorisgilde van Oostmalle. Zij voerden de zogeheten Rozenwals uit.


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Na het programma in de kerk liepen gildebroeders en -zusters in optocht voor de commissaris van de Koning en de rest van de genodigden uit naar de tuin van Museum Het Gouverneurshuis. In de tuin, die er op deze mooie lentedag prachtig bij stond, werd door mevrouw Adema met een knallend kanonschot de tentoonstelling officieel geopend. Deze heugelijke gebeurtenis werd naar goed Brabants gebruik bij de guld beklonken met brandewijn met suiker en worstenbrood.

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Rob Weijtmans

Vervolgens werd mevrouw Adema door initiatiefnemer Tony Vaessen als eerste rondgeleid door de tentoonstelling. Vergeten Brabantse Gildeschatten stelt een grote variëteit aan objecten centraal die ooit aan Brabantse schuttersgilden hebben toebehoord, maar die om uiteenlopende reden uit het bezit van deze gilden verdwenen zijn. Deze vergeten gildeschatten en hun verhalen vormen het hart van de tentoonstelling en brengen het Noord-Brabantse gildewezen tot leven. Na de rondleiding van de commissaris van de Koning kregen ook de andere genodigden de gelegenheid de tentoonstelling te bezoeken. Er kon nagenoten worden in de zonovergoten museumtuin met muziek en dans of deelgenomen worden aan diverse activiteiten zoals een stadswandeling met gids, een bezoek aan kunstkabinet Het Blaauw Laaken en voor de kinderen was er de mogelijkheid om met lego hun eigen gildeschatten te bouwen.

© Tom Kuipers


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

De tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten is te zien tot en met 25 oktober 2026 in Het Gouverneurshuis te Heusden. Voor meer informatie, openingstijden en activiteiten zie: Expositie museum: ‘Vergeten Brabantse Gildeschatten’ – Het Gouverneurshuis

Voor een uitgebreid fotoverslag van de opening zie de rapportage door Heusden.nieuws.nl

vrijdag 10 april 2026

Persbericht | Expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten

Schuttersgilden zijn een icoon van de Brabantse identiteit. De vaak eeuwenoude tradities rond de gilden hebben een grote variëteit aan attributen opgeleverd, zoals koningsschilden, vaandels, trommen, wapens en oorkonden. De expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten toont bijzondere voorwerpen die in de loop van de tijd uit het bezit van de gilden zelf verdwenen zijn. Deze objecten bevinden zich nu bij musea, archieven en andere erfgoedinstellingen, soms ook bij kerken, gemeentehuizen of bij particulieren. In veel gevallen zijn ze aan het zicht van het grote publiek onttrokken. Aan de hand van deze schatten vestigt de expositie de aandacht op het ontstaan en de ontwikkeling van de Brabantse gilden door de eeuwen heen, gesitueerd binnen de grotere religieuze en sociaal-maatschappelijke context. 

De expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten vindt plaats in museum Het Gouverneurshuis in Heusden. Het Heusdense Sint-Jorisgilde wordt al genoemd in de veertiende eeuw en is daarmee een van de oudste schuttersgilden in Nederland. De opheffing van dit gilde in 1905 leidde landelijk tot veel rumoer toen de bezittingen verkocht dreigden te worden. Dat kon ternauwernood worden voorkomen, waardoor de objecten, zoals een eeuwenoude drinkhoorn en een groot aantal hoofdmanpenningen, tegenwoordig in het museum in Heusden bewonderd kunnen worden. Daarnaast worden in deze expositie objecten getoond die afkomstig zijn uit vrijwel geheel Brabant, met bruiklenen uit onder meer musea in Bergen op Zoom, Breda, ’s-Hertogenbosch, Roosendaal, Schijndel en Uden. 

Tijdens de tentoonstelling worden ook andere activiteiten gepland, zoals lezingen, jeugdeducatie, workshops en demonstraties. Een bezoek aan Kunstkabinet Het Blaauw Laaken en een stadswandeling met gids behoren ook tot de mogelijkheden. Houd de website in de gaten voor actuele informatie.

Vergeten Brabantse Gildeschatten is een project van Stichting Brabantse Hoeders in samenwerking met Stichting Het Gouverneurshuis en Brabant-Collectie (Tilburg University).

Te zien: 11 april t/m 25 oktober 2026 
Locatie: Het Gouverneurshuis, Putterstraat 14, 5256 AN Heusden
Openingstijden: donderdag & vrijdag 13.00-17.00 uur | zaterdag & zondag 11.00-17.00 uur

maandag 6 april 2026

“De boekhandelaar van Bologna”

In maart verscheen van de hand van Wim Daniëls het boek “De boekhandelaar van Bologna: Hoe de Brabantse Arlenius de klassieke oudheid ontsloot”. Het is een biografie van Arnoud van Eijndhouts (1510-1582), die net zoals Wim geboren werd in Aarle-Rixtel. Collega Jola Prinsen, die opgroeide in hetzelfde dorp, was van begin af aan betrokken bij Wims onderzoek naar Arlenius en bezocht 15 maart jl. de boekpresentatie op kasteel Croy in Aarle-Rixtel. Onderstaand blogbericht is van de hand van Jola.

In voorjaar 2023 reisde ik met zo’n dertig inwoners van Aarle-Rixtel en andere belangstellenden in een bus naar Florence om een lijvig woordenboek Grieks-Latijn uit 1546 op te halen bij antiquariaat Fortebraccio in die stad. De reis was een initiatief van schrijver en bekende Nederlander Wim Daniëls, die net als ik uit Aarle-Rixtel komt. Wim had zich al enige tijd verdiept in een vroegere dorpsgenoot van hem (en mij) uit de zestiende eeuw: Arnoud van Eijndhouts. Deze Aarlese jongen was op jonge leeftijd Latijn en Grieks gaan studeren aan verschillende Europese universiteiten. Hij kwam uiteindelijk in Italië terecht, nam de naam Arlenius aan en groeide uit tot een sleutelfiguur in de Italiaanse boekenwereld. Wim voelt zich, als boekenman, verbonden met deze Arlenius. Hij was het die bovengenoemd boek bij Fortebraccio ontdekte en een groep mensen om zich heen verzamelde (De Vrienden van Arlenius) om het werk aan te kopen en naar Aarle-Rixtel te brengen. En natuurlijk, helemaal Wims stijl, was het leuker om het boek op te halen dan een vijfhonderd jaar oud boek te laten opsturen.
De Vrienden van Arlenius in Italië. Fotograaf onbekend

Het werd een geweldige reis. Het boek werd op Koningsdag 2023 feestelijk onthaald op kasteel Croy en in het dorp. Sindsdien organiseert de Arlenius Boeken Club regelmatig speciale avonden in Aarle-Rixtel die op een of andere manier in relatie staan tot Arlenius of de zestiende eeuw.

Drie jaar later bezocht ik hetzelfde kasteel Croy, maar nu voor de boekpresentatie van Wims "De boekhandelaar van Bologna". Sinds onze reis naar Florence had hij verder onderzoek gedaan naar onze dorpsgenoot en mij en de andere Vrienden van Arlenius van zijn zoektocht op de hoogte gehouden. Regelmatig berichtte hij ons over zijn leuke vondsten en zijn schrijfproces. Ook vroeg hij advies over de titel en het ontwerp van de omslag. Hij presenteerde het resultaat tijdens een volledig tweetalige boekpresentatie, waarop ook de ambassadeur van Italië, Augusto Massari, aanwezig was.

Augusto Massari (links) en Wim Daniëls (rechts)
Fotograaf onbekend
Hij en de burgemeester van Laarbeek ontvingen de eerste exemplaren van het boek. De ambassadeur vertrouwde het publiek toe dat hij normaliter op zondagen kiest voor zijn gezin, maar toch op Wims uitnodiging was ingegaan. Zelf ook afkomstig uit een klein dorp, in de buurt van Rimini, had zich erg herkend in wat dorpse saamhorigheid mogelijk maakt.

Op de achterflap van het boek staat de volgende tekst: “Arnoud van Eijndhouts werd geboren in 1510 in het Brabantse Aarle-Rixtel. Waar in die tijd weinigen verder kwamen dan hun eigen dorp of stad, vestigde Arnoud zich na vele omzwervingen in Bologna. Als Arlenius zou hij uitgroeien tot een sleutelfiguur in de Italiaanse boekenwereld. Hij specialiseerde zich in het uitgeven van klassieke Griekse en Romeinse manuscripten en tijdgenoten roemden hem als een man met een indrukwekkende talenkennis, die zich met toewijding inzette voor de wetenschap. Na zijn dood raakte Arlenius in de vergetelheid. In deze meeslepende biografie wekt dorpsgenoot Wim Daniëls hem weer tot leven. In De boekhandelaar van Bologna verhaalt Daniëls niet alleen over deze intrigerende figuur, maar toont hij op fascinerende wijze het zestiende-eeuwse Brabant, Nederland en Europa.”

Wim Daniëls: De boekhandelaar van Bologna: Hoe de Brabantse Arlenius de klassieke oudheid ontsloot. Utrecht: Alfabet Uitgevers, 2026.
Vindplaats: BRA A7 DANI 2026

maandag 23 maart 2026

"De volle vrijheid is alleen het deel des wandelaars"

De lente lonkt: tijd om de wandelschoenen tevoorschijn te halen en op pad te gaan. En wat is dan mooier dit te doen in de voetsporen van wandelpionier Jacobus Craandijk (1834-1912). Bovenstaande uitspraak van deze doopsgezinde predikant is opgenomen als motto in De eerste wandelaar: In de voetsporen van Jacobus Craandijk. Schrijver/journalist Flip van Doorn schreef in 2017 dit ruim 400 pagina’s tellend boekwerk, eind 2025 verscheen de handzame pocketeditie. Verwacht hier geen ‘traditionele’ wandelgids noch uitgebreide routekaartjes en/of aanwijzingen die je helpen je pad te vinden. Veeleer is dit een literaire biografie over Craandijk én een persoonlijke zoektocht van de auteur, verluchtigd met enkele historische illustraties. Oftewel een mozaïekvertelling, zoals Van Doorn het zelf noemt in de inleiding, voorzien van citaten en fragmenten uit het werk van Craandijk, zo mooi dat hij ze onmogelijk kon laten liggen.

“Vroeger wandelden mensen niet, ze liepen”, aldus Van Doorn in een interview. Lopen was een noodzaak, om van A naar B te komen. Pas eind 19e eeuw kwam daar verandering in en werd wandelen een recreatievorm. Van Doorn stuitte in 2012 tijdens historisch onderzoek op het werk van ‘de eerste wandelaar’ Jacobus Craandijk, een doopsgezinde Rotterdamse predikant die tussen 1874 en 1883 vrijwel geheel Nederland te voet verkende. Deze man bleek een verre verwant van Van Doorn te zijn, en zijn onderzoek kreeg aldus een persoonlijk tintje. Hij besloot de wandelingen van zijn voorouder na te lopen om te ontdekken hoe het landschap er 150 jaar later uitzag. En zo weet Van Doorn met een persoonlijke twist in De eerste wandelaar een mooie brug te slaan tussen heden en verleden.

De beschrijvingen van Craandijks wandelingen verschenen oorspronkelijk als losse, seriële afleveringen met één of enkele wandelingen per stuk en waren bedoeld als direct toegankelijke wandelverslagen voor abonnees. P.A. Schipperus maakte de bijbehorende illustraties, zoals onder andere deze van respectievelijk Oisterwijk en Breda en omstreken.

Illustraties van P.A. Schipperus in: J. Craanwijk: Wandelingen door Nederland.
Noord-Brabant / Zeeland. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink, 1886. Vindplaats: CBM 646 D 29

Ibidem
De ‘wandelende dominee’ bleek een goed oog voor het drastisch veranderende landschap te hebben. Zijn werk werd in korte tijd zeer populair en Craandijk groeide uit tot een voorganger van een steeds groter wordende groep wandelaars.

In de periode 1875-1884 werden de afleveringen gebundeld uitgebracht als een zevendelige reeks getiteld Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Tevens verscheen een atlas met wandelkaartjes en in 1888 een deel 8 met dertien extra wandelingen. Aan de titel werd het woord Nieuwe toegevoegd. Kort na de 1e druk verscheen een 2e druk op kleiner formaat en met een andere opzet. Stonden de wandelingen in de eerste uitgave ongeveer op volgorde waarin ze gemaakt werden, in de daaropvolgende drukken werden ze naar regio of provincie gebundeld. In de jaren daarna volgden nog vele herdrukken bij diverse uitgevers.
Bij de Universiteitsbibliotheek Tilburg zijn diverse edities van de wandelboeken van Craandijk digitaal dan wel fysiek raadpleegbaar (en in een enkel geval ook uitleenbaar). Een overzicht daarvan vind je hier.

Flip van Doorn heeft voor De eerste wandelaar veel speurwerk verricht. Vertrekpunt hierbij was de website van wijlen Bert Kolkman. In zijn boek haalt hij de wandelende dominee van zijn voetstuk en gaat hij letterlijk naast hem wandelen, op gelijke voet. In het afsluitende dankwoord maakt hij een diepe buiging voor Craandijk, spreekt hem rechtstreeks toe en citeert zijn woorden:
“Dit boek is een papieren monument voor de man die met zijn Wandelingen een monument van het verdwijnende Nederland wilde oprichten. ‘Een monument, duurzamer dan metaal,’ zoals u zelf stelt. ‘Het zwakke papier, dat een kinderhand verscheurt, wint het van metaal en steen. Een boek is sterker dan paleizen en kasteelen. Wat zouden wij weten van al die burgten, eens den vaderlandschen grond bedekkend, als hun bestaan, vaak ook hun gedaante, niet door het papier was bekend geworden aan het nageslacht!”

Ben je na het lezen van dit boek enthousiast geworden en wil je ook de wandelingen van Craandijk nalopen? Dan is Een' kloeken dagmarsch (2015), eveneens van de hand van Flip van Doorn, een aanrader. In deze praktische wandelgids staan 11 routebeschrijvingen van wandelingen van Jacobus Craandijk. De enige Brabantse wandeling hierin betreft Breda.

Vindplaatsen:
  • Flip van Doorn: Een' kloeken dagmarsch: elf stevige tochten door 19e eeuws Nederland. Velp: Gegarandeerd Onregelmatig, 2015. Vindplaats: BRA H DOOR 2015
  • Flip van Doorn: De eerste wandelaar: in de voetsporen van Jacobus Craandijk. Amsterdam: Uitgeverij Rainbow, 2025. Vindplaats: BRA Y3 DOOR 2025

maandag 2 maart 2026

Een bijzonder document over het Sint-Jorisgilde van Heusden

Op 9 november 1905 werden de trappen van het Heusdense stadhuis bezet door een aantal Leidse studenten in zeventiende-eeuws aandoende kostuums. Zij lazen een proclamatie voor als protest tegen de verkoop van de bezittingen van het Heusdense schuttersgilde van Sint-Joris. Dit eeuwenoude gilde was recentelijk ten onder gegaan. Het handjevol overgebleven schutters had besloten de boel op te heffen, de overgebleven bezittingen te verkopen en de opbrengst grotendeels onderling te verdelen. Door deze verkoop dreigde kostbaar en uniek Heusdens erfgoed, zoals het gildezilver, voor de stad verloren te gaan. Dit was veel Heusdenaren een doorn in het oog en de Leidse studenten kwamen hen te hulp. Hun pleidooi voor het behoud van gildebezit voor de Heusdense gemeenschap was succesvol en de verkoop werd teruggedraaid. De objecten werden in plaats daarvan aan het Rijk geschonken, dat de stukken vervolgens aan Heusden in bruikleen gaf.

De Leidse studenten op de trappen van het stadhuis van Heusden. Fotograaf onbekend.
Knipsel in: KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Het roerige einde van het Sint-Jorisgilde van Heusden haalde zelfs de landelijke kranten. Een halve eeuw eerder leek er nog geen vuiltje aan de lucht. In 1856 werd uitgebreid gevierd dat het 500 jaar geleden was dat het Sint-Jorisgilde van Heusden van hertogin Johanna van Brabant een schenking van een stuk land ontving als dank voor bewezen en toekomstige diensten.

Een uitgebreid verslag van de uitbundige festiviteiten rondom dit jubileum lezen we in: Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden. Dit boek verscheen in 1862. Het werd geschreven door Johannes Augustus Gerlach Junior (1790-1881). Deze Heusdense notaris en lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant was sinds 1822 zelf lid van het Sint-Jorisgilde te Heusden en werd meerdere malen tot hoofdman benoemd.

Hoofdmanschild van Johannes Augustus Gerlach junior. Het was gebruikelijk
dat een hoofdman bij elke benoeming een schildje aan het gilde schonk.
(Collectie: Museum Het Gouverneurshuis, Heusden. Foto: René van Boxtel)

In de Brabant-Collectie bevindt zich een bijzondere verzameling documenten met betrekking tot Gerlachs boek over het gilde. Onder signatuur KHS B 63 treft men het oorspronkelijke manuscript van zijn werk aan, inclusief vele door Gerlach verzamelde aantekeningen en enkele geschrapte versies van de tekst. Bij het manuscript zijn ook enkele losse litho’s ingestoken, die achter in het boek van Gerlach als prenten zijn afgedrukt. Daarnaast bevat KHS B 63 correspondentie aangaande de totstandkoming van Gerlachs werk. Zo zijn er brieven van de Groningse uitgever P. van Zweeden en brieven van de Bossche drukker J.F. Demelinne met betrekking tot de prenten. Een derde verzameling brieven is afkomstig van L.C. de Fremery en betreft zowel het manuscript als prenten. Hij wordt door Gerlach in het voorwoord van zijn boek bedankt voor zijn ondersteuning bij Gerlachs werkzaamheden.  

Titelpagina van het manuscript voor Geschiedenis van het collegie van oude schutters
van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden
(1862). KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Gerlach geeft in zijn voorwoord aan dat hij het boek heeft geschreven op verzoek van zijn medeschutters om “zoo mogelijk het belangrijkste uit de geschiedenis van het collegie te verzamelen, tot een gedenkboek dezer zoo aloude inrigting, een gedenkboek dat de roemrijke daden van het voorgeschlacht mijner stadsgenooten aan de vergetelheid ontrukt”. Een belangrijke taak dus, waarvan het resultaat door het gilde op prijs werd gesteld. Dit blijkt onder andere uit een toegevoegd exemplaar van het Staat- en letterkundig dagblad De Noordbrabanter van dinsdag 20 januari 1863. Hierin wordt vermeld dat Gerlach als dank door zijn medeschutters een “zeer fraai geschenk van kristal, rijk in zilver gevat” werd aangeboden. Gerlach had er dan ook werk van gemaakt. In zijn boek vinden we een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de schutters met in de bijlage afschriften van belangrijke documenten en een flink aantal prenten, waaronder afbeeldingen van Johanna van Brabant, de drinkhoorn en koningsketen van het gilde en de wapenschilden van afzonderlijke hoofdlieden van het gilde.

Uitgave van Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris
en der jonge colvenieren te Heusden
. (CBM 645 D 04, Tilburg University)
Hoewel Gerlachs boek een zeer belangrijke bron van informatie over het gilde is, is de auteur wel erg toeschietelijk wanneer het gaat om het bewijzen van de eeuwenoude status en heldendaden van het gilde. De vroegst bekende vermelding van het Sint-Jorisgilde in Heusden is 1356, het jaar dat Johanna van Brabant haar schenking aan het gilde deed. Omdat er in de inmiddels verloren akte staat dat de schutters van Heusden de schenking ontvingen als dank voor bewezen en toekomstige diensten, is het goed mogelijk dat het gilde toen al enige tijd bestond. Gerlach voert de voorgeschiedenis van de schutters terug tot het jaar 1048. Hoewel dit niet uit te sluiten is, is hier geen duidelijk historisch bewijs voor. Desalniettemin levert Gerlachs werk een schat aan informatie over de geschiedenis van het gilde en zeker zijn informatie over de achttiende en negentiende eeuw is zeer gedetailleerd. Hij zat uiteraard ook dicht op het vuur.

Gerlach overleed in 1881. Hij maakte het rumoerige einde van het Sint-Jorisgilde nog geen vijfentwintig jaar later dus niet meer mee. Zijn manuscript en de bijbehorende documenten zijn door hem aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant geschonken, waar hij zelf ook lid van was geweest.

In latere tijden zijn er documenten betreffende het einde van het gilde en het studentenprotest aan het manuscript van Gerlach toegevoegd. Het gaat hier bijvoorbeeld om krantenknipsels en de door de studenten op 9 november 1905 voorgelezen proclamatie.

Deel van de toegevoegde krantenknipsels betreffende de opheffing van
het Sint-Jorisgilde en het studentenprotest. KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Op 11 april 2026 opent in Museum Het Gouverneurshuis in Heusden de tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten. In deze tentoonstelling staan objecten centraal die ooit aan Brabantse schuttersgilden hebben toebehoord, maar die in loop der tijd uit het bezit van de gilden verdwenen zijn. Het gaat hierbij om objecten die vaak nauw verweven zijn met het gildewezen, zoals het hoofdman- en koningschilden, maar ook een gildeboek en attributen als wapens en trommen. Ze kwamen terecht in depots van musea, archieven of particulier bezit en zijn daardoor vaak grotendeels aan het oog van het publiek onttrokken. De locatie van de tentoonstelling is zeer toepasselijk, want de oude schatten van het Heusdense Sint-Jorisgilde van weleer bevinden zich vandaag de dag in de collectie van Museum Het Gouverneurshuis. De tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten zet deze en de objecten van vele andere Noord-Brabantse gilden in de schijnwerpers en laat ze ons meevoeren in de rijke geschiedenis en cultuur van de Brabantse schuttersgilden.

maandag 16 februari 2026

Charley Toorop’s liefde voor Van Gogh

We zetten ditmaal de spotlights op een publicatie over de relatie tussen het leven en werk van twee kunstenaars: Charley Toorop en Vincent van Gogh. Het boek Charley Toorop : Liefde voor Van Gogh verscheen bij gelegenheid van de expositie die in de zomermaanden van 2025 was te zien in het Kröller-Müller Museum  in Otterlo.

Cover van de tentoonstellingscatalogus

Wie het oeuvre van Charley Toorop (1891-1955) ziet, ontdekt direct de zeer sterke beïnvloeding door Van Gogh (1853-1890). Dit geldt met name voor de periode 1921-1925, voor Toorop een belangrijke periode in haar carrière. Het was toen dat ze haar zo typerende stijl ontwikkelde. In het boek wordt die invloed van Van Gogh op Toorop vanuit verschillende gezichtspunten uit de doeken gedaan. We lezen dat Charley net als Van Gogh de Borinage in België bezocht, waar ze onder de indruk was van het rauwe mijnwerkersbestaan. Ze verbleef in hetzelfde dorp als Van Gogh: Cuesmes. De sfeer en de thematiek van het werk, gemaakt in de Borinage – de plek waar Van Gogh besloot kunstenaar te worden –, laten veel overeenkomsten zien, met name in de uitbeelding van mensen. Hieruit spreekt een grote sociale betrokkenheid.

De interesse voor Van Gogh is waarschijnlijk al vroeg in haar leven – Toorop werd één jaar na het overlijden van Van Gogh geboren – gewekt. Vader en kunstenaar Jan Toorop (1858-1928) was een warm pleitbezorger van diens werk en organiseerde in 1892 (dus twee jaar na Van Goghs overlijden) een expo met schilderijen en tekeningen. Om de invloed te kunnen plaatsen, is het goed op te merken dat de roem van Van Gogh tijdens Toorops groei naar volwassenheid steeds een stukje groter werd. De bewondering van Toorop voor Van Gogh blijkt onder andere uit een publicatie bij de honderdste geboortedag Van Gogh, in 1953: “Vincent van Gogh was er voor mij alvóór ik begon te schilderen, eigenlijk bij mijn bewustwording” en over een expositie in Rotterdam: “Prachtig, genoten, Courbet, Toulouse e.a., maar dan inééns weer dat wandje met die schilderijen van Vincent uit de Brabantse tijd. En dan weer dat aangegrepen worden door die intense gewaarwording van die diepe barre liefde van Van Gogh voor de realiteit”. Het mag opvallend heten dat juist zijn Brabantse werken haar raakten. De kunstrecensenten hadden (en hebben!) meer oog voor het Franse werk. Over een bezoek aan een Van Gogh-expositie in het najaar van 1945 zei Charley Toorop dat ze deze als een grotere bevrijding ervoer dan de Bevrijding van mei in dat jaar!

Vanaf 1924 gaat Charley Toorop zich meer toeleggen op het tekenen en schilderen van het boerenleven. Ook hierin volgde zij het spoor van Van Gogh, maar ze deed dit in Zeeland. Deze thematiek liet ze los ná 1933, toen ze uit geldgebrek meer werk ging maken van beter verkopende stillevens, (groeps)portretten en de uitbeelding van de seizoenen. Hoewel het directe navolgen van Van Gogh dus werd losgelaten, blijft zijn invloed ook in deze werken merkbaar. Net als Van Gogh verbleef Toorop in Parijs, van eind oktober 1920 tot eind april 1921. En in het voorjaar van 1923 reisde ze naar Zuid-Frankrijk. Weliswaar niet naar de bekende Van Gogh-locaties, maar het hier gemaakte werk stond wel degelijk onder zijn invloed, zo oordeelde men ook aan de hand van het werk dat ze hierna exposeerde. Haar hele schilderkunstige leven bleef de invloed van Vincent van Gogh merkbaar.

Cover van Nasporingen (...), uit 1926. Centraal het uitgeverslogo met het motto: Sine Libris Vita Lacuna 
(= Zonder boeken is het leven leeg), de beginletters vormen tevens de initialen van uitgever S.L. van Looy 

Bij moderne publicaties over Van Gogh is het, ruim honderddertig jaar na diens dood, vrij eenvoudig feiten over zijn leven en werken op te lepelen, omdat hij er zelf over heeft geschreven in zijn ruim negenhonderd brieven. Deze zijn in verschillende uitvoeringen, compleet en incompleet, uitgegeven. Maar het is om reden van nabijheid (in tijd) ook interessant om te kijken naar verhalen die over Van Gogh de ronde deden en die relatief kort na zijn overlijden zijn opgetekend. In dat verband is het aardig om de Nasporingen omtrent Vincent van Gogh in Brabant door te nemen, een boekwerkje dat in 1926, dus nu precies honderd jaar geleden, werd uitgegeven. Auteur Benno J. Stokvis is hiervoor echt op pad geweest en heeft in de Brabantse plaatsen waar Van Gogh een verleden had, ruim dertig jaar later gesproken met mensen die Vincent in die Brabantse jaren (vanaf zijn geboorte in 1853 tot aan zijn vertrek naar Antwerpen in 1885) konden hebben gekend. Kosters, buren, handelaren, dorpsgenoten, modellen en kunstenaars komen in het boekwerkje aan het woord. De mondelinge overleveringen, vastgelegd in Breda, Zundert, Zevenbergen, Helvoirt, Etten, Nuenen en Eindhoven, leveren een aardig beeld op van een kunstenaar die toen helemaal niet de bekendheid van nu had. Zo lezen we over het verhuizen en verhandelen van schilderijen en tekeningen als (de familie) Van Gogh weer eens van woonplek veranderde. En stuitte de auteur bij zijn onderzoek ook op personen bij wie de naam Vincent van Gogh in 1926 géén belletje deed rinkelen! Over het algemeen zijn de bevindingen over Van Gogh, opgetekend per plaats en per persoon, positief of neutraal. En alleen al vanwege de foto’s is het een aardig boekje om honderd jaar ná het verschijnen en met de Van Gogh-kennis van nu eens door te bladeren.

Het onderschrift bij deze foto in Nasporingen (...) luidt: 'Nuenen: De kamer waarin 
Vincent de "Aardappeleters" schilderde. Onder de schouw een der laatste nog levende aanzittenden.'  

Bronnen en verder lezen:

Renske Cohen Tervaert en Jannet de Goede, Charley Toorop. Liefde voor Van Gogh, Zwolle/Otterlo 2025. Vindplaats: BRA J3 COHE 2025

Benno J. Stokvis, Nasporingen omtrent Vincent van Gogh in Brabant, Amsterdam 1926. Vindplaats: CBM B 48599