Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts tonen met het label handschriften. Alle posts tonen
Posts tonen met het label handschriften. Alle posts tonen

maandag 1 oktober 2018

De archeologie van het handschrift

De Brabant-Collectie bevat een voor onderzoek en onderwijs interessante verzameling handschriften en fragmenten, waaronder ook een aantal fraaie exemplaren uit de middeleeuwen. Het oudste document bestaat uit twee perkamenten fragmenten uit de Spieghel Historiael van de Vlaamse dichter Jacob van Maerlant. Ze dateren uit ca. 1325-1350 en zijn in 1858 ontdekt bij een restauratie; ze fungeerden toen als scharnieren in de boekband om twee incunabelen.
Fragment van de Spiegel Historiael
Jacob van Maerlant
[Brugge of Damme], ca. 1325-1350
Brabant-Collectie / Tilburg University, KHS FRAG 1a-b
De Brabant-Collectie draagt ook zorg voor beheer en behoud van de handschriften van de Universiteitsbibliotheek van Tilburg University. Deze zijn afkomstig uit de collecties van het Grootseminarie Haaren en de minderbroeders Kapucijnen uit ’s-Hertogenbosch. In de jaren negentig zijn de collecties handschriften voor het eerst wetenschappelijk beschreven volgens de toen geldende normen.
Het lag daarom voor de hand dat een medewerker van de Brabant-Collectie dit jaar de meerdaagse cursus van de Summerschool aan de Universiteit van Amsterdam ging volgen. Jos Biemans, emeritus hoogleraar Boekwetenschap en Handschriftenkunde van de middeleeuwen aan de UvA, besteedde hierin aandacht aan de ‘Archeologie van het middeleeuwse met de hand geschreven boek’. Enthousiast loodste hij de deelnemers (conservatoren, informatiespecialisten, masterstudenten, maar ook een boekrestaurator en een vormgever) gedurende vijf dagen langs de geschiedenis, productie en vormgeving van het handgeschreven boek. De kern van zijn betoog was dat het onderzoek naar middeleeuwse handschriften multidisciplinair moet zijn. Specialisten van verschillende disciplines verrichten onderzoek naar uiteenlopende aspecten van het handschrift: materiaal, schrift, decoratie, watermerk, miniaturen, boekband, herkomst en tekst. De resultaten kunnen ons meer vertellen over het belang van een handschrift. Biemans verschafte eveneens inzicht in de huidige stand van het onderzoek binnen de boekwetenschap. Ter illustratie van zijn verhaal gebruikte hij unieke stukken uit de collectie van de UvA.
Op handschriftelijk gebied hebben de Brabant-Collectie en de Universiteitsbibliotheek zonder meer heel veel te bieden: ongeveer zeshonderd handschriften en archivalische bronnen van de middeleeuwen tot heden. Daarnaast bevat de collectie heraldische bronnen, kronieken, theologische geschriften, plaats- en reisbeschrijvingen, afschriften (kopieën) van zowel manuscripten als oorkonden én maar liefst tweeduizend brieven. Een formidabele bron voor multidisciplinair onderzoek en onderwijs.

Meditatie- en Gebedenboek
's-Hertogenbosch, Tertiarissenklooster Bloemenkamp, ca. 1512
Brabant-Collectie / Tilburg University, KHS 14
Getijdenboek
Arnhem, Bethaniëklooster, na 1450
Brabant-Collectie / Tilburg University, KHS 10
Literatuur:

  • J. van de Ven, Handschriften en handschriftfragmenten in het bezit van de Theologische Faculteit Tilburg (Tilburg, 1990)
  • C. Baarda en J. Hermans, Brabantse handschriften. Gerrit van Orden (1774-1854) en zijn schenking van handschriften aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant (Tilburg, 1992)
  • J.M.M. van de Ven, Over Brabant geschreven. Handschriften en archivalische bronnen in de Tilburgse universiteitsbibliotheek. Deel 1. Middeleeuwse handschriften en fragmenten. Miscellanea Neerlandica VIII (Leuven, 1994)
  •  L.S. Wierda, Catalogus van de handschriften, incunabelen en postincunabelen uit het bezit van de orde der minderbroeders-Kapucijnen in Nederland, nu aanwezig in de Bibliotheek van de Theologische Faculteit Tilburg. Miscellanea Neerlandica XXXVI (Leuven, 2006)

woensdag 12 juli 2017

Handschrift Jac Vos

Onlangs heeft de Brabant-Collectie middels schenking het handschrift Een boerenleven: ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van West-Noord-Brabant over de laatste 70 jaren van Jac Vos verworven.
Titelpagina

Portret van Jac Vos (1871-1948)
Fotograaf: onbekend
(Collectie Joseph Vos)

Jac Vos, geboren in gemeente Roosendaal en Nispen op 13 juli 1871 en aldaar overleden op 17 december 1948, stamde uit een katholieke familie van welgestelde boeren. Hij was eveneens landbouwer en veefokker tot 1927. Zijn boerderij bevond zich aan de Vinkenbroeksche straat 3.

De door Jac Vos gebouwde boerderij, 1926
Prentbriefkaart
(Collectie Joseph Vos)
Na zijn terugtrekking uit het bedrijf wijdde Jac, ook wel Ko Vos genaamd, zich verder aan talrijke bestuurlijke functies in regionale landbouworganisaties. Hij was o.a. 40 jaar voorzitter van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond, afdeling Roosendaal en ruim 20 jaar actief in het hoofdbestuur. In Roosendaal richtte hij de Boerenleenbank op en bleef ruim 40 jaar voorzitter. Dezelfde rol bekleedde hij voor de R.K. Landbouwwinterschool. Vos was oprichter en voorzitter van de fokcentrale in Roosendaal en medeoprichter en voorzitter van de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek Roosendaal tot de fusie met ‘De Dinteloord’ en Zevenbergen. Als pleitbezorger van de boeren had hij tevens politieke aspiraties. Van 1897 tot 1927 was hij gemeenteraadslid in Roosendaal en Nispen. Van 1923 tot 1927 was hij Provinciale Statenlid en 8 jaar lang belangenbehartiger in de Tweede Kamer voor de fractie van de Roomsch-Katholieke Staatspartij tijdens het interbellum (1925-1933). Zowel zijn voorouders als zijn nakomelingen hebben een rol gespeeld in het lokale bestuur en daarbuiten. Eind jaren vijftig is er een straat in de nieuwe wijk Westrand naar Vos vernoemd. Die straat ligt niet ver van zijn laatste woonhuis aan de Wouwscheweg 1a, gebouwd door Jac. Hurks.

Het in een omslag gestoken, losbladige handschrift bestaat uit 147 pagina’s en dateert vermoedelijk van vóór 1940. Het betreft een minutieuze beschrijving van het boerenleven, de omvang (aantallen en soorten vee, oppervlakte van de bedrijven en inrichting van de gebouwen), het teeltplan (soorten gewassen), de werkzaamheden het jaar rond, de gebruiken, de cultuur, maar ook de ontwikkelingen binnen de bedrijven en op bestuurlijk niveau (opkomst landbouwcoöperaties).
Pagina 1 uit het handschrift: Algemeen overzicht
Het handschrift zal waarschijnlijk gediend hebben voor de artikelen die Vos in het Jaarboek De Ghulden Roos publiceerde: 
  • ‘Boekweitfooi: bijdrage tot de studie van den ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van Westelijk Noord-Brabant’, in: Jaarboek nr. 1 (1941), p. 101-104. 
  • ‘Uitvindingen in onze streken op het terrein van den landbouw: bijdrage tot de studie van den ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van Westelijk Noord-Brabant’, in: Jaarboek nr. 3 (1943), p. 58-60.
Zijn teksten kunnen bijvoorbeeld fraai geïllustreerd worden met prentbriefkaarten van het Brabants Dorpsleven.
Brabantsch Dorpsleven: Het dorschen van boekweit
J.H. Schaefer's Platino Uitg.  Amsterdam 
0102|17
Prentbriefkaart, 1917

Pagina 26 uit het handschrift: Het blekken of schillen van eikenhout

Eikschillers in het bosch
Uitgever en fotograaf: A. van Erp, Ginneken, vóór 1907
Prentbriefkaart
Naar verwachting zal eind 2017 zowel het handschrift als het typoscript (158 pagina’s) via de Brabant Cloud digitaal beschikbaar gesteld worden (fulltext doorzoekbaar).

Literatuur:
Bij het overlijden van Jac Vos plaatste het Brabants Nieuwsblad (18 december 1948) een uitgebreid artikel.

Verwijzingen naar (teksten van) Jac Vos in:
  • Ir. A.H. Crijns en prof.dr. F.W.J. Kriellaars, ‘Het gemengde landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord- Brabant 1800-1885’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel LXXII), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1987. Zie p. 229, 247, 267, 273.
  • Ir. A.H. Crijns en prof.dr. F.W.J. Kriellaars, ‘Ontwikkeling en verandering in de agrarische sector’, in: Geschiedenis van Noord-Brabant, deel 2 (1890-1945, Emancipatie en industrialisering), Amsterdam / Meppel: Boom, 1996. Zie p. 162-182.
  • Ir. A.H. Crijns, ‘De grote ommekeer in de agrarische sector’, in: Geschiedenis van Noord-Brabant, deel 3 (1945-1996, Dynamiek en expansie), Amsterdam / Meppel: Boom, 1997. Zie p. 148-167.
De bestuurlijke rol van Jos Vos in Roosendaal en West-Brabant wordt beschreven in: 
  • Dr. L.J.P. van Gastel, ‘Roosendaal tussen platteland en stad’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel C: A 1770-1900), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1995. Zie p. 101-102, 284, 341.
  • Dr. J.J.A.M. Gorisse, ‘Roosendaal tussen platteland en stad’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel C: B 1900-1970), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1995. Zie p. 14, 19, 30, 66, 112, 114, 168, 227. 

donderdag 1 december 2016

Een modieus reisverslag

De Brabant-Collectie bezit een bijzonder fraai geïllustreerd reisverslag van advocaat Pieter Verbruggen (1735-1786). Het betreft een handgeschreven egodocument, waarin een reis van Den Haag naar Noord-Brabant, Gelderland en Kleef en vice versa minutieus wordt opgetekend. Doel van de reis was verpachting van de tienden in Breda en Den Bosch. Het reisgezelschap bestond uit Th. Schrevelius en J.A. Appelman, gedeputeerden uit de Raad van Staten, met hun echtgenoten, als ook mevrouw Knibbe, mejuffrouw E. van Romond en de heren J. Crucius en P. Verbruggen. Eveneens is dit Journaal voorzien van zes gewassen pentekeningen. Twee hiervan geven vooral de eigentijdse kleding en accessoires goed weer. Indien de datering van dit reisverslag niet bekend was, zou het aan de hand van de kleding rond 1770 toegeschreven kunnen worden.
Uit: Pieter Verbruggen, Journaal van een Reys na Breda en ’s-Bosch tot het verpagten der tienden, 1767
Handschrift
Vindplaats; KHS B 89
We zien vijf personen wandelen langs een laan in het Mastbos in Breda. Op de achtergrond zijn twee reiskoetsen met een dubbel paardenspan zichtbaar. 
In de zeventiende-eeuwse Franse barok met de torenhoge pruiken en het lange silhouet was het hof van Versailles bepalend op modegebied. In de achttiende eeuw gold dit ook, maar we zien dat na de dood van Lodewijk XIV in 1715 de vrouwenkleding losser en de lijnen vloeiender worden. Het kledingsilhouet voor zowel man als vrouw kreeg een horizontaal accent en liep uit in de breedte. We zien dit bij de japonnen van de beide vrouwen in het Mastbos. Zij dragen een ‘robe à la franҫaise’, vergelijkbaar met deze afbeelding. Met behulp van heupkussens van hoepels of baleinen (‘paniers’) werden de rokken horizontaal gedrapeerd. Dergelijke japonnen hadden een vierkante halslijn en waren open. Dat wil zeggen dat de rok aan de voorzijde een opening had, waardoor de onderrok zichtbaar was. Het lijfje was voorzien van een V-vormige opening. De mouwen liepen door tot ongeveer de elleboog. De hemdsmouw, rijkelijk afgezet met aangerimpelde stroken kant (‘engageantes’), kwam daaronder tevoorschijn (zie hieronder de dame bij A en B).  Het was chic om zowel bij de manchetten, de halslijn en het kapje hetzelfde kant toe te passen. Vanaf 1770  gingen de vrouwenkapsels sterk de hoogte in en werden de paniers vervangen door de cul de paris, waarmee de achterzijde van de japon omhoog werd gebracht.
Kleding voor een dame en haar dienstmeisje
Detail uit Naaister
In: D. Diderot, J-B. le Rond d'Alembert e.a., Encyclopédie, ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers,
A Paris: Briasson [etc.], 1751-1780
Planches Supplément. La Couturière, pl. 117
Vindplaats: TRE R 43 / Pl. Suppl.
De dame links op de afbeelding in het Mastbos draagt een fichu. Dit is een vierkante halsdoek van mousseline, linnen of zijde, die dubbelgevouwen over de schouders werd gedragen. Zij draagt een puntig kapje. De dame rechts draagt een hoed met decoratie en een donkere mantel over haar jurk. Zij heeft een waaier in haar handen. De vouwwaaier is in de loop van de achttiende eeuw een onmisbaar attribuut geworden voor de vrouw. Het bood de jonge vrouwen veel extra uitdrukkingsmogelijkheden, doordat met de verschillende standen van de waaier allerlei boodschappen konden worden overgebracht. Een gesloten waaier aan een gestrekte arm betekende bijvoorbeeld 'U kunt gaan'. Eind zeventiende eeuw waren de waaiers kleiner dan het hier getoonde exemplaar. Tegen het einde van de achttiende eeuw wordt de waaier meer en meer vervangen door een parasol. In Nederland werden waaiers verkocht door ivoordraaiers, op kermissen en jaarmarkten of in galanteriewinkels en in ‘Franse’ winkels.
De drie mannen hebben op hun hoofd een driepuntige steek (tricorne). Verder dragen zij een rokjas tot knielengte, daaronder een vest met een overdaad aan kant bij de halsopening, een kniebroek, kousen en schoenen.
Uit: Pieter Verbruggen, Journaal van een Reys na Breda en ’s-Bosch tot het verpagten der tienden, 1767
Handschrift
Vindplaats; KHS B 89
Op deze tekening genieten drie heren, drie dames en een kind van het zicht op ’s-Hertogenbosch met zijn St. Jan. Bijzonder duidelijk is hier de rijke plooival in de kleding van de dame die we op de rug zien. Deze plooien worden plis Watteau genoemd naar de schilder Antoine Watteau (1684-1721). De jongen is net zo gekleed als de volwassen mannen. Er bestond immers geen aparte kleding voor kinderen. Na 1750 wordt het modieus om de driekantige steek onder de arm te dragen, zoals de jongen hier doet. Pruiken waren in de achttiende eeuw heel gebruikelijk. Vermoedelijk dragen de heren een wit gepoederd exemplaar, op de rug samengebonden met een strik. De heer die op het muurtje leunt, draagt om zijn staart een zwart zijden zakje. De heren dragen een tot het middel nauwsluitende rokjas. Vanaf het middel liep die jas door een aantal splitten klokkend omlaag tot aan de knieën en droeg daarmee bij aan het uitlopende kledingsilhouet. De kraag van de rokjas was smal of helemaal niet aanwezig. Het voorpand van de jas was voorzien van een lange rij knopen (zie hieronder figuren 1, 2 en 12). Eerst waren de manchetten heel breed, maar tegen het eind van de eeuw werden zij steeds smaller. Ook bij de man kwam de hemdsmouw - afgezet met hetzelfde kant als dat van zijn jabot - uit zijn manchet te voorschijn. Een al dan niet geborduurd vest tot halfweg de dijen en een kniebroek van ruime snit (zie hieronder figuren 3 en 4) maakten het mannenkostuum compleet. Na 1735 droeg men een gespsluiting over de kousen (bij de man helemaal rechts net zichtbaar). Tot 1775 bleef deze mannenmode min of meer onveranderd. Daarna liet men zich inspireren door het eenvoudige kostuum van de Engelse landedelman.
Kleermakerij. Kledingstukken van moderne snit
In: D. Diderot, J-B. le Rond d'Alembert e.a., Encyclopédie, ou Dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers, 
A Paris: Briasson [etc.], 1751-1780
Planches IX. Tailleurs d'Habits. Habillements actuels, pl. V
Vindplaats: TRE R 43 / Pl. 9

donderdag 7 april 2016

Bossche boekbanden op de Jeroen Bosch expositie

De Brabant-Collectie heeft een bruikleen verstrekt aan de expositie Jheronimus Bosch: Visioenen van een genie in het Noordbrabants Museum te ’s-Hertogenbosch. Het betreft een uiterst fraaie boekband vervaardigd in de Bossche boekbinderij van de Broeders van het Gemene Leven in de Hinterhamerstraat.
Op deze tentoonstelling zijn maar liefst twee boekbanden van de Broeders van het Gemene Leven te ’s-Hertogenbosch te zien: objectnummer 18 met paneelstempel Christus als Man der Smarten, afkomstig uit de Brabant-Collectie, en objectnummer 95 met paneelstempel van de heilige Hiëronymus van de Universiteitsbibliotheek Nijmegen.

De Fraters of Broeders van het Gemene Leven waren actief binnen diverse onderdelen van het Bossche boekbedrijf. Zij werden ook de ‘broeders van de penne’ genoemd. Ze leverden papier en perkament aan het Bossche stadsbestuur, kopieerden, schreven en verluchtten handschriften. Daarnaast verrichtten ze bindwerkzaamheden voor hun eigen bibliotheek en in opdracht voor diverse kloosters in de omgeving. Vanaf 1525 was het fraterhuis ook actief als drukkerij en verkocht het boeken van andere drukkers uit de stad. De fraters vervaardigden onder andere handschriften voor het Tertiarissenklooster Bloemenkamp achter de Tolburg.
De Brabant-Collectie bezit tenminste zes banden uit de boekbinderij van de Broeders van het Gemene Leven (ook Domus Fratrum Sancti Gregorii genaamd). Beide genoemde banden met paneelstempels zijn aanwezig in de collectie. Echter, de een is meer afgesleten dan de ander.

Op onderstaande band staat een gedetailleerde religieuze voorstelling: Christus is afgebeeld als Man van Smarten. Met gekruiste armen staat hij in een graftombe, omringd door de Arma Christi oftewel lijdenswerktuigen: dwarshout van het Kruis, Kruisopschrift (midden), ladder, speer, hysopstengel met spons, trektang, twee balsemvaten (links), geselkolom met gesel en roede, balsemvat, dobbelsteen (rechts), drie spijkers. De afbeelding is gevat in een venster en voorzien van de spreukband: O vos omnes qui transitis per viam attendite et videte si est dolor similis sicut dolor meus. Naast de paneelstempeling zijn de platten ook versierd met blindstempels: een bloeiende roos met 6 blaadjes in een cirkel en een vierbladige bloem in een ruit. Drie vrijwel identieke banden zijn aanwezig bij de Brabant-Collectie: KHS 9, KHS 14 en KHS 16.
Boekband met paneelstempeling: op voorplat Man der Smarten, 
Broeders van het Gemene Leven, ’s-Hertogenbosch, circa 1500
Papier in kalfsleren band

Handschrift
Jacobus van Gruitrode, Meditatie-en gebedenboek,
Tertiarissenklooster Bloemenkamp: 's-Hertogenbosch, circa 1500 
Vindplaats: KHS 9
Onderstaande boekband is erg afgesleten en gerestaureerd. Met behulp van strijklicht of door het maken van wrijfsels is de voorstelling van de paneelstempel beter te bekijken.
Op het achterplat is de kerkvader Hiëronymus te zien. Hij is gehuld in een lange mantel met kardinaalshoed. In zijn rechterhand heeft hij een opengeslagen boek en in zijn linkerhand een kruisstaf. Een leeuw ligt aan zijn voeten. De voorstelling wordt getoond in een venster. Aan weerszijden staat een monogram DF: Domus Fratrum. Hij wordt omgeven door de tekst: Salve pater flos doctorum. Salve flos decusq[ue] morum inclite Iheronime respice finem.
Zowel Gregorius als Hiëronymus waren destijds de patroonheiligen van de huizen van de Broeders van het Gemene Leven.
Boekband met paneelstempeling: op achterplat patroonheilige Hiëronymus
Broeders van het Gemene Leven, ’s-Hertogenbosch, circa 1516 
Papier in kalfsleren band

Handschrift
Passieverhaal en sacramentsgebeden in het Middelnederlands
Tertiarissenklooster Bloemenkamp: 's-Hertogenbosch,
Vindplaats: KHS 21
Op het voorplat bevindt zich een afbeelding van ‘Onze Lieve Vrouw in de Zon’ oftewel de Onbevlekte Ontvangenis. De blindstempels tonen een gekroond, klimmend leeuwtje in ruit, Franse lelie in ruit met geparelde rand en bladornament in ruit. 
Het op de tentoonstelling getoonde exemplaar is echter niet afkomstig uit Brabant, maar uit het Redemptoristenklooster te Wittem. De band bevindt zich nu in de Universiteitsbibliotheek Nijmegen.

woensdag 21 oktober 2015

Zeldzame uitgave van commentaar Gerard van Zoemeren op het Bossche gewoonterecht

De Brabant-Collectie heeft na overleg met het Stadsarchief 's-Hertogenbosch, het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) en de Tilburgse emeritus-professor Trix Jacobs, specialist in de bronnen van het oud vaderlands recht, bij veilinghuis Henri Godts in Brussel geboden op een zeldzaam manuscript in twee banden van de advocaat en schepen van Den Bosch, Gerard van Zoemeren of ook wel Gerard van Someren (1547-1652). De Brabant-Collectie is nu de gelukkige eigenaar van deze bijzondere uitgave.
Gerardus van Zoemeren, Notata consultissimi ac doctissimi viri Domini Gerardi Van Zoemeren avocati d. consiliarii Eelkens ad consuetudines buscoducensi, s.l., [1640].
KHS D 205 a-b
Het volgende citaat van een zekere Mr. J.V onderschrijft het belang van dit handschrift:
Was van Soemeren gedurende zijn leven de vraagbaak zijner menigvuldige clienten; na zijn dood bleef hij het voor de gehele praktijk. Zijne aanteekeningen op de costuimen, die nimmer gedrukt zijn geweest, waren in handschrift eene behoefte voor elken jonge pleitbezorger en in elke regtsgeleerde bibliotheek was de Merlin van Noord-Braband te vinden … .
Zo valt te lezen op pagina 43 van een levensschets van Van Soemeren onder de titel De regtsgeleerde Gerard van Soemeren in  het tweede deel van Bijdragen tot de geschiedenis, oudheden, letteren, statistiek en beeldende kunsten der Provincie Noord-Braband (1845), geredigeerd door C.R. Hermans, de eerste bibliothecaris van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen.
Consuetudines Jus et Stijlus procedendi Buscoducensis civitatis
Gewoonterecht en stijl van procederen in de stad 's-Hertogenbosch
De titel van het werk luidt Notata consultissimi ac doctissimi viri Domini Gerardi Van Zoemeren avocati d. consiliarii Eelkens ad consuetudines buscoducensi. Het handschrift wordt gedateerd omstreeks 1640. De twee delen, gevat in 19e eeuwse half perkamenten band, bevatten elk meer dan 500 folio’s. Het handschrift was bedoeld voor de schoonzoon van Van Soemeren, Gijsbrecht Eelkens, griffier in Breda.

Het handschrift is van belang, omdat het een vroege autograaf is van vóór 1652 waarvan geen jongere handschriften bekend zijn. Het is een ongepubliceerd rechtscommentaar op de Bossche Costuymen. “Het Nederlandse woord costume is via het middeleeuwse Italiaans afgeleid van het Latijnse consuetudo, dat gewoonte betekent.”, aldus Lijten. Deze rechtsgewoonte is ontstaan door een openbare en vreedzame herhaling gedurende langere tijd. In het begin was het gewoonterecht ongeschreven. Later werd de costume opgetekend. De costume was in de Middeleeuwen in Europa de voornaamste rechtsbron. Pas vanaf de zestiende eeuw werd de wet de voornaamste rechtsbron. De goedkeuring van de costumen hing samen met de Blijde Inkomst van een vorst in een stad, waarbij de vorst een eed aflegde op de lokale rechten en privileges van die stad. 

Karel V verordonneerde in 1531 de officiële redactie van de Vlaamse costumen. Zijn streven was codificatie en homologatie of goedkeuring van het gewoonterecht en een zekere unificatie ervan. Costumen, die door de overheid waren goedgekeurd kregen kracht van wet. In 1546 werd het Bossche gewoonterecht, dat veel verwantschap toont met dat van Mechelen, voor het eerst opgetekend. Later beval Filips II hernieuwde optekening van het gewoonterecht. Voor Den Bosch werd het gewoonterecht voor de tweede keer opgetekend ergens tussen 1570 en 1572. Volgens van Soemeren werden de Bossche costumen tijdens de aanwezigheid van Alva herzien. Ook Albert en Isabella bewogen zich op het terrein van het gewoonterecht. In 1606 droegen zij de stad Den Bosch op om in 1606 hun costumen op te sturen naar de Raad van Brabant. Dat gebeurde vermoedelijk begin januari 1607. Bij het opