Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

dinsdag 6 december 2022

Brabantse rage in de jaren twintig van Heilig Hartbeelden

Net als wegkapellen, wegkruisen, Lourdesgrotten, gevelbeeldjes en devotietegels rekenen we Heilig Hartbeelden tot kleine religieuze monumenten. De standbeelden werden opgericht als teken van devotie, gewijd aan het Heilig Hart van Jezus. In de prentbriefkaartenverzamelingen van de Brabant-Collectie zijn talrijke afbeeldingen aangetroffen.

Vooral in de jaren twintig werden deze beelden in de open ruimte geplaatst. Je vond ze op centrale pleinen of plantsoenen naast de kerk, het kerkhof en het klooster en ook in de tuin van religieuze gemeenschappen en op een binnenplaats of speelplaats van (kost)scholen. In de loop der tijd zijn de Heilig Hartbeelden soms verplaatst, in verval geraakt en/of opgeruimd. Een aantal wordt beschermd als gemeentelijk of rijksmonument. Ook bij mensen thuis trof je deze beelden aan, echter in een veel kleiner en handzaam formaat.

De Heilig Hart-devotie kent in onze provincie meerdere oplevingen. Allereerst in de periode van 1875 tot 1920. Vervolgens in de jaren twintig en dertig, mede ingegeven door de heiligverklaring in 1920 van de Franse kloosterzuster Marguerite-Marie Alacoque (1647-1690). De verering werd ook vanwege de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bevorderd door paus Pius XI. Tot slot was de Heilig Hart-devotie ook populair in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In Tilburg werd een grootse Heilig Hartprocessie gehouden. In de jaren zestig raakte deze traditie echter grotendeels uit de gratie.
Met name in de jaren twintig ontstond een rage in de oprichting van Heilig Hartbeelden. Ze werden aangeboden ter gelegenheid van een jubileum van een gebouw of priesterschap. De benodigde gelden werden grotendeels door de parochianen bijeengebracht, soms legde de pastoor bij en een enkele keer deden particulieren dat.

Schoolkinderen en inwoners zijn vaak vereeuwigd voor een imposant Heilig Hartbeeld. Op de voorkant van onderstaande ansichtkaart zien we ontspanning op ‘de cour’: spelende schoolmeisjes in uniform in het gezelschap van een ietwat verscholen zuster bij Christus-Koning. Deze prentbriefkaart is door Soeur Petra verstuurd aan haar in Steenbergen woonachtige, getrouwde zus: "Beste Antoinette, Ook een kiekje van ons H. Hartbeeld op onze speelplaats dat we ten geschenke hebben gekregen met het 25 jaar bestaan onzer kweekschool. Hoe is ’t leef je nog? …" 
Heilig Hartbeeld op de speelplaats van Kweekschool St. Antonius, Dongen, 1920.
Prentbriefkaart. Foto: Berk, Dongen. Brabant-Collectie, Tilburg University

In de prentbriefkaartencollectie van de Waalrese fotograaf Jan Bijnen (1874-1959) zijn tot op heden tien opnamen van Heilig Hartstandbeelden aangetroffen, te weten die van Acht (2x), Best, Bergeijk (2x), Budel, Knegsel, Reusel, Valkenswaard en Wintelre.
Op Tweede Pinksterdag 6 juni 1927 werd het Heilig Hartbeeld met de aanleg van het park naast de Sint-Willibrorduskerk te Wintelre geschonken door Arnoldus, de zoon van Jan Mollen-Wouters. Het monument wordt vergezeld door twee witte leeuwen. De parochianen - o.a. de Jonge Boerenstand – verrichtten hand- en spandiensten. Het bronzen beeld is ontworpen door de Franse beeldhouwer Jules Déchin (1869-1947). Firma Van Haaren uit Veghel vervaardigde het beeld en Firma Kluytmans uit Eindhoven de sokkel.
Wintelre, H. Hartbeeld. Prentbriefkaart. Foto: Jan Bijnen.
Datering: 1927. Brabant-Collectie, Tilburg University

Ook in zijn eigen geboorte- en woonplaats heeft Jan Bijnen het volksfeest tijdens de intronisatie op de gevoelige plaat vastgelegd. Onder grote belangstelling wordt het beeld onthuld door de burgemeester en ingezegend door de pastoor en/of bisschop. De straten zijn versierd met vlaggen en guirlandes. De bruidjes leggen bloemstukken bij het standbeeld. De stoet bestaat o.a. uit gilden, jeugd- en werkliedenverenigingen, harmonieën of fanfares en zangkoren. Jaarlijks vindt er daarna in juni een Heilig Harthulde met een bloemenzee van de parochianen en de hernieuwing van de intronisatie plaats.
St. Martinusgilde in optocht tijdens het feest der intronisatie van het Heilig Hart,
Waalre, 1922. Prentbriefkaart. Foto: Jan Bijnen. Brabant-Collectie, Tilburg University

Er werden prijsvragen uitgeschreven voor de stroom Heilig Hartbeelden. Katholieke beeldhouwers, zoals de Eindhovense Jan Custers, de Roermondse Jean Geelen en de Wageningse August Falise, en Brabantse en Limburgse kerkelijke beeldhouwateliers vervaardigden deze monumenten. In Devotionalia nummer 231 (juni 2020) publiceerde Peter Thoben een artikel over de beeldhouwer August Falise en diens prijsvragen voor Heilig Hartbeelden voor met name Tilburg, Venlo, Weert en ‘s-Hertogenbosch. De beelden zijn gehouwen uit natuur- of kalksteen of uit brons vervaardigd. Meestal zijn ze op een voetstuk (een gemetselde sokkel) – soms nog verhoogd met zand – geplaatst en voorzien van een opschrift. In de jaren twintig ontwikkelt de neogotische stijl naar een meer gestileerde vormentaal.

Een impressie van de voorstelling van de Christusfiguur met midden op zijn borst een vlammend hart én de weergave als beeldengroep zoals opgenomen in nummer 241 van het tijdschrift Devotionalia is hier te bekijken.

maandag 14 november 2022

Kookboek van Oud-Woensel

Afgelopen juni verscheen een bijzonder kookboek, samengesteld door de ondernemers en bewoners van de wijk Oud-Woensel in Eindhoven. Oud-Woensel is het kleurrijke gebied met de Woenselse Markt en de Kruisstraat. In de wijk wonen veel verschillende culturen en door middel van het kookboek wilden de buurtbewoners en ondernemers hun saamhorigheid laten blijken, de diversiteit in de wijk laten zien en mensen verbinden. Het is een mooie kennismaking met elkaar, de diverse eetgewoonten en culturen: eten verbindt. Het boek bevat 40 eigen recepten uit 22 landen en is ingedeeld in de volgende hoofdstukken: ontbijt, borrelhapjes, soep, hoofdgerechten, bijgerechten en desserts. Ook is er een hoofdstuk met recepten in het Engels. Bij elk recept staat een foto en een kort verhaaltje over de ondernemer of bewoner. Kortom: een mooi eindresultaat van een participatieproject.

Meer kookboeken staan in rubriek G bij de Brabant-Collectie.

 Vindplaats: BRA G4 ASHT 2022

maandag 24 oktober 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Natuurbegraafplaats De Utrecht naar Hilvarenbeek

Etappe 13 Brabants Vennenpad (ongeveer 26,5 km)

We starten vandaag op Natuurbegraafplaats De Utrecht. Dit terrein wordt tot 2076 verpacht door verzekeringsmaatschappij A.S.R., de eigenaar van het gelijknamige landgoed. Aan het einde van de pachttermijn zal de natuurbegraafplaats volledig opgaan in de omringende natuur van Landgoed De Utrecht. Dit landgoed, een van de twee Kempische landgoederen 
die we vandaag bezoeken, mag met zijn circa 2.500 hectare met recht een omvangrijk en gevarieerd gebied genoemd worden. Zoals gezegd in de vorige etappe begint Levensverzekering Maatschappij Utrecht in 1899 hier een groot ontginningsproject als geldbelegging. Doorgaans belegt deze verzekeraar in vastgoed en hypotheken. Dat men kiest voor beleggen in bosaanleg en heideontginning is in die tijd nog ongebruikelijk. De eerste aankoop bestaat uit 700 hectare ‘woeste’ grond van gemeente Hooge en Lage Mierde. Op 29 april 1899 wijdt De Morgenpost een artikel aan de geplande ontginning: “Voor de omliggende streken zal de uitvoering van dit werk van ver strekkende gevolgen zijn. Eensdeels doordat er een bron van blijvende werkzaamheden geschapen wordt voor menig gezin, dat anders wellicht weer naar “de stad” zou trekken, anderdeels omdat ook de landbouwer in deze ontginning steun zal vinden voor zijn moeilijk bedrijf, daar hem de gelegenheid zal geopend zijn, in de nabijheid voldoende gras te verkrijgen. De directie der levensverzekering-maatschappij Utrecht komt zeker een woord van hulde toe voor het durven aanpakken van deze grootsche taak, voor het algemeen belang van zóó groot nut.” Op 25 mei 1899 zet De Heidemaatschappij, aan wie de klus is uitbesteed, de eerste spade in de grond.
Ontginning van het landgoed "De Utrecht" etc. Prentbriefkaart. Datering: ca. 1919.
Maker en uitgever onbekend. Formaat: 13,4 x 8,5 cm. Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University 
Ontginning Landgoed De Utrecht. Diepploegen. Prentbriefkaart. Maker, 
uitgever en datering onbekend. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: ML / 730 (4)
Om de bosaanleg te faciliteren, wordt een kwekerij aangelegd in het centrum van het gebied. Van daaruit gaat de ontginning iedere keer een stuk verder. Aanvankelijk gebruikt men ossen voor het zware werk; het ontginningswerk staat in die tijd nog in de kinderschoenen. In 1906 doet de stoomploeg haar intrede, waardoor de ontginning niet alleen sneller gaat, maar er ook diepere voren in het terrein getrokken kunnen worden. Overigens gaat men enkele jaren later over op de trekkracht van paarden.
Ontginning met stoomploeg. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 29 x 38 cm. Vindplaats: ML / 730 (7)
De ontginning is een succes en steeds meer land wordt aangekocht. Oorspronkelijk is het de bedoeling de heide grotendeels om te zetten in bos; alleen op de lage, nattere gedeeltes zal grasland komen. Gaandeweg blijkt echter dat het ontgonnen gebied zich ook goed leent voor de landbouw en dus wordt de opzet gewijzigd. De grote percelen die worden uitgezet, garanderen van het begin af aan een goede opbrengst. Lokale boeren worden als te ouderwets gezien en pachters worden van elders aangetrokken, met name uit Zeeland. Boerderijen en bosarbeiderswoningen worden gebouwd, en hierover heeft De Heidemaatschappij een nogal uitgesproken mening. Het mogen in geen geval typische Brabantse boerderijen worden. Zo schrijft C.J.G. Sissingh (1876-1932), in dienst bij de Heidemij en de eerste houtvester van De Utrecht, in zijn publicatie Ontginningen van de Levensverzekeringmaatschappij “Utrecht” te Hilvarenbeek (pag. 13): “De Brabantsche boerderij mag nog zoo gezellig zijn en nog zooveel schilderachtige intérieurtjes bieden, als woning is ze minder geschikt en hier zou haast het geloof verdwijnen aan alles wat de hygiëne leert, wanneer men ziet, dat mensch en dier er toch nog oud kunnen worden.” Hij noemt de beschreven streek ‘achterlijk’, maar hierbij moet aangetekend worden dat dit woord in zijn tijd de betekenis 'achtergebleven' had. Hij opent zijn publicatie als volgt (pag. 1): “Eene van de meest achterlijke streken van ons land vindt men – wellicht is het beter gezegd: vond men – langs de Hollandsch-Belgische grens, zuidelijk van Tilburg en westelijk van Eindhoven. Gewoonlijk wordt dit gebied nader aangeduid met den naam van “de acht zaligheden”, een naam, die niet bepaald in overeenstemming is met de werkelijkheid, tenzij men afzondering van de wereld als iets zaligs wil beschouwen.” Sissingh wordt na zijn overlijden op 26 februari 1932 te Esbeek geroemd als ‘landschap-architect op ontginningsgebied’ met grote vakkennis en liefde voor de natuur op De Utrecht.

