Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 5 april 2012

Scholekster

Scholekster in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Haematopus, of Scholaekster

Wat betreft de etymologie van deze vogelnaam bestaat er geen overtuigende verklaring. Het tweede lid (ekster) verwijst naar de uiterlijke gelijkenis van het verenkleed van beide vogelsoorten. Voor het eerste lid (schol) ligt de herkomst wat lastiger. Het leefgebied van de scholekster in Noordwest-Europa is van oudsher de zeekust. Voor de etymologie moeten we dan ook in deze richting zoeken. Het meest waarschijnlijke is de betekenis 'aardkluit' of 'zode' voor het woord 'schol'. Nozeman geeft de volgende uitleg:
"De Scholaeksters, (anderen zeggen Schoolaeksters, omdat zy dikwils in 't Duin en aen de Stranden by Schoolen, of veelen by een, en dus gezelliger dan onze gewoone Aeksters, samenvliegen) zyn by ons aen de Zeekusten zeer gemeen."
Iets verderop schrijft hij:
"In den tyd, waer in op onze Eilanden en langs onze kust veel werks gemaekt wordt van 't zouten en droogen van Schollen en Scharren, vindt men deeze vogelen overvloedigst, en men heeft waergenomen, dat zy, wanneer hunne veiligheid daer mede niet gemoeid is, die plaetsen 't meest in ons Duin bezoeken, op de welken het Schollegrom, d.i. de Ingewanden der zoo even gemeldde vischen, wordt nedergesmeeten; daer zy dan op die wegwerpselen, dik bezet met keinere schelpvisschen uit de robben der scharren en schollen, koomen aezen. Dit kan misschien de aenleiding aen onze Zeedorpelingen gegeeven gehad hebben, om deeze vogelen Scholaeksteren te noemen..."
De Latijnse naam, Haematopus ostralegus, betekent 'bloedroodpotige oesterverzamelaar'. Dit sluit nauw aan bij zijn uiterlijk en zijn favoriete voedselbron. Nozeman schrijft:
"Op schelpvisschen of mosselen van allerlye soort en op Oesters aezende, gelyk ook op aengespoelde zeesterren en schaeldieren, vinden zy gemeenlyk, het geheele jaer door, genoegzaemen overvloed van leevens onderhoud."

De snavel is een handig hulpmiddel voor het vinden van voedsel, maar slijt aanzienlijk van al dit harde materiaal. Geen probleem, de snavel groeit zo'n 0,4 mm per dag (bron: Vogelbescherming). Zou de snavel niet slijten, dan blijft deze doorgroeien en krijgt de vogel op een gegeven moment een kromme snavel. Dit is bijvoorbeeld te zien bij scholeksters in gevangenschap.

Over het nestgedrag van de scholekster schrijft Nozeman:
"Deeze Scholaeksters broeden jaerlyks by menigten in onze Zeeduinen, kort by het strand. Van Nesten te maeken weeten zy weinig of niets: Men vindt hunne Eijeren, die flaeuwlyk groen uit den geele en met zwarte spikkels besprengd zyn, doorgaends op den blooten zandgrond nedergelegd, meestal 3, somtyds 4, in getal."
Tegenwoordig komt de scholekster ook in de stedelijke omgeving voor en maakt soms een nest tussen de kiezels op een plat dak.

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen