Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 23 april 2012

DVD: De Gouden Peelhelm

In 1910 is op de grens van Limburg en Noord-Brabant bij het turfsteken in een voormalig moeras in de Peel een Romeinse, verguld zilveren ruiterhelm gevonden. Gelukkige vinder was de turfsteker Gebbel Smolenaars.
Eigenlijk is het alleen de buitenkant van de helm, die oorspronkelijk opgebouwd was uit een ijzeren kap met een leren bekleding. De helm lag helemaal uit elkaar toen deze gevonden werd en moest grondig gerestaureerd worden. De ontbrekende rechter wangklep is later bijgemaakt tijdens de restauratie.
In 2010 was het precies honderd jaar geleden dat de helm gevonden was en ter gelegenheid daarvan verscheen een speciale website.

In de loop der tijd zijn tal van mythen en speculaties rondom de 1.700 jaar oude helm ontstaan. Zo denken sommigen dat de helm aan een Romeinse officier behoorde die verongelukt is. Anderen denken dat de Romein, aan het einde van zijn diensttijd, zijn bezittingen als dank aan de goden offerde. Of zou hij wellicht beroofd en vermoord zijn?
Het blijft allemaal giswerk, sluitende conclusies heeft men nog niet kunnen trekken. Al deze verhalen leveren wel mooi materiaal op voor een boeiende en afwisselende documentaire.
De helm bevindt zich tegenwoordig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en behoort daar tot de topstukken.

De DVD kunt u bekijken op de raadpleegpc's in de Universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD GOUD 2011

vrijdag 20 april 2012

Brabantse Erfgoed Biënnale Cultuurhistorisch Landschap 2012-2013


Kasteel Heeswijk (1906), A. Mortier-Rasmus
Aquarel
De Brabant-Collectie heeft beeldmateriaal geleverd voor de tweede Brabantse Erfgoed Biënnale Cultuurhistorisch Landschap 2012-2013 met als motto 'Buiten zit van binnen'. Op kasteel Heeswijk in Heeswijk-Dinther organiseerde Erfgoed Brabant donderdag 19 april jl. een feestelijke bijeenkomst die tevens de Brabantse opening van het Jaar van de Historische Buitenplaats vormde.

Bekijk nu dit unieke beeldmateriaal uit ons prentenkabinet en enkele landschapsfoto's van o.a. Martien Coppens, Noud Aartsen en Jan Bijnen op onze photostream op Flickr.

donderdag 19 april 2012

Grutto

Grutto in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Rusticola, of Grutto

Nozeman wijdt een groot stuk van zijn tekst aan de taxonomie van de grutto. In onze tijd wordt deze vogel ingedeeld bij de familie van de Strandlopers, de Scolopacidae. Nozeman kon zich daar niet in vinden:
"Even weinig strookt deeze Vogel met de Kenmerken, welken ons dezelfde Schryver [Linnaeus] ter nederstelt van de Scolopaces, tot wier Gezin anders de Bek van den Grutto hem allernaest zou schynen te wyzen. De Kenmerken naementlyk der Scolopaces worden ter aengeweezene plaetse opgegeeven te bestaen, 1. in een roodachtigen Bek, die stomp en langer dan de Kop is; 2. in Vier-Vingerige Voeten; welker Achtervingers meerledig zyn, en, de vogels overeind zynde, plat op den grond staen. De Grutto voldoet, wederom, vry wel aen 't vereischte der eerste van deeze twee byzonderheden, maer het stelsel en de stand van zyne Achtervingeren is strydig tegen de tweede. Hy kan overzulks ook geene Scolopax zyn van Linnaeus."

De betekenis van de Latijnse naam, Limosa limosa, is 'vogel van de slikgronden'. De Nederlandse naam is door klanknabootsing gevormd; de baltsroep van de grutto lijkt op een snel achter elkaar roepend utto utto utto.

Vogelbescherming Nederland noemt de grutto dé ambassadeur van het Nederlandse polderlandschap. 90% van de grutto's in Noord-West Europa broedt in Nederland. Daarmee is ons land het belangrijkste Europese gruttoland. En dus hebben we een belangrijke taak de broedgebieden van deze vogel in stand te houden. Favoriete broedplaatsen zijn voor deze vogel vochtige veengraslanden, of zoals Nozeman het zegt:
"Inzonderheid in onze Hooilanden ontmoet men de Grutto's. Hun aes zyn wormpjens en andere aerdinsekten. Met hunne lange bekken weeten zy ze vaerdig uit den grond te haelen. Meermaelen ziet men dit in de tuinen waer in men by de Kievitten gekortwiekte Grutto's zet. 'K heb opgemerkt, dat zy ook aen onze slootkanten het Kikvorschenschot verslinden, en daer toe somtyds tot aen de deijen waeden."
De winter brengen ze door in de moerassen en rijstvelden van West-Afrika. Onlangs zijn 15 grutto's van een zender voorzien en gevolgd op hun reis naar Afrika. Lees meer hierover op de speciale website van de Vogelbescherming.

Het habitat van de grutto wordt bedreigd en ook al heeft de vogel zich aangepast en zijn toevlucht gekozen tot graslanden, de aantallen dalen. Het is dan ook inmiddels een vogel van de zogenaamde Rode Lijst (status: gevoelig) geworden.

Vindplaats: KOD 041 G 01

dinsdag 17 april 2012

Frank van der Maden neemt afscheid

Na een dienstverband van bijna 16 jaar heeft Frank van der Maden de Brabant-Collectie op 1 april 2012 verlaten. Hij gaat genieten van zijn vroegpensioen.

Zijn afscheidsreceptie op woensdag 21 maart 2012 was drukbezocht.

 Frank in gesprek met Jaap Maessen en Jan Sanders. 
Foto: Jos Kastelijns
Aanvankelijk was hij coördinator van het Brabants Film Archief en het project Brabantse Fotografie van de Twintigste Eeuw en sinds 2004 was hij als coördinator Beeld en Geluid bij de Brabant-Collectie werkzaam. 
De Film- en Fotobank Noord-Brabant is het belangrijkste resultaat van zijn inspanningen voor het behoud en de toegankelijkheid van het Brabantse audiovisuele erfgoed. 
Fotografie is een speerpunt bij de Brabant-Collectie. Met het project Kijk… Coppens (2008-2010) en de acquisitie van uiteenlopende Brabantse fotografencollecties gaf hij mede vorm aan de uitbouw van het onderdeel historische fotografie.

De Brabant-Collectie zal hem gaan missen!

maandag 16 april 2012

Oosterhout in de Tweede Wereldoorlog

Stan Bol en Cees Kops, auteurs van het recent verschenen boek Oosterhout in de Tweede Wereldoorlog,  waren op 3 april jl. te gast bij de burgemeester van Oosterhout, S. Huisman, om het eerste exemplaar te overhandigen. Mevrouw C. Verhulst-van Bekhoven was ook aanwezig. Zij heeft waardevolle aanvullingen over met name Joodse onderduikers bij dit boek gegeven .

Kijk en luister naar enkele fragmenten:


Beide heren hebben het dagelijks leven van de inwoners van Oosterhout tijdens de oorlog beschreven in het boek Oosterhout in de Tweede Wereldoorlog. Wat betekende de bezetting door de Duitsers voor de bevolking van Oosterhout? Hoe was het verzet georganiseerd? Deze en vele andere vragen over o.a. de voedselvoorziening, NSB, luchtbescherming, bevrijding en wederopbouw van Oosterhout worden in dit boek beantwoord.
Nog niet eerder gepubliceerd archiefmateriaal vormt de basis van het boek.

Lees ook het artikel in BN de Stem.

U kunt dit boek raadplegen bij de Brabant-Collectie.
Vindplaats: BRA Y3 BOL 2012

maandag 9 april 2012

'Hoe komt het dat het met Pasen altijd Pasen is'


'Hoe het komt dat het met Pasen altijd Pasen is' is een gang door het jaar aan de hand van de volkskundig onderlegde Brabander en rasverteller Willem Iven (1933-2009). Persoonlijke elementen, toegevoegd aan algemene wetenswaardigheden, maken het verhaal bijzonder. Het is ronduit spannend om te lezen hoe de schrijver oude tradities nog ervaren heeft, of minstens eraan geroken heeft, en hoe hij ermee omging in zijn leven.

Zijn ondeugende vertelselkes in het dialekt van de Peel zijn ook op lp en cd verschenen. Ze waren regelmatig in het Brabants Dagblad te lezen of te horen bij Omroep Brabant. Op laatstgenoemde site kunt u ook twee audiofragmenten beluisteren: 'Bij Wijze van Spreken' dat Willem Iven bij Omroep Brabant presenteerde en een fragment over de Koninklijke onderscheiding die hij in 2005 kreeg. Naar hem is de Willem Iven-prijs vernoemd die elk jaar wordt uitgereikt aan de maker van het beste verhaal of gedicht in het Brabantse dialect.

Meer informatie over Pasen kunt u hier vinden.
Publicaties over Pasen in onze collecties vindt u hier.

Vindplaats: BRA G IVEN 2011

donderdag 5 april 2012

Jaar van de Historische Buitenplaats

Donderdag 29 maart 2012 is het Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 feestelijk van start gegaan in Amerongen. Roel Robbertsen, Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht en René Dessing, voorzitter van de Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012, openden het themajaar. Het doel van dit themajaar is veel meer mensen in ons land bekend te maken met historische buitenplaatsen en daarmee aandacht te vragen voor het behoud van dit belangwekkend culturele erfgoed.

Alleen Noord-Brabant telt al 39 Complex Historische Buitenplaatsen. Deze lijst op basis van het monumentenregister bevat toegankelijkheidsgegevens en waar mogelijk een link naar de website van een buitenplaats.

Lees meer in het persbericht en op www.buitenplaatsen2012.nl.
Activiteiten per type en per regio kunt u op de site bekijken. Toekomstige activiteiten voor Noord-Brabant vindt u hier.

Op 19 april 2012 zal de Brabantse opening van het Jaar van de Historische Buitenplaats plaatsvinden op kasteel Heeswijk. Het is tevens de kick-off van de Brabantse Erfgoed Biënnale Cultuurhistorisch Landschap 2012-2013. De Brabant-Collectie levert beeldmateriaal hiervoor in de vorm van landschapsfoto's van o.a. Martien Coppens, Noud Aartsen en Jan Bijnen.

Scholekster

Scholekster in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Haematopus, of Scholaekster

Wat betreft de etymologie van deze vogelnaam bestaat er geen overtuigende verklaring. Het tweede lid (ekster) verwijst naar de uiterlijke gelijkenis van het verenkleed van beide vogelsoorten. Voor het eerste lid (schol) ligt de herkomst wat lastiger. Het leefgebied van de scholekster in Noordwest-Europa is van oudsher de zeekust. Voor de etymologie moeten we dan ook in deze richting zoeken. Het meest waarschijnlijke is de betekenis 'aardkluit' of 'zode' voor het woord 'schol'. Nozeman geeft de volgende uitleg:
"De Scholaeksters, (anderen zeggen Schoolaeksters, omdat zy dikwils in 't Duin en aen de Stranden by Schoolen, of veelen by een, en dus gezelliger dan onze gewoone Aeksters, samenvliegen) zyn by ons aen de Zeekusten zeer gemeen."
Iets verderop schrijft hij:
"In den tyd, waer in op onze Eilanden en langs onze kust veel werks gemaekt wordt van 't zouten en droogen van Schollen en Scharren, vindt men deeze vogelen overvloedigst, en men heeft waergenomen, dat zy, wanneer hunne veiligheid daer mede niet gemoeid is, die plaetsen 't meest in ons Duin bezoeken, op de welken het Schollegrom, d.i. de Ingewanden der zoo even gemeldde vischen, wordt nedergesmeeten; daer zy dan op die wegwerpselen, dik bezet met keinere schelpvisschen uit de robben der scharren en schollen, koomen aezen. Dit kan misschien de aenleiding aen onze Zeedorpelingen gegeeven gehad hebben, om deeze vogelen Scholaeksteren te noemen..."
De Latijnse naam, Haematopus ostralegus, betekent 'bloedroodpotige oesterverzamelaar'. Dit sluit nauw aan bij zijn uiterlijk en zijn favoriete voedselbron. Nozeman schrijft:
"Op schelpvisschen of mosselen van allerlye soort en op Oesters aezende, gelyk ook op aengespoelde zeesterren en schaeldieren, vinden zy gemeenlyk, het geheele jaer door, genoegzaemen overvloed van leevens onderhoud."

De snavel is een handig hulpmiddel voor het vinden van voedsel, maar slijt aanzienlijk van al dit harde materiaal. Geen probleem, de snavel groeit zo'n 0,4 mm per dag (bron: Vogelbescherming). Zou de snavel niet slijten, dan blijft deze doorgroeien en krijgt de vogel op een gegeven moment een kromme snavel. Dit is bijvoorbeeld te zien bij scholeksters in gevangenschap.

Over het nestgedrag van de scholekster schrijft Nozeman:
"Deeze Scholaeksters broeden jaerlyks by menigten in onze Zeeduinen, kort by het strand. Van Nesten te maeken weeten zy weinig of niets: Men vindt hunne Eijeren, die flaeuwlyk groen uit den geele en met zwarte spikkels besprengd zyn, doorgaends op den blooten zandgrond nedergelegd, meestal 3, somtyds 4, in getal."
Tegenwoordig komt de scholekster ook in de stedelijke omgeving voor en maakt soms een nest tussen de kiezels op een plat dak.

Vindplaats: KOD 041 G 01