Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 30 augustus 2012

Ga de tentoonstellling Noud Aartsen zien in Best

Gisteren is door medewerkers van de Brabant-Collectie in bibliotheek Best de fototentoonstelling Veranderend Best met het werk van Noud Aartsen (1932-2010) ingericht.

Werk in uitvoering. De inrichting van de tentoonstelling in bibliotheek Best. Foto: Guido t'Sas
Deze tentoonstelling geeft een goed beeld van het veranderende Brabantse landschap in met name Best en omgeving. Kom kijken naar deze prachtige selectie van het werk van Noud Aartsen. Te zien tot maandag 24 september.

maandag 27 augustus 2012

Efteling 'Zijn we d'r al?'

Jubileum Efteling
Niet alleen de Brabant-Collectie viert een jubileum dit jaar, ook voor de Efteling is 2012 een bijzonder jaar. Onder andere met de uitgave van 'Zijn we d'r al?' viert attractiepark de Efteling in Kaatsheuvel haar diamanten verjaardag. Meer jubileumfestiviteiten vindt u op de speciale  website.
In dit boek wordt de historie van zestig jaar Efteling in woord en beeld weergegeven. Er staan vele mooie foto's, originele tekeningen van vroeger en nu, verhalen en wetenswaardigheden in. Met het boek wordt getracht de spanning van een bezoek aan de Efteling op te roepen. Verrassings-elementen zijn ingebouwd in de vorm van onder meer stickers, foto's, ansichtkaarten, posters, een puzzel naar ontwerp van Anton Pieck. Een beleefboek met een overzicht van het mooiste van zestig jaar Efteling.

DVD 60 jaar Efteling
Tegelijk met het boek is er onder dezelfde titel 'Zijn we d'r al?' een documentaire op DVD met sfeerbeelden van vroeger en nu verschenen. Gewone bezoekers komen aan het woord en vertellen van bezoekjes aan het park in vroegere jaren en halen herinneringen op. Ook laat men bijzondere foto's en archiefbeelden zien.

Meer lezen over de Efteling? Kijk in WorldCat Local en de Brabant-Databank.

Vindplaats: BRA H3 EFTE 2012 en BRA DVD ZIJN 2012

donderdag 23 augustus 2012

Roerdomp

Roerdomp in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Ardea, Stellaris of Roerdomp

Het eerste gedeelte van de naam Roerdomp verwijst naar riet, de geliefde verblijfplaats van deze bijzondere vogel. Het tweede gedeelte verwijst naar het geluid dat het mannetje maakt tijdens de paartijd: een laag en diep whoemp dat vergeleken wordt met een misthoorn en dat tot op kilometers afstand hoorbaar is. Dit geluid is vaak het enige wat je van de roerdomp meekrijgt. Nozeman schrijft hierover:
"Het loeijdend geluid van den Roerdomp wordt niet gehoord, dan geduurende den tyd zyner drift om te koppelen en te broeden ...; en 't dient aen de onderscheidene Sexen deezer vogelen, om elkanderen des te beter ontwaer te worden, daer zy, zig in de rietvelden nedergezet hebbende, zelfs op eenen korten afstand de eene den anderen uit het oog verliezen, en, van wegens het in den weg staende riet, op het gezicht niet wedervinden kunnen."
Zien doe je hem niet zo makkelijk. Het is een schuwe, goed gecamoufleerde vogel die zich nauwelijks buiten het moeras begeeft. Bij gevaar neemt hij daarnaast ook nog de zogenaamde 'paalhouding' aan, waarbij hij kop en hals omhoog richt. Door de zwarte lengtestrepen en het meebewegen met het riet is de roerdomp praktisch onzichtbaar.
Over de naamgeving schrijft Nozeman:
"Het van de Saxen overgenomen woord Roerdomp en Roertrompe betekent de Ardea Stellaris, en deeze vogel draegt dien naem, omdat hy in het Roer, d.i. Riet, zyne woonstee heeft, en aldaer een geluid maekt als kwam het uit een blaeshoorn." Ook zijn wetenschappelijke naam, Botaurus stellaris, verdient aandacht: 'gesterde vogel die bulkt als een stier'.

In Nozeman's tijd was de roerdomp nog een algemeen voorkomende vogel:
"Op onze riviergorzen, op de met riet en biezen begroeide bonken onzer veenplassen, in onze Boezemen en Moerassen, is de Roerdomp een vry gemeenzaeme vogel; aezende op visch, kikvorschen, en allerleye klein gedierte het welk hem te vooren komt." Nu is de roerdomp in ons land een schaarse tot zeer schaarse broedvogel.

In vroegere tjden is de roerdomp wel eens als een luie vogel gezien, maar daar is Nozeman het niet mee eens:
"Maer tusschen het digte riet snel te loopen, moest men ingedacht hebben, is voor een vogel van die grootte onmogelyk. De Roerdomp treedt niet langzaem uit Luiheid: hy treedt zoo, zagtkens en voorzichtiglyk, om des te gewisser zyn aes te betrappen: Zyn tred is juist overeenkoomende met de altoos in zynen weg staende hinderpaelen van het digte rietgewasch."

Vindplaats: KOD 041 G 01

maandag 13 augustus 2012

Gerardus Mercator

500 jaar Mercator
Dit jaar is het vijfhonderd jaar geleden dat Gerardus Mercator (1512-1594) of Gerard de Kremer werd geboren in Rupelmonde bij Antwerpen. Aan dit feit wordt in België aandacht geschonken middels een speciale website met alle festiviteiten in dit jubileumjaar. Ook Duisburg, waar hij vanaf 1552 verbleef, staat in 2012 in het teken van Gerardus Mercator.

Mercator & Hondius met op de achtergrond een kaart van Europa. Mercator, Gerardus en Hondius, Jodocus, Gerardi Mercatoris Atlas sive cosmographicæ meditationes de fabrica mvndi et fabricati figvra, Amsterodami, 1613 (Vindplaats: TF PRE 153)
Wie was Mercator?
Mercator was een internationaal bekende aardrijkskundige, graveur, cartograaf, instrumenten- en globebouwer. Karel V mocht hij tot zijn opdrachtgevers rekenen. Mercator behoorde tot de leerlingen van de humanist en toneelschrijver Georgius Macropedius (1487-1558). Hoewel zijn productie niet erg groot was, was hij van grote betekenis voor de latere cartografen in de Nederlanden. Met zijn kennis van de werking van het kompas introduceerde hij in 1569 de Mercatorprojectie, een vergrotende breedtekaart, waarmee de scheepvaartnavigatie een stuk eenvoudiger werd. Hij was de eerste die de term atlas gebruikte voor een verzameling kaarten in boekvorm. Het sierlijke schuine letterschrift dat hij op landkaarten ging gebruiken, had tot gevolg dat het tot in de 19de eeuw gebruikelijk werd om plaatsnamen op kaarten cursief te schrijven.

Zijn koperplaten werden later doorverkocht en hergebruikt. Dergelijke kaarten treft u ook aan in de Brabant-Collectie. Hieronder ziet u een fraai voorbeeld uit de Van der Heijden Collectie:

Belgii inferioris descriptio emendata cum circumiacentium regionu confinijs. Per Gerardum Mercatorem. [1606]. Techniek; kopergravure, gekleurd. Formaat: 35x45.2 cm. Uit: Atlas sive Cosmographicae, Amsterdam, Jodocus Hondius, 1606. (Vindplaats: VdH-30-k)
Meer literatuur over Mercator vindt u hier.

donderdag 9 augustus 2012

Groenling

Groenling in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Chloris, of Groenling

De groenling is van oorsprong een bewoner van bosranden. Maar dit habitat wordt steeds zeldzamer en daardoor vind je hem nu ook dichter bij huis, als er maar dichtbegroeide struiken zijn. Zo kun je hem spotten bij rozenbottels of aan de voederpaal in je eigen tuin. Zijn volksnaam Doornevink of Dorenkneuter refereert aan zijn verblijfplaats nabij doornige struiken.
Zijn favoriete voedsel bestaat uit zaden en bessen. De dikke snavel helpt hem de zaden te verorberen. Hij trilt in de snavel de vrucht los van de schil, intussen de maaltijd ronddraaiend.

Zijn naamgeving verwijst naar zijn kleur. Nozeman schrijft:
"Het Nederduitsche Groenling drukt zeer wel den ouden Griekschen naem van Chloris uit, en met deezen naem, die hier en daer verbasterd is geraekt in Greuninger, staet het voorwerp algemeen genoeg bekend, om hetzelve buiten de verwarring met anderen te houden."
Het helder groen met gele verenkleed maakt met name het mannetje onmiskenbaar. Het vrouwtje is wat bruiniger van kleur. De vleugelranden zijn groengeel, de staartzijden geel; hierdoor is hij ook in de vlucht goed herkenbaar.

Over het broedgedrag van de groenling zegt Nozeman:
"De Groenlingen, die doorgaends tweemaelen in een jaer broeden, beginnen reeds vroeg in April te sleepen. Hunne Nesten bestaen, van buiten, uit fyn gevezelte en haeirworteltjens, van binnen, uit wol, varkens haeir, en eenige vedertjens die 'er hier en daer zyn tusschen ingeweeven... 'K heb opgemerkt, dat het Mannetje; (dat in 't broeden zyn Wyfje niet schynt te verpoozen,) zeer getrouwelyk voor het dagelyksch onderhoud van zyne egae zorgt terwyl zy het nest houdt; als brengende haer van tyd tot tyd op het nest de kost en dezelve uit zynen krop in den bek van 't Wyfje inschietende, even gelyk de Duiven de gewoonte hebben hunne jongen te voeden."

Vindplaats: KOD 041 G01