Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

woensdag 12 juni 2019

Dit is om nooit meer te vergeten: dagboek en brieven van Helga Deen 1943


Naar aanleiding van de Dag van het Dagboek, op de geboortedag van Anna Frank, vandaag aandacht voor het dagboek van Helga DeenGeruime tijd geleden kwam er een schriftje boven water van een joods meisje woonachtig in Tilburg. Het waren de aantekeningen en brieven van Helga Deen (Stettin, Duitsland 6 april 1925–Sobibor, Polen 16 juli 1943). Helga begon op 1 juni 1943, de dag van transport van familie Deen naar Kamp Vughtmet het bijhouden van een dagboek in een scheikundeschrift. Hierin schreef ze over het dagelijks leven in het kamp, de maaltijden, de transporten, het ontluizen, de conflicten etc. Het dagboek is gericht aan haar geliefde, kunstschilder Kees van den Berg (1923-2001), aan wie ze ook de brieven schreef. Op 1 juli schreef ze voor het laatst in haar dagboek. Een dag later wordt de familie gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Helga schreef daar haar laatste brief aan Kees. Vanuit Westerbork werd de familie overgebracht naar Sobibor, waar zij werden vermoord. Hoe Kees van den Berg uiteindelijk aan het schriftje kwam is niet bekend. Zijn zoon Conrad vond het na Kees' overlijden in 2001 in zijn atelier en bracht het in 2004 over naar Regionaal Archief Tilburg. Dit archief heeft daarna het leven van Helga Deen in kaart gebracht, waarna in 2007 het dagboek uitkwam.

Vindplaats: BRA N3 DEEN 2007

vrijdag 7 juni 2019

Onderzoek naar Antwerpse bijbels

In de collecties van de Universiteitsbibliotheek van Tilburg University en de Brabant-Collectie liggen nog steeds vele schatten te wachten op ontdekking en nader onderzoek. Gelukkig zijn de collecties bibliografisch goed digitaal ontsloten, zodat overal ter wereld te lezen valt wat er in huis is. En als je dat weet, kun je dus ter plekke de mooiste zaken gaan onderzoeken en de leukste dingen ontdekken.

Zo bracht onlangs Renske Hoff een bezoek aan de collectie. Zij doet promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit van Groningen in het kader van het onderzoeksprogramma ‘In Readers’ Hands: Early Modern Bibles from a Users’ Perspective’. Zij wilde graag twee vroegmoderne bijbels inzien die gedrukt zijn bij Jacob van Liesvelt in Antwerpen (TF TRE 10 en CBC TFH D 303). De exemplaren die in de Tilburgse Universiteitsbibliotheek aanwezig zijn, dateren uit 1535 en 1542 en zijn afkomstig uit de collectie van de Theologische Faculteit. De aandacht van Renske richtte zich vooral op de sporen die gebruikers van de bijbels in die vroege drukken achtergelaten hebben en wat deze sporen eventueel kunnen zeggen over de lezer. Die sporen kunnen bijvoorbeeld onderstrepingen of aantekeningen zijn, maar ook iets wat gediend heeft als boekenlegger. Bijzondere vondst in één van de Tilburgse exemplaren was het op enkele plaatsen deels overgeplakt zijn van stukjes Bijbeltekst. Zo werden in het Bijbelboek 1. Timotheus de woorden ‘gratie die u gegeven is’ overplakt met ‘gratie die in u is’ en ‘der ouderen’ met ‘des Priesterschaps’. Op een strookje papier, keurig in een gedrukte gotische letter, dus waarschijnlijk afkomstig uit een andere, eigentijdse druk! De van oorsprong Luthers aandoende bijbel is door het ingrijpen van een gebruiker meer katholiek van karakter gemaakt. De bijbels van Van Liesvelt zijn in de loop van de geschiedenis verspreid geraakt over de hele wereld. Het doel is om deze te bestuderen en zo meer te weten te komen over het gebruik ervan. Wij zijn vanzelfsprekend nieuwsgierig naar de eindresultaten en de conclusies van het lopende onderzoek.

Wat het bezoek van Renske Hoff duidelijk maakt, is dat je dit soort onderzoek moet doen bij en met het originele materiaal. In de gedigitaliseerde versie vallen de toegevoegde strookjes nauwelijks op. Er kan in ieder geval niet gelezen worden wat zich onder de strookjes bevindt. En dan nog een bijzonder aspect van het onderzoek ter plekke: met het openklappen van de strookjes papier kom je heel dicht bij de toenmalige gebruiker van de bijbel. En dat maakt onderzoek ook zo de moeite waard.

maandag 27 mei 2019

DVD: Boer Peer

In 2009 stuitte regisseur Daan Jongbloed op een vervallen boerderij in Maliskamp waar de toen 89-jarige boer Peer in alle stilte en soberheid woonde. Zonder douche, warm water, tv, radio, koelkast of andere luxe. Het leek of de tijd er stil stond. De winters bracht hij door naast de houtkachel. Zijn eten kookte hij op een gaspitje: aardappels met spek en een pot sperziebonen of spinazie. Droog gekookt tot een prutje dat hij zo uit de pan schraapte. Tot zijn dood hield hij acht koeien die hij vetmestte voor de slacht. "Ik blijf werken tot ik dood ben", aldus Peer. De filmmaker wist het vertrouwen te winnen van Peer en volgde de laatste tien jaar van zijn leven. In de documentaire vertelt Peer over vroeger, het gemis van een liefde en de ingrijpende oorlogsjaren. Dit maakt de film tot een intiem portret van een zeldzaam sobere man.
De film ging in 2017 in première tijdens het Nederlands Film Festival en won de NL Award voor de beste regionale omroep-documentaire. In de bioscopen was de film een succes en kerst 2017 werd hij uitgezonden door Omroep Brabant. Er is ook een Facebook-pagina over deze markante man. Helaas heeft Peer zelf het succes van de film niet meer mee kunnen maken. Hij overleed op 97-jarige leeftijd door een verkeersongeval in Rosmalen, kort voor de première. Maar door de film gaat boer Peer zelfs na zijn dood de hele wereld over: tijdens zijn leven verliet hij zelden of nooit Maliskamp, maar de film bereikte zelfs familie in Canada, aldus een artikel uit het Brabants Dagblad.

U kunt de DVD bekijken op onze raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD BOER 2017 

donderdag 23 mei 2019

Driemaal Coppens in Museum De Wieger

Op 12 mei jl. is de expositie ‘Driemaal Coppens in beeld’ met een culturele middag voor genodigden geopend in het gemeentehuis te Deurne. Het werk van de familie Coppens wordt getoond: beeldhouwer Joep, fotograaf Martien en schilder/schrijver Els. Aanleiding voor deze tentoonstelling is het zestigjarig jubileum van Joep Coppens als beeldhouwer. In 1959 kapte hij zijn eerste beeld: een portret van zijn vader, de fotograaf Martien Coppens. 
Voor deze gelegenheid werkte de Brabant-Collectie samen met Museum De Wieger en verstrekte 35 originele vintage prints van Martien Coppens in bruikleen. 
Op de bovenverdieping worden bronzen en houten beelden van Joep in combinatie met foto’s van Martien geëxposeerd. Joep is in hoge mate geïnspireerd door het werk van zijn vader. In de plasticiteit ligt een sterke parallel qua licht- en donkerspel. Zowel de abstracte als figuratieve beelden vormen een harmonisch geheel met de foto’s. De thema’s variëren van het boerenleven en de Peel tot architectuur en industrie.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
In de ateliers worden de beelden van Joep gecombineerd met de olieverfschilderijen van Els uit de periode 1971-1992: (kinder)portretten, stillevens en landschappen in een naïef-realistische stijl, maar ook hangen hier haar grote abstracte werken.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
In de tuin van De Wieger staan nog enkele grotere bronzen beelden van Joep opgesteld.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerde catalogus 3x Coppens in beeld verschenen met de ondertitel: ‘Beelden zeggen meer dan duizend woorden’. Het voorwoord is van Hildo Mak, burgemeester van Deurne. Conservator Lex van de Haterd geeft in zijn inleiding een korte biografische schets van Joep, maar biedt ook inzicht in zijn beweegredenen om het werk van de familie Coppens in deze jubileumtentoonstelling te laten zien. Cultuurhistoricus Ger Jacobs plaatst het werk van Joep Coppens in de context van ontwikkelingen in de beeldhouwkunst en trekt daarbij enkele parallellen met o.a. Aristide Maillol. Conservator Emy Thorissen belicht de positie en het belang van het werk van fotograaf Martien Coppens en reconstrueert de expositie ‘Zelfportret in 117 foto’s’ uit 1983. Zijn talrijke fotoboeken en exposities hebben bijgedragen aan de erkenning van de fotografie als kunstvorm en aan de positie van de vakfotograaf in Nederland. Dichteres Helma Michielsen benadrukt in haar bijdrage de veelzijdigheid van Els. De catalogus is verkrijgbaar bij Museum De Wieger en via www.joepcoppens.nl.
Cover tentoonstellingscatalogus
De tentoonstelling in Museum De Wieger te Deurne is nog te zien tot en met 15 september 2019.
Bekijk ook het artikel van Rob Schoonen in het Eindhovens Dagblad.

dinsdag 21 mei 2019

Boekbanden van Jan Sluijters

Ontwerp uit 1902
Marie Neve, Helen’s Kleintjes (4e druk), Haarlem: De Erven F. Bohn, 1902
Tot nu toe werden er in de Universiteitsbibliotheek Tilburg én de Brabant-Collectie geen boeken verzameld alleen om hun buitenkant. De band was slechts een verlengstuk van de inhoud. De tekst was het belangrijkste en werd al dan niet ondersteund door illustraties. De staat waarin de - in oplage gemaakte - uitgeversbanden verkeren, is soms erbarmelijk. Deze banden staan lukraak in de reguliere collectie en als ze niet ontsloten worden, blijven ze in feite voor eeuwig onzichtbaar. 

In de periode 1890-1940 maakten beeldende kunstenaars ontwerpen voor boekbanden. Ten behoeve van de verkoop werd in opdracht van de uitgever het bandontwerp voor het boek door de kunstenaar gemaakt. Het betreft linnen boekbanden, maar ook kwetsbare papieren bandjes. Soms werden wensen van tevoren kenbaar gemaakt, zoals met betrekking tot de kleur van het linnen én het aantal kleuren bij de druk, want voor elke kleur moest een afzonderlijk persstempel gemaakt worden. Chique exemplaren werden zelfs van goudstempeling voorzien. Vaak werden ontwerpen jarenlang hergebruikt, zowel voor hetzelfde als voor een ander boek.

Het werk van de in ’s-Hertogenbosch geboren schilder, tekenaar en graficus Jan Sluijters (1881-1957) is veelzijdig, maar als productieve ontwerper van boekbanden is hij tamelijk onbekend. Onder invloed van eigentijdse kunststromingen maakte Sluijters boekbandontwerpen vanaf 1902 tot in de jaren twintig. Slechts met een paar lijnen en met treffende eenvoud wist hij uiteenlopende voorstellingen, zowel karikaturaal als naturalistisch uit te beelden. Soms was de vormentaal gebaseerd op de natuur. 

Ontwerp van 1907
Op de hoogte. Maandschrift voor de huiskamer (jrg. 4) 1907
Sluijters heeft zich niet aan één uitgever gebonden, maar werkte tegelijkertijd voor verschillende uitgevers zoals Becht, Bohn, Cohen, Hilarius, Noordhoff en Valkhoff. 
De Amsterdamse uitgever H.J.W. Becht gaf een veertigtal banden van hem uit. Zijn ontwerpen sierden boeken van succesauteurs als Tine van Berken en Selma Lagerlöf.
Ontwerp uit 1906
Tine van Berken, Kruidje-roer-me-niet (2e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1912]
Reeks: Ons Clubje biblibliotheek voor meisjes (deel 10)
Ontwerp van 1904
Selma Lagerlöf, De wonderen van den antichrist (3e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1919]
Ruim tachtig Sluijtersbanden zijn in de Tilburgse collecties te vinden, waarvan een aantal in verschillende exemplaren of in kleurvarianten. Gelukkig signeerde Sluijters zijn ontwerpen. Meestal treft men op het voorplat zijn monogram aan of anders zijn initialen of zijn volledige naam.
Monogram Jan Sluijters
Ontwerp van 1911
E.B. Knipe, De kleine miss Fales, Amsterdam: L.J. Veen, [1911]
Ontwerp uit 1914
Agatha, Brieven van een poes (4e druk), Amsterdam: H.J.W. Becht, [1914]

Meer achtergrondinformatie: zie Emy Thorissen, ‘Sluijters: een niet zo bekende boekbandontwerper’ In: In Brabant jrg. 10, nr. 1 (maart 2019), p. 54-69.

Te zien: in de universiteitsbibliotheek op niveau 0 en niveau 1 (21 mei t/m 9 augustus 2019).

maandag 29 april 2019

Willem II en Ajax, maar dan een eeuw geleden

Op 5 mei 2019 staan de voetbalclubs Willem II en Ajax tegenover elkaar in de finale van de KNVB-beker. Van de ene club, Willem II, is het verrassend dat ze tot deze finale zijn doorgedrongen, Ajax heeft een andere staat van dienst; het staat al decennia lang aan de top. Toch was er een periode dat ook Willem II (opgericht in 1896) langdurig een geduchte tegenstander was en samen met Ajax tot de top van Nederland behoorde. Dat was onder andere het geval rond en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Juist over deze periode is een publicatie verschenen: Kampioenen ’14-’18. Voetbal in neutraal Nederland (uitgever Just Publishers). Want Nederland was weliswaar neutraal in de periode 1914-1918, maar dat betekende niet dat alles gewoon zijn gang ging, ook niet op het terrein van de sport. In de publicatie gaan vier clubspecialisten (A. Slotboom, R. Rossmeisl, H. Starink en M. Pot) in op het kampioenschap van hun club. Naast Ajax (1918) en Willem II (1916) zijn dat Sparta (1915) en Go Ahead Eagles (1917).
In het begin van de twintigste eeuw was er nog lang geen sprake van betaald voetbal in Nederland. Het ging er heel anders aan toe, zo kunnen we in de verschillende hoofdstukken lezen. Het voetballand was aanvankelijk verdeeld in twee, later drie en nog later vier regio’s en daarin werden competities afgewerkt. Vanaf 1913 is er naast een Eerste Klasse Oost en West sprake van een Eerste Klasse Zuid en neemt de kampioen van ook die regio deel aan de strijd om de landstitel. De winnaars van iedere regio kwamen in een hele competitie tegen elkaar uit om het algeheel kampioenschap te bestrijden. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog was er meer aan de hand.

Doordat Nederland gemobiliseerd was en spelers hun militaire plicht vervulden, konden clubs vaak niet hun sterkste teams opstellen. Om een hiaat op te vullen kon Willem II tijdelijk een beroep doen op Karel Hollander, speler van Go Ahead Eagles maar gelegerd in Breda. Na het verdwijnen van de acute oorlogsdreiging eind 1914 werden op regionaal niveau noodcompetities georganiseerd. Deze verliepen echter tamelijk chaotisch vanwege de onzekere situatie (wat te denken van het vervoer naar een uitwedstrijd) en de heersende staat van beleg. Na een brief van de Belgische voetbalbond was het Nederlandse clubs niet langer toegestaan Belgische voetballers die als vluchteling het Belgische grondgebied hadden verlaten in de Nederlandse competitie op te stellen. Met uitzondering dan weer van die voetballers die in het Nederlandse leger actief waren. Het binnenhalen van het kampioenschap van de Eerste Klasse Zuid in 1916 door Willem II werd vertraagd doordat een wedstrijd tegen NAC moest worden overgespeeld omdat een speler onrechtmatig (vanwege mobilisatieregels) was opgesteld.

Onze aandacht gaat in deze publicatie vooral uit naar Willem II uit Tilburg. De bijdrage van Roger Rosmeisl biedt voor de in voetbal geïnteresseerden veel wetenswaardigheden over de club (en het voetbal in het algemeen) aan het begin van de twintigste eeuw. Bijvoorbeeld hoe Willem II toch aan die rood-wit-blauwe shirts komt. Zoons van de Tilburgse textielfamilie Van den Bergh weten bij de voetbalclub Prinses Wilhelmina in Enschede, waar zij studeren, een restpartij rood-wit-blauwe shirts op de kop te tikken. The rest is history. De strijd om het landskampioenschap wordt in 1916 door Willem II aangebonden met Sparta en Go Ahead Eagles. Op 1 jun 1916 is de beslissende wedstrijd bij en tegen Go Ahead Eagles; Willem II moet winnen. Om het thuisfront in Tilburg te informeren over de stand en uitslag (0-1) worden postduiven (!) ingezet.



Een interessante bijdrage handelt over Pius Arts (1881-1955), een zeer veelzijdig man die veel heeft betekend voor Willem II. Hij was behalve advocaat ook speler-voorzitter van Willem II. En als bestuurslid van de NVB (Nederlandse Voetbal Bond) pleit hij in 1917 succesvol voor toelating van Ajax tot het hoogste niveau. Een jaar later wordt Ajax, met de befaamde Jack Reynolds als trainer, kampioen … in Tilburg. Ze verslaan daar Willem II. Arts was over een lange periode voorzitter van de club: van 1901 tot 1919. Hij is vernoemd naar paus Pius IX, om wiens soevereiniteit door zouaven werd gestreden. Van 1922 tot 1952 bekleedde Arts diverse politieke functies en in 1921 was hij medeoprichter van het Tilburgse Sportpark aan de Goirleseweg, de voorloper van huidige Koning Willem II stadion.

