Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 18 januari 2021

De Rustende Jager: Udenhout - Biezenmortel

Oktober 2020 verscheen een omvangrijk en rijk geïllustreerd boek over uitspanning De Rustende Jager in Udenhout - Biezenmortel. Het boek is een uitgave van Erfgoed Centrum 't Schoor. De presentatie van het boek vond plaats op 29 september 2020, en had ondanks coronona een feestelijk karakter. Het café, dat zich bevind aan de rand van de Loonse en Drunense Duinen bij natuurgebied De Brand en buurtschap De Zandkant, is al ruim 100 jaar in handen van familie Klijn en is nu nog steeds geliefd als uitvalsbasis en stopplaats voor wandelaars en fietsers. Ook was het vroeger in trek bij militairen op oefening in de Drunense Duinen. Het boek behandelt de familiegeschiedenis van de uitbaters, de ontwikkeling van het café en geeft een beschrijving van de Loonse en Drunense Duinen en natuurgebied De Brand.

Vindplaats: BRA H3 HEEM 2020

maandag 4 januari 2021

Sneeuwuil

Sneeuwuil in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 J 01
Strix Nyctea. De Sneeuw-uil

We zitten midden in de winter, en aan het begin van het nieuwe jaar. De tijd waarin sommigen mijmeren over sneeuw- en ijspret, terwijl anderen alweer reikhalzend uitkijken naar de lente. Voor de fanatieke vogelaar betekent het nieuwe jaar daarnaast de start van de nieuwe jaarlijst oftewel: het gedurende een jaar exact bijhouden van welke vogel op welke dag en welke locatie gezien en/of gehoord werd. Ieder jaar begint de telling opnieuw, en al die jaren bij elkaar resulteren dan in de zogenaamde levenslijst. Tegenwoordig kan dat allemaal online, bijvoorbeeld middels een account bij Waarneming.
Een vogel die welhaast op de wensenlijst van iedere vogelaar staat, is de sneeuwuil. Een karakteristieke vogel van de arctische toendra, die bij zeer hoge uitzondering als dwaalgast in ons land te zien is, en dan met name in het Waddengebied. De eerste beschreven waarneming van deze vogel stamt uit 1806 in Amsterdam. In deel 4 van Nederlandsche vogelen lezen we hierover:
"Een zeer zonderling geval is het, dat, een van deeze soort van Uilen, welke wy beschryven, in de maand December des Jaars 1806, in Holland, en wel in Amsterdam, op een stormächtige Nagt gevangen werd, na dat 'er, geduurende verscheidene Dagen, een zwaare storm, uit den noord-oosten had gewaaid; deeze Vogel moet door die sterke winden zeker tot onze kusten zyn voortgedreeven, want hy bewoond dezelve niet, maar is in de Poollanden alleen te vinden, en schynt in die gewesten voor altoos als gebannen te zyn."

Het relaas over de sneeuwuil in Nederlandsche vogelen opent als volgt:
"In die woeste en onbewoonde streeken van de Zuidpool-Landen, daar een eeuwige winter heerscht, bevinden zich verscheidene Roofvogelen, die 'er de ééntoonige stilte afbreeken, akeliger nog, dan het treurig gekras dezer dieren; het is althans nog iets levendigs het geroep en gehuil dezer schepselen te verneemen, ten minsten schynt het verkieslyker boven die naare eenzelvige stilte, welke de ziel in eene schrikkelyke verbazing stort."
De hier afgebeelde sneeuwuil is naar het leven getekend aan de hand van het opgezette exemplaar van C.J. Temminck (1778-1858). Temminck was oprichter en directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, de voorganger van Naturalis, in Leiden. Voor het samenstellen van de delen 4 en 5 van Nederlandsche vogelen stelde hij vele vogels uit zijn collectie beschikbaar. Enkele hiervan, zoals de Amerikaanse Schaarbek en de Alpenheggenmus, zijn nog steeds te zien in Naturalis.  

De sneeuwuil jaagt soms in de schemering, maar meestal bij daglicht. In Nederlansche vogelen lezen we hier het volgende over:
"Men zegt dat dit soort, een Dagvogel zoude zyn, en dat de glans of schittering van de Sneeuw, zyne oogen niet verblind, nog hem hindert, om met vuur en geweld, de Haazen en Veldhoenen (Tetrao Lagopus) natezitten, welke zich in de Bosschen dier streeken ophouden, en die hy op den vollen dag vangt: verschillen zou deze Vogel, in dit opzicht, met byna alle andere soorten van dit geslagt, waarvan de oogen door het daglicht schynen te verduisteren, of wel geheel en al verblind te worden, door de straalen van de zon..."

Benieuwd naar de gehele tekst? Kijk dan zeker eens op de themapagina van de Koninklijke Bibliotheek, met linken naar de online versies van de  gehele reeks Nederlandsche vogelen.
Nog een leuke leestip voor deze wintermaand is het artikel Sneeuwuilen in Nederland: Arctische verschijningen in de polder van Gert Ottens (Uilen, pag. 66-71, 2011).

dinsdag 22 december 2020

Opening expositie Het Groene Woud

Zondagmiddag 13 december is de tentoonstelling Weemoed en Werkelijkheid in Het Groene Woud bescheiden en coronaproof geopend in Pennings Foundation te Eindhoven. Na het openingswoord door gastvrouw Petra Cardinaal vertelde Thijs Caspers (historisch ecoloog en redacteur Brabants Landschap) bevlogen over het ontstaan van Het Groene Woud. Na het officiële gedeelte konden de genodigden de expositie bekijken en napraten.

De opening.
© Louis van den Meijdenberg

Thijs Caspers voor het fotowerk van Marc Mulders: 
de bloemweiden rond zijn atelier op Landgoed Baest, 2016-2019.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Historische foto’s uit de Brabant-Collectie zijn gecombineerd met werk van hedendaagse fotografen en beeldende kunstenaars. De natuurgebieden gelegen binnen de stedendriehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven zijn te zien. Het betreft o.a. opnamen in het Bossche Broek, de Kampina, de Oisterwijkse Bossen en Vennen, de Loonse en Drunense Duinen, de Mortelen en de Scheeken.
Bijna alle Brabantse fotografen uit onze collectie zijn met werk vertegenwoordigd, met een hoofdrol voor Noud Aartsen (1932-2010), Martien Coppens (1908-1986) en Nard Vogels (1900-1973).

Een impressie:

Noud Aartsen, dé fotograaf van Het Groene Woud.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Floradetails uit omgeving Eindhoven van Nard Vogels (eind jaren dertig tot begin jaren vijftig) 
bij het werk van L.J.A.D. Creyghton in de Kampina en de Loonse Duinen (2001-2011).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Op de collagewand zijn de verschillende belangen van Het Groene Woud
 te zien (zowel historische als moderne foto’s).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

De modderpoelen van Paul Bogaers, 2010-2020 (foto met papier-maché).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Het werk van James van Leuven, 2017-2019. Noud Aartsen was 
zijn leermeester en Martien Coppens zijn inspiratiebron.
Ook De Beerze, landschap in transitie, is in beeld gebracht 
door Karel Tomeï, Noud Aartsen en James van Leuven.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Op groot formaat: de Loonse en Drunense Duinen van Karel Tomeï, 2016 (links)
en de Kampina op het wandtapijt van Margriet Luyten, 2015 (rechts).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Poëtische beelden van Martien Coppens.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

In het kader van de Landschapstriënnale is deze expositie georganiseerd door de Brabant-Collectie (Tilburg University), Pennings Foundation en Brabants Landschap. Hierbij verscheen een bezoekersboekje. Volop aandacht in de pers: lees de artikelen in Brabeau, In Brabant, Brabants Landschap en Brabant Cultureel.

Exposanten:
Noud Aartsen, Jan Bijnen, Piet den Blanken, Paul Bogaers, Lore Clecx, Martien Coppens, L.J.A.D. Creyghton, Rees Diepen, Jan van Giersbergen, Hetty de Groot, Harry Guntlisbergen, Noortje Haegens, Iris Hartman, Anke van Iersel, Gerardus van Mol, James van Leuven, Margriet Luyten, Marc Mulders, Gaston Remery, Anton Schellens, Karel Tomeï, Nard Vogels.

Na de lockdown is deze fototentoonstelling nog te zien t/m 27 maart 2021.

maandag 21 december 2020

Meer te weten komen over Oosterhout? Een heerlijkheid…

Op 1 mei 1977 zag het eerste nummer van het mededelingenblad van de Heemkundekring ‘De Heerlijkheid Oosterhout’ het levenslicht. Op de eerste twee bladzijden werd secuur uitgelegd wat er onder heemkunde moest worden verstaan en hoe de Oosterhoutse kring dit in zou gaan vullen. In de artikelen die in dat nummer volgden, over schuttersgilden, Brabantse boerderijen en bloeiende planten, staat steeds Oosterhout centraal. En dat zal in de nummers die volgen zo blijven. “Uiteraard”, zou je willen zeggen, want daar gaat het om: ‘Het kennen van het ‘Heem’, het eigen erf’. Sinds dat eerste nummer passeerden heel veel onderwerpen de revue: hoogte- en dieptepunten uit de geschiedenis van Oosterhout.


In 2020 zijn we toe aan de 44ste jaargang van het periodiek en nog steeds komen de meest uiteenlopende onderwerpen over het voetlicht in een blad dat er in de loop der tijd steeds fraaier uit gaat zien. Hadden de vroegste nummers een wat primitief ogende pentekening van een Brabantse boerderij op de voorpagina en een beperkt aantal getypte pagina’s als binnenwerk, nu ligt er bij de leden vier keer per jaar een full colour blad op de mat van 36 pagina’s, gedrukt op glanzend papier.


In de huidige jaargang werd een inkijkje geboden in bijvoorbeeld de geschiedenis van de Villa Mathilda en hoe deze Johan van Beek inspireerde tot het maken van een natuurgetrouwe maquette. Aan een foto van een plekje in Oosterhout werden interessante wetenswaardigheden gekoppeld, de boeiende (schilders)familie Van der Meer de Walcheren (vader en moeder Pieter en Christine, en dochter Anne Marie) werd in woord en beeld uitgelicht. Verder komen de verklaring van straatnamen en het doen en laten van Oosterhouters die actief zijn in het verenigingsleven uitgebreid aan bod. En dan hebben we nog niet alles uit het eerste nummer van dit jaar genoemd.
Wat in het tweede nummer in het oog sprong was de indrukwekkende lijst van ruim honderd korte en lange artikelen over Oosterhout die tussen 1877 en 1963 in het veelgelezen tijdschrift De Katholieke Illustratie zijn verschenen. Wanneer je die artikelen achter elkaar zet, krijg je een goed beeld van het wel en wee van Oosterhout in de genoemde periode. Maar in De Katholieke Illustratie ligt het accent wel sterk op religieuze zaken. In De Heerlijkheid. Periodiek van Heemkundekring De Heerlijkheid Oosterhout komen, zoals het hierboven geschrevene duidelijk maakt, veel meer aspecten aan de orde.

H. Reynier Brouerius: Het Huijs van Strijen in Oosterhout
Pentekening. Vindplaats: O 31 / 820.11 Strij (10)

In onze zoekmachine BCfinder is ook veel te vinden voor Oosterhout. Bijna duizend boeken en (tijdschrift)artikelen en ruim tweehonderd topografische afbeeldingen komen tevoorschijn wanneer je de plaatsnaam Oosterhout als zoekterm invoert. Grasduinen of onderzoek doen in deze bronnen, digitaal of – als het straks weer kan – ter plekke, moet voor de mensen die ‘het heem’ aan het hart gaat een HEERLIJKHEID zijn.

Vindplaats: T 07421

woensdag 16 december 2020

Onnozele Kinderdag

Ieder jaar wordt op 28 december de Kindermoord van Bethlehem herdacht: de dag dat alle onnozele of onschuldige kinderen jonger dan 2 jaar door de soldaten van Herodes werden vermoord. Jozef werd in een droom door een engel gewaarschuwd. Samen met Maria en hun pasgeboren kindje vluchtte hij naar Egypte. Zodoende bleef Jezus (Koning der Joden) gespaard. De gedode jongetjes werden martelaren, omdat ze voor Christus waren gestorven.

In 2020 initieerde het Verbond Volkscultuur in de Lage landen (VVLL) het project bedelzingen. De Brabant-Collectie participeert hieraan. Het zal in 2022 resulteren in een publicatie. Wist u dat er bij het feest van Onnozele Kinderen ook door de kinderen langs de deuren werd gegaan en gezongen om een gift?

Net zoals Sint-Maarten (11 november) en Driekoningen (6 januari) is deze dag een kinderfeestdag geworden. Op 28 december mocht de jeugd, als volwassenen gekleed, de ‘baas’ in huis zijn. Zij bepaalden wat er gegeten werd en ook de leraar was in dienst van de kinderen. Van dit bedelfeest in Midden-Brabant is bekend dat de kinderen verkleed als volwassen (als vader of moeder, als frater of zuster) zingend van deur tot deur trokken met onder andere het liedje 'Koosje, Koosje' om geld en snoepgoed op te halen. Daarnaast werden er ook driekoningen- en nieuwjaarsliedjes gezongen.

Deze opname van de kinderen werd door de trotse vader Janus Berkers (fotograaf en prentbriefkaartenuitgever in Asten) gemaakt. Van deze prentbriefkaart bestaan twee drukken, die uitgegeven zijn door zowel Jos Nuss in Haarlem (handelsmerk met de tulp) als Emrik & Binger in Haarlem. 

Noord-Brabant.
Fotograaf en uitgever staan niet vermeld op prentbriefkaart,
maar toegeschreven aan: Uitg. Berkers Verbunt Asten N.Br., 
ca. 1917.*
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

* Met dank aan Jan Spoorenberg voor deze achtergrondinformatie.

In de Brabant-Collectie bevindt zich ook nog een interieurfoto met biddende meisjes voor de kerststal. Hierop zijn de meisjes van het R.K. Weeshuis in de Keizerstraat in ’s-Hertogenbosch op het feest van de Onnozele Kinderen te zien. Onlangs kwam ons een bijdrage van Theo van Herwijnen in Kring-nieuws, jg. 24, nr. 4 (1998) onder ogen. Het betreft een persoonlijk verhaal. Zijn moeder staat op deze foto en herkende alle meisjes. Van links naar rechts: Truus Rensen, Corrie van Es, Joke Rensen, Annie Hogenberg, Annie van Cruijsen (zijn moeder, die van 1929 tot 1935 in het weeshuis verbleef), Betsie Noot, Rikie Noot en Jo Burg.
R.K. Persbureau Het Zuiden,
's-Hertogenbosch,1931.
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

Helaas is de viering van Onnozele Kinderendag in Noord-Brabant in de vergetelheid geraakt. Alleen in Valkenswaard is deze traditie nog springlevend. Sinds 1988 strooien de jarigen op 28 december vanaf de toren van de Sint-Nicolaaskerk snoepgoed voor de kinderen. Met paraplu en/of valhelm ter bescherming gaan de kinderen het snoep opvangen. Enkelen houden zelfs de paraplu of helm omgekeerd om zoveel mogelijk buit te maken.

maandag 23 november 2020

De Vierschaer van de HKV van Wouw

Ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van Wouw werden in 1982 in het dorp uiteraard allerhande activiteiten georganiseerd. Hieruit ontstond ook het idee om een heemkundevereniging op te richten. Vanaf 1983 ging deze van start met het periodiek De Vierschaer dat anno 2020 nog steeds ieder kwartaal verschijnt. Er werd een logo ontworpen dat samen met de doelstellingen van de vereniging in het eerste nummer werd toegelicht. De hoofddoelstelling werd omschreven met: ‘Wouw en omgeving op elk gebied, dat onder heemkunde valt te bestuderen en te onderzoeken’. Het logo is opgebouwd uit het silhouet van de kaart van Wouw met daarin (de grenzen van) de vier kerkdorpen waaruit Wouw bestaat. Het logo en de kaart van West-Brabant met Wouw als middelpunt, sieren vanaf het eerste nummer de voorzijde van het tijdschrift. Het binnenwerk heeft sindsdien wel een moderner jasje gekregen.

Binnenwerk nr. 1 De Vierschaer
met uitleg van 'vignet'
Diverse leden van het eerste uur zijn nog steeds actief bij de vereniging en het heemkundetijdschrift betrokken. Henk Hellegers (behalve burgemeester van Uden is hij ook voorzitter van Brabants Heem) roept vanaf de eerste jaargang de veelkleurige Wouwse nieuwsmomenten van een eeuw eerder in herinnering. René Hermans verzorgt al vele jaren ieder jaar een terugblik in woord en beeld op Wouw van het voorafgaande jaar. En aan de hand van 142 geboorteaktes uit het jaar 1900 tekende Frank Schijven – nog heel recent – even zoveel Wouwse familiegeschiedenissen op met een schat aan genealogische gegevens. Van ook andere auteurs verschenen en verschijnen er interessante artikelen over een breed scala aan heemkundige onderwerpen: huizen, straatnamen, bedevaart, taal, rechtspraak, de Tweede Wereldoorlog etc., alsmede boeiende levensbeschrijvingen van historische personen. Elk kwartaal valt het in sober zwart-wit uitgevoerde tijdschrift van bijna honderd pagina’s bij de 360 leden op de mat: een prestatie van formaat. Via de website van de heemkundevereniging worden belangstellenden geïnformeerd over alle andere activiteiten. En dat zijn er heel wat.

Op de website van de Brabant-Collectie zijn momenteel ruim 500 artikelen die in De Vierschaer zijn verschenen met trefwoorden ontsloten. Voor de Wouw-liefhebbers zijn er in de databank van de Brabant-Collectie ook bijna honderd lokale topografische afbeeldingen te vinden: historische foto’s van bijvoorbeeld de Sint-Lambertuskerk, en zeventiende- en achttiende-eeuwse prenten en tekeningen van Wouw.

Vindplaats: T 07436

Wouw buijten Bergen op Zoo(m)
Maker onbekend
Pen gekleurd; penseel, gekleurd
15.9 x 20.3 cm
Vindplaats: W 87.1 / 010 (1)

maandag 9 november 2020

Randverschijnselen

Afgelopen maart verscheen het biografie-achtige boek van Bestenaar Rob Kemps, het gezicht van de Snollebollekes. Na deelname aan het televisieprogramma De Lama’s in 2007 werd Kemps bekend bij het publiek. Pas in 2013 kreeg hij grote bekendheid met de feestact Snollebollekes en de carnavalskrakers Links/Rechts en Springen Nondeju. De muziekgroep bestaat verder uit Jurjen Gofers en Maurice Huismans. Met zijn drieën produceren ze de muziek, maar alleen Kemps staat als Snollebollekes op het podium. 
Randverschijnselen gaat echter niet alleen over de Snollebollekes, maar ook over het leven van Kemps, zijn voorliefde voor Parijs, begraafplaatsen (m.n. begraafplaats Père Lachaise), Jacques Brel en Eddy Wally. In het boek probeert Kemp de vele kanten van zijn leven te vatten. Entertainen en verhalen vertellen is het liefste wat hij doet.

Vindplaats: BRA J3 KEMP 2020