Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 25 juni 2020

Brabants indrukwekkendste oorlogsfoto’s bij NM Kamp Vught

Foto A. van Beurden | fotoalbum Wick Bannenberg | Brabant-Collectie, Tilburg University
Eindhoven, september 1944
© A. van Beurden, fotoalbum Wick Bannenberg 
Brabant-Collectie, Tilburg University
Van de Sonse burgemeester Schoepp achter het prikkeldraad van Kamp Vught tot een polonaise door de straten van Eindhoven na de bevrijding: de 50 indrukwekkendste foto’s van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant zijn deze zomer te zien bij Nationaal Monument Kamp Vught. Directeur Jeroen van den Eijnde is in zijn nopjes met de nieuwe pop-up tentoonstelling. “Deze foto’s brengen de oorlog echt dichterbij. In deze expositie worden we geconfronteerd met 50 gebeurtenissen die de impact van de oorlogsjaren op onze provincie verbeelden én samenvatten. Daarnaast is het fijn om de bezoekers, die gelukkig ook in deze tijden ons herinneringscentrum weten te vinden, iets extra’s te kunnen bieden.”
Foto Jan van de Ven
© Jan van de Ven
De tijdelijke tentoonstelling komt voort uit het landelijke project De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s, dat onder meer resulteerde in een gelijknamig fotoboek. Aan de basis hiervan stonden de zoektochten op provinciaal niveau. In Noord-Brabant is de selectie gemaakt door een werkgroep bestaande uit Jan van Oudheusden (oud-provinciaal historicus), Patrick Timmermans (directeur Erfgoed Brabant) en Emy Thorissen (conservator van de Brabant-Collectie/Tilburg University). Het mondde uit in een pop-up tentoontstelling die als onderdeel van de ‘Vrijheid-express’-bus in april en mei door de gehele provincie had moeten reizen, tot het coronavirus die plannen doorkruiste. Dat de expositie nu alsnog te zien is, is een geluk bij een ongeluk, legt Van den Eijnde van NM Kamp Vught uit. “Omdat we tot 1 september geen groepsactiviteiten mogen organiseren, staat ons gloednieuwe auditorium leeg. Als je daar de stoelen uithaalt, blijkt het zeer geschikt voor een tentoonstelling zoals deze. Zo krijgt deze fraaie tentoonstelling toch nog het podium die het verdient.”
Foto Jan van de Ven
© Jan van de Ven
De 50 indrukwekkendste foto’s van de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant zijn tot en met zondag 30 augustus te zien in het auditorium van NM Kamp Vught. Een regulier toegangsbewijs volstaat om de tentoonstelling te bezoeken. Bezoekers dienen in lijn met de RIVM-richtlijnen vooraf wel een ticket te reserveren via de website van NM Kamp Vught.

De Tweede Wereldoorlog in 100 foto’s is een project in het kader van 75 Jaar Vrijheid dat wordt uitgevoerd door het NIOD, in opdracht van Platform WO2, en is mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het vfonds. Het gelijknamige boek is te koop in de museumwinkel van NM Kamp Vught of te bestellen via deze link.

maandag 22 juni 2020

Koekoek

Koekoek in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 H 01

Cuculus, Canorus: Koekoek

Cornelis Nozeman roemde de koekoek als de aankondiger van de lente: "Zie hier den Uitroeper van 't saizoen, waerin de Natuur, door de koude van den Winter als verstyfd en werkeloos gemaekt, alles opnieuw verlevendigt. Naeulyks begint ons de Lieve Lente aen te lagchen, of men hoort den Koekoek zyn' ouden zang vernieuwen, bynae in alle oorden van de wereld." Als je geluk hebt, kun je de roep van de koekoek nu misschien nog horen. Vanaf een hoge zitplaats roept het mannetje zijn eigen naam om zijn territorium te claimen. Maar de kans is groot dat hij op dit moment alweer vertrokken is naar Afrika. In Nozemans tijd was overigens nog niet zoveel bekend over de verre reis die deze vogel aflegt. Hij schrijft: "Men ziet hier ten lande de vliegende Koekoeken geene groote einden wegs afleggen: schynende zy 't met vliegen niet lang achter een te kunnen uithouden. In de maend Mey passeeren (schryft de Heer Godeheu de Riville aen den Heere De Reaumur) de Koekoeken het Eiland Maltha; uit welk bericht sommigen dan besluiten, dat deeze Vogelen weezenlyk naer warmer Landen verhuizen."
Maar er is iets bijzonders aan de hand met die koekoek. Het vrouwtje broedt niet zelf haar eieren uit, maar legt deze in het nest van een zogenaamde waardvogel aan wie de verdere verzorging voor het nageslacht wordt overgelaten. Belangrijkste 'pleegouders' zijn in Nederland momenteel de kleine karekiet, heggenmus, graspieper, en witte en gele kwikstaart. De koekoek wordt in dit kader ook wel een broedparasiet genoemd. Het is niet zo verwonderlijk dat in Nozemans tijd vreemd tegen dit gedrag werd aangekeken.
Nozeman schrijft: "... een verschynsel anders, naer 't oordeel van den beroemden Heer Willughbey zo ongerymd en wandrochtelyk, dat hy de waerheid daervan niet geloofd zou hebben, indien hy de zelve niet met eigen' oogen had aenschouwd: Het was by hem eene volslagen afwyking van de zoo eindeloos wys verordende Natuurwet, volgens welke was vastgesteld, dat de Moedervogelen, is 't noodig, een Nest maeken, ten minsten haere eigenen Eijeren uitbroeden, en voorts haere uitgekoomene jongen opbrengen. - De dagelyksche ondervinding leert standvastig, dat de Koekoeken eene uitzondering op die Natuurregel maeken." 
Maar Nozeman vindt het ook een slimme zet van de koekoek: "En het is aenbiddelyk wys, en in de gadeloos heerlyke en schoone Huishoudinge der Natuur verwonderlyk welgeschikt, dat een vogel, die, om andere redenen, werdt onbekwaam gelaeten tot de Broeding, met een overleg werdt begiftigd om dat gebrek te verhelpen, en langs den zoo even gezegden weg de voortzetting van zyn geslacht door den dienst van anderen te bevorderen en geregeld te onderhouden."
Dat de tactiek van de koekoek overigens niet altijd succesvol is, constateerde Nozeman zelf:
"Op den grond, in 't gras, naest een bynae voltooid nestje van een Haverkneu, vond ik omtrent het einde van Meymaend het hier afgetekend Ey der Koekoek, en korte stonden daer nae lag ter zelfder' plaets het tweede. De Haverkneu of Gors had, denklyk, deeze Eijeren, in zyn afweezen in het nest gelegd, daer buiten geworpen. Het paer Koekoeken, welk dus vruchteloos zyn broed aen dit vogeltje had willen opdringen, hieldt zig omstreeks het nest zeer onrustig op, vliegende, onder een vreemd geluid, en onder den dreigenden aenval der Gorzen, van den eenen tak op den anderen."

Vindplaats: KOD 041 H 01

maandag 8 juni 2020

Een ramp met vele gezichten

In de bibliotheek van de Brabant-Collectie worden duizenden jaargangen van enkele honderden tijdschriften bewaard. Vanzelfsprekend hebben ze allemaal een link met Brabant. Sommige zijn echter meer thematisch dan topografisch van aard. Zo is het door de grote collectie cartografie in de Brabant-Collectie logisch dat ook hieraan gerelateerde tijdschriften worden verzameld. In het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis (vindplaats T 09404) verschijnen met enige regelmaat artikelen met een Brabantse insteek. Het kan daarin bijvoorbeeld gaan over de optekening van een van de watersnoodrampen waar de provincie in de voorbije eeuwen mee te kampen heeft gehad.
Een artikel dat in december 2019 in dit tijdschrift verscheen, legt indirect een link met een interessant object uit de Topografisch-Historische Atlas van de Brabant-Collectie, maar daarover later meer. Eerst iets over het artikel zelf: 'Zingen om het hoofd boven water te houden. Overstromingen en de Nederlandse literatuur'. Hoogleraar Lotte Jensen geeft aan de Radboud Universiteit in Nijmegen leiding aan een NWO-onderzoek naar onder andere historische watersnoodliederen. In Dealing with disasters wordt de rol onderzocht die rampen hebben gespeeld bij lokale en nationale identiteitsvorming in de periode 1421-1890. Het eerste jaartal is te koppelen aan de Sint-Elisabethsvloed; 1890 is gekozen omdat het jaar werd gekenmerkt door een heel strenge winter. In Dealing with disasters staat de culturele verbeelding van natuurrampen vóór de opkomst van televisie centraal. In het genoemde artikel, dat naar aanleiding van dit Nijmeegse onderzoek is verschenen, komen ook Brabantse natuurrampen voorbij. Een van de meest in het oog springende rampen is de watersnood bij Nieuwkuijk, bijna anderhalve eeuw geleden. Als gevolg van een doorbraak van de Vlijmense Dijk ten zuiden van Nieuwkuijk, in de nacht van 29 op 30 december 1880, kwam een groot deel van die plaats en Het Land van Heusden en Altena onder water te staan. Drie doden en een onbekende hoeveelheid vee kwamen bij de ramp om het leven; de materiële schade was enorm. Voor de slachtoffers werd op 18 februari 1881 een groots benefiet georganiseerd in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. Ondanks de treurige aanleiding werd er een fraai Feestblad samengesteld, waarvan een exemplaar bewaard is in de collectie van de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Talrijke bekende Nederlanders, onder wie dichter Nicolaas Beets en architect Pierre Cuypers, droegen eraan bij, maar het meest bijzondere onderdeel was misschien wel een speciaal Watersnood-Wilhelmus, opgedragen aan koning Willem III (niet de laatste vorst die zich met watermanagement bezighield). Het lied telt negen coupletten en met name in het eerste couplet klinkt het vertrouwde Wilhelmus door:

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Dietschen bloet,
Den Waterlant ghetrouwe
Blijf ick tot in den doedt.
Oranjevorst met eere
Ben ick vrij onverveert,
Want plassen groot als meiren
Heb ik geannexeert.


Jensen merkt op dat in dit lied, waarin koning Willem III de ik-figuur is en tot ons lijkt te spreken, liefdadigheid en nationale saamhorigheid op een unieke wijze samen komen, hoewel er in het lied ook kritische kanttekeningen worden geplaatst bij het falende centrale bestuur. In een online publicatie van dezelfde auteur wordt nader ingegaan op enkel dit bijzondere Wilhelmus.


Via de universiteiten van Nijmegen en Leiden belanden we nu weer bij de Brabant-Collectie. De Nieuwkuijkse watersnood in de winter van 1880-1881 is behalve literair ook visueel verbeeld en voorbeelden hiervan bevinden zich in de Topografisch-Historische Atlas. Het betreft een aantal contemporaine foto’s van de situatie ter plekke, kort na de overstromingen. Foto’s met ondergelopen boerderijen, huizen en straten, weggevaagde bomen en huizen, soms met mensen die voor het maken van de foto even lijken te zijn gestopt met hun reddings- en opruimwerkzaamheden.

Watersnood Nieuwkuijk
Foto, 10 x 15 cm. Maker onbekend
Vindplaats: N 35.2 / 1880 (11)
Maar er is meer. Voor de verslaglegging in De Katholieke Illustratie zijn destijds houtgravures gemaakt met soortgelijke voorstellingen. De meest opvallende in die reeks is een prent met ‘Het overbrengen der Heilige Vaten’.
De watersnood te Nieuwkuik - Het overbrengen der Heilige Vaten
Houtgravure, 15 x 22 cm. Maker onbekend
Vindplaats: N 35.2 / 1880 (3)
Behalve mensen en vee moesten namelijk ook kostbaarheden in veiligheid worden gebracht, zoals het liturgisch vaatwerk (kelken, monstransen en reliekhouders) van de parochiekerk. In De Katholieke Illustratie worden de gebeurtenissen en ervaringen, zo ook het ophalen van de ‘heilige vaten’, tot in detail beschreven en met prenten geïllustreerd. Een gedetailleerd verslag van de ramp is in 2014 opgetekend door Bert Meijs in De ramp van Nieuwkuijk 1880-1881 (vindplaats: BRA T3 Meij 2014).

Doorbraak van den Vlijmenschen Dijk ten zuiden Nieuwkuik etc.
A.B. van Lieshout
Lithografie, 50 x 84.5 cm
Vindplaats: N 35.2 / 1880 (1)
Het vanwege grootte en inhoud meest in het oog springende beelddocument is een litho met de titel Doorbraak van den Vlijmenschen Dijk te zuiden Nieuwkuik ten 2 ure des nachts van 29 op 30 December 1880. De litho herbergt een grote hoeveelheid informatie, uiteenlopend van karakter. Onder de titel zijn feitelijke gegevens opgenomen over oppervlakte en inwoneraantal van Nieuwkuijk, maar ook van het grotere, overstroomde gebied: Het Land van Heusden en Altena. Daaronder is plaats ingeruimd voor 'Huizen onder Nieuwkuik en Vlijmen', die als blokjes langs de hoofdstraten zijn weergegeven. Deze zijn voorzien van de naam van de eigenaar én een symbool dat duidelijk maakt of het huis bij de overstroming geheel is weggespoeld (41 stuks), zwaar is beschadigd (18 stuks), is beschadigd (50 stuks) of onbeschadigd is gebleven. Een aantal huizen gaat vergezeld van een letter (A t/m P) die aan de linkerzijde wordt uitgelegd. Het betreffen 'reddings-voorvallen'. Met een persoonlijke pen wordt de penibele situatie beschreven waarin geredde gezinnen of individuele personen zich hadden bevonden en waar de getroffenen na de ramp werden ondergebracht. In de kaart is verder met stippellijnen en pijlen aangegeven hoe de hevigste waterstromen liepen. Onder de kaart is verder een reeks 'Gemengde Aanteekeningen' opgenomen, zoals de volgende: 'Een veulen, dat op een opkamer gevlucht was en van den honger het hout van de deuren en kozijnen afgeknabbeld en de matten uit de stoelen opgepeuzeld had, is na eenige dagen nog levend gered'. In deze aantekeningen staat ook een datum vermeld: 24 januari. Dit is wellicht de dag in 1881 waarop de gegevens voor deze kaart zijn verzameld. Verder wordt de Konijnenberg aan de rand van Nieuwkuijk genoemd, waar 300 mensen tijdens de overstroming heen zijn gevlucht. Deze is rechts op de prent weergegeven als 'toevluchtsoord van menschen en vee'. Wat hier opvalt is de vermelding dat 'G. van Son President der Commissie van den Konijnenberg, huist in een daarop geplaatste tent.' De meeste vluchtelingen verbleven de eerste dagen en nachten na de ramp onder de blote hemel. Anderen hadden op de Konijnenberg waarschijnlijk een meer dan tijdelijke verblijfplaats, getuige de beschrijvingen bij de twee portretten die de kaart completeren: 'M. Heymans, Nachtwaker der gemeente Nieuwkuik. Heeft door het slaan der noodklep de inwoners gewekt en van de doorbraak verwittigd. Huist in een hol op de Konijnenberg' en 'B. v.d. Lee, bijg: de Stoker, Jager van den Heer van Onsenoort. Huist met vrouw en vijf kinderen in een uitgegraven holte op den Konijnenberg'.

Deze kaart, met een schat aan informatie, is uitgegeven bij P.C. Baijens in Waalwijk – met name actief met de uitgave van prentbriefkaarten – en vervaardigd door A.B. van Lieshout (1802-1885). Een uitgebreid artikel over Van Lieshout verscheen in 1997 in tijdschrift De Klopkei (jaargang 21, p. 127-136, vindplaats T 07471). Deze Waalwijkse kunstenaar genoot zijn opleiding aan de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten in 's-Hertogenbosch. Als zoon van een meester-timmerman kwam hij in aanraking met secuur meet- en tekenwerk. Tijdens zijn opleiding behaalde hij prijzen in de bouwkunde en ornamentkunde. Uiteindelijk kwam hij te werken bij het Kadaster in 's-Hertogenbosch. Zijn bekendste werk is een kaart van Noord-Brabant, bestaande uit twaalf delen, die ook in de Brabant-Collectie aanwezig is (vindplaats: Provincie Noord-Brabant / 1842 (1)). Deze kaart van Noord-Brabant kreeg na verschijnen veel waardering. In 1881, Van Lieshout was al bijna tachtig jaar en – zo staat vermeld op de kaart – 'Oud Ambtenaar van het Kadaster', was hij belast om de situatie en de verhalen in Nieuwkuijk na de watersnood op te tekenen.

Aan de hand van de veelzijdige bronnen uit diverse collecties die hierboven zijn beschreven, kan een goed beeld worden geschetst van een ramp, een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van een klein Brabants dorp. De impact van rampen laat voor altijd sporen na. Benieuwd hoe over anderhalve eeuw wordt teruggekeken op de coronacrisis in onze tijd en welke literaire en visuele bronnen daarvan bewaard zijn gebleven…

maandag 25 mei 2020

Wandelen in de omgeving van ’s-Hertogenbosch; 10 dagwandeltochten tussen de Maas en Boxtel, Rosmalen en Vlijmen


In deze coronatijd aandacht voor een onlangs verschenen wandelgids met 10 wandelingen van de Paadjesmakers rondom ’s-Hertogenbosch. Het is een gevarieerd aanbod van wandelingen door de omgeving van ’s-Hertogenbosch met ook aandacht voor de geschiedenis van het landschap en zijn bebouwing. De routes gaan door natuurgebieden en agrarische gebieden, door moderne maar ook door typisch Bossche wijken, door rustige en bijzondere plekken en eindigen veelal in of vlakbij de Bossche binnenstad. Het moerassig gebied rond de stad en de beekdalen van de Aa en de Dommel vormen een mooi decor voor de wandelroutes. 

Vindplaats: BRA H4 PAAD 2020

maandag 11 mei 2020

Blauwborst

Blauwborst in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C.Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 K 01
Sylvia Suecica, het Blaauwborstje

We pakken weer even de draad op van onze blogreeks over de Nederlandsche vogelen van Cornelis Nozeman (1721-1786), met vandaag aandacht voor de Blauwborst. Over de naamgeving schrijft Nozeman het volgende:
"Het Mannetje, heeft een schoone, hemelblaauwkleurige keel en borst, van waar zijn naam ontleend is, bij Linnaeus, is deze Vogel bekend onder den naam van Montacilla Suecica, wat hiertoe aanleiding gegeven hebbe, is niet wel optesporen, want hoe zeer geheel Europa hun ter woonplaats strekt, is het tog Zweden, en de verdere Noordelijke deelen niet, in welke hij zijnen hoofdzetel vestigd."
Tegenwoordig onderscheidt men twee ondersoorten van deze trekvogel: de Witsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica cyanecula) en de Roodsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica svecica). In ons land zien we met name de eerstgenoemde. Het zwaartepunt van de West-Europese verspreiding ligt zelfs in ons land en in West-Vlaanderen, aldus de Vogelatlas van Nederland van SOVON. Gelukkig is er steeds meer geschikt leefgebied voor deze vogel bijgekomen, waardoor hij zelfs van de 'Rode Lijst' is gehaald. Veel zeldzamer in ons land, maar daarentegen veel voorkomend in Noord-Europa, is de Roodsterblauwborst. Deze vogel, met een rode 'ster' in het blauwe borstgedeelte, is in ons land een zeldzame doortrekker in het voorjaar. Ook al doet de Nederlandse naam wellicht anders vermoeden, de Blauwborst is nauwer verwant aan de Nachtegaal dan aan de Roodborst. Die verwantschap komt ook tot uiting in enkele dialectnamen voor de Blauwborst: Poldernachtegaal, Rietnachtegaal en Waternachtegaal.

De Blauwborst laat zijn uitbundige zang vaak horen vanaf een goed zichtbare zangpost, op de top of op een tak van een struik in nat gebied. Hij richt dan zijn staart op en toont zijn felgekleurde blauwe borst in al zijn pracht. Ook in de baltsvlucht kun je zijn zang horen, die door vogelaars wordt vergeleken met het geluid van een startmotortje. Nozeman was niet zo onder de indruk van de zang van de blauwborst, althans van de exemplaren die in zijn tijd veelvuldig in gevangenschap werden gehouden:
"Er worden jaarlijks verscheiden gevangen, en in kooijen met meelwormen onderhouden; zij worden alsdan zeer tam, en leggen alle schuwheid af; het is echter alleen de schoone kleur, waardoor zich dit Vogeltje aanbeveelt, want zijn geluidt, is, juist niet strelende, bestaande alleen in enkelde en afgebrokene klanken, die op zichzelve dan tog niet verveelende of onaangenaam kunnen heeten."

Over biotoop en voedsel van de Blauwborst schrijft Nozeman:
"Het voorwerp waarover wij bij dezen handelen; en waarvan in het jaar 1810 twee of drie stuks te Harderwijk, gevangen werden, bewoond veelal, de struiken en wildernissen althans gedurende den zomer, alwaar dit Vogeltje zich alsdan, zoo hier als elders, aan oevers en andere waterachtige plaatsen, in het digtst van Heesterboschjes verschuilt, op de aarde een nest bouwt, en vijf à zes langwerpige groenachtige eijertjes legt... het voedsel bestaat in allerleij Insecten, inzonderheid in Water-Insecten, waarom hij gaarne aan waterachtige plaatsen zich nederzet, echter bezoekt hij ook in het najaar de Wijngaarden en Moestuinen, om aldaar van Druiven en andere Gewassen, Wormen en Rupsen, aftelezen."
Aldus zijn Blauwborsten voor Nozeman "nuttig, wegens hun verslinden der Insecten en in het gezellige leven aardige beestjes en indien men zulks zouden kunnen verkiezen, ook tot spijze zeer goed te gebruiken."

Vindplaats: KOD 041 K 01 

maandag 13 april 2020

Ginnekense wonderdokter

Portret F.J.M. Colson, vóór 1900. Poststempel d.d. 20-09-00
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
In 1904 kocht de Hagenaar François Joseph Marie Colson (1878-1911) een stuk grond met een houten huisje in het Ulvenhoutse bos. Al snel begon hij zijn praktijk als kruiden- of wonderdokter van Ginneken. Per paardentram kwamen de mensen vanuit het hele land, maar ook uit België. Colson beweerde over bijzondere gaven te beschikken. Zo zou hij zonder mensen aan te raken door hun lichaam kunnen kijken en zou hij weten aan welke kwalen ze leden.
Ierseksche en Thoolsche Courant, 25 februari 1905
www.delpher.nl
Op 30 september 1904 is vanuit Ginneken deze prentbriefkaart verstuurd naar de familie Van Dam te Rotterdam. De plaatselijke fotograaf A. van Erp heeft de praktijk van de wonderdokter op de gevoelige plaat vastgelegd. Op de beeldzijde staat een mooie anekdote over het bezoek van Anna aan dokter Colson met baard en pij (staand rechts van het midden).
Groepsportret bij wonderdokter F.J.M. Colson (staand rechts van het midden)
voor het houten keetje in het Ulvenhoutse bos
, 1904
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken. Brabant-Collectie. Tilburg University
De transcriptie van deze anekdote luidt als volgt:
Jans.
Ik bedank je wel voor je cadeau en vind het zeer mooi. Ook bedank ik Emma gelijk voor het geld dat ze mij gegeven heeft, haast was ik er aan vergeten. Nu heeft Filip gezegd, dat Sjaak van plan was zondag met Léon mee te komen. Dit willen wij graag vooruit weten. Anna is onderzocht, doch de Dr heeft niets gezegd. Hartelijke groeten aan Allen van ons Esther en Anna. Anna voelt zich zeer goed en haar longen hebben niet het minste geleden, door het wandelen. adieu Esther.
Zoo je Bernard Bouwman ziet bedankt hem dan voor zijn aanzichtkaarten. Als Sjaak mee komt laat hij dan zijn fiets mee brengen. De boer vraagt er alledag na misschien kan hij hem verkoopen. Het weer liet zich van morgen niet mooi aanzien. Het knap nu echter op. Misschien gaan we vanmiddag eens naar Breda. Nu dag tot Ziens Esther


De zaken gingen bijzonder goed. François Colson kon in 1905 een groot herenhuis aan de Ulvenhoutselaan nummer 7 huren. In zijn woonhuis ontving hij patiënten en bewonderaars, soms wel zeventig per dag. In het houten “Boschhuis” hield hij eveneens nog spreekuur. De kleine houten keet werd rond 1910 uitgebreid tot een groot zomerhuis. Het huis met verdieping en gaanderij werd door hemzelf “De Belvedère” oftewel uitkijktoren genoemd vanwege het mooie uitzicht over het bos. Helaas is het in 1913 afgebrand.

Ulvenhout. Ulvenhoutsch Bosch
Prentbriefkaart. Foto: A. van Erp, Ginneken; 63601. Brabant-Collectie. Tilburg University 
Ondanks zijn faam moest hij van de politie in maart 1906 stoppen met het "onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst". Hij werd bestempeld als kwakzalver.
Dagblad van Noord-Brabant, 9 maart 1906
www.delpher.nl
Colson nam dr. Korteweg uit Breda als “assisterend geneesheer” in dienst en de praktijk werd alsnog voortgezet. De assistent, een oudere man, ontving de patiënten en noteerde hun klachten, waarna ze voorgeleid werden aan de ‘grote heler’ voor een consult. De mensen hoefden hun klachten niet meer op te sommen, want Colson wist al wat ze mankeerden. Hij trachtte met kruiden en hypnose de patiënten te genezen. Vooral goedgelovigen en vrouwen zochten de charismatische ‘dokter’ op, wellicht mede aangetrokken door zijn opmerkelijke levensstijl. Hij beschikte over een koets met span en een automobiel, waardoor hij ook huisbezoeken kon afleggen. In de Bredasche Courant van 7 juni 1907 wordt melding gemaakt van een auto-ongeluk, toen Colson en zijn assistent op weg waren naar Baarle-Nassau.
Bredasche Courant, 7 juni 1907
www.delpher.nl
Dagblad van Noord-Brabant, 25 juni 1907
www.delpher.nl
In de Bredasche Courant van 13 november 1909 staat een uitgebreid en kritisch stuk over de klandizie van de wonderdokter en zijn zogenaamde genezingen naar aanleiding van een artikel van G.W. Bruinsma in het Maandblad, uitgegeven door de Vereeniging tegen de kwakzalverij. Doordat François Colson zelf ernstig ziek werd, kwam er een einde aan zijn succes. Op 7 februari 1911 overleed de dan 32-jarige wonderdokter na een operatie in Den Haag. Grote belangstelling was er voor zijn begrafenis. Zijn bewonderaars plaatsten een gedenksteen (in de vorm van een obelisk) op zijn graf op het kerkhof van de Nederlands Hervormde Kerk in Ginneken.

donderdag 9 april 2020

Het Jaar van de Wilde Eend

In 2002 startten de Vogelbescherming en SOVON een nieuw initiatief: gedurende een jaar één vogelsoort centraal stellen waarover meer specifieke informatie gewenst is. Dat jaar werd het de ijsvogel, en vele andere vogels volgden (zie dit overzicht). 2020 is uitgeroepen tot Het Jaar van de Wilde Eend. Een gewone vogel zou je denken, maar hierin schuilt het gevaar dat we nauwelijks in de gaten hebben dat deze soort - om nog onduidelijke redenen - de laatste decennia sterk in aantal is afgenomen. Welke bijdrage jij aan het onderzoek kunt leveren, lees je hier.

Maar hoe zat het eigenlijk met de Wilde Eend in de tijd van Cornelis Nozeman (1721-1786)? Trouwe lezers van ons blog zullen zich wellicht nog herinneren dat we in september 2011 van start gingen met een speciale blogreeks over de 18e-eeuwse boekenserie van Nozeman, genaamd: Nederlandsche vogelen; volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven. In deel 3 bespreekt hij Anas Boschas, indertijd in ons land bekend onder de namen Wilde Eend, Spiegel-eend en Ring-eend.


Wilde Eend in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 I 01
Nozeman schrijft dat deze vogel Spiegel-eend wordt genoemd "wegens de aanzienlyke glanzige groenblaauwe Plek op de Vlerken". En Ring-eend is volgens hem te herleiden naar de witte halsband. Voor wie meer wil lezen over de naamgeving van deze vogel door de eeuwen: neem eens een kijkje op de site WNVE.

Is de Wilde Eend in onze tijd een van de meest verbreide broedvogels, in de tijd van Nozeman was het nog een trekvogel die het Hoge Noorden verkoos als broedplaats. Hij schrijft:
"Het zyn Trekvogels, die in de Noordelyke en Oostelyke deelen van Europa waarschynlyk hunne Broedplaats hebben, brengende aldaar het Voorjaar, en een gedeelte van den Zomer, door... Zy zyn 'er, volgens anderen, in ongelooflyke menigte. Men vindt die zelfde Soort van Eendvogels ook in Groenland en Spitsbergen, ja zelfs aan de Hudsons-Baay en in Noord-Amerika... In Augustus of September, wanneer de Koude aldaar begint, verlaaten zy reeds dien oord, en koomen by groote Schoolen, even als de Ganzen, naar onze Nederlanden en Engeland overvliegen, alwaar zy by menigten in de Vogelkooijen gevangen worden... Misschien broeden ook eenigen die overblyven, in sommige deelen van onze Nederlanden, zowel als in Vrankryk. Wanneer de Wateren bevroozen zyn, weeten zy op het Land aan veelerley groente, inzonderheid in de Koornvelden en Bouwlanden, nog wel de Kost te vinden: want zy slaan alles binnen, dat eetbaar is."
Menig Wilde Eend verdween in de pan:
"Onder de oude Romeinen was men 'er reeds op verslingerd. Hedendaags zyn zy in onze Provinciën ook nog als een aangenaame Versnapering ge-estimeerd, en komen hier in de Herfst, uit de Vogelkooijen, menigvuldig te koop."

Helaas is onze Bijzondere Collectie, en dus ook dit deel van Nozeman, momenteel niet raadpleegbaar. Maar niet getreurd. De Koninklijke Bibliotheek heeft de reeks van Nozeman in zijn geheel digitaal beschikbaar gesteld. Zo ook deel 3, met daarin de Wilde Eend. Dus wordt het toch nog gewoon genieten, maar dan vanachter het beeldscherm.

Vindplaats: KOD 041 I 01

maandag 30 maart 2020

De verdwijning van Robin en de dwaling die daarop volgde

Afgelopen september verscheen het autobiografisch boek van Marjan Gorissen over de verdwijning van het driejarige meisje Robin Bogers in 1996 en de schokkende gevolgen voor haar. Gorissen werd valselijk beschuldigd en slachtoffer van een justitiële dwaling. Op 24 april 1996 gaat Robin pannenkoeken eten bij overbuurvrouw Trudy, vriendin van Marjan. Wanneer Robin niet thuiskomt bij haar ouders wordt alarm geslagen en komt een grootscheepse zoekactie op gang die lang zal duren. Iedereen zoekt Robin, heel Nederland leeft mee. Marjan Gorissen, die op dat moment zwanger is, wordt gearresteerd na belastende verklaringen van Trudy. Lange tijd blijft ze hoofdverdachte en zit vast in de vrouwenvleugel van PI Maastricht. Ze bevalt daar van haar zoon. Na 103 dagen wordt ze plotseling vrijgelaten. Tijdens een confrontatieverhoor bekent Trudy dat ze Robin vermoord heeft. Het enige dat teruggevonden wordt is een schoentje met Robins voetje op de vuilstort in Zevenbergen. De gevolgen van de beschuldiging en de nasleep daarvan waren voor Marjan zo aangrijpend en indringend dat het lange tijd duurde voordat ze haar leven weer op de rit had.

Vindplaats: BRA Q3 GORI 2019

maandag 16 maart 2020

Tijdschrift: Geografie

Op deze plaats belichten we regelmatig Brabantse tijdschriften die aanwezig zijn in de Brabant-Collectie en aldaar bestudeerd kunnen worden. Het betreft meestal heemkundige periodieken, verbonden aan een dorp, een groep van bij elkaar gelegen en soms al samengevoegde dorpen, of een stad. De inhoud is een bundeling van artikelen over de betreffende plaats(en) en beslaat meestal een breed scala aan onderwerpen. Het lezerspubliek, in meerderheid bewoners van de plaats(en), komt in het tijdschrift meer te weten over de (cultuur)geschiedenis van de eigen omgeving. Alzo dragen deze bladen bij aan de identiteitsvorming van plaats en bewoners.
Maar niet alle tijdschriften bij de Brabant-Collectie hebben deze lokale verbondenheid. Zo verschijnen in het landelijke tijdschrift Geografie artikelen die onder de noemer ‘aardrijkskunde en geowetenschappen’ vallen. Het blad van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap verschijnt negen keer per jaar. De Brabant-Collectie is er op geabonneerd omdat in de collectie veel cartografische documentatie aanwezig is. Zo is er een belangrijke collectie kaarten van de periode van het Hertogdom Brabant tot en met de huidige provincie Noord-Brabant, én een ruime bibliotheek aan boeken over het onderwerp. Artikelen in Geografie die aansluiten bij de verzamelgebieden van de Brabant-Collectie of bijdragen aan de wetenschappelijke informatie over Brabant worden via de website BCfinder ontsloten.
Zo verscheen in het februarinummer van 2020 een interessante bijdrage over een onderzoek in Tilburg, getiteld: ‘Place identity in Jeruzalem. Leerlingen op onderzoek in Tilburg’. Het doel was te bezien of er een uitspraak gedaan kon worden over de leefbaarheid in de Tilburgse wijk Jeruzalem. Leerlingen van de bovenbouw (havo en vwo) van De Nieuwste School verrichtten het onderzoek dat geïnitieerd is door de Fontys Lerarenopleiding Tilburg. Een gastcollege over leefbaarheid, een fietstocht door de wijk en het uitvoeren en verwerken van een enquête waren onderwijskundige aspecten van het project.
Twee sociaalgeografische termen komen bij het onderzoek om de hoek kijken: place identity (het in een plaats bij elkaar komen en wonen van mensen, ongeacht de achtergrond) en place attachment (het emotioneel gehecht zijn aan een plaats). Met een cijfer van 1 tot 5 kon men aangeven in hoeverre men het met een reeks van stellingen over de wijk Jeruzalem eens was. Het leverde interessante inzichten op die in het artikel en ook op de website www.geografie.nl verder zijn uitgewerkt.




De Tilburgse wijk Jeruzalem werd, net als wijken met dezelfde naam in onder andere Nijmegen en Helmond, in de jaren 1950 met Marshallhulpgelden gebouwd. De prefab woningen konden snel worden gebouwd en waren bedoeld om de woningnood te bestrijden. Na een beperkte periode zouden ze vervangen worden door meer duurzame woningen. Ze hebben de voorbije decennia overleefd, ook omdat bewoners zich tegen sloop verzetten. Echter, de leefomstandigheden voldeden op een zeker moment niet meer. In 2007 kwam het Tilburgse Jeruzalem in een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek als de armste wijk van Brabant naar voren. Hierop werd besloten tot een grootscheepse herstructurering met sloop, renovatie en nieuwbouw. Het resultaat van deze aanpak gaf een enorme boost aan de wijk en daarmee aan de leefbaarheid, hoewel er nu sprake lijkt te zijn van twee wijken: een nieuwe wijk en een, weliswaar opgeknapte, oude restwijk.

Het tijdschrift Geografie is aanwezig en raadpleegbaar op verdieping 0 van de universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 08947

donderdag 12 maart 2020

Terugblik boekpresentatie “Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter”. Oorlogsbelevenissen uit Waalre

Op woensdag 19 februari jl. is in Het Huis van Waalre het door de Brabant-Collectie en Stichting Devotionalia uitgegeven boek Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter: Het dagelijks leven van de familie Bijnen in Waalre in ’40-’45 aan het publiek gepresenteerd. Het was een geslaagde happening met een opkomst van meer dan 80 personen.


Deze publicatie gaat over het wel en wee van het gezin van Jan en Jacoba Bijnen-van Mierlo in de Tweede Wereldoorlog. Het dagboek van dochter Jacoba Bijnen (1923-2006), brieven van én aan zoon Paul Bijnen (1920-1999) en een selectie familiefoto's vormden de bronnen bij het samenstellen van deze publicatie door Tony Vaessen en Ad van Pinxteren, beide medewerkers van de Brabant-Collectie.
Ceremoniemeester Tony Vaessen begroet alle aanwezigen
© Paul Slot
 Familieleden van Jacoba Bijnen op de eerste rij (linkerfoto)
Familieleden en bekenden van familie Bijnen (r
echterfoto)
© Paul Slot
Ceremoniemeester Tony Vaessen gaf het woord aan de gastheer. Burgemeester Jan Brenninkmeijer heette iedereen welkom en liet duidelijk merken dat hij gegrepen was door dit boek. Hij ging dieper in op het zilveren huwelijksfeest van Jan Bijnen en citeerde veelvuldig uit het dagboek van Jacoba. Brenninkmeijer maakte ons deelgenoot van de volgende vragen waarmee hij bleef zitten: hoe ging het verder, wat is er gebeurd met Klaas Dekker, waarom is Jacoba gestopt met het dagboek?
Welkomstwoord door Jan Brenninkmeijer, burgemeester Waalre
© Paul Slot
Vervolgens kreeg Jacqueline Lavrijssen (dochter van Jacoba Bijnen) het woord en trakteerde de zaal op talrijke anekdotes. Ze sloot af met het typerende ‘Dan vuulde dè ge ouwer wordt’ (inclusief mimiek) van haar oom Pau.
Jacqueline Lavrijssen vertelt anekdotes over haar moeder Jacoba
 en ome Pau aan de hand van fragmenten uit dagboek en brieven
© Paul Slot
V.l.n.r.: Tiny & Jetty Dereumaux en Maaike & Ton Lavrijssen
(NB: Jetty en Ton zijn kinderen van Jacoba)
© Paul Slot
Mireille Vaessen verzorgde het intermezzo. Zij droeg gedichten van Guido Gezelle en Dirk Camphuyzen voor uit het dagboek en zong het fietsliedje ‘Blonde mientje’ van Snip en Snap. Daarna volgden enkele zeer fraaie Franse chansons en het Ave Maria van Gounod. Ze eindigde met een soldatentragedie, waarvan de tekst geschreven is door Paul Bijnen.
Mireille Vaessen zingt liedjes en draagt 
gedichten voor uit het dagboek
© Paul Slot
Burgemeester Jan Brenninkmeijer nam uit handen van Tony Vaessen het eerste exemplaar in ontvangst. Alle kinderen van Jacoba Bijnen (Jacqueline Lavrijssen in het bijzonder), de leden van het projectteam bestaande uit Ad van Pinxteren, Emy Thorissen en Paul Slot, evenals Mireille Vaessen ontvingen ook de publicatie.
Overhandiging van het eerste exemplaar van het boek aan burgemeester Brenninkmeijer (linkerfoto)
Het boek wordt aan de genodigden getoond. Op de achtergrond medeauteur Ad van Pinxteren (rechterfoto)
© Paul Slot
Marjan Brans en Annette Verstappen ontvangen een
exemplaar uit handen van Tony Vaessen (linkerfoto)
(NB: Marjan, Annette en Jacqueline zijn dochters van Jacoba)
Jacqueline Lavrijssen wordt extra in het zonnetje gezet. Zij was de drijvende kracht
achter het achterhalen van de namen bij de familiefoto’s (rechterfoto)
© Paul Slot
Na de bijeenkomst hieven de aanwezigen het glas en velen maakten van de gelegenheid gebruik het boek ter plekke aan te schaffen.
Enthousiaste gesprekken na afloop van de uitreiking van het boek (linkerfoto)
Marjan Brans en Coleti van Mierlo, een nichtje van Jacoba Bijnen (rechterfoto)
© Paul Slot
Ben u ook geïnteresseerd in dit boek? Bekijk in de advertentie hoe u het boek kunt bestellen.

maandag 2 maart 2020

DVD: De vrijheid verloren... en herwonnen. Goirle 1939 - 1945

Op 26 oktober 2019 werd onder grote belangstelling in Cultureel Centrum Jan van Besouw te Goirle de dvd 'De vrijheid verloren...en herwonnen. Goirle 1939-1945' gepresenteerd. Deze documentaire, tot stand gekomen ter gelegenheid van 75 jaar bevrijd Goirle, is een uitgave van de Bond van Wapenbroeders, afdeling Midden-Brabant. De Bond van Wapenbroeders is de oudste en grootste landelijke algemene vereniging van oud-militairen en actief dienende militairen van de Nederlandse krijgsmacht, alsmede van oud-verzetslieden en opvarenden van de Koopvaardij die in de Tweede Wereldoorlog onder Nederlandse of geallieerde vlag hebben gevaren. De bijna 50 minuten durende documentaire geeft een beeld van wat zich afspeelde in Goirle tijdens de mobilisatie in 1939 en de daaropvolgende oorlogsjaren. Tevens wordt met behulp van uniek beeldmateriaal ruime aandacht besteed aan de bevrijding van Goirle en de feesten daarna. Enkele (oud-)Goirlenaren vertellen in hun persoonlijke verhaal hoe zij de oorlogstijd hebben meegemaakt en ervaren.

De dvd is te bekijken op de raadpleegpc's op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD DEVR 2019

maandag 10 februari 2020

Boekpresentatie “Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter”. Oorlogsbelevenissen uit Waalre

Op woensdag 19 februari wordt in het Huis van Waalre de publicatie Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter. Het dagelijks leven van de familie Bijnen in Waalre in ’40-’45 ten doop gehouden. In het boek dat 160 pagina’s telt, wordt verhaald over het reilen en zeilen in het gezin van Jan en Jacoba Bijnen-van Mierlo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit gebeurt aan de hand van een drietal bronnen. De meest uitvoerige bron is het dagboek van dochter Jacoba Bijnen (1923-2006). Daarnaast zijn er brieven van én aan zoon Paul Bijnen (1920-1999) en wordt het geheel geïllustreerd aan de hand van een selectie familiefoto’s. 
Mieke, Riek, Jo, Paul en Jacoba Bijnen, met Kees Verhoeven, Wim Jansen en andere Waalrenaren vieren op de markt de bevrijding met Engelse soldaten. Alle meisjes dragen een (feest)strik in het haar en diverse mannen dragen om de arm een band van de Partizanen Actie Nederland
© Brabant-Collectie | Tilburg University
Jacoba start haar dagboek op 1 januari 1940. Elders in Europa is de oorlog dan al losgebarsten en Jacoba voelt de dreiging ook in Nederland toenemen. Zij schrijft behalve over haar dagelijkse en alledaagse bezigheden ook over de oorlog. Naast de mobilisatie, het kazerneleven van broer Paul, voedselschaarste, de militaire aanwezigheid, bombardementen en Arbeitseinsatz komen ook familiebezoek, uitstapjes te voet of op de fiets, kerkbezoek, favoriete muziek, handwerken voor de missie, het weer, lezen, het Koninklijk Huis, verjaardagen en sterfgevallen, jongens, kleding kopen etc. aan bod. De teksten in de vijf bewaard gebleven schriftjes geven een inkijkje in het geleefde én gevoelde leven van een jongvolwassene in de oorlogsjaren in Waalre. De nabijheid van en het gericht zijn op de grote stad, Eindhoven, komt goed naar voren in zowel de oorlogsverhalen als het dagelijks leven.
Poseren voor de MK VII Churchill tank bij de Edah-winkel aan de Stationstraat in Waalre, 11 februari 1945: staand: Riek, Jo en Jacoba Bijnen, soldaat Frans Lavrijssen, Mieke Bijnen, Engelse soldaat; zittend: Kees Verhoeven, Coleti van Mierlo, Herman van Diessen en een Engelse soldaat
© Brabant-Collectie | Tilburg University
De correspondentie van én aan Paul Bijnen is interessant omdat hij, de enige zoon in het gezin, begin 1940 wordt opgeroepen voor militaire dienst. Na de machtsovername door de Duitsers keert hij echter al na een paar maanden met groot verlof huiswaarts. De vriendschappen die hij in dienst opdoet, zorgen tijdens de oorlogsjaren voor een levendige correspondentie. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, gaat het schrijven en verzenden op een zeker moment met de nodige voorzichtigheid en geheimzinnigheid gepaard.
Groepsportret van rekruten met een aantal meisjes: Paul Bijnen (met de poppenwagen rechts)
en Wim Jansen (met hond)
© Brabant-Collectie | Tilburg University
Voor de publicatie is uit de drie bronnen een selectie gemaakt door Tony Vaessen en Ad van Pinxteren. Familie en mensen uit de Waalrese gemeenschap zijn betrokken geweest bij het identificeren van personen op de foto’s. De uitgave is vormgegeven door Miek Saaltink van Oer Ontwerp en is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Uitgevers zijn de Brabant-Collectie/Tilburg University en Stichting Devotionalia.

Graag nodigen beiden u uit aanwezig te zijn bij deze boekpresentatie en overhandiging van het eerste exemplaar aan burgemeester Jan Brenninkmeijer.

Datum: woensdag 19 februari 2020
Tijdstip: Inloop vanaf 15.30 uur; aanvang om 16.00 uur
Locatie: Huis van Waalre, Koningin Julianalaan 19, 5582 JV Waalre


maandag 3 februari 2020

Foktoom: het geheim achter de beste en mooiste sierkippen van Europa


Voor zijn afstudeerproject aan de Fotovakschool Nederland volgde fotograaf en oud-Diessenaar Sander Hoosemans zeven maanden lang Jozef en Annie Vingerhoets uit Baarschot. Dit echtpaar wint sinds 1984 op nationaal en internationaal niveau prijzen met hun sierkippen. Het fokken en grootbrengen van deze kippen gebeurt met passie en gevoel, niet met computers of digitale kansberekening. De titel 'foktoom' verwijst naar een groep hennen en een haan die zodanig is samengesteld dat het de beste nakomelingen oplevert.
Elke week ging Sander op bezoek bij Jozef en Annie voor een bak koffie met een koekje. Op een natuurlijke manier, zonder regie, lopend door de stallen, maakte hij zijn foto's. In zwart-wit beelden wordt het proces van ei tot tententoonstelling gevolgd, met passie voor perfectie. Het op deze manier ontstane fotoboek is een weergave van de authentieke en eigenzinnige werk- én leefwijze van Jozef en Annie. De betrokkenheid van de fotograaf is goed terug te zien in het eindresultaat.
Op 29 november 2019 werd het eerste exemplaar van het boek onder grote belangstelling overhandigd aan het echtpaar Vingerhoets.

Vindplaats: BRA Z6 HOOS 2019

dinsdag 28 januari 2020

Boekpresentatie over de Roman-Visscherkaart

Op 18 december jl. is in Het Noordbrabants Museum tijdens de Vriendendag Prins Bernhard Cultuurfonds het eerste exemplaar van het boek over de Roman-Visscherkaart door onze huidige commissaris van de Koning, Wim van de Donk, overhandigd aan mr. Frank Houben, oud-commissaris van de Provincie Noord-Brabant. Een tweede exemplaar werd uitgereikt aan mr. Dries van Agt, voormalig premier van Nederland en ook oud-commissaris van de Provincie Noord-Brabant.
Overhandiging van het eerste exemplaar
V.l.n.r.: Wim van de Donk, Monique Houben-van Lanschot, Frank Houben en Dries van Agt
© Paul Slot
In opdracht van de Provincie Noord-Brabant en met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Brabant heeft de Brabant-Collectie deze bijzondere publicatie gerealiseerd.
Roman-Visscher publicatie
© Paul Slot
De schrijvers van het boek, Emy Thorissen en Mathieu Franssen, gaven elk een lezing over respectievelijk de herkomst, de aankoop en de restauratie van de kaart. Ook de historische context, de makers en de verschillende edities werden toegelicht. Deze bijzondere bijeenkomst werd opgeluisterd door Artvark Saxophone Quartet. Na het buffet in de blauwe en gele salon van het museum kon het gezelschap de wandkaart, die door de Brabant-Collectie in bruikleen gegeven is aan Het Noordbrabants Museum, bewonderen.
De auteurs Mathieu Franssen en Emy Thorissen werden door de CdK in het zonnetje gezet
© Paul Slot
De muzikale omlijsting werd verzorgd door Artvark Saxophone Quartet
© Paul Slot
Bezoekers bij de wandkaart (1661) in de Brabantzaal van Het Noordbrabants Museum
© Paul Slot
NB: Deze publicatie is een exclusief relatiegeschenk van Wim van de Donk en is dus niet verkrijgbaar bij de boekhandel.

maandag 20 januari 2020

Erfgoedblad Dye van Best

In september 1986 zag het eerste nummer van Best vruger het daglicht. Het openingsartikel van Piet Boeren ging in op de herkomst van de naam van (toen nog) heemkundekring ‘Dye van Best’. Je behoort de 'y' uit te spreken als een ‘ie’ en ‘dye’ verwijst naar de gewone mensen van Best. Het erfgoedblad anno 2020 draagt de naam van de erfgoedvereniging groot op de voorpagina van ieder nummer. In 2018 (halverwege een jaargang, wat jammer is voor een bibliotheek vanwege het inbinden) heeft het periodiek een metamorfose ondergaan. Een fullcolour opmaak en een verdubbeling van het formaat heeft gezorgd voor een frisse, eigentijdse uitstraling. Het eerste nummer in deze vernieuwde vorm begint met een artikel waarin wordt teruggekeken op de veertien jaar ‘Uit de Kelder’, de naam die het tijdschrift vanaf 2003 droeg. De redactie van het tijdschrift bevestigt hiermee een goed besef van historisch bewustzijn: men legt de eigen geschiedenis vast.

Het tijdschrift verschijnt nu vier keer per jaar en bevat, verspreid over 24 pagina’s, een keur aan artikelen, zowel klein als groot van omvang. Soms wordt een bijdrage over meerdere nummers uitgesmeerd. Artikelen over historische gebeurtenissen uit het verleden worden afgewisseld met interviews met bekende en onbekende inwoners van nu. Ook sport, onderwijs, heraldiek, bedrijfsgeschiedenis, kunst, het spoor en, uiteraard, de Tweede Wereldoorlog worden in interessante bijdragen over het voetlicht gebracht. De heilige Odulphus, schutspatroon van Best, geboren in Oirschot en in het begin van de negende eeuw pastoor in die plaats, keert vanzelfsprekend ook regelmatig terug in het tijdschrift. In 2018, bij gelegenheid van het 200-jarig bestaan van Best als zelfstandige gemeente – dus los van Oirschot – werd een extra, dubbeldik nummer van het erfgoedblad uitgebracht.

Behalve een periodiek heeft de erfgoedvereniging ook een groots opgezette website waarop heel veel voorbeelden van Bests erfgoed in woord en beeld langskomen. Uiteraard is daar ook veel ruimte voor de activiteiten van de erfgoedvereniging.

Het Erfgoedblad van de Erfgoedvereniging Dye van Best en zijn voorlopers zijn aanwezig en raadpleegbaar op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 07304