Dat het voetbal in oorlogstijd bijzondere, vandaag de dag onbekende aspecten kende wordt ook nog geïllustreerd door de volgende dichtregels, geschreven direct na het behalen van de landstitel in juni 1916:


(…)
‘Laat Verdun, Verdun maar blijven;
Laat ze vechten op zee…
’t Kan ons allemaal niet bommen…
Kampioen is Willem II !’


De quote ‘Voetbal is oorlog’ is dan nog lang niet uitgevonden.


Vindplaats: NGE H3 SLOT 2018

donderdag 18 april 2019

Expositie en boekpresentatie Anton Schellens in Kasteel Geldrop

Stichting C.R. Hermans organiseert in samenwerking met de Brabant-Collectie van Tilburg University van 10 mei tot en met 30 juni 2019 een expositie over Anton Schellens, zijn fotografie en schilderijen in Kasteel Geldrop. De officiële opening vindt plaats op 9 mei om 15.00 uur en wordt verricht door oud-premier Mr. Dries van Agt.
Tegelijk verschijnt ook de publicatie Anton Schellens (1887-1954). Fotograaf van het ongerepte Brabantse plattelandsleven bij Uitgeverij Vantilt in Nijmegen. Historicus Cor van der Heijden deed jarenlang onderzoek naar de persoon en het werk van Anton Schellens. Hierbij werden niet alleen de originele glasplaten, maar ook veel van Schellens naar internationale fototentoonstellingen ingezonden afdrukken teruggevonden. Voor het eerst zullen deze foto’s te zien zijn, evenals diverse van de kunstwerken uit de collectie van Schellens.

© Anton Schellens | Stichting C.R. Hermans / Erven Schellens 
Pittoresk
Vooral tussen 1910 en 1925 maakte hij, geïnspireerd door kunstschilders uit de Haagse School en hun navolgers, in de omgeving van Eindhoven een uitgebreide collectie foto’s. Wat Jongkind, Mauve, Willem Maris en Breitner met palet en penseel maakten, probeerde Schellens met zijn hobby, fotografie. Met zorg koos hij in zijn Eindhovense omgeving taferelen van het pure, onbedorven en pittoreske plattelandsleven, met eenvoudige optrekjes waar keuterboeren, thuiswerkende ambachtslieden en oude vrouwen hun dagen sleten zoals generaties voor hen dat deden.
Schellens ensceneerde met de grootst mogelijke zorg het interieur en stelde zijn camera zodanig op dat de afbeelding er zo pittoresk mogelijk uitzag (waarbij hij een fascinatie had voor binnenvallend licht). Hij zag er niet tegenop om de inrichting van de woonkamer af en toe volledig te veranderen of experimenteerde met (al dan niet met door hemzelf meegebrachte) voorwerpen als dit de sfeer ten goede kwam. En niet onbelangrijk: hij instrueerde en positioneerde zijn ‘modellen’ op een vergelijkbare manier zoals de door hem zo bewonderde kunstschilders dat deden.

© Anton Schellens | Stichting C.R. Hermans / Erven Schellens 
Internationale erkenning
Het maken van de foto was voor Schellens nog maar het halve werk. Het minstens zo belangrijke deel volgde thuis, in de donkere kamer. Met het ontwikkelen en afdrukken van de foto was het scheppingsproces nog niet beëindigd. Schellens bekwaamde zich in allerlei procedés die hem uittilden boven het niveau van een ‘kiekjesmaker’. Zijn pigmogravures (waarbij op een afgedrukte foto met verfkwast extra accenten werden gezet of onderdelen vervaagd) vielen bij fototentoonstellingen in binnen- en buitenland met grote regelmaat in de prijzen en werden in de vakbladen met lof overladen. Een flink aantal van zijn opnamen werd in de Nederlandse fotovaktijdschriften en in prestigieuze internationale jaarboeken gepubliceerd. In tegenstelling tot andere fotografen wiens werk uit hun beginperiode sterke gelijkenis met dat van Anton Schellens vertoont (zoals Henri Berssenbrugge en Martien Coppens), toonde de Eindhovense fabrikant annex amateurfotograaf geen belangstelling voor meer experimentele richtingen in de fotografie. Maar zijn in een beperkte tijdspanne tot stand gekomen oeuvre is belangwekkend genoeg om aan de vergetelheid te ontrukken.

© Anton Schellens | Stichting C.R. Hermans / Erven Schellens