Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 19 juli 2021

Schatten van Vught

Sinds september 2018, we zitten nog in de derde jaargang, geeft de Stichting Erfgoed Vught vier keer per jaar het tijdschrift uit met de veelbelovende naam Schatten van Vught. En de belofte wordt ingelost; in elk nummer staan gedegen én lezenswaardige artikelen over een breed scala aan erfgoedonderwerpen, uiteraard met Vught (en ook Cromvoirt) als grote gemene deler. Uit veel van de artikelen wordt duidelijk dat het dorp Vught, gelegen nabij ’s-Hertogenbosch en op veel historische momenten nadrukkelijk met de geschiedenis van die grote stad verbonden, ook veel eigen verhalen te vertellen heeft. Mede op initiatief van de bevlogen historicus Henk Smeets is er een tijdschrift op poten gezet dat nu al niet meer weg te denken lijkt uit het Vughtse erfgoedveld.

In het aprilnummer van 2021 komt in een ruime bijdrage van Wieke Schrover de jeugdbeweging in Vught in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw aan bod. Veel lokale aspecten worden besproken en katholieke en protestantse notabelen passeren de revue. Dat het artikel een periode behandelt die nog niet ver achter ons ligt, maakt dat vele lezers ongetwijfeld herinneringen aan het onderwerp zullen hebben.

Misschien wat abstracter van aard, maar daarom niet minder boeiend, is de bijdrage van Lauran Toorians, over het landschap van Vught en omgeving in de middeleeuwen. Deze bijdrage (verdeeld over twee nummers; dit is het eerste deel) is geschreven voor de vuistdikke publicatie Twee bijzondere dorpen. Geschiedenis van Vught en Cromvoirt, maar kon daar door plaatsgebrek uiteindelijk niet worden geplaatst. Al lezende word je vanuit het historische verhaal, door tekst en beeld, op diverse momenten naar het nu en de huidige situatie getrokken.

Vaak zijn er kortere – en dus meer – bijdragen opgenomen, maar het pleit voor de redactie dat ze de hierboven besproken langere bijdragen (geannoteerd!) als kern van dit nummer hebben gekozen. Elk nummer is er in ieder geval ruimte voor algemeen erfgoednieuws en relevant nieuws uit de werkgroepen die binnen de stichting actief zijn: Archeologie, Vught 3D, Historische kaarten, Tweede Wereldoorlog en (net nieuw) Vughtse historici.

In de Brabant-Collectie zijn Vught en Cromvoirt ook goed vertegenwoordigd. Ruim 700 boeken en artikelen met deze geografische trefwoorden zijn in BCfinder ontsloten. Verder zijn er in de Topografisch-Historische Atlas meer dan 270 afbeeldingen met Vught of Cromvoirt opgenomen. Voor diegene die geïnteresseerd is in de geschiedenis en het erfgoed van Vught, is een (digitaal) bezoek aan de Brabant-Collectie zeker de moeite waard.

Vindplaats: T 11057

maandag 5 juli 2021

My 50 years life in Transport

Afgelopen mei verscheen een boek met herinneringen van Rinus Rynart en het transportbedrijf van de familie Rynart uit Moerdijk. In de 50 jaar dat Rinus als vrachtwagenchauffeur op de weg zat, reed hij vaak als een van de eerste naar verre bestemmingen. Zijn boeiende verhalen over Iran, Pakistan, Afghanistan en meer ongewone en bijzondere landen maken veel indruk. Ook verhalen van andere chauffeurs op de vrachtwagens naar Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië komen aan bod. De lange wachtrijen voor de grensovergangen, geen navigatie aan boord maar rijden op wegenkaarten, omrijden vanwege oorlogen, omkopingen onderweg. De chauffeurs maakten van alles mee. Tegenwoordig werkt Rynart Transport vooral met Turkse, Litouwse of Russische chauffeurs, omdat veel Nederlandse chauffeurs geen zin hebben om weken achter elkaar van huis te zijn. Bovendien zijn het niet altijd de veiligste landen waar ze op rijden. Inmiddels zit de familie Rynart al ruim 90 jaar in het wegtransport en heeft zoon Rob de zaak overgenomen toen Rinus in 2008 met pensioen ging.

Vindplaats: BRA V3 RYNA 2021

maandag 21 juni 2021

Putter


Putter in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandse vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 J 01

Fringilla Carduelis. Distelvink, Putter

Vandaag maken we een sprong naar deel 4 van Nederlandsche vogelen om deze kleurrijke vogel nader te bekijken. De auteur begint zijn relaas met een uitleg over de naam van de vogel:
"In het Geslagt der Vinken (Fringilla), waar van reeds verscheidende Soorten, die gemeenlyk byzondere Naamen voeren, behalve de gewoone VINKEN, beschreeven zyn, maakt de DISTELVINK een ongemeen fraaije vertooning. Men noemt dit Gevogelte dus, om dat zy, in de vryheid zynde, in de Herfst en 's Winters aazen op het Zaad der Doornen of Distelen. Hier van heeft de Latynsche naam Carduélis, zo wel als de Italiaansche Cardillo, de Fransche Chardonnerel en de Engelsche Thistle-Finch, zekerlyk ook zyne afkomst. In 't Nederlandsch geeft men 'er, doorgaans, den naam van PUTTER aan; dewyl zy zeer leerzaam zyn, om het Water, tot hun drinken, door middel van een Kettingje en Vingerhoed uit een Glas op te haalen; gelyk bekend is."
De Putter is, evenals andere vinkensoorten, lange tijd massaal gevangen met lijmstokken en op zogenaamde vinkenbanen. Niet alleen om ze op te eten, maar ook voor hun zang. In Nederlandsche Vogelen lezen we:
"De DISTELVINKEN zyn in ons Land vry gemeen en worden dikwils, met de Vinken, onder de Slagnetten gevangen. Men kan ze ook, zo wel als die, tot versnapering gebruiken; maar de MANNEN houdt men gemeenlyk in 't leeven om 'er PUTTERS van te maken, of ook wegens de aangenaamheid van hun Gezang."
Blijkbaar kon men deze vogels makkelijk kunstjes leren, zoals het 'putten' van water door het optrekken van een minuscuul emmertje, verbonden aan een kettinkje. Deze "hobby" werd dermate populair, dat men in plaats van de gangbare naam Distelvink de naam Putter ging gebruiken.

We vinden de Putter/Distelvink veelvuldige terug in de beeldende kunst en literatuur, waar hij door de eeuwen heen voor allerlei zaken symbool heeft gestaan. Wie daar meer over wil lezen, kan zijn/hart ophalen op internet en in geschreven bronnen. Maar denk bijvoorbeeld aan het schilderij Het puttertje van de Nederlandse schilder Carel Fabritius uit 1654 en de vuistdikke roman, eveneens getiteld Het puttertje, van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt uit 2013. 

Terug naar Nederlandsche vogelen, waar we lezen:
"Wegens de Kleur heeft men ze in 't Grieksch Chrysomitris, in 't Latyn Aurivittis en in 't Engelsch Gold-Finch, dat is Goudvink, getyteld; maar de hedendaagsche Grieken geeven 'er, om de eerstgemelde reden, den naam van Akanthis aan." Hier kan het qua naamgeving voor de hedendaagse lezer wat verwarrend worden met die gelijkluidende namen. Want al denk je misschien bij de naam Goldfinch aan Goudvink, laatstgenoemde is toch echt een heel ander vogeltje. En dan heb je in het Engels naast de European goldfinch ("ons" Puttertje) ook nog eens de American goldfinch, ook weer een heel ander vogeltje.

Maar dat alles terzijde. Wat als een paal boven water blijft, is dat de Putter een genot voor het oog en het oor is met zijn kleurenpracht en beminnelijke zang. Sinds 1975 is hun aantal in Nederland gelukkig flink aan het stijgen. Kwam deze vogel aanvankelijk vooral voor in Laag-Nederland, gaandeweg heeft hij zich steeds meer uitgebreid over de rest van het land. Dit komt mede doordat hij zich heeft aangepast aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken. En soms, als je dan een geluksvogel bent, kan het zo maar gebeuren dat een paartje hun nestje gaat bouwen in de perenboom in jouw tuintje aan de stadsrand.

