Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label polders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label polders. Alle posts tonen

maandag 7 juli 2025

Een hoeve met een intrigerende naam

Dat de Brabant-Collectie een unieke en rijke verzameling is, moge duidelijk zijn voor de lezers van ons blog. Hier tonen we immers graag onze meest fraaie bezittingen. Objecten die niet direct in het oog vallen, leiden vaak een meer verborgen leven. Maar ze kunnen op hun beurt onverwacht aanleiding zijn voor een aangename speurtocht door onze collectie.
Neem bijvoorbeeld onderstaande foto van Jan van Giersbergen. Deze afbeelding spreekt misschien niet meteen tot de verbeelding: een woonhuis, gelegen op een hoge oever, wat kale bomen en rechts twee boten in het water.
Hoeve 'De Dood' - Biesbosch. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk.
Maker: Jan van Giersbergen. Datering: 1950-1970. Formaat: 13,7 x 13,2 cm.
 Vindplaats: Giersb_NB_80. © Brabant-Collectie, Tilburg University
Het is hier niet zo zeer het beeld dat intrigeert, maar het opschrift van deze foto: Hoeve ‘De Dood’- Biesbosch. Voor een ieder met een gezonde dosis nieuwsgierigheid borrelt de vraag al snel op waar die naam vandaan komt. De foto zelf geeft, afgezien van genoemde tekst op de achterzijde, geen extra aanknopingspunten. Een snelle zoekactie op internet levert als resultaat dat het hier moet gaan om polder De Dood in de Brabantse Biesbosch. Blijft natuurlijk de prangende vraag waar die naam vandaan komt.

Kijkend naar de naamgeving van polders, dan is daar soms een zekere structuur in te vinden. Zo zijn er polders die eindigen op ‘waard’, ‘hoek’, ‘zand’ of ‘plaat’. Denk in het geval van de Biesbosch bijvoorbeeld aan Noordwaard, Jannezand en Toontjesplaat. Ook plant- en diernamen worden gebruikt: Palingsloot, Steurgat. Er zijn polders die herinneren aan de voormalige eigenaren, bijvoorbeeld Corneliapolder. En sommige namen (bijvoorbeeld Moordplaat) hinten op een meer duistere periode. Zou dat gelden voor ‘onze’ polder De Dood?
Online zijn enkele naamsverklaringen te vinden. Zo is er een anekdote die vertelt over een verdrietige boer met twee rivaliserende zoons in polder Boerenverdriet. Een ruzie tussen die twee liep uit de hand; de een stak de ander in polder Moordplaat met een hooivork in zijn rug. De gewonde man kon vluchten, maar stierf in de nabijgelegen polder De Dood. Een andere verklaring is dat de naam verwijst naar een koe die in de polder dodelijk werd getroffen door de bliksem. Verder schijnt in dit gebied ooit een familie gewoond te hebben met de naam 'Dood', 'Dodde' of 'Doede'. En dan is er nog de mogelijke correlatie met een eendenkooi. Het einde van de pijp van een eendenkooi wordt namelijk ‘de dood’ genoemd (denk aan de zegswijze ‘De pijp uit gaan’). Juist in deze polder bevond zich een van de grootste eendenkooien van de Brabantse Biesbosch. Ook Thomas Westerhout ziet hier de herkomst van de benaming van griendcomplex De Dood: “Een vreemd aandoende topografische naam, waarvan vrijwel zeker is dat die is ontleend aan het kooibedrijf en wel aan de benaming van het vang- of sterfhok.” (In: De tijd kent geen genade, 2020, pag. 19).


De polder heette overigens eerst Bloemplaat, maar dat leverde soms misverstanden op, omdat er zowel onder Drimmelen als onder Dussen een polder met die naam lag. Ten tijde van de kooiers begon de naam Bloemplaat te verwateren en kwam zowel in de volksmond als op papier de naam De Dood in zwang (Westerhout, 2020, pag. 19). Frank Saris stelt dat deze naam vanaf 1806 bekend is (F. Saris e.a.: De Biesbosch etc., 2021, pag. 83).


Naast kooikers waren vanaf de 15e eeuw tot in de jaren 1950 griendwerkers actief in de Biesbosch. De wilgentenen die ze kapten, hadden diverse toepassingen: vlechtwerk, oeverbeschoeiing, bezemstelen, meubels etc. Van Giersbergen legde het zware werk aldus vast.
Biesbos. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk. Maker: Jan van Giersbergen.
Datering: 1950-1970. Formaat: 13,2 x 17,9 cm.
Vindplaats: Giersb_NB_15. © 
Brabant-Collectie, Tilburg University
De werklui verbleven vaak een week in eenvoudige hutten in de Biesbosch, ver verwijderd van thuis. Een bekende uitdrukking uit die tijd was “Roeien tot de dood en verder op de zeilen”, en dat brengt ons weer bij polder De Dood. Online is te lezen: “De griendwerkers gingen ‘s maandags de Biesbosch in en kwamen er ‘s zaterdags weer uit. Dit betekende vaak zo’n drie uur roeien. Daarbij keek men naar het getijde, dat toen tussen de één en twee meter lag. In het staartje van de vloed werd van wal gegaan, waardoor men kon profiteren van het afgaand tij, om gemakkelijk diep de Biesbosch in de roeien. Ging men weer terug op zaterdag, dan profiteerde men van het opgaand tij om terug te varen. Er was een gezegde, dat in die tijd luidde: ‘Het is tobben tot de dood en dan zeilen’. De polder ‘De Dood’ lag ongeveer in het midden van de Biesbosch. Hiermee werd bedoeld, dat men tot vlak voor deze polder nog tegen de stroom in roeide, waarop het tij keerde en men het laatste deel op het getijde mee kon drijven. Kijk dus even op je kaart waar de polder ‘De Dood’ ligt.”
Een mooi aanknopingspunt om in onze kaartencollectie op zoek te gaan naar de polder met deze intrigerende naam.

Onze oudste kaart met vermelding polder De Dood is onderstaande uit 1842. Afgebeeld zijn de Biesbosch en Het Bergse Veld, een ondiepe binnenzee met droogvallende platen, ontstaan na de Sint-Elisabethsvloed van november 1421. Vóór die tijd lag hier de Grote of Zuid-Hollandse Waard: een uitgestrekt landbouwgebied tussen Geertruidenberg en Dordrecht, omgeven door een ringdijk en aangelegd in de 13e eeuw. Door een stormvloed bezweken diverse verwaarloosde dijken en stroomde het land vol water. Dorpjes werden verzwolgen, zo’n 3.000 mensen verdronken.
Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid Hollandschen Waard bekend
onder den naam van Biesbosch en Bergsche Veld.
 Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1842.
Formaat: 37 x 43 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1842 (1) 
Op onderstaande uitsnede van deze kaart is te zien dat er in 1842 drie polders waren met het woord dood erin: de Beneden-dood of Bloemplaat, de Boven-dood of Moordplaat en de Nieuwe dood. In de tabel rechts staat dat bekading van de eerste twee polders plaats vond in 1813, en die van de Nieuwe dood in 1830. Op de Beneden-dood zijn een huis en een eendenkooi ingetekend. En op die plek staat nog steeds een huis, in de jaren 1950-1970 gefotografeerd door Van Giersbergen.
Uitsnede van: Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid
Hollandschen Waard bekend onder den naam Van Biesbosch en Bergsche Veld

De Werkendamse notabelen Gerard van Houweninge en zijn schoonzoon Bastiaan Verheij van den Boogaard kochten in 1813 polder de Bloemplaat. Op het moment van aankoop waren hier nog geen grienden, maar een twintigtal jaar later waren al tientallen hectares aangeplant. Rond 1916 was de polder nog verder gecultiveerd, zoals te zien is op onderstaande uitsnede van een kaart uit dat jaar.
Uitsnede van een kaart van de Biesbosch. Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1916.
Formaat gehele kaart: 25 x 41,5 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1916 (1)
In 1851 kocht Gijsbert van Tienhoven (1801-1864) - gehuwd met Klasina Christina van den Boogaard (1806-1864) – van zijn oom Bastiaan de Bloemplaat of Beneden-Dood plus de aangrenzende polder Nieuwe Dood. Overigens bezat aannemer Gijsbert nog veel meer grond in de Biesbosch en het Land van Heusden en Altena. Gijsbert en Klasina waren de grootouders van onder andere Pieter G. van Tienhoven (1875-1953). Hij werd zelfbenoemd rentmeester van de eigendommen van de Van Tienhovens in de Biesbosch. Pieter was daarnaast medeoprichter, bestuurslid en penningmeester van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Anders dan natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, de initiator van Natuurmonumenten, was Pieter vooral de financiële strateeg die gespitst was op uitbreiding van het grondbezit van de vereniging. Frank Saris geeft in zijn boek Rentmeester van nature (2024) een interessante uiteenzetting over deze man en het karakter van natuurbescherming begin 20e eeuw. Maar daar gaan we in een van de volgende blogberichten nader op in. Uiteindelijk was familie Van Tienhoven ruim 99 jaar lang eigenaar en uitbater van deze polder. De Tilburgse aannemer J.G. Heijnen kocht in 1950 alles op en zette de exploitatie van de grienden voort, maar slechts voor acht jaar. In 1958 werd Staasbosbeheer de nieuwe eigenaar, en dat is nu nog steeds zo.
Dankzij een eigenzinnige medewerker van Staatsbosbeheer werd de polder een natuurontwikkelingsgebied avant-la-lettre. Consulent Wil Thijsen ging na een storm in 1962 namelijk tegen de gevestigde mores in. Een groot gat was in de dijk van De Dood geslagen. Thijsen stond voor de keuze: dure herstelwerkzaamheden laten verrichten of niks doen. Hij koos expliciet voor het laatste en daarmee werd de eerste ontpoldering in Nederland een feit. Het getij kreeg vrij spel en het water kon vrij in en uit de polder stromen: De Dood was een zogenaamde rijdende polder geworden. Dit bleek een gouden zet voor de natuur, want de vogelstand kende een explosieve toename. Maar Thijsen kreeg voor zijn ‘nalatigheid’ een officiële berisping. Later kwam men tot het inzicht dat ruimte geven aan de natuur juist kan leiden tot waardevolle ontwikkelingen. Polder De Dood is mede dankzij Wil Thijsen een belangrijk natuur- c.q. vogelreservaat geworden.

Een andere naam die niet onvermeld mag blijven in het kader van deze polder is die van Dirk Fey. Deze vogel- annex boswachter trad in 1965 in dienst bij Staatsbosbeheer en werkte hier ruim 43 jaar. Samen met zijn gezin betrok hij het huis op polder De Dood, hieronder ingetekend op een waterkaart van de ANWB.
Uitsnede van: Biesbosch ANWB Waterkaart. Kleurenoffset. Uitgever: ANWB. Datering: 1977.
Formaat: 60,5 x 76 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1977 (1)
In De tijd kent geen genade (Westerhout, 2020) staan twee foto’s van het huis op De Dood (pag. 266 en pag. 264). Westerhout schrijft dat het oorspronkelijk huis uit 1826 door een brand werd verwoest in 1915. Op dezelfde plek werd dat jaar een nieuw huis gebouwd. In 1939 volgde een grote verbouwing, waarbij onder andere een piramidevormig dak werd aangebracht. In 1988 werd wederom verbouwd, waarbij de buitendeur werd verplaatst van de zuidelijke naar de noordelijke gevel.

Een laatste speurtocht in onze kaartencollectie levert onderstaand juweeltje op. F.W. Michels maakte deze kaart in 1973 in opdracht van N.V. Waterwinningsbedrijf Brabantse Biesbosch. Het bedrijf wilde op 13 augustus 1974, de dag van de officiële ingebruikname van de spaarbekkens, laten zien hoe de Biesbosch erbij lag vóór de aanleg van die bekkens. Naast de kaart verscheen het boekwerkje De Biesbosch, waarin Michels een gedetailleerde toelichting geeft op zijn werk. De kaart blinkt uit in detaillering: namen van polders en boerderijen, vermeldingen van de talrijke eendenkooien, fraaie sierletters, een gravure van een geschilderd tweeluik, de gemeentewapens van omliggende plaatsen, en dat alles omlijst met 156 miniatuurtjes van planten, dieren en andere zaken uit de Biesbosch. De liefhebber kan hier veel kijkplezier aan beleven.
De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena.
Gekleurde fotolithografie. Maker: F.W. Michels. Formaat: 67 x 92 cm. Datering: 1973.
Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1973 (1)
Hier en daar staan korte toelichtende tekstjes op de kaart. Zo ook bij ‘onze’ polder: De Dood Ao. 1813. Dijkbreuken dec. 1962. Sindsdien “rijdende polder”, en staatsnatuurreservaat, tezamen met de Vloedbossen, omsloten door Binnen- en Buitenkooigat, Gat v.d. Slek, en Gat v.d. Turfzak.
Uitsnede van: De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena
Tot zover de duik in onze collectie, en dat alles naar aanleiding van een foto met een intrigerend opschrift. De Brabant-Collectie herbergt nog veel meer informatie over de Biesbosch, dus een bezoek aan ons is zeker de moeite waard. Digitaal kan dat uiteraard ook: zoeken op Biesbosch in BCfinder levert een schat aan informatie op.

Bronnen en verder lezen:
  • K. Mennen: Natuurbeschermers: een politieke gescheidenis van de natuurbeschermingsbeweging (1930-1960). Hilversum: Verloren, 2025. Vindplaats: NGE W3 MENN 2025
  • F.W. Michels e.a.: De Biesbosch. 's-Gravenhage: Mouton; Rotterdam: Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch, 1974. Vindplaats: CBM B 02027
  • F. Saris e.a.: De Biesbosch: na zes eeuwen, land van het (weer) levende water. Woudrichem: Pictures Publishers 2021. Vindplaats: BRA W SARI 2021
  • F. Saris: Rentmeester van nature: Pieter G. van Tienhoven 1875-1953. Gorredijk: Noordboek, 2024. Vindplaats: NGE A7 SARI 2024
  • T. Westerhout: De tijd kent geen genade: zes eeuwen werken en wonen in en rond de Biesbosch: bevochten water, herwonnen land en de verdwenen polders in de Zuidwaard. Werkendam: De Angelot, 2020. Vindplaats: BRA Y WEST 2020
  • Online resource: West-Vlaamse Intercommunale Dienstverlenende Vereniging: Wilgenkartering in de Brabantse, Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch 2012-2013. Uitgave april 2014. Klik hier.
  • W. van Wijk: Het Biesbosch boek. Zwolle: Waanders, 2009. Vindplaats: BRA W4 WIJK 2009
  • W. van Wijk: Historische atlas van de Biesbosch: zes eeuwen Biesbosch in 79 kaarten. Zwolle: WBOOKS, 2021. Vindplaats: BRA Z4 WIJK 2021

vrijdag 2 februari 2024

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Terheijden naar Oosterhout

Etappe 6 Zuiderwaterlinie Wandelpad (21,7 km)

Startpunt Terheijden en eindpunt Oosterhout liggen hemelsbreed voor een wandelaar slechts 9 km van elkaar verwijderd. Maar onze route van het Zuiderwaterlinie Wandelpad voegt er enkele uitstapjes in noordelijke en zuidelijke richting aan toe en dus zullen we vandaag flink wat meer kilometers gaan maken. Onderstaande uitsnede van een historische kaart uit 1794 toont het gebied dat we doorkruisen én enkele plaatsen met een rijke historie, zoals de Spinolaschans en de linies Den Hout en Munnikenhof. Maar daarover straks meer.
Uitsnede van: Plan van de steden en environs van Breda, en Geertruidenberg.
Manuscriptkaart (pen, gekleurd). Maker: Joan H.A. Camp. 
Datering: 1794.
Formaat van de gehele kaart: 42 x 64 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Breda / 1794 (1)
We beginnen bij knooppunt 15 aan de zuidrand van Terheijden. Als snel verlaten we de bebouwing en via de Schimmelseweg komen we bij een schelpenpad dat ons voert langs de Terheijdense Binnenpolder. Tot begin 14e eeuw lag hier een veenpakket van ruim twee meter dik. Daarna startte de turfwinning die vele eeuwen zou voortduren. Op dit moment zijn Waterschap Brabantse Delta en Staatsbosbeheer druk bezig om dit eens zo waardevolle natuurgebied in ere te herstellen.
We komen bij de Linie van Den Hout, een stelsel van aarden wallen begroeid met bomen. Aan onze linkerkant raast iets verderop het autoverkeer op de A59 voorbij, rechts liggen maïsvelden. Hoe anders moet de aanblik zijn geweest toen Frederik Hendrik in 1625 opdracht gaf deze wallen aan te leggen. Sowieso zijn de eiken die we nu zien pas na 
1830 aangeplant. Vóór die tijd was alles kaal, zodat het zicht op de vijand onbelemmerd was. In 2004 is een gedeelte van de aanplant gekapt om de zigzagvorm van de linie weer zichtbaar te maken.
Informatiebord bij de Linie van Den Hout (augustus 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Frederik Hendrik wilde de aarden wallen gebruiken als uitvalsbasis voor een aanval op de Kleine Schans in Terheijden. Op die manier wilde hij het door de Spanjaarden zwaar belegerde Breda bevoorraden. Maar de slag werd een fiasco en Breda kwam op 2 juni 1625 in Spaanse handen. Pas 12 jaar later wist Frederik Hendrik de stad te bevrijden.
In 1701 maakte Menno van Coehoorn van de eenvoudige wallen een heuse linie als onderdeel van de Zuiderfrontier, een aaneengesloten reeks van verdedigingswerken en inundatiegebieden van Bergen op Zoom tot en met 's-Hertogenbosch. Tussen Breda en Geertruidenberg lag een gedeelte van het land zo hoog dat het onmogelijk onder water gezet kon worden. Daarom werden hier extra verdedigingswerken gebouwd. De Linie van Den Hout en de eveneens in 1701 aangelegde Linie van de Munnikenhof waren daar onderdeel van. 
We lopen een stukje over deze linie, een aarden wal in zigzagvorm met een natte gracht. Toen in 1912 begonnen werd met de aanleg van het Markkanaal vond men het blijkbaar geen probleem dat dit kanaal dwars door de linie heen sneed. Gelukkig is het resterende gedeelte aangemerkt als natuurgebied en is Linie van de Munnikenhof begin 21e eeuw in ere hersteld, inclusief de oorspronkelijke gracht.
Het vestingwerk ontleent zijn naam aan Buytenplaets Het Munnikenhof dat in 1324 toebehoorde aan de Abdij van Middelburg en ten noorden van de huidige linie lag. Vóór het Beleg van Breda in 1624 woonden er Norbertijnen van de Abdij van Tongerlo. Momenteel vind je hier een boerderij en een mini-camping.
We lopen langs het Markkanaal, steken het water over en gaan verder zuidwaarts over de Hartelweg. De huizen die hier staan, vormen tegenwoordig buurtschap De Hartel. Het ligt op een zandrug ten oosten van de Mark en ten noorden van polder de Lage Vucht. Oorspronkelijk lag het ten noorden van het huidige Markkanaal, maar dit gehucht is in de 17e eeuw verdwenen.

We slaan rechtsaf voor een uitstapje rondom het volgende verdedigingswerk: de Spinolaschans, ook wel de Grote Schans genoemd. Deze schans is volledig begroeid met eiken en in het midden ligt een grasveld.
Spinolaschans (augustus 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De schans ontleent zijn naam aan veldheer Ambrogio Spinola, die hier in 1624 een strategische plek vond voor de belegering van Breda. De schans, aangelegd op een rivierduin, blokkeerde de noordelijke toevoerwegen naar Breda. Op die manier kon hij de bevolking van deze stad uithongeren en tot overgave dwingen.
Ambrosius Spinola. Opperbevelhebber van 't Spaansche Leger in de Nederlanden.
Kopergravure. Maker: Jacob Houbraken. Datering: 1749-1796.
Formaat: 22,4 x 14,7 cm. Vindplaats: P / S 79.6 (2)
Onderstaande kaart van de Brabant-Collectie toont de vestingwerken en de inundatievlaktes tijdens het Beleg van Breda door Spinola in 1624. Bekijk deze kaart vooral ook op onze website BCfinder waar je kan inzoomen op detailniveau.
Obsidio Bredae per Ambrosium Spinolam Anno D. 1624. Kopergravure. Maker onbekend.
Uitgever: Joan Blaeu. Datering: 1647-1649. Formaat: 54,8 x 65,9 cm. Vindplaats: B 83 / 1624/1625 (8)
De oriëntatie van de kaart is naar het oosten. Centraal ligt Breda. Ten noorden van Breda (hier dus links op de kaart) ligt de Vuchtpolder met dwars daar doorheen lopend de Zwarte Dijk met redoutes, maar zo dadelijk meer hierover. Nog een klein stukje verder naar links, bij nummer 2 en rood omcirkeld op onderstaande uitsnede, ligt de Spinolaschans.
Uitsnede van Obsidio Bredae etc. met rechts bij nr. 2, rood omcirkeld, de Spinolaschans.
Na het Beleg van Breda liet Spinola de schans grotendeels afbreken. Maar Frederik Hendrik, die in 1637 Breda bevrijdde, liet de schans herbouwen en uitbreiden tot de huidige vorm. Tot 1838 is de schans nog een verdedigingswerk, ook al neemt het belang ervan steeds verder af. Uiteindelijk deed het enkel dienst als opslagplaats voor militair materieel. Sinds 1985 is het terrein in handen van Staasbosbeheer.

We komen aan bij de Strikberg, een rivierduin gevormd door het zand dat rivier de Mark hier afzette. Via een fraai graspad langs kleinschalig beheerde weilanden komen we bij de eerdergenoemde Zwarte Dijk, gelegen aan de Lage Vuchtpolder. Vucht is een Oudhollands woord voor vocht. Dat het hier zo vochtig is, komt onder andere door het jarenlang afgraven van veen in de 14e eeuw. Schuiten, voortgetrokken door trekpaarden op de Zwarte Dijk, transporteerden de gewonnen turf. Door de ontginning kwam het gebied lager te liggen en was het in de 17e en 18e eeuw uitermate geschikt voor inundatie. In die tijd lag de Zwarte Dijk midden in de Vuchtpolder, zoals te zien is op bovenstaande kaart Obsidio Bredae. Nu is alles aan onze rechterzijde bebouwd. Op de Zwarte Dijk liet Spinola voor zijn soldaten verschansingen bouwen, de zogenaamde redoutes. Bovengronds is hiervan niks bewaard gebleven en de exacte locatie en afmetingen zijn helaas niet bekend. Onlangs zijn de redoutes in ere hersteld en Merel van der Linden creëerde hier landschapselementen
.
Zwarte Dijk met landschapselementen van Merel van der Linden (augustus 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In de 20e eeuw was de Lage Vuchtpolder een landbouwgebied, maar nu is het weer teruggegeven aan de natuur en omgevormd tot een 'natte natuurparel' met ruimte voor plant en dier.

We bereiken de noordrand van Teteringen. Bij de uit 1927 daterende Sint-Willibrorduskerk aangekomen, slaan we links af en lopen het dorp uit.
Sint-Willibrorduskerk, Teteringen (augustus 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
R.K. Kerk Teteringen. Prentbriefkaart. Maker en uitgever onbekend.
Datering: 1940-1970. Formaat: 14 x 8 cm. Vindplaats: pbk-T 23.1 / 411.11 Will (1)
We bereiken de Vrachelse Heide. Iets van de route af ligt in de bossen Schans bij het Pannenhuis. Rond 1647, tijdens de Hollandse Oorlog, waren in herberg Het Pannenhuis soldaten van diverse nationaliteiten ingekwartierd. De aangelegde schansjes moesten Oosterhout verdedigen tegen de vijand. Vandaag de dag zie je niets meer van die schansjes en is het louter een panvormige laagte in het bos. Op onderstaande uitsnede van een kaart uit 1637 zie je iets links van het midden de benaming pannenhuys staan. Tevens staan op de kaart de Zwarte Dijk, de Vuchtpolder en Teteringen vermeld.
Uitsnede van Belegering van Breda door Frederik Hendrik. Kopergravure. Maker:
Hendrik Hondius (I). Datering: 1637. Formaat gehele kaart: 35,8 x 45,2 cm.
Vindplaats: B 83 / 1637 (12) 
Het eindpunt van onze wandeling is knooppunt 38, net vóór de brug over het Markkanaal. De volgende keer lopen we verder naar Raamsdonk.

Bronnen:
  • A. Andriessen e.a.: Dagboek van een dorpspastoor in Teteringen: een tijdsbeeld van 1925 tot en met 1945. In: Themanummer Teterings Erfdeel, 2019, nr. 110, pag. 1-92. Vindplaats: T 09644
  • D. Janssens: Omwaterde Kastelen of Heerenhuijsingen bij de Linie van Munnikenhof. In: Themanummer De Vlasselt, 2008, nr. 119, pag. 1-64. Vindplaats: T 07454
  • M.A. Kuijpers: 100 jaar Markkanaal 1905-2005. Breda: Kuijpers, 2005. Vindplaats: BRA W3 KUIJ 2005
  • G. Otten: De Hartel: een Terheijdense buurtschap in Breda. In: Themanummer De Vlasselt, 2012, nr. 135, pag. 1-95. Vindplaats: T 07454
  • J.P.M. Rooze: De belegering van Breda door Spinola 1624-1625. Alphen a/d Rijn: Canaletto/Repro-Holland, 2005. Vindplaats: BRA N2 ROOZ 2005

donderdag 14 december 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Zevenbergen naar Terheijden

Etappe 5 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 26 km)

We pakken de draad weer op bij knooppunt 56 aan de westrand van Zevenbergen. Al in de 13e eeuw lag hier op verhogingen in het landschap een nederzetting, omringd door moerassen, kreken en rivier de Mark. Een belangrijke bron van bestaan was, naast de winning van turf, die van zout uit deze turf (moernering). Vanaf de tweede helft 19e eeuw floreerde de suikerindustrie, mede door de aanwezigheid van goede landbouwgronden, waterverbindingen en arbeidskrachten. Bij deze handel vormde de haven, die dwars door Zevenbergen liep, een belangrijke schakel: ze verbond de Mark via de Roode Vaart met het Hollandsch Diep. De haven werd rond 1970 gedempt, maar sinds december 2020 stroomt hier weer water. Aan de haven liggen de straten Noord- en Zuidhaven. Onderstaande prentbriefkaart uit de Brabant-Collectie toont de Zuidhaven, met op de achtergrond een gedeelte van de toren van de Hervormde Kerk op de Markt.
Zevenbergen. Zuidhaven. Gekleurde prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: vóór 1929.
Uitgever: Arn. M. Greven, Zevenbergen. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-Z 29.1 / 133.4 (1)
Aan de andere kant van het water ligt de Noordhaven. Op onderstaande foto zijn nog net de twee schoorstenen van de Coöperatieve Suikerfabriek aan de Blokweg te zien.
Zicht op de Noordhaven (april 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In 1858 richtten gebroeders De Bruyn in Zevenbergen De Azelma op, de eerste suikerbietenfabriek van Nederland. Andere particuliere fabrieken, zoals De Phoenix (1867) en De Dankbaarheid (1872), volgden, maar moesten sluiten door de komst van de Coöperatieve Suikerfabriek in 1917. De Azelma bleef tot 1928 bestaan en werd in de jaren 1950 gesloopt. In diezelfde periode maakte Martien Coppens onderstaande foto van de Coöperatieve Suikerfabriek. In 1987 sloten hier de poorten na fusies met andere suikerfabrieken in de regio.
Coöperatieve Suikerfabriek Zevenbergen. Foto. Maker: Martien Coppens.
Datering: jaren 1950. Formaat: 18 x 20 cm. Vindplaats: Z 29.1 / 345.11 Suik (1).
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University
We komen uit bij de Markt. Hier werd rond 1290, in de tijd van de afsplitsing van Heerlijkheid Strijen, kasteel Zevenbergen gebouwd. Het werd in 1730 volledig afgebroken, dus helaas kunnen we er nu niet meer van genieten. Onderstaande tekening geeft een impressie van hoe dit bouwwerk er in de eerste helft van de 17e eeuw uitzag.
't Huijs te Sevenberge. Tekening (pen en potlood). Maker en datering onbekend.
Formaat: 16,6 x 25,7 cm. Vindplaats: Z 29.1 / 820.11
We passeren het station en verlaten Zevenbergen via de Hazeldonkse Zandweg, inmiddels een drukke asfaltweg. Op nr. 19 bevindt zich een fraai historisch pand uit 1903, de voormalige stoomtimmerfabriek De Toekomst. Wil je een idee krijgen van hoe het er hier begin vorige eeuw van binnen uitzag, bekijk dan dit artikel dat opent met een foto van de imposante fabriekshal. Later vestigde zich hier Bedden- en Matrassenfabriek Hartman en Zonen, bekend onder de naam HaZet. Deze fabriek sloot in 1982. Momenteel zijn diverse bedrijven in het pand gevestigd.
Hazeldonkse Zandweg nr. 19 (mei 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We volgen de Afgebrande Hoef en slaan links af naar de Markdijk, waar je in het voorjaar en de zomer door een tunnel van groen loopt.
Markdijk (mei 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
A.J.M. (Guus) Weimar (1908-1991) maakte op 16 juli 1955 onderstaande tekening, opgenomen in Het boek Weimar (pag. 105-106), een verzameling van zijn tekeningen. In dit boek staat dat het de Markdijk betreft. Achter op de tekening uit onze collectie staat in handschrift: Wed. Schrauwen. Kort speurwerk doet vermoeden dat dit de boerderij van familie Schrauwen op Markdijk 1 betreft. Op de website van dit landbouwbedrijf is te lezen dat Cato Schrauwen in 1941 weduwe werd na een fataal ongeval van haar man Janus. Ook al ligt deze boerderij meer westelijk en dus niet op onze route, het geeft een mooi tijdsbeeld van deze omgeving in de jaren 1955.
Markdijk, Zevenbergen. Tekening (zwart krijt). Maker: A.J.M. Weimar.
Datering: 16 juli 1955. Formaat: 30 x 47,5 cm. Vindplaats: Z 29.1 / 121 Mark (1)
 
We lopen verder over de hooggelegen Markdijk met zicht op het omliggende akkerlandschap. Via een brug steken we de Mark over. Van 1884 tot ongeveer 1939 lag hier een draaibrug, te zien op onderstaande prentbriefkaart uit onze collectie. Vóór die tijd moest je met het Zwartenbergse Veer de rivier oversteken.
Brug van Zwartenberg. Zevenbergen. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever:
C. Dekkers, Zevenbergen. Datering: vóór 1905. Formaat: 8,7 x 13,9 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
Via de Zeedijk lopen we langs bedrijventerrein Zwartenberg en bereiken we een gebied waar Waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en provincie Noord-Brabant druk bezig zijn (geweest) om de natte natuur een nieuwe kans te geven. Bekijk voor je gaat wandelen de actuele situatie, want het kan zijn dat (een gedeelte van) de route hier tijdelijk minder of nog niet geheel toegankelijk is. We volgen het fietspad langs de Halsche Vliet met zicht op polder Strijpen. Na al dit asfalt slaan we een onverhard pad in door polder Weimeren. Ook hier is veel ruimte gemaakt voor de natuur. Het oogt nu wellicht nog een beetje kaal, maar de vooruitzichten zijn veelbelovend zoals je hier kunt lezen.

Onderstaande kaart uit 1842 toont ons vertrekpunt Zevenbergen en de polders die we zojuist doorkruist hebben. Ook de veerdienst bij de Zwartenbergse Polder is op de kaart te vinden. Uiterst rechts ligt Terheijden met de Kleine Schans.
Uitsnede van: Kaart van het Arrondissement Breda Provincie Noord-Braband. Gekleurde lithografie.
Makers: N. Kraft en F. Desterbecq. Uitgever: H. Palier en Zoon II. Formaat: 67 x 81,5 cm.
Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / 1842 (1) 
We laten de rust van de polders achter ons, lopen parallel aan de drukke A16 en dan via de lange Schuivenoordseweg naar Terheijden. We passeren molen De Arend en komen bij de in 2013 deels gerenoveerde Kleine Schans. De Spanjaarden bouwden het in 1639 als kampement voor hun leger, maar vooral ook voor de bescherming van de scheepvaart op de Mark en de verbinding Breda-Moerdijk. Door zijn strategische ligging werd bij Terheijden vaak heftige strijd gevoerd tussen de Spanjaarden en de Staatsen, en dat had een hevige impact op de bevolking. De polders werden veelvuldig onder water gezet en duizenden soldaten waren gelegerd in hun dorp. De schans werd herhaaldelijk afgebroken en weer opgebouwd, door de Terheijdenaren in opdracht van óf de Staatsen óf de Spanjaarden. In 1830 werd de schans voor het laatst ingezet en wel als bolwerk tegen de Belgische opstandelingen.
Molen De Arend en de Kleine Schans. Kopie naar een origineel van D.G. van Endegeest.
Aquarel. Maker: Paula Sloet tot Everlo O.S.B. Datering onbekend. Formaat: 8,9 x 15,6 cm.
Vindplaats: T 21 / 841.11 Aren (1)
Molen De Arend en de Kleine Schans (augustus 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Je kunt de schans nu van alle kanten bekijken door het wandelpad te volgen. Onderweg kun je zes QR-codes scannen die het verhaal van Terheijden vertellen. En als je na het wandelen weer thuis bent, dan is deze film, gebaseerd op Geschiedenis van de Kleine Schans van Fer van Vuuren, zeker het bekijken waard. Of je leest het boek Zuiderfrontier van De Legendejagers, een bundel met fictie voor jong en oud over de Zuiderwaterlinie. Met bijvoorbeeld het verhaal over een kind dat opgroeit onder het juk van de Spaanse bezetting van Terheijden omstreeks 1624. En nog veel meer. In het boek staan QR-codes, waarin de historische feiten vernoemd worden die de basis vormen voor deze verhalen.

We verlaten de schans en lopen langs de haven. Hier vind je de aanlegsteiger voor ’t Markpontje dat in de zomermaanden wandelaars en fietsers naar de Haagse Beemden in Breda brengt. We volgen de Mark tot knooppunt 15, het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Oosterhout.

Bronnen:
  • R. Hopstaken en E. Franken: Zuiderfrontier: verhalen van de Zuiderwaterlinie stelling Breda-Geertruidenberg. Soest: Uitgeverij Boekscout, 2023. Vindplaats: BRA N2 HOPS 2023
  • M. Otterspeer e.a.: Zevenbergen: de nieuwe haven. Zevenbergen: Media Zaken, 2021. Vindplaats: BRA Z6 OTTE 2021
  • Oudheidkundige Kring Zevenbergen: Oud nieuws: uit de geschiedenis van 700 jaar Zevenbergen. Zevenbergen: Oudheidkundige Kring Zevenbergen, 1990. Vindplaats: BRA Y OUD 1990
  • A. Remus: Zevenbergen in vroeger tijden. Klaaswaal: Deboektant, 1992. Vindplaats: BRA Z6 REMU 1992
  • P. Sloven: De polder Weimeren. In: De Klepel, 2020, jaargang 24, nr. 94, pag. 11-16. Vindplaats: T 10448
  • F. van Vuuren: Geschiedenis van de Kleine Schans. Themanummer De Vlasselt, 2010, nr. 128, pag. 1-96. Vindplaats: T 07454
  • A.J.M. Weimar: Het boek Weimar: een tekenend leven van tekeningen. Rotterdam: Weimar, 1981. Vindplaats: BRA J3 WEIM 1981

maandag 9 oktober 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: van Willemstad naar Zevenbergen

Etappe 4 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 18,5 km)

De wandeling start vandaag bij knooppunt 51 aan de Benedenkade te Willemstad. We passeren het Oude Raadhuis dat stamt uit 1587. Dit monumentale gebouw verloor zo’n 50 jaar geleden zijn functie als stadshuis en is momenteel in particuliere handen. We lopen een stukje dezelfde route als in etappe 3. Maar dat is absoluut geen straf, sterker nog, het stelt de liefhebber in staat de stad nog beter te verkennen. Zo kun je als extraatje een stuk over de oostelijke omwalling lopen en de d’Orangemolen bekijken. Maar wat je eigenlijk niet mag overslaan en zeker een (gratis) bezoekje waard is, is het Mauritshuis in de Hofstraat.
Het Mauritshuis. Lijncliché. Maker: J. Polak. Datering onbekend.
Formaat: 21 x 29,6 cm. Vindplaats: W 70 / 810.11 (1)

Het Mauritshuis (december 2022). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Dit rijksmonument is het voormalige buitenverblijf en jachtslot uit 1623 van prins Maurits, de zoon van Willem van Oranje. Het Mauritshuis is sinds 2021 bezoekerscentrum van de Stelling Willemstad en de Zuiderwaterlinie en op de zolderetage bevindt zich het museum van Heemkundekring De Willemstad. In de Canonkamer start je met een druk op de rode knop een multimediale presentatie. Het verhaal over de militaire geschiedenis van Willemstad wordt ondersteund met grote projecties op de wanden van deze kamer. In een andere kamer wordt in beeld en geluid verteld over de bijzondere rol van burgemeester Cor van der Hooft tijdens de Watersnoodramp van 1953. Willemstad had als een van de weinige gemeentes in Nederland een abonnement op telegrafische waarschuwingen van de Stormvloedseindienst (SVSD), opgericht door het KNMI. In 1953 kende de dienst slechts 30 abonnees, waaronder drie grote waterschappen en Willemstad dus. We schrijven 31 januari 1953. Om 11.00 ontvangt Willemstad een telegram van de SVSD met de waarschuwing ‘flink hoog water’. Later op de dag volgt een nieuw telegram: ‘gevaarlijk hoog water’. Van der Hooft neemt de kwestie zeer serieus. Tevergeefs probeert hij collega’s te waarschuwen. Ook Jan de Quay, commissaris van de Koningin, sommeert de alerte burgemeester te kalmeren en toch vooral rustig te gaan slapen. Dat laatste doet Van der Hooft allerminst en hij stelt alles in de weer om te voorkomen dat het water zijn stad binnenstroomt. In de nacht laat hij de lager gelegen polders evacueren en de bewoners binnen de stadsmuren brengen. Gedurende de gehele nacht worden de mensen in de stad met klokgelui gealarmeerd. Door het harde geluid van de razende storm horen de bewoners van een boerderij nabij fort de Hel niet het kloppen op hun deur; weduwe Anna Punt-Bos en haar broer Arie zijn de enige twee inwoners van gemeente Willemstad die de ramp niet hebben overleefd.

We lopen via de Landpoortstraat de vesting uit. Bij knooppunt 89 staat een informatiebord over de inundatie van Willemstad. Al vanaf 1583 kon men de polders rondom de stad bij oorlogsdreiging onder water zetten. Hiervoor was een uitgebreid stelsel van waterwerken aangelegd. Nauwkeurige berekeningen waren nodig om te weten hoelang het zou duren voordat de hele polder voldoende onder water zou staan. Ook al was het waterpeil niet hoog bij volledige inundatie, het bodemleven werd zwaar aangetast. Daarnaast verstreek de nodige tijd voordat de polders weer droog lagen. Oogsten mislukten of waren zelfs volledig onmogelijk. Inundatie was dan ook ingrijpend voor de gehele bevolking. Wil je de inundatiewerken in en rondom Willemstad bekijken, dan is deze route een aanrader.

Voor ons zijn er nog vele kilometers te gaan tot Zevenbergen en dus stappen wij snel verder door het weidse landschap. Onderstaande uitsnede van een kaart uit de Brabant-Collectie toont de polders die hier omstreeks 1750 te vinden waren.
Uitsnede van kaart nr. 40 van een kaart van Zuid-Holland op 44 bladen.
Gekleurde kopergravure. Uitgave van (vermoedelijk) Jacob Keyser (1740), met
een heruitgave van firma Ottens (1750). Formaat van de gehele kaart: 15,6 x 22 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Klundert / XVIII b (1)
We lopen over de Oostdijk met rechts Polder Ruigenhil. Op de kruin van de dijk staan restanten van de zogenaamde muraltmuren: horizontale betonnen platen van ongeveer een meter hoog, geplaatst tussen betonnen staanders, naar een ontwerp van ir. R.R.L. de Muralt. Als je er niet op bedacht bent, loop je er zo langs. Maar dat zou jammer zijn, want dit rijksmonument vertegenwoordigt een stukje waterbouwkundige geschiedenis. De muurtjes werden na een stormvloed in 1906 aangelegd als goedkope dijkverhoging, maar waren niet expliciet bedoeld als waterkering. In totaal werd in een tijdsbestek van zo’n dertig jaar ongeveer 120 km van deze muurtjes aangelegd. Bij de Watersnoodramp van 1 februari 1953 sloegen de golven er al snel overheen en brak de Oostdijk door. Op de plaats waar dat gebeurde, staat sinds februari 2020 een markeringspaal.
Markeringspaal dijkdoorbraak 1 februari 1953 aan de Oostdijk (febr. 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Dit is één van de 96 paaltjes die de stroomgaten markeren van de Watersnoodramp. Een stroomgat is een bres in de waterkering die zo diep is uitgesleten dat het water er dag en nacht in- en uitstroomt. Het waren de moeilijkste gaten om te dichten. Zoals te lezen is op het paaltje werd het gat in de Oostdijk op 4 maart 1953 gesloten.
Een paar meter verder ligt, prominent afstekend in het vlakke landschap, kunstwerk De Wachter van Marius Boender. Deze acht meter hoge, kegelvormige kleiheuvel is begroeid met gras en heeft een betonnen top. Via een slingerend pad kun je het kunstwerk beklimmen, mogelijk in het gezelschap van de schapen die hier grazen.
De Wachter van Marius Boender (februari 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Niet veel verder ligt rechts van de weg, verscholen tussen de bomen en daardoor slecht zichtbaar, fort Bovensluis. Dit bouwwerk was samen met vier forten en twee steden (Willemstad en Klundert) onderdeel van de Stelling Willemstad oftewel de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. In de vorige etappe kwamen we langs de twee andere Brabantse forten; buiten onze provincie liggen fort Buitensluis en fort Prins Hendrik. Bovensluis is gebouwd in 1861-1862 en verbeterd in 1888. Tweede helft 20e eeuw kwam het in particuliere handen en werd het een aardappelopslag, later een camping. Nu komt er mogelijk een luxe vakantiepark.

We komen aan bij het dorpje Noordschans. Niets herinnert nu nog aan fort Hollandia (ook Noordschans genoemd) dat hier lag in een bocht in Buitendijk Oost (grofweg tussen knooppunt 72 en 70 op onze route). Het werd rond 1639 gebouwd om de sluis in de Aalskreek en de toegangen tot de dijk te verdedigen. Op de site van Heemkundekring De Willemstad staat een kleine afbeelding van dit vierkante bouwwerk, omgeven door een gracht en met bastions op de hoekpunten. Een stormvloed in 1682 vernielde het fort grotendeels en het is daarna niet meer hersteld. Op de historische kaart in het begin van dit blogbericht is de vermelding Noort Fort of Hollandia terug te vinden. Wil je meer lezen over Noordschans en omgeving, dan kun je bij de Brabant-Collectie vier artikelen raadplegen in het tijdschrift De Overdraght van de Klundertse Heemkundekring ‘Die Overdraghe’.

We lopen zuidwaarts over de onverharde Schapenweg richting Klundert. Hier stond tot circa 1886 De Groote Molen oftewel Molen De Groote Polder. Van het bouwwerk uit 1727 is nu helaas niets meer te zien. Op onze historische kaart eerder in dit blogbericht staat een icoontje voor deze molen, en wel pal ten zuiden van het zojuist genoemde fort. Na een klein ommetje door een fraai bos bereiken we vesting Klundert. Deze plaats kreeg in 1357 stadsrechten.
Clundert. Stadsplattegrond van Klundert met opstanden van gebouwen en
huizen. Gekleurde ets. Maker onbekend. Datering: 1632-1634.
Formaat: 14,9 x 22,5 cm. Vindplaats: K 54 / 020 (4)
  
Vanwege de strategische ligging (op de grens van Holland en Brabant) gaf Willem van Oranje in 1583 aan Adriaan Anthoniszn. de opdracht een omwalling met vestingwerken te bouwen. Klundert vormde een belangrijke schakel in de verdedigingslinie tegen de Spanjaarden en de stad is nooit door hen belegerd. Een gedeelte van de vestingwerken is bewaard gebleven, zoals de bastions, aarden wal en de gracht aan de noordzijde waar we nu langslopen. Hier hebben we zicht op de Verlaatsheul, een overwelfde sluis in de hoofdwal. De sluis maakte het mogelijk om vanaf het Hollandsch Diep via Noordschans en de Aalskreek de vesting te bereiken. Het eerste exemplaar stamde uit 1578, de huidige is uit 1769. Een restauratie volgde in 1979 en anderhalf jaar geleden vond ook nog onderhoud plaats aan het sluisje. We lopen langs de Nederlands Hervormde Kerk en komen uit in de Brugstraat. Loop je nog een klein stukje door, dan kun je een blik werpen op het fraaie stadhuis uit 1621.
Groet uit Klundert. Stadhuis. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: vóór 1900.
Uitgever: Gebrs. van Rijkom. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-K 54 / 212.11 (3) 
Klundert is een typisch voorstraatdorp met een dorpskern gevormd door een straat of straten die haaks op een dijk staan.
Klundert. Voorstraat. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: 1920.
Uitgever: Gebrs. Vissers. Formaat: 9 x 13 cm. Vindplaats: pbk-K 54 / 121 Voor (1)
Aan weerszijde van de Bottekreek zijn voorstraten aangelegd: westelijk de Voorstraat die uitkomt op de Stadhuisring en oostelijk de Molenstraat, uitkomend op de Kerkring. Achter beide voorstraten ligt een achterstraat. Op de dijk aan de zuidkant waren de voorstraten verbonden door een kade die ook diende als loswal.
We gaan verder en komen bij de zuidelijke omwalling van de stad.
Zicht vanaf Zevenbergseweg op gracht en kroonwerk Suijkerberch (april 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Iets verderop zie je aan de rechterkant de Stenen Poppen, overblijfselen van de versterkingen die Willem van Oranje in 1583 liet aanleggen. Deze dam had als functie het zoete water in de vestinggracht te scheiden van het zoute water. Een spitse rand (de zogenaamde ezelsrug) met daarop stenen ‘monniken’ of ‘poppen’ maakte het de vijand onmogelijk de gracht over te steken. Afgelopen zomer is een definitief plan gepresenteerd voor herinrichting van de Stenen Poppen, met als doel ze beter zichtbaar te maken in het landschap en aantrekkelijker voor de bezoekers.
De Stenen Poppen (april 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Klundert. "Stenen Poppen". Prentbriefkaart. Maker: Martien F.J. Coppens.
Datering: vóór 1952. Uitgever: Provinciaal Anjerfonds Noord-Brabant.
Formaat: 15 x 10,5 cm. Vindplaats: pbk-K 54 / 112 (1).
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten Klundert en lopen langs de grenzen van haven- en industriegebied Moerdijk, de vierde zeehaven van Nederland. Voor de aanleg hiervan in de jaren 60 van de vorige eeuw moesten 32 boerderijen wijken.

Eindpunt van vandaag is knooppunt 56 aan de westrand van Zevenbergen. De volgende keer lopen we verder naar Terheijden.

Bronnen:
  • H. Goulooze: Klundert in oude ansichten. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1972. Vindplaats: BRA Z6 ANSI KLUN
  • H. de Jong: Mauritshuis 1623-2023. In: Ravelyn, 2023, jaargang 41, nummer 1, pag. 28-31. Vindplaats: T 07437
  • D. Looij: Belevenissen tijdens de eerste rampdagen: een ooggetuigenverslag. S.l.: s.n., 1993. Vindplaats: BRA T3 LOOI 1993
  • C. van Mastrigt: Willemstad, prinsheerlijk: een vestingstad in roerige en minder roerige tijden. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 2009. Vindplaats: BRA Y MAST 2009
  • Ravelyn. Jaargang 21, nummer 1, januari 2003. Themanummer 50 jaar Watersnoodramp. Vindplaats: T 07437

maandag 28 augustus 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: van Dinteloord naar Willemstad

Etappe 3 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 19 km)

Vandaag lopen we door het weidse polderlandschap naar Willemstad. Een tocht die er pakweg 300 jaar geleden anders uitgezien zal hebben, zoals onderstaande uitsnede van een historische kaart uit 1747 illustreert. Zo was het gebied ten noorden van Dinteloord, het startpunt van vandaag, nog niet ingedijkt.
Uitsnede van: Carte particulière des environs de Willemstad, Steenbergen, et Berg-op-Zoom.
Gekleurde kopergravure. Uitgave van G. Dheulland, 1747. Formaat: 20,8 x 29,3 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Bergen op Zoom / 1747 (1) (bis)
Leg je hier de routekaart naast die we vandaag gebruiken, dan zijn de verschillen evident. Waar eerst een gebied met gorzen was, is nu een flink bedrijvencomplex en een jachthaven te vinden.
Uitsnede van etappe 3 Dinteloord - Willemstad in: Wandelen doe je in Brabant!
Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: 1 linie, 11 vestingsteden, 1001 ontdekkingen,
wandelpad van 290 km
. Vindplaats: BRA H4 ROUT 2022
Overigens loopt onze route niet door Dinteloord, maar ben je geïnteresseerd in de geschiedenis ervan, bekijk dan zeker onze zoekinterface BCfinder.
Het dorp is vernoemd naar de rivier de Dintel, die we oversteken via de Prinslandsebrug. Het is nu even doorbijten over de dijkwegen in de eindeloos lijkende polders. Na een kilometer of zeven bereiken we het viaduct over de snelweg richting Willemstad en lopen we verder langs de westrand van het dorpje Helwijk, vernoemd naar de gelijknamige 17e-eeuwse hofstede. Het gebied bij die hofstede wordt op oude kaarten aangeduid met De Hel, en mogelijk dankt het nabijgelegen fort waar we vervolgens langs lopen hier ook zijn naam aan. Sinds 1 juni jl. is Fort de Hel weer geopend voor publiek, in ieder geval tot het einde van het zomerseizoen. Daarna volgt een evaluatie om te kijken of de openstelling verlengd kan worden.
Fort de Hel in winterlicht (december 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Deze plek was in 1747 onderdeel van een reeks batterijen, aangelegd in verband met de belegering van Bergen op Zoom. Het eenvoudige, aarden Fort Anna (later Carolina) raakte in de jaren daarna in verval. De Fransen onderkenden echter het strategische belang en bouwden in 1811 op de ruïnes een nieuw, sterk fort genaamd l’Enfer. Twee jaar later, na het vertrek van de Fransen, kreeg het de naam Fort de Hel. In de periode 1882-1884 werd het toen verouderde fort grondig verbeterd. Na de opheffing van de vesting Willemstad in 1926 verloor het zijn functie. In de Tweede Wereldoorlog was het nog even in gebruik tijdens de mobilisatie, maar de Duitse bezetter nam het fort al snel over. Sinds 1988 is het een rijksmonument.

We vervolgen onze route westwaarts, lopen onder de snelweg door en bereiken via de Maltaweg het volgende fort. In 1811 liet keizer Napoleon hier Fort De Ruijter bouwen, later omgedoopt in Sabina. Het stamt dus uit dezelfde periode als Fort de Hel, dat zijn ‘grotere broer’ rugdekking moest geven. Aan de andere kant van het Volkerak, in Ooltgensplaat op Goeree-Overflakkee, verrees Fort Duquesne (later Prins Frederik genaamd). Het geschut op deze forten en de strategische ligging voorkwamen dat de vijand via het Volkerak kon doorvaren naar het Hollandsch Diep om zo verder het land in te trekken. Na de aftocht van de Fransen in 1813 bleef het fort zijn militaire functie houden. Zo’n zeventig jaar later volgden een flinke uitbreiding en modernisering met onder andere de bouw van een kazerne. Vanaf 1913 werd het fort vernoemd naar de Sabina-Henricapolder waarin het ligt.
Binnenplaats Fort Sabina met de voormalige kazerne (december 2022).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren hier 400 soldaten gelegerd, en was verveling de grootste vijand. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bood dit grootste fort van Noord-Brabant de inwoners van Heijningen en omgeving een schuilplaats. Staatsbosbeheer is sinds 1981 de eigenaar en een stichting zorgt in samenwerking met gemeente Moerdijk en provincie Noord-Brabant voor exploitatie, beheer en instandhouding van het fort.

We passeren de Volkeraksluizen, Europa’s grootste en drukst bevaren binnenvaartsluizencomplex, en lopen Willemstad in. We volgen het pad over de Singel en hebben mooi zicht op de vestinggracht en de omwalling links van ons. Rechts ligt een buitengracht. De vesting is nog grotendeels intact, waardoor je je met enige verbeeldingskracht makkelijk terug kunt laten voeren in de tijd.
Uitsnede van een kaart van Willemstad en omgeving. Datering: 1800-1815
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Willemstad / XVIII B (1)
Op deze historische kaart is de zevenpuntige stervorm van de stad goed te zien. Op iedere hoekpunt stond een bastion, genoemd naar elk van de zeven provinciën van de Republiek. In het midden van de kaart staat De Ruige Hil, de naam voor de omringende polder. Dit verwijst naar de oorspronkelijke naam voor Willemstad: Ruigenhil, een nederzetting die vanaf 1565 langzaam gestalte kreeg. In 1583, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, gaf Willem van Oranje opdracht tot versterking van deze plaats vanwege de strategische ligging. Na de moord op de Vader des Vaderlands gaf zijn zoon Maurits stadsrechten aan Ruigenhil en veranderde de naam in Willemstad. Tevens voltooide hij de vestingwerken. Willemstad beleefde haar belangrijkste belegering in 1793, toen de stad de vrijwel onophoudelijke beschietingen door het Franse leger doorstond. Onderstaande twee prenten uit de Brabant-Collectie geven hiervan een indruk.
Gezicht van eene Fransche Batterij, op de Plaats genaamd de Hel, naar de Willemstad.
Gekleurde kopergravure. Maker: D. Vrijdag (naar een tekening van Hausdorff en J. Bulthuis).
Datering: 1793. Formaat: 30,5 x 24,2 cm. Vindplaats: W 70 / 1793 (2)
We schrijven februari 1793. Op de voorgrond staat de Franse artillerie bij batterij De Hel. Links worden kogels gloeiend heet gemaakt voor de beschieting van gebouwen. Op de achtergrond zien we de contouren van Willemstad.
Gezicht van de Willemstad van de kant van de Buitensluis. Kopergravure.
Maker: D. Vrijdag (naar een tekening van Hausdorff en J. Bulthuis).
Datering: 1793. Formaat: 19,2 x 22,8 cm. Vindplaats: W 70 / 1793 (10)
Ook op bovenstaande prent vliegen de kanonskogels in het rond, maar nu zien we de stad vanaf Fort Buitensluis, aan de overkant van het Hollandsch Diep. Van links naar rechts zien we o.a. de d’Orangemolen, de Koepelkerk, het Oude Raadhuis en de Waterpoort. Het heldhaftige verzet kon niet voorkomen dat twee jaar later, in 1795, ons land alsnog in Franse handen viel en ook Willemstad een andere bezettingsmacht kreeg.

We verlaten de Singel en lopen via de Landpoortstraat de vesting binnen. Vanaf 1583 had Willemstad slechts twee toegangspoorten: de Waterpoort en de Landpoort. Oorspronkelijk waren ze van hout, later van steen. In 1782 werd de overwelving van de Landpoort gesloopt en waren er alleen nog profielmuren over. Hierin hingen de poortdeuren. Tot midden 19e eeuw werden deze deuren na het luiden van de poortklok, na zonsondergang, gesloten. Alleen tegen betaling kon men dan de vesting verlaten of binnenkomen via een kleine deur in de poort. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden beide muren van de Landpoort gesloopt, omdat ze een obstakel vormden voor het leger.

Voordat we rechtsaf de Voorstraat inslaan, lopen we langs de Koepelkerk. Deze achtkantige, omgrachte kerk stamt uit 1607 en was de eerste kerk in de noordelijke Nederlanden die speciaal voor protestantse diensten werd gebouwd. Op het omgrachte terrein ligt het kerkhof, buiten de kerkring staan tientallen monumentale woonhuizen.

Voorstraat Willemstad. Prentbriefkaart, met op de achtergrond de Koepelkerk.
Maker en datering onbekend. Uitgever: L.J. Rijndorp. Formaat: 9 x 14 cm.
Vindplaats: pbk-W 70 / 121 Voor (1)
In 1926 werd de vesting opgeheven, maar de bevolking wilde de vestingwerken behouden. Stichting Menno van Coehoorn kreeg van 1935 tot 1965 de erfpacht, daarna werd de gemeente de nieuwe eigenaar. De laatste militaire functie was in de periode 1943-1944, toen de Duitsers de vesting gebruikten als onderdeel van de Atlantikwall.
Wil je je verder verdiepen in deze fraaie vestingstad, bekijk dan hier wat de Brabant-Collectie nog meer in huis heeft aan boeken, tijdschriften, prenten, historische kaarten etc.

Aangekomen bij knooppunt 51 zit de wandeling van vandaag erop. De volgende keer lopen we verder naar Zevenbergen.

Bronnen:
  • J. van Doorn en J.S. Bos: Fort Sabina. Beknopte beschrijving van de 180-jarige geschiedenis van Fort Sabina 1811-1991. Fijnaart: Heemkundige Kring 'Fijnaart en Heijningen', 1992. Vindplaats: BRA J3 DOOR 1992
  • Heemkundekring 'De Willemstad': Beleg en verdediging van Willemstad in 1793. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 1993. Vindplaats: BRA Y2 BELE 1993
  • J. van Horne: De Volkeraksluizen: het grootste binnenvaartsluizencomplex ter wereld. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 1997. Vindplaats: BRA W3 HORN 1997
  • C. van Mastrigt: Willemstad, prinsheerlijk: een vestingstad in roerige en minder roerige tijden. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 2009. Vindplaats: BRA Y MAST 2009
  • S. Terburg en Th. van Etten: Unieke locatie met historie van ruim 200 jaar: Fort Sabina redde levens. In: De Erfgoedfabriek: unieke herbestemmingen van Brabantse iconen. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Pag. 18-22. Vindplaats: BRA J3 TERB 2018
  • Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: een open boek. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Vindplaats: BRA N ZUID 2018