Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

zondag 4 september 2011

Nieuwe blogreeks: Nederlandsche vogelen


Titelpagina van:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven

KOD 041 G 01

Veilig geborgen in de kluis van de Brabant-Collectie liggen de 5 kloeke delen van Nederlandsche vogelen; volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven. Door kenners wordt dit werk uit de 18e eeuw beschouwd als het mooiste dat op dit gebied in Nederland is gemaakt. Het bevat prachtige kleurenillustraties en de beschrijvingen zijn vaak levendig en interessant. Reden voor de Brabant-Collectie deze werken onder de aandacht te brengen in deze nieuwe blogreeks. Vanaf donderdag 8 september a.s. zal tweewekelijks een vogelsoort uit deze boeken belicht worden.

Cornelis Nozeman (1721-1786), remonstrants predikant met interesse voor natuurwetenschappen en biologie, nam het initiatief tot de vervaardiging van het vogelboek. Hij was een uitstekend veldornitholoog. Naast een uitgebreide bespreking van het vederkleed beschreef hij broedgewoonten, eieren en habitat van de vogelsoorten. De gekleurde platen werden verzorgd door Christiaan Sepp, tekenaar, graveur en cartograaf in Amsterdam.
In de inleiding van deel 1 staat: “’K heb eenen knaep in myn’ dienst die ’t kunstje meesterlyk verstaet van de broedende vogelen op het Nest zelf te vangen. Zoo drae hy ze aenbrengt worden ze naer ’t leeven uit getekend.” Het boek werd uitgegeven door Sepps zoon Jan Christiaan, boekverkoper, graveur en kenner op het gebied van de biologie. In 1770 verscheen het eerste deel. Dit boek bevat vijftig grote gravures (27,5 x 42 cm) die steeds, zoveel mogelijk levensgroot, één vogel afbeelden, vaak met nest en eieren. Iedere vogel krijgt een paar bladzijden verklarende tekst. Een gegraveerd en ingekleurd titelblad (34,5 x 50 cm) maakt het geheel compleet.
De opzet was in 5 delen 250 inheemse vogelsoorten te behandelen. Men zag er vanaf dit per vogelfamilie te doen, want dan zou uitgave moeten wachten tot alle families compleet waren.
In 1775 overleed Christiaan Sepp; zijn rol werd overgenomen door zijn zoon Jan Christiaan. Nozeman overleed in 1786, vóór de voltooiing van deel 2 in 1789. Een groot deel van de beschrijvingen voor deel 2 had hij toen al klaar. De rest werd verzorgd door Martinus Houttuyn, die ook de teksten voor deel 3 verzorgde (gepubliceerd in 1797). Na het overlijden van Houttuyn in 1798 duurde het tot 1809 voor het vierde deel verscheen, zonder de naam van de tekstschrijver. De onderneming werd in 1829 voltooid door Jan Sepp, de zoon van de in 1811 overleden Jan Christiaan. Minder kunstzinnig en minder geleerd dan zijn vader en grootvader, steunde hij op anderen: een groot aandeel werd geleverd door Coenraad Jacob Temminck (1778-1858), die een befaamd kabinet van natuurhistorische curiosa bezat. Aldus verscheen het vijfde en laatste deel 59 jaar na het verschijnen van deel 1.

Bronnen:

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen