Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label heiligen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heiligen. Alle posts tonen

dinsdag 6 december 2022

Brabantse rage in de jaren twintig van Heilig Hartbeelden

Net als wegkapellen, wegkruisen, Lourdesgrotten, gevelbeeldjes en devotietegels rekenen we Heilig Hartbeelden tot kleine religieuze monumenten. De standbeelden werden opgericht als teken van devotie, gewijd aan het Heilig Hart van Jezus. In de prentbriefkaartenverzamelingen van de Brabant-Collectie zijn talrijke afbeeldingen aangetroffen.

Vooral in de jaren twintig werden deze beelden in de open ruimte geplaatst. Je vond ze op centrale pleinen of plantsoenen naast de kerk, het kerkhof en het klooster en ook in de tuin van religieuze gemeenschappen en op een binnenplaats of speelplaats van (kost)scholen. In de loop der tijd zijn de Heilig Hartbeelden soms verplaatst, in verval geraakt en/of opgeruimd. Een aantal wordt beschermd als gemeentelijk of rijksmonument. Ook bij mensen thuis trof je deze beelden aan, echter in een veel kleiner en handzaam formaat.

De Heilig Hart-devotie kent in onze provincie meerdere oplevingen. Allereerst in de periode van 1875 tot 1920. Vervolgens in de jaren twintig en dertig, mede ingegeven door de heiligverklaring in 1920 van de Franse kloosterzuster Marguerite-Marie Alacoque (1647-1690). De verering werd ook vanwege de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog bevorderd door paus Pius XI. Tot slot was de Heilig Hart-devotie ook populair in de jaren vijftig van de vorige eeuw. In Tilburg werd een grootse Heilig Hartprocessie gehouden. In de jaren zestig raakte deze traditie echter grotendeels uit de gratie.
Met name in de jaren twintig ontstond een rage in de oprichting van Heilig Hartbeelden. Ze werden aangeboden ter gelegenheid van een jubileum van een gebouw of priesterschap. De benodigde gelden werden grotendeels door de parochianen bijeengebracht, soms legde de pastoor bij en een enkele keer deden particulieren dat.

Schoolkinderen en inwoners zijn vaak vereeuwigd voor een imposant Heilig Hartbeeld. Op de voorkant van onderstaande ansichtkaart zien we ontspanning op ‘de cour’: spelende schoolmeisjes in uniform in het gezelschap van een ietwat verscholen zuster bij Christus-Koning. Deze prentbriefkaart is door Soeur Petra verstuurd aan haar in Steenbergen woonachtige, getrouwde zus: "Beste Antoinette, Ook een kiekje van ons H. Hartbeeld op onze speelplaats dat we ten geschenke hebben gekregen met het 25 jaar bestaan onzer kweekschool. Hoe is ’t leef je nog? …" 
Heilig Hartbeeld op de speelplaats van Kweekschool St. Antonius, Dongen, 1920.
Prentbriefkaart. Foto: Berk, Dongen. Brabant-Collectie, Tilburg University

In de prentbriefkaartencollectie van de Waalrese fotograaf Jan Bijnen (1874-1959) zijn tot op heden tien opnamen van Heilig Hartstandbeelden aangetroffen, te weten die van Acht (2x), Best, Bergeijk (2x), Budel, Knegsel, Reusel, Valkenswaard en Wintelre.
Op Tweede Pinksterdag 6 juni 1927 werd het Heilig Hartbeeld met de aanleg van het park naast de Sint-Willibrorduskerk te Wintelre geschonken door Arnoldus, de zoon van Jan Mollen-Wouters. Het monument wordt vergezeld door twee witte leeuwen. De parochianen - o.a. de Jonge Boerenstand – verrichtten hand- en spandiensten. Het bronzen beeld is ontworpen door de Franse beeldhouwer Jules Déchin (1869-1947). Firma Van Haaren uit Veghel vervaardigde het beeld en Firma Kluytmans uit Eindhoven de sokkel.
Wintelre, H. Hartbeeld. Prentbriefkaart. Foto: Jan Bijnen.
Datering: 1927. Brabant-Collectie, Tilburg University

Ook in zijn eigen geboorte- en woonplaats heeft Jan Bijnen het volksfeest tijdens de intronisatie op de gevoelige plaat vastgelegd. Onder grote belangstelling wordt het beeld onthuld door de burgemeester en ingezegend door de pastoor en/of bisschop. De straten zijn versierd met vlaggen en guirlandes. De bruidjes leggen bloemstukken bij het standbeeld. De stoet bestaat o.a. uit gilden, jeugd- en werkliedenverenigingen, harmonieën of fanfares en zangkoren. Jaarlijks vindt er daarna in juni een Heilig Harthulde met een bloemenzee van de parochianen en de hernieuwing van de intronisatie plaats.
St. Martinusgilde in optocht tijdens het feest der intronisatie van het Heilig Hart,
Waalre, 1922. Prentbriefkaart. Foto: Jan Bijnen. Brabant-Collectie, Tilburg University

Er werden prijsvragen uitgeschreven voor de stroom Heilig Hartbeelden. Katholieke beeldhouwers, zoals de Eindhovense Jan Custers, de Roermondse Jean Geelen en de Wageningse August Falise, en Brabantse en Limburgse kerkelijke beeldhouwateliers vervaardigden deze monumenten. In Devotionalia nummer 231 (juni 2020) publiceerde Peter Thoben een artikel over de beeldhouwer August Falise en diens prijsvragen voor Heilig Hartbeelden voor met name Tilburg, Venlo, Weert en ‘s-Hertogenbosch. De beelden zijn gehouwen uit natuur- of kalksteen of uit brons vervaardigd. Meestal zijn ze op een voetstuk (een gemetselde sokkel) – soms nog verhoogd met zand – geplaatst en voorzien van een opschrift. In de jaren twintig ontwikkelt de neogotische stijl naar een meer gestileerde vormentaal.

Een impressie van de voorstelling van de Christusfiguur met midden op zijn borst een vlammend hart én de weergave als beeldengroep zoals opgenomen in nummer 241 van het tijdschrift Devotionalia is hier te bekijken.

woensdag 20 juli 2022

Besprenkeld met wijwater: Brabantse voertuigzegeningen

Niet alleen gebouwen en dieren, maar ook voertuigen werden gezegend in het katholieke zuiden. Een voertuigzegening (autozegening of -wijding) is het religieus zegenen van een voertuig. Oorspronkelijk vooral bedoeld voor auto’s, maar ook fietsen, brommers, motoren, bussen, vrachtauto’s en zelfs tractoren worden ingezegend ter voorkoming van ongelukken. Of het ook echt helpt? Daarover is men nog niet helemaal uit, maar het kan zeker geen kwaad. De eerste keer dat ik zelf dit fenomeen aanschouwde, was in mei 1992 in Rome. In dit geval liet een (bij)gelovige Italiaan zijn spiksplinternieuwe auto zegenen.

Dit bijgeloof stamt in Brabant al uit de jaren twintig, maar in vele plaatsen, zoals in Tilburg, is de traditie alweer verdwenen. In Hoeven, Elsendorp en Reusel vindt de inzegening van automobilisten nog steeds plaats. Vaak is de autozegening verbonden met de verering van de heilige Christoffel. Hij is de patroon-/beschermheilige van de reizigers. Velen dragen ook een medaille met zijn beeltenis bij zich. De inzegening vindt meestal plaats op of omstreeks 24 juli, de naamdag van Christoffel. Vaak spreekt de priester daarbij de volgende woorden uit: “Moge God u zegenen en u behouden doen thuiskomen”.

Christoffelprentje aangeboden bij gelegenheid van de autozegening door de chauffeursvereniging Reusel en de parochie O.L.Vr. Tenhemelopneming Reusel. Ongedateerd. (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Autozegening voor de Sint-Jan de Doperkerk te Hoeven, juli 2003.
Foto: Kerkbestuur Hoeven. (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Zo werd onlangs in maart 2022 bij de Sint-Servatiuskerk in Heeswijk-Dinther het wielerseizoen geopend met een heuse fietszegening door norbertijn en voormalig pastoor Joost Jansen, zelf een fervent wielrenner. Vanaf 2006 wordt het evenement georganiseerd door wielervereniging TWC De Kachelders. Al 16 jaar lang een traditie! 

Tot op heden heb ik slechts twee fietszegeningen in de verzameling van de Brabant-Collectie aangetroffen.

Op wielrennersbedevaart naar O.L.V. Den Bosch. Het inzegenen van West-Brabantse wielrenners in                      ’s-Hertogenbosch, 19 februari 1956.
Foto: R.K. Fotopersbureau Het Zuiden, ’s-Hertogenbosch. (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Ook in Eersel legde fotograaf Gaston Remery in 1960 het inzegenen van wielrenners op de gevoelige plaat vast. Voorafgaand aan een grote wedstrijd werden 's morgens na afloop van de heilige mis op het Kerkplein de jonge wielrenners met hun fiets gezegend. 

Inzegenen van wielrenners, Eersel, 1960.
Foto: Gaston Remery. (Brabant-Collectie, Tilburg University)
ONLANGS VERSCHENEN: deze bijdrage van Emy Thorissen is gepubliceerd in nummer 240 van het tijdschrift Devotionalia.

Cover tijdschift Devotionalia

maandag 28 februari 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van kerkplein Sint-Oedenrode naar Wolfswinkel

Etappe 5 Brabants Vennenpad (13.5 km)

De wandeling van vandaag start op het kerkplein van Sint-Oedenrode, bij de Sint-Martinuskerk. Op deze plek laat heer Arnold van Rode in de 12e eeuw de Sint-Odakerk bouwen, een kapittelkerk waar het gebeente van de heilige Oda door de vele bedevaartgangers kan worden vereerd. Zij is de naamgeefster van deze plaats, maar daarover straks meer. In de loop der tijd is de kerk geteisterd door oorlogs- en natuurgeweld. In 1801 stort de toren in en besluit men de kerk in zijn geheel te slopen en een nieuwe te bouwen. Alleen het hoogkoor uit 1498 wordt gespaard. In 1808 is de nieuwe kerk af. Men noemt deze niet meer naar Sint-Oda, maar naar Martinus, aangezien dit nu de enig overgebleven parochiekerk is. In 1912 vindt pastoor-deken A.J. van Erp de kerk te klein en laat onder architectuur van W.Th. van Aalst in drie jaar tijd een nieuwe kerk in neogotische stijl bouwen. Gelukkig ontloopt ook nu het originele hoogkoor de sloophamer en momenteel is het aangemerkt als rijksmonument. Het kerkhof, in zijn geheel een rijksmonument, is ook een bezoekje waard.
Calvarieberg op de begraafplaats bij de Sint-Martinuskerk, Sint-Oedenrode (januari 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In 1854 is in de lage beemden van de Dommel deze begraafplaats met hoofdpaden in de vorm van een kruis aangelegd. Het hoofdpad eindigt op de calvarieberg uit 1909: een beeldengroep op een kunstmatige heuvel die de kruisiging van Jezus Christus op de berg Golgatha voorstelt. De beelden van Hendrik van der Geld, en mogelijk ook andere beeldhouwers, zijn vervaardigd door de fabriek St. Oda van A.H. Swinkels. De zijpaden komen aan beide zijden uit op een kunstmatige heuvel. Op de linker heuvel staat een beeld van Sint-Martinus. Hier liggen 23 Gemenebest-soldaten begraven die september 1944 tijdens Operatie Market Garden overleden in het veldhospitaal. Op de rechter heuvel bevindt zich de Sint-Odakapel.
Sint-Odakapel op de begraafplaats bij de Sint-Martinuskerk (januari 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Maar eerst even een uitstapje naar de legende rondom deze heilige. Oda wordt omstreeks 680 geboren als de dochter van een Schotse koning. In de hoop te genezen van haar blindheid reist ze naar het graf van de heilige Lambertus in Luik. Haar hoop komt uit en ze besluit haar leven te wijden aan God, tegen de wil van haar vader in. Oda slaat op de vlucht en komt na vele omzwervingen uiteindelijk aan in Rode, het huidige Sint-Oedenrode. De inwoners zijn haar goedgezind en schenken haar een stuk grond met een hutje, gelegen op een heuveltje aan de Dommel. Daar komen we later tijdens onze wandeling nog langs. Oda sterft in 726 en wordt begraven in Sint-Oedenrode. De verering komt snel op gang en zoals reeds gezegd wordt er een aan haar gewijde kapittelkerk gebouwd. In 1103 wordt Oda heilig verklaard en in 1274 wordt in een oorkonde voor het eerst de naam Rode Sancte Ode gebruikt. Onderzoek in 1996 van de botresten toegeschreven aan Sint-Oda toont overigens aan dat deze onmogelijk van haar kunnen zijn; ze dateren met grote waarschijnlijkheid uit de 3e of 4e eeuw.

We gaan weer terug naar de heuvel aan het rechter pad. Deze was bij de aanleg in 1854 spitser en hoger, en bovenop stond een beeld van Sint-Oda.

Beeld van Sint-Oda op de Sint-Odaberg, begraafplaats Sint-Oedenrode.
Prentbriefkaart. Maker: Van Dijk. Datering: 1920-1930. Formaat: 13 x 8 cm
Uitgever: J. van de Wittenboer. Vindplaats: pbk-S 62.7 / 122.1 (1)
Bij het gouden priesterfeest van Van Erp in 1934 wordt de Sint-Odaberg gedeeltelijk afgegraven en verlaagd tot anderhalve meter hoogte. Met het door de parochianen ingezamelde geld laat de pastoor door architect M.J. Granpré Molière een kapel bouwen op de berg. En zo verhuist het Sint-Odabeeld naar de achterkant van de nieuwe kapel. Aan de voorzijde komt een rustaltaar voor de Oda- en sacramentsprocessies, maar dit wordt in 1966 afgebroken om plaats te maken voor het graf van mgr. W.M. Bekkers, bisschop van ’s-Hertogenbosch.
Mgr. W.M. Bekkers en zijn broers te paard voor het ouderlijk huis in Sint-Oedenrode.
Foto. Maker: Fotopersbureau Het Zuiden. Datering: 2 februari 1957. Formaat: 8 x 13 cm
Vindplaats: P / B 40.1 (2)
Bekkers wordt op 20 april 1908 geboren in Sint-Oedenrode als zoon van een landbouwer. Hij start zijn loopbaan in 1933 als kapelaan in ’s-Hertogenbosch. Daarna is hij rector van verschillende instituten en korte tijd pastoor in Tilburg. In 1957 wordt hij benoemd tot coadjutor met recht tot opvolging van de bisschop van ’s-Hertogenbosch, mgr. W. Mutsaerts. Drie jaar later volgt zijn bisschopswijding. Bekkers zorgt (mede) voor vernieuwing in de katholieke kerk en groeit uit tot een populaire en geliefde bisschop. Op 9 mei 1966 sterft hij aan de gevolgen van een hersentumor. Naar eigen wens wordt hij begraven in zijn geboorteplaats. Zijn graf wordt maandenlang druk bezocht en groeit haast uit tot een pelgrimsoord. Op het kerkplein vóór de Sint-Martinuskerk wordt op 20 april 2002 een standbeeld van Bekkers onthuld.

We vervolgen onze wandeling langs de oevers van de Dommel aan de zuidkant van Sint-Oedenrode. De Knoptoren tekent zich hier mooi af in het landschap.
St. Oedenrode, Oude Knoptoren
Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend. Formaat: 14 x 8 cm
Uitgever: J. van de Wittenboer. Vindplaats: pbk-S 62.7 / 411.11 Nede (4)

Knoptoren, Sint-Oedenrode (november 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In 1443 wordt voor het eerst melding gemaakt van een nieuwe toren in Eerschot, gebouwd tegen de reeds bestaande stenen kerk uit circa 1400. Eerschot is momenteel een wijk in Sint-Oedenrode, maar aangenomen wordt dat in de middeleeuwen hier het oorspronkelijke dorp ligt. Deze Sint-Maartenskerk wordt in de volksmond al gauw de Knoptoren genoemd door de grote knop op de top van de toren. Eeuwenlang is het de parochiekerk voor de katholieken, tot 1648. De katholieken mogen in Staats-Brabant hun geloof niet meer openlijk belijden en de kerk komt in handen van de protestanten. Pas bij het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 krijgen de katholieken officieel vrijheid van godsdienst. De Knoptoren blijft echter protestants; de katholieken krijgen de kleinere Sint-Odakerk toebedeeld. Op 9 november 1800 waait tijdens een zware storm de karakteristieke knop van de toren en stort door het kerkdak. De kerk is zo goed als verwoest en wordt in 1808 vanwege de kosten vervangen door een kleiner bouwwerk. Op de toren komt een lantaarn. Een gedeelte van de oude buitenmuren blijft staan, zodat binnen die muren een kerkhof voor de protestanten aangelegd kan worden. Sinds 2009 is de kerk in beheer bij Stichting Knoptoren, gemeente Meierijstad is de eigenaar. Aan de voet van de toren, in de voormalige kosterswoning, is heemkundige kring De Oude Vrijheid gevestigd.

We volgen de Dommel nu al enkele etappes. Tijd dus om eens stil te staan bij deze fraaie rivier. De Dommel ontspringt in België en komt bij Borkel en Schaft ons land binnen. Het is niet bekend wanneer deze naam voor het eerst gebruikt is. Wel weten we dat in geschriften uit de 8e eeuw de benaming Duthmala opduikt: mogelijk een samenstelling van dud (lisdodde, riet) en mala (dal, laagte, moeras). Deze laaglandbeek met een breed beekdal en wisselende stroomsnelheid wordt via een stelsel van sloten, greppels en beekjes gevoed door regenwater en kwel. Ooit was het een belangrijke rivier; in de Romeinse tijd is er mogelijk op gevaren, mensen kapten de oeverbossen en legden er hooilanden aan, langs de oevers werden watermolens gebouwd. Vanaf 1890 worden stukken van de Dommel recht getrokken, maar gelukkig komt men daar nu weer van terug en zorgt Waterschap De Dommel er mede voor dat de rivier haar natuurlijke karakter terugkrijgt. Waterzuiveringsinstallaties verbeteren de kwaliteit van het water, en dat is hard nodig want de Dommel is lange tijd een open riool geweest en een dumpplaats voor afval. Niet alleen huisafval, maar ook dode (huis)dieren werden in de rivier gegooid. Overigens waren ouders in Sint-Oedenrode als de dood dat hun kinderen zouden verdrinken in de Dommel. Dus maakten ze hen bang met verhalen over het “Ekkermenneke” of “Haakmenneke”. Dit griezelwezen zou in de Dommel leven en kinderen die te dicht bij de oevers staan het water in sleuren. In Boxtel noemen ze dit wezen overigens “Mènneke Haok”.


Via de Dommelbeemden komen we uit bij de Moerkuilen, een plas die is ontstaan door het afgraven van veen. Vlakbij ligt het zogenaamde Odaputje en jawel, hier duikt de ons reeds bekende Sint-Oda weer op. Nieuwsgierig geworden? Lees dan hier verder. De heilige houdt ons nog even gezelschap op ons pad. Nadat we het Vresselbos gepasseerd zijn, komen we bij de Sint-Odaberg: de plaats dus waar volgens de legende het hutje van Oda heeft gestaan. Stichting Roois Cultureel Erfgoed heeft samen met TV Meierij in het project Bankgeheimen de historische achtergrond van zeven toponiemenbanken in Sint-Oedenrode e.o. in beeld gebracht. Eén van die banken staat bij de Sint-Odaberg en daarvan is online een filmpje te bekijken. Overigens is dit een prachtig deel van de route, waar het voor Nederlandse normen hoog gelegen pad langs de meanderende Dommel voert en voor fraaie uitzichten zorgt.

Eindpunt van vandaag is Wolfswinkel. In de 14e eeuw stonden hier een slotje, een watermolen en twee boerenhoeven aan de Dommel. In die tijd is het een Brabants leengoed en in 1381 wordt het tot heerlijkheid verheven, waarna de leenman zich voortaan Heer van Wolfswinkel mag noemen. Via vererving komt het goed daarna in handen van diverse families. De watermolen wordt in 1604 een apart leengoed, los van de hoeven. In 1650 wordt bij de oorspronkelijke korenmolen een oliemolen gebouwd en later is er ook nog sprake van een volmolen. In 1794 wordt tijdens de oorlog met de Fransen de molen in de as gelegd, maar al snel wordt deze vijftig meter stroomopwaarts herbouwd. Eind 19e eeuw begint het verval. Als in 1928 de molensluis in de Dommel stort, ziet molenaar Dolf van der Hagen zich een jaar later genoodzaakt de molen van de hand te doen. Waterschap Het Stroomgebied van de Dommel neemt het stuwrecht van hem over.
Watermolen te Wolfswinkel. Foto. Maker: Martien F.J. Coppens
Datering: 1940-1944. Formaat: 12 x 16 cm
Vindplaats: S 62.7 / 842.11 Wolf (3)
In 1940 wordt de oliemolen afgebroken en in 1947 de graanmolen. Even is er sprake van dat het complex overgebracht gaat worden naar het Openluchtmuseum in Arnhem, maar dat is niet gelukt. Enkel de straatnaam Watermolenstraat en een monument in de vorm van een maalsteen herinneren nu nog aan het verleden.
Tot slot nog een kijktip: in een aflevering uit 2002 van De Wandeling loopt René Bastiaansen langs een aantal plekken die wij vandaag ook hebben bezocht.

De volgende keer lopen we verder naar de Collse watermolen.

Bronnen:
  • N. Koomans (1992): Granpré Molière, architect van de St. Odakapel. In: Heemschild. Jaargang 26, nummer 1, pag. 1-2. Vindplaats: T 07405
  • B. van Lieshout (1991): De Odakapel op het St. Martinuskerkhof. In: Heemschild. Jaargang 25, nummer 4, pag. 108-122. Vindplaats: T 07405
  • L. van Lieshout en R. de Visser: Sint-Oedenrode honderd jaar in beeld, 1914-2014. Sint-Oedenrode: Heemkundige Kring De Oude Vrijheid, 2014. Vindplaats: BRA Z6 LIES 2014
  • Stiching Roois Cultureel Erfgoed: De drijvende kracht van de Dommel: verhalen over vroeger en nu. Sint-Oedenrode: Stichting Roois Cultureel Erfgoed, 2021. Vindplaats: BRA W3 ROOI 2021

maandag 6 juli 2020

Tijdschriften en corona

De Brabant-Collectie ontvangt als abonnementhouder iedere maand een grote hoeveelheid heemkundige en vakinhoudelijke tijdschriften en periodieken. Wanneer je deze op een rij legt, kan een goed beeld worden verkregen hoe ze omgaan met en welke aandacht ze besteden aan grotere thema’s, in dit geval de coronacrisis. Bladen die ieder kwartaal of vaker verschijnen hebben nu – geteld vanaf het moment dat de coronapandemie begin maart uitbrak – allemaal al een nummer het licht doen zien. Voor de bladen met een lagere verschijningsfrequentie gaat waarschijnlijk hetzelfde op: niemand kan er omheen om redactionele of inhoudelijke woorden te wijden aan datgene wat ons al maanden bezighoudt en nog wel geruime tijd zal bezighouden. De twee het vaakst terugkerende, redactionele onderdelen met een relatie tot corona, met name in de heemkundige tijdschriften, zijn de volgende: een overzicht van alle activiteiten (excursies, lezingen, ledenvergaderingen, openstelling van het verenigingsgebouw etc.) die niet doorgaan of anders georganiseerd moeten worden, en – zeer verdrietig – een lijstje van namen van leden die de voorbije periode zijn overleden. In meerdere gevallen wordt met nadruk gesteld dat het een aanzienlijk aantal betreft. De vele, dramatische berichten over de impact van corona in Brabant zoals die ons via de lokale media bereikten, deden in die zin al het ergste vrezen.

Ook inhoudelijk zijn er in de voorbije periode (al) artikelen verschenen waarin referenties aan corona voorkomen. Een artikel over de Tweede Wereldoorlog en de oorlogsslachtoffers van Hooge en Lage Zwaluwe wordt, met name vanwege de vergelijkbare gevolgen voor onze vrijheid van bewegen, gekoppeld aan corona (De Bùrt, jrg. 34, nr. 101, p. 7: Voorwoord).
Het directe effect van de verschillen in aanpak van de diverse landen is waarschijnlijk nergens zo goed te merken als in Baarle-Nassau en Baarle-Hertog. De grens tussen Nederland en België ging dicht en grensverkeer was gedurende vele weken niet mogelijk. Dit levert behalve nieuwe, veelgehoorde woorden als coronatoerisme en grensvignet, ook nieuwe verhalen op waarin de grens een hoofdrol speelt. Van Wirskaante (jrg. 35, nr. 2, p. 6-13, 14-24, 26-37) van Heemkundekring Amalia van Solms gaat hier uitgebreid op in, maar ook andere crises waar de grenzen van enclaves van invloed zijn op het beloop van de geschiedenis komen aan bod.
Dat corona betekent dat veel activiteiten dit jaar niet door kunnen gaan, is vooral voor de mensen die er direct bij betrokken zijn enorm vervelend. Dat het corsoseizoen met een jaar is uitgesteld, betekent niet dat de Stichting Corsief in Zundert stilzit. Hun kleurrijke magazine Corsief besteedt in het juninummer van 2020 (jrg. 25, nr. 1) uitgebreid aandacht aan de negatieve en de positieve gevolgen van de coronabesluiten voor de corsowereld. Het landelijke tijdschrift Geografie (jrg. 29, nr. 6, p. 6-10, 18-22, 26-29) biedt artikelen over een eerder virus, de Spaanse griep, over het feit dat “samen” een kans én een bedreiging is in crisistijd, en over de bestuurlijke beperkingen die optreden als de landsgrenzen gesloten worden. Het Archievenblad (jrg. 124, nr. 3, p. 6-8) kijkt nadrukkelijk vooruit in een artikel over archiveren in crisistijd, oftewel: hoe leg je als archiefdienst de coronacrisis vast?

Twee in het oog springende artikelen ter afsluiting. In het Vlaamse tijdschrift voor heraldiek Heraldicum Disputationes (jrg. 25, nr. 2, p. 45-50) treffen we een beeldend overzicht aan van coronaverwijzingen in, al dan niet ludiek bedoelde, heraldische toepassingen.
© Cortés
Het wapen van Brabant van cartoonist Cortés, met wc-papier als banier, leeuwen met beschermende kleding en het coronavirus als wapenkroon is hierin ook opgenomen. En in Devotionalia (jrg. 39, nr. 230, p. 64-65) bespreekt Ivo de Wijs datgene wat bekend is over de heilige Corona.
Schilderij, maker onbekend
Biblioteca Apostolica Vaticana, Rome
Hij stelt dat de naam door de eeuwen heen niet aan het hoofddeksel maar aan het betaalmiddel kroon werd gekoppeld. En het was daarom dat de heilige Corona zou zijn aangeroepen door deelnemers aan loterijen, schatgravers én zakenmensen, vooral bij financiële problemen. Dit laatste werpt, voor hen die erin willen geloven, een interessant licht op de economische problemen die het coronavirus tot gevolg heeft. 

Vanwege corona zijn onze boeken en tijdschriften in de universiteitsbibliotheek onder strikte voorwaarden toegankelijk. Zodra de openstelling wordt verruimd, kunt u dit lezen op de websites van Brabant-Collectie en Tilburg University

Vindplaatsen: De Bùrt: T 07854 / Van Wirskaante: T 08913 / Corsief: T 10958 / Geografie: T 08947 / Archievenblad: T 09800 / Heraldicum Disputationes: T 11009 / Devotionalia: T 07406

maandag 5 december 2016

Van Sint Maarten naar Sinterklaas

Sint Maarten als kindervriend
Prentbriefkaart, ca. 1910
Collectie Tony Vaessen
1.700 jaar geleden werd Maarten van Tours (ca. 316 - 8 november 397), veelal Sint Maarten genoemd, geboren in het huidige Hongarije. Niet alleen van steden (denk o.a. aan Utrecht en Venlo), maar ook van talrijke kerken en verenigingen is hij de beschermheilige. Als soldaat in het Romeinse leger ontmoette Maarten in Amiens een arme bedelaar. Hij schonk hem de helft van zijn mantel, een daad van naastenliefde die verworden is tot symbool van barmhartigheid en solidariteit. In 371 werd hij door de bevolking van Tours tot bisschop gekozen, alwaar hij op 11 november 397 werd begraven. Zijn naamdag wordt nog altijd gevierd, in Waalre bijvoorbeeld met het Sint Maartensvuur. Hij is de eerste heilige die niet als martelaar gestorven is, maar heilig werd verklaard vanwege zijn heldhaftige leven.

Het sprongetje van Sint Maarten naar Sint Nicolaas, aan wie we onze pakjesavond danken, is gemakkelijk te maken. Nicolaas was bisschop te Myra, een dorp in Klein-Azië, en leefde eveneens in de vierde eeuw na Christus. Ook hij werd na zijn dood heilig verklaard en stond bekend om zijn goede werk voor mensen. Hij is de hoofdpersoon in tal van legenden en zijn graf was lang een pelgrimsoord. De vermoedelijke sterfdag van Nikolaas, 6 december, is zijn naamdag geworden. De traditie om geschenken aan kinderen en armen te geven gaat terug tot de middeleeuwen. En ook nu nog vieren we, met name in Nederland en België, het Sinterklaasfeest op uitgebreide schaal. Qua voorstelling worden Sint Maarten en Sint Nicolaas veelvuldig afgebeeld als bisschop met mijter en staf; een wit koorkleed met rode mantel en/of stola.

De overeenkomsten in tradities op de naamdagen van beide heiligen zijn treffend te noemen. Vroeger hadden de kinderen op beide dagen een vrije dag. Er werd uitgebreid feest gevierd. Rond 11 november was de oogst van het land en het vee stond op stal; tijd voor een groots feestmaal en het uitdelen van geschenken aan elkaar. Rond beide dagen werden (vee)markten georganiseerd. Het feesten (zingen en dansen) vond in de negentiende eeuw vooral binnenshuis plaats. Bij Sint Maarten werd een brandende kaars op de grond geplaatst en iedereen danste er omheen en zong liedjes. Plotseling regende het strooigoed in de woonkamer: Sint Maarten trad binnen, soms gevolgd door een Zwarte Piet. De kinderen dansten voor de heilige en zeiden een gebedje op. Als beloning strooiden de bont geklede gasten appels, kastanjes en noten in het rond. Tijdens de intocht van Sinterklaas in Waalre worden nu nog steeds appels en apennootjes uitgedeeld aan de kinderen.
Maar ook de grenzen tussen Sinterklaas (inmiddels geaccepteerd door vele geloven) en Kerst vervagen. Sint Nicolaas, Nikolaus en Weihnachtsmann als giftenbrenger: de schoen heeft plaats gemaakt voor de sok.

Maar laten we nog even terugkeren naar de Goedheiligman. De uitgave Sint Nikolaas en zijn knecht (1850) van Jan Schenkman is het oudste Nederlandse kinderboek waarin alle aspecten van het kinderfeest in woord en beeld zijn gebracht. De Universiteitsbibliotheek Tilburg beschikt over een latere uitgave uit 1907, rijkelijk geïllustreerd door P. van Geldrop. Dit boek staat helemaal in het teken van Sinterklaas en geeft een samenhangend verhaal met bekende aspecten als het paard, het rijden over de daken en het geven van cadeaus weer. Zijn aankomst per stoomboot met zijn zwarte knecht zijn nieuwe elementen die Schenkman heeft toegevoegd. Vanaf de tweede helft twintigste eeuw is de discussie rondom de racistische bijklank die Zwarte Piet zou hebben steeds groter geworden.
Uit: J. Schenkman, Sint Nikolaas en zijn knecht
Illustrator: P. van Geldrop
Amsterdam: J. Vlieger, [1907]
KBSK 003 C 062
Omslag J. Schenkman, Sint Nikolaas en zijn knecht
Illustrator: P. van Geldrop
Amsterdam: J. Vlieger, [1907]
KBSK 003 C 062
Bent u als historische vereniging geïnteresseerd in een lezing over Sint Maarten? Neem dan contact op met de Brabant-Collectie (dhr. Tony Vaessen).

vrijdag 13 juni 2014

Antonius van Padua

Vandaag, vrijdag 13 juni, is de naamdag van de H. Antonius van Padua (Lissabon 1195 - Padua 13 juni 1231). Deze belangrijke heilige is de patroonheilige van vele kerken in Noord-Brabant.

Als telg uit een adellijke familie sloot hij zich in 1210 aan bij de Augustijner orde en 10 jaar later bij de minderbroeders. Zijn mede-franciscanen onderwees hij in theologie. Na een periode in Noord-Afrika verspreidde hij het geloof in Frankrijk en Italië.
Zijn bijnaam ‘Van Padua’ dankt hij aan het feit dat hij zich pas aan het einde van zijn leven vestigde in Padua en aldaar is begraven, de derde grootste bedevaartplaats (naast Rome en Lourdes). Binnen een jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard en in 1946 werd hij tot kerkvader uitgeroepen. 

Bekend in de volksdevotie is het populaire schietgebedje: 'Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik alsjeblieft .... terugvind.' Een ander gebed luidt: ‘Heilige Antonius van Padua, zalige vrucht van Spanje, minnaar van Gods huis, breng alsjeblieft dat … terug naar huis’. 
Als de heilige niet snel genoeg hielp bij het terugvinden van het verloren voorwerp, werd het beeld in huis voor straf in een hoek geplaatst. 
Maar er bestaat ook nog een plechtige variant: 
‘Antonius van Padua, zo heilig en zo goed, wij loven God, die door uw hand zo vele wonderen doet’.
Antonius van Padua werd niet alleen aangeroepen bij verloren voorwerpen, maar ook het idee dat Antonius wonderen kon verrichten heeft hem tot een populaire volksheilige gemaakt. 
Hij is beschermheilige van de franciscanen, (alleenstaande) vrouwen en kinderen, armen, bakkers, reizigers en verliefden. Hij helpt kraamvrouwen en zorgt mede voor een gelukkig huwelijk. In geval van allerlei noden, zoals oorlogsgevaar en bij schipbreuk, kan er een beroep op hem worden gedaan, maar ook bij de pest en koorts.

Aankomend weekend staat in het teken van zijn gedachtenis. Op de negen dinsdagen daarvoor start men met het bidden van een noveen (o.a. in 's-Hertogenbosch, Keldonk, Lepelstraat, Velp en Waalwijk). Een achttal plaatsen in onze provincie houden of hielden een bedevaart. 
Waalwijk is er een van. De vieringen van deze Antoniusfeesten vonden met name plaats in de eerste helft van de vorige eeuw. Op het onderstaande bedevaartvaantje zijn bovenaan de gelovigen te zien die knielen bij het Antonius-altaar, daaronder de parochiekerk van St. Antonius van Padua waar een processie naar toe trekt en rechtsonder de voltooiing van de kerk.

Bedevaartvaantje betreffende H. Antonius van Padua te Waalwijk.
 (In de sierranden staat de volgende tekst vermeld: 'Gedachtenis aan Waalwijk', 'St. Antonius-kerk' en 
'St. Antonius-kerk voltooid') 
Gebroeders Verbeeck, Kevelaer
Kleurenlithografie  
Vindplaats: ML / 131.34.3 Anto (1)

Detail van bedevaartvaantje met processie voor H. Antonius van Padua te Waalwijk.

Net als in Waalwijk nam de Antoniusverering in 's-Hertogenbosch in de jaren vijftig af. In de Capucijnenkerk van het H. Hart werd Antonius tot die tijd vereerd. In 1981, 750 jaar na de sterfdag van Antonius, is zijn verering weer nieuw leven ingeblazen. 

Op onderstaande foto van het interieur van de voormalige Sint Leonarduskerk is een muurschildering met voorstellingen uit het leven van Antonius te zien: middenboven de legende van het ezelswonder. Het verhaal gaat dat Antonius een ezel die drie dagen had gevast, een bak haver voorzette. Bij het tonen van de hostie, weigerde de ezel de haver en knielde voor de hostie. Antonius draagt het habijt van de franciscanen en is omgeven door attributen: de lelie (van de zuiverheid) en het kindje Jezus (al dan niet  zittend op een boek), maar soms ook een crucifix, een monstrans en een vis. Het beeld is te zien in het midden van de foto.
Muurschildering in Sint Leonarduskerk met voorstellingen uit het leven van St. Antonius.
Foto van G.Th.Delemarre 
Vindplaats: H 55 / 411.22 Leon (7)
Andere Brabantse plaatsen met een bedevaartcultus rondom de heilige Antonius van Padua zijn Biest-Houtakker, Keldonk, Lepelstraat, Netersel, Nijnsel en Velp.

vrijdag 22 november 2013

St. Maartensvuur in Waalre

Niet alleen in Utrecht, maar ook in Waalre leeft de traditie sterk om Sint-Maarten te vieren.
Sint-Maarten wordt niet overal op dezelfde wijze gevierd. Zelfs in bepaalde streken in Vlaanderen neemt Sint-Maarten als het ware de taak van Sinterklaas over.

Op zaterdagavond 9 november jl. organiseerde het Sint-Martinusgilde te Waalre voor de kinderen van de basisschool een groot kampvuur met een lampionnenoptocht. In de even jaren wordt Sint Maarten  in Dommelen gevierd. Even voor zessen startte de afmars van de gildebroeders van Waalre en Dommelen naar de kerk.


In de Sint-Willibrorduskerk, gelegen aan de Markt, kwamen de schoolkinderen met hun ouders en de gilden samen. Pater Nuyens ging kort in op de betekenis van Sint Martinus voor mensen van deze tijd.


Gezamenlijk werd het Sint-Maartensliedje gezongen. Het wijsje van het liedje doet sterk denken aan de melodie van Twee emmertjes water halen of Sinterklaaskapoentje.
Sint Maarten, Sint Maarten,
de koeien hebben staarten,
de meisjes hebben rokjes aan,
daar komt Sinter Maarten aan.

Sinter Maarten, het is zo koud,
geef me een stokje of wat hout,
geef me een appel of een peer,
ik kom het hele jaar niet weer.

Sint Maarten, Sint Maarten,
we zingen langs de deur een lied,
doe open ander hoor je het niet,
leg alsjeblieft wat lekkers klaar,
dank u wel, tot volgend jaar.

Sinter Maarten had een muis,
die moest naar het ziekenhuis;
met z’n rooie petje
lag ie in zijn bedje
arme muis van sintermaart.

Eenmaal buiten de kerk maakten de kinderen hun lampionnen aan. Langs een versierde route met uitgeholde pompoenen vertrok de stoet  achter de gildes aan via de Markt, Molenstraat, Werenfriedstraat, Engelmondplein en Dreefstraat naar de vuurplaats voorbij het sportpark.

© Ad Dams, Waalre


Sommige pompoenen waren ware kunstwerkjes op zich. De ene nog mooier dan de andere.






Helaas regende het pijpenstelen. Voor en achter wordt de stoet beveiligd door wagens, op belangrijke plaatsen stonden vrijwilligers om het verkeer in goede banen te leiden. Zodra de kop van de stoet het sportpark passeerde, stak de brandweer het vuur aan.


De deelnemers en het publiek blijven op korte, maar veilige afstand van het vuur. Binnen de afzetting geven tamboers, vendeliers en bazuinblazers een demonstratie. Een Martinus te paard en een bedelaar beeldden de legende van Sint Martinus uit tegen de gloed van het laaiend vuur.




Gildebroeders en –zusters deelden aan de omstanders eierkoeken uit en schonken warme chocolademelk in.

Na ongeveer een uur nam de vrijwillige - en jeugdbrandweer de zorg voor het vuur over en de gilden trokken zich terug naar Café De Doelen ter voorbereiding op de viering van de patroonsdag, die al vroeg op de zondagmorgen begon. 

maandag 11 november 2013

Tentoonstelling St. Maarten

Vandaag is de naamdag van Martinus van Tours.  Het is traditie om op deze dag het St. Maartensfeest te vieren. Kinderen trekken al zingend met lampionnen langs de deuren in de hoop op een traktatie. In de 20e eeuw is de viering van het St. Maartensfeest in Nederland alleen maar populairder geworden. Vandaar dat de Brabant-Collectie er deze maand een expositie aan gewijd heeft. 

 De heilige Martinus. Vindplaats: ML 131.33.3 Mart (2)

Martinus werd in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeinse officier. Al jong voelde hij zich aangetrokken tot het christendom. Hij werd ingelijfd bij het Romeinse leger. Bij een stadspoort in Amiens deelde hij zijn soldatenmantel met een bedelaar. Die nacht kreeg hij een visioen van Christus gekleed in de helft van zijn soldatenmantel. Niet veel later liet hij zich dopen. Op veertigjarige leeftijd verliet hij het leger en wijdde zich als kluizenaar geheel aan de christelijke leer. In 371 werd hij bisschop van Tours. Hij stierf in 397 en werd op 11 november van dat jaar begraven in Tours. Niet lang daarna werd hij heilig verklaard.

De tentoonstellling is mede tot stand gekomen door een bruikleen van Tony Vaessen, vrijwilliger bij de Brabant-Collectie. Met de items uit zijn St. Maartensverzameling is de diversiteit aan getoonde objecten zeer groot. Zo kunt u naast oude drukken, boeken en tijdschriften onder andere ook beelden, een icoonschildering, vaantjes, bidprentjes, lucifersdoosjes en een aankondiging van een winterloterij met de beeltenis van de heilige Maarten bewonderen.  

Tot en met maandag 13 januari 2014 kunt u in de vitrine op niveau 0 in de bibliotheek van Universiteit van Tilburg deze tentoonstelling komen bewonderen. U bent van harte welkom tijdens de openingstijden van de bibliotheek.

donderdag 14 februari 2013

Valentijnsprocessie in Westerhoven

Valentijnsdag is niet alleen de dag waarop je, al dan niet anoniem, je geliefde verrast, maar ook de dag dat de heilige Valentijn wordt geëerd. In Westerhoven wordt Sint Valentinus of Valentijn aangeroepen bij ziekte of tegenslag. Deze Valentijnsviering is uitzonderlijk in Nederland. Hij is niet alleen de schutspatroon van (jong)geliefden, maar ook - wat weinigen weten -  van mensen met epilepsie. Zijn naam komt uit het Latijn (valére) en betekent ‘sterk en gezond zijn’. De kapel met putje die aan hem is gewijd, ligt aan de Loverensedijk langs de beek De Keersop.
Westerhoven. Keersop met St.Valentinuskapel
Uitgegeven door Jos Pé, Arnhem en Fa. A.C. v.d. Dungen, Dorpsstraat 30, Westerhoven
Prentbriefkaart, november 1966. Vindplaats: pbk-W 55 / 940 (1)
Het huidige kapelletje werd in 1947 uit dankbaarheid gebouwd, omdat het dorp (nabij Bergeijk) vrijwel ongeschonden uit de oorlog was gekomen. Tijdens de bouw werden oude Middeleeuwse fundamenten aangetroffen. Wanneer die vorige kapel is gebouwd en verloren gegaan, is niet bekend. Mogelijk stamt de waterput al uit de 8e eeuw. Volgens overlevering zou Valentinus hier het Heilig Doopsel aan de heidenen hebben toegediend. Tevens had het bronwater een heilzame werking: zo zou het verlichting geven bij huidziekten, koortsen, reumatische pijnen en bij ‘vallende ziekte’. Ook toen er geen kapel stond, was dit een pelgrimsoord. In 1799 maakte dominee Hanewinckel voor het eerst schriftelijk melding van dit ‘heilig putjen’ in zijn reisbeschrijving door de Meierij.
Valentijnskapel, Westerhoven
© Gaston Remery / Brabant-Collectie

Zwart/wit foto, 1960
Op 14 februari wordt Westerhoven omgedoopt tot Valentinusdorp. Een heuse traditie van dit dorp. Ook mensen uit omringende plaatsen (zoals Bergeijk, Riethoven, Borkel, Dommelen en Valkenswaard) of zij die anderszins een binding met Valentijn hebben, nemen hieraan deel. Sinds 1957 wordt de kaarsjesprocessie van Westerhoven naar de Valentinuskapel georganiseerd. De processiegangers vertrekken vanaf de parochiekerk Sint Servatius in de Dorpstraat, waar eerst om 19.00 uur een avondmis plaatsvindt. Na afloop verzamelen de mensen zich op het plein voor de kerk waar de kaarsen worden uitgedeeld. Op de kaarsenhouder (een afgeknipte plastic fles) is de tekst van het Valentijnslied geplakt.
Jong en oud nemen deel aan de lichtprocessie
© Monika Vanderhercke en Jan Stads
Kleurenfoto, 14 februari 2011

Het Valentinuslied
(gecomponeerd in 1958 door T. Verbruggen):


Naar de bron van Valentijn
trekken steevast vrome scharen
Mensen die in zorg of pijn
roepen smekend om genade.
Sta in nood, aan onze zij,
Sta ons bij, o Valentijn.

Valentinus schutspatroon
van de zieken die soms vallen
Sta ons bij in elke nood
help in noodgevallen
Sta in nood, aan onze zij,
Sta ons bij, o Valentijn.

Als de wrede zomerzon
veldgewassen deed verschroeien
Bleef uw klare bron
onze akkers steeds besproeien
Sta in nood, aan onze zij,
Sta ons bij, o Valentijn.

Bij de snelle waterbeek
staat vanouds uw schutskapelle;
zend uw zegen op ons neer,
als wij om uw hulpe snellen.
Sta in nood, aan onze zij,
Sta ons bij, o Valentijn.

Naar schatting lopen zo’n 150 mensen mee met de jaarlijkse lichtprocessie. De bedevaartgangers trekken via de Dorpstraat, provinciale weg, Borkelsedijk, Weerderdijk naar de Loverensedijk. Als de stoet is aangekomen bij de kapel, wordt er kort gesproken, gebeden en gezongen onder begeleiding van de plaatselijke fanfare.
In optocht lopen de mensen al zingend naar de Valentijnskapel
© Monika Vanderhercke en Jan Stads
Kleurenfoto, 14 februari 2011
Iedereen krijgt gelegenheid even het kapelletje in te gaan om de Heilige Valentijn, omringd door kaarsen en bloemen, te aanschouwen. Na afloop wordt er warme chocomelk met koek geserveerd.
De heilige Valentijn, omringd door kaarsen en bloemen
© Monika Vanderhercke en Jan Stads
Kleurenfoto, 14 februari 2011
Mocht u tijdens uw wandel- of fietstocht de kapel willen bezoeken, dan kan dat dagelijks. Het gebouw ligt op de route van het Grenslandpad (LAW 11). Wandelvereniging 'Via-Via' geeft in haar verslag van de etappe Borkel en Schaft - Eersel ook interessante informatie over de kapel.