Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label Antoon Coolen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Antoon Coolen. Alle posts tonen

maandag 3 februari 2025

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Lith naar Megen

Etappe 11 Zuiderwaterlinie Wandelpad ( 22 km)

We beginnen onze wandeling vandaag bij knooppunt 43 en volgen de Lithse Dijk zo’n anderhalve kilometer in oostelijke richting. De woning op nummer 50 dateert uit 1686, is niet alleen een rijksmonument, maar ook het oudste huis van Lith. Kunstenaar, arts en schrijver Hendrik Wiegersma is hier in 1891 geboren.
Lithse Dijk 50 (april 2024). © Jolanda van den Akker 
Brabant-Collectie, Tilburg University

Portret van Hendrik Wiegersma. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 13,5 x 8,8 cm. Vindplaats: P / W 62 (3)
Zijn vader, Jacob Wiegersma, stond model voor dorpsdokter Tjerk van Taeke in de roman ‘Dorp aan de rivier’ (1934) van Antoon Coolen. Volgens dit artikel kreeg Van Taeke echter ook trekjes van zoon Hendrik mee. Het bandontwerp en de tekeningen van de eerste druk zijn gemaakt door Hendrik.
Omslag 1e druk: Antoon Coolen: Dorp aan de rivier
Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1934.
Vindplaats: CBM 459 A 28
Bij knooppunt 48 lopen we richting het veer, steken de Maas echter niet over, maar volgen het fiets-/wandelpad langs de Brabantse oevers van deze rivier. We passeren het sluizencomplex van Lith.
Stuw aan de Maas bij Lith, N.B. Foto. Maker: Jan van Giersbergen. Datering: 1950-1970.
Formaat: 13,1 x 17,9 cm. Vindplaats: Giersb_NB_34. © Brabant-Collectie, Tilburg University

Sluizencomplex Lith (april 2024). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Aangekomen bij de Oude Maas lopen we een stukje zuidwaarts en bereiken het fraaie dorpje Lithoijen. Dan volgen wederom enkele kilometers verhard lopen over de Lithoijense Dijk met links van ons de afgesneden Oude Maas-arm. Eventueel kun je in plaats hiervan kiezen voor een stukje natuurpad. Sla dan na de jachthaven linksaf en loop het natuurgebied in. Bij nat weer kan het hier erg drassig zijn. Volg je de dijk, en dus de oorspronkelijke route, dan passeer je bij knooppunt 48 het beeldhouwwerk Water, onze onstuimige vriend van Jan de Vries.
Water, onze onstuimige vriend van Jan de Vries (april 2024)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Is het weer je gunstig gezind en zijn de waterstanden niet te hoog, ga dan zeker van de verharde Oijense Benedendijk af en struin door natuurgebied De Hemelrijkse Waard. Het gebied is nog vrij jong (geopend in 2017), maar heeft nu al een hoge natuurwaarde.
Volg je de struinroute, dan kom je na het passeren van de uitkijktoren weer op de dijk. We lopen langs de noordzijde van Oijen en passeren niet veel later het Kasteel van Oijen. De Brabant-Collectie bezit onder andere deze prent van het kasteel, vervaardigd door Hendrik Speelman naar een tekening van Cornelis Pronk. Hierin wordt de situatie geschetst van rond 1732.
't Kasteel Oyen. Ets. Maker: Hendrik Speelman. Datering: 1750-1792.
Formaat: 8,1 x 11 cm. Vindplaat: O 50 / 820.11 (2)
Het oorspronkelijke kasteel is in 1361 in opdracht van Maria van Brabant gebouwd. In 1511 sloopten 200 Bosschenaren op bevel van de Habsburgers het gebouw in tien dagen tijd. Zo’n 80 jaar later bouwde Johan van Gendt een nieuw kasteel op de fundamenten van de voorburcht. Vele verbouwingen volgden, maar ook een gedeeltelijke sloop in 1837. Tegenwoordig is het een groepsaccommodatie en trouwlocatie.
Kasteel van Oijen (april 2024). © Jolanda van den Akker
Brabant-Collectie, Tilburg University
Ook het volgende dorp op onze route, Macharen, zien we alleen van de noord- en oostzijde. Via de Dorpenweg steken we het Burgemeester Delenkanaal over en vervolgen onze weg aan de andere oever van het kanaal. Met zicht op de Maas lopen we naar Megen. Na alle kilometers over dijken en door de natuur is dit een fijne plek om de wandeling te eindigen. Voordat we de wandelschoenen uittrekken, maken we nog een klein ommetje door dit vestingstadje met een bewogen geschiedenis. De 16e eeuw kenmerkte zich door verwoestende branden en om de soevereiniteit van Megen werd vaak gevochten. Lange tijd was het een zelfstandig graafschap. In 1800 werd het onderdeel van Brabant en veertien jaar later van het Koninkrijk der Nederlanden. Verder staat Megen bekend om de kloosters van de Franciscanen en de Clarissen. Historische foto’s met begeleidende tekst op diverse gevels in het stadje geven je een indruk van hoe het er hier uit zag rond 1900. Zo ook onderstaande foto uit de Brabant-Collectie. Hierop is de Gevangentoren te zien, een laatste restant van de vestingwerken en een voormalige gevangenis.
Gevangentoren te Megen. Foto. Maker onbekend. Datering: 1902.
Formaat: 9 x 14,5 cm. Vindplaats: M 41.1 / 111 Geva (1)
Ter afsluiting deze overzichtskaart uit onze collectie die het gebied ten zuiden van de Maas toont; van Crèvecoeur in het westen tot Ravenstein in het oosten. Laatstgenoemde plaats gaan we de volgende keer uitgebreid verkennen op onze tocht naar Reek.
Seer net gemeete kaarten van de respective polders Mase en Achterdyken etc. Gekleurde
kopergravure, uitgegeven door Nicolaas Visscher II e.a. Datering: 1750-1799. Formaat: 
45 x 77,5 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Maasland, Kwartier van / XVIII b/c (1)

Verder lezen:
  • A. Coolen: Dorp aan de rivier. Rotterdam: Nijgh & Van Ditmar, 1934. Vindplaats: CBM 459 A 28
  • J. Cunen: Het kasteel van Oijen. Oss: M.W. van Loosbroek, 1939. Vindplaats: BRA Y OSSE 7
  • H. van Liebergen: De Molenhof - Megen: de ontwikkeling van 'n kleine Brabantse stad: 1950-1968-2023. 's-Hertogenbosch: Harry van Liebergen, 2023. Vindplaats: BRA Y3 LIEB 2023
  • G. Ulijn: De geschiedenis van het graafschap Megen. Zaltbommel: Avanti, 1984. Vindplaats: BRA Y ULIJ 1984
  • G. Ulijn: Lith in oude ansichten, deel 1. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1971. Vindplaats: BRA Z6 ANSI LITH/1
  • G. Ulijn: Lith in oude ansichten, deel 2. Zaltbommel: Europese Bibliotheek, 1980. Vindplaats: BRA Z6 ANSI LITH/2
  • Het kasteel Oijen. S.l.: s.n., 19xx. Vindplaats: TRE C 0265

woensdag 1 februari 2023

Watersnoodramp 1953-2023

In 2023 herdenken wij in Nederland de catastrofale natuurramp van zeventig jaar geleden: de Watersnoodramp. Deze speelde zich af in de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 in Zuidwest-Nederland. Een noordwester storm die aangroeide tot orkaankracht zorgde voor hoge waterstanden en dijkdoorbaken. Dit werd gevolgd door alles ontwrichtende overstromingen op met name de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden. Ook ongeveer 10% van het oppervlak van Noord-Brabant kwam onder water te staan. Halsteren, Nieuw-Vossemeer, Fijnaart, Heijningen, Klundert, Willemstad, Hooge en Lage Zwaluwe, Moerdijk, Zevenbergschenhoek, Wagenberg, Nieuwendijk, Almkerk, Hank, Dussen, Werkendam, Sleeuwijk, Waspik, Raamsdonksveer, Sprang-Capelle: al deze Brabantse dorpen hadden te maken met verlies van mensenlevens en/of materiële schade.

Onderstaand artikel van onze collega Ad van Pinxteren verscheen op 13 januari 2023 in Univers, het onafhankelijke journalistieke medium van Tilburg University.

De agenda van fotograaf Martien F.J. Coppens van het jaar 1953 laat in de eerste week van februari iets opmerkelijks zien. Bijna alle afspraken zijn doorgestreept. Maar er is iets voor in de plaats gekomen. Er staat: ‘Ramp W[est] Brabant’ en ‘Ramp Zeeland’. Hoewel het gebied van de Watersnoodramp de eerste dagen uitermate moeilijk te bereiken was, zijn journalisten en fotografen vrijwel direct erheen gegaan om de gevolgen van deze grote natuurramp vast te leggen. Zo ook Martien Coppens (1908-1986), van wie de Brabant-Collectie een omvangrijke collectie vintage-prints en zijn privé-archief – en dus zijn agenda van 1953 – beheert.
"Soldaten van het te hulp gekomen leger brengen een goed ingepakte
 zuigeling in veiligheid." (© Martien Coppens. Nederlands Fotomuseum,
Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University, Cop / W 26)
Coppens was kort na de ramp ter plekke en maakte onder andere in Bruinisse, Zierikzee, Halsteren en Fijnaart vele documentaire foto’s die voor een deel bij de Brabant-Collectie aanwezig zijn. Om mensen aan de andere kant van de oceaan over de ramp te informeren heeft Coppens, zo maken aantekeningen in zijn archief duidelijk, reeds in april 1953 een selectie van 32 foto’s van de ramp per luchtpost naar New York gestuurd. Beeldmateriaal maakt zo op een onbewuste manier herinneringen aan iets dat bijna te groot is voor het bevattingsvermogen. En wat met beelden gebeurde, geschiedde natuurlijk ook met tekst.
"Groot was de ravage in de kapotgeslagen huizen. Huisraad spoelde weg en wat elders op
drift was geslagen spoelde er in aan." (© Martien Coppens. Nederlands Fotomuseum,
 Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University, Cop / W 5a)
Auteurs die in non-fictie, proza of poëzie over de watersnoodramp hebben geschreven, kunnen in twee groepen worden verdeeld. Deze ene schreef er (bijna) uit de eerste hand over. De andere deed dit met een grotere afstand, meer terugblikkend op de ramp. Tot deze groep behoren ook schrijvers die door hun kennis van de vele bestaande getuigenissen in woord en beeld de sfeer van dat moment op kunnen roepen.

In zijn omvangrijke boek Watersnood 
(vindplaats: BRA T3 SLAG 2010uit 2010 neemt Kees Slager ons spreekwoordelijk mee naar elk getroffen dorp en geeft een kort overzicht van de plaatselijke gebeurtenissen, met vaak concrete beschrijvingen van persoonlijk leed dat personen of gezinnen hebben ondergaan. Het boek herbergt een indrukwekkende hoeveelheid foto’s. Met zijn aanpak brengt Slager de ramp en de gevolgen ervan, ruim vijfenvijftig jaar na dato, heel dichtbij.
"In veiligheid gebrachte kinderen kennen de vreugde van een heerlijken boterham,
die overvloedig voor hen is klaar gemaakt." (© Martien Coppens. Nederlands
 Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University, Cop / W 10a)
Al kort na de ramp, eind 1953, verschijnt het tweede deel van Het Nieuwe Brabant, een publicatie van het Provinciaal Genootschap (voorganger van de Brabant-Collectie). Hierin is al ruimte gereserveerd voor de ramp en wordt een voorzichtig overzicht gegeven van de gevolgen. Het pijnlijke, dramatische gebeuren is nog zeer voelbaar, ook als optimistisch wordt gesteld dat “(…) bij het verschijnen van het tweede deel van dit boekwerk in het overgrote deel van het door de stormramp geteisterde gebied het gewone bedrijfsleven zijn oude tred wel hervat zal hebben.”
"Zonen van het geteisterde land op een met zandzakken herstelden dijk."
(© Martien Coppens. Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Cop / W 24a)
Een mooi voorbeeld van afstand en toch dichtbij is het artikel van Antoon Coolen met foto’s van Martien Coppens in de Katholieke Illustratie van 30 januari 1954, getiteld ‘Een jaar na de februari-ramp’. Coolen rekent zichzelf tot degenen die ver van de dijken woonden ‘in het welbehagen van het stormbestande, verwarmde winterse huis en in het beschuttende bed’. Waar hij woonde was slechts sprake van materiële schade door de storm; er zijn ‘schuttingen omvergewaaid, uithangborden neergesmakt en dakpannen versplinterd’. Je kon je, zo suggereert Coolen, op voorhand geen voorstelling maken van het feit dat dijken het zouden begeven en dus helemaal niet wat zich die nacht had afgespeeld. De eerste berichten over West-Brabant waren erg, maar van de rest wist je in het begin nog niets, want alle verbindingen waren verbroken. Pas langzamerhand werd duidelijk wat de omvang van de ramp was. Ook Coolen begaf zich in de eerste dagen na de ramp naar het gebied en werd getroffen door de daadkracht, onverzettelijkheid en saamhorigheid van de mensen. Hij memoreert de verschrikkelijkheid van situaties zoals hij ze had aangetroffen, maar het valt hem ook op dat direct was gestart met het opruimen en schoonmaken van de troep. Acht van de negen foto’s van Martien Coppens bij dit artikel in de Katholieke Illustratie zijn voorbeelden van het menselijke verhaal achter het drama. De negende foto toont ons koeien; ook voor de veestapel was de ramp groot.

Bijschriften bij bovenstaande afbeeldingen komen uit het artikel van Antoon Coolen.