Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 8 juli 2019

P.L. van Kessel, een spoorloos verdwenen belangrijke Brabander

Ex libris, geplakt in de Oeuvres complètes (1821) van J. Delille
TRE 11 B 5
'Eens, eens vergeldt de Heer hunne ondeugd aan de boozen;
Hunne eigen' snoodheid wordt hun graf:
Jehova, onze God, verplet die goddeloozen,

En wendt de geselroe van zijne dienaars af.'

Van de dichtregels van Petrus Ludovicus van Kessel zullen waarschijnlijk weinig lezers blijmoedig worden. De dichter gebruikt zinsneden als 'foltrend leven', 'moordend staal', 'jammerend geblaar' en 'zielverscheurend kermen'. Toch vond deze sombere poëzie kennelijk aftrek. In 1826 verscheen bij de Bossche uitgever J.J. Arkesteyn een eerste bundel van Van Kessels gedichten voor katholieken, in 1831 gevolgd door een tweede deeltje. De 2e, vermeerderde druk, werd in 1842 gepubliceerd door uitgever Petrus Stokvis (1803-1881): Gedichten voor Roomsch-Katholijken, door P.L. van Kessel, R.K. priester. Stokvis was werkzaam in Den Bosch, en wel in de Verwerstraat 28. Het boek kostte 1 gulden. Van Kessel liet zijn dichtbundel voorafgaan door een citaat over geloof en dichtkunst van de Franse dichter Édouard Turquety (1807-1867). Een opmerkelijke keuze, want de vrolijke, lichtvoetige poëzie van Turquety lijkt in niets op de zwaarmoedige teksten van Van Kessel. 
Petrus Ludovicus van Kessel werd in Eindhoven geboren op zaterdag 26 januari 1793, vrijwel exact negen maanden na het huwelijk van zijn ouders, Guilielmus van Kessel (1762-1822), dokter van beroep, en Theresia Pijpers (1766-1841).
Een belangrijke bron voor biografische gegevens over P.L. van Kessel is J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's Hertogenbosch dl.1, (1840). Volgens Coppens werd de 22-jarige Van Kessel in 1815 als 'eerste professor in de wijsbegeerte' aangesteld op het kleinseminarie Veebeek bij Berlicum dat door Antonius van Gils (1758-1834) was gesticht in april van dat jaar. Tot de eerste leerlingen behoorden G.P. Wilmer (1800-1877) uit Boxtel, de latere bisschop van Haarlem, en de hierboven vermelde J.A. Coppens (1800-1850). Mogelijk zijn beiden zelfs oudleerlingen van de jeugdige professor Van Kessel geweest. Het kleinseminarie verhuisde in 1817 naar een nieuw gebouw op het landgoed Beekvliet bij Sint-Michielsgestel.
Van Kessel is acht jaar als docent verbonden geweest aan het kleinseminarie. In 1823 gaat hij terug naar zijn geboortestad en wordt daar rector van de Latijnse school. Hij blijft er tot 1830. Over die jaren als Eindhovense rector is niets bekend. Van Kessel duikt vervolgens op in Oudenbosch, waar hij in 1830 een Latijnse school sticht die op 7 oktober opent, met lessen in Latijn, Grieks en Frans. Deze zogeheten 'kweekschool' was kennelijk een succes, want 'superior' Van Kessel moest door de aanwas van leerlingen in 1835 uitwijken naar een groter pand, en wel aan de Markt 68. Vier jaar later werd zijn school echter opgeheven. Het pand aan de markt werd overgenomen door het bisdom Breda dat er een kleinseminarie in vestigde. Op maandag 12 augustus 1839 nam de bevolking van Oudenbosch diep ontroerd afscheid van hun 'geliefden superior'. Hij ontving een zilveren tabaksdoos, waarin gegraveerd: 'Souvenir de vos disciples 1839'. Volgens Coppens is Van Kessel toen naar Den Bosch vertrokken. De groene treurbeuk die nu nog in het arboretum van Oudenbosch staat, is overigens nog door Van Kessel zelf in 1839 geplant.
In 1842 bewerkte Van Kessel een heruitgave van zijn in 1823 verschenen De voortreffelijkheid der katholieke godsdienst en in 1868 verscheen in Antwerpen zijn metrische bewerking van De imitatione Christi. Verder is tot nog toe geen spoor teruggevonden van deze dichtende priester die voor het Brabantse onderwijs toch bepaald niet onbelangrijk is geweest.
Petrus Ludovicus van Kessel, van wie dus vooralsnog geen sterftedatum bekend is, was een productief auteur, dichter en vertaler. Zijn eerste boek verscheen in 1817: Grondbeginselen der Latijnsche taal, Den Bosch, J. Coppens en Zoon, 1817 (alleen aanwezig in de UB Nijmegen). Daarna volgden nog twintig publicaties (inclusief herdrukken), alle, op twee na, aanwezig in de Universiteitsbibliotheek Tilburg.

De Brabant-Collectie bezit een heel bijzonder exemplaar van Van Kessels Gedichten voor Roomsch-Katholijken (2e druk, 1842).
Titelpagina
KOD 1842 'S HERT 4
Het is een fraaie uitgeversband (157x102x22 mm.) van blindbestempeld rood calico. Op de randen van beide platten een verguld kader. De platkanten en de sneden zijn verguld en de kapitaalbandjes zijn in wit en blauw. De schutbladen zijn van bruin kiezelmarmer sierpapier.

Kiezelmarmer sierpapier
Op het voorplat centraal het alziend oog en op het achterplat een kelk met hostie in stralenkrans.
Uitgeversband van Gedichten voor Roomsch-Katholijken
KOD 1842 'S HERT 4
Het boek is een presentexemplaar van de auteur zelf! Op het voorste schutblad heeft de dichter geschreven: 'Uit achting, vriendschap en erkentelijkheid, P.L. van Kessel'. Wanneer hij het boek cadeau heeft gegeven, is niet bekend. Wel is de enige eigenares bekend omdat zij gelukkig de voorste en achterste schutbladen heeft vol gekliederd met haar naam: Anna van Rooij.
Door Anna de Rooij beschreven schutbladen 
Dankzij haar aantekening op het achterste schutblad dat zij 45 jaar oud was in 1881, is vrij zeker dat zij de Anna van Rooij moet zijn geweest die werd geboren op 2 maart 1836 in Vught. Anna was dus pas 3 jaar oud toen Van Kessel uit Oudenbosch vertrok. De vraag is natuurlijk: wat is de connectie Anna van Rooij en Petrus Ludovicus van Kessel? Is Anna slechts een latere eigenares van de bundel of kenden zij elkaar inderdaad? Zo ja, wanneer schonk hij haar dan zijn gedichtenbundel? Deed hij dat toen hij in Den Bosch woonde? Hoe kan het dat een priester die zo actief in het Brabantse onderwijs is geweest, op zijn 46e zo spoorloos is verdwenen?

maandag 24 juni 2019

Nieuw onderzoek in 'Oud Nieuws'

W. Smulders: De verloren zoon
Zevenbergen: Greven, 1910
TRE 082 G 09

Heemkundekring ‘Willem van Strijen’ uit Zevenbergen brengt twee keer per jaar het periodiek ‘Oud Nieuws’ uit. In het 110e nummer van de 38ste jaargang werd de noodklok geluid over het teruglopend aan vrijwilligers. In het nummer wordt toch een rijk palet aan artikelen gepresenteerd, waarvan er hier één uit wordt gelicht. Onderzoeker van de lokale geschiedenis Ton Reniers heeft zich verdiept in het boekenfonds van drukkerij en uitgeverij Arn. M. Greven uit Zevenbergen.Aanleiding voor zijn artikel was de vondst van een boekje van deze uitgeverij op een rommelmarkt. In de aansluitende speurtocht stuitte hij op ruim dertig titels die tussen 1904 en 1939 via de uitgeverij van Arn. M. Greven verschenen. Greven was tot dan met name bekend vanwege ansichtkaarten en bidprentjes; dat hij een heus boekenfonds op de markt bracht wordt in dit artikel voor het eerst over het voetlicht gebracht. Reniers gaat in de bijdrage in op de achtergrond van Greven en de ‘wereld’ van drukkers en uitgevers in Zevenbergen. Interessant daarbij is de rol die, net als bij andere beroepsgroepen, het geloof speelde: katholieken en protestanten verzorgden ieder hun eigen drukwerk. Greven start in maart 1905 een samenwerking met ondernemer P.J.M. van Tetering, maar dit is geen lang leven beschoren. Greven begint voor zichzelf en brengt degelijke, orthodox katholieke en opvoedkundige boekjes uit. Dit lijkt goed te passen in de tijd dat vanuit Rome de zogenaamde Katholieke Actie wordt gepropageerd. Daarnaast wordt ook de Zevenbergsche Courant gedurende een aantal jaren door Greven gedrukt en uitgegeven. De religieuze romans die Greven uitbrengt worden met veel reserve ontvangen. De stichtelijke lectuur van priester Willem Smulders en franciscaan Martialis Vreeswijk valt beduidend beter in de smaak en van de titels van deze auteurs zijn dan ook meer edities verschenen. Hierbij moet worden aangetekend dat sommige latere edities bij andere uitgeverijen zijn ondergebracht. Dat geldt ook voor Beknopt Overzichtelijk Studie- en Repeteerboekje voor Verpleegsters van zuster Maria Smulders dat in 1923 bij Greven zijn eerste druk beleefde, maar tot eind jaren vijftig nieuwe edities kende. Met een nuttig overzicht van het tot hier bekende boekenfonds wordt de bijdrage afgesloten.
W. Smulders: De Barmhartige Samaritaan
Zevenbergen: Greven, 1922
TRE 082 G 08
Reniers constateert in zijn artikel dat de uitgaves van Greven dun bezaaid zijn in de openbare en wetenschappelijke bibliotheken van Nederland. Het is mede daarom plezierig dat hij de door hem opgespoorde titels, samen met nog andere boekwerken, aan de Brabant-Collectie heeft geschonken. Hierdoor is nu ongeveer twee derde van het boekenfonds van Arn. M. Greven, drukker en uitgever te Zevenbergen, op één plek raadpleegbaar.
Het tijdschrift Oud Nieuws is raadpleegbaar in de Universiteitsbibliotheek op niveau 0.
Vindplaats: T 074072

woensdag 12 juni 2019

Dit is om nooit meer te vergeten: dagboek en brieven van Helga Deen 1943


Naar aanleiding van de Dag van het Dagboek, op de geboortedag van Anna Frank, vandaag aandacht voor het dagboek van Helga DeenGeruime tijd geleden kwam er een schriftje boven water van een joods meisje woonachtig in Tilburg. Het waren de aantekeningen en brieven van Helga Deen (Stettin, Duitsland 6 april 1925–Sobibor, Polen 16 juli 1943). Helga begon op 1 juni 1943, de dag van transport van familie Deen naar Kamp Vughtmet het bijhouden van een dagboek in een scheikundeschrift. Hierin schreef ze over het dagelijks leven in het kamp, de maaltijden, de transporten, het ontluizen, de conflicten etc. Het dagboek is gericht aan haar geliefde, kunstschilder Kees van den Berg (1923-2001), aan wie ze ook de brieven schreef. Op 1 juli schreef ze voor het laatst in haar dagboek. Een dag later wordt de familie gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Helga schreef daar haar laatste brief aan Kees. Vanuit Westerbork werd de familie overgebracht naar Sobibor, waar zij werden vermoord. Hoe Kees van den Berg uiteindelijk aan het schriftje kwam is niet bekend. Zijn zoon Conrad vond het na Kees' overlijden in 2001 in zijn atelier en bracht het in 2004 over naar Regionaal Archief Tilburg. Dit archief heeft daarna het leven van Helga Deen in kaart gebracht, waarna in 2007 het dagboek uitkwam.

Vindplaats: BRA N3 DEEN 2007

vrijdag 7 juni 2019

Onderzoek naar Antwerpse bijbels

In de collecties van de Universiteitsbibliotheek van Tilburg University en de Brabant-Collectie liggen nog steeds vele schatten te wachten op ontdekking en nader onderzoek. Gelukkig zijn de collecties bibliografisch goed digitaal ontsloten, zodat overal ter wereld te lezen valt wat er in huis is. En als je dat weet, kun je dus ter plekke de mooiste zaken gaan onderzoeken en de leukste dingen ontdekken.

Zo bracht onlangs Renske Hoff een bezoek aan de collectie. Zij doet promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit van Groningen in het kader van het onderzoeksprogramma ‘In Readers’ Hands: Early Modern Bibles from a Users’ Perspective’. Zij wilde graag twee vroegmoderne bijbels inzien die gedrukt zijn bij Jacob van Liesvelt in Antwerpen (TF TRE 10 en CBC TFH D 303). De exemplaren die in de Tilburgse Universiteitsbibliotheek aanwezig zijn, dateren uit 1535 en 1542 en zijn afkomstig uit de collectie van de Theologische Faculteit. De aandacht van Renske richtte zich vooral op de sporen die gebruikers van de bijbels in die vroege drukken achtergelaten hebben en wat deze sporen eventueel kunnen zeggen over de lezer. Die sporen kunnen bijvoorbeeld onderstrepingen of aantekeningen zijn, maar ook iets wat gediend heeft als boekenlegger. Bijzondere vondst in één van de Tilburgse exemplaren was het op enkele plaatsen deels overgeplakt zijn van stukjes Bijbeltekst. Zo werden in het Bijbelboek 1. Timotheus de woorden ‘gratie die u gegeven is’ overplakt met ‘gratie die in u is’ en ‘der ouderen’ met ‘des Priesterschaps’. Op een strookje papier, keurig in een gedrukte gotische letter, dus waarschijnlijk afkomstig uit een andere, eigentijdse druk! De van oorsprong Luthers aandoende bijbel is door het ingrijpen van een gebruiker meer katholiek van karakter gemaakt. De bijbels van Van Liesvelt zijn in de loop van de geschiedenis verspreid geraakt over de hele wereld. Het doel is om deze te bestuderen en zo meer te weten te komen over het gebruik ervan. Wij zijn vanzelfsprekend nieuwsgierig naar de eindresultaten en de conclusies van het lopende onderzoek.

Wat het bezoek van Renske Hoff duidelijk maakt, is dat je dit soort onderzoek moet doen bij en met het originele materiaal. In de gedigitaliseerde versie vallen de toegevoegde strookjes nauwelijks op. Er kan in ieder geval niet gelezen worden wat zich onder de strookjes bevindt. En dan nog een bijzonder aspect van het onderzoek ter plekke: met het openklappen van de strookjes papier kom je heel dicht bij de toenmalige gebruiker van de bijbel. En dat maakt onderzoek ook zo de moeite waard.

maandag 27 mei 2019

DVD: Boer Peer

In 2009 stuitte regisseur Daan Jongbloed op een vervallen boerderij in Maliskamp waar de toen 89-jarige boer Peer in alle stilte en soberheid woonde. Zonder douche, warm water, tv, radio, koelkast of andere luxe. Het leek of de tijd er stil stond. De winters bracht hij door naast de houtkachel. Zijn eten kookte hij op een gaspitje: aardappels met spek en een pot sperziebonen of spinazie. Droog gekookt tot een prutje dat hij zo uit de pan schraapte. Tot zijn dood hield hij acht koeien die hij vetmestte voor de slacht. "Ik blijf werken tot ik dood ben", aldus Peer. De filmmaker wist het vertrouwen te winnen van Peer en volgde de laatste tien jaar van zijn leven. In de documentaire vertelt Peer over vroeger, het gemis van een liefde en de ingrijpende oorlogsjaren. Dit maakt de film tot een intiem portret van een zeldzaam sobere man.
De film ging in 2017 in première tijdens het Nederlands Film Festival en won de NL Award voor de beste regionale omroep-documentaire. In de bioscopen was de film een succes en kerst 2017 werd hij uitgezonden door Omroep Brabant. Er is ook een Facebook-pagina over deze markante man. Helaas heeft Peer zelf het succes van de film niet meer mee kunnen maken. Hij overleed op 97-jarige leeftijd door een verkeersongeval in Rosmalen, kort voor de première. Maar door de film gaat boer Peer zelfs na zijn dood de hele wereld over: tijdens zijn leven verliet hij zelden of nooit Maliskamp, maar de film bereikte zelfs familie in Canada, aldus een artikel uit het Brabants Dagblad.

U kunt de DVD bekijken op onze raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD BOER 2017 

donderdag 23 mei 2019

Driemaal Coppens in Museum De Wieger

Op 12 mei jl. is de expositie ‘Driemaal Coppens in beeld’ met een culturele middag voor genodigden geopend in het gemeentehuis te Deurne. Het werk van de familie Coppens wordt getoond: beeldhouwer Joep, fotograaf Martien en schilder/schrijver Els. Aanleiding voor deze tentoonstelling is het zestigjarig jubileum van Joep Coppens als beeldhouwer. In 1959 kapte hij zijn eerste beeld: een portret van zijn vader, de fotograaf Martien Coppens. 
Voor deze gelegenheid werkte de Brabant-Collectie samen met Museum De Wieger en verstrekte 35 originele vintage prints van Martien Coppens in bruikleen. 
Op de bovenverdieping worden bronzen en houten beelden van Joep in combinatie met foto’s van Martien geëxposeerd. Joep is in hoge mate geïnspireerd door het werk van zijn vader. In de plasticiteit ligt een sterke parallel qua licht- en donkerspel. Zowel de abstracte als figuratieve beelden vormen een harmonisch geheel met de foto’s. De thema’s variëren van het boerenleven en de Peel tot architectuur en industrie.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
In de ateliers worden de beelden van Joep gecombineerd met de olieverfschilderijen van Els uit de periode 1971-1992: (kinder)portretten, stillevens en landschappen in een naïef-realistische stijl, maar ook hangen hier haar grote abstracte werken.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
In de tuin van De Wieger staan nog enkele grotere bronzen beelden van Joep opgesteld.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerde catalogus 3x Coppens in beeld verschenen met de ondertitel: ‘Beelden zeggen meer dan duizend woorden’. Het voorwoord is van Hildo Mak, burgemeester van Deurne. Conservator Lex van de Haterd geeft in zijn inleiding een korte biografische schets van Joep, maar biedt ook inzicht in zijn beweegredenen om het werk van de familie Coppens in deze jubileumtentoonstelling te laten zien. Cultuurhistoricus Ger Jacobs plaatst het werk van Joep Coppens in de context van ontwikkelingen in de beeldhouwkunst en trekt daarbij enkele parallellen met o.a. Aristide Maillol. Conservator Emy Thorissen belicht de positie en het belang van het werk van fotograaf Martien Coppens en reconstrueert de expositie ‘Zelfportret in 117 foto’s’ uit 1983. Zijn talrijke fotoboeken en exposities hebben bijgedragen aan de erkenning van de fotografie als kunstvorm en aan de positie van de vakfotograaf in Nederland. Dichteres Helma Michielsen benadrukt in haar bijdrage de veelzijdigheid van Els. De catalogus is verkrijgbaar bij Museum De Wieger en via www.joepcoppens.nl.
Cover tentoonstellingscatalogus
De tentoonstelling in Museum De Wieger te Deurne is nog te zien tot en met 15 september 2019.
Bekijk ook het artikel van Rob Schoonen in het Eindhovens Dagblad.

dinsdag 21 mei 2019

Boekbanden van Jan Sluijters

Ontwerp uit 1902
Marie Neve, Helen’s Kleintjes (4e druk), Haarlem: De Erven F. Bohn, 1902
Tot nu toe werden er in de Universiteitsbibliotheek Tilburg én de Brabant-Collectie geen boeken verzameld alleen om hun buitenkant. De band was slechts een verlengstuk van de inhoud. De tekst was het belangrijkste en werd al dan niet ondersteund door illustraties. De staat waarin de - in oplage gemaakte - uitgeversbanden verkeren, is soms erbarmelijk. Deze banden staan lukraak in de reguliere collectie en als ze niet ontsloten worden, blijven ze in feite voor eeuwig onzichtbaar. 

In de periode 1890-1940 maakten beeldende kunstenaars ontwerpen voor boekbanden. Ten behoeve van de verkoop werd in opdracht van de uitgever het bandontwerp voor het boek door de kunstenaar gemaakt. Het betreft linnen boekbanden, maar ook kwetsbare papieren bandjes. Soms werden wensen van tevoren kenbaar gemaakt, zoals met betrekking tot de kleur van het linnen én het aantal kleuren bij de druk, want voor elke kleur moest een afzonderlijk persstempel gemaakt worden. Chique exemplaren werden zelfs van goudstempeling voorzien. Vaak werden ontwerpen jarenlang hergebruikt, zowel voor hetzelfde als voor een ander boek.

Het werk van de in ’s-Hertogenbosch geboren schilder, tekenaar en graficus Jan Sluijters (1881-1957) is veelzijdig, maar als productieve ontwerper van boekbanden is hij tamelijk onbekend. Onder invloed van eigentijdse kunststromingen maakte Sluijters boekbandontwerpen vanaf 1902 tot in de jaren twintig. Slechts met een paar lijnen en met treffende eenvoud wist hij uiteenlopende voorstellingen, zowel karikaturaal als naturalistisch uit te beelden. Soms was de vormentaal gebaseerd op de natuur. 

Ontwerp van 1907
Op de hoogte. Maandschrift voor de huiskamer (jrg. 4) 1907
Sluijters heeft zich niet aan één uitgever gebonden, maar werkte tegelijkertijd voor verschillende uitgevers zoals Becht, Bohn, Cohen, Hilarius, Noordhoff en Valkhoff. 
De Amsterdamse uitgever H.J.W. Becht gaf een veertigtal banden van hem uit. Zijn ontwerpen sierden boeken van succesauteurs als Tine van Berken en Selma Lagerlöf.
Ontwerp uit 1906
Tine van Berken, Kruidje-roer-me-niet (2e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1912]
Reeks: Ons Clubje biblibliotheek voor meisjes (deel 10)
Ontwerp van 1904
Selma Lagerlöf, De wonderen van den antichrist (3e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1919]
Ruim tachtig Sluijtersbanden zijn in de Tilburgse collecties te vinden, waarvan een aantal in verschillende exemplaren of in kleurvarianten. Gelukkig signeerde Sluijters zijn ontwerpen. Meestal treft men op het voorplat zijn monogram aan of anders zijn initialen of zijn volledige naam.
Monogram Jan Sluijters
Ontwerp van 1911
E.B. Knipe, De kleine miss Fales, Amsterdam: L.J. Veen, [1911]
Ontwerp uit 1914
Agatha, Brieven van een poes (4e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1914]

Meer achtergrondinformatie: zie Emy Thorissen, ‘Sluijters: een niet zo bekende boekbandontwerper’ In: In Brabant jrg. 10, nr. 1 (maart 2019), p. 54-69.

Te zien: in de universiteitsbibliotheek op niveau 0 en niveau 1 (21 mei t/m 9 augustus 2019).