Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label tentoonstellingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tentoonstellingen. Alle posts tonen

woensdag 22 april 2026

Opening tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten

Op de zonnige ochtend van zaterdag 11 april jl. vond er in Heusden een bijzonder schouwspel plaats. Een kleurrijke stoet bestaande uit veelal gekostumeerde heren en dames met grote opvallende vaandels begaf zich op het ritmische tempo van tromslagen richting de Grote of Sint-Catharinakerk. Het waren de gildebroeders en -zusters van verschillende Noord-Brabantse schuttersgilden. De gelegenheid was de feestelijke opening van de tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten, een project van Stichting Brabantse Hoeders in samenwerking met Stichting Het Gouverneurshuis en de Brabant-Collectie (Tilburg University).

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Terwijl de gildeleden en andere genodigden alvast plaats namen in de kerk, werd buiten Ina Adema, Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant, verwelkomd door het ontvangstcomité. Mevrouw Adema was uitgenodigd om later op de dag de openingshandeling te verrichten.


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

In de Grote of Sint-Catharinakerk waren voordrachten te horen van Lilian Grootswagers (voorzitter Stichting Brabantse Hoeders), Hildo van Engen (bestuurslid van het museum) en Ina Adema. Tevens werd Tony Vaessen, hoeder, initiatiefnemer en gildeman in hart en nieren, geïnterviewd. De presentatie was in handen van hoeder Ton Biemans en het duo Mireile Vaessen en Sam Pasternak verzorgde de muzikale omlijsting. Het sfeervolle slotstuk kwam van de Vlaamse gildebroeders en -zusters van het Sint-Jorisgilde van Oostmalle. Zij voerden de zogeheten Rozenwals uit.


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

Na het programma in de kerk liepen gildebroeders en -zusters in optocht voor de commissaris van de Koning en de rest van de genodigden uit naar de tuin van Museum Het Gouverneurshuis. In de tuin, die er op deze mooie lentedag prachtig bij stond, werd door mevrouw Adema met een knallend kanonschot de tentoonstelling officieel geopend. Deze heugelijke gebeurtenis werd naar goed Brabants gebruik bij de guld beklonken met brandewijn met suiker en worstenbrood.

© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

© Rob Weijtmans

Vervolgens werd mevrouw Adema door initiatiefnemer Tony Vaessen als eerste rondgeleid door de tentoonstelling. Vergeten Brabantse Gildeschatten stelt een grote variëteit aan objecten centraal die ooit aan Brabantse schuttersgilden hebben toebehoord, maar die om uiteenlopende reden uit het bezit van deze gilden verdwenen zijn. Deze vergeten gildeschatten en hun verhalen vormen het hart van de tentoonstelling en brengen het Noord-Brabantse gildewezen tot leven. Na de rondleiding van de commissaris van de Koning kregen ook de andere genodigden de gelegenheid de tentoonstelling te bezoeken. Er kon nagenoten worden in de zonovergoten museumtuin met muziek en dans of deelgenomen worden aan diverse activiteiten zoals een stadswandeling met gids, een bezoek aan kunstkabinet Het Blaauw Laaken en voor de kinderen was er de mogelijkheid om met lego hun eigen gildeschatten te bouwen.

© Tom Kuipers


© Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University

De tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten is te zien tot en met 25 oktober 2026 in Het Gouverneurshuis te Heusden. Voor meer informatie, openingstijden en activiteiten zie: Expositie museum: ‘Vergeten Brabantse Gildeschatten’ – Het Gouverneurshuis

Over de (opening van de) expositie is gepubliceerd in: Algemeen Dagblad, Eindhovens Dagblad, BN/De Stem en Brabants Dagblad van 25 april. Voor een uitgebreid fotoverslag van de opening zie de rapportage door Heusden.nieuws.nl. Dit artikel is op 29 april verschenen in Brabants Dagblad, editie Tilburg:



vrijdag 10 april 2026

Persbericht | Expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten

Schuttersgilden zijn een icoon van de Brabantse identiteit. De vaak eeuwenoude tradities rond de gilden hebben een grote variëteit aan attributen opgeleverd, zoals koningsschilden, vaandels, trommen, wapens en oorkonden. De expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten toont bijzondere voorwerpen die in de loop van de tijd uit het bezit van de gilden zelf verdwenen zijn. Deze objecten bevinden zich nu bij musea, archieven en andere erfgoedinstellingen, soms ook bij kerken, gemeentehuizen of bij particulieren. In veel gevallen zijn ze aan het zicht van het grote publiek onttrokken. Aan de hand van deze schatten vestigt de expositie de aandacht op het ontstaan en de ontwikkeling van de Brabantse gilden door de eeuwen heen, gesitueerd binnen de grotere religieuze en sociaal-maatschappelijke context. 

De expositie Vergeten Brabantse Gildeschatten vindt plaats in museum Het Gouverneurshuis in Heusden. Het Heusdense Sint-Jorisgilde wordt al genoemd in de veertiende eeuw en is daarmee een van de oudste schuttersgilden in Nederland. De opheffing van dit gilde in 1905 leidde landelijk tot veel rumoer toen de bezittingen verkocht dreigden te worden. Dat kon ternauwernood worden voorkomen, waardoor de objecten, zoals een eeuwenoude drinkhoorn en een groot aantal hoofdmanpenningen, tegenwoordig in het museum in Heusden bewonderd kunnen worden. Daarnaast worden in deze expositie objecten getoond die afkomstig zijn uit vrijwel geheel Brabant, met bruiklenen uit onder meer musea in Bergen op Zoom, Breda, ’s-Hertogenbosch, Roosendaal, Schijndel en Uden. 

Tijdens de tentoonstelling worden ook andere activiteiten gepland, zoals lezingen, jeugdeducatie, workshops en demonstraties. Een bezoek aan Kunstkabinet Het Blaauw Laaken en een stadswandeling met gids behoren ook tot de mogelijkheden. Houd de website in de gaten voor actuele informatie.

Vergeten Brabantse Gildeschatten is een project van Stichting Brabantse Hoeders in samenwerking met Stichting Het Gouverneurshuis en Brabant-Collectie (Tilburg University).

Te zien: 11 april t/m 25 oktober 2026 
Locatie: Het Gouverneurshuis, Putterstraat 14, 5256 AN Heusden
Openingstijden: donderdag & vrijdag 13.00-17.00 uur | zaterdag & zondag 11.00-17.00 uur

maandag 2 maart 2026

Een bijzonder document over het Sint-Jorisgilde van Heusden

Op 9 november 1905 werden de trappen van het Heusdense stadhuis bezet door een aantal Leidse studenten in zeventiende-eeuws aandoende kostuums. Zij lazen een proclamatie voor als protest tegen de verkoop van de bezittingen van het Heusdense schuttersgilde van Sint-Joris. Dit eeuwenoude gilde was recentelijk ten onder gegaan. Het handjevol overgebleven schutters had besloten de boel op te heffen, de overgebleven bezittingen te verkopen en de opbrengst grotendeels onderling te verdelen. Door deze verkoop dreigde kostbaar en uniek Heusdens erfgoed, zoals het gildezilver, voor de stad verloren te gaan. Dit was veel Heusdenaren een doorn in het oog en de Leidse studenten kwamen hen te hulp. Hun pleidooi voor het behoud van gildebezit voor de Heusdense gemeenschap was succesvol en de verkoop werd teruggedraaid. De objecten werden in plaats daarvan aan het Rijk geschonken, dat de stukken vervolgens aan Heusden in bruikleen gaf.

De Leidse studenten op de trappen van het stadhuis van Heusden. Fotograaf onbekend.
Knipsel in: KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Het roerige einde van het Sint-Jorisgilde van Heusden haalde zelfs de landelijke kranten. Een halve eeuw eerder leek er nog geen vuiltje aan de lucht. In 1856 werd uitgebreid gevierd dat het 500 jaar geleden was dat het Sint-Jorisgilde van Heusden van hertogin Johanna van Brabant een schenking van een stuk land ontving als dank voor bewezen en toekomstige diensten.

Een uitgebreid verslag van de uitbundige festiviteiten rondom dit jubileum lezen we in: Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden. Dit boek verscheen in 1862. Het werd geschreven door Johannes Augustus Gerlach Junior (1790-1881). Deze Heusdense notaris en lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant was sinds 1822 zelf lid van het Sint-Jorisgilde te Heusden en werd meerdere malen tot hoofdman benoemd.

Hoofdmanschild van Johannes Augustus Gerlach junior. Het was gebruikelijk
dat een hoofdman bij elke benoeming een schildje aan het gilde schonk.
(Collectie: Museum Het Gouverneurshuis, Heusden. Foto: René van Boxtel)

In de Brabant-Collectie bevindt zich een bijzondere verzameling documenten met betrekking tot Gerlachs boek over het gilde. Onder signatuur KHS B 63 treft men het oorspronkelijke manuscript van zijn werk aan, inclusief vele door Gerlach verzamelde aantekeningen en enkele geschrapte versies van de tekst. Bij het manuscript zijn ook enkele losse litho’s ingestoken, die achter in het boek van Gerlach als prenten zijn afgedrukt. Daarnaast bevat KHS B 63 correspondentie aangaande de totstandkoming van Gerlachs werk. Zo zijn er brieven van de Groningse uitgever P. van Zweeden en brieven van de Bossche drukker J.F. Demelinne met betrekking tot de prenten. Een derde verzameling brieven is afkomstig van L.C. de Fremery en betreft zowel het manuscript als prenten. Hij wordt door Gerlach in het voorwoord van zijn boek bedankt voor zijn ondersteuning bij Gerlachs werkzaamheden.  

Titelpagina van het manuscript voor Geschiedenis van het collegie van oude schutters
van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden
(1862). KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Gerlach geeft in zijn voorwoord aan dat hij het boek heeft geschreven op verzoek van zijn medeschutters om “zoo mogelijk het belangrijkste uit de geschiedenis van het collegie te verzamelen, tot een gedenkboek dezer zoo aloude inrigting, een gedenkboek dat de roemrijke daden van het voorgeschlacht mijner stadsgenooten aan de vergetelheid ontrukt”. Een belangrijke taak dus, waarvan het resultaat door het gilde op prijs werd gesteld. Dit blijkt onder andere uit een toegevoegd exemplaar van het Staat- en letterkundig dagblad De Noordbrabanter van dinsdag 20 januari 1863. Hierin wordt vermeld dat Gerlach als dank door zijn medeschutters een “zeer fraai geschenk van kristal, rijk in zilver gevat” werd aangeboden. Gerlach had er dan ook werk van gemaakt. In zijn boek vinden we een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de schutters met in de bijlage afschriften van belangrijke documenten en een flink aantal prenten, waaronder afbeeldingen van Johanna van Brabant, de drinkhoorn en koningsketen van het gilde en de wapenschilden van afzonderlijke hoofdlieden van het gilde.

Uitgave van Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris
en der jonge colvenieren te Heusden
. (CBM 645 D 04, Tilburg University)
Hoewel Gerlachs boek een zeer belangrijke bron van informatie over het gilde is, is de auteur wel erg toeschietelijk wanneer het gaat om het bewijzen van de eeuwenoude status en heldendaden van het gilde. De vroegst bekende vermelding van het Sint-Jorisgilde in Heusden is 1356, het jaar dat Johanna van Brabant haar schenking aan het gilde deed. Omdat er in de inmiddels verloren akte staat dat de schutters van Heusden de schenking ontvingen als dank voor bewezen en toekomstige diensten, is het goed mogelijk dat het gilde toen al enige tijd bestond. Gerlach voert de voorgeschiedenis van de schutters terug tot het jaar 1048. Hoewel dit niet uit te sluiten is, is hier geen duidelijk historisch bewijs voor. Desalniettemin levert Gerlachs werk een schat aan informatie over de geschiedenis van het gilde en zeker zijn informatie over de achttiende en negentiende eeuw is zeer gedetailleerd. Hij zat uiteraard ook dicht op het vuur.

Gerlach overleed in 1881. Hij maakte het rumoerige einde van het Sint-Jorisgilde nog geen vijfentwintig jaar later dus niet meer mee. Zijn manuscript en de bijbehorende documenten zijn door hem aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant geschonken, waar hij zelf ook lid van was geweest.

In latere tijden zijn er documenten betreffende het einde van het gilde en het studentenprotest aan het manuscript van Gerlach toegevoegd. Het gaat hier bijvoorbeeld om krantenknipsels en de door de studenten op 9 november 1905 voorgelezen proclamatie.

Deel van de toegevoegde krantenknipsels betreffende de opheffing van
het Sint-Jorisgilde en het studentenprotest. KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Op 11 april 2026 opent in Museum Het Gouverneurshuis in Heusden de tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten. In deze tentoonstelling staan objecten centraal die ooit aan Brabantse schuttersgilden hebben toebehoord, maar die in loop der tijd uit het bezit van de gilden verdwenen zijn. Het gaat hierbij om objecten die vaak nauw verweven zijn met het gildewezen, zoals het hoofdman- en koningschilden, maar ook een gildeboek en attributen als wapens en trommen. Ze kwamen terecht in depots van musea, archieven of particulier bezit en zijn daardoor vaak grotendeels aan het oog van het publiek onttrokken. De locatie van de tentoonstelling is zeer toepasselijk, want de oude schatten van het Heusdense Sint-Jorisgilde van weleer bevinden zich vandaag de dag in de collectie van Museum Het Gouverneurshuis. De tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten zet deze en de objecten van vele andere Noord-Brabantse gilden in de schijnwerpers en laat ze ons meevoeren in de rijke geschiedenis en cultuur van de Brabantse schuttersgilden.

Ook aandacht voor de expositie en de bruiklenen in de rubriek 'Sprekend Verleden' van Univers en bij Omroep Brabant.

 

woensdag 3 december 2025

Persbericht | Het kind (preview). Rees Diepen

Rees Diepen (Tilburg 1925 – Tilburg 2012) is bekend geworden om haar foto’s van kinderen. Geen geposeerde portretten zoals in die tijd gebruikelijk, maar het kind in de eigen omgeving. Bijzonder is dat Rees Diepen het gehandicapte kind ook gewoon als kind fotografeerde, dus niet met de focus op de handicap. Dat was heel vernieuwend in die tijd. En dat is het eigenlijk nog.

Marie Klaartje met hoofd op voeten, Tilburg 1965. 
© Rees Diepen  | Brabant-Collectie, Tilburg University.
Rees Diepen was de eerste vrouwelijke fotograaf in Brabant van landelijke betekenis. Zij was haar tijd ver vooruit. Zij studeerde rechten in Nijmegen en volgde de Nederlandse Fotovakschool in Den Haag. Diepen ontpopte zich als een vakkundig reportagefotografe, waarbij de leef- en belevingswereld van het kind haar specialisatie werd. Ze vestigde zich in 1956 als fotografe in Tilburg in een tijd dat dat voor vrouwen nog helemaal niet vanzelfsprekend was. In 1960 had ze in Tilburg haar eerste expositie. Diepen publiceerde in alle bekende dames-, opvoedings- en kindertijdschriften van die tijd, onder andere in Ouders van nu. Daarnaast verscheen haar werk in talloze brochures en boeken en op affiches en kalenders. Spraakmakend waren haar fotoboeken Argeloos begin (1961) en Dit kind… een confrontatie met ernstige zwakzinnigheid (1964).

Het oeuvre van Rees Diepen is opgenomen in de Brabant-Collectie van Tilburg University.

De selectie ‘Het kind’ wordt getoond in het kader van de 100ste geboortedag van Rees Diepen op 12 november 2025. Het is een preview op de grotere tentoonstelling ‘De wereld van het kind’ die Pennings Foundation in 2027 organiseert samen met de Brabant-Collectie, waar we werk van Rees Diepen context bieden door het te plaatsen naast kinderfotografie van andere fotografen.

Deze mini-expositie is van 6 december 2025 t/m 28 februari 2026 te zien bij Pennings Foundation, Geldropseweg 63, 5611 SE Eindhoven. 

dinsdag 14 oktober 2025

Mini-expositie 'Monsters & fabeldieren'

Het thema ‘Natuurlijk’ van de Maand van de Geschiedenis 2025 vormt de  aanleiding in de vitrine op de begane grond van de universiteitsbibliotheek een selectie te tonen van monsters en fabeldieren in enkele oude drukken.

Onder monsters en fabeldieren verstaan we gevaarlijk uitziende wezens die in de loop van de geschiedenis uit de fantasie van de mensheid zijn voortgekomen. We treffen deze afschrikwekkende schepselen van menselijke, dierlijke of hybride aard aan in onder meer kronieken, vroege encyclopedieën, handschriften, atlassen, emblemata boeken, bijbels en mythologische werken.

Hane-basilisk
In: A. Kircher (et al.), Mundus Subterraneus, in XII Libros digestus [...] exponentur. Amstelodami : apud Joannem Janssonium à Waesberge & filios, 1678.
Vindplaats: CBC TFK D 1366/2  

Het geloof in deze mythische dieren was tot in de zeventiende en achttiende eeuw uiterst gangbaar. Deze schepselen maakten zelfs onderdeel uit van rariteitenkabinetten, zoals in verzamelingen van de Duitse geleerde Athanasius Kircher (1602-1680) en de Nederlandse apotheker Albert Seba (1665-1736). Zo golden narwaltanden lange tijd als bewijs voor het bestaan van eenhoorns, draakjes werden nagemaakt van roggehuid en een apenlijfje gecombineerd met een vissenstaart kon doorgaan voor zeemeermin. Pas toen in de tijd van de Verlichting aan het eind van de achttiende eeuw steeds meer plekken van de wereld in kaart gebracht werden en men daar geen draken en basilisken aantrof, verdween dit geloof.

Een voorproefje uit de expositie.

Verschillende menselijke monsterrassen (homines monstruosi) worden getoond in het beroemde Liber Cronicarum van de Neurenbergse humanist Hartmann Schedel (1440-1514) uit 1493. De universiteitsbibliotheek bezit twee wiegendrukken of incunabelen van deze rijk geïllustreerde wereldgeschiedenis. Schedel toont deze rassen bij het tweede van zeven tijdperken, een gebruikelijke tijdsindeling in de Middeleeuwen. In die tijd werden deze homines monstruosi verklaard door naar de goddelijke almacht te verwijzen. Sommige, zoals bijvoorbeeld reuzen, komen ook in de bijbel voor. Men twijfelde niet aan hun bestaan. Deze monsterrassen situeerde men in het verre en onbekende oosten. Naarmate er meer gebieden ontdekt werden, schoven de monsterrassen verder op naar de periferie.

Menselijke monsterrassen met afwijkende lichaamsbouw
In: H. Schedel, Liber cronicarum cum figuris et ymaginibus ab inicio mundi usque nunc temporis. [Augsburg]: [Johann Schönsperger], 1497.
Vindplaats: TF INC 16
Een fraai voorbeeld van een dierlijk monster is deze meerkoppige slangdraak. Het is een hydra, een waterdraak met vijf tot - volgens sommigen - wel honderd koppen. Velen kennen de hydra van Lerna, een van de twaalf werken van Hercules. Bij het afhakken van één kop, groeiden er twee aan. Zelfs de adem van deze draak zou dodelijk zijn.

Hydra
In: A.Seba e.a., Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio [...] collegit. Amstelaedami: apud Janssonio-Waesbergios, & J. Wetstenium, & Gul. Smith, 1734-1765. Tome I. 
Vindplaats: KOD 037 A 01

Een veelheid aan monsters en fabeldieren staat afgebeeld in Historiae naturalis, een zeventiende-eeuwse encyclopedie van de dierkunde van John Jonston. In dit overzichtswerk toont Jonston in het deel over vogels een griffioen, harpij en feniks. Slangen, zeemonsters en draken behandelt hij zelfs in een apart deel. En, hoewel hij sceptisch was over het bestaan van eenhoorns, beeldt hij toch zes exemplaren af in het deel over viervoeters. Pas met het uitkomen van Systema naturae van Carl Linnaeus in 1735 komt er onder wetenschappers verandering in de opvatting over het bestaan van monsters en fabeldieren. Echter, tot ver in de achttiende eeuw zijn er getuigenissen van reizigers die met eigen ogen zeemeerminnen of andere monsters hebben gezien.

Drie eenhoorns
In: J. Jonston, Historiæ naturalis. Amstelodami: apud Ioannem Iacobi fil. Schipper, 1657.
Vindplaats: CBC TFK D 683

Nieuwsgierig geworden? Kom dan de mini-expositie ‘Monsters & fabeldieren’ bekijken in de vitrine op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek

Verlengd: t/m eind april 2026.

Bronnen:

  • Jan de Hond, ‘Grijpvogels, Eenhoorns en het Visken Remora. Monsters en fabeldieren uit de rariteitenkamer’, in: Bossche Bladen, 5 (2003) 3, p. 79-83.
  • Jan de Hond (red.), Monsters & fabeldieren : 2500 Jaar geschiedenis van randgevallen. Amsterdam : Ludion ; 's-Hertogenbosch : Noordbrabants Museum, 2003. Vindplaats: CBM TF C 8796

donderdag 26 juni 2025

Het boerenleven. Zien met hart en ogen: Martien Coppens (1908-1986)

Zaaier. Eindhoven (omgeving Eckart), circa 1930-1935.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)
Veertig jaar na het vertrek van Vincent van Gogh uit Nuenen startte Martien Coppens in 1922 met het fotograferen van het landschap, het leven en werken op het platteland en de mensen uit de Kempen en de Peel.
Coppens was de oudste zoon van een klompenmaker uit Lieshout. Tijdens zijn middelbare schooltijd raakte hij gefascineerd door fotografie. Na zijn studie aan de Bayerische Staatslehranstalt für Lichtbildwesen in München opende Martien Coppens in 1932 een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. Coppens wordt wel de beeldhouwer onder de fotografen genoemd. Kenmerkend is zijn beheersing van de techniek: hij was een meester in het doordrukken en tegenhouden bij het vergroten. Hij wilde “licht-rhythme” bereiken: de verdeling van licht-donker. Hij dankte zijn bekendheid vooral aan zijn foto’s van Brabantse boerenkoppen, waarvoor hij veel verder ging dan enkel het maken van een portret. In beeldreeksen van twee tot soms wel tien foto’s van dezelfde persoon trachtte Coppens door te dringen tot “het wezenlijke in de mens… de echtheid”. Coppens keek als fotograaf naar zijn onderwerpen met hart en ogen. 
Martien Coppens liet een indrukwekkend fotografisch oeuvre na, een immense productie van zeventig fotoboeken en talrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De geselecteerde foto’s op deze tentoonstelling tonen een sterke verwantschap met de schilderijen, tekeningen en schetsen van Van Gogh. Coppens legde het boerenleven, de huisnijverheid en de mensen vast, zoals Van Gogh ze gezien zou kunnen hebben.
Dit beeldverhaal toont het boerenleven, een geliefd onderwerp voor zowel Van Gogh als Coppens. Door het ploegen en zaaien bereidde men in maart het land voor op het naderende groeiseizoen. Het maaien en binnenhalen van het koren gebeurde in juli en augustus. Beide kunstenaars verbeeldden veelvuldig boeren en boerinnen die ploegen, zaaien, spitten, aardappels rooien, maaien, binden en oogsten. Maar ook het schaften werd vastgelegd.

“Zoo men van verweerde koppen kan spreken, dan hier. De zware arbeid waarin, krom als de bikkels en de dennen, de zwoeger naar de aarde buigt, de wind, de regen en de felle zon, zij boetseerden dit gelaat.”  (Antoon Coolen: Rond de Peel, 1937)

Ploegen en zaaien. Nuenen, circa 1935-1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Geknielde vrouw rooit aardappelen. Eindhoven (omgeving Eckart),1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Boer Nard Vogels en anderen schaften tijdens de oogst.
Eindhoven (omgeving Vlokhoven), circa 1935-1940.
 
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)

Het binnenhalen van de oogst. Omgeving Eindhoven, circa 1940.
(Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam | Brabant-Collectie, Tilburg University)
De fototentoonstelling was eerder te zien tot 14 september, maar is wegens succes verlengd tot 20 oktober 2025 (in het Van Gogh Village Museum, Berg 29, 5671 CA Nuenen).

Deze bijdrage van Emy Thorissen is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 16, nr. 2 (juni 2025), p. 44-55. Bekijk de pdf van het beeldverhaal.

dinsdag 24 juni 2025

Persbericht | Fototentoonstelling 'Zien met hart en ogen: Martien Coppens (1908-1986)' in het Van Gogh Village Museum

EXPOSITIE IS WEGENS SUCCES VERLENGD TOT 20 OKTOBER 2025

Vanaf 22 maart kunnen bezoekers van het Van Gogh Village Museum in Nuenen weer genieten van een nieuwe wisseltentoonstelling. Deze foto-expositie is een coproductie met de Brabant-Collectie (Tilburg University). Deze keer duiken we in het werk en leven van de beroemde Brabantse fotograaf Martien Coppens (1908-1986). In 1922 startte hij met het fotograferen van het landschap, het leven en werken op het platteland en de mensen uit de Kempen en de Peel. Nooit eerder werd het werk van Coppens op deze manier geëxposeerd.

Martien Coppens

Coppens was de oudste zoon van een klompenmaker uit Lieshout. Na zijn studie opende Coppens in 1932 een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan zijn foto’s van Brabantse boerenkoppen, waarvoor hij veel verder ging dan enkel het maken van een portret. In beeldreeksen van twee tot soms wel tien foto’s van dezelfde persoon trachtte Coppens door te dringen tot “het wezenlijke in de mens… de echtheid”. Coppens keek als fotograaf naar zijn onderwerpen met hart en ogen.

Mieke van Gerwen. Helmond (Brouwhuis), 1933.
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University. 

Boer Nard Vogels aan het maaien met handzeis. Eindhoven (omgeving Vlokhoven), circa 1935-1940.
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University.

Hein Nieuwenhuizen. Son (Ekkersrijt), 1933. 
Foto: Martien Coppens. © Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Brabant-Collectie, Tilburg University.

Coppens en Van Gogh

Veertig jaar na het vertrek van Vincent van Gogh uit Nuenen startte Martien Coppens met fotograferen. De geselecteerde foto’s op deze tentoonstelling tonen een sterke verwantschap met de schilderijen, tekeningen en schetsen van Van Gogh. Coppens legde het boerenleven, de huisnijverheid en de mensen vast, zoals Van Gogh ze gezien zou kunnen hebben.

Zien met hart en ogen

De expositie 'Zien met hart en ogen' is te bezoeken in het Van Gogh Village Museum van 22 maart tot en met 15 september 2025. Een bezoek aan de fototentoonstelling is inbegrepen bij een museumbezoek. Van Gogh Village Museum organiseert deze tijdelijke tentoonstelling in samenwerking met de Brabant-Collectie (Tilburg University) met Emy Thorissen als curator. Ben van Kemenade verzorgt de ruimtelijke en grafische vormgeving. Met dank aan Stichting Archief Martien Coppens en het Nederlands Fotomuseum Rotterdam.

Wisseltentoonstellingen in het Van Gogh Village Museum

In 2023 heropende het uitgebreide Van Gogh Village Museum. In de nieuwbouw is ruimte gecreëerd voor wisseltentoonstellingen. Zo exposeerden er al verschillende hedendaagse kunstenaars met werk geïnspireerd door Vincent van Gogh. Bezoekers kunnen elk jaar twee verschillende wisseltentoonstellingen verwachten.

In de pers verschenen artikelen in Eindhovens DagbladBrabant-Cultureel en De Nuenense Krant (p. 3). Daarnaast bracht de Lokale Omroep Nuenen een film uit over de expositie met diverse interviews en zij toont een foto-impressie van de opening op haar site. Zie ook VisitBrabant.

maandag 5 mei 2025

Kinderboeken ‘between the Exceptional and the Everyday’

Van 23-25 april 2025 organiseerde Tilburg University The Child and the Book Conference, een internationale conferentie voor studenten en onderzoekers van kinder- en jeugdliteratuur. De titel van het meerdaagse congres luidde: Children Shaping The(ir) World: Between the Exceptional and the Everyday. Een keur aan sprekers uit binnen- en buitenland kwam in een groot aantal sessies bijeen om te horen van elkaars onderzoek en met elkaar van gedachte te wisselen over het bijzondere én het alledaagse in de wereld van de jeugd(boeken). Vooral uitzonderlijke kinderen halen de nieuwsmedia, is te lezen in het programma, maar we moeten niet het alledaagse uit de kindertijd vergeten. “Verder onderzoek kan zich richten op de aard van de kracht van kinderen die niet noodzakelijkerwijs de samenleving als geheel veranderen, maar wel de wereld direct om hen heen vormgeven en niet alleen hun eigen leven beïnvloeden, maar ook het leven van familieleden of vrienden op een intiemere schaal”.

Uit: A.B. van Meerten, Lees- en prenteboekje, voor kinderen van 6 tot 8 jaren 
(Amsterdam, 1834), vindplaats: KBSK 002 A 012

In 2014 verwierf Tilburg University een fraaie collectie kinderboeken uit de 18e, 19e en vroeg 20e eeuw. Deze collectie werd bijeengebracht door het echtpaar Buijnsters-Smets. Er is door hen uitvoerig over geschreven, onder andere in: Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800 (Zwolle 1997; vindplaats: LET BO9 BUIJ 1997) en Lust en Leering, 

geschiedenis van het Nederlandse kinderboek in de negentiende eeuw

 (Zwolle 2001; vindplaats: LET O9 BUIJ 2001).


Cover van: Kinderspelen (Amsterdam, circa 1880), vindplaats: KBSK 003 B 041

Naar aanleiding van het congres wordt bij de Brabant-Collectie een kleine selectie uit de Buijnsters-Smets-collectie gepresenteerd. Het zijn voorbeelden van kinderboeken waarin hoofdpersoon én verhaal bijzonder of alledaags zijn. In het ene boek staan helden, sprookjesfiguren of historische personages centraal die de meest wonderlijke en bijzondere dingen meemaken. In andere boeken is het spelende, schoolgaande kind de hoofdfiguur. In de meer moralistische boekjes wordt de lezer geconfronteerd met voorbeelden van alledaagsheid – en dan vooral het goede daarin – die tot iets bijzonders leiden.

Uit: Kinderspelen (Amsterdam, circa 1880), vindplaats: KBSK 003 B 041

De Brabant-Collectie toont op niveau 0 van de Universiteitsbibliotheek met enige regelmaat fraaie en interessante stukken uit haar rijke verzameling. Ook verzorgen we rondleidingen voor groepen belangstellenden.

maandag 14 april 2025

Kruiswegstaties van Charles Eyck, gefotografeerd door Martien Coppens

In de Goede Week, aan de vooravond van Pasen, staat de rooms-katholieke kerk stil bij het lijden van Jezus Christus. In of buiten menig kerkgebouw zien we dit Bijbelverhaal terug in een serie van veertien kruiswegstaties. De Limburgse kunstenaar Charles Eyck (1897-1983) ontwierp in 1939-1940 staties voor de Sint-Jan de Doperkerk in Waalwijk. Eyck was een bekend kunstenaar en een van de voortrekkers van de zogenaamde Limburgse School. Hij was in vele kunstvormen actief: glas-in-loodramen, schilderijen, wandschilderingen en tegeltableaus. De staties in Waalwijk zijn uitgevoerd in hoog- en laagreliëf van gebakken chamotteklei. Vanwege verordeningen van de Duitse bezetter is het polychromeren bij drie van de veertien staties achterwege gebleven.
Statie 1, detail, Waalwijk, 1941-1943. Martien Coppens. Vindplaats: Cop / E 2
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University
Op verzoek van de kunstenaar heeft fotograaf Martien Coppens (1908-1986) in 1941-1943 de staties gedetailleerd vastgelegd. Hij reisde hiervoor menigmaal naar Waalwijk. Omdat Coppens enkel gebruik wenste te maken van daglicht werd de (vanwege de oorlog) aanwezige verduistering voor de ramen op Coppens’ verzoek tijdelijk verwijderd. De waardering van Eyck voor de foto’s van Coppens komt tot uitdrukking in Eyck’s reactie, na het zien van de foto’s: “’t Is nieuw voor mij”.

Statie 5, detail, Waalwijk, 1941-1943. Martien Coppens. Vindplaats: Cop / E 16
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University
Coppens had in de beginjaren van de oorlog al een aantal fotoboeken met religieuze bouw- en beeldhouwkunst uitgebracht. Het lukte hem dit keer niet om deze foto’s in boekvorm uit te geven. In zijn archief, dat aanwezig is bij de Brabant-Collectie, is echter wel een conceptversie aanwezig, getiteld De weg naar Golgotha. Coppens had het fotoboek tot in detail uitgewerkt. De uitgave is er nu toch gekomen, nagenoeg in de lay-out die Coppens voor ogen stond. Met medewerking van de erven Coppens is dit fotoboek tot stand gekomen en een selectie van de foto’s is opgenomen in een tentoonstelling.

Cover van het fotoboek bij de expositie in Waalwijk
Momenteel zijn 35 van de kruiswegfoto’s van Martien Coppens uit de Brabant-Collectie te zien in de Sint-Jan de Doperkerk in Waalwijk, in de nabijheid van de reliëfs van Charles Eyck. Hier is sprake van een bezielde ontmoeting van twee kunstenaars en twee kunstvormen.

dinsdag 19 december 2023

Terugblik feestelijke opening De Mix Nederland ‘Aarde’

Vrijdagmiddag 1 september jl. is de tentoonstelling De Mix Nederland ‘Aarde’ met fotografie van Martien Coppens (1908-1986) en Wiesje Peels (1975) feestelijk geopend. Aan de hand van een foto-impressie kijken we terug op dit goed bezochte en geslaagde evenement.

Allereerst vond de opening van de buitenexpositie voor station Tilburg plaats. Na een welkomstwoord van Pia van Kroonenburgh, bibliothecaris van de Brabant-Collectie, vertelde Magdalena Piotrowska, regiodirecteur Zuid van de Nederlandse Spoorwegen, erg trots te zijn op het feit dat de tentoonstelling voor het NS station in Tilburg te zien is. “Deze aangename verrassing verleidt de reiziger naar Tilburg University te gaan om het andere deel te bekijken.” Marcelle Hendrickx, wethouder Cultuur van gemeente Tilburg, benadrukte het belang van cultuuruitingen in de openbare ruimte.

 Locatie Tilburg Centraal Station © Erik van der Burgt
 Locatie Tilburg Centraal Station © Reinout van den Bergh

Samen met fotografe Wiesje Peels onthulden zij gedrieën de eerste trotter. Hierop stond algemene achtergrondinformatie met betrekking tot het project, de tentoonstelling en de inleidende tekst Zwart-wit van Wilfried de Jong vermeld. Genodigden en voorbijgangers konden de foto’s van beide fotografen meteen bewonderen.

 Openingshandeling © Ruud Severijns
Na een korte treinreis en wandeling langs de buitenexpositie aan de Esplanade volgde de opening op de Tilburgse universiteitscampus.

Wandeling station Tilburg Universiteit © Reinout van den Bergh

Wandeling langs expositie op Esplanade © Erik van der Burgt

Wilfried de Jong en Rafaël Philippen, projectleider Stichting Beeldmix © Paul Slot

Esplanade © Reinout van den Bergh
In gebouw Cobbenhagen heette Pia van Kroonenburgh iedereen welkom. Corné van Nispen, directeur Library and IT Services, voerde namens Tilburg University het woord. Hij refereerde naar het belang dat de universiteit hecht aan een levendige campus, aan een goede verbinding met de stad Tilburg en aan de rol van kunst en cultuur voor educatie en vorming.

Genodigden in Kleine Foyer gebouw Cobbenhagen © Paul Slot
Fotografe Wiesje Peels vertelde enthousiast over de totstandkoming van de expositie; hoe zij een keuze maakte uit het oeuvre van Coppens, hoe zij via crowdfunding haar mobiele doka, de zogenaamde DOKAR, liet bouwen en op de fiets op reis ging door de streek waar ook Martien Coppens veelvuldig fotografeerde: de Peel. Op deze manier wilde zij een ode brengen aan Martien Coppens en het analoge fotograferen.

Exterieur DOKAR © Ruud Severijns

Interieur DOKAR © Ruud Severijns
In zijn voordracht Aardse dingen gaf Wilfried de Jong aan vaak niet te weten wie welke foto gemaakt had. De foto’s bezitten ‘oerkracht’, een spannende, onbestemde toon. “Met de lens voor het oog is er gezocht naar schoonheid, naar aardse zaken, naar ongerepte natuur, naar mensenkoppen.” De tekst van zijn lezing is gepubliceerd in de tentoonstellingscatalogus. Tussen de speeches trakteerde het gelegenheidsduo Mete Erker en Jeroen van Vliet het publiek op prachtige jazznummers.

Wilfried de Jong © Ruud Severijns

Mete Erker en Jeroen van Vliet © Ruud Severijns

Aansluitend kon de binnententoonstelling bekeken worden. Bezoekers reageerden enthousiast op dit deel van de expositie. Ook de DOKAR van Wiesje kon ter plekke bezichtigd worden.

De expositie is een initiatief van Stichting Beeldmix samen met NS, ProRail en Brabant-Collectie / Tilburg University. 

Nog te zien tot 5 januari: de binnenexpositie in gebouw Cobbenhagen, Tilburg University.