Vindplaats: KOD 041 J 01

maandag 7 juni 2021

Genoeg te vertellen over Den Dungen

Momenteel loopt de zesenveertigste jaargang van het tijdschrift van heemkundevereniging ‘Op die Dunghen’, genaamd Het Griensvenneke. Het is natuurlijk geen jubileumjaar, maar er mag gerust bij stilgestaan worden dat een dorp met nog geen vijfduizend inwoners het al meer dan vijftig jaar presteert om ieder kwartaal een tijdschrift over het eigen verleden het licht te doen zien. Sinds 1967 zijn er al ruim 850 artikelen in Het Griensvenneke en zijn voorloper verschenen. Het hele brede spectrum van geschiedenis en heemkunde is in al die jaren aan bod gekomen. Wat in de recente jaargangen in het oog springt, is een reeks artikelen over de bakkers die vanaf ongeveer 1800 in Den Dungen actief zijn geweest. Harrie Maas en André Schoones hebben het allemaal op een rij gezet. In het eerste Griensvenneke van 2021 zijn we aangekomen bij hun achtste bijdrage over dit onderwerp. Hierin komen Grarus Goossens en zijn opvolgers aan bod, maar de hele reeks is de moeite waard. Dit komt omdat de artikelen behalve bedrijfsgeschiedenis tevens familiegeschiedenissen vertellen en ook de dorpsgeschiedenis erin verweven is. Het beeldmateriaal, vaak nog uit de bakkersfamilies zelf afkomstig, maken de bijdragen aantrekkelijk en compleet.
Henk van Gestel houdt een pleidooi voor een historisch verantwoorde herplaatsing van een grenspaal. Door infrastructurele projecten wist men zich geen raad meer met de tweehonderd jaar oude paal op de grens van de gemeenten Den Dungen en Berlicum en heeft men deze volgens Van Gestel een onjuiste plaats toebedeeld.
Veel heemkundigen zijn gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog. Mede omdat het tot de recente geschiedenis behoort, biedt het mogelijkheden om er veel over vast te leggen. Dat er na de bevrijding van Den Dungen (oktober 1944) van februari tot en met mei 1945 nog zeven V1’s op Dungens grondgebied terecht zijn gekomen, is waarschijnlijk bij velen bekend. In een bijdrage worden de exacte locatie van de inslagen, context en persoonlijke ervaringen aan de historische feiten toegevoegd.
Van mensen die aan de (rafel)rand van de maatschappij verkeren, weten we vaak meer dan van de modale burger. Dat komt omdat ze in rechtbankverslagen en registers van gevangenissen vaak met naam en toenaam worden genoemd. In een boeiend artikel volgen we de levenswandel van Adrianus Kuijpers: zijn activiteiten als landloper in Tilburg en Breda, zijn veroordelingen en zijn gevangenschap in Veenhuizen.
Een korte bijdrage over de fotograferende kapelaan Frans van Hooff (1918-1995), met beeldmateriaal uit het parochie-archief dat in het BHIC in ’s-Hertogenbosch berust, sluit het veelzijdige nummer af.
Als het over Den Dungen gaat, heeft de Brabant-Collectie ook het nodige te bieden. Alle artikelen uit Het Griensvenneke zijn inhoudelijk ontsloten via BCfinder. Verder kan gemeld worden dat nu aan ruim 750 artikelen en boeken en 82 monografieën het geografisch trefwoord ‘Den Dungen’ is gekoppeld. In de Topografisch-Historische Atlas zijn 70 afbeeldingen, met name foto’s van boerderijen, van Den Dungen opgenomen. Kortom, er is genoeg te vertellen over Den Dungen.

Vindplaats: T 07450

maandag 24 mei 2021

Een weelde aan groen: vier kloostertuinen in Noord-Brabant

Vorig jaar verscheen een mooi boekje, in het formaat van een dwarsligger, met veel foto’s over kloostertuinen in de ‘kloosterbelt’ in het noordoosten van Brabant. In de loop van de 17de en 18de eeuw, in de nasleep van de Reformatie, vestigden zich daar een aantal abdijen en priorijen. Deze kloosters behoren tot de oudste van Nederland en achter de muren ervan bevinden zich verborgen parels van tuinen. De kruidentuin van Museum Krona te Uden, de ecologische tuin Hof van Lof in Megen, de groenten- en stiltetuin van het Emmausklooster in Velp (bij Grave) en de Engelse landschapstuin van Sint Agatha. Ze vertegenwoordigen ieder voor zich een bepaald aspect van een kloostertuin. Het boekje geeft een inkijk in de geschiedenis van het klooster en de aanleg van de tuin. Van elke tuin is een plattegrond gemaakt met uitleg. Het boekje bevat fietsroutes en andere praktische informatie.

Vindplaats: BRA W AREN 2020

maandag 10 mei 2021

Geelgors

Geelgors in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 H 01

Emberiza Citrinella, Geelgerst, Haverkneu

In deel 2 van de kloeke boekenreeks Nederlandsche vogelen bespreekt Nozeman de geelgors: "Overal des zomers vindt men, zoo in onze weiden, als in 't hangen van onze Dyken, de Haverkneuen, gemeenlyk ook Geelgersten of, gelyk sommigen spreeken, Gorsen en Geelgorsen geheeten... 's Winters ziet men hen meermaelen in de naebyheid der landwooningen, vooral daer paerdenstallen zyn, en op de akkeren; en schoon men hen in den herfst mede vange onder de vinken-en leeuwrik-netten, kan men hen echter niet onder het eigenlyk trekgevogelte tellen: Zy zoeken in dat jaergety hun voedsel uit de mest der paerden, en aezen meest voorts, het geheele jaer door, op allerhande graenen en zaeden. Haver, inzonderheid, en Gerst, zyn hunne geliefde voedsel."
Op de site van de Vogelbescherming kunnen we lezen dat de geelgors inderdaad een stand- en zwerfvogel is. De Nederlandse broedvogels blijven voornamelijk in eigen land en vormen wintergroepen op voedselrijke plekken. Ze komen voornamelijk in het oosten van het land voor, maar ook in onze provincie kun je ze spotten. Niet alleen de opvallende gele kleur (met name van het mannetje), maar ook zijn karakteristieke zang kunnen je hierbij op weg helpen.

In een goede vogelgids tref je doorgaans een omschrijving in woorden aan van hoe de zang van de vogel klinkt. Dat is vaak al een kunst op zich om te ontcijferen. Zo omschrijft Lars Svensson in ANWB Vogelgids van Europa de zang van de geelgors als volgt: "Zang welbekende strofe van 5-8 snel herhaalde korte noten met verschillend einde, si-si-si-si-si-si-SUUUUUU; voorlaatste noot vaak hoger en laatste lager, sre-sre-sre-sre-sre-sre SIIII-suuuu; klank soms meer herinnerend aan Krekelzanger, dzre-dzre-dzre...". Of een beginnend vogelaar hier veel mee opschiet, kun je je afvragen. En wat wordt er precies bedoeld met "welbekende strofe"? Voor de diehards is er sinds 2017 een boek op de markt dat geheel gewijd is aan de zang van vogels: Veldgids Vogelzang van Dick de Vos (KNVV Uitgeverij, Zeist). Iedere vogel krijgt hier 1 pagina toebedeeld om de zang, en ook de roep (ja, daar zit een verschil tussen), te definiëren. In dit boek wordt gelukkig het mysterie van de "welbekende strofe" opgehelderd. De zang van de geelgors komt namelijk dicht in de buurt van een strofe uit de Vijfde Symfonie van Beethoven! Maar de Engelsen horen weer iets anders in de zang van de geelgors, aldus de Etymologiebank, namelijk: "little bit of butter but no... cheese". En in het Belgische Merkplas hoort men: "daar zit een beest in mijnen kop en ze steekt subiet". Overigens erg handig die ezelsbruggetjes om vogelzang te onthouden.
Gelukkig zijn er tegenwoordige ook fantastische apps te downloaden die het herkennen van de zang een stuk makkelijker maken. 

Nog even terug naar Nozeman die, naast een uitgebreide beschrijving van het uiterlijk van de geelgors, nog enkele regels wijdt aan zijn dieet. "By C. Gesnerus wordt wel uit Albertus aengeteekend, dat de Gorsen animal nullum attingunt, op geen gedierte aezen, maer van zaeden leeven. Doch nevens Turnerus, die by denzelfden Gesnerus zegt, dat dit gevogelte,  behalven gewormte, gerst en haver eet, meldt ons de groote Linnaeus dat de Haverkneu des zomers op de Ruspen der Koolplanten aest: En 'k heb zelf meermaelen aen de beplantte Dyken, alwaer tusschen het opslag uit de stoelen van het geboomte gewoon zyn te broeden, hen op ruspjens aezende gevonden; schoon 't teffens waer zy, dat graenen en zaeden wel meest van hunne gading zyn."

Vindplaats: KOD 041 H 01

maandag 26 april 2021

Tijdschrift: Effe Lùstere

Het periodiek met deze vrolijke, en toch ook stellige titel ‘Effe Lùstere’ wordt drie keer per jaar verzorgd door de Historische Vereniging Werkendam en De Werken c.a. In 1997 zag het blad het levenslicht, na aanvankelijk – vanaf 1992 – als mededelingenblad van de vereniging te zijn uitgebracht. In een prettige opmaak laat ieder nummer een diversiteit aan onderwerpen zien, uitgewerkt in goed leesbare artikelen. In het jongste nummer (jaargang 30, maart 2021, nummer 83; helaas vermeldt de voetregel nog: april 2019, jaargang 28, nummer 77) staat het levensverhaal beschreven van de drie laatste Joden die in Werkendam woonden. Zij werden in 1943 via Westerbork naar Sobibor getransporteerd en zijn aldaar vermoord. De Stolpersteine (herdenkingsstenen die worden geplaatst bij huizen waar ooit Joden, Sinti of Roma woonden) die in 2010 voor Joseph, Elizabeth Johanna en Johanna Sientje de Vries in de Hoogstraat in Werkendam werden gelegd, krijgen met dit artikel een passende historische context.
Artikelen die de lokale toestand van bijvoorbeeld honderd of honderdvijftig jaar geleden beschrijven, bevatten vaak leuke feitjes en vormen regelmatig aanknopingspunten voor ander onderzoek. Mede door het beschikbaar komen van gedigitaliseerde kranten en tijdschriften in Delpher heeft de toegang tot en het gebruik van deze bronnen de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. Een bijdrage met een hoog kroniekgehalte is ook in dit nummer van ‘Effe Lùstere’ opgenomen.
Bijzondere aandacht vraagt het artikel met het persoonlijke en aangrijpende verhaal van Leen Versluis (1934-2019) over zijn oorlogservaringen, opgetekend op verzoek van zijn broer en diens dochter. Het is weliswaar geen tijdens de oorlog geschreven dagboek, maar mede door de familiefoto’s en foto’s van persoonlijke documenten kom je als lezer heel dichtbij Versluis’ oorlogsbelevenissen en de -beleving. Tot slot wordt stilgestaan bij het verschijnen van het boek ‘Van ijzeren tjalk tot stalen binnenvaartschip. Drie generaties Dirk Christiaan Hovestadt’, geschreven voor Martin van der Stelt. Verhalen over schippersfamilies en maritieme bedrijven zijn aan de inwoners van het schippersdorp Werkendam natuurlijk goed besteed. Het is belangrijk dat deze (familie)geschiedenissen nu te boek zijn gesteld. Vanwege corona en de zeer beperkte mogelijkheid tot samenkomen is ook het jaarverslag 2020 van de vereniging in het tijdschrift opgenomen, maar evenals de andere korte berichten is dit in het geheel niet storend.
Gezicht op Werkendam
Andries Schoemaker, 1750
Gewassen pentekening, 13 x 21 cm
Vindplaats: W 48.1 / 010 (3)
De website van Historische Vereniging Werkendam en De Werken c.a. is ook de moeite van het bezoeken waard. Je vindt er uiteenlopende informatie over onder andere activiteiten van de vereniging en de geschiedenis van Werkendam. De collectie van de bibliotheek staat er beschreven en is online doorzoekbaar.
Ook in de Brabant-Collectie kan men het nodige over Werkendam vinden. In BCFinder zijn momenteel 120 boeken opgenomen en zijn ruim 350 artikelen, die in verschillende tijdschriften en boeken over Werkendam verschenen, ontsloten. Verder treft men er een bescheiden aantal topografische afbeeldingen en kaarten van het aan Boven- en Nieuwe Merwede én aan de Biesbosch gelegen dorp. Al dit materiaal is bij de Brabant-Collectie te raadplegen; veel van de boeken zijn uitleenbaar. In verband met corona is er wel een beperkte dienstverlening.

Vindplaats: T 09356