Rond de jaren 1930 besluit men niet alles te ontginnen en stukken in hun originele staat te laten, zoals de vennen De Flaes en Het Goor waar we de vorige keer langs gelopen zijn. En dat wordt gewaardeerd, zoals te lezen is in een boekwerkje uit 1933 getiteld Geschiedenis en beschrijving van het landgoed “De Utrecht” te Esbeek (Noord-Brabant (pag. 27-29): “Onder de natuurliefhebbers in den lande begint “de Utrecht” geleidelijk reeds een zekere vermaardheid te krijgen. […] “Dagjesmenschen” beginnen er elk jaar meer te komen. Wie van een rustig, mooi stukje natuur houdt, trekt naar “de Utrecht” waar geen rumoerige uitspanningen en tingel-tangel-café’s zijn, zooals tegenwoordig in de officieele “natuur- en boschrijke omgeving” nog al eens het geval is.”
Wandelkaart Landgoed "De Utrecht". Datering: 1e helft 20e eeuw. Uitgever:
Levensverzekeringmaatschappij "Utrecht". Formaat: 18 x 13 cm (gevouwen). 
Vindplaats: THA WK HILV 19XX
De aankoop van grond gaat gestaag door tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De ontginningen zijn dan nagenoeg voltooid. Een van de laatste aankopen betreft het 400 hectare metende De Tulder, een gebied met een lange historie die teruggaat tot de middeleeuwen toen de norbertijnen van Averbode hier een ontginningsboerderij hadden.

We komen aan bij het vennetje Broekeling. Aan de oever en in het water staat een beeldengroep, bestaande uit drie badende vrouwen, van Hannes Verhoeven. Zijn werk is geïnspireerd op de Rotterdamse graficus/etser Andreas Schotel (1896–1984) die vanaf 1923 met zijn vrouw en twee dochters de zomermaanden doorbracht in het kleine tuinhuisje De Schuttel in de Esbeekse bossen. De werkende mens op het Brabantse platteland was de inspiratiebron voor deze kunstenaar. Wil je meer weten over de link tussen de eerder genoemde familie Sissingh en Andreas Schotel, lees dan dit artikel van Peter Thoben. Landgoed De Utrecht heeft nog veel meer te bieden, zoals je bijvoorbeeld kunt zien op deze filmbeelden uit 2012. Denk aan de bijzondere houtvesterswoning annex brandtoren uit 1903 van de architecten Staal en Kropholler, het arboretum Arnoldspark met ruim 350 boomsoorten of het voormalige vakantiehuis nu kunstgalerie annex hotel-restaurant Huize Rustoord. Een goede reden dus om hier nog een keer terug te komen.

We lopen verder en komen uit bij de voormalige stoomtramlijn Tilburg-Turnhout. Mede door de inspanningen van de beheerders van Landgoed De Utrecht kwam de lijn door Esbeek te liggen. Hierdoor konden meststoffen en andere benodigdheden voor de ontginningen sneller aangevoerd worden. De opening van dat traject was op 23 september 1907. Uiteindelijk werd de tramlijn in 1935 opgeheven.

Via de westkant van de Rovertsche Heide lopen we nu vlak langs de Belgische grens, totdat we uitkomen bij het tweede landgoed van vandaag: Gorp & Roovert. We volgen de oevers van de Rovertse Leij, die fraai door het bosgebied meandert. Niet zo verwonderlijk dat de 16e-eeuwse geleerde Johannes Goropius Becanus hier het Aards Paradijs van Adam en Eva situeerde. Becanus, geboren op Gorp als Jan van Gorp van der Beke, studeerde geneeskunde en wijsbegeerte in Leuven, latiniseerde zijn naam en legde zich later toe op wiskunde en klassieke talen.
Portret van Johannes Goropius Becanus. Kopergravure. Maker: Edme de Boulonois.
Datering: 17e eeuw. Formaat: 32 x 19,9 cm. Vindplaats: P / G 59.2 (4)
In zijn tijd liggen de buurtschappen Gorp en Roovert nog zeer geïsoleerd te midden van uitgestrekte heidevelden. In 1758 komt Gorp in handen van de Tilburgse notaris Cornelis Bles, waarna het uitgroeit tot een landgoed. Hij legt een verhoogde weg aan van Roovert naar de Goirlese watermolen, waardoor het gebied beter ontsloten wordt. Hij laat bomen planten en legt het nog steeds bestaande sterrenbos De Oude Warande aan. Tevens restaureert hij de in verval geraakte herenboerderij De Leenhof en voegt er een theekoepel aan toe. Deze boerderij is mogelijk het geboortehuis van Johannes Goropius Becanus. De goede observeerder kan hier in de muur een ingemetselde plaquette van hem vinden. De Leenhof is een van de vele fraai gerestaureerde boerderijen waar we langs komen vandaag.

