Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label Sint-Oedenrode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint-Oedenrode. Alle posts tonen

maandag 28 februari 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van kerkplein Sint-Oedenrode naar Wolfswinkel

Etappe 5 Brabants Vennenpad (13.5 km)

De wandeling van vandaag start op het kerkplein van Sint-Oedenrode, bij de Sint-Martinuskerk. Op deze plek laat heer Arnold van Rode in de 12e eeuw de Sint-Odakerk bouwen, een kapittelkerk waar het gebeente van de heilige Oda door de vele bedevaartgangers kan worden vereerd. Zij is de naamgeefster van deze plaats, maar daarover straks meer. In de loop der tijd is de kerk geteisterd door oorlogs- en natuurgeweld. In 1801 stort de toren in en besluit men de kerk in zijn geheel te slopen en een nieuwe te bouwen. Alleen het hoogkoor uit 1498 wordt gespaard. In 1808 is de nieuwe kerk af. Men noemt deze niet meer naar Sint-Oda, maar naar Martinus, aangezien dit nu de enig overgebleven parochiekerk is. In 1912 vindt pastoor-deken A.J. van Erp de kerk te klein en laat onder architectuur van W.Th. van Aalst in drie jaar tijd een nieuwe kerk in neogotische stijl bouwen. Gelukkig ontloopt ook nu het originele hoogkoor de sloophamer en momenteel is het aangemerkt als rijksmonument. Het kerkhof, in zijn geheel een rijksmonument, is ook een bezoekje waard.
Calvarieberg op de begraafplaats bij de Sint-Martinuskerk, Sint-Oedenrode (januari 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In 1854 is in de lage beemden van de Dommel deze begraafplaats met hoofdpaden in de vorm van een kruis aangelegd. Het hoofdpad eindigt op de calvarieberg uit 1909: een beeldengroep op een kunstmatige heuvel die de kruisiging van Jezus Christus op de berg Golgatha voorstelt. De beelden van Hendrik van der Geld, en mogelijk ook andere beeldhouwers, zijn vervaardigd door de fabriek St. Oda van A.H. Swinkels. De zijpaden komen aan beide zijden uit op een kunstmatige heuvel. Op de linker heuvel staat een beeld van Sint-Martinus. Hier liggen 23 Gemenebest-soldaten begraven die september 1944 tijdens Operatie Market Garden overleden in het veldhospitaal. Op de rechter heuvel bevindt zich de Sint-Odakapel.
Sint-Odakapel op de begraafplaats bij de Sint-Martinuskerk (januari 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Maar eerst even een uitstapje naar de legende rondom deze heilige. Oda wordt omstreeks 680 geboren als de dochter van een Schotse koning. In de hoop te genezen van haar blindheid reist ze naar het graf van de heilige Lambertus in Luik. Haar hoop komt uit en ze besluit haar leven te wijden aan God, tegen de wil van haar vader in. Oda slaat op de vlucht en komt na vele omzwervingen uiteindelijk aan in Rode, het huidige Sint-Oedenrode. De inwoners zijn haar goedgezind en schenken haar een stuk grond met een hutje, gelegen op een heuveltje aan de Dommel. Daar komen we later tijdens onze wandeling nog langs. Oda sterft in 726 en wordt begraven in Sint-Oedenrode. De verering komt snel op gang en zoals reeds gezegd wordt er een aan haar gewijde kapittelkerk gebouwd. In 1103 wordt Oda heilig verklaard en in 1274 wordt in een oorkonde voor het eerst de naam Rode Sancte Ode gebruikt. Onderzoek in 1996 van de botresten toegeschreven aan Sint-Oda toont overigens aan dat deze onmogelijk van haar kunnen zijn; ze dateren met grote waarschijnlijkheid uit de 3e of 4e eeuw.

We gaan weer terug naar de heuvel aan het rechter pad. Deze was bij de aanleg in 1854 spitser en hoger, en bovenop stond een beeld van Sint-Oda.

Beeld van Sint-Oda op de Sint-Odaberg, begraafplaats Sint-Oedenrode.
Prentbriefkaart. Maker: Van Dijk. Datering: 1920-1930. Formaat: 13 x 8 cm
Uitgever: J. van de Wittenboer. Vindplaats: pbk-S 62.7 / 122.1 (1)
Bij het gouden priesterfeest van Van Erp in 1934 wordt de Sint-Odaberg gedeeltelijk afgegraven en verlaagd tot anderhalve meter hoogte. Met het door de parochianen ingezamelde geld laat de pastoor door architect M.J. Granpré Molière een kapel bouwen op de berg. En zo verhuist het Sint-Odabeeld naar de achterkant van de nieuwe kapel. Aan de voorzijde komt een rustaltaar voor de Oda- en sacramentsprocessies, maar dit wordt in 1966 afgebroken om plaats te maken voor het graf van mgr. W.M. Bekkers, bisschop van ’s-Hertogenbosch.
Mgr. W.M. Bekkers en zijn broers te paard voor het ouderlijk huis in Sint-Oedenrode.
Foto. Maker: Fotopersbureau Het Zuiden. Datering: 2 februari 1957. Formaat: 8 x 13 cm
Vindplaats: P / B 40.1 (2)
Bekkers wordt op 20 april 1908 geboren in Sint-Oedenrode als zoon van een landbouwer. Hij start zijn loopbaan in 1933 als kapelaan in ’s-Hertogenbosch. Daarna is hij rector van verschillende instituten en korte tijd pastoor in Tilburg. In 1957 wordt hij benoemd tot coadjutor met recht tot opvolging van de bisschop van ’s-Hertogenbosch, mgr. W. Mutsaerts. Drie jaar later volgt zijn bisschopswijding. Bekkers zorgt (mede) voor vernieuwing in de katholieke kerk en groeit uit tot een populaire en geliefde bisschop. Op 9 mei 1966 sterft hij aan de gevolgen van een hersentumor. Naar eigen wens wordt hij begraven in zijn geboorteplaats. Zijn graf wordt maandenlang druk bezocht en groeit haast uit tot een pelgrimsoord. Op het kerkplein vóór de Sint-Martinuskerk wordt op 20 april 2002 een standbeeld van Bekkers onthuld.

We vervolgen onze wandeling langs de oevers van de Dommel aan de zuidkant van Sint-Oedenrode. De Knoptoren tekent zich hier mooi af in het landschap.
St. Oedenrode, Oude Knoptoren
Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend. Formaat: 14 x 8 cm
Uitgever: J. van de Wittenboer. Vindplaats: pbk-S 62.7 / 411.11 Nede (4)

Knoptoren, Sint-Oedenrode (november 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In 1443 wordt voor het eerst melding gemaakt van een nieuwe toren in Eerschot, gebouwd tegen de reeds bestaande stenen kerk uit circa 1400. Eerschot is momenteel een wijk in Sint-Oedenrode, maar aangenomen wordt dat in de middeleeuwen hier het oorspronkelijke dorp ligt. Deze Sint-Maartenskerk wordt in de volksmond al gauw de Knoptoren genoemd door de grote knop op de top van de toren. Eeuwenlang is het de parochiekerk voor de katholieken, tot 1648. De katholieken mogen in Staats-Brabant hun geloof niet meer openlijk belijden en de kerk komt in handen van de protestanten. Pas bij het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 krijgen de katholieken officieel vrijheid van godsdienst. De Knoptoren blijft echter protestants; de katholieken krijgen de kleinere Sint-Odakerk toebedeeld. Op 9 november 1800 waait tijdens een zware storm de karakteristieke knop van de toren en stort door het kerkdak. De kerk is zo goed als verwoest en wordt in 1808 vanwege de kosten vervangen door een kleiner bouwwerk. Op de toren komt een lantaarn. Een gedeelte van de oude buitenmuren blijft staan, zodat binnen die muren een kerkhof voor de protestanten aangelegd kan worden. Sinds 2009 is de kerk in beheer bij Stichting Knoptoren, gemeente Meierijstad is de eigenaar. Aan de voet van de toren, in de voormalige kosterswoning, is heemkundige kring De Oude Vrijheid gevestigd.

We volgen de Dommel nu al enkele etappes. Tijd dus om eens stil te staan bij deze fraaie rivier. De Dommel ontspringt in België en komt bij Borkel en Schaft ons land binnen. Het is niet bekend wanneer deze naam voor het eerst gebruikt is. Wel weten we dat in geschriften uit de 8e eeuw de benaming Duthmala opduikt: mogelijk een samenstelling van dud (lisdodde, riet) en mala (dal, laagte, moeras). Deze laaglandbeek met een breed beekdal en wisselende stroomsnelheid wordt via een stelsel van sloten, greppels en beekjes gevoed door regenwater en kwel. Ooit was het een belangrijke rivier; in de Romeinse tijd is er mogelijk op gevaren, mensen kapten de oeverbossen en legden er hooilanden aan, langs de oevers werden watermolens gebouwd. Vanaf 1890 worden stukken van de Dommel recht getrokken, maar gelukkig komt men daar nu weer van terug en zorgt Waterschap De Dommel er mede voor dat de rivier haar natuurlijke karakter terugkrijgt. Waterzuiveringsinstallaties verbeteren de kwaliteit van het water, en dat is hard nodig want de Dommel is lange tijd een open riool geweest en een dumpplaats voor afval. Niet alleen huisafval, maar ook dode (huis)dieren werden in de rivier gegooid. Overigens waren ouders in Sint-Oedenrode als de dood dat hun kinderen zouden verdrinken in de Dommel. Dus maakten ze hen bang met verhalen over het “Ekkermenneke” of “Haakmenneke”. Dit griezelwezen zou in de Dommel leven en kinderen die te dicht bij de oevers staan het water in sleuren. In Boxtel noemen ze dit wezen overigens “Mènneke Haok”.


Via de Dommelbeemden komen we uit bij de Moerkuilen, een plas die is ontstaan door het afgraven van veen. Vlakbij ligt het zogenaamde Odaputje en jawel, hier duikt de ons reeds bekende Sint-Oda weer op. Nieuwsgierig geworden? Lees dan hier verder. De heilige houdt ons nog even gezelschap op ons pad. Nadat we het Vresselbos gepasseerd zijn, komen we bij de Sint-Odaberg: de plaats dus waar volgens de legende het hutje van Oda heeft gestaan. Stichting Roois Cultureel Erfgoed heeft samen met TV Meierij in het project Bankgeheimen de historische achtergrond van zeven toponiemenbanken in Sint-Oedenrode e.o. in beeld gebracht. Eén van die banken staat bij de Sint-Odaberg en daarvan is online een filmpje te bekijken. Overigens is dit een prachtig deel van de route, waar het voor Nederlandse normen hoog gelegen pad langs de meanderende Dommel voert en voor fraaie uitzichten zorgt.

Eindpunt van vandaag is Wolfswinkel. In de 14e eeuw stonden hier een slotje, een watermolen en twee boerenhoeven aan de Dommel. In die tijd is het een Brabants leengoed en in 1381 wordt het tot heerlijkheid verheven, waarna de leenman zich voortaan Heer van Wolfswinkel mag noemen. Via vererving komt het goed daarna in handen van diverse families. De watermolen wordt in 1604 een apart leengoed, los van de hoeven. In 1650 wordt bij de oorspronkelijke korenmolen een oliemolen gebouwd en later is er ook nog sprake van een volmolen. In 1794 wordt tijdens de oorlog met de Fransen de molen in de as gelegd, maar al snel wordt deze vijftig meter stroomopwaarts herbouwd. Eind 19e eeuw begint het verval. Als in 1928 de molensluis in de Dommel stort, ziet molenaar Dolf van der Hagen zich een jaar later genoodzaakt de molen van de hand te doen. Waterschap Het Stroomgebied van de Dommel neemt het stuwrecht van hem over.
Watermolen te Wolfswinkel. Foto. Maker: Martien F.J. Coppens
Datering: 1940-1944. Formaat: 12 x 16 cm
Vindplaats: S 62.7 / 842.11 Wolf (3)
In 1940 wordt de oliemolen afgebroken en in 1947 de graanmolen. Even is er sprake van dat het complex overgebracht gaat worden naar het Openluchtmuseum in Arnhem, maar dat is niet gelukt. Enkel de straatnaam Watermolenstraat en een monument in de vorm van een maalsteen herinneren nu nog aan het verleden.
Tot slot nog een kijktip: in een aflevering uit 2002 van De Wandeling loopt René Bastiaansen langs een aantal plekken die wij vandaag ook hebben bezocht.

De volgende keer lopen we verder naar de Collse watermolen.

Bronnen:
  • N. Koomans (1992): Granpré Molière, architect van de St. Odakapel. In: Heemschild. Jaargang 26, nummer 1, pag. 1-2. Vindplaats: T 07405
  • B. van Lieshout (1991): De Odakapel op het St. Martinuskerkhof. In: Heemschild. Jaargang 25, nummer 4, pag. 108-122. Vindplaats: T 07405
  • L. van Lieshout en R. de Visser: Sint-Oedenrode honderd jaar in beeld, 1914-2014. Sint-Oedenrode: Heemkundige Kring De Oude Vrijheid, 2014. Vindplaats: BRA Z6 LIES 2014
  • Stiching Roois Cultureel Erfgoed: De drijvende kracht van de Dommel: verhalen over vroeger en nu. Sint-Oedenrode: Stichting Roois Cultureel Erfgoed, 2021. Vindplaats: BRA W3 ROOI 2021

maandag 31 januari 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Groot Duijfhuis naar kerkplein Sint-Oedenrode

Etappe 4 Brabants Vennenpad (13.5 km)

We beginnen vandaag meteen op een magnifieke plek, zeker als je hier in het voorjaar of de zomer bent. Gelegen op een verhoging aan de oevers van de Dommel heb je vanaf Groot Duijfhuis een prachtig uitzicht op het omringende landschap.
Groot Duijfhuis (zomer 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Onderstaande foto van Noud Aartsen toont hoe hij de omgeving zag rond 1969.
Kasteren (bij Liempde) ± 1969
Foto. Maker: Noud Aartsen. Formaat: 14.5 x 23.8 cm
Vindplaats: NA/BL/19/038
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
De vroegste vermelding van de hoeve, aangeduid met benamingen Ten Acker, Ten Ecker, De Grote Hoeve en Die Hoeve opt Water, stamt uit de 14e eeuw. Het eigendom is dan in handen van Jan van Derentheren en zijn kinderen, die het uitgeven in erfpacht. In 1450 koopt kanunnik Ludolf van de Water de hoeve. Hij schenkt het, samen met enkele andere hoeven, in 1471 aan de kartuizers van Sint-Sophia. Zij hebben de hoeven en rechten daarop hard nodig voor de instandhouding van hun nieuw gestichte klooster in Vught. Door het verpachten ontvangen de kartuizers niet alleen geld, maar ook producten in natura die ze goed kunnen gebruiken. Overigens zijn de pachters uit die tijd allesbehalve keuterboertjes. Gezien de omvang van de hoeve gaat het hier om kapitaalkrachtige boeren. In 1523 laten de kartuizers een Heerenkamer aan de hoeve bouwen, waarschijnlijk bedoeld om er zakelijke aangelegenheden af te handelen. Twee jaar later komt er aan de andere kant van de hoeve een Vlaamse schuur te staan voor de opslag van de opbrengsten uit pachten en tienden. De datering van deze schuur is bijzonder, want voorheen werd aangenomen dat dergelijke schuren in de 17e of 18e eeuw zijn gebouwd. Dat maakt de Vlaamse schuur van Groot Duijfhuis de oudste (of in ieder geval: de oudst bekende) van zijn soort in Nederland. In het uitgebreide en fraai geïllustreerde boek Kartuizers in het land van de Dommel van Jan Sanders kun je overigens meer lezen over deze kloosterorde. In 1659 verkopen de kartuizers de hoeve aan Pieter Lus, wiens naam al opdook in aflevering 3 van deze blogreeks. Hij verbouwt de hoeve en zet er in 1661 een vrijstaande stenen duiventoren neer. De toren heeft drie verdiepingen en een schaliedak. Met rode bakstenen is het jaartal 1661 ingemetseld.
Duiventoren bij Groot Duijfhuis. Foto. Maker: onbekend
Datering: ca. 1950. Formaat: 5.5 x 5.5 cm
Vindplaats: L 54.1 / 820.11 Duif (1)
Duiventoren bij Groot Duijfhuis (zomer 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Voornaamste reden voor het bouwen van de toren is dat de duiven goed zijn voor de productie van honderden kilo’s fosfaatrijke mest per jaar. Daarnaast belanden ze ook als mals boutje op het bord van de heer. Het houden van duiven is in die tijd overigens een recht, voorbehouden aan de adel en geestelijkheid. Door de bouw van de toren komt de naam Het Groot Duijfhuis in zwang voor de hoeve.

Na de dood van Lus in 1674 zijn er diverse eigenaren die de hoeve verpachten. In 1863 wordt Groot Duijfhuis verkocht aan pachter Jan Schoenmakers en zijn vrouw Maria Bakx. Hun vijf ongetrouwde kleinkinderen boeren hier tot 1947, waarna ze verhuizen naar Liempde en de hoeve verpachten aan familie Van den Braak, een gezin met 12 kinderen. In 1976 overlijdt de laatste van de kinderen Schoenmaker en wordt notaris Piet Mertens jr. de erfgenaam. Op dat moment is Sjef van den Braak de pachter. Mertens start in 1980 met de restauratie van de boerderij en de duiventoren. Die toren is eerder overigens al eens opgeknapt. Nadat in 1890 een binnengeslopen steenmarter zich te goed doet aan de duiven, wordt de versleten marterkraag vervangen door nieuwe, schuin omlaag stekende planken om het dier te weren. Ook wordt er in dat jaar een bakhuisje met schoorsteen tegen de toren gebouwd, nog te zien op bovenstaande foto uit onze collectie. Mertens zorgt ervoor dat het oorspronkelijke uiterlijk van de duiventoren hersteld wordt. Het bakhuisje verdwijnt echter.
In 2000 koopt Brabants Landschap de hoeve Groot Duijfhuis en bepaalt hierbij dat pachter Sjef van den Braak er mag blijven wonen en boeren. Sjef is een markant man en geniet de nodige bekendheid met zijn stier Kareltje. Filmmaakster Annelies Uittenbogaard maakt een korte film over hem en René Bastiaansen klopt bij hem aan tijdens De Wandeling. Bekijk zeker deze filmbeelden online, want René laat je Groot Duijfhuis zien en vertelt eveneens over het Duits Lijntje waar we de vorige keer langs gelopen zijn. Nog een aanrader om te bekijken is de beeldbank van Erfgoedvereniging Kèk Liemt, met onder andere een foto van familie Van den Braak voor de Vlaamse schuur en Sjef met zijn stier. Tot aan zijn dood in 2009 woont Sjef in Groot Duijfhuis. In 2016 verbouwt Brabants Landschap de hoeve en maakt van het stalgedeelte een informatiepunt. Voorjaar 2021 vindt de meest recente restauratie van de toren plaats.
Voordat we verder gaan op ons wandelpad nog één aanrader: het filmpje waarin Thijs Caspers, medewerker van Brabants Landschap, gepassioneerd vertelt over zijn band met Groot Duijfhuis.

Via het in 2008 vernieuwde voetveer Sint-Janspontje steken we de Dommel over. Dit pontje vormde eeuwenlang een korte verbinding tussen Olland en Kasteren aan de ene kant en Liempde aan de andere kant. Via een bruggetje bereiken we weer de andere oever van de Dommel. In het volgende blogbericht meer over deze kronkelende rivier.
Via de zuidkant lopen we Sint-Oedenrode binnen waar we nog even stilstaan bij twee kastelen. Allereerst kasteel Henkenshage.
St. Oedenrode. Kasteel "Henkenshage"
Prentbriefkaart. Maker: Foto Atelier Schreurs. Formaat: 9 x 14 cm
Vindplaats: pbk-S 62.7 / 820.11 Henk (6)

Kasteel Henkenshage (winter 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In de 14e eeuw stond hier een versterkt herenhuis, bekend onder de namen Hanekershage, Haankenshaghe en Heenkenshage. Dit verwijst vermoedelijk naar de persoonsnaam Haencken, een verbastering voor Johannes. Van het oorspronkelijke herenhuis zijn nu alleen nog de restanten van een stuk 15e-eeuws muurwerk terug te vinden. In de loop der eeuwen kent Henkenshage tal van eigenaren. Tussen 1850 en 1860 is dat de familie De Girard de Mielet van Coehoorn. Zij verbouwen het van origine sobere gebouw, voegen een verdieping toe en geven het een kasteelachtige uitstraling door de aanbouw van hoektorens, stallen en dienstwoningen. In 1940 koopt gemeente Sint-Oedenrode het kasteel, dat in de oorlogsjaren fungeert als distributiekantoor. September 1944 is er het hoofdkantoor van de 101st Airborne Division gevestigd. Het kasteel raakt daarna in verval, dreigt zelfs gesloopt te worden. Totdat in 1958 freule Maria De Girard de Mielet van Coehoorn een aanzienlijke schenking doet en het gebouw gerestaureerd en dus gered kan worden. Momenteel doet het dienst als evenementenlocatie.

Het tweede kasteel op onze route is Dommelrode.
Westzijde van kasteel Dommelrode. Gekleurde potloodtekening
Maker: L.P.M. van Valkenburg. Formaat: 6.5 x 8.3 cm
Vindplaats: S 62.7 / 820.11 Domm (1)

Kasteel Dommelrode (winter 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Ook dit is van origine een versterkt huis, dat van de 16e tot 19e eeuw bekend staat onder de naam De Bocht. Een naam die makkelijk te verklaren is, aangezien het huis was gelegen in een bocht van de Dommel. Tussen 1603 en 1605 maakt Marcus van Gerwen er een kasteel van met een gracht. Deze gracht staat via kreekjes in verbinding met de Dommel, maar dat is momenteel niet meer het geval. Vanaf 1804 raakt de naam Dommelrode in zwang. Jonkheer J.F. de Kuijper verhuurt het kasteel in 1818 aan de zusters augustinessen, die tot dan op Henkenshage wonen waar ze een Frans meisjespensionaat hebben. Deze zusters vestigen zich in Dommelrode, gaan door met het onderwijs en vestigen er klooster Mariëndaal. Door verbouwingen wordt het een volwaardig klooster en de augustinessen verblijven er tot 1954. Gemeente Sint-Oedenrode koopt het kasteel aan, voert een restauratie door en sloopt het grootste deel van de gebouwen van de zusters. Momenteel doet het kasteel dienst als vergaderlocatie van gemeente Meierijstad.
Het kerkplein van Sint-Oedenrode is het einde van onze wandeling van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Wolfswinkel.

Bronnen:
  • G. van den Oetelaar: Kartuizerhoeve Het Groot Duijfhuis op Kasteren te Liempde. Liempde: Stichting Kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel, 2012. Vindplaats: CBM B 63784
  • J. Sanders: Kartuizers in het land van de Dommel. Klooster Sint-Sophia van Constantinopel bij ’s-Hertogenbosch, 1466-1641. Woudrichem: Pictures Publishers, 2012. Vindplaats: BRA L1 SAND 2012
  • W. Steenbakkers: Het steenen huijs met de gebinte, stal ende schuren: historisch onderzoek naar boerderijen in Boxtel, Lennisheuvel en Liempde. Woudrichem: Pictures Publishers, 2017. Pag. 80-101. Vindplaats: BRA J STEE 2017

maandag 4 december 2017

Racefamilie van Kasteren

Onlangs verscheen een mooi boek over de sportieve prestaties van de familie van Kasteren uit Sint-Oedenrode, die de motorsport beoefenden. Al vroeg in zijn jeugd was vader Chris in de ban van de motorsport, hoewel hij pas op latere leeftijd zijn debuut maakte als wegracer. Zijn zoon Rinus begon al op 17-jarige leeftijd en was meteen succesvol. Hij won zijn eerste wedstrijd en dat was het begin van zijn racecarrière die tot eind 1983 duurde. Aan de hand van anekdotes, foto’s, wedstrijdverslagen en wetenswaardigheden wordt een goed beeld gegeven van de nationale en internationale motorsport gedurende de periode 1964-1983.

Vindplaats: BRA H3 KAST 2017

maandag 31 juli 2017

Tijdschrift: Heemschild

Het tijdschrift Heemschild is een uitgave van Heemkundige Kring De Oude Vrijheid uit Sint-Oedenrode. Het blad verschijnt vier keer per jaar, sinds 2017 (nr.2) als kleurendruk. De inhoud van de jaargangen 1967-2016 is online raadpleegbaar.
Het werkgebied van deze heemkundekring, opgericht in 1954, omvat gemeente Sint-Oedenrode en aangrenzende gemeenten (o.a. Son en Breugel en Liempde). Doel van de vereniging is het wekken van belangstelling voor de eigen streek en haar bewoners. Het eerste nummer van Heemschild verscheen in 1967. Pater Wiro Heesters (1914-1996) legde hiervoor de basis. Hij was bestuurslid van de heemkundekring en schreef jarenlang een groot aantal bijdragen voor het periodiek. Bedoeling was middels het blad de leden die niet regelmatig naar de vergaderingen kwamen op de hoogte te houden van de activiteiten. Daarnaast wil men een ieder kennis bijbrengen van de geschiedenis van Sint-Oedenrode. Momenteel heeft Heemschild als ondertitel:
Geschiedenis - Archeologie - Fotografie - Natuur van Sint-Oedenrode

Sint-Oedenrode heeft een rijke geschiedenis. Het was de hoofdplaats van het Kwartier Peelland en de voormalige hoofdplaats van Graafschap Rode. De Meijerij bestond vroeger uit vier landstreken; de vier Kwartieren van de Meijerij. Omstreeks 1231-1232 kregen de hoofdplaatsen vrijheids- oftewel stadsrechten van de hertog van Brabant. Ook Sint-Oedenrode werd zo een vrijheid. Vrijheidsrechten betekenden voor de inwoners van het dorp dat zij voortaan vrije burgers waren; ze vormden zo een aparte stand naast de adel en de geestelijkheid.
Met ingang van 1 januari 2017 vormt Sint-Oedenrode samen met Schijndel en Veghel de nieuwe gemeente Meierijstad.

Heemschild is vanaf jaargang 1 (1967) tot heden aanwezig en raadpleegbaar op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: T 07405

dinsdag 4 april 2017

Rondom Sint-OedenRode : Macht, religie en cultuur in de Meierij

Aan deze uitgave op initiatief van Stichting Brabantse Bronnen is twintig jaar historisch en archeologisch onderzoek voorafgegaan. Voor deze publicatie in grootformaat heeft de Brabant-Collectie beeldmateriaal geleverd. Elf auteurs schreven onder redactie van prof.dr. A.J. Bijsterveld en dr. V. Roelvink in totaal zeventien artikelen. Drs. J. Biemans tekende voor de beeldredactie. In het boek, dat op 17 december 2016 op het gelijknamige symposium in het gemeentehuis van Sint-Oedenrode gepresenteerd werd, komt circa 1.300 jaar Rooise historie aan bod. En dat net nu de gemeente Sint-Oedenrode haar zelfstandigheid verliest en met Schijndel en Veghel opgaat in de nieuwe gemeente Meierijstad. In de thematisch in vier hoofdstukken gegroepeerde wetenschappelijke artikelen belichten de auteurs de heren van Rode, hun burcht, macht en goederen, de verering van Sint-Oda, haar kapittelkerk, relieken en voortleven, en vrouwe Hildewaris, die in de bronnen wordt aangeduid als de stichteres van de kerk van Sint-Oedenrode. 
Kortom, niet alleen een boek om van voor tot achter te lezen, maar zeker ook te gebruiken als naslag of om door te bladeren.

Vindplaats: BRA Y BIJS 2016

maandag 13 juni 2016

De Rooise Raaf Detectivebureau: Avonturen van Rien Raavens in Sint-Oedenrode

Het is 2015. Sint-Oedenrode lijkt gevrijwaard van dorpse perikelen en ontwrichtende problemen. Verdachte zaken, ongemakkelijke kwesties en raadselachtige mysteries worden kordaat aangepakt en discreet opgelost. Dit is te danken aan het doortastende optreden van de plaatselijke detective Rien Raavens, die begin 2014 haar detectivebureau De Rooise Raaf opende. De inwoners van Sint-Oedenrode worden via de lokale krant, DeMooiRooiKrant, wekelijks geïnformeerd over kwesties die zich in hun dorp afspelen. Een hoofdrol is daarin weggelegd voor hun eigen speurder. De verhalen werden opgetekend door S. Coops, pseudoniem voor de schrijfsters Hanny Brok, Emmy van Haastrecht, Elli de Rijk en Nelleke ThijssenDeze dames uit Sint-Oedenrode hebben bijna twee jaar hun oren te luisteren gelegd om de mysteries van het dorp voor het voetlicht te brengen.

Rien Raavens, geboren Rooienaar, is na een langdurig verblijf in Zuid-Afrika teruggekeerd naar haar geboortedorp. Ze begint een nieuw leven en wordt ondernemer. Rien is een kordate vijftiger die veelal achter de schermen opereert. Ze duikt in allerlei vraagstukken: van ontspoorde jongeren tot vermeend overspel, van een verkiezingsboycot tot het kraken van winkelpanden, van fraude tot verduistering van een relikwie. Het lezen van haar lotgevallen is voor Rooienaren een feest van herkenning en voor anderen een kennismaking met het Brabantse dorp. De lezer wordt meegenomen door de straten van Sint-Oedenrode en het buitengebied, en komt op allerlei karakteristieke plekken. Zoals de rustieke Markt, het historische Odakerkhof, het Vresselse Bos te Nijnsel en de Dommelvallei. Ook de Rooise cafés en restaurants komen aan bod, evenals organisaties en verenigingen. Riens persoonlijke leven zit als een rode draad in de verhalen verweven. Ze vindt het geluk terwijl ze achtervolgd wordt door haar verleden. Met name de verdwijning van haar zus en de relatie met haar familie in Zuid-Afrika spelen een belangrijke rol. De burgemeester van Sint-Oedenrode schreef het voorwoord van deze bundel.

Vindplaats: CBM 964 F 38

maandag 26 augustus 2013

Blauwe bergen & zilveren lepels; verhalen van een fietsreiziger


Elli de Rijk is opgegroeid in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Met haar ouders trok ze er op uit, de wijde wereld in. Die bestond in haar jeugd uit het Vressels Bos, met zijn karakteristieke vennen en zandheuvels. Met haar zus en broer verkende ze de oevers van de Dommel die achter hun huis stroomde. Als ze die rivier in de verte zag verdwijnen, droomde ze van het onbekende, van eindeloze verten. Een hele tijd later was er de fiets. De wereld lag voor haar open, op de fiets trapte ze het onbekende tegemoet. Vele tochtjes en tochten volgden, in binnen- en buitenland, veelal samen met haar partner Henk, eveneens Rooienaar. Ze werden aangetrokken door uitgestrekte, lege, ruige, bergachtige gebieden, primitief kamperen en het kennismaken met ongewone culturen en gewone mensen. Het ging niet om het aankomen, het ging om het onderweg zijn, het beleven, ervaren en ontmoeten. En misschien ging het ook wel om het thuiskomen.

De verhalen lagen voor het oprapen en daarom hield ze onderweg dagboeken of een weblog bij. En nu, na zoveel jaren en fietsreizen later, bleken die dagboeken een inspiratiebron voor een verhalenboek. Het boek bevat impressies en fragmenten uit de vele fietsreizen die Elli en Henk maakten in en buiten Europa. In 25 verhalen neemt ze de lezer mee van Australië tot Indonesië, China en Tibet, van Engeland tot Duitsland en Italië, en van Zuid-Afrika tot Canada en de Verenigde Staten. In de verhalen staat de ene keer een dag, een traject of een ontmoeting centraal,  de andere keer een bijzondere belevenis of een persoonlijke ontboezeming. De verhalen krijgen extra kleur en sfeer door de omstandigheden, de grillen van de natuur en taferelen uit het leven van alledag. Ze geven inkijkjes in de fascinerende wereld van een reiziger, in het bijzonder in de wereld van een kwetsbare fietsreiziger. Enkele tientallen foto's luisteren de teksten op.
Met het slotverhaal neemt ze de lezer weer mee terug naar huis, naar Brabant. Dit verhaal heeft als titel: 'Enkele reis Rooi'. Hierin beschrijft ze niet alleen een fietstocht van Leiderdorp (hun vorige woonplaats) naar Sint-Oedenrode, maar verwijst ze ook naar hun verhuizing, terug naar Sint-Oedenrode.
Meer boeken over reizen, fiets- en wandelroutes kunt u vinden in de rubriek BRA H

Vindplaats: BRA H4 RIJK 2012