Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fotografie. Alle posts tonen

donderdag 29 januari 2026

Lieshout op de glasplaat: Tinus Swinkels (1873-1962)

In Lieshout stond niet alleen de wieg van fotograaf Martien Coppens (zie ook In Brabant 2025-2), maar ook die van amateur-dorpsfotograaf Tinus Swinkels. Beide fotografen brachten hun woon- en werkomgeving op een bijzondere manier in beeld.

Zelfportret: Tinus Swinkels op motorfiets met kenteken N-1229, Lieshout 1911.
 (Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)
In de periode 1905-1925 legde Martinus Johannes (Tinus) Swinkels (1873-1962) het leven van eenvoudige mensen, grote gezinnen op het platteland en gebeurtenissen in en nabij Lieshout op de gevoelige plaat vast. Zijn opnamen tonen naturalistische directheid en oprechtheid. Helaas raakte Swinkels – de eerste fotograaf in Lieshout  –  in de vergetelheid.
Veel van de glasnegatieven zijn verloren gegaan. Ze lagen opgestapeld in een vochtig schuurtje naast het kippenhok en vertonen flinke aantasting door vocht en temperatuurschommelingen: de emulsielaag is vaak beschadigd en zelfs verdwenen. Ook zijn sommige platen gebroken of hebben ze afgebroken hoeken. Later ontfermde Tinus’ zoon Theodorus (1925-2000) zich – gelukkig  – over de glasplaten. Zijn inspanningen zijn van groot belang, zowel voor het behoud als het achterhalen van informatie en verhalen bij de geportretteerden en locaties.
Tinus Swinkels was een veelzijdig en kleurrijk persoon, afkomstig uit de bekende brouwersfamilie en zelf vader van tien kinderen. Naast fotograaf was hij koster, kweker, imker en tot 1905 ook gemeentesecretaris. 
Op zondag na de hoogmis kwamen de gezinnen in hun zondagse kleding naar Tinus toe, de vrouwen meestal getooid met poffer en behangen met streeksieraden. Ze poseerden vaak voor of achter zijn huis (op het erf of in de tuin) en soms was de vlakbij gelegen kerk op de achtergrond te zien. Talrijke glasnegatieven tonen de buitenstudio: een opgehangen witte of donkere doek als achtergronddecor. Op de afdruk, die de klant ontving, was hiervan door het bijsnijden van het beeld niets meer te zien. Bij het maken van groepsportretten voerde Swinkels de regie en plaatste zijn modellen op grootte dichtbij elkaar. Meestal belichtte hij twee glasplaten vanwege de kans op onscherpte door beweging. Na het ontwikkelen kon hij dan kiezen welke de beste was. Van de glasplaten werden afdrukken gemaakt op fabrieksmatig geproduceerde daglichtpapieren. Zijn materialen haalde hij eerst uit Duitsland, vanaf 1907 bij A.C. Verhees in Den Bosch en nog wat later bij ateliers in Helmond.
Hij was geïnteresseerd in de moderne tijd, zoals nieuwe vervoer- en communicatiemiddelen. Zo ‘getuigen’ zijn zelfportretten met zendontvanger en motorfiets. Als chroniqueur legde hij de gebeurtenissen en straatbeelden in Lieshout en omgeving vast. 

Eind mei 2024 schonken de kleinkinderen zijn fotografisch oeuvre van ruim 900 glasnegatieven (inclusief auteursrechten) aan de Brabant-Collectie.

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 3 (september 2025), p. 28-39. Bekijk de pdf van het beeldverhaal. Ook online gepubliceerd op 29 januari 2026 in de rubriek ‘Sprekend Verleden’ van Univers.

Groepsportret ter gelegenheid van het zilveren huwelijksfeest
van familie Bekx-van de Goor, Lieshout (Achterbosch) mei 1912.
V.l.n.r. staande: Frans, Drieka, Hannes, Cee en Tonna.
Zittend: Martinus, Johan, vader Driek, Janus, hond, Sjo, moeder Leen, Marie en Piet.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)
 

Buitenstudio: families Aarts en Verbakel, Lieshout circa 1918.
V.l.n.r. staande: Johan Aarts, Truus Aarts, Grard of Janus Verbakel.
Zittend: Mina Aarts en Miet Aarts.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

Mobilisatie: groepsportret ‘Derde Divisie Veldhospitaal’
en op de achtergrond Botenhuis Brox, Lieshout augustus 1914.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

Propaganda voor kunstmest met familie Bekx-van den Berg, Lieshout (Vogelenzang) z.j.
(Fotograaf: Tinus Swinkels. Brabant-Collectie, Tilburg University)

woensdag 3 december 2025

Persbericht | Het kind (preview). Rees Diepen

Rees Diepen (Tilburg 1925 – Tilburg 2012) is bekend geworden om haar foto’s van kinderen. Geen geposeerde portretten zoals in die tijd gebruikelijk, maar het kind in de eigen omgeving. Bijzonder is dat Rees Diepen het gehandicapte kind ook gewoon als kind fotografeerde, dus niet met de focus op de handicap. Dat was heel vernieuwend in die tijd. En dat is het eigenlijk nog.

Marie Klaartje met hoofd op voeten, Tilburg 1965. 
© Rees Diepen  | Brabant-Collectie, Tilburg University.
Rees Diepen was de eerste vrouwelijke fotograaf in Brabant van landelijke betekenis. Zij was haar tijd ver vooruit. Zij studeerde rechten in Nijmegen en volgde de Nederlandse Fotovakschool in Den Haag. Diepen ontpopte zich als een vakkundig reportagefotografe, waarbij de leef- en belevingswereld van het kind haar specialisatie werd. Ze vestigde zich in 1956 als fotografe in Tilburg in een tijd dat dat voor vrouwen nog helemaal niet vanzelfsprekend was. In 1960 had ze in Tilburg haar eerste expositie. Diepen publiceerde in alle bekende dames-, opvoedings- en kindertijdschriften van die tijd, onder andere in Ouders van nu. Daarnaast verscheen haar werk in talloze brochures en boeken en op affiches en kalenders. Spraakmakend waren haar fotoboeken Argeloos begin (1961) en Dit kind… een confrontatie met ernstige zwakzinnigheid (1964).

Het oeuvre van Rees Diepen is opgenomen in de Brabant-Collectie van Tilburg University.

De selectie ‘Het kind’ wordt getoond in het kader van de 100ste geboortedag van Rees Diepen op 12 november 2025. Het is een preview op de grotere tentoonstelling ‘De wereld van het kind’ die Pennings Foundation in 2027 organiseert samen met de Brabant-Collectie, waar we werk van Rees Diepen context bieden door het te plaatsen naast kinderfotografie van andere fotografen.

Deze mini-expositie is van 6 december 2025 t/m 28 februari 2026 te zien bij Pennings Foundation, Geldropseweg 63, 5611 SE Eindhoven. 

maandag 7 juli 2025

Een hoeve met een intrigerende naam

Dat de Brabant-Collectie een unieke en rijke verzameling is, moge duidelijk zijn voor de lezers van ons blog. Hier tonen we immers graag onze meest fraaie bezittingen. Objecten die niet direct in het oog vallen, leiden vaak een meer verborgen leven. Maar ze kunnen op hun beurt onverwacht aanleiding zijn voor een aangename speurtocht door onze collectie.
Neem bijvoorbeeld onderstaande foto van Jan van Giersbergen. Deze afbeelding spreekt misschien niet meteen tot de verbeelding: een woonhuis, gelegen op een hoge oever, wat kale bomen en rechts twee boten in het water.
Hoeve 'De Dood' - Biesbosch. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk.
Maker: Jan van Giersbergen. Datering: 1950-1970. Formaat: 13,7 x 13,2 cm.
 Vindplaats: Giersb_NB_80. © Brabant-Collectie, Tilburg University
Het is hier niet zo zeer het beeld dat intrigeert, maar het opschrift van deze foto: Hoeve ‘De Dood’- Biesbosch. Voor een ieder met een gezonde dosis nieuwsgierigheid borrelt de vraag al snel op waar die naam vandaan komt. De foto zelf geeft, afgezien van genoemde tekst op de achterzijde, geen extra aanknopingspunten. Een snelle zoekactie op internet levert als resultaat dat het hier moet gaan om polder De Dood in de Brabantse Biesbosch. Blijft natuurlijk de prangende vraag waar die naam vandaan komt.

Kijkend naar de naamgeving van polders, dan is daar soms een zekere structuur in te vinden. Zo zijn er polders die eindigen op ‘waard’, ‘hoek’, ‘zand’ of ‘plaat’. Denk in het geval van de Biesbosch bijvoorbeeld aan Noordwaard, Jannezand en Toontjesplaat. Ook plant- en diernamen worden gebruikt: Palingsloot, Steurgat. Er zijn polders die herinneren aan de voormalige eigenaren, bijvoorbeeld Corneliapolder. En sommige namen (bijvoorbeeld Moordplaat) hinten op een meer duistere periode. Zou dat gelden voor ‘onze’ polder De Dood?
Online zijn enkele naamsverklaringen te vinden. Zo is er een anekdote die vertelt over een verdrietige boer met twee rivaliserende zoons in polder Boerenverdriet. Een ruzie tussen die twee liep uit de hand; de een stak de ander in polder Moordplaat met een hooivork in zijn rug. De gewonde man kon vluchten, maar stierf in de nabijgelegen polder De Dood. Een andere verklaring is dat de naam verwijst naar een koe die in de polder dodelijk werd getroffen door de bliksem. Verder schijnt in dit gebied ooit een familie gewoond te hebben met de naam 'Dood', 'Dodde' of 'Doede'. En dan is er nog de mogelijke correlatie met een eendenkooi. Het einde van de pijp van een eendenkooi wordt namelijk ‘de dood’ genoemd (denk aan de zegswijze ‘De pijp uit gaan’). Juist in deze polder bevond zich een van de grootste eendenkooien van de Brabantse Biesbosch. Ook Thomas Westerhout ziet hier de herkomst van de benaming van griendcomplex De Dood: “Een vreemd aandoende topografische naam, waarvan vrijwel zeker is dat die is ontleend aan het kooibedrijf en wel aan de benaming van het vang- of sterfhok.” (In: De tijd kent geen genade, 2020, pag. 19).


De polder heette overigens eerst Bloemplaat, maar dat leverde soms misverstanden op, omdat er zowel onder Drimmelen als onder Dussen een polder met die naam lag. Ten tijde van de kooiers begon de naam Bloemplaat te verwateren en kwam zowel in de volksmond als op papier de naam De Dood in zwang (Westerhout, 2020, pag. 19). Frank Saris stelt dat deze naam vanaf 1806 bekend is (F. Saris e.a.: De Biesbosch etc., 2021, pag. 83).


Naast kooikers waren vanaf de 15e eeuw tot in de jaren 1950 griendwerkers actief in de Biesbosch. De wilgentenen die ze kapten, hadden diverse toepassingen: vlechtwerk, oeverbeschoeiing, bezemstelen, meubels etc. Van Giersbergen legde het zware werk aldus vast.
Biesbos. Foto, ontwikkelgelatinezilverdruk. Maker: Jan van Giersbergen.
Datering: 1950-1970. Formaat: 13,2 x 17,9 cm.
Vindplaats: Giersb_NB_15. © 
Brabant-Collectie, Tilburg University
De werklui verbleven vaak een week in eenvoudige hutten in de Biesbosch, ver verwijderd van thuis. Een bekende uitdrukking uit die tijd was “Roeien tot de dood en verder op de zeilen”, en dat brengt ons weer bij polder De Dood. Online is te lezen: “De griendwerkers gingen ‘s maandags de Biesbosch in en kwamen er ‘s zaterdags weer uit. Dit betekende vaak zo’n drie uur roeien. Daarbij keek men naar het getijde, dat toen tussen de één en twee meter lag. In het staartje van de vloed werd van wal gegaan, waardoor men kon profiteren van het afgaand tij, om gemakkelijk diep de Biesbosch in de roeien. Ging men weer terug op zaterdag, dan profiteerde men van het opgaand tij om terug te varen. Er was een gezegde, dat in die tijd luidde: ‘Het is tobben tot de dood en dan zeilen’. De polder ‘De Dood’ lag ongeveer in het midden van de Biesbosch. Hiermee werd bedoeld, dat men tot vlak voor deze polder nog tegen de stroom in roeide, waarop het tij keerde en men het laatste deel op het getijde mee kon drijven. Kijk dus even op je kaart waar de polder ‘De Dood’ ligt.”
Een mooi aanknopingspunt om in onze kaartencollectie op zoek te gaan naar de polder met deze intrigerende naam.

Onze oudste kaart met vermelding polder De Dood is onderstaande uit 1842. Afgebeeld zijn de Biesbosch en Het Bergse Veld, een ondiepe binnenzee met droogvallende platen, ontstaan na de Sint-Elisabethsvloed van november 1421. Vóór die tijd lag hier de Grote of Zuid-Hollandse Waard: een uitgestrekt landbouwgebied tussen Geertruidenberg en Dordrecht, omgeven door een ringdijk en aangelegd in de 13e eeuw. Door een stormvloed bezweken diverse verwaarloosde dijken en stroomde het land vol water. Dorpjes werden verzwolgen, zo’n 3.000 mensen verdronken.
Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid Hollandschen Waard bekend
onder den naam van Biesbosch en Bergsche Veld.
 Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1842.
Formaat: 37 x 43 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1842 (1) 
Op onderstaande uitsnede van deze kaart is te zien dat er in 1842 drie polders waren met het woord dood erin: de Beneden-dood of Bloemplaat, de Boven-dood of Moordplaat en de Nieuwe dood. In de tabel rechts staat dat bekading van de eerste twee polders plaats vond in 1813, en die van de Nieuwe dood in 1830. Op de Beneden-dood zijn een huis en een eendenkooi ingetekend. En op die plek staat nog steeds een huis, in de jaren 1950-1970 gefotografeerd door Van Giersbergen.
Uitsnede van: Nieuwe Kaart van het gedeelte der in 1421 verdronken Zuid
Hollandschen Waard bekend onder den naam Van Biesbosch en Bergsche Veld

De Werkendamse notabelen Gerard van Houweninge en zijn schoonzoon Bastiaan Verheij van den Boogaard kochten in 1813 polder de Bloemplaat. Op het moment van aankoop waren hier nog geen grienden, maar een twintigtal jaar later waren al tientallen hectares aangeplant. Rond 1916 was de polder nog verder gecultiveerd, zoals te zien is op onderstaande uitsnede van een kaart uit dat jaar.
Uitsnede van een kaart van de Biesbosch. Lithografie. Maker onbekend. Datering: 1916.
Formaat gehele kaart: 25 x 41,5 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1916 (1)
In 1851 kocht Gijsbert van Tienhoven (1801-1864) - gehuwd met Klasina Christina van den Boogaard (1806-1864) – van zijn oom Bastiaan de Bloemplaat of Beneden-Dood plus de aangrenzende polder Nieuwe Dood. Overigens bezat aannemer Gijsbert nog veel meer grond in de Biesbosch en het Land van Heusden en Altena. Gijsbert en Klasina waren de grootouders van onder andere Pieter G. van Tienhoven (1875-1953). Hij werd zelfbenoemd rentmeester van de eigendommen van de Van Tienhovens in de Biesbosch. Pieter was daarnaast medeoprichter, bestuurslid en penningmeester van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Anders dan natuurbeschermer Jac. P. Thijsse, de initiator van Natuurmonumenten, was Pieter vooral de financiële strateeg die gespitst was op uitbreiding van het grondbezit van de vereniging. Frank Saris geeft in zijn boek Rentmeester van nature (2024) een interessante uiteenzetting over deze man en het karakter van natuurbescherming begin 20e eeuw. Maar daar gaan we in een van de volgende blogberichten nader op in. Uiteindelijk was familie Van Tienhoven ruim 99 jaar lang eigenaar en uitbater van deze polder. De Tilburgse aannemer J.G. Heijnen kocht in 1950 alles op en zette de exploitatie van de grienden voort, maar slechts voor acht jaar. In 1958 werd Staasbosbeheer de nieuwe eigenaar, en dat is nu nog steeds zo.
Dankzij een eigenzinnige medewerker van Staatsbosbeheer werd de polder een natuurontwikkelingsgebied avant-la-lettre. Consulent Wil Thijsen ging na een storm in 1962 namelijk tegen de gevestigde mores in. Een groot gat was in de dijk van De Dood geslagen. Thijsen stond voor de keuze: dure herstelwerkzaamheden laten verrichten of niks doen. Hij koos expliciet voor het laatste en daarmee werd de eerste ontpoldering in Nederland een feit. Het getij kreeg vrij spel en het water kon vrij in en uit de polder stromen: De Dood was een zogenaamde rijdende polder geworden. Dit bleek een gouden zet voor de natuur, want de vogelstand kende een explosieve toename. Maar Thijsen kreeg voor zijn ‘nalatigheid’ een officiële berisping. Later kwam men tot het inzicht dat ruimte geven aan de natuur juist kan leiden tot waardevolle ontwikkelingen. Polder De Dood is mede dankzij Wil Thijsen een belangrijk natuur- c.q. vogelreservaat geworden.

Een andere naam die niet onvermeld mag blijven in het kader van deze polder is die van Dirk Fey. Deze vogel- annex boswachter trad in 1965 in dienst bij Staatsbosbeheer en werkte hier ruim 43 jaar. Samen met zijn gezin betrok hij het huis op polder De Dood, hieronder ingetekend op een waterkaart van de ANWB.
Uitsnede van: Biesbosch ANWB Waterkaart. Kleurenoffset. Uitgever: ANWB. Datering: 1977.
Formaat: 60,5 x 76 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1977 (1)
In De tijd kent geen genade (Westerhout, 2020) staan twee foto’s van het huis op De Dood (pag. 266 en pag. 264). Westerhout schrijft dat het oorspronkelijk huis uit 1826 door een brand werd verwoest in 1915. Op dezelfde plek werd dat jaar een nieuw huis gebouwd. In 1939 volgde een grote verbouwing, waarbij onder andere een piramidevormig dak werd aangebracht. In 1988 werd wederom verbouwd, waarbij de buitendeur werd verplaatst van de zuidelijke naar de noordelijke gevel.

Een laatste speurtocht in onze kaartencollectie levert onderstaand juweeltje op. F.W. Michels maakte deze kaart in 1973 in opdracht van N.V. Waterwinningsbedrijf Brabantse Biesbosch. Het bedrijf wilde op 13 augustus 1974, de dag van de officiële ingebruikname van de spaarbekkens, laten zien hoe de Biesbosch erbij lag vóór de aanleg van die bekkens. Naast de kaart verscheen het boekwerkje De Biesbosch, waarin Michels een gedetailleerde toelichting geeft op zijn werk. De kaart blinkt uit in detaillering: namen van polders en boerderijen, vermeldingen van de talrijke eendenkooien, fraaie sierletters, een gravure van een geschilderd tweeluik, de gemeentewapens van omliggende plaatsen, en dat alles omlijst met 156 miniatuurtjes van planten, dieren en andere zaken uit de Biesbosch. De liefhebber kan hier veel kijkplezier aan beleven.
De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena.
Gekleurde fotolithografie. Maker: F.W. Michels. Formaat: 67 x 92 cm. Datering: 1973.
Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / Biesbosch / 1973 (1)
Hier en daar staan korte toelichtende tekstjes op de kaart. Zo ook bij ‘onze’ polder: De Dood Ao. 1813. Dijkbreuken dec. 1962. Sindsdien “rijdende polder”, en staatsnatuurreservaat, tezamen met de Vloedbossen, omsloten door Binnen- en Buitenkooigat, Gat v.d. Slek, en Gat v.d. Turfzak.
Uitsnede van: De Biesbosch tussen Nieuwe Merwede, Amer en Land van Heusden en Altena
Tot zover de duik in onze collectie, en dat alles naar aanleiding van een foto met een intrigerend opschrift. De Brabant-Collectie herbergt nog veel meer informatie over de Biesbosch, dus een bezoek aan ons is zeker de moeite waard. Digitaal kan dat uiteraard ook: zoeken op Biesbosch in BCfinder levert een schat aan informatie op.

Bronnen en verder lezen:
  • K. Mennen: Natuurbeschermers: een politieke gescheidenis van de natuurbeschermingsbeweging (1930-1960). Hilversum: Verloren, 2025. Vindplaats: NGE W3 MENN 2025
  • F.W. Michels e.a.: De Biesbosch. 's-Gravenhage: Mouton; Rotterdam: Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch, 1974. Vindplaats: CBM B 02027
  • F. Saris e.a.: De Biesbosch: na zes eeuwen, land van het (weer) levende water. Woudrichem: Pictures Publishers 2021. Vindplaats: BRA W SARI 2021
  • F. Saris: Rentmeester van nature: Pieter G. van Tienhoven 1875-1953. Gorredijk: Noordboek, 2024. Vindplaats: NGE A7 SARI 2024
  • T. Westerhout: De tijd kent geen genade: zes eeuwen werken en wonen in en rond de Biesbosch: bevochten water, herwonnen land en de verdwenen polders in de Zuidwaard. Werkendam: De Angelot, 2020. Vindplaats: BRA Y WEST 2020
  • Online resource: West-Vlaamse Intercommunale Dienstverlenende Vereniging: Wilgenkartering in de Brabantse, Sliedrechtse en Dordtse Biesbosch 2012-2013. Uitgave april 2014. Klik hier.
  • W. van Wijk: Het Biesbosch boek. Zwolle: Waanders, 2009. Vindplaats: BRA W4 WIJK 2009
  • W. van Wijk: Historische atlas van de Biesbosch: zes eeuwen Biesbosch in 79 kaarten. Zwolle: WBOOKS, 2021. Vindplaats: BRA Z4 WIJK 2021

donderdag 26 juni 2025

Het boerenleven. Zien met hart en ogen: Martien Coppens (1908-1986)

Zaaier. Eindhoven (omgeving Eckart), circa 1930-1935.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)
Veertig jaar na het vertrek van Vincent van Gogh uit Nuenen startte Martien Coppens in 1922 met het fotograferen van het landschap, het leven en werken op het platteland en de mensen uit de Kempen en de Peel.
Coppens was de oudste zoon van een klompenmaker uit Lieshout. Tijdens zijn middelbare schooltijd raakte hij gefascineerd door fotografie. Na zijn studie aan de Bayerische Staatslehranstalt für Lichtbildwesen in München opende Martien Coppens in 1932 een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. Coppens wordt wel de beeldhouwer onder de fotografen genoemd. Kenmerkend is zijn beheersing van de techniek: hij was een meester in het doordrukken en tegenhouden bij het vergroten. Hij wilde “licht-rhythme” bereiken: de verdeling van licht-donker. Hij dankte zijn bekendheid vooral aan zijn foto’s van Brabantse boerenkoppen, waarvoor hij veel verder ging dan enkel het maken van een portret. In beeldreeksen van twee tot soms wel tien foto’s van dezelfde persoon trachtte Coppens door te dringen tot “het wezenlijke in de mens… de echtheid”. Coppens keek als fotograaf naar zijn onderwerpen met hart en ogen. 
Martien Coppens liet een indrukwekkend fotografisch oeuvre na, een immense productie van zeventig fotoboeken en talrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De geselecteerde foto’s op deze tentoonstelling tonen een sterke verwantschap met de schilderijen, tekeningen en schetsen van Van Gogh. Coppens legde het boerenleven, de huisnijverheid en de mensen vast, zoals Van Gogh ze gezien zou kunnen hebben.
Dit beeldverhaal toont het boerenleven, een geliefd onderwerp voor zowel Van Gogh als Coppens. Door het ploegen en zaaien bereidde men in maart het land voor op het naderende groeiseizoen. Het maaien en binnenhalen van het koren gebeurde in juli en augustus. Beide kunstenaars verbeeldden veelvuldig boeren en boerinnen die ploegen, zaaien, spitten, aardappels rooien, maaien, binden en oogsten. Maar ook het schaften werd vastgelegd.

“Zoo men van verweerde koppen kan spreken, dan hier. De zware arbeid waarin, krom als de bikkels en de dennen, de zwoeger naar de aarde buigt, de wind, de regen en de felle zon, zij boetseerden dit gelaat.”  (Antoon Coolen: Rond de Peel, 1937)

Ploegen en zaaien. Nuenen, circa 1935-1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Geknielde vrouw rooit aardappelen. Eindhoven (omgeving Eckart),1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Boer Nard Vogels en anderen schaften tijdens de oogst.
Eindhoven (omgeving Vlokhoven), circa 1935-1940.
 
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Het binnenhalen van de oogst. Omgeving Eindhoven, circa 1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)
De fototentoonstelling was eerder te zien tot 14 september, maar is wegens succes verlengd tot 20 oktober 2025 (in het Van Gogh Village Museum, Berg 29, 5671 CA Nuenen).

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 2 (juni 2025), p. 44-55. Bekijk de pdf van het beeldverhaal.

dinsdag 24 juni 2025

Persbericht | Fototentoonstelling 'Zien met hart en ogen: Martien Coppens (1908-1986)' in het Van Gogh Village Museum

EXPOSITIE IS WEGENS SUCCES VERLENGD TOT 20 OKTOBER 2025

Vanaf 22 maart kunnen bezoekers van het Van Gogh Village Museum in Nuenen weer genieten van een nieuwe wisseltentoonstelling. Deze foto-expositie is een coproductie met de Brabant-Collectie (Tilburg University). Deze keer duiken we in het werk en leven van de beroemde Brabantse fotograaf Martien Coppens (1908-1986). In 1922 startte hij met het fotograferen van het landschap, het leven en werken op het platteland en de mensen uit de Kempen en de Peel. Nooit eerder werd het werk van Coppens op deze manier geëxposeerd.

Martien Coppens

Coppens was de oudste zoon van een klompenmaker uit Lieshout. Na zijn studie opende Coppens in 1932 een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan zijn foto’s van Brabantse boerenkoppen, waarvoor hij veel verder ging dan enkel het maken van een portret. In beeldreeksen van twee tot soms wel tien foto’s van dezelfde persoon trachtte Coppens door te dringen tot “het wezenlijke in de mens… de echtheid”. Coppens keek als fotograaf naar zijn onderwerpen met hart en ogen.

Mieke van Gerwen. Helmond (Brouwhuis), 1933.
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University. 

Boer Nard Vogels aan het maaien met handzeis. Eindhoven (omgeving Vlokhoven), circa 1935-1940.
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University.

Hein Nieuwenhuizen. Son (Ekkersrijt), 1933. 
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University.

Coppens en Van Gogh

Veertig jaar na het vertrek van Vincent van Gogh uit Nuenen startte Martien Coppens met fotograferen. De geselecteerde foto’s op deze tentoonstelling tonen een sterke verwantschap met de schilderijen, tekeningen en schetsen van Van Gogh. Coppens legde het boerenleven, de huisnijverheid en de mensen vast, zoals Van Gogh ze gezien zou kunnen hebben.

Zien met hart en ogen

De expositie 'Zien met hart en ogen' is te bezoeken in het Van Gogh Village Museum van 22 maart tot en met 15 september 2025. Een bezoek aan de fototentoonstelling is inbegrepen bij een museumbezoek. Van Gogh Village Museum organiseert deze tijdelijke tentoonstelling in samenwerking met de Brabant-Collectie (Tilburg University) met Emy Thorissen als curator. Ben van Kemenade verzorgt de ruimtelijke en grafische vormgeving. Met dank aan Stichting Archief Martien Coppens en het Nederlands Fotomuseum Rotterdam.

Wisseltentoonstellingen in het Van Gogh Village Museum

In 2023 heropende het uitgebreide Van Gogh Village Museum. In de nieuwbouw is ruimte gecreëerd voor wisseltentoonstellingen. Zo exposeerden er al verschillende hedendaagse kunstenaars met werk geïnspireerd door Vincent van Gogh. Bezoekers kunnen elk jaar twee verschillende wisseltentoonstellingen verwachten.

In de pers verschenen artikelen in Eindhovens DagbladBrabant-Cultureel en De Nuenense Krant (p. 3). Daarnaast bracht de Lokale Omroep Nuenen een film uit over de expositie met diverse interviews en zij toont een foto-impressie van de opening op haar site. Zie ook VisitBrabant.

woensdag 22 januari 2025

Sport in de Kempen en de Peel

De aanleiding voor dit bescheiden beeldverhaal vormt het honderdste geboortejaar van Gaston Remery (1924-2014). Zijn wieg stond in Asten. Als fotograaf legde hij Zuidoost-Brabant vast. Het vak leerde hij van buurman Sjef Simons en vanaf 1949 ging hij aan de slag. Hij werkte een aantal jaren bij Schulte en bij Princes te Helmond, maar ook in Breda en Boxmeer. Remery besloot voor zichzelf te beginnen en vestigde zich in 1957 als eerste fotograaf in Eersel. Hij legde zich vooral toe op pasfoto’s, portretten en reportages (bruidsparen, communicantjes, religieuze plechtigheden en bedrijfsfotografie). Van 1959 tot aan zijn pensioen in 1989 runde hij samen met zijn vrouw Corry Bekx de fotozaak aan de Dijk.

Op pad voor fotoreportages

De eerste tien jaar vervaardigde hij ook nieuwsfoto’s. In opdracht van de kranten Oost-Brabant en Eindhovens Dagblad trok hij op de fiets, en later op de brommer, met zijn Rolleiflex door de Kempen en de Peel om uiteenlopende gebeurtenissen vast te leggen. 

Vervolgens snelde hij zich naar zijn doka in verband met de deadline. De afdrukken gaf hij mee aan een BBA-chauffeur, die ze aan iemand van de krant op station Eindhoven afleverde. 

Zijn sportfoto’s zijn nauwelijks bekend. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig maakte Remery opnamen van kringsportdagen van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en de Katholieke Plattelands Jongeren (KPJ), ontstaan uit de Rooms Katholieke Jonge Boerenstand (RKJB) en de Boerinnen Jeugd Bond (BJB), in Kempische dorpen en in Sint Anthonis en Uden, gelegen aan de Peelrand. Een vast onderdeel was het groepsturnen, zoals gymnastiek met knots, hoepel en bal. Het vormen van menselijke piramides was de meest spectaculaire activiteit. Ook touwtrekken, hardlopen, hoogspringen en voetballen vonden plaats. 

Gymnastiek: menselijke piramide. Sportdag Bergeijk, 1959.
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University) 
Tevens maakte hij reportages van wielerwedstrijden: van het inzegenen van de wielrenners met hun fiets voorafgaande aan de wedstrijd, het startschot, de koers zelf, de eindsprint tot de huldiging van de winnaar. Destijds organiseerde bijna ieder dorp zijn eigen wielerronde. Alle wielerclubs uit Brabant en Limburg, die aangesloten waren bij de R.K. Nederlandse Wielren Bond, namen hieraan deel met twee groepen: Nieuwelingen en Amateurs.
Wielerwedstrijd. Eersel, 1961. 
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University)
In 1963 fotografeerde hij ook zogenaamde cafésporten in Eersel, die op clubniveau beoefend werden: biljartwedstrijden en handboogschietwedstrijden. Overdekte accommodaties bestonden toen nog niet. Het schieten vond vooral zomers in cafétuinen plaats.

Biljardwedstrijd. Eersel, 1963. 
(Foto: Gaston Remery. Brabant-Collectie, Tilburg University)
Gaston Remery was geen persfotograaf in hart en nieren. Desondanks wist hij toch vaak het juiste moment te vangen. Hij is vooral bekend geworden door zijn opnames van het boeren- en religieuze leven. Voorjaar 2008 droeg Remery zijn gehele fotografische oeuvre over aan de Brabant-Collectie. Momenteel is deze deels toegankelijk en online raadpleegbaar via beeldbank BCFinder.

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 15, nr. 4 (december 2024), p. 32-39. Bekijk de pdf van het beeldverhaal. 
Ook online gepubliceerd op 22 januari 2025 in de rubriek ‘Sprekend Verleden’ van Univers.

vrijdag 18 oktober 2024

Johan Prinsen fotografeert Aarle-Rixtel tijdens WO II

Op 25 september 2024, precies tachtig jaar na de bevrijding van Aarle-Rixtel, overhandigden heemkundige Jeroen Arts, historicus Arnoud-Jan Bijsterveld en schrijfster Jola Prinsen, het eerste exemplaar van hun boek ‘Beeldverslag van de oorlog. Johan Prinsen fotografeert Aarle-Rixtel, 1939-1944’ aan Wim van de Donk, rector magnificus en voorzitter van het College van Bestuur van Tilburg University en voorzitter Nationaal Comité 4 en 5 mei. Jola is tevens onze collega bij de Tilburgse Universiteitsbibliotheek en ter gelegenheid van het verschijnen van het boek is ze vandaag onze gastschrijfster.

Het boek bevat en beschrijft een unieke collectie oorlogsfoto’s van mijn opa, de niet onverdienstelijke amateurfotograaf Johan Prinsen (1896-1973), eigenaar van puddingpoederfabriek Thermos in Aarle-Rixtel. Door te letten op visuele en technische details en allerlei bronnen te raadplegen, brachten de schrijvers nieuwe feiten uit de Aarlese oorlogsgeschiedenis aan het licht.
Johan Prinsen en zijn vrouw Bep. © Collectie: Familie Prinsen
Vijf jaar geleden werd ik benaderd door Jeroen Arts, die vermoedde dat mijn familie bijzondere foto’s en negatieven had van gebeurtenissen in Aarle-Rixtel tijdens de Tweede Wereldoorlog. Inderdaad bleken er tientallen, grotendeels onbekende foto’s in ons familiearchief te zitten. Met grote zorgvuldigheid scande Jeroen de foto’s en negatieven. Samen met historicus Arnoud-Jan Bijsterveld onderzocht hij de afbeeldingen en behandelden ze als historische bron: wat en wie staat erop? Wat vertellen de technische details van de foto’s? Wat is de chronologische volgorde en welk verhaal vertellen ze dan? Uit alle oorlogsjaren bleken er foto’s te zijn, zoals van de mobilisatie (1939), de opgeblazen bruggen, de vordering van de auto (1941), de klokkenroof (1942), de radiovordering (1943) en de bevrijding (1944).
2 december 1942: Schoolkinderen uit Aarle-Rixtel verzamelen zich rond de
uit de kerktoren getakelde kerkklok. Foto: Johan Prinsen. © Collectie: Familie Prinsen
Daarbij kwamen verschillende nieuwe feiten aan het licht. Zo bleek dat de bekende fotograaf Martien Coppens de foto’s heeft ontwikkeld. Mogelijk heeft hij zelfs mijn opa adviezen gegeven voor een meer artistieke belichting of invalshoek. Vooral de serie over de bevrijding van Aarle-Rixtel is bijzonder: we ontdekten dat mijn opa de aankomst van het eerste Britse verkenningsvoertuig in de Dorpsstraat op 22 september 1944 fotografeerde. Ook de dagen erna, toen het dorp dagenlang in het schemergebied tussen bezet en bevrijd verkeerde, bleef hij de gebeurtenissen vastleggen. Tot slot fotografeerde hij het oppakken van een vermeende collaborateur en de viering van de bevrijding voor het gemeentehuis op 25 september.

Jeroen Arts, Arnoud-Jan Bijsterveld en Jola Prinsen. Beeldverslag van de oorlog: Johan Prinsen fotografeert Aarle-Rixtel, 1939-1944
Tilburg, Uitgeverij De Zwaan, 2024. 144 blz., ill., ISBN 9789082442861
Vindplaats bij de Brabant-Collectie: BRA N3 ARTS 2024
Het boek is voor € 29,95 verkrijgbaar via dit bestelformulier.


donderdag 13 juni 2024

Schenking fotocollectie Martinus en Theodorus Swinkels

Al in het begin van de twintigste eeuw legde dorpsfotograaf Martinus Johannes (Tinus) Swinkels het Brabantse leven in Lieshout en omgeving op glasplaat vast. Zijn kleinkinderen hebben op zondagmiddag 26 mei jl. tijdens een feestelijke bijeenkomst, waarbij ook de achterkleinkinderen aanwezig waren, formeel zijn oeuvre van ruim 900 glasnegatieven geschonken aan de Brabant-Collectie. Het is de dertiende - ditmaal géén ongeluksgetal - collectie van een Brabantse fotograaf die is overgedragen aan de Brabant-Collectie.

Na het welkomstwoord van Corné van Nispen, directeur Library & IT Services, gaf bibliothecaris Pia van Kroonenburgh uitleg over de Brabant-Collectie en haar werkterrein. Hoe deze collectie qua onderwerpen en werkgebied aansluit bij het oeuvre van de overige Brabantse fotografen in bezit van de Brabant-Collectie, werd uiteengezet door conservator Emy Thorissen. De schenking vormt een welkome aanvulling op het vroege tijdsbeeld van de regio Zuidoost-Brabant. Fotograaf Paul Slot verduidelijkte vervolgens aan de hand van een aantal voorbeelden zijn werkwijze bij het digitaliseren van de gehavende glasnegatieven. Door contrast toe te voegen is hij in staat om het vervaagde beeld grotendeels terug te halen. Als laatste kreeg Maarten Swinkels namens de familie het woord. Hij benadrukte het belang van de inspanningen van zijn vader Theodorus voor het behoud van de glasnegatieven en het achterhalen van informatie en verhalen bij de geportretteerden en locaties. Dit is de reden waarom de familie hecht aan de aanduiding als duo-collectie. Aansluitend ondertekenden de kleinkinderen Swinkels en Corné van Nispen de schenkingsovereenkomst.

Beeldimpressie van de bijeenkomst:

Ondertekening overdrachtsdocument door de kleinkinderen Swinkels en Corné van Nispen.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Kleindochter Nicole van den Eijnde-Swinkels. 
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Kleinzoon Maarten Swinkels. 
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Kleindochter Saskia Swinkels. 
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Een feestelijke toast.
© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Door deze schenking blijft het werk van fotograaf Tinus Swinkels onder optimale omstandigheden bewaard. Na een traject van digitaliseren en beschrijven zal de collectie online toegankelijk gemaakt worden voor het publiek.

dinsdag 19 december 2023

Terugblik feestelijke opening De Mix Nederland ‘Aarde’

Vrijdagmiddag 1 september jl. is de tentoonstelling De Mix Nederland ‘Aarde’ met fotografie van Martien Coppens (1908-1986) en Wiesje Peels (1975) feestelijk geopend. Aan de hand van een foto-impressie kijken we terug op dit goed bezochte en geslaagde evenement.

Allereerst vond de opening van de buitenexpositie voor station Tilburg plaats. Na een welkomstwoord van Pia van Kroonenburgh, bibliothecaris van de Brabant-Collectie, vertelde Magdalena Piotrowska, regiodirecteur Zuid van de Nederlandse Spoorwegen, erg trots te zijn op het feit dat de tentoonstelling voor het NS station in Tilburg te zien is. “Deze aangename verrassing verleidt de reiziger naar Tilburg University te gaan om het andere deel te bekijken.” Marcelle Hendrickx, wethouder Cultuur van gemeente Tilburg, benadrukte het belang van cultuuruitingen in de openbare ruimte.

 Locatie Tilburg Centraal Station © Erik van der Burgt
 Locatie Tilburg Centraal Station © Reinout van den Bergh

Samen met fotografe Wiesje Peels onthulden zij gedrieën de eerste trotter. Hierop stond algemene achtergrondinformatie met betrekking tot het project, de tentoonstelling en de inleidende tekst Zwart-wit van Wilfried de Jong vermeld. Genodigden en voorbijgangers konden de foto’s van beide fotografen meteen bewonderen.

 Openingshandeling © Ruud Severijns
Na een korte treinreis en wandeling langs de buitenexpositie aan de Esplanade volgde de opening op de Tilburgse universiteitscampus.

Wandeling station Tilburg Universiteit © Reinout van den Bergh

Wandeling langs expositie op Esplanade © Erik van der Burgt

Wilfried de Jong en Rafaël Philippen, projectleider Stichting Beeldmix © Paul Slot

Esplanade © Reinout van den Bergh
In gebouw Cobbenhagen heette Pia van Kroonenburgh iedereen welkom. Corné van Nispen, directeur Library and IT Services, voerde namens Tilburg University het woord. Hij refereerde naar het belang dat de universiteit hecht aan een levendige campus, aan een goede verbinding met de stad Tilburg en aan de rol van kunst en cultuur voor educatie en vorming.

Genodigden in Kleine Foyer gebouw Cobbenhagen © Paul Slot
Fotografe Wiesje Peels vertelde enthousiast over de totstandkoming van de expositie; hoe zij een keuze maakte uit het oeuvre van Coppens, hoe zij via crowdfunding haar mobiele doka, de zogenaamde DOKAR, liet bouwen en op de fiets op reis ging door de streek waar ook Martien Coppens veelvuldig fotografeerde: de Peel. Op deze manier wilde zij een ode brengen aan Martien Coppens en het analoge fotograferen.

Exterieur DOKAR © Ruud Severijns

Interieur DOKAR © Ruud Severijns
In zijn voordracht Aardse dingen gaf Wilfried de Jong aan vaak niet te weten wie welke foto gemaakt had. De foto’s bezitten ‘oerkracht’, een spannende, onbestemde toon. “Met de lens voor het oog is er gezocht naar schoonheid, naar aardse zaken, naar ongerepte natuur, naar mensenkoppen.” De tekst van zijn lezing is gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus. Tussen de speeches trakteerde het gelegenheidsduo Mete Erker en Jeroen van Vliet het publiek op prachtige jazznummers.

Wilfried de Jong © Ruud Severijns

Mete Erker en Jeroen van Vliet © Ruud Severijns

Aansluitend kon de binnententoonstelling bekeken worden. Bezoekers reageerden enthousiast op dit deel van de expositie. Ook de DOKAR van Wiesje kon ter plekke bezichtigd worden.

De expositie is een initiatief van Stichting Beeldmix samen met NS, ProRail en Brabant-Collectie / Tilburg University. 

Nog te zien tot 5 januari: de binnenexpositie in gebouw Cobbenhagen, Tilburg University.