De Leenhof op Landgoed Gorp & Roovert (september 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Het landgoed komt vervolgens in handen van een aantal andere eigenaren, waaronder de Belgische baron met Spaanse roots Eugène de Zerezo de Tejada. Hij laat in 1875 een neogotisch jachthuis bouwen, tegenwoordig bekend als Het Kasteeltje.
Landgoed Gorp "Kasteel". Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Formaat: 14 x 8 cm. Uitgever: Firma Th. Kemps. Vindplaats: pbk-H 64.1 / 820.11 Gorp (1)
Het Kasteel op Landgoed Gorp & Roovert (september 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Zijn zoon Gustave verbrast het familiebezit en noodgedwongen wordt het landgoed in 1894 versnipperd verkocht. Het zuidelijke gedeelte Roovert gaat naar notaris Huijsmans, het noordelijke gedeelte Gorp komt in handen van Van Beusekom. Via een grondruil met Landgoed De Utrecht wordt Eduard van Puijenbroek, textielfabrikant uit Goirle, in de jaren 30 van de vorige eeuw uiteindelijk eigenaar van beide terreinen. Momenteel is het 1.200 hectare tellende Gorp & Roovert, waarvan een derde in gebruik is als landbouwgrond, nog steeds in handen van zijn nazaten. Een kleine enclave, genaamd Gorp de Leij, is eigendom van het Brabants Landschap. Veel meer over de geschiedenis van het landgoed kun je nalezen in Gorp & Rovert, van leengoed tot landgoed van het schrijversduo Jef en Frank van Gils. Vier jaar lang hebben zij de archieven van de familie Van Puijenbroek geïnventariseerd en geanalyseerd om tot dit gedegen boekwerk te komen. En voor filmbeelden kun je deze aflevering uit de zesdelige tv-serie Brabants Landgoed (2012) bekijken. Hierin wordt gesproken over een natuurpoort die gepland is. Inmiddels is dat al realiteit geworden en is Natuurpoort De Roovertse Leij een mooi startpunt geworden om de omgeving te verkennen.

We volgen wederom de kronkelende Rovertse Leij en komen uit op het meest westelijke puntje van het Brabants Vennenpad. Vanaf hier gaan we al zigzaggend langs de randen van het landgoed oostwaarts richting Hilvarenbeek. De volgende keer lopen we de laatste etappe van het Brabants Vennenpad. Dan eindigen we waar we op 25 oktober 2021 begonnen zijn, namelijk bij Groot Speijck.

Bronnen:
  • Geschiedenis en beschrijving van het landgoed "De Utrecht" te Esbeek (Noord-Brabant). S.l.: s.n., 1933. Vindplaats: BRA J3 GESC 1933
  • F. en J. van Gils: Gorp & Rovert, van leengoed tot landgoed. Goirle: uitgave in eigen beheer, 2015. Vindplaats: BRA J GILS 2015
  • J. van Helvoirt: Dwars door Esbeek. Esbeek: Werkgroep Heemkunde Esbeek, 2005. Vindplaats: BRA Y HELV 2005
  • E. de Rooij en A. van Kuilenburg: Landgoed De Utrecht. Cultuurhistorische analyse. Online resource 
  • C.J.G. Sissingh: Ontginningen van de Levensverzekeringmaatschappij "Utrecht" te Hilvarenbeek. Amsterdam: Industria, 1917. Vindplaats: CBM B 34388
  • Souvenir aan het landgoed "De Utrecht". Utrecht: Levensverzekering-Maatschappij 'Utrecht', ca. 1925. Vindplaats: BRA Z6 SOUV 19XX
  • "De Utrecht". Utrecht: N.V. Levensverzekering Maatschappij 'Utrecht', 1950-1955. Vindplaats: CBC TFK B 6052

donderdag 20 oktober 2022

Vluchtelingen

Migratie is van alle tijden. Wereldwijd zijn mensen op de vlucht voor oorlog, armoede, vervolging of onderdrukking. Fotografen doen al decennialang verslag van vluchtelingenstromen en proberen hun foto’s te publiceren, in de hoop dat er actie ondernomen wordt en er een einde komt aan mensonterende toestanden waarin vluchtelingen terecht zijn gekomen. De recente stagnerende opvang bij het COA in Ter Apel is een regelrechte ramp. Na Heumensoord in 2015/2016 nu ook een vluchtelingenkamp in Ter Apel?

