Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 31 oktober 2011

Allerheiligen


Bladzijde uit Arnoldus ab Isca, De seuen ghetijden van onse lieue vrouwe. Tot Loven by Ian Maes, int Groen Cruys. Anno M. D. CVI. [1606] Met Priuilegie van sesse Iaren. 
Voor het christelijke feest van Allerheilligen op 1 november bidt men o.a. de regel “In me omnes spes vitae et virtutis”  ofwel "In mij is alle hoop op leven en deugd", zoals te lezen is onder de afbeelding. Deze regel lezen we ook in de Wijsheid van Jezus Sirach (een apocrief bijbelboek, ook wel Ecclesiasticus genoemd) in hoofdstuk 24, Lofprijzing van de Wijsheid, regel 18-19. Daar staat over de levenswijsheid als een persoon voorgesteld: “De Wijsheid is de moeder van de schone liefde, van de godsvrucht, de kennis en de heilige hoop. In mij is alle genade van leven en waarheid. In mij is alle hoop op leven en deugd. Komt tot mij, gij die mij begeert, en verzadigt u aan mijn vruchten”.

Detail van de eerdere afbeelding
De afbeelding in de tulpenbloem is van moeder Maria met de kleine Jezus, wonende in Nazareth. Jezus draagt een kruis, symbool voor zijn naderende kruisdood. Tulpen staan voor roem en de ideale liefde. De symbolische betekenis verandert met de kleur van de tulpen. Rode tulpen betekenen "geloof mij" en zijn een verklaring van de ware liefde. De tranenrozenkrans spreekt van: "O Maria, Moeder van liefde, van smarten en van barmhartigheid." Hier is sprake van een relatie met de kruisdood van haar enige zoon.

De maker van deze ingekleurde kopergravure is Abraham van Merlen (1579-1660). Deze schilder en prentkunstenaar van de Zuidnederlandse school werd in 1600 toegelaten tot het Antwerpse St. Lucasgilde. Zijn voornaamste onderwerpen waren landschappen en devotie. Meer over deze kunstenaar in RKD artists.

Nieuwsgierig geworden? U bent u van harte welkom tijdens kantoortijden in de raadpleegruimte van de Brabant-Collectie.

Vindplaats: KOD 019  F 17

donderdag 27 oktober 2011

DVD: De bevrijding van Tilburg 27-10-1944

Tilburger Piet van Beurden voegde zich in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog bij het Britse bevrijdingsleger dat Europa van de Duitse bezetter verloste. Onder meer als tolk trok hij mee Duitsland in. In de jaren '80 reisde hij samen met Harry Verreijken en Herman van Venetië naar Engeland en kwam terug met filmbeelden van de bevrijding van Tilburg. In 2009 heeft een zoon van Piet van Beurden deze DVD samengesteld, waarin de rol van de 15th Scottish Division onder commando van Major-General C. Barber bij de bevrijding van Tilburg wordt belicht.
De DVD kunt u bekijken op onze raadpleegpc's in de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD BEVR 2009

maandag 24 oktober 2011

CD: Wie nooit met mij verdwaald was


De Bredase stadsdichter Kees van Meel heeft samen met componiste Deborah Jacobs de CD 'Wie nooit met mij verdwaald was' geproduceerd. Een groot aantal, voornamelijk Bredase muzikanten heeft hieraan meegewerkt.
De muziek varieert van blues en rock tot reggae en ballad. De teksten vormen een afspiegeling van het leven, gaan over dood en leven, liefde en haat, de stad (Breda) en haar omgeving. Deborah Jacobs heeft bij alle teksten een passende compositie gemaakt zodat er een harmonie tussen woord en klank is ontstaan. Inmiddels zijn er de afgelopen maanden diverse prensentaties van de CD geweest. Hierbij laat Van Meel het zingen aan de band over, zoals hij in een interview zegt. Wel draagt hij op deze avonden enkele van zijn gedichten voor.
De CD kunt u beluisteren op de raadpleegpc's van de Brabant-Collectie in de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG CD WIEN 2011

donderdag 20 oktober 2011

Bruine kiekendief


Bruine kiekendief in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Milvus aeruginosus, Klem, Koop, of Kiekendief

Voor de bruine kiekendief zijn in de loop der jaren nogal wat namen in omloop geraakt. Naast de hierboven genoemde namen werd de vogel bijvoorbeeld rietwouw en hoanskrobber (hanenschrobber) genoemd. Al deze volksnamen wijzen uit dat de soort goed bekend was bij de plattelandsbevolking.

In de tijd van Nozeman was een andere taxonomie gangbaar dan nu, zoals blijkt uit onderstaand citaat:
“Met deeze verschillende naemen is in verschillende gedeelten onzes Vaderlands de Vogel geheeten, dewelke in het Latyn Milvus, en wel, tot onderscheiding, Aeruginosus gebynaemd wordt, en die van den gemeenen Wouw verschilt in het maeksel van zynen Staert, zynde naementlyk die van den Wouw Tangs- of Schaerswyze gaepende door de ongelykheid zyner pennen, terwyl de Staert van den Kiekendief even lang in ’t midden als op de zyden, of Gelykpennig is. Tot het geslacht der Valken wordt deeze Vogel t’huis gebragt…”

Tegenwoordig rekent men de bruine kiekendief tot de familie van de havikachtigenis de naam Milvus gereserveerd voor de zwarte en rode wouw en beschouwt men de valkachtigen als een eigen familie. Taxonomie van vogels is altijd een moeilijke zaak geweest. DNA-onderzoek levert inmiddels steeds meer nieuwe inzichten op.

In Nozemans’s tijd was de bruine kiekendief min of meer vogelvrij verklaard en zijn leven vaak niet zeker:
“Veelal staet op deeze Scherpvogelen een prys voor den tuinman, pluimgraef, of vinker, die ze vangt of schiet, op de meeste Buitenplaetsen van uitgestrektheid in Kennemerland, en elders; alwaer niets gemeener is, dan heiningen of rakken te vinden tegen welken, by de andere Roofvogels, de Klemmen met uitgespreidde vlerken vastgenageld zyn. Eene merklyke slachting wordt hier door jaerlyks onder deeze vogelen gemaekt, en niettemin blijven ‘er meer dan genoeg overig die de beminnaers van de Menageriën ontrusten en den Liefhebberen van de Jagt gestadigen afbrek doen.”

De officiële Nederlandse naam, afgeleid van kuikendief, wijst op de voorheen grote impopulariteit van de bruine kiekendief.

Vindplaats: KOD 041 G 01

dinsdag 18 oktober 2011

Esther Verhoef wint NS Publieksprijs 2011

Gisteravond is de NS Publieksprijs 2011 uitgereikt aan Esther Verhoef voor haar boek ‘Déja vu’. Esther Verhoef is in 1968 geboren in ’s-Hertogenbosch. Ze begon haar loopbaan als columniste voor het blad Flair. Het grote publiek kent haar van haar thrillers, maar daarnaast schreef ze 50 informatieve boeken over huisdieren. In 2003 debuteerde ze met de thriller 'Onrust'. Inmidddels behoort ze tot de top van de Nederlandse thrillerschrijvers en heeft ze al diverse prestigieuze prijzen en nominaties op haar naam staan.

In 'Déja vu' gaat journaliste Eva Lambregts, die zojuist haar baan is kwijt geraakt, uithuilen bij haar vriendin in Frankrijk. Deze blijkt echter verdwenen en als Eva op onderzoek uitgaat, komt ze zelf in gevaar.

De boeken van Verhoef zijn rijkelijk vertegenwoordigd in de Brabant-Collectie. Naast het bekroonde boek vindt u nog 8 andere thrillers, 2 non-fictie boeken en 1 luisterboek in onze collectie.

Vindplaats van 'Déja vu': CBM 275 C 39

maandag 17 oktober 2011

Bezoek Heemkundekring Engelbrecht van Nassau

Woensdagmiddag 12 oktober jl. kwamen ca. 11 leden van de werkgroep Cartografie van de Heemkundekring Engelbrecht van Nassau bij de Brabant-Collectie op bezoek.

Leden van de werkgroep Cartografie bekijken nieuwskaarten van Breda.
Na een inleiding van Emy Thorissen, conservator, ging de groep naar de raadpleegruimte van de Brabant-Collectie waar Lieja Stalpers, medewerkster Oude en Bijzondere Collecties, al het nodige had klaargelegd. Allerlei moois over de regio Breda uit het bezit van de Brabant-Collectie passeerde de revu, zoals kaarten van het Hertogdom en Generaliteitsland Brabant, nieuwskaarten, vestingwerken, prospecten en historieprenten van Breda.

Wilt u met leden van uw heemkundige of genealogische vereniging ook langskomen om kennis te maken met de Brabant-Collectie? Ook als u geen lid bent van een dergelijke vereniging maar wel interesse heeft om in groepsverband bij de Brabant-Collectie te komen, kunt u een afspraak daarvoor maken bij de Brabant-Collectie. Meld u dan nu aan via de website.

De poffer: vrouwentooi in Brabant

De poffer geldt als een totem van Noord-Brabant: een symbool van de als typisch Brabants beschouwde volkscultuur. Tevens wordt de poffer verbonden met identiteitsrituelen als de Brabantse koffietafel en carnaval. Genoemd boek geeft een overzicht van de geschiedenis van dit kledingstuk, dat zich omstreeks 1870 uit bestaande hoofdtooien in oostelijke Noord-Brabant ontwikkelde. Voor het eerst wordt hier ook aandacht besteed aan de musealisering en folklorisering van de pofferdracht. Daarnaast zijn oude mutsen en poffers op jonge lijven gefotografeerd. Heel bijzonder zijn de nieuwe ontwerpen voor een actuele Brabantse totem, geïnspireerd op de traditionele poffer.
Erfgoed en hedendaagse kunst gaan in dit project van Museum Brabant Goedgemutst te Boxtel een spannende confrontatie aan.

Vindplaats: BRA G3 ROOI 2010

dinsdag 11 oktober 2011

Film conservering kerncollectie Martien Coppens

In 2008 is de Brabant-Collectie gestart met een grootscheeps restauratie- en conserveringsproject van de kerncollectie foto's van Martien Coppens.
Over de verpakking en de berging van de gerestaureerde foto's is onlangs een film vervaardigd die te zien is op onze YouTube-pagina en hieronder in ons blog:


Van eerdere datum, maar nog steeds online te bekijken, is onze documentaire "De restauratie van de kerncollectie foto's van Martien Coppens".

maandag 10 oktober 2011

Oorlog in Noord-Brabant in 1794

Tot 1794 lag de stad 's-Hertogenbosch in de Staatse bezettingszone van Brabant, als onderworpen 'Generaliteitsland'. In 1794 werd de stad door de revolutionaire Franse legers zonder veel moeite veroverd.

In D'Erven Stichters Comptoir Almanack van 1794 worden de gebeurtenissen in het oorlogsjaar 1794 in 's-Hertogenbosch en de Meierij beschreven. De almanak bevat twaalf houtgravures van de maanden van het jaar, is met blanco papier doorschoten en bevat 56 dichtbeschreven pagina's aantekeningen van de hand van Carel Hendrik Jacob Sweerts de Landas (1730-1795).
D'Erven Stichters Comptoir Almanach, 1794. Vindplaats: KHS D 165

Sweerts de Landas was kanunnik en drost te Oirschot en schepen en raad van 's-Hertogenbosch. Hij was gehuwd met Petronella Jacoba Smits (1748-1824). Zijn aantekeningen betreffen inkomsten (tractementen, recognities) en uitgaven (salarissen, kunstaankopen, diners etc.), maar ook het beheer van zijn goederen in 's-Hertogenbosch en Oirschot, familie-aangelegenheden, ziektes en vooral de oorlogssituatie in de Meierij (inundatie 's-Hertogenbosch, plunderingen door Engelse en Franse troepen). De familie Sweerts vluchtte in september 1794 naar Leiden.

Vindplaats: KHS D 165

donderdag 6 oktober 2011

Verslag mini-symposium 'Jij en wij: Feest u mee?'

Donderdagmiddag 29 september jl. vierde de Brabant-Collectie dat zij 25 jaar gehuisvest is bij Tilburg University.
Het symposium had als onderwerp publieksparticipatie. Doel was met liefhebbers en beheerders van (Brabants) historisch fotomateriaal in gesprek te raken. Centraal hierbij stond de vraag hoe we de grote hoeveelheid foto's, die de Brabant-Collectie maar ook anderen beheren, kunnen beschrijven en via het internet toegankelijk maken. Het inhoudelijke thema was volksfeesten.

Vanaf 13.30 stroomden de gasten binnen. De zaal in de Black Box was op deze zonovergoten dag volledig gevuld met zo'n 80 mensen. Om 14.00 opende Jos Kuijlen, bibliothecaris van de Brabant-Collectie, het mini-symposium. Helaas was dagvoorzitter Polle de Maagt wegens privé-omstandigheden verhinderd en nam Jos Kuijlen de honneurs waar. Jos vertelde in het kort over de ontstaansgeschiedenis van de Brabant-Collectie en gaf vervolgens een toelichting op het programma. Fotografie is hot! De Brabant-Collectie heeft een groot aantal fotocollecties onder haar hoede, maar de vraag is hoe wij als kleine club medewerkers daarmee omgaan. Zou je gebruikers in kunnen schakelen bij het beschrijven van de foto's? En zo ja, hoe doen we dat, en met wie? Hoe communiceren we met deze mensen? Zijn er technische oplossingen die ons kunnen helpen? Deze en meer vragen kwamen tijdens het mini-symposium aan bod.

Sjoerd Siebinga, historisch linguïst en directeur van Delving BV, sprak over nieuwe initiatieven om gebruikers te helpen informatie te contextualiseren. Hierbij poneerde hij enkele randvoorwaarden, zoals het centraal stellen van de gebruiker; hij/zij moet zijn/haar visie kunnen toevoegen aan objecten en dit moet ook gewaardeerd worden. Erfgoedbeheerders moeten zich verder het belang van visualisatie realiseren: gebruik een kaart of een tijdlijn op je site om informatie te herorganiseren. Dialoog is belangrijker dan het eindresultaat, aldus Siebinga. De "Waarom-knop" die uitnodigt tot discussie ontbreekt in zijn ogen vaak op een site. Met een betoog voor het gebruik van open source software sloot hij zijn verhaal af.
Klik hier om zijn presentatie te zien.

De volgende spreker was Arthur Turksma, creatief directeur bij triptic en mede-ontwikkelaar van het platform Oneindig Noord-Holland. Via verschillende verschijningsvormen (website, tv-serie, dvd) wordt in de vorm van verhalen, waar iedereen aan kan bijdragen, een beeld van Noord-Holland geschetst. Het platform bestaat inmiddels 8 maanden en omvat momenteel zo'n 1.500 verhalen. Tot slot had Turksma als aanbeveling voor de Brabant-Collectie: "keep your eyes on the stars and your feet on the ground." In concreto: ga samenwerken met andere partijen (zeker niet alleen erfgoedinstellingen), denk "out-of-the-box" en kom in de publiciteit!

Na de pauze vertelde Luud de Brouwer, hoofd Archief bij Regionaal Archief Tilburg, over drie van hun projecten waarbij publieksparticipatie centraal stond. Het project 'Geboren in 1809' werd in 2009 opgezet ter gelegenheid van 200 jaar stadsrechten in Tilburg. In totaal hebben 60 zeer enthousiaste vrijwilligers dit project mede mogelijk gemaakt. De begeleiding van de vrijwilligers kostte meer tijd dan voorzien was, maar het leverde daarnaast ook meer op dan men aanvankelijk gedacht had. Het tweede project betrof de Charterbank. Hierbij werkte men samen met 20 ervaren vrijwilligers. 'Kermisplaatjes voor later' is het derde project. Centraal stond de vraag: hoe houden we onze collectie up-to-date nu de analoge fotografie niet meer bestaat. Een oplossing zag het Tilburgse archief door niet af te wachten, maar te vragen naar foto's. Mensen werd gevraagd hun foto('s) van de kermis op Flickr te zetten. Op moment van spreken zijn er 372 foto's geplaatst, voornamelijk van hoge kwaliteit. Aan de andere kant is de informatieve waarde vaak minder en het specifiek Tilburgse element soms moeilijker te herkennen. In oktober gaat het RAT beslissen welke foto's opgenomen worden in hun collectie. Luud de Brouwer sloot af met de woorden: laat los en probeer niet alles zelf meer te doen - experimenteer - laat de techniek niet overheersen, het gaat om de mensen - alles wat je aandacht geeft groeit!
Klik hier voor de gehele presentatie van Luud de Brouwer.

Het symposium werd afgerond met een paneldiscussie. Door ziekte waren er vier panelleden, te weten de drie gastsprekers en Carine van Vugt, documentairemaker bij Lumineus en Stichting Verhalis. Met behulp van stemkastjes kon het publiek haar mening geven over vier stellingen die ieder door een panellid geponeerd werden. Zo onderschreef een ruime meerderheid de stelling van Luud de Brouwer dat publieksparticipatie tweerichtingverkeer is. De tweede stelling kwam van Arthur Turksma en gaf op voorhand al aanleiding tot discussie: "Henk en Ingrid zijn niet geïnteresseerd in erfgoed. Erfgoedinstellingen richten zich niet op Henk en Ingrid". Het resultaat was dan ook een brede spreiding, variërend van eens tot oneens. De stelling van Sjoerd Siebinga - "Laat je eigen platform los" - onderschreef het merendeel van het publiek. De stelling van Carine van Vugt - "Zonder verleden geen identiteit" - werd ook grotendeels onderschreven. Tussen de stellingen door gaven drie gasten toelichtingen op foto's. Joep Coppens, zoon van fotograaf Martien Coppens, vertelde over foto's van zijn vader. Tony Vaessen sprak over foto's van Jan Bijnen, Frans Kense over foto's uit zijn jeugdjaren.

Om 17.00 werd de feestmiddag afgesloten met een borrel en kon terug gekeken worden op een succesvol symposium.

Een uitgebreid fotoverslag van deze middag vindt u op onze Flickr-pagina.

Zomertortel

Zomertortel in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Turtur, de Tortel

De zomertortel was in de tijd van Nozeman nog een talrijke zomergast.
“Alomme onder ons, daer men Bosschen en Laenen vindt, zelfs dikmaels in de Boomgaerden der Landhoeven, koomen de Tortelduiven eenigen tyd huishouden en broeden.
… Men ziet hen niet dan in de reeds verre gevorderde Lente; wat vroeger, of wat laeter, naer maete van de warmte of de koude van het saizoen: En gelyk zy doorgaands laeter dan al het ander Reizend gevogelte van elders tot ons koomen aenvliegen, zoo vertrekken zy ook vroeger. In Herfstmaend worden zy zeer zelden meer in onze Provincie gezien.”

Deze situatie is in onze tijd sterk veranderd. Was de zomertortel vóór 1950 nog een zeer algemeen voorkomende vogel, sinds 2004 staat ze als kwetsbaar op de Nederlandse rode lijst.

De Turkse tortel, met de karakteristieke zwarte halsring, komt momenteel echter veel vaker voor en is bovendien een standvogel die het gehele jaar gezien kan worden in Nederland. Opmerkelijk is, dat in Nozeman’s tijd deze Turkse tortel slechts bij uitzondering te zien was:
“Zoo wel als deezen nu beschreeven’ vindt men in Vrankryk ook den Ring-Tortel (zoo genoemd uit hoofde van den zwarten Hals- of Nekband dien hy heeft,) in ’t wilde leeven en broeden. Dien Ring-Tortel heb ik eens in ’t Hout te Haerlem in den zomer ontmoet; doch hy was, waerschynlyk, uit een’ of andere vogelvlugt van eene der omgelegene Buitenplaetsen ontsnapt. Noit is my gebleeken, dat die soort hier te Lande in ’t wilde voortteelt.”

Het woord ‘turtur’ in de wetenschappelijke naam Streptopelia turtur verwijst, zoals Nozeman ook zegt, naar het geluid dat de zomertortel maakt (‘toerr toerr toerr'):
“Hunnen naem schynen zy gekreegen gehad te hebben van het gewoon geluid welke zy, (inzonderheid de Doffers,) maeken.”

Nozeman noemt de zomertortel een dartele vogel:
“Ligtelyk gaet eene Tortelduif over om zig met eenige andere soorte te vereenigen. De Tortels naementlyk zyn veel darteler dan de Bosch- en onverbasterde Veldduiven: Zy zyn zoo geil van aart, dat zy zelfs onnatuurlyke weelderigheden bedryven, wanneer zy, mannen by mannen, en wyven by wyven, afzonderlyk opgesloten zyn; en ’t is een loutere dwaeling, dat men de Tortels in ’t stuk der Kuischheid met loffelykheid van naem heeft aengepreezen.
… De Tortels munten boven de andere Duiven uit in ’t werk der naejaeginge van wellust.”


Vindplaats: KOD 041 G 01

maandag 3 oktober 2011

Unieke wapenkaart: Leo Belgicus

Genealogie van de hertogen van Brabant: 'LEO NOBILISSIMI DVCATVS BRABANTIÆ' Kopergravure, wapenschild afzonderlijk opgeplakt, 58,5x48,7 cm. Datum: 1621-1622. Bladgrootte inclusief teksten links en rechts 60x83 cm. 
Een dergelijke wapenkaart is alleen bekend van het Hertogdom Brabant. Deze unieke kaart kan als een belangrijke bijdrage tot de heraldiek en de geschiedenis van Brabant worden beschouwd.

De kaart werd in december 1998 door aankoop bij antiquariaat Th. Stenderhoff in Münster verworven voor de Brabant-Collectie. De kaart is aan de randen bijgesneden en enigszins kunstmatig gebleekt (gereinigd).

De prent bestaat uit twee delen. Het middendeel wordt gevormd door een gravure in de vorm van een groot wapenschild van Brabant met in het midden een leeuw. De leeuw bevat 44 medaillons van de hertogen van Brabant, van Pepijn tot Philips IV. Links en rechts naast de klimmende leeuw bevinden zich de wapens van de steden van Brabant. Daarnaast links, onder en rechts de wapens van de erfofficieren, vrouwenabdijen, burggraafschappen, graafschappen, markgraafschappen, marquisaten en prinsdommen. Onderaan staan over de hele breedte de wapens van de 7 geslachten van Brussel en de 7 geslachten van Antwerpen.

Aan de voet van de leeuw staat: 'Sibertus Waterloos inventor Bruxell. Anno 1622 | Cum gratia et priuilegio Signavit I. Fovrdin | Vidit Brux. Henricus Smeyers Lib.Censor'. Daaronder staat: 'LEO FORTISSIMVS ANIMALIVM AD NVLLIVS PAVEBIT OCCBRSVM'. Het bijzondere van de kaart is ook de aanwezigheid van gedrukte tekst links en rechts naast de gravure. Hollstein's Dutch & Flemish Etchings, dl. LI, p. 101 (lemma: Sibertus Waterloos) toont een latere staat van deze kaart (zonder de tekst), waarbij linksonder de gegevens over de graveur zijn weggehaald. Uit een manuscriptaantekening zou blijken, dat de kaart in 1621 gegraveerd zou zijn. Dezelfde aantekening wijst tevens op het bestaan van een druk met daarin een sleutel tot de namen van de hertogen links en rechts. Dit betekent dat de door Hollstein afgebeelde kaart een latere staat is, waarbij het jeugdige portret van nummer 44, Filips IV is vervangen door een ouder portret van Filips IV. Tevens is een 45e portret toegevoegd (dat bij ons ontbreekt), dat van de zieke en zwakzinnige Karel II, die van 1665 tot 1700 regeerde. Op het portretje lijkt hij 10 à 15 jaar oud. De tweede staat is derhalve omstreeks 1675-1680 gedrukt. Rechtsonder staat een inscriptie: 'cum gratia et privilegio signavit Soyens'.

Dezelfde kaart, nu afgebeeld met de gedrukte tekst links en rechts van de gravure

De links opgeplakte tekst van onze kaart uit 1622 luidt: 'Explication dv Contenv en ceste carte' en aan de voet 'A Bruxelles chez Iean Pepermans, Libraire juré & Imprimeur de la Ville, demeurant derier la Maison de Ville à la BIBLe d'or 1622'. Tekst rechts: 'Les princes de Brabant et de Tongres, et le temps de levrs Regnes ov Regimes' en aan de voet: 'Par M. Sibert Waterloos, Graueur de Selles, iuré & ordinaire de sa Maiesté Catholique & de la Serenissime Infante d'Espagne. Avec grace & priuilege. Signat I'. Sibertus (ook Sijbrecht of Ghijsbrecht) Waterloos (ca. 1600-1678) was na de dood van zijn vader essayeur (keurmeester) voor goud en zilver van het Hertogdom Brabant. Van hem zijn medailles en zilversmeedwerk bekend. Volgens de tot nu toe bekende gegevens (m.u.v. Hollstein) wordt zijn naam pas vermeld in 1636, maar deze uitzonderlijk mooie en zeldzame gravure voegt een eerdere datum toe aan zijn levensgeschiedenis.

Vindplaats: THA NBr. Alg. / 437 / 1622