Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 25 mei 2020

Wandelen in de omgeving van ’s-Hertogenbosch; 10 dagwandeltochten tussen de Maas en Boxtel, Rosmalen en Vlijmen


In deze coronatijd aandacht voor een onlangs verschenen wandelgids met 10 wandelingen van de Paadjesmakers rondom ’s-Hertogenbosch. Het is een gevarieerd aanbod van wandelingen door de omgeving van ’s-Hertogenbosch met ook aandacht voor de geschiedenis van het landschap en zijn bebouwing. De routes gaan door natuurgebieden en agrarische gebieden, door moderne maar ook door typisch Bossche wijken, door rustige en bijzondere plekken en eindigen veelal in of vlakbij de Bossche binnenstad. Het moerassig gebied rond de stad en de beekdalen van de Aa en de Dommel vormen een mooi decor voor de wandelroutes. 

Vindplaats: BRA H4 PAAD 2020

maandag 11 mei 2020

Blauwborst

Blauwborst in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C.Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 K 01
Sylvia Suecica, het Blaauwborstje

We pakken weer even de draad op van onze blogreeks over de Nederlandsche vogelen van Cornelis Nozeman (1721-1786), met vandaag aandacht voor de Blauwborst. Over de naamgeving schrijft Nozeman het volgende:
"Het Mannetje, heeft een schoone, hemelblaauwkleurige keel en borst, van waar zijn naam ontleend is, bij Linnaeus, is deze Vogel bekend onder den naam van Montacilla Suecica, wat hiertoe aanleiding gegeven hebbe, is niet wel optesporen, want hoe zeer geheel Europa hun ter woonplaats strekt, is het tog Zweden, en de verdere Noordelijke deelen niet, in welke hij zijnen hoofdzetel vestigd."
Tegenwoordig onderscheidt men twee ondersoorten van deze trekvogel: de Witsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica cyanecula) en de Roodsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica svecica). In ons land zien we met name de eerstgenoemde. Het zwaartepunt van de West-Europese verspreiding ligt zelfs in ons land en in West-Vlaanderen, aldus de Vogelatlas van Nederland van SOVON. Gelukkig is er steeds meer geschikt leefgebied voor deze vogel bijgekomen, waardoor hij zelfs van de 'Rode Lijst' is gehaald. Veel zeldzamer in ons land, maar daarentegen veel voorkomend in Noord-Europa, is de Roodsterblauwborst. Deze vogel, met een rode 'ster' in het blauwe borstgedeelte, is in ons land een zeldzame doortrekker in het voorjaar. Ook al doet de Nederlandse naam wellicht anders vermoeden, de Blauwborst is nauwer verwant aan de Nachtegaal dan aan de Roodborst. Die verwantschap komt ook tot uiting in enkele dialectnamen voor de Blauwborst: Poldernachtegaal, Rietnachtegaal en Waternachtegaal.

De Blauwborst laat zijn uitbundige zang vaak horen vanaf een goed zichtbare zangpost, op de top of op een tak van een struik in nat gebied. Hij richt dan zijn staart op en toont zijn felgekleurde blauwe borst in al zijn pracht. Ook in de baltsvlucht kun je zijn zang horen, die door vogelaars wordt vergeleken met het geluid van een startmotortje. Nozeman was niet zo onder de indruk van de zang van de blauwborst, althans van de exemplaren die in zijn tijd veelvuldig in gevangenschap werden gehouden:
"Er worden jaarlijks verscheiden gevangen, en in kooijen met meelwormen onderhouden; zij worden alsdan zeer tam, en leggen alle schuwheid af; het is echter alleen de schoone kleur, waardoor zich dit Vogeltje aanbeveelt, want zijn geluidt, is, juist niet strelende, bestaande alleen in enkelde en afgebrokene klanken, die op zichzelve dan tog niet verveelende of onaangenaam kunnen heeten."

Over biotoop en voedsel van de Blauwborst schrijft Nozeman:
"Het voorwerp waarover wij bij dezen handelen; en waarvan in het jaar 1810 twee of drie stuks te Harderwijk, gevangen werden, bewoond veelal, de struiken en wildernissen althans gedurende den zomer, alwaar dit Vogeltje zich alsdan, zoo hier als elders, aan oevers en andere waterachtige plaatsen, in het digtst van Heesterboschjes verschuilt, op de aarde een nest bouwt, en vijf à zes langwerpige groenachtige eijertjes legt... het voedsel bestaat in allerleij Insecten, inzonderheid in Water-Insecten, waarom hij gaarne aan waterachtige plaatsen zich nederzet, echter bezoekt hij ook in het najaar de Wijngaarden en Moestuinen, om aldaar van Druiven en andere Gewassen, Wormen en Rupsen, aftelezen."
Aldus zijn Blauwborsten voor Nozeman "nuttig, wegens hun verslinden der Insecten en in het gezellige leven aardige beestjes en indien men zulks zouden kunnen verkiezen, ook tot spijze zeer goed te gebruiken."

Vindplaats: KOD 041 K 01 

maandag 13 april 2020

Ginnekense wonderdokter

Portret F.J.M. Colson, vóór 1900. Poststempel d.d. 20-09-00
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
In 1904 kocht de Hagenaar François Joseph Marie Colson (1878-1911) een stuk grond met een houten huisje in het Ulvenhoutse bos. Al snel begon hij zijn praktijk als kruiden- of wonderdokter van Ginneken. Per paardentram kwamen de mensen vanuit het hele land, maar ook uit België. Colson beweerde over bijzondere gaven te beschikken. Zo zou hij zonder mensen aan te raken door hun lichaam kunnen kijken en zou hij weten aan welke kwalen ze leden.
Ierseksche en Thoolsche Courant, 25 februari 1905
www.delpher.nl
Op 30 september 1904 is vanuit Ginneken deze prentbriefkaart verstuurd naar de familie Van Dam te Rotterdam. De plaatselijke fotograaf A. van Erp heeft de praktijk van de wonderdokter op de gevoelige plaat vastgelegd. Op de beeldzijde staat een mooie anekdote over het bezoek van Anna aan dokter Colson met baard en pij (staand rechts van het midden).
Groepsportret bij wonderdokter F.J.M. Colson (staand rechts van het midden)
voor het houten keetje in het Ulvenhoutse bos
, 1904
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
De transcriptie van deze anekdote luidt als volgt:
Jans.
Ik bedank je wel voor je cadeau en vind het zeer mooi. Ook bedank ik Emma gelijk voor het geld dat ze mij gegeven heeft, haast was ik er aan vergeten. Nu heeft Filip gezegd, dat Sjaak van plan was zondag met Léon mee te komen. Dit willen wij graag vooruit weten. Anna is onderzocht, doch de Dr heeft niets gezegd. Hartelijke groeten aan Allen van ons Esther en Anna. Anna voelt zich zeer goed en haar longen hebben niet het minste geleden, door het wandelen. adieu Esther.
Zoo je Bernard Bouwman ziet bedankt hem dan voor zijn aanzichtkaarten. Als Sjaak mee komt laat hij dan zijn fiets mee brengen. De boer vraagt er alledag na misschien kan hij hem verkoopen. Het weer liet zich van morgen niet mooi aanzien. Het knap nu echter op. Misschien gaan we vanmiddag eens naar Breda. Nu dag tot Ziens Esther


De zaken gingen bijzonder goed. François Colson kon in 1905 een groot herenhuis aan de Ulvenhoutselaan nummer 7 huren. In zijn woonhuis ontving hij patiënten en bewonderaars, soms wel zeventig per dag. In het houten “Boschhuis” hield hij eveneens nog spreekuur. De kleine houten keet werd rond 1910 uitgebreid tot een groot zomerhuis. Het huis met verdieping en gaanderij werd door hemzelf “De Belvedère” oftewel uitkijktoren genoemd vanwege het mooie uitzicht over het bos. Helaas is het in 1913 afgebrand.

Ulvenhout. Ulvenhoutsch Bosch
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken; 63601. Brabant-Collectie. Tilburg University 
Ondanks zijn faam moest hij van de politie in maart 1906 stoppen met het "onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst". Hij werd bestempeld als kwakzalver.
Dagblad van Noord-Brabant, 9 maart 1906
www.delpher.nl
Colson nam dr. Korteweg uit Breda als “assisterend geneesheer” in dienst en de praktijk werd alsnog voortgezet. De assistent, een oudere man, ontving de patiënten en noteerde hun klachten, waarna ze voorgeleid werden aan de ‘grote heler’ voor een consult. De mensen hoefden hun klachten niet meer op te sommen, want Colson wist al wat ze mankeerden. Hij trachtte met kruiden en hypnose de patiënten te genezen. Vooral goedgelovigen en vrouwen zochten de charismatische ‘dokter’ op, wellicht mede aangetrokken door zijn opmerkelijke levensstijl. Hij beschikte over een koets met span en een automobiel, waardoor hij ook huisbezoeken kon afleggen. In de Bredasche Courant van 7 juni 1907 wordt melding gemaakt van een auto-ongeluk, toen Colson en zijn assistent op weg waren naar Baarle-Nassau.
Bredasche Courant, 7 juni 1907
www.delpher.nl
Dagblad van Noord-Brabant, 25 juni 1907
www.delpher.nl
In de Bredasche Courant van 13 november 1909 staat een uitgebreid en kritisch stuk over de klandizie van de wonderdokter en zijn zogenaamde genezingen naar aanleiding van een artikel van G.W. Bruinsma in het Maandblad, uitgegeven door de Vereeniging tegen de kwakzalverij. Doordat François Colson zelf ernstig ziek werd, kwam er een einde aan zijn succes. Op 7 februari 1911 overleed de dan 32-jarige wonderdokter na een operatie in Den Haag. Grote belangstelling was er voor zijn begrafenis. Zijn bewonderaars plaatsten een gedenksteen (in de vorm van een obelisk) op zijn graf op het kerkhof van de Nederlands Hervormde Kerk in Ginneken.

donderdag 9 april 2020

Het Jaar van de Wilde Eend

In 2002 startten de Vogelbescherming en SOVON een nieuw initiatief: gedurende een jaar één vogelsoort centraal stellen waarover meer specifieke informatie gewenst is. Dat jaar werd het de ijsvogel, en vele andere vogels volgden (zie dit overzicht). 2020 is uitgeroepen tot Het Jaar van de Wilde Eend. Een gewone vogel zou je denken, maar hierin schuilt het gevaar dat we nauwelijks in de gaten hebben dat deze soort - om nog onduidelijke redenen - de laatste decennia sterk in aantal is afgenomen. Welke bijdrage jij aan het onderzoek kunt leveren, lees je hier.

Maar hoe zat het eigenlijk met de Wilde Eend in de tijd van Cornelis Nozeman (1721-1786)? Trouwe lezers van ons blog zullen zich wellicht nog herinneren dat we in september 2011 van start gingen met een speciale blogreeks over de 18e-eeuwse boekenserie van Nozeman, genaamd: Nederlandsche vogelen; volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven. In deel 3 bespreekt hij Anas Boschas, indertijd in ons land bekend onder de namen Wilde Eend, Spiegel-eend en Ring-eend.


Wilde Eend in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 I 01
Nozeman schrijft dat deze vogel Spiegel-eend wordt genoemd "wegens de aanzienlyke glanzige groenblaauwe Plek op de Vlerken". En Ring-eend is volgens hem te herleiden naar de witte halsband. Voor wie meer wil lezen over de naamgeving van deze vogel door de eeuwen: neem eens een kijkje op de site WNVE.

Is de Wilde Eend in onze tijd een van de meest verbreide broedvogels, in de tijd van Nozeman was het nog een trekvogel die het Hoge Noorden verkoos als broedplaats. Hij schrijft:
"Het zyn Trekvogels, die in de Noordelyke en Oostelyke deelen van Europa waarschynlyk hunne Broedplaats hebben, brengende aldaar het Voorjaar, en een gedeelte van den Zomer, door... Zy zyn 'er, volgens anderen, in ongelooflyke menigte. Men vindt die zelfde Soort van Eendvogels ook in Groenland en Spitsbergen, ja zelfs aan de Hudsons-Baay en in Noord-Amerika... In Augustus of September, wanneer de Koude aldaar begint, verlaaten zy reeds dien oord, en koomen by groote Schoolen, even als de Ganzen, naar onze Nederlanden en Engeland overvliegen, alwaar zy by menigten in de Vogelkooijen gevangen worden... Misschien broeden ook eenigen die overblyven, in sommige deelen van onze Nederlanden, zowel als in Vrankryk. Wanneer de Wateren bevroozen zyn, weeten zy op het Land aan veelerley groente, inzonderheid in de Koornvelden en Bouwlanden, nog wel de Kost te vinden: want zy slaan alles binnen, dat eetbaar is."
Menig Wilde Eend verdween in de pan:
"Onder de oude Romeinen was men 'er reeds op verslingerd. Hedendaags zyn zy in onze Provinciën ook nog als een aangenaame Versnapering ge-estimeerd, en komen hier in de Herfst, uit de Vogelkooijen, menigvuldig te koop."

Helaas is onze Bijzondere Collectie, en dus ook dit deel van Nozeman, momenteel niet raadpleegbaar. Maar niet getreurd. De Koninklijke Bibliotheek heeft de reeks van Nozeman in zijn geheel digitaal beschikbaar gesteld. Zo ook deel 3, met daarin de Wilde Eend. Dus wordt het toch nog gewoon genieten, maar dan vanachter het beeldscherm.

Vindplaats: KOD 041 I 01

maandag 30 maart 2020

De verdwijning van Robin en de dwaling die daarop volgde

Afgelopen september verscheen het autobiografisch boek van Marjan Gorissen over de verdwijning van het driejarige meisje Robin Bogers in 1996 en de schokkende gevolgen voor haar. Gorissen werd valselijk beschuldigd en slachtoffer van een justitiële dwaling. Op 24 april 1996 gaat Robin pannenkoeken eten bij overbuurvrouw Trudy, vriendin van Marjan. Wanneer Robin niet thuiskomt bij haar ouders wordt alarm geslagen en komt een grootscheepse zoekactie op gang die lang zal duren. Iedereen zoekt Robin, heel Nederland leeft mee. Marjan Gorissen, die op dat moment zwanger is, wordt gearresteerd na belastende verklaringen van Trudy. Lange tijd blijft ze hoofdverdachte en zit vast in de vrouwenvleugel van PI Maastricht. Ze bevalt daar van haar zoon. Na 103 dagen wordt ze plotseling vrijgelaten. Tijdens een confrontatieverhoor bekent Trudy dat ze Robin vermoord heeft. Het enige dat teruggevonden wordt is een schoentje met Robins voetje op de vuilstort in Zevenbergen. De gevolgen van de beschuldiging en de nasleep daarvan waren voor Marjan zo aangrijpend en indringend dat het lange tijd duurde voordat ze haar leven weer op de rit had.

Vindplaats: BRA Q3 GORI 2019

maandag 16 maart 2020

Tijdschrift: Geografie

Op deze plaats belichten we regelmatig Brabantse tijdschriften die aanwezig zijn in de Brabant-Collectie en aldaar bestudeerd kunnen worden. Het betreft meestal heemkundige periodieken, verbonden aan een dorp, een groep van bij elkaar gelegen en soms al samengevoegde dorpen, of een stad. De inhoud is een bundeling van artikelen over de betreffende plaats(en) en beslaat meestal een breed scala aan onderwerpen. Het lezerspubliek, in meerderheid bewoners van de plaats(en), komt in het tijdschrift meer te weten over de (cultuur)geschiedenis van de eigen omgeving. Alzo dragen deze bladen bij aan de identiteitsvorming van plaats en bewoners.
Maar niet alle tijdschriften bij de Brabant-Collectie hebben deze lokale verbondenheid. Zo verschijnen in het landelijke tijdschrift Geografie artikelen die onder de noemer ‘aardrijkskunde en geowetenschappen’ vallen. Het blad van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap verschijnt negen keer per jaar. De Brabant-Collectie is er op geabonneerd omdat in de collectie veel cartografische documentatie aanwezig is. Zo is er een belangrijke collectie kaarten van de periode van het Hertogdom Brabant tot en met de huidige provincie Noord-Brabant, én een ruime bibliotheek aan boeken over het onderwerp. Artikelen in Geografie die aansluiten bij de verzamelgebieden van de Brabant-Collectie of bijdragen aan de wetenschappelijke informatie over Brabant worden via de website BCfinder ontsloten.
Zo verscheen in het februarinummer van 2020 een interessante bijdrage over een onderzoek in Tilburg, getiteld: ‘Place identity in Jeruzalem. Leerlingen op onderzoek in Tilburg’. Het doel was te bezien of er een uitspraak gedaan kon worden over de leefbaarheid in de Tilburgse wijk Jeruzalem. Leerlingen van de bovenbouw (havo en vwo) van De Nieuwste School verrichtten het onderzoek dat geïnitieerd is door de Fontys Lerarenopleiding Tilburg. Een gastcollege over leefbaarheid, een fietstocht door de wijk en het uitvoeren en verwerken van een enquête waren onderwijskundige aspecten van het project.
Twee sociaalgeografische termen komen bij het onderzoek om de hoek kijken: place identity (het in een plaats bij elkaar komen en wonen van mensen, ongeacht de achtergrond) en place attachment (het emotioneel gehecht zijn aan een plaats). Met een cijfer van 1 tot 5 kon men aangeven in hoeverre men het met een reeks van stellingen over de wijk Jeruzalem eens was. Het leverde interessante inzichten op die in het artikel en ook op de website www.geografie.nl verder zijn uitgewerkt.




De Tilburgse wijk Jeruzalem werd, net als wijken met dezelfde naam in onder andere Nijmegen en Helmond, in de jaren 1950 met Marshallhulpgelden gebouwd. De prefab woningen konden snel worden gebouwd en waren bedoeld om de woningnood te bestrijden. Na een beperkte periode zouden ze vervangen worden door meer duurzame woningen. Ze hebben de voorbije decennia overleefd, ook omdat bewoners zich tegen sloop verzetten. Echter, de leefomstandigheden voldeden op een zeker moment niet meer. In 2007 kwam het Tilburgse Jeruzalem in een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek als de armste wijk van Brabant naar voren. Hierop werd besloten tot een grootscheepse herstructurering met sloop, renovatie en nieuwbouw. Het resultaat van deze aanpak gaf een enorme boost aan de wijk en daarmee aan de leefbaarheid, hoewel er nu sprake lijkt te zijn van twee wijken: een nieuwe wijk en een, weliswaar opgeknapte, oude restwijk.

Het tijdschrift Geografie is aanwezig en raadpleegbaar op verdieping 0 van de universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 08947

donderdag 12 maart 2020

Terugblik boekpresentatie “Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter”. Oorlogsbelevenissen uit Waalre

Op woensdag 19 februari jl. is in Het Huis van Waalre het door de Brabant-Collectie en Stichting Devotionalia uitgegeven boek Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter: Het dagelijks leven van de familie Bijnen in Waalre in ’40-’45 aan het publiek gepresenteerd. Het was een geslaagde happening met een opkomst van meer dan 80 personen.


Deze publicatie gaat over het wel en wee van het gezin van Jan en Jacoba Bijnen-van Mierlo in de Tweede Wereldoorlog. Het dagboek van dochter Jacoba Bijnen (1923-2006), brieven van én aan zoon Paul Bijnen (1920-1999) en een selectie familiefoto's vormden de bronnen bij het samenstellen van deze publicatie door Tony Vaessen en Ad van Pinxteren, beide medewerkers van de Brabant-Collectie.
Ceremoniemeester Tony Vaessen begroet alle aanwezigen
© Paul Slot
 Familieleden van Jacoba Bijnen op de eerste rij (linkerfoto)
Familieleden en bekenden van familie Bijnen (r
echterfoto)
© Paul Slot
Ceremoniemeester Tony Vaessen gaf het woord aan de gastheer. Burgemeester Jan Brenninkmeijer heette iedereen welkom en liet duidelijk merken dat hij gegrepen was door dit boek. Hij ging dieper in op het zilveren huwelijksfeest van Jan Bijnen en citeerde veelvuldig uit het dagboek van Jacoba. Brenninkmeijer maakte ons deelgenoot van de volgende vragen waarmee hij bleef zitten: hoe ging het verder, wat is er gebeurd met Klaas Dekker, waarom is Jacoba gestopt met het dagboek?
Welkomstwoord door Jan Brenninkmeijer, burgemeester Waalre
© Paul Slot
Vervolgens kreeg Jacqueline Lavrijssen (dochter van Jacoba Bijnen) het woord en trakteerde de zaal op talrijke anekdotes. Ze sloot af met het typerende ‘Dan vuulde dè ge ouwer wordt’ (inclusief mimiek) van haar oom Pau.
Jacqueline Lavrijssen vertelt anekdotes over haar moeder Jacoba
 en ome Pau aan de hand van fragmenten uit dagboek en brieven
© Paul Slot
V.l.n.r.: Tiny & Jetty Dereumaux en Maaike & Ton Lavrijssen
(NB: Jetty en Ton zijn kinderen van Jacoba)
© Paul Slot
Mireille Vaessen verzorgde het intermezzo. Zij droeg gedichten van Guido Gezelle en Dirk Camphuyzen voor uit het dagboek en zong het fietsliedje ‘Blonde mientje’ van Snip en Snap. Daarna volgden enkele zeer fraaie Franse chansons en het Ave Maria van Gounod. Ze eindigde met een soldatentragedie, waarvan de tekst geschreven is door Paul Bijnen.
Mireille Vaessen zingt liedjes en draagt 
gedichten voor uit het dagboek
© Paul Slot
Burgemeester Jan Brenninkmeijer nam uit handen van Tony Vaessen het eerste exemplaar in ontvangst. Alle kinderen van Jacoba Bijnen (Jacqueline Lavrijssen in het bijzonder), de leden van het projectteam bestaande uit Ad van Pinxteren, Emy Thorissen en Paul Slot, evenals Mireille Vaessen ontvingen ook de publicatie.
Overhandiging van het eerste exemplaar van het boek aan burgemeester Brenninkmeijer (linkerfoto)
Het boek wordt aan de genodigden getoond. Op de achtergrond medeauteur Ad van Pinxteren (rechterfoto)
© Paul Slot
Marjan Brans en Annette Verstappen ontvangen een
exemplaar uit handen van Tony Vaessen (linkerfoto)
(NB: Marjan, Annette en Jacqueline zijn dochters van Jacoba)
Jacqueline Lavrijssen wordt extra in het zonnetje gezet. Zij was de drijvende kracht
achter het achterhalen van de namen bij de familiefoto’s (rechterfoto)
© Paul Slot
Na de bijeenkomst hieven de aanwezigen het glas en velen maakten van de gelegenheid gebruik het boek ter plekke aan te schaffen.
Enthousiaste gesprekken na afloop van de uitreiking van het boek (linkerfoto)
Marjan Brans en Coleti van Mierlo, een nichtje van Jacoba Bijnen (rechterfoto)
© Paul Slot
Ben u ook geïnteresseerd in dit boek? Bekijk in de advertentie hoe u het boek kunt bestellen.