Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label tradities. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tradities. Alle posts tonen

woensdag 17 december 2025

Al zingend van deur tot deur

Nieuwe publicatie en vernieuwde website brengen bedelzangtradities in de Kempen en Noord-Brabant tot leven.

Je kent ongetwijfeld Driekoningen zingen of Halloween, maar wist je dat er nog veel meer unieke bedelzangtradities of geeffeesten zijn, die vaak al eeuwenlang bestaan in de Kempen en Noord-Brabant? Of wist je dat Sinterklaas vroeger ook een bedelfeest was? In de nacht van 5 op 6 december mochten mensen verkleed, langs de deuren gaan om een Sinterklaaslied te zingen, in ruil voor een speculaas. Je kan het vanaf nu allemaal ontdekken in het spiksplinternieuwe boekje ‘Al zingend van deur tot deur’. 

Perslancering brochure Al zingend van deur tot deur
in de gemeenten Baarle-Hertog en Baarle-Nassau op 10 december 2025. 
V.l.n.r. vooraan: kinderkoor van Koen Thoné.
V.l.n.r. achteraan: Janneke van de Laak (wethouder Baarle-Nassau), Tony Vaessen (voorzitter Verbond Volkscultuur in de Lage Landen) en Philip Loots, burgemeester Baarle Hertog.
(Foto: Marie Beyens)
Voor de eerste keer bundelden enkele erfgoedpartners de krachten, over de Nederlands-Belgische grens heen, om maar liefst 14 unieke bedelfeesten in kaart te brengen en te documenteren. De Kempense erfgoedcellen, het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen en de Brabant-Collectie van de Tilburg University brachten alles samen in een bijzonder boekje, een kleurrijk stickervel en een vernieuwde website.

     Brochures en stickervellen. Foto: Paul Slot 
Het boekje is speciaal gemaakt voor kinderen (en hun ouders) en nieuwkomers. Ze vertelt alles over de tradities, met weetjes en leuke DIY-tips. 

Elke traditie heeft een QR-code die linkt naar de website www.zing-ze.be en www.zing-ze.nl, waar je de liedjes kunt beluisteren en natuurlijk kan meezingen! De website biedt daarnaast een overzichtskaart waarop je kan ontdekken welke bedelfeesten nog actief zijn in jouw gemeente. Elke traditie heeft zelfs een eigen pagina met achtergrondinformatie, liedjesteksten, partituren, filmpjes en foto’s!  Hiermee wil het project zowel kinderen als volwassenen aansporen om deze waardevolle erfgoedpraktijken in ere te houden en actief deel te nemen, zowel als zanger of als gever. 

          Klik hier op de QR-code voor downloaden digitale versie brochure

Vanaf 11 december is het boekje gratis verkrijgbaar in de plaatselijke bibliotheken en gemeentehuizen in meer dan honderd Kempense en Noord-Brabantse gemeenten. Als extraatje zijn er stickervellen gemaakt met veertien mooie illustraties van de bedelfeesten, die onder andere via Kempense scholen verspreid worden in aanloop naar de kerstvakantie. 

Dit project bewijst hoe levendig en betekenisvol dit immaterieel erfgoed nog is en toont hoe volkscultuur grenzen overstijgt. Wanneer mensen samenkomen om te zingen en tradities te delen, verdwijnen verschillen. 

Contact:

Heb je nog vragen? Neem dan contact op met Emy Thorissen

woensdag 26 april 2023

Terugblik op het symposium Bedelfeesten – Verslag van een inspirerende middag

Op woensdag 19 april jl. kwamen in de Black Box van Tilburg University ruim zestig professionals en geïnteresseerden bijeen voor een studiedag over bedelfeesten. Op het symposium, een initiatief van de Brabant-Collectie en het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen (VVLL), werden de eerste resultaten gepresenteerd van het onderzoek naar heden en verleden van plaatselijke bedelfeesttradities. In een in Nederland en Vlaanderen uitgezette enquête is onderzoek gedaan naar de status: is er nog sprake van een levende traditie, welke ontwikkelingen zijn merkbaar, welke aanpassingen zijn er gepleegd en welke specifieke gebruiken (liedjes, dansen, eten etc.) horen er bij.

De deelnemers werden met een aantal karakteristieke bedelliedjes muzikaal verwelkomd door de (groot)ouders van jeugdkoor Cantabile. De voorzitter van VVLL, Tony Vaessen, sprak een welkomstwoord. Dagvoorzitter Jos Swanenberg, bijzonder hoogleraar Taal en Cultuur aan Tilburg University, nam het programma door en vertelde over zijn eigen bedelfeestervaringen, waarbij hem vooral de grote plaatselijke verschillen waren opgevallen. De terugloop van deelname aan bedelfeesten, een van de rode draden tijdens het symposium, koppelde hij aan andere ontwikkelingen, zoals de teruggang van kerkbezoek en verenigingsleven, en ook de verminderde aandacht voor taal en dialect. Omdat het bij bedelfeesten over immaterieel erfgoed gaat, kun je er geen fysiek resultaat van tonen. Wat volgens Swanenberg daarom van belang is, is aandacht besteden aan kennisopbouw en ook de feesten vooral te blijven vieren.

Koor Cantabile, Merksplas
© Paul Slot. Brabant-Collectie, Tilburg University

Jos Swanenberg en Tony Vaessen
© Paul Slot. Brabant-Collectie, Tilburg University
Ineke Strouken, de voormalig directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), schetste het historisch kader van de bedelfeesten en het belang dat in de voorbije eeuwen aan de feesten werd toegekend. Het betreft een reeks van momenten in de winterperiode die – mede ingegeven door de Kerk – structuur geven aan die periode, vanuit de gedachte: ‘Hoe kom je de winter door?’. Uiteraard passeerde de hele reeks de revue: Sint-Maarten (11 november), Sint-Nicolaas (6 december), Kerstmis (25-26 december), Onnozele Kinderen (28 december), Sint-Silvester (31 december), Nieuwjaar (1 januari), Driekoningen (6 januari), Vastenavond en Palmpasen. Met Sint-Maarten moest de kelder ‘winterklaar’ zijn en gedurende de winter werd deze vervolgens langzaam leeggegeten. In de lezing werd ingegaan op de betekenis van elk feest en op de kenmerken: het vieren op een vaste dag, het geven en krijgen van snoep en/of geld, verkleed gaan en (bedel)zingen, en het uitgangspunt van het feest: een heus verhaal. Belangrijke historische ontwikkelingen vonden plaats in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de feesten transformeerden van een volwassenenfeest naar een kinderfeest, en in de loop van de twintigste eeuw toen het spontane karakter deels werd ingewisseld voor een strakker georganiseerde activiteit. Uit de enquête kwam volgens Strouken naar voren dat er wel degelijk nog veel bedelfeesttradities levend zijn, maar soms wel “eilandjes” zijn geworden. Ook merkte ze een aantal nieuwe ontwikkelingen op: Halloween, Kerkbalans en de Goede Doelen Week. De bedreigingen die op de loer liggen, bestaan eruit dat mensen de achterliggende verhalen niet meer kennen en nieuwe bewoners er niet mee zijn opgegroeid. Het speelt bovendien een rol dat kinderen ’s avonds niet meer alleen over straat mogen. Én… ouders hebben het te druk. Er worden echter ook kansen gesignaleerd: kinderen vinden het echt leuk en spannend om te doen, we leven nadrukkelijk in een geef-cultuur en zijn creatief in het geld ophalen voor een goed doel. Aan het slot van haar verhaal pleitte Strouken voor een andere naam: in plaats van bedelfeesten is het beter om te spreken van geeffeesten.

Paul Spapens, publicist over volkscultuur, gaf een uiteenzetting over de vervaardiging en het gebruik van het in zijn ogen “meest democratische instrument van de wereld”: de rommelpot of de foekepot. Emy Thorissen, conservator bij de Brabant-Collectie, vertelde aansluitend over enkele ervaringen die door mensen zijn ingestuurd naar aanleiding van een artikel over bedelfeesten in het tijdschrift Brabeau. Een verkeersbord in het dorp Essen waarop tijdens Oudjaar wordt gewaarschuwd voor zingende kinderen, is een fraai voorbeeld van lokale aandacht die voor het bedelzingen wordt gevraagd. Op een vraag schetste Tony Vaessen enkele ervaringen uit zijn eigen jeugd: ouders stonden niet altijd te springen als er weer een bedelfeest gevierd werd en het Sint-Maartensvuur in Dommelen en Waalre was een belevenis waar beide dorpen voor uitliepen en nog steeds voor uitlopen.

Paul Spapens met de rommelpot 
© Paul Slot. Brabant-Collectie, Tilburg University
Tijdens het symposium werden op twee momenten filmcompilaties vertoond uit documentaires die Tony Vaessen en Emy Thorissen maakten voor KempenTV, waarin de hedendaagse praktijk van diverse bedelfeesten in beeld is gebracht. De reacties van deelnemers aan het bedelzingen en de mensen bij wie wordt aangebeld, zijn belangrijke graadmeters hoe het ervoor staat met de traditie. In Luyksgestel en Soerendonk kunnen we spreken van springlevende tradities, terwijl elders heuse bedreigingen op de loer liggen. De filmfragmenten geven aanknopingspunten voor hoe de traditie in leven gehouden kan/moet worden.

Ton Meijers, kerkjurist en lid van het Sint Maarten Utrecht Beraad, ging vervolgens in op de tekst van het bedellied Sinter Mertes Veugelke uit onder andere zijn geboorteplaats Venlo, ook een Martinusstad. Hij maakte aan de hand van heldere voorbeelden duidelijk dat de tekst zeker geen nonsens bevatte, zoals in de zangliteratuur wel is beweerd. Het gaat volgens Meijers om de stapeling van een aantal volksliedjes. Dat het als nonsensliedje is getypeerd, komt mede door de vele tekstvarianten en bijvoorbeeld de aan carnaval te koppelen strofen ‘Mieke de woep zoot op de stoep, en leet der eine vleege’. Historisch filmmateriaal en enkele audio-uitvoeringen van het liedje completeerden Meijers’ verhaal.

De bijdrage uit Vlaanderen werd verzorgd door Jeroen Janssens van de Erfgoedcel Kempens Karakter. De traditie van het Nieuwjaarszingen is er springlevend. Sinds het taboe van de armoe er in de jaren ’60 vanaf is gegaan, is het steeds nadrukkelijker een kinderfeest geworden. Op 31 december wordt in de ochtenduren van deur tot deur getrokken en krijgen kinderen geld of snoep in hun speciaal hiervoor genaaide ‘zangzak’. Een klein washandje maakt ook deel uit van deze uitrusting; dat is voor het geld. Diverse liedjes, ook voor hen die niets willen geven ("Hoog huis, laag huis, hier woont een gierige pin in huis”), maken deel uit van het zangrepertoire. In goede samenwerking tussen gemeenten, scholen en erfgoedcellen wordt veel aandacht gegenereerd voor het Nieuwjaarszingen: er is een herkenbaar logo ontwikkeld, de zangzakken worden bedrukt en verspreid, en er worden affiches verspreid die mensen achter het raam hangen om aan te geven dat ze thuis zijn.

Hennie van Schooten lichtte namens de Stichting Het Vierde Geschenk de vernieuwing toe die de Driekoningenstoet in Tilburg doormaakt. Op zondag 8 januari 2023 werd voor de eerste maal de Sterrentocht gelopen. Deze is gebaseerd op de intocht van de Driekoningen, maar het uitgangspunt is nu een interculturele optocht waarbij het licht centraal staat. Het licht wordt door de deelnemers in diverse vormen meegevoerd. Het verhaal rond Driekoningen heeft in de Sterrentocht nieuwe accenten gekregen; het christelijke verhaal is min of meer losgelaten. Het meebrengen van speelgoed voor hen die het minder goed hebben, is belangrijk en sluit aan bij het solidaire karakter en de ‘iedereen doet mee’-gedachte. De Sterrentocht heeft voor deze vernieuwde traditie speciaal liedjes laten schrijven, houdt workshops op scholen en heeft als alternatieve folder een papieren kroon waarop verleden en heden van het feest staan uitgelegd. De multiculturele idealen die er bij de stichting zijn, hadden dit jaar een beperkte invulling, met deelname aan de Sterrentocht van een Poolse en een Afrikaanse groep. Gehoopt wordt dat de inclusieve deelname de komende jaren gaat groeien.

Na de pauze ging Paul Spapens in gesprek met Maria Castro. Afkomstig uit Mexico besprak zij hoe in haar geboorteland met zijn sterke katholieke traditie diverse BEDELfeesten feitelijk ook het karakter van een DEELfeest hebben: op 6 januari worden door de drie koningen cadeaus uitgedeeld en ontvangen. Er wordt taart gegeten en degene die hierin een bedeltje vindt, is de pineut en moet trakteren op Maria Lichtmis (2 februari). In de dagen vóór Kerstmis tonen mensen hun gastvrijheid (net als Jozef en Maria die op zoek gingen naar een slaapplaats) en wordt met anderen de maaltijd gedeeld. Maria Castro zong het daarbij behorende Mexicaans bedelliedje ‘Las Posadas’, waarin Jozef langs deuren gaat om te vragen naar onderdak.

Paul Spapens en Maria Castro
© Paul Slot. Brabant-Collectie, Tilburg University
Het symposium werd afgesloten met een paneldiscussie onder leiding van de dagvoorzitter. Deelnemers waren Frea Vancraeynest (Histories), Ludwig Caluwé (Algemeen Nederlands Verbond), Marco van Baalen (KIEN) en Paul Spapens. Vancraeynest benadrukte dat de “overdracht op nieuwe generaties belangrijk (is) voor het duurzaam overleven van de bedelfeesten”. Ook vroeg zij aandacht voor het aanwezige verschil tussen stad en platteland in de huidige uitvoering van de feesten. Caluwé vertegenwoordigt een organisatie die vooral ondersteuning biedt. Hij riep op om de “kennis over het onderwerp te bundelen en deze vast te leggen in een publicatie”. Over de vraag of bedelfeesten kunnen voortbestaan zonder steun van de gemeente is hij duidelijk: “Steun is onontbeerlijk! Er is geen sprake van een commercieel karakter, dus de feesten zouden het zeer lastig kunnen krijgen”. Van Baalen bracht de bedelfeesten in verband met de Omgevingswet die in 2024 in Nederland zal ingaan. Tradities hoeven volgens hem niet per se onveranderd te blijven bestaan. Mensen moeten zich er bij thuis voelen, ook ‘nieuwe’ mensen die de traditie niet kennen. De gebruiken moeten een zekere mate van relevantie hebben en als onderdeel van de “biografie van een plek” spelen bedelfeesten nadrukkelijk een rol en hebben daarmee zeker kansen. Spapens vroeg aandacht voor het probleem van het vinden van aansluiting bij andere culturele groepen. In het kader van de Tilburgse Sterrentocht is er veel energie in gestoken, maar met nog een beperkt succes. “We leven wel bij elkaar, maar we kennen elkaar niet” is een belangrijke constatering. Om tot meer resultaat te komen moet deze barrière worden geslecht. Vanuit het publiek werden aan het slot nog enkele interessante vragen en invalshoeken ingebracht, zoals: om jongeren beter te bereiken moet je niet over, maar met ze praten en waarom lukt het met het ene feest wel en met het andere niet. Ook werd aandacht gevraagd voor de vermoeidheid bij de kartrekkers in de verschillende organisaties en de hieruit voortkomende bedreiging voor het voortleven van de traditie.

Discussiepanel v.l.n.r. Paul Spapens, Marco van Baalen, Ludwig Caluwé en Frea Vancraeynest
© Paul Slot. Brabant-Collectie, Tilburg University

Op dit afwisselende symposium met lezingen, muziek, bewegend beeld en interactie met het publiek werd stilgestaan bij de huidige praktijk van de bedelfeesten en de kansen en bedreigingen die ermee gepaard gaan. Als optimistische afsluiting kon worden vastgesteld dat geeffeesten ván en vóór iedereen zijn en dat, wanneer er aandacht is voor het door-ontwikkelen en vernieuwen van de tradities en ingespeeld wordt op veranderde waarden en behoeften, er zeker een toekomst voor is.

maandag 17 april 2023

Hoe eeuwenoude tradities ook nu nog van waarde zijn

Op Tilburg University wordt op woensdagmiddag 19 april een symposium gehouden over bedelfeesten in Nederland en Vlaanderen. Het doel van deze bijeenkomst is onder meer te bekijken hoe deze eeuwenoude tradities een plaats kunnen hebben in de huidige samenleving. Het symposium begint om 12.45 uur en is gratis toegankelijk. Deelname is interessant voor een breed publiek: heemkunde, toerisme, armoedebestrijding, sociale initiatieven, en voor iedereen die is geïnteresseerd in cultuur.

Eieren bedelen op het platteland in Helvoirt, woensdag 8 april 1936.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’, ’s-Hertogenbosch-Maastricht.
Brabant-Collectie, Tilburg University
Bedelfeesten zijn tradities als Driekoningenzingen, Sint Maarten, Vastenavond en Nieuwjaarzingen. Al deze tradities waren erop gericht om voedsel, brandstof en eventueel geld te delen met de armen. Er kan een vergelijking worden gemaakt met hedendaagse vormen van delen, zoals voedsel-, kleding- en speelgoedbanken. Hier raken traditie en actualiteit elkaar.

Bovendien kennen vrijwel alle culturen soortgelijke tradities. Tijdens het symposium wordt niet alleen door deskundigen ingegaan op de autochtone tradities, maar is er ook aandacht voor bedeltradities in verschillende andere culturen. Bedeltradities blijken een universele cultuur te zijn. Door hierover informatie te delen kunnen culturele drempels worden geslecht.

Het congres op Tilburg University is een eerste presentatie van een onderzoek naar bedeltradities in Vlaanderen en Nederland. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen (VVLL) en de aan Tilburg University verbonden Brabant-Collectie. De VVLL is een van de weinige grensoverschrijdende organisaties op het gebied van cultuur. Op de wat langere termijn worden de resultaten van het onderzoek samengebracht in een boek. Ook wordt ernaar gestreefd om de bedeltradities geplaatst te krijgen op de erfgoedlijst van de UNESCO.

Het programma van het symposium is een mix van muziek, films en lezingen. De lezingen worden gegeven door bekende deskundigen als Ineke Strouken, Paul Spapens, Ton Meijers en Jeroen Janssens. Een van de sprekers is Hennie van Schooten. Onder haar leiding is het Driekoningenzingen in Tilburg doorontwikkeld tot een Speelgoedbank en de Tilburgse Sterrentocht. De dagvoorzitter is prof. dr. Jos Swanenberg, hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur aan Tilburg University. 

Ook verschenen in de pers artikelen in Brabant-Cultureel, Brabants Dagblad, Stadsnieuws Tilburg (p. 15) en Impressie, tijdschrift voor Katholiek Erfgoed.

dinsdag 11 april 2023

Bedelfeesten: van Vastenavond tot Pinksterblom zingen

Bedelfeesten zijn kalenderfeesten die te maken hebben met wisseling van de seizoenen. Deze - meestal kerkelijke - feesten keren jaarlijks op een vaste dag terug. Eeuwenlang waren bedelfeesten belangrijke gebeurtenissen en vooral feesten voor de armen. Ze mochten om voedsel en brandstof bedelen om de winter door te komen. Soms kregen ze ook geld. Vanwege dronkenschap, vechtpartijen en vernielingen werden de bedelfeesten op een gegeven moment door de kerk en de plaatselijke overheid verboden. Vanaf de jaren 1920 en 1930 bedelden kinderen gelegaliseerd door - al dan niet verkleed - zingend langs de huizen te gaan in ruil voor een traktatie of kleingeld. Onnozele Kinderen (28 december), Oud en Nieuw en Driekoningen (6 januari) liggen inmiddels al achter ons. Minder bekend is het bedelen op Vastenavond, het eieren ophalen, het klepperen rond Pasen en het Pinksterblom zingen net voor Pinksteren. Het feestvieren uit zich in kleding, zingen, dansen, eten en drinken en het voltrekken van gebruiken, zoals vuur aansteken en licht maken. 

Vastenavond is de laatste avond van carnaval en kondigt het begin van de vastentijd voor Pasen aan. In de dorpen werd er door de jeugd gebedeld voor wat kleingeld, eieren en spek. De rommelpot of foekepot werd als begeleidingsinstrument bij zang gebruikt. Het is een met varkensblaas bespannen pot en in het midden stak een riet of stokje. Als het in beweging werd gebracht, begon de blaas te trillen en kwam er geluid vrij. 

Rommelpotwedstrijd als vrolijk carnavalsonderdeel in Sint-Michielsgestel, 27 februari 1968.
© Frans Kuit. Brabant-Collectie, Tilburg University
Pasen is een lentefeest, de terugkeer van het groen. De kerk en scholen organiseerden palmpaasoptochten en er werden eieren voor het goede doel opgehaald. In Haaren, Helvoirt en Cromvoirt gingen kinderen met fraai versierde stokken en met grote manden op woensdag in de Goede Week bij inwoners langs de deur om eieren in te zamelen. Naast eieren werd er soms ook geld gegeven. Het kind dat het geldzakje beheerde, werd ‘Judas’ genoemd. Na de rondgang keerden de kinderen terug naar school, waar de buit door de leraar eerlijk werd verdeeld. 

Eierbedelen bij Opoe van Berkel in Helvoirt, woensdag 8 april 1936.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’,
‘s-Hertogenbosch-Maastricht. Brabant-Collectie, Tilburg University

Luyksgestel kent nu nog steeds een iets ander gebruik om Pasen aan te kondigen: het klepperen. Van Witte Donderdag tot Paaszaterdag trekken groepjes jongens met houten kleppers vroeg in de ochtend door de straten. Luid klepperend en zingend gaan ze van deur tot deur voor hun beloning: eieren of geld. In hetzelfde dorp is nog een plaatselijke traditie en wel rond Pinksteren, ditmaal uitsluitend voor meisjes. De vrijdag voor Pinksteren, ook wel Bloempasen genoemd, worden boter- en pinksterbloemen geplukt. De Pinksterblom, een meisje tussen 8 en 12 jaar, wordt gekozen. Ze gaat met een bloemenkrans op het hoofd samen met ‘Judas’ (die zelf de vorige Pinksterblom was) en andere leeftijdsgenootjes langs de deuren om geld op te halen. Het geld wordt gebruikt om het feest te financieren. Voor elk huis wordt een kring gemaakt, alle meisjes zingen het liedje van de Pinksterblom en strooien bloemblaadjes bij de voordeur. 
Verkiezing van en dansen om de Pinksterblom (Toos Witlox, meisje met witte jurk in het midden)
in Cromvoirt, dinsdag 21 mei 1929.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’,
‘s-Hertogenbosch-Maastricht. Brabant-Collectie, Tilburg University

Het borgen en vernieuwen van plaatselijke tradities om het bedelfeest levend te houden, begint met het creëren van bewustzijn. De achterliggende verhalen moeten door scholen en (groot)ouders verteld blijven. Daarom staan sinds 2012 zowel het Driekoningenzingen in Midden-Brabant als de Sint-Maartenviering in Utrecht op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO.

Bekijk het beeldverhaal in het maartnummer van In Brabant.

Op woensdag 19 april a.s. organiseert de Brabant-Collectie i.s.m. het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen een symposium over Nederlandse en Vlaamse bedelfeesten in de Blackbox op Tilburg University.

woensdag 16 december 2020

Onnozele Kinderdag

Ieder jaar wordt op 28 december de Kindermoord van Bethlehem herdacht: de dag dat alle onnozele of onschuldige kinderen jonger dan 2 jaar door de soldaten van Herodes werden vermoord. Jozef werd in een droom door een engel gewaarschuwd. Samen met Maria en hun pasgeboren kindje vluchtte hij naar Egypte. Zodoende bleef Jezus (Koning der Joden) gespaard. De gedode jongetjes werden martelaren, omdat ze voor Christus waren gestorven.

In 2020 initieerde het Verbond Volkscultuur in de Lage landen (VVLL) het project bedelzingen. De Brabant-Collectie participeert hieraan. Het zal in 2022 resulteren in een publicatie. Wist u dat er bij het feest van Onnozele Kinderen ook door de kinderen langs de deuren werd gegaan en gezongen om een gift?

Net zoals Sint-Maarten (11 november) en Driekoningen (6 januari) is deze dag een kinderfeestdag geworden. Op 28 december mocht de jeugd, als volwassenen gekleed, de ‘baas’ in huis zijn. Zij bepaalden wat er gegeten werd en ook de leraar was in dienst van de kinderen. Van dit bedelfeest in Midden-Brabant is bekend dat de kinderen verkleed als volwassen (als vader of moeder, als frater of zuster) zingend van deur tot deur trokken met onder andere het liedje 'Koosje, Koosje' om geld en snoepgoed op te halen. Daarnaast werden er ook driekoningen- en nieuwjaarsliedjes gezongen.

Deze opname van de kinderen werd door de trotse vader Janus Berkers (fotograaf en prentbriefkaartenuitgever in Asten) gemaakt. Van deze prentbriefkaart bestaan twee drukken, die uitgegeven zijn door zowel Jos Nuss in Haarlem (handelsmerk met de tulp) als Emrik & Binger in Haarlem. 

Noord-Brabant.
Fotograaf en uitgever staan niet vermeld op prentbriefkaart,
maar toegeschreven aan: Uitg. Berkers Verbunt Asten N.Br., 
ca. 1917.*
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

* Met dank aan Jan Spoorenberg voor deze achtergrondinformatie.

In de Brabant-Collectie bevindt zich ook nog een interieurfoto met biddende meisjes voor de kerststal. Hierop zijn de meisjes van het R.K. Weeshuis in de Keizerstraat in ’s-Hertogenbosch op het feest van de Onnozele Kinderen te zien. Onlangs kwam ons een bijdrage van Theo van Herwijnen in Kring-nieuws, jg. 24, nr. 4 (1998) onder ogen. Het betreft een persoonlijk verhaal. Zijn moeder staat op deze foto en herkende alle meisjes. Van links naar rechts: Truus Rensen, Corrie van Es, Joke Rensen, Annie Hogenberg, Annie van Cruijsen (zijn moeder, die van 1929 tot 1935 in het weeshuis verbleef), Betsie Noot, Rikie Noot en Jo Burg.
R.K. Persbureau Het Zuiden,
's-Hertogenbosch,1931.
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

Helaas is de viering van Onnozele Kinderendag in Noord-Brabant in de vergetelheid geraakt. Alleen in Valkenswaard is deze traditie nog springlevend. Sinds 1988 strooien de jarigen op 28 december vanaf de toren van de Sint-Nicolaaskerk snoepgoed voor de kinderen. Met paraplu en/of valhelm ter bescherming gaan de kinderen het snoep opvangen. Enkelen houden zelfs de paraplu of helm omgekeerd om zoveel mogelijk buit te maken.

maandag 11 november 2019

Boerenverhuizing in oorlogstijd

11 november 1941: het is een grauwe oorlogsdag, deze Sint-Maarten. Maar ook een dag waarop een bonte stoet van Goirle naar Esbeek trekt. Boer Harrie Oerlemans, zijn vrouw Leida Oerlemans-Harbers, hun kinderen, de huisraad én de complete veestapel (inclusief mestvoorraad en veevoeder) verhuizen met de hulp van hun nieuwe buurtbewoners naar Esbeek. Om precies te zijn naar de Poorthoeve op de oude heerlijkheid ThuldenHier had levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht enige jaren daarvoor een uitgestrekt gebied met heide, bos en moeras ontgonnen tot Landgoed De Utrecht.
Het gebeuren haalt de landelijke pers: op zondag 16 november 1941 staat een uitgebreid verslag van een Bossche correspondent in De Telegraaf, op zaterdag 29 november wordt hetzelfde relaas in een kopblad van deze krant, De Courant. Het nieuws van den Daggepubliceerd. Fotopersbureau Het Zuiden maakte een beeldverslag en een aantal van deze foto's bevindt zich in onze collectie.

In alle vroegte reizen op de dag van de 'overtrek' de buurtbewoners met paard en wagen van Esbeek naar boerderij Sint Jacob, gelegen onder Goirle: een tocht van drie uur. De wagens zijn versierd en de boeren en boerinnen dragen hun traditionele Brabantse klederdracht: de mannen in blauwe kiel en met een papieren roos op een zijden pet, de vrouwen in schort en omslagdoek en getooid met Brabantse muts. Direct wordt begonnen met het inladen van huisraad en gereedschap en het opladen van de wagens.
Fotopersbureau het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (3)
Na het inladen krijgen de verhuizers in de oude boerderij van Oerlemans een stevige maaltijd voorgezet.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (6) (bis)
Een lange stoet trekt al zingend door de straten en over het platteland. Vooraan lopen de boerenmeisjes met het vee, gevolgd door de wagens met huisraad en hooi. Hoogtepunt is de schòòn kéér. Deze feestelijke versierde wagen met daarop het boerengezin wordt geleid door de meest nabije buurman. Op de wagen zijn in goud de initialen aangebracht van het boerenpaar. 
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (9)
Onderweg wordt als er een café in zicht is "den dam eronder gezet" om een drankje te nemen. Een steun wordt onder de wagens gezet, de paarden krijgen even rust en worden gelaafd en gevoerd. Mogelijk is onderstaande foto gemaakt bij Herberg Den Hemel in Hilvarenbeek.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (8) (bis)
Aangekomen op de grens van het buurtschap is het tijd voor "de zoete inkomst". Het boerenpaar wordt hartelijk welkom geheten en gewezen op de rechten en plichten binnen het buurtschap. Dit wordt bezegeld met een zoete drank, opgediend uit een antieke anijskom door twee buurvrouwen.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (14)
Gedurende de verhuizing hebben de boerenmeisjes continu een feestelijk versierde kroon bewaakt. De mannen zijn er namelijk op uit deze kroon te roven en als ze dat lukt, verdienen ze een halve liter jenever. Op onderstaande foto wordt de kroon uitgedragen en getoond. 
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (11)
Het echtpaar Oerlemans-Harbers betrekt de nieuwe boerderij en hangt de kroon in de woonkamer onder de schouw. Deze blijft daar hangen tot een nieuwe buur op het buurtschap komt wonen.
Fotopersbureau Het Zuiden
Vindplaats: ML / 215 (12)
Bijzonder is dat deze verhuizing met zoveel pracht en praal werd uitgevoerd, zeker in de oorlogsjaren. Volgens bovengenoemd krantenartikel is dit mede te danken aan de heren van Landgoed De Utrecht die een feestelijk tintje aan deze overtrek hebben willen geven.

En hoe zit het met de boerenovertrek in de 21e eeuw? Dat het nu niet meer gaat om verhuizen moge duidelijk zijn. Rijdend in een boerenhuifkar, al dan niet verkleed in boerentenue, gezellig samenzijn, eten en drinken, dat is waar het nu om draait.

zaterdag 3 november 2012

St. Hubertus

Vindplaats: ML / 131.33 (3)
Vandaag, 3 november, is de naamdag van St. Hubertus. St. Hubertus (655-727), zoon van de hertog van Aquitanië, leidde een werelds leven. Uit een overlevering blijkt dat hij op Goede Vrijdag op jacht ging. Op het moment dat hij een groot hert wilde neerschieten, zag hij een lichtend kruis tussen het gewei van het dier. Een stem zei hem naar Lambertus van Maastricht te gaan. Na een periode in de leer te zijn geweest, werd hij diens opvolger. Later werd hij de eerste bisschop van Luik. St. Hubertus geldt als de patroonheilige van de jagers. Ook wordt hij aangeroepen ter genezing van hondsdolheid, omdat hij iemand daarvan genas.

Op 3 november leidde men vroeger de jachthonden de kerk in om ze te zegenen en te behoeden voor hondsdolheid. Dit was de start van het jachtseizoen. De jachthonden en de inzegening zijn mooi te zien op onderstaande foto's uit de Brabant-Collectie. 
St. Lambertuskerk (?), Udenhout, eind jaren '30
Fotograaf: Persbureau Het Zuiden. Vindplaats: ML/ 131.36 (4)
Eindhoven (?), eind jaren '40
Fotograaf: Martien Coppens. Vindplaats: ML / 131.36 (3)

Eersel, 1980
Fotograaf: Gaston Remery
In West-Brabant, maar ook in Tilburg en omgeving, werden vroeger vele Hubertusbroodjes gebakken bij deze gelegenheid. Deze aaneen gebakken broodjes werden gezegend tijdens de Heilige Mis en moesten daarna droog gegeten worden, voordat men iets anders at. Andere benamingen zijn huupkes, huibertjes, huibjes en opkes. Deze broodjes zouden ook beschermen tegen hondsdolheid.

maandag 10 september 2012

Tijdschrift: Immaterieel Erfgoed

In 2012 is het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) gestart met een nieuw tijdschrift, getiteld 'Immaterieel Erfgoed'. Het blad verschijnt 4 keer per jaar en is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in tradities en rituelen, ook wel levend erfgoed genoemd. Ook beleidsmatige aspecten worden belicht. U vindt het tijdschrift in onze collectie (T10859), maar kunt het ook downloaden via de website van VIE.

In nummer 2 is het verslag opgenomen van het Internationaal Congres over Immaterieel Erfgoedbeleid dat VIE samen met het Fonds voor Cultuurparticipatie in februari 2012 in Deurne heeft georganiseerd. Daarnaast onder andere een artikel over de graffitiscene in Eindhoven, waarin de vraag wordt gesteld of graffiti kan worden beschouwd als een vorm van hedendaags immaterieel erfgoed.

2012 is uitgeroepen tot het Jaar van het Immaterieel Erfgoed. In dit jaar wil men mensen bewust maken van de rijkdom aan tradities en immaterieel erfgoed in Nederland. Hiervoor is een speciale website ontworpen met achtergrondinformatie over dit onderwerp. Ook kunt u hier de tradities en rituelen opgeven die u belangrijk vindt. Zaterdag 13 oktober a.s. zal een grote manifestatie plaats vinden op Fort Voordorp in Groenekan om het begin van het immaterieel erfgoedbeleid in Nederland te vieren.


Ook UNESCO draagt immaterieel erfgoed een warm hart toe. Zondag 2 september jl. ondertekende staatssecretaris Halbe Zijlstra het UNESCO-verdrag ter Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Nu het verdrag in werking is getreden kunnen mensen hun eigen tradities voor gaan dragen voor de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed. Omroep Brabant heeft inmiddels al de vraag opgeroepen 'Welke Brabantse tradities moeten op de Werelderfgoedlijst?'

Vindplaats: T10859

maandag 9 april 2012

'Hoe komt het dat het met Pasen altijd Pasen is'


'Hoe het komt dat het met Pasen altijd Pasen is' is een gang door het jaar aan de hand van de volkskundig onderlegde Brabander en rasverteller Willem Iven (1933-2009). Persoonlijke elementen, toegevoegd aan algemene wetenswaardigheden, maken het verhaal bijzonder. Het is ronduit spannend om te lezen hoe de schrijver oude tradities nog ervaren heeft, of minstens eraan geroken heeft, en hoe hij ermee omging in zijn leven.

Zijn ondeugende vertelselkes in het dialekt van de Peel zijn ook op lp en cd verschenen. Ze waren regelmatig in het Brabants Dagblad te lezen of te horen bij Omroep Brabant. Op laatstgenoemde site kunt u ook twee audiofragmenten beluisteren: 'Bij Wijze van Spreken' dat Willem Iven bij Omroep Brabant presenteerde en een fragment over de Koninklijke onderscheiding die hij in 2005 kreeg. Naar hem is de Willem Iven-prijs vernoemd die elk jaar wordt uitgereikt aan de maker van het beste verhaal of gedicht in het Brabantse dialect.

Meer informatie over Pasen kunt u hier vinden.
Publicaties over Pasen in onze collecties vindt u hier.

Vindplaats: BRA G IVEN 2011

zondag 24 april 2011

Eieren tikken

Op deze Eerste Paasdag brengen wij een eeuwenoude traditie onder de aandacht: het eieren tikken.

Paschen. Eieren tikken Brabant. Foto van Limburgsch Persbureau, Roermond
Vindplaats: ML / 411.13 (9)

Wat je nodig hebt zijn hardgekookte eieren en enthousiaste deelnemers. De spelregels zijn als volgt. Je tikt twee eieren tegen elkaar. Degene met het ei waar een barst in komt heeft verloren. Je begint met kop tegen kop, dan kont tegen kont. Daarna, als het zo uitkomt, kop tegen kont. Degene met het meest hele ei heeft gewonnen.