Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label familiegeschiedenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familiegeschiedenis. Alle posts tonen

maandag 20 oktober 2025

Kinddrager: de zoektocht naar een verborgen geschiedenis

We leven in een tijd waarin, door digitalisering en openbaarmaking van archieven, steeds meer informatie beschikbaar komt over het doen en laten van mensen voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het gaat daarbij om vastgelegde feiten omtrent personen, bijvoorbeeld in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging. Voor onderzoekers, onder wie ook vaak nazaten van die personen, zijn deze gegevens van belang om ontbrekende stukjes van een puzzel te kunnen leggen. In het geval van persoonlijke verhalen uit de genoemde periode zijn dat er vaak heel veel. Want hoe vaak hoor of lees je niet dat er thuis over de eigen ervaringen in de oorlog werd gezwegen, en al helemaal als er sprake was geweest van foute keuzes. De traumatische ervaringen van velen zitten weggestopt in hun hoofd. Als je er als kind bij ouders of grootouders naar informeert, wordt de vraag vaak weggewimpeld. In haar boek Kinddrager. Of: de kleine geschiedenis van een NSB-gezin gaat Elisabeth van Stekelenburg, met de beperkte informatie die haar (groot)vader haar verstrekte, op zoek naar het verleden van opa. Hij was lid van de NSB en vluchtte in september 1944 voor de oprukkende geallieerden, zijn vrouw en kinderen in Eindhoven achterlatend. De sporen die hij heeft nagelaten in Aalten en Zaltbommel, waar hij gearresteerd en vastgezet werd, komen in het tweede deel van het boek aan de orde. Het eerste deel gaat over de Eindhovense tijd tot aan zijn vlucht.

Cover van Kinddrager 
Afbeelding: Erica Huber, Sacrum / Sacrificium, Haarlem 1990

Het boek is nadrukkelijk vanuit de vragen en de zoektocht van de auteur geschreven. Haar eigen ervaringen vanaf de jaren zeventig tot de huidige tijd komen uitgebreid aan bod. Haar beleving van de jaarlijkse Dodenherdenking wordt geplaatst naast het zonder aarzeling aanheffen van de partijhymne van de NSDAP door haar zieke oma in 1991. Ze staat stil bij het moment waarop zij, op vijftienjarige leeftijd, van haar vader te horen krijgt dat opa bij de NSB was. Er werd direct bij gezegd dat dit in zijn geval niet veel voorstelde en er verder dus niet over gesproken hoefde te worden. Ze voelde als puber schaamte bij het feit dat haar vader als wetenschapper in de Duitse Taal- en Letterkunde actief was. Thuis werd wel over de oorlog gesproken, maar alleen over de grotere onderwerpen zoals Hitler of de gaskamers, niet over familiezaken. Het werkte voor haar ongeveer zo: hoe meer ze niet wist, hoe meer ze wilde weten. De ervaringen van Elisabeth worden in het boek afgewisseld met reconstructies van het leven van opa Richard Joannes van Stekelenburg in de oorlogsjaren en daarna. Dit gebeurt op basis van het feitelijke verloop van de oorlog, gevoerde gesprekken en beschikbare schriftelijke bronnen. De auteur wilde tijdens de zoektocht geen oordeel vellen, maar zij vroeg zich wel af hoe het kan dat iemand lid wordt van de NSB, zelfs nadat Rotterdam in puin is gebombardeerd. Het onderzoek start in Eindhoven, waar het gezin van haar (groot)vader woont. Ze beschrijft hoe opa zich tijdens de oorlogsjaren als een idealistisch NSB-er in het Eindhovense dagelijks leven gedraagt. En ook hoe 6 december 1942, de dag van het Sinterklaasbombardement van de Engelsen op de industrie in Eindhoven, verloopt. Enkele dagen voor de bevrijding van Eindhoven slaat Van Stekelenburg op de vlucht; het huis van deze NSB-er is voor de geallieerden herkenbaar aan de vlag die de kinderen uit het zolderraam hingen. Het wanhoopsbombardement van de Duitsers, op 19 september 1944, overleven moeder en kinderen, omdat ze als NSB-gezin niet in de schuilkelder aan de overkant van de straat werden toegelaten en zich daar juist een drama met veel slachtoffers afspeelde. Elisabeth heeft haar opa nooit kunnen bevragen over zijn NSB-verleden. Het hoofdstuk waarin de auteur in de vorm van een rechtbankverslag verhaalt over de ondervragingen van Richard van Stekelenburg en enkele getuigen is hierom een mooie vondst.

De auteur beschrijft dat ze als kind een fijne band had met opa, maar ze noemt hem met de kennis van nu ‘een domoor met veel te grootse plannen. Een dromer, utopist. Een luchtfietser’. Het is indrukwekkend te lezen hoe een kleinkind (met de levenswijsheid van een 55-plusser) het denken en handelen van opa beschouwt en beschrijft. En met het zoeken naar de geschiedenis van haar opa zaken uiteindelijk helderder krijgt. Het boek is tevens een fraai voorbeeld van een bijzondere familiegeschiedenis en hoe keuzes en beslissingen doorwerken in volgende generaties.

Elisabeth van Stekelenburg
Kinddrager. Of: de kleine geschiedenis van een NSB-gezin
Boekengilde Enschede, 2025

Vindplaats: BRA N3 STEK 2025

maandag 19 juni 2023

Genealogie: de voortdurende, veelzijdige belangstelling voor personen en families van weleer

 
De biografie als literair genre heeft de interesse van veel lezers. We vinden het interessant om te lezen over hoe iemand leefde, voor welke vragen of problemen men zich gesteld zag en hoe deze al dan niet werden opgelost. Er verschenen (en verschijnen) talloze biografieën; over kunstenaars, historische figuren en auteurs.

Deze zelfde kwesties speelden vanzelfsprekend ook een rol voor de ‘gewone’, anonieme burger en zijn familie. Ook die geschiedenissen zijn in het verleden – al dan niet door de betrokkende zelf – opgetekend. En ze vormen een aanleiding voor onderzoek. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag, vanuit de nieuwsgierigheid naar de eigen of andermans familiegeschiedenis. In tijdschriften, jaarboeken en in heuse biografieën worden levensbeschrijvingen opgetekend en krijgt de lezer zicht op het reilen en zeilen van (mensen uit) voorbije generaties. GEN. Magazine voor familiegeschiedenis is zo’n tijdschrift. Het komt vier keer per jaar uit en is een uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie, tegenwoordig CBG/Centrum voor familiegeschiedenis geheten. Omdat het een landelijk tijdschrift is, komen niet alleen Brabantse voorbeelden voorbij. Het maartnummer van 2023 mag daarom wel wat extra aandacht krijgen. Drie substantiële artikelen zijn – naast enkele korte berichten – direct aan Brabant te linken. We laten de artikelen hier kort de revue passeren.

De eerste bijdrage (auteur: Jacqueline Verkleij) gaat over de achttiende-eeuwse Maria van Antwerpen (1719-1781); een boeiende persoon, gezien vanuit onze tijd, waarin vaak over ‘gender’ en ‘identiteit’ wordt geschreven en gesproken. Maria staat bekend als een vrouw die als soldaat heeft gevochten in het Staatse leger, maar ook is veroordeeld voor travestie. De verhoren die zij voor de rechtbank heeft ondergaan, zijn in juridische archieven bewaard gebleven en verder is een deel van haar levensverhaal (met de nodige literaire vrijheden) opgetekend in De Bredasche Heldinne, of merkwaardige levens-gevallen van Maria van Antwerpen uit 1751. De auteur van dat boek is Franciscus Lievens Kersteman die Maria leerde kennen toen hij zelf vanwege oplichting van een juwelier in de Bredase gevangenis zat. En er is nog een ‘vermaekelyk liedeken van een manhaftig vrouwpersoon’ gemaakt, waarin het leven van Maria centraal staat. In haar verklaringen voor de rechtbank (1769) gaf ze nadrukkelijk aan ‘in de natuur een manspersoon, maar uiterlijk een vrouwspersoon’ te zijn. In het in de (autobiografische) ik-vorm geschreven De Bredasche Heldinne staat het nodige over haar diensttijd, waarin zij de naam Jan van Ant voerde. Er volgden twee huwelijken met vrouwen (de eerste keer als Jan, de tweede keer als Machiel), én evenzovele ontmaskeringen met daaropvolgende verbanningen. De wieg van Maria van Antwerpen stond in Breda, een deel van haar leven (van dienstmeid tot soldaat) speelde zich af in die stad en daar werd ze uiteindelijk ook begraven. Het kleurrijke verhaal dat in De Bredasche Heldinne uit de doeken wordt gedaan, sluit aan bij de traditie van de travestieromans die in de loop van de achttiende eeuw populair werden, en bij het populaire genre van de criminele biografie: de levensbeschrijving van beruchte misdadigers. Maar bovenal zijn het de biografische aspecten die het tot een bijzonder boek maken.

Het tweede Brabantse artikel is van de hand van Willem van den Elzen die onderzoek heeft gedaan naar de geschiedenis van misdaad en criminaliteit in Oss. In de rechtbankverslagen stuitte hij meer dan eens op de familienaam De Bie. In de periode van ongeveer 1850-1940 zijn leden van deze beruchte familie met enige regelmaat betrokken bij diefstallen, belastingontduiking, mishandeling en zelfs doodslag en moord. Als in de tweede helft van de negentiende eeuw meer aandacht komt voor handhaving en rechtspraak wordt er vanzelfsprekend meer opgetekend. Deze bronnen, samen met andere genealogische archieven, zorgen voor een beter zicht op een familiegeschiedenis in Oss. De sociale context waarbinnen dit gebeurde (armoe > diefstal > criminaliteit > misdaad) komt in het artikel aan bod, evenals de ‘gemakkelijke’ beschuldigingen aan het adres van de familie van een bij tijd en wijle corrupte overheid.

Genealogisch spoorzoeken aan de hand van foto’s is de kern van de bijdrage van Peter Eyckerman over een carte de visite van H.J. Tollens. Deze fotograaf was actief in Dordrecht, Roermond en Eindhoven. Van de ooit gemaakte carte de visite-foto’s is bij het overgrote deel niet te zeggen wie er is afgebeeld. De portretfoto was tenslotte niet meer alleen voor de allerrijksten weggelegd. Met een paar aanknopingspunten kan toch onderzoek gedaan worden naar de herkomst en de geportretteerden. Kleding, meubilair en de achtergrond kunnen, als je over meer foto’s uit hetzelfde atelier beschikt, van dienst zijn bij de datering. Ook de informatie over de fotograaf op de foto kan ons meer vertellen. En bestaat er een vermoeden van de geportretteerde dan heb je met genealogische data wellicht de sleutel in handen. Of als er een andere foto van de geportretteerde is overgeleverd. Maar dan moeten wel alle puzzelstukjes passen….

Drie artikelen met een totaal verschillende invalshoek; goed geschreven en prettig leesbaar. Zit er iets overeenkomstigs in? Ja! Brabant.

Vindplaats: T 09700

donderdag 12 maart 2020

Terugblik boekpresentatie “Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter”. Oorlogsbelevenissen uit Waalre

Op woensdag 19 februari jl. is in Het Huis van Waalre het door de Brabant-Collectie en Stichting Devotionalia uitgegeven boek Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter: Het dagelijks leven van de familie Bijnen in Waalre in ’40-’45 aan het publiek gepresenteerd. Het was een geslaagde happening met een opkomst van meer dan 80 personen.


Deze publicatie gaat over het wel en wee van het gezin van Jan en Jacoba Bijnen-van Mierlo in de Tweede Wereldoorlog. Het dagboek van dochter Jacoba Bijnen (1923-2006), brieven van én aan zoon Paul Bijnen (1920-1999) en een selectie familiefoto's vormden de bronnen bij het samenstellen van deze publicatie door Tony Vaessen en Ad van Pinxteren, beide medewerkers van de Brabant-Collectie.
Ceremoniemeester Tony Vaessen begroet alle aanwezigen
© Paul Slot
 Familieleden van Jacoba Bijnen op de eerste rij (linkerfoto)
Familieleden en bekenden van familie Bijnen (r
echterfoto)
© Paul Slot
Ceremoniemeester Tony Vaessen gaf het woord aan de gastheer. Burgemeester Jan Brenninkmeijer heette iedereen welkom en liet duidelijk merken dat hij gegrepen was door dit boek. Hij ging dieper in op het zilveren huwelijksfeest van Jan Bijnen en citeerde veelvuldig uit het dagboek van Jacoba. Brenninkmeijer maakte ons deelgenoot van de volgende vragen waarmee hij bleef zitten: hoe ging het verder, wat is er gebeurd met Klaas Dekker, waarom is Jacoba gestopt met het dagboek?
Welkomstwoord door Jan Brenninkmeijer, burgemeester Waalre
© Paul Slot
Vervolgens kreeg Jacqueline Lavrijssen (dochter van Jacoba Bijnen) het woord en trakteerde de zaal op talrijke anekdotes. Ze sloot af met het typerende ‘Dan vuulde dè ge ouwer wordt’ (inclusief mimiek) van haar oom Pau.
Jacqueline Lavrijssen vertelt anekdotes over haar moeder Jacoba
 en ome Pau aan de hand van fragmenten uit dagboek en brieven
© Paul Slot
V.l.n.r.: Tiny & Jetty Dereumaux en Maaike & Ton Lavrijssen
(NB: Jetty en Ton zijn kinderen van Jacoba)
© Paul Slot
Mireille Vaessen verzorgde het intermezzo. Zij droeg gedichten van Guido Gezelle en Dirk Camphuyzen voor uit het dagboek en zong het fietsliedje ‘Blonde mientje’ van Snip en Snap. Daarna volgden enkele zeer fraaie Franse chansons en het Ave Maria van Gounod. Ze eindigde met een soldatentragedie, waarvan de tekst geschreven is door Paul Bijnen.
Mireille Vaessen zingt liedjes en draagt 
gedichten voor uit het dagboek
© Paul Slot
Burgemeester Jan Brenninkmeijer nam uit handen van Tony Vaessen het eerste exemplaar in ontvangst. Alle kinderen van Jacoba Bijnen (Jacqueline Lavrijssen in het bijzonder), de leden van het projectteam bestaande uit Ad van Pinxteren, Emy Thorissen en Paul Slot, evenals Mireille Vaessen ontvingen ook de publicatie.
Overhandiging van het eerste exemplaar van het boek aan burgemeester Brenninkmeijer (linkerfoto)
Het boek wordt aan de genodigden getoond. Op de achtergrond medeauteur Ad van Pinxteren (rechterfoto)
© Paul Slot
Marjan Brans en Annette Verstappen ontvangen een
exemplaar uit handen van Tony Vaessen (linkerfoto)
(NB: Marjan, Annette en Jacqueline zijn dochters van Jacoba)
Jacqueline Lavrijssen wordt extra in het zonnetje gezet. Zij was de drijvende kracht
achter het achterhalen van de namen bij de familiefoto’s (rechterfoto)
© Paul Slot
Na de bijeenkomst hieven de aanwezigen het glas en velen maakten van de gelegenheid gebruik het boek ter plekke aan te schaffen.
Enthousiaste gesprekken na afloop van de uitreiking van het boek (linkerfoto)
Marjan Brans en Coleti van Mierlo, een nichtje van Jacoba Bijnen (rechterfoto)
© Paul Slot
Ben u ook geïnteresseerd in dit boek? Bekijk in de advertentie hoe u het boek kunt bestellen.

maandag 10 februari 2020

Boekpresentatie “Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter”. Oorlogsbelevenissen uit Waalre

Op woensdag 19 februari wordt in het Huis van Waalre de publicatie Je kunt niets meer krijgen, nog geen schoenveter. Het dagelijks leven van de familie Bijnen in Waalre in ’40-’45 ten doop gehouden. In het boek dat 160 pagina’s telt, wordt verhaald over het reilen en zeilen in het gezin van Jan en Jacoba Bijnen-van Mierlo tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit gebeurt aan de hand van een drietal bronnen. De meest uitvoerige bron is het dagboek van dochter Jacoba Bijnen (1923-2006). Daarnaast zijn er brieven van én aan zoon Paul Bijnen (1920-1999) en wordt het geheel geïllustreerd aan de hand van een selectie familiefoto’s. 
Mieke, Riek, Jo, Paul en Jacoba Bijnen, met Kees Verhoeven, Wim Jansen en andere Waalrenaren vieren op de markt de bevrijding met Engelse soldaten. Alle meisjes dragen een (feest)strik in het haar en diverse mannen dragen om de arm een band van de Partizanen Actie Nederland
© Brabant-Collectie | Tilburg University
Jacoba start haar dagboek op 1 januari 1940. Elders in Europa is de oorlog dan al losgebarsten en Jacoba voelt de dreiging ook in Nederland toenemen. Zij schrijft behalve over haar dagelijkse en alledaagse bezigheden ook over de oorlog. Naast de mobilisatie, het kazerneleven van broer Paul, voedselschaarste, de militaire aanwezigheid, bombardementen en Arbeitseinsatz komen ook familiebezoek, uitstapjes te voet of op de fiets, kerkbezoek, favoriete muziek, handwerken voor de missie, het weer, lezen, het Koninklijk Huis, verjaardagen en sterfgevallen, jongens, kleding kopen etc. aan bod. De teksten in de vijf bewaard gebleven schriftjes geven een inkijkje in het geleefde én gevoelde leven van een jongvolwassene in de oorlogsjaren in Waalre. De nabijheid van en het gericht zijn op de grote stad, Eindhoven, komt goed naar voren in zowel de oorlogsverhalen als het dagelijks leven.
Poseren voor de MK VII Churchill tank bij de Edah-winkel aan de Stationstraat in Waalre, 11 februari 1945: staand: Riek, Jo en Jacoba Bijnen, soldaat Frans Lavrijssen, Mieke Bijnen, Engelse soldaat; zittend: Kees Verhoeven, Coleti van Mierlo, Herman van Diessen en een Engelse soldaat
© Brabant-Collectie | Tilburg University
De correspondentie van én aan Paul Bijnen is interessant omdat hij, de enige zoon in het gezin, begin 1940 wordt opgeroepen voor militaire dienst. Na de machtsovername door de Duitsers keert hij echter al na een paar maanden met groot verlof huiswaarts. De vriendschappen die hij in dienst opdoet, zorgen tijdens de oorlogsjaren voor een levendige correspondentie. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, gaat het schrijven en verzenden op een zeker moment met de nodige voorzichtigheid en geheimzinnigheid gepaard.
Groepsportret van rekruten met een aantal meisjes: Paul Bijnen (met de poppenwagen rechts)
en Wim Jansen (met hond)
© Brabant-Collectie | Tilburg University
Voor de publicatie is uit de drie bronnen een selectie gemaakt door Tony Vaessen en Ad van Pinxteren. Familie en mensen uit de Waalrese gemeenschap zijn betrokken geweest bij het identificeren van personen op de foto’s. De uitgave is vormgegeven door Miek Saaltink van Oer Ontwerp en is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Uitgevers zijn de Brabant-Collectie/Tilburg University en Stichting Devotionalia.

Graag nodigen beiden u uit aanwezig te zijn bij deze boekpresentatie en overhandiging van het eerste exemplaar aan burgemeester Jan Brenninkmeijer.

Datum: woensdag 19 februari 2020
Tijdstip: Inloop vanaf 15.30 uur; aanvang om 16.00 uur
Locatie: Huis van Waalre, Koningin Julianalaan 19, 5582 JV Waalre


maandag 13 maart 2017

Brabant-Collectie bij 'Mensen en hun geschiedenis' in Mill

Op zondag 2 april neemt de Brabant-Collectie deel aan het evenement 'Mensen en hun geschiedenis' in het Cultureel Centrum Myllesweerd in Mill. Geïnteresseerden kunnen presentaties en lezingen bijwonen en een informatiemarkt bezoeken om meer te weten te komen over onderzoek naar familieverleden en over de geschiedenis van Oost-Brabant. Ook het Brabants Historisch Informatie Centrum, de Nederlandse Genealogische Vereniging, de heemkundeverenigingen van gemeente Mill en het Senioren Hobby Centrum  zijn aanwezig in de theaterzaal. In de Tuinkamer worden parallel lezingen verzorgd over geschiedenis en stamboomonderzoekDe rijke collectie historische stukken van Heemkundevereniging Myllesheem uit Mill en bijzondere materialen uit de Brabant-Collectie worden in de afgescheiden vergaderruimtes getoond. Deskundigen zullen aanwezig zijn om toelichting te verstrekken.
Datum/tijd: zondag 2 april 2017 van 11.00 - 17.00
Adres: Cultureel Centrum Myllesweerd, Kerkstraat 3, 5451 BM Mill 
Toegang: gratis

maandag 14 december 2015

Leven in de brouwerij: Belevenissen van een Brabantse brouwersfamilie in en om Aarle-Rixtel

Jola Prinsen heeft het boek dat haar beide ouders (Jan Prinsen en Lia Prinsen-Holland) in 1996 schreven over vier generaties Prinsen in en om Aarle-Rixtel alsnog uitgebracht. Het plan voor publicatie in kleine kring verdween bij hun overlijden in de spreekwoordelijke lade. Als een eerbetoon aan haar ouders en met hulp van haar zussen is deze uitgave nu wel verschenen.

In de humoristische schrijfstijl van vader Jan Prinsen, oudste zoon van Johan Prinsen, maken we kennis met Cornelius Princen, die rond 1800 als brouwer wordt aangesteld op Kasteel Croy, waar hij het bezoek van koning Lodewijk Napoleon meemaakt. Zoon Martinus begint in 1857 in de kom van Aarle-Rixtel, tegenover de kerk, bierbrouwerij en logement De Zwaan, later overgenomen door kleinzoon Henri Trudo. De vierde generatie, in de persoon van Johan Prinsen, heeft weinig interesse voor de brouwerij. Na diverse omzwervingen buiten de regio keert Johan rond 1930 terug naar Aarle-Rixtel. In de gebouwen van de toenmalige brouwerij wordt dan een puddingpoederfabriek gevestigd.

Door dit familieverhaal, dat leest als een roman, klinkt de verbondenheid van de Prinsens met de Aarlese dorpsgemeenschap: in de politiek en het verenigingsleven. Het boek wordt verlevendigd met brieven, persoonlijke notities, aktes en foto’s.

Meer boeken over genealogie en familiegeschiedenis vindt u in de rubriek BRA Z8.

Vindplaats: BRA Z8 PRIN 2015. .......

maandag 11 maart 2013

Chaos in het Paradijs: de Hollandse Franssen

Chaos in het paradijs is een boek over de belevenissen van een groot muzikaal gezin (13 kinderen) uit Eindhoven. In de jaren '60 en '70 trad de familie Franssen, onder leiding van moeder en zang- en muziekpedagoge Carla, veelvuldig op. Niet alleen live, maar voor radio en tv. Zo traden ze in 1971 op in het populaire kinderprogramma 'Stuif es In', waar ze de Gouden Stuiver wonnen. Ook brachten ze een langspeelplaat uit die goed verkocht. Het gezin van dokter Franssen woonde in de Paradijslaan in Eindhoven en gaf regelmatig optredens. Het gezin stopte in 1980; de meeste kinderen waren toen inmiddels beroepsmatig met muziek bezig. Een aantal van hen (Olga, Bess, Hein en Helma) heeft een conservatoriumopleiding gevolgd en gekozen voor een loopbaan in de muziek. Porgy Franssen ging naar de Toneel Academie en is een bekend acteur. In 2008 zong Carla Franssen-Heymans (toen 86) in de tv-show van Paul de Leeuw nog 2 liederen! Naar aanleiding van haar 90ste verjaardag in 2012 kwam dit boek uit met herinneringen uit de vroegere jaren.

Meer boeken over familiegeschiedenis vindt u in de rubriek BRA Z8.

Vindplaats: BRA Z8 SCHA 2012