Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 20 oktober 2011

Bruine kiekendief


Bruine kiekendief in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Milvus aeruginosus, Klem, Koop, of Kiekendief

Voor de bruine kiekendief zijn in de loop der jaren nogal wat namen in omloop geraakt. Naast de hierboven genoemde namen werd de vogel bijvoorbeeld rietwouw en hoanskrobber (hanenschrobber) genoemd. Al deze volksnamen wijzen uit dat de soort goed bekend was bij de plattelandsbevolking.

In de tijd van Nozeman was een andere taxonomie gangbaar dan nu, zoals blijkt uit onderstaand citaat:
“Met deeze verschillende naemen is in verschillende gedeelten onzes Vaderlands de Vogel geheeten, dewelke in het Latyn Milvus, en wel, tot onderscheiding, Aeruginosus gebynaemd wordt, en die van den gemeenen Wouw verschilt in het maeksel van zynen Staert, zynde naementlyk die van den Wouw Tangs- of Schaerswyze gaepende door de ongelykheid zyner pennen, terwyl de Staert van den Kiekendief even lang in ’t midden als op de zyden, of Gelykpennig is. Tot het geslacht der Valken wordt deeze Vogel t’huis gebragt…”

Tegenwoordig rekent men de bruine kiekendief tot de familie van de havikachtigenis de naam Milvus gereserveerd voor de zwarte en rode wouw en beschouwt men de valkachtigen als een eigen familie. Taxonomie van vogels is altijd een moeilijke zaak geweest. DNA-onderzoek levert inmiddels steeds meer nieuwe inzichten op.

In Nozemans’s tijd was de bruine kiekendief min of meer vogelvrij verklaard en zijn leven vaak niet zeker:
“Veelal staet op deeze Scherpvogelen een prys voor den tuinman, pluimgraef, of vinker, die ze vangt of schiet, op de meeste Buitenplaetsen van uitgestrektheid in Kennemerland, en elders; alwaer niets gemeener is, dan heiningen of rakken te vinden tegen welken, by de andere Roofvogels, de Klemmen met uitgespreidde vlerken vastgenageld zyn. Eene merklyke slachting wordt hier door jaerlyks onder deeze vogelen gemaekt, en niettemin blijven ‘er meer dan genoeg overig die de beminnaers van de Menageriën ontrusten en den Liefhebberen van de Jagt gestadigen afbrek doen.”

De officiële Nederlandse naam, afgeleid van kuikendief, wijst op de voorheen grote impopulariteit van de bruine kiekendief.

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen