Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label poëzie. Alle posts tonen

maandag 18 juli 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van de Venbergse Watermolen naar Luyksgestel

Etappe 10 Brabants Vennenpad (25,7 km)

We beginnen de wandeling vandaag bij de Venbergse Watermolen. Deze molen wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1227 van hertog Hendrik I van Brabant die een derde deel schenkt aan een zusterklooster in Postel. Ruim honderd jaar later komt de molen volledig in bezit van de norbertijnenabdij in deze plaats. Dit bezit eindigt in 1716 na confiscatie van alle Postelse abdijbezittingen in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch door de Raad van State van Holland. In 1740 volgt een publieke verkoop. Inmiddels is de Venbergse Hoeve een van de meest renderende boerderijen van de omgeving geworden. Onder andere familie Snieders – grondlegger van brouwerij Dommelsch – is in de 18e eeuw eigenaar geweest van de hoeve en molen. Het gebouw in de huidige opzet dateert van 1895, met nog enkele delen die ouder zijn.
Venbergse Watermolen. Foto. Maker: Jan van Giersbergen.
Datering: jaren 1960. Formaat: 11,3 x 17,2 cm. Vindplaats: Giersb_NB_33
© Brabant-Collectie, Tilburg University

Venbergse Watermolen (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Vanaf 1918 is de molen in handen van familie Rietra, een molenaarsgeslacht dat oorspronkelijk afkomstig is uit Noord-Italië. Begin jaren 70 van de 20e eeuw dreigt de molen te verzakken, maar er is geen subsidie voor restauratie. Dus pakken vader en zoon Jac Rietra deze klus zelf maar op. Rietra importeert hiervoor hout uit het Oostenrijkse plaatsje Schwoich, waar hij met zijn familie regelmatig vakantie viert. Bij de heropening van de molen in 1977 is de burgemeester van Schwoich aanwezig. Op de beeldbank van Heemkundekring Weerderheem staan hier enkele mooie foto’s van, zoals bijvoorbeeld deze. Momenteel wordt er niet meer gemalen met de molen, maar in de zomermaanden draait hij nog regelmatig. Verder is er een horecagelegenheid en is het een bekend vertrekpunt geworden voor een kanotochtje over de Dommel.

We laten de molen achter ons liggen en lopen zuidwaarts richting De Malpie; een prachtig en afwisselend natuurgebied met stuifzand, heide, vennen, bossen en de Dommel die er dwars doorheen stroomt. Over de herkomst van de naam bestaan verschillende theorieën. Sommigen zien er een afgeleide in van het Franse ‘mal pays’ (slecht land), maar dat idee wordt vaak afgewezen aangezien de naam Malpie niet afkomstig is uit de Franse Tijd. Anderen zien er het oud-Nederlandse woord ‘maal pee’ in terug: maal betekent grenspaal en pee is een zandrug of zandpad, dus: een plaats waar paden over een zandrug langs een grenspaal leiden. Een andere naamsverklaring is dat mal duidt op malen, en pie op pad: een maalpad naar de Venbergse molen. Wie het weet, mag het zeggen.
Valkenswaard. "De Malpaysberg". Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: Boek- en kantoorboekhandel J. Priem, Valkenswaard. Formaat: 9 x 14 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
We lopen langs de Malpieberg, een soort zandduin die ongeveer 6 meter hoger ligt dan zijn omgeving. Het hoogteverschil is na de laatste ijstijd ontstaan door het opstuiven van zand. In de laagten die overbleven vormden zich vennen. Zo’n 15.000 jaar geleden vestigden de eerste mensen zich rond De Malpie, zo ook op de Malpieberg. Er zijn hier restanten van bewoning gevonden, maar hoe permanent die nederzetting was, is moeilijk te zeggen. Wat vaststaat is dat dit een strategische plek was: vlak bij de bossen voor de jacht en de Dommel om te vissen, maar hoog en droog als die rivier buiten haar oevers trad.
Valkenswaard (Borkel) Naar Malpays-Vennen. Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: Gebr. Simons, Ubach over Worms. Formaat: 9 x 14 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
De Malpie (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten De Malpie, steken de Dommel over en lopen langs de graslanden met aan de rechterhand Borkel en aan de linkerhand Schaft. De eerste schriftelijke vermelding van Borkel is rond 1340-1350 in het Cijnsboek van de hertog van Brabant. De naam Schaft duikt zo’n honderd jaar later op. Het zijn twee aparte kerkdorpjes, van elkaar gescheiden door de Dommel. Borkel kenmerkt zich door schrale zandgronden en heide, Schaft profiteert van meer vruchtbare grond. Mei 1810 worden de plaatsen samengevoegd tot één gemeente, Borkel en Schaft. Maar voor de bewoners blijven het toch lang twee afzonderlijke, hechte gemeenschappen. In 1845 wordt in Borkel een gezamenlijke nieuwe kerk gebouwd, de Sint-Servatiuskerk. In 1934 wordt de plaats ‘opgeslokt’ in de nog grotere gemeente Valkenswaard.
Borkel en Schaft, de "Dommel". Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: JosPé. Formaat: 9 x 13,8 cm. Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
Zicht op de Sint-Servatiuskerk van Borkel (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Joop van Appeldorn schreef in 2015 een interessant verhaal over twee families die in de 19e eeuw “op de Schaft” woonden en bekend stonden als teuten. Dit zijn rondreizende handelaren die indertijd een belangrijke rol speelden in dit gedeelte van Brabant. De families waar Van Appeldorn over schrijft, verblijven lange tijd in het westen van het land en verkopen daar met name textiel. Dat gebeurt vaak in een winkel die gerund wordt door de jonge dochters, maar ook door mannen die met goederen op de rug langs de deuren trekken. Na enige tijd komen ze weer terug naar hun dorp, vaak met een goed gevulde geldbuidel. Ze worden daar dan mensen van aanzien, die hun vermogen in onroerend goed beleggen en leningen verstrekken. Vaak is er sprake van specialisatie bij deze handelslui. Zo heb je: koperteuten, tafteuten oftewel pakdragers (handelaren in textiel), snijders oftewel dierenlubbers (specialisten in het castreren van vee), haarteuten, echelteuten (handelaren in bloedzuigers voor medicinale doeleinden) en gleiswerk-teuten (handelaren in aardewerk). Ze trekken vanuit de Kempen en het Duitse Westfalen door Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Denemarken. Teuten organiseren zich in kleine gezelschappen die zich kenmerken door hun complexe organisatie. In die zin onderscheiden zij zich van leurders en marskramers. Ook Luyksgestel, het eindpunt van onze wandeling, heeft een indrukwekkend teutenverleden. Maar daarover de volgende keer meer.

Lopend langs de Dommel bereiken we het buurtschap Achterste Brug. De in Valkenswaard geboren dichter, schrijver en vertaler Frans Hoppenbrouwers (1940-2013) schreef hierover het volgende sonnet, dat is opgenomen in zijn bundel Dorp aan de Dommel (2010).

De Achterste Brug

Het boeren leven heeft hier nog een stem.
Al overheerst de maïs ook hier het koren,
je kunt er soms de schuwe kwartel horen
of een patrijs, schor kirrend, in de brem.

De koeien staan bijeen rustig te grazen
of liggen, loom herkauwend, in het gras.
Het is nog steeds zoals het vroeger was,
je hoort er nog het zoemen van de dazen.

Ik zit hier soms een uur lang te genieten,
nabij de Dommel die mijn liefde heeft.
Ik luister naar het groeien van de bieten,

daar ik veel eerbied heb voor al wat leeft.
Ik zou hier heel mijn leven willen blijven,
al weet ik goed dat dromen niet beklijven.

Als eerbetoon aan deze dichter heeft werkgroep Beleef het gedicht een wandelroute en een fietsroute uitgezet, waarbij je langs een aantal zogenaamde gedichtentafels komt. Dit zijn aluminium tafeltjes die gedekt zijn met een oranje ‘kleedje’. Hierop liggen twee dichtgeslagen boeken met daarop een vogeltje. Daarnaast ligt een opengeslagen boek met twee gedichten: een van Hoppenbrouwers en eentje van een basisschoolleerling uit Valkenswaard. Tijdens onze wandelroute komen we meerdere van deze gedichtentafels tegen.

We lopen verder en komen bij De Plateaux-Hageven, een Nederlands-Belgisch natuurgebied. Opnieuw een heerlijk gebied om al wandelend te doorkruisen, met een variatie aan bos, heide en vennen. Cultuurhistorisch van belang zijn hier de Pelterheggen vloeiweiden. Dit stelsel van kanaaltjes, sloten, stuwen en aquaducten liet tweede helft 19e eeuw het kalkrijke water uit de Maas over de weiden stromen, zodat die geschikt werden voor hooiland. Na 1900 werden, door de introductie van kunstmest, de vloeiweiden minder belangrijk en raakten in verval. Maar gelukkig werden ze rond 1983 hersteld. Dat Nederland samen met enkele andere Europese landen onlangs de techniek van grasbevloeiing heeft voorgedragen aan de UNESCO-lijst voor immaterieel erfgoed zegt genoeg. Overigens is de plantengroei hier ook uitzonderlijk. Tijdens de aanleg van de vloeiweiden werden grasplaggen, die vol zaten met zaden en kruiden, uit Zwitserland gebruikt. Daardoor bloeien hier nu nog krokussen en brede orchissen. In 1950 kocht een aannemer de Pelterheggen. Hij liet vanuit Maastricht extra grond, die gevuld was met zaadjes van de herfsttijloos, aanbrengen. Vandaar dat je deze voor Nederland zeldzame plant hier kunt tegenkomen.

Ook De Liskes, een voormalig visvijvercomplex, is een gebied waar natuurrijkdom en cultuurhistorie hand in hand gaan. In de vorige etappe is uitgebreid ingegaan op de commerciële visteelt van begin 20e eeuw rondom Valkenswaard. Bij De Liskes werden in die tijd karpers en waterlelies gekweekt. Kort na de Tweede Wereldoorlog is het in verval geraakte complex vrijwel geheel opnieuw aangelegd, omdat sinds de crisisjaren het benodigde geld voor onderhoud ontbrak. Er kwamen nieuwe kades en dijken, stuwen en duikers (ook wel waterhuishoudkundige kunstwerken genoemd). In 1992 komt De Liskes in handen van Natuurmonumenten en die maakt er een mooi natuurgebied van. Maar in de loop der tijd raken de dijken en kades overwoekerd en de vijvers vallen regelmatig droog. In 2021 start Natuurmomenten samen met Waterschap De Dommel een project voor herstel van de visvijvers. Op 23 mei jl. is de oplevering van dit project gevierd met de onthulling van een nieuw informatiebord. Door het herstel is een belangrijk natuurgebied én een stukje cultuurhistorie behouden gebleven.

En zo bereiken we de eindbestemming van deze dag: Luyksgestel. De volgende keer, als we verder lopen naar Bladel, meer over dit dorp vlak bij de Belgische grens.


Bronnen:
  • J. van Appeldorn: Borkel en Schaft en zijn teuten. Vianen: Optima; Valkenswaard: Heemkundekring Weerderheem, januari 2015. Vindplaats: BRA Y3 APPE 9
  • J. van Appeldorn: De natuur in Valkenswaard en de invloed van de mens op het landschap. Vianen: Optima; Valkenswaard: Heemkundekring Weerderheem, juli 2016. Vindplaats: BRA Y3 APPE 21
  • C.M. Bungenberg de Jong: Geschiedenis en ontwikkeling van het viskweekbedrijf "Valkenswaard". Utrecht: Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, 1964. Vindplaats: CBM 966 B 29
  • F. Hoppenbrouwers: Dorp aan de Dommel: bloemlezing van Valkenswaardse gedichten. Valkenswaard: Stichting Poëzie Lokaal, 2010. Vindplaats: CBM 057 E 57

maandag 5 augustus 2019

Tijdschrift: Brabants

In maart 2004 verscheen het eerste nummer van het tijdschrift, getiteld: Brabants. De ondertitel luidde: ‘Kwartaaluitgave over Brabantse taal, literatuur, muziek, dialect- en naamkunde’. Het blad kende in december 2012 na negen jaargangen ongewild zijn laatste nummer. In 2014 werd echter een nieuw tijdschrift onder dezelfde naam opgestart. De ondertitel werd teruggebracht tot ‘Kwartaalblad over Brabanders en hun taal’. De Stichting Brabants werd uitgever van het periodiek. De stichting organiseert verder culturele evenementen waarbij proza en poëzie in Brabantse dialecten centraal staan. In Brabants laten taal- en dialectliefhebbers en -professionals vier keer per jaar hun licht schijnen over de Brabantse taal. Redactielid van het eerste uur is prof. dr. Jos Swanenberg, bijzonder hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur aan Tilburg University. Hij verzorgt interessante artikelen over bijvoorbeeld de neus-nazalerende ñ of staat stil bij het verschijnen van een nieuwe publicatie over Brabantse spreekwoorden. Door de jaren heen hebben naast een vaste kern van auteurs ook veel incidentele schrijvers bijdragen verzorgd voor het tijdschrift. Via de interviews met bekende en minder bekende Brabanders en achtergrondartikelen over Brabantse poëzie, literatuur, toneel, cabaret, muziek etc. uit heden en verleden kom je als lezer heel veel te weten over de Brabantse taal. Het verband tussen dialect en (het taalgebruik met) carnaval wordt ook regelmatig belicht. Voorts is er aandacht voor het vaak specialistische onderzoek waar Brabantse dialecten aan onderworpen worden, alsmede de strijd die er gevoerd wordt om dialect of streektaal op de agenda van beleidsbepalers te krijgen en te houden.

Zoals het taal - en zeker het dialect - betaamt, is het horen een niet onbelangrijke factor om te kunnen begrijpen. Was het bij de eerste reeks van Brabants een compact disc die bij ieder nummer zorgde voor auditieve ondersteuning, anno 2019 zijn er vanuit ieder nummer koppelingen te leggen met de luisterbox op de website van de stichting. Daar worden de nodige teksten (met name proza en poëzie) uit ieder nummer voorgedragen en kan men zelf onderzoeken hoe de verschillende dialecten klinken. Als je de papieren versie bij de hand hebt, kun je ook hardop meelezen met de dialecttekst. Dat moet je echt een keer gedaan hebben!

Brabants is aanwezig en raadpleegbaar op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 10560

maandag 8 juli 2019

P.L. van Kessel, een spoorloos verdwenen belangrijke Brabander

Ex libris, geplakt in de Oeuvres complètes (1821) van J. Delille
TRE 11 B 5
'Eens, eens vergeldt de Heer hunne ondeugd aan de boozen;
Hunne eigen' snoodheid wordt hun graf:
Jehova, onze God, verplet die goddeloozen,

En wendt de geselroe van zijne dienaars af.'

Van de dichtregels van Petrus Ludovicus van Kessel zullen waarschijnlijk weinig lezers blijmoedig worden. De dichter gebruikt zinsneden als 'foltrend leven', 'moordend staal', 'jammerend geblaar' en 'zielverscheurend kermen'. Toch vond deze sombere poëzie kennelijk aftrek. In 1826 verscheen bij de Bossche uitgever J.J. Arkesteyn een eerste bundel van Van Kessels gedichten voor katholieken, in 1831 gevolgd door een tweede deeltje. De 2e, vermeerderde druk, werd in 1842 gepubliceerd door uitgever Petrus Stokvis (1803-1881): Gedichten voor Roomsch-Katholijken, door P.L. van Kessel, R.K. priester. Stokvis was werkzaam in Den Bosch, en wel in de Verwerstraat 28. Het boek kostte 1 gulden. Van Kessel liet zijn dichtbundel voorafgaan door een citaat over geloof en dichtkunst van de Franse dichter Édouard Turquety (1807-1867). Een opmerkelijke keuze, want de vrolijke, lichtvoetige poëzie van Turquety lijkt in niets op de zwaarmoedige teksten van Van Kessel. 
Petrus Ludovicus van Kessel werd in Eindhoven geboren op zaterdag 26 januari 1793, vrijwel exact negen maanden na het huwelijk van zijn ouders, Guilielmus van Kessel (1762-1822), dokter van beroep, en Theresia Pijpers (1766-1841).
Een belangrijke bron voor biografische gegevens over P.L. van Kessel is J.A. Coppens, Nieuwe beschrijving van het bisdom van 's Hertogenbosch dl.1, (1840). Volgens Coppens werd de 22-jarige Van Kessel in 1815 als 'eerste professor in de wijsbegeerte' aangesteld op het kleinseminarie Veebeek bij Berlicum dat door Antonius van Gils (1758-1834) was gesticht in april van dat jaar. Tot de eerste leerlingen behoorden G.P. Wilmer (1800-1877) uit Boxtel, de latere bisschop van Haarlem, en de hierboven vermelde J.A. Coppens (1800-1850). Mogelijk zijn beiden zelfs oudleerlingen van de jeugdige professor Van Kessel geweest. Het kleinseminarie verhuisde in 1817 naar een nieuw gebouw op het landgoed Beekvliet bij Sint-Michielsgestel.
Van Kessel is acht jaar als docent verbonden geweest aan het kleinseminarie. In 1823 gaat hij terug naar zijn geboortestad en wordt daar rector van de Latijnse school. Hij blijft er tot 1830. Over die jaren als Eindhovense rector is niets bekend. Van Kessel duikt vervolgens op in Oudenbosch, waar hij in 1830 een Latijnse school sticht die op 7 oktober opent, met lessen in Latijn, Grieks en Frans. Deze zogeheten 'kweekschool' was kennelijk een succes, want 'superior' Van Kessel moest door de aanwas van leerlingen in 1835 uitwijken naar een groter pand, en wel aan de Markt 68. Vier jaar later werd zijn school echter opgeheven. Het pand aan de markt werd overgenomen door het bisdom Breda dat er een kleinseminarie in vestigde. Op maandag 12 augustus 1839 nam de bevolking van Oudenbosch diep ontroerd afscheid van hun 'geliefden superior'. Hij ontving een zilveren tabaksdoos, waarin gegraveerd: 'Souvenir de vos disciples 1839'. Volgens Coppens is Van Kessel toen naar Den Bosch vertrokken. De groene treurbeuk die nu nog in het arboretum van Oudenbosch staat, is overigens nog door Van Kessel zelf in 1839 geplant.
In 1842 bewerkte Van Kessel een heruitgave van zijn in 1823 verschenen De voortreffelijkheid der katholieke godsdienst en in 1868 verscheen in Antwerpen zijn metrische bewerking van De imitatione Christi. Verder is tot nog toe geen spoor teruggevonden van deze dichtende priester die voor het Brabantse onderwijs toch bepaald niet onbelangrijk is geweest.
Petrus Ludovicus van Kessel, van wie dus vooralsnog geen sterftedatum bekend is, was een productief auteur, dichter en vertaler. Zijn eerste boek verscheen in 1817: Grondbeginselen der Latijnsche taal, Den Bosch, J. Coppens en Zoon, 1817 (alleen aanwezig in de UB Nijmegen). Daarna volgden nog twintig publicaties (inclusief herdrukken), alle, op twee na, aanwezig in de Universiteitsbibliotheek Tilburg.

De Brabant-Collectie bezit een heel bijzonder exemplaar van Van Kessels Gedichten voor Roomsch-Katholijken (2e druk, 1842).
Titelpagina
KOD 1842 'S HERT 4
Het is een fraaie uitgeversband (157x102x22 mm) van blindbestempeld rood calico. Op de randen van beide platten een verguld kader. De platkanten en de sneden zijn verguld en de kapitaalbandjes zijn in wit en blauw. De schutbladen zijn van bruin kiezelmarmer sierpapier.

Kiezelmarmer sierpapier
Op het voorplat centraal het alziend oog en op het achterplat een kelk met hostie in stralenkrans.
Uitgeversband van Gedichten voor Roomsch-Katholijken
KOD 1842 'S HERT 4
Het boek is een presentexemplaar van de auteur zelf! Op het voorste schutblad heeft de dichter geschreven: 'Uit achting, vriendschap en erkentelijkheid, P.L. van Kessel'. Wanneer hij het boek cadeau heeft gegeven, is niet bekend. Wel is de enige eigenares bekend omdat zij gelukkig de voorste en achterste schutbladen heeft vol gekliederd met haar naam: Anna van Rooij.
Door Anna de Rooij beschreven schutbladen 
Dankzij haar aantekening op het achterste schutblad dat zij 45 jaar oud was in 1881, is vrij zeker dat zij de Anna van Rooij moet zijn geweest die werd geboren op 2 maart 1836 in Vught. Anna was dus pas 3 jaar oud toen Van Kessel uit Oudenbosch vertrok. De vraag is natuurlijk: wat is de connectie Anna van Rooij en Petrus Ludovicus van Kessel? Is Anna slechts een latere eigenares van de bundel of kenden zij elkaar inderdaad? Zo ja, wanneer schonk hij haar dan zijn gedichtenbundel? Deed hij dat toen hij in Den Bosch woonde? Hoe kan het dat een priester die zo actief in het Brabantse onderwijs is geweest, op zijn 46e zo spoorloos is verdwenen?

dinsdag 17 oktober 2017

'Liefde is ... geluk' (2): achttiende-eeuwse huwelijksgedichten

De Maand van de Geschiedenis met het thema Geluk vormt de aanleiding voor een mini-expositie van huwelijksgedichten en -liederen uit de zeventiende tot en met de negentiende eeuw. Vanaf de zeventiende eeuw worden gelegenheidsgedichten in kleine oplage gemaakt bij huwelijken en overlijden, maar ook bij benoemingen en jubilea. Bruiloftspoëzie komt verreweg het meeste voor. Een lofzang op bruid en bruidegom, een wens voor spoedig nageslacht en toespelingen op de huwelijksnacht ontbreken zelden. De namen en plaats van herkomst van het bruidspaar en de plaats van het huwelijk worden ook vaak bezongen. De taal van het gedicht is meestal Nederlands, soms Latijn. Hieronder worden drie verschijningsvormen van achttiende-eeuwse huwelijksgedichten getoond.

Boekband
Bijzonder fraai is onderstaande band met huwelijkszangen op het huwelijk van Jan Pieter Goudsblom (1755-1812) en Margaretha Maria Cock op 17 januari 1779 in Haarlem. Deze leerlooier en schoenmaker uit Alkmaar werd lid van de Eerste Kamer en schepen van zijn geboorteplaats. Gebruikelijk was dat beide echtelieden ieder een exemplaar kregen. Onderstaande leren boekband is voorzien van goudstempeling en mooi bewaard gebleven feestlinten. Op het voorplat staat de naam van de bruid vermeld en op het achterplat de datum van de bruiloft.
Voorplat
J. Bout & S. Stelt, Ter bruilofte van den heer Jan Pieter Goudsblom
en jongvrouwe Margaretha Maria Cock
, [Alkmaar]: s.n., 1779

Vindplaats: TRE 056 B 23/2
De titel en beginletters van deze huwelijkszangen zijn in goud gedrukt. Het boekblok is voorzien van goud op snee. Dit prachtige gelegenheidswerk werd door de familie van het bruidspaar uitgegeven en aangeboden aan het bruidspaar.
J. Bout & S. Stelt, Ter bruilofte van den heer Jan Pieter Goudsblom 
en jongvrouwe Margaretha Maria Cock, [Alkmaar]: s.n., 1779
Vindplaats: TRE 056 B 23/2

Achterplat
J. Bout & S. Stelt, Ter bruilofte van den heer Jan Pieter Goudsblom
en jongvrouwe Margaretha Maria Cock
, [Alkmaar]: s.n., 1779
Vindplaats: TRE 056 B 23/2
Bijzonder is dat er nog een huwelijksband van dezelfde familie in onze collectie is aangetroffen. Helaas is over de herkomst niets bekend. Deze band met zilverbestempeling viert het 25-jarig huwelijksfeest in 1777 van de ouders van de bruidegom, Nicolaas Goudsbloem en Anna Stelt.
Voorplat
Ter zilveren bruilofte van den heer Nicolaas Goudsblom, en mejufvrouwe Anna Stelt, s.l.: s.n., 1777

Vindplaats: TRE 056 B 23/1
Dit exemplaar is voorzien van enkele mooie illustraties. Niet alleen de twee harten in vuur en vlam zijn aan elkaar gebonden, maar ook de handen eronder.
De huwelyksband bind hart en hand
kopergravure, gekleurd
door: C.F. Fritzsch
in: Ter zilveren bruilofte van den heer Nicolaas Goudsblom, en mejufvrouwe Anna Stelt,
s.l.: s.n., 1777

Vindplaats:  TRE 056 B 23/1
Sierpapieren brochure
Dit in 's-Hertogenbosch gedrukte trouwgedicht stamt uit 1756 en is voorzien van een sierpapieren kaft.
Kaft
Trouw-gedigt op de bruyloft van den wel edele heer heer Leonardus van Duren ... en juffrouw juff. Joanna Clara Hack,
 's-Bosch: gedrukt by J. Scheffers, 1756
Vindplaats: KOD 1756 's Hert 2
Het betreft het tweede huwelijk van Leonardus van Duren (1724-1807/08) met Joanna Clara Hack (ca. 1724-1784) op 22 februari 1756.
 Titelpagina
Trouw-gedigt op de bruyloft van den wel edele heer heer Leonardus van Duren ... en juffrouw juff. Joanna Clara Hack, 's-Bosch: gedrukt by J. Scheffers, 1756
Vindplaats: KOD 1756 's Hert 2
De vier kinderen uit het eerste huwelijk van de bruidegom bieden dit werkje aan, eindigend met de volgende wens:
WY hoopen tot BesLUYt
Lang LeVen zonDer hInDer
Een Lust bY Uwe kInDer
En Haest een Jonge sprUYt.
Plano
Het volgende gedicht, gedrukt op één vel papier, is verschenen ter gelegenheid van het 50-jarig huwelijksfeest van Bosschenaar Jacob van Beusekom (1685-1777) en Maria Knoop (1681-1770) op 11 maart 1758. De schrijver en de drukker waren kinderen van dit echtpaar.
Is. v. Beusekom, Kinder pligt ter vyftig-jarige huwelyx feest, van myn seer waarde vader en moeder Jacob van Beusekom en Maria Knoop: gevierd den 11. van lente-maand, MDCCLVIII,
Te 's Bosch: gedrukt by Antoni van Beusekom, ..., 1758
Vindplaats: KOD 
1758 's-Hert  4
Het gebruik van bruiloftsgedichten zet ook in de negentiende eeuw nog door. Wel zien we een grotere verscheidenheid in uiterlijk en inhoud. Na verloop van tijd wordt de verschijningsvorm door de komst van de kopieermachine minder fraai. Een foto van het bruidspaar wordt gangbaar. Ook huwelijkskranten komen op. Huwelijksgedichten, zoals hierboven, verdwijnen. Toegezongen wordt het bruidspaar echter nog steeds, al dan niet in de vorm van een parodie.

De mini-expositie 'Liefde is ... geluk' is t/m dinsdag 7 november te zien in de vitrine op niveau 0 van de Library.

woensdag 9 oktober 2013

Huwelijksdicht in brokaatpapier

Omslag van brokaatpapier
Vindplaats: KOD 1767 's Hert 5
Onlangs verwierf de Brabant-Collectie een zeldzaam gelegenheidsdrukwerkje voorzien van een mooie omslag van brokaatpapier. De bakermat van dit type sierpapier ligt in Zuid-Duitsland. Het papier, in de achttiende eeuw gebruikt door boekbinders en boekdrukkers, wordt eerst met verschillende kleuren verf bestreken. In een koperplaat wordt de vaak gedetailleerde voorstelling, hier een aantal bloem- en bladmotieven, gegraveerd. Tevens worden partijen voorzien van stippelfond (kleine puntjes). De plaat wordt nat gemaakt en er worden dunne blaadjes messingfolie opgelegd. Vervolgens gaat de plaat met het gekleurde papier door een walspers. Zo ontstaat een voorstelling in goud op een gekleurde ondergrond. Meer over dit onderwerp leest u in Sierpapier & marmering : een terminologie voor het beschrijven van sierpapier en marmering als boekbandversiering, Den Haag/Brussel, 1994 van Elly Cockx-Indestege e.a. Vergelijkbaar sierpapier is te vinden in het Stadsarchief in Amsterdam en in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen.

Deze fraaie omslag bevat twee huwelijksgedichten, één in het Nederlands en één in het Latijn.
Titelpagina in rood gedrukt
Vindplaats: KOD 1767 's Hert 5
Het eerste huwelijksgedicht van D.A. Jacobi is 10 pagina’s lang en de titel luidt Leliana, herderszang ter bruilofte van den weledelgeboren gestrengen heere, Mr. Johan Abraham van Thye Hannes, […] en de weledelgeboorne jonkvrouwe Anna Christina van Barnevelt; plechtig gevierd den xvi van zomermaand, MDCCLXVII (16 juni 1767). De titelpagina van dit gelegenheidsgedicht is gedrukt in rood.

Het tweede gedicht is van de hand van Wilhelmus Jacobus Allardt en begint met de regel Thalassius in auspicatissimis nuptiis. Sint Thalassius van Syrië was een vreedzame heremiet, die van God bijzondere gaven had gekregen met betrekking tot het geestelijk helen en samenbrengen van mensen.

Dit dunne bijzondere boekwerkje meet 25,7 x 21,5 cm (in-4). Het is waarschijnlijk gedrukt door de gebroeders Hendrik en Jacobus Palier te Den Bosch (toegeschreven op basis van het gebruikte lettertype). Totaal beslaat het drukwerkje twee katernen van vier bladen. De katernen zijn keurig met groen garen aan elkaar genaaid en voorzien van deze kleurige omslag. Het aantal genummerde pagina’s is [1]-12 en 1-4, in totaal 16 pagina’s. Op het eerste schutblad aan de versozijde staat bovenaan in bruine inkt: “voor den Heer Burgemeester van Asch van Wijck”. Waarschijnlijk was hij een van de gasten van het bruidspaar. De katernen zijn voorzien van goud op snede. Dit boekwerkje is in zeer kleine oplage gedrukt en dus alleen voor de zeer bemiddelde families weggelegd. 

U kunt het inzien in de Raadpleegruimte van de Brabant-Collectie: vindplaats KOD 1767 ’s Hert 5.