Mensen op straat bij portaal van Charlottenbunker, Frankfurt-Höchst (Duitsland), 1953.
  © 
Martien Coppens. Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University

Begin jaren vijftig al reisde Martien Coppens (1908-1986) verschillende keren naar West-Duitsland en Oostenrijk, waar mensen die het communistisch regime ontvlucht waren in oude bunkers en barakkenkampen verbleven. Met journalist Fred Thomas en pater Wiro van Aken (hoofd van de Nederlandse afdeling Oostpriesterhulp) bezocht Coppens onder andere de Charlottenbunker in Frankfurt-Höchst. Zijn foto’s verschenen in het katholieke tijdschrift Echo der Liefde. Via de katholieke gemeenschap werd geld ingezameld om de gevluchte christelijke geloofsgenoten te helpen. Met dat doel wilde Coppens ook een fotoboek publiceren, Ontheemden, maar verder dan een dummy is het niet gekomen.

Het waren de jaren van de wederopbouw, net na de Tweede Wereldoorlog, en overal in Europa heerste woningnood. Dat maakte het voor de Oost-Europese vluchtelingen moeilijk om een plaats in de samenleving te bemachtigen. Ook nu zijn er, althans in Nederland, te weinig woningen, wat een van de redenen is dat de opvang van vluchtelingen problematisch verloopt.

Leven in puin: illegale Koerden, Afghanen en anderen wonen op een weinig gebruikt rangeerterrein van de spoorwegen in hutjes van karton of golfplaten en bielzen. Griekenland, Athene, oktober 2000.
© Piet den Blanken, Breda
In 1989 viel het IJzeren Gordijn en de eerste vluchtelingen uit Oost-Europa waren welkom in het vrije en welvarende West-Europa. Dat veranderde in de loop van de jaren negentig en vluchtelingen werden tegengehouden bij de Oder-Neisse grens tussen Duitsland en Polen. Vanaf dat moment fotografeerde Piet den Blanken (1951-2022) vluchtelingen die probeerden ergens Europa binnen te komen. Maar de toestroom werd steeds groter én om ‘economische’ vluchtelingen te weren werd Europa steeds meer een fort. Met schrijnende situaties als resultaat. “Er zou geen onderscheid gemaakt moeten worden tussen mensen die vluchten voor geweld en mensen die migreren voor armoede en honger”, vertelde Den Blanken vorig jaar op een discussiemiddag over migratie tijdens zijn expositie bij Pennings Foundation in Eindhoven. “Wij leven op een eiland van welvaart in een zee van ellende. Niet zij zijn de uitzondering, wij zijn de uitzondering.” De expositie toonde een overzicht van vijfentwintig jaar migratie, veelal van mensen die tevergeefs probeerden Europa te bereiken, maar door grenswachters werden tegengehouden of op zee de verdrinkingsdood stierven.

De krant was Den Blankens podium. “Toch wil ik dat mijn foto’s langer meegaan dan de krant van morgen. Ik hoop dat mijn werk een soort visuele geschiedschrijving wordt.” Zijn wens was dan ook dat zijn fotoarchief ondergebracht zou worden bij de Brabant-Collectie van Tilburg University. Hij overleed april dit jaar onverwacht aan een longontsteking toen hij op reportage was in Nicaragua en Guatemala. Als hij de kans had gehad, had hij ongetwijfeld de schrijnende situatie in Ter Apel gefotografeerd, evenals de Oekraïners die wel welkom zijn en de andere vluchtelingen voor wie de grenzen van Europa gesloten blijven.

Oktober is de Maand van de Geschiedenis. Dit jaar is het thema: ‘Wat een ramp!’ Het vormde de aanleiding voor deze bijdrage, die eerder is gepubliceerd als beeldverhaal in het tijdschrift In Brabant, jg. 13, nr. 3 (september 2022), p. 46-55 en in de rubriek 'Sprekend Verleden' van Univers. Foto's van beide fotografen zullen deze maand te zien zijn op tv-schermen in de universiteitsbibliotheek.

Brabantse fotografie is een van de speerpunten van de Brabant-Collectie (gehuisvest in de Universiteitsbibliotheek Tilburg). De vintage prints en het archief van Martien Coppens worden hier beheerd. Binnenkort wordt ook het gehele oeuvre van fotojournalist Piet den Blanken aan de Brabant-Collectie overgedragen.

maandag 17 oktober 2022

De Klepel... voor wie in Prinsenbeek de klok wil horen luiden

In september 2022 rolde het 103e nummer van ‘De Klepel’ van de persen: het periodiek van Heemkundekring Op de Beek. Deze vereniging werd in september 1996 opgericht, vooral om de zichtbaarheid van Prinsenbeek te waarborgen. Deze gemeente werd namelijk per 1 januari 1997 opgeheven en onderdeel van het ‘grote’ Breda. Dat is inmiddels meer dan 25 jaar geleden. En nog steeds slaagt de redactie erin viermaal per jaar een tijdschrift samen te stellen met interessante bijdragen over de (voormalige) gemeente Prinsenbeek.
Omdat de heemkundekring vooral ook aandacht wil vragen voor de meerjarige ontwikkelingen en veranderingen in de gemeente, zijn de bijdragen van Kees Nagelkerke aan ‘De Klepel’ zo waardevol. In het septembernummer sluit hij, 85 jaren jong, zijn artikelenreeks ‘Beek, gij zijt veranderd…’ af. Er zijn in de loop van de jaren vele onderwerpen voorbijgekomen en Nagelkerke heeft ze allemaal met gevoel voor historie én een persoonlijke noot opgetekend.
Het vastleggen van de jongste geschiedenis van Prinsenbeek gebeurt in elk nummer in kroniekvorm. Data en gebeurtenissen uit het zeer recente verleden worden aldus gepresenteerd; van de sloop van een schoolgebouw tot en met de sluiting van een slagerij en de opening van een fietstunnel.
Vanzelfsprekend zijn er ook uitvoerigere artikelen te lezen over het verdere verleden, waarin dieper op buurtschappen, verenigingen, gebouwen etc. wordt ingegaan. En uiteraard komen regelmatig personen aan het woord die hun kennis over Prinsenbeek met de lezer delen of in een biografisch artikel een bijdrage leveren aan vastlegging van het verhaal van Prinsenbeek.
De heemkundekring is behalve in ‘De Klepel’ ook goed zichtbaar op internet. De website van ‘Op de Beek’ biedt een keur aan rubrieken en overzichten. Je kunt er diverse beeldbanken raadplegen die goed worden bijgehouden en voortdurend met nieuw materiaal worden aangevuld.
Bij de Brabant-Collectie (Tilburg University) is ook veel over Prinsenbeek te vinden. Een zoekopdracht in BCfinder levert meer dan zestig afbeeldingen in de Topografisch-Historische Atlas en ruim 750 boeken/artikelen op. Voor iemand die geïnteresseerd is in de geschiedenis van de gemeente of er onderzoek naar wil doen, is een bezoek aan de Brabant-Collectie dus zeker de moeite waard.

Vindplaats: T 10448

maandag 26 september 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Bladel naar Natuurbegraafplaats De Utrecht

Etappe 12 Brabants Vennenpad (18,5 km)

We beginnen de wandeling vandaag op de Markt in Bladel. Hier stond, tot de reconstructie van het marktplein in 1959-1960, het Sniedershuis: de geboorteplaats van Jan Renier en August Snieders. Eerstgenoemde kwamen we in het blogbericht van etappe 11 al tegen. August Snieders (1825-1904) was net als zijn oudere broer een bekend schrijver. In 1844 vertrok hij naar Antwerpen waar hij werkte als journalist en redacteur. Grote faam verwierf hij als letterkundige die zich opwierp voor de Vlaamse zaak.
Geboortehuis van de gebroeders J.R. en A. Snieders, Markt te Bladel. Foto.
Maker onbekend. Datering: 1959. Formaat: 9 x 13 cm. Vindplaats: B 60.1 / 810.11 (1)
In 1689 liet Jan Cuyl zijn afgebrande logement De Leeuw herbouwen. Het huis werd van 1806 tot 1886 bewoond door de roemrijke familie Snieders, geslacht van bierbrouwers en nazaten van familie Cuyl. Dit grote pand, dat bekend stond als het Sniedershuis, deed naast woonhuis en boerderij dienst als bierbrouwerij. Later kwam hier Café Groenen en de schuur was in 1936 het pakhuis van de Boerenbond. Ter nagedachtenis aan August is juni 1962 in de gevel van het nieuwe pand, dat op de plaats kwam van het oude Sniedershuis, een bronzen plaquette aangebracht. Toen dat pand in 2008 afgebroken werd, is de plaquette tijdelijk verwijderd, maar sinds 2011 is deze weer teruggeplaatst in de nieuwbouw. Onderstaande foto van de plaquette bevindt zich in onze collectie.
Foto van de bronzen plaquette van August Snieders. Maker en datering foto: onbekend.
Formaat foto: 17 x 12 cm. Vindplaats: B 60.1 / 810.12 (1)
Voor de fanatieke wandelaars die er niet genoeg van kunnen krijgen nog een tip. De Markt is het startpunt van langeafstandswandeling Sniederspad GR 565. Dit pad loopt via Turnhout naar Antwerpen: twee plaatsen in België die sterk gelieerd zijn met Jan Renier respectievelijk August Snieders.
Voordat we verder gaan, staan we nog even stil bij het gemeentehuis. Links hiervan staat het beeld van Marie (Mie) Moors, gemaakt door Wim Gubbels.
Mie Moors. Koopvrouw. Beeldhouwwerk van Wim Gubbels.
© foto (mei 2022): Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Mie handelde in eieren, kippen, konijnen en jonge bokken. Ze was een vaste passagier op de stoomtram naar Eindhoven, waar ze op de markt haar koopwaar verkocht. Bernard Fleerakkers beschrijft in De Schééper (juni 2021, nr. 129, pag. 13) de volgende anekdote over haar: “Legendarisch is het verhaal hoe zij er in slaagde om de tram niet weg te laten rijden. “Wocht èfkes!”, riep Mie tegen de conducteur, “Ik moet pisse! Dè nie”, zei de conducteur. “Tèèd is tèèd! Dè wèl”, zei Mie en ze ging voor de locomotief zitten. Dat kon zonder problemen, want ze had ’n oopetoebroek of snèlzeiker aan." Het laat zich raden om wat voor soort kledingstuk het hier gaat, maar als je er niet uitkomt kun je dat hier nalezen.

Na de Markt komen we bij Bleijenhoek en lopen langs de heemkamer van Pladella Villa. Deze naam voert terug naar een akte uit 922, waarin melding wordt gemaakt van een Karolingische hofstede met die naam. Hier tekende Karel de Eenvoudige een akte, die wordt gezien als het begin van het Graafschap Holland. Vaak wordt beweerd dat die versterkte hofstede in het huidige Bladel moet hebben gestaan, maar overtuigend bewijs hiervoor is nog niet gevonden. Neemt niet weg dat onderstaande prent uit onze collectie een mooie weergave is van waar het zogenaamde Oude Hof van Bladelle gesitueerd zou kúnnen zijn. De prent staat in deel 2 van Aloude Hollandsche histori etc. van Gerard van Loon (1743). Dit boek is zowel online als fysiek raadpleegbaar op locatie bij de Brabant-Collectie.

Plattegrond met kerk van Bladel en grond en gracht van het Oude Hof van Bladelle.
Ets. Maker: A.Z. Datering: onbekend. Formaat: 16,2 x 22,4 cm. Vindplaats: B 60.1 / 820.11 (1)
We verlaten Bladel en lopen noordwaarts richting Hulsel. Kijk je in de wandelgids van Het Brabants Vennenpad dan lijkt dit op het eerste oog een saai stukje. Maar niets is minder waar. Waterschap De Dommel, Brabants Landschap en Natuur-en (weide)vogelvereniging Reusel-De Mierden zijn hard bezig geweest een ecologische verbindingszone te maken tussen Bladel en Landgoed De Utrecht. Het beekje De Raamsloop kreeg natuurvriendelijke oevers, poelen werden aangelegd, bomen gerooid, struiken aangeplant en langs enkele akkers kwamen een keverbank en een bijenrand.
In de jaren 50-60 van de vorige eeuw maakte Gaston Remery in de omgeving van Hulsel deze twee mooie sfeerbeelden: een impressie van het werken op het land en het leven op de boerderij.
Graanoogst omgeving Hulsel. Foto. Maker: Gaston Remery. Datering: 1958. Formaat: 20,3 x 25 cm.
Vindplaats: GR/map 4 arbeid/022. © Gaston Remery / Brabant-Collectie, Tilburg University
Vrouw in woonkamer van haar boerderij. Foto. Maker: Gaston Remery. Datering: 1963.
Formaat: 25,2 x 20,2 cm. Vindplaats: GR/map 3 woning/049.
© Gaston Remery / Brabant-Collectie, Tilburg University
Na Hulsel laten we de bebouwing achter ons en bereiken de Neterselse Heide, door Brabants Landschap in 2004 voor het symbolische bedrag van 1 euro opgekocht van gemeente Bladel. Aansluitend komen we bij de Mispeleindse Heide, onderdeel van Landgoed De Utrecht. Wat je hier letterlijk niet over het hoofd kan zien, is de in 2011 geopende D’n Flaestoren, gelegen aan het gelijknamige ven De Flaes. De combinatie van acht bomen (afkomstig uit dit gebied) en een flinke portie staal geven de toren een robuust, maar ook open karakter. Je moet er wat trappen voor lopen, maar dan word je getrakteerd op een fenomenaal uitzicht. Vanaf een platform op 22 meter hoogte overzie je het gehele gebied. Het is een uitgelezen plek om vogels te spotten. Met wat geluk kun je tijdens de najaarstrek in augustus bijvoorbeeld de Zwarte Ooievaar op het ven zien foerageren. Vergeet niet een 1 euro muntstuk mee te nemen, anders kom je de toren niet op.
Uitkijktoren De Flaes (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De Flaes heeft ook op de mens de nodige aantrekkingskracht. Zo werd in de zomer nogal eens gezwommen in het ven.
Lage Mierde, De Flaes. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend. Uitgever: Fa. C. Hendrix-van Loon,
Lage Mierde. Formaat: 9 x 13,8 cm. Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University   
In een ‘echte’ winter, met genoeg vorst, kun je er schaatsen. Dat gebeurt hier al sinds 1925. Het ven had een ware regiofunctie en werd druk bezocht. Met als triest neveneffect vernielde oevers en rondslingerend afval. Het werd zelfs zo erg dat de houtvester van Landgoed De Utrecht dreigde het ven voor de schaatsers af te sluiten. De oprichting van IJsclub De Flaes in 1933 voorkwam dit en zorgde voor “orde en regelmaat bij het schaatsen”, aldus de notulen van de oprichtingsvergadering.

We komen aan bij buurtschap Dun dat al in de middeleeuwen een ontginningsgebied was van de Heerlijkheid Hilvarenbeek. De opbrengsten waren laag en in 1890 stonden er nog maar acht bewoonde huizen, waarvan twee boerderijen een jaar later afbrandden. In 1899 begon Levensverzekering Maatschappij Utrecht in dit gedeelte van Brabant een groot ontginningsproject als geldbelegging. Heidevelden werden opgekocht en ontgonnen tot landbouwgronden en bos. Meer hierover lees je in het volgende blogbericht.
Onze route loopt door De Hertgang, een mooi bosgebied met de meanderende beek de Reusel. Op 14 mei 1969 schreef Pierre van Beek over dit gebied een lovend artikel in Het Nieuwsblad van het Zuiden (integraal te lezen op de website van Cubra). Van Beek beweert dat de oevers van de Reusel aan de ontginning ontsnapt zijn. In zijn boek Kijk op Esbeek (2011, pag. 205-206) weerlegt Jan van Helvoirt deze uitspraak. Van Helvoirt zegt dat op deze plek in de 14e eeuw of al eerder ontgonnen werd. Akkers en beemden werden aangelegd, boerderijtjes werden gebouwd en herbouwd. Rond 1900 kon dit cultuurlandschap ‘vervallen’ tot natuur, terwijl de omringende heide ontgonnen werd. Het vaak gebruikte stempel ‘eeuwenoud natuurgebied’ is in zijn ogen dan ook niet terecht.

Even kort afwijken van de route voor een pauze bij herberg In den Bockenreijder is eigenlijk een ‘must’. Zeer terecht is deze pleisterplaats in het bos in 2015 uitgeroepen tot het beste café van Nederland.
Lage Mierde, Herberg "In den Bockenreijder". Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend. Uitgever:
Fa. P. Meulenbroeks, Lage Mierde. Formaat: 9 x 13,5 cm. Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
In den Bockenreyder (september 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In de jaren 30 van de vorige eeuw begint Janus de Bruyn een buurtcafétje dat al snel de naam In den Bockenreyder krijgt. Deze naam berust op een verkeerde interpretatie van het woord Hertgang, waarbij ‘hert’ geassocieerd wordt met ‘bok’. Het heeft dus helemaal niks te maken met bokkenrijders. Ed van Hees (zie: Tussen Paradijs en Toekomst, 2021, nr. 113, pag. 33-34) sprak in 2019 met de toenmalige beheerder Ad de Bruyn, de kleinzoon van Janus, over de vroege jaren van het café. Janus was het café begonnen zonder vergunning. In 1940 kreeg hij hiervoor een boete. Tevens werd de gehele drankvoorraad geconfisqueerd, wat een grote strop was. Een vaste bezoeker schoot de kroeg te hulp. Hij liet een fotograaf (naam onbekend) een foto van het interieur van de kroeg maken, met de bazin achter de tap en opa voor de haard. De foto werd als prentbriefkaart verkocht bij boekhandel P. van de Borne in Esbeek. De verkoop liep dermate goed dat van de opbrengst een vergunning voor het schenken van alcoholische dranken gekocht kon worden. Om welke prentbriefkaart het hier precies gaat, is bij ons niet bekend. Het zou wellicht deze kunnen zijn. Weet jij om welke prentbriefkaart het gaat, neem dan zeker contact met ons op.

We laten de gezellige drukte bij de Bockenreyder achter ons en lopen het bos weer in. Via een slingerend en licht geaccidenteerd pad over de restanten van een zandverstuiving bereiken we het eindpunt van deze dag. De volgende keer gaan verder naar Hilvarenbeek.


Bronnen:
  • M.P.C. Daniëls: Bladel en Netersel in oude ansichten, deel 2. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1985. Vindplaats: BRA Z6 ANSI BLAD 2
  • B. Fleerakkers: Toen d'n tram nog door Reusel liep (3). In: De Schééper, juni 2021, jaargang 33, nr. 129, pag. 13-19. Vindplaats: T 08741
  • E. van Hees: "In d'n Bockenreijder". Een café op Dun met geschiedenis. In: Tussen Paradijs en Toekomst, oktober 2021, jaargang 40, nr. 113, pag. 33-34. Vindplaats: T 07486
  • J. van Helvoirt: Kijk op Esbeek: 100 verhalen over de geschiedenis van Esbeek. Esbeek: Werkgroep Heemkunde Esbeek, 2011. Vindplaats: BRA Y HELV 2011
  • N.A.J.C. van Limpt: Bladel en Netersel in oude ansichten, deel 1. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1972. Vindplaats: BRA Z6 ANSI BLAD 1
  • J. Peijnenburg: De Sniedersweek te Bladel 9-17 juni 1962. In: Brabantia, jaargang 11, nr. 4, pag. 187-195. Vindplaats: T 00820
  • W. van Teeffelen: 60 jaar IJsclub "De Flaes"; historie in een notedop. In: Tussen Paradijs en Toekomst, 1993, jaargang 12, nr. 36, pag. 77-84. Vindplaats: T 07486

maandag 19 september 2022

In Holland staat een huis. Hoe ik na vijftien jaar Nederlander werd

Afgelopen juni verscheen het autobiografisch boek, getiteld In Holland staat een huis, van de 30-jarige Bosschenaar Yosef Tekeste-Yemane. Hierin beschrijft hij zijn vlucht uit Ethiopië met zijn moeder en broertje in 1994, het 2-jarig verblijf in asielzoekerscentra, de fijne tijd in Putten op de Veluwe en de illegaliteit in ’s-Hertogenbosch, waarin het gezin daarna belandt. In ‘s-Hertogenbosch worden ze opgevangen door VAST (Vrouwen Actie Steunpunt, momenteel Stichting VESTA), een lokale stichting die opkomt voor vluchtelingenvrouwen en -kinderen. Het gezin komt in overvolle opvanglocaties in de Havenstraat, de Vughtse Isabellakazerne en Mariaoord, een klooster in Rosmalen. Het zijn barre omstandigheden waaronder zij leven, samen met vele anderen ongedocumenteerden. Yosef vertelt openhartig over de moeilijke tijd als jonge basisschoolleerling en de impact die het had op zijn leven. Lang accepteerde hij de situatie, maar aangespoord door zijn moeder besloot hij zelf in actie te komen na het Generaal Pardon in 2007. Hij mocht dan wel in Nederland blijven, maar kreeg geen paspoort omdat hij geen papieren had die zijn afkomst bewezen. Hij voelde zich een tweederangsburger en benaderde tv-presentatoren, redacties, politici en Peter R. de Vries. Door De Vries gaat het balletje rollen en komt zijn situatie onder de aandacht van de politiek. Het boek beschrijft de strijd die Yosef moest leveren en het succes ervan in 2021. Na 15 jaar is hij eindelijke Nederlander. Daarnaast kregen 10.000 vluchtelingen, die in een soortgelijke situatie verkeerden, ook een paspoort.

Vindplaats: BRA T4 TEKE 2022