Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 22 juni 2020

Koekoek

Koekoek in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 H 01

Cuculus, Canorus: Koekoek

Cornelis Nozeman roemde de koekoek als de aankondiger van de lente: "Zie hier den Uitroeper van 't saizoen, waerin de Natuur, door de koude van den Winter als verstyfd en werkeloos gemaekt, alles opnieuw verlevendigt. Naeulyks begint ons de Lieve Lente aen te lagchen, of men hoort den Koekoek zyn' ouden zang vernieuwen, bynae in alle oorden van de wereld." Als je geluk hebt, kun je de roep van de koekoek nu misschien nog horen. Vanaf een hoge zitplaats roept het mannetje zijn eigen naam om zijn territorium te claimen. Maar de kans is groot dat hij op dit moment alweer vertrokken is naar Afrika. In Nozemans tijd was overigens nog niet zoveel bekend over de verre reis die deze vogel aflegt. Hij schrijft: "Men ziet hier ten lande de vliegende Koekoeken geene groote einden wegs afleggen: schynende zy 't met vliegen niet lang achter een te kunnen uithouden. In de maend Mey passeeren (schryft de Heer Godeheu de Riville aen den Heere De Reaumur) de Koekoeken het Eiland Maltha; uit welk bericht sommigen dan besluiten, dat deeze Vogelen weezenlyk naer warmer Landen verhuizen."
Maar er is iets bijzonders aan de hand met die koekoek. Het vrouwtje broedt niet zelf haar eieren uit, maar legt deze in het nest van een zogenaamde waardvogel aan wie de verdere verzorging voor het nageslacht wordt overgelaten. Belangrijkste 'pleegouders' zijn in Nederland momenteel de kleine karekiet, heggenmus, graspieper, en witte en gele kwikstaart. De koekoek wordt in dit kader ook wel een broedparasiet genoemd. Het is niet zo verwonderlijk dat in Nozemans tijd vreemd tegen dit gedrag werd aangekeken.
Nozeman schrijft: "... een verschynsel anders, naer 't oordeel van den beroemden Heer Willughbey zo ongerymd en wandrochtelyk, dat hy de waerheid daervan niet geloofd zou hebben, indien hy de zelve niet met eigen' oogen had aenschouwd: Het was by hem eene volslagen afwyking van de zoo eindeloos wys verordende Natuurwet, volgens welke was vastgesteld, dat de Moedervogelen, is 't noodig, een Nest maeken, ten minsten haere eigenen Eijeren uitbroeden, en voorts haere uitgekoomene jongen opbrengen. - De dagelyksche ondervinding leert standvastig, dat de Koekoeken eene uitzondering op die Natuurregel maeken." 
Maar Nozeman vindt het ook een slimme zet van de koekoek: "En het is aenbiddelyk wys, en in de gadeloos heerlyke en schoone Huishoudinge der Natuur verwonderlyk welgeschikt, dat een vogel, die, om andere redenen, werdt onbekwaam gelaeten tot de Broeding, met een overleg werdt begiftigd om dat gebrek te verhelpen, en langs den zoo even gezegden weg de voortzetting van zyn geslacht door den dienst van anderen te bevorderen en geregeld te onderhouden."
Dat de tactiek van de koekoek overigens niet altijd succesvol is, constateerde Nozeman zelf:
"Op den grond, in 't gras, naest een bynae voltooid nestje van een Haverkneu, vond ik omtrent het einde van Meymaend het hier afgetekend Ey der Koekoek, en korte stonden daer nae lag ter zelfder' plaets het tweede. De Haverkneu of Gors had, denklyk, deeze Eijeren, in zyn afweezen in het nest gelegd, daer buiten geworpen. Het paer Koekoeken, welk dus vruchteloos zyn broed aen dit vogeltje had willen opdringen, hieldt zig omstreeks het nest zeer onrustig op, vliegende, onder een vreemd geluid, en onder den dreigenden aenval der Gorzen, van den eenen tak op den anderen."

Vindplaats: KOD 041 H 01

Geen opmerkingen:

Een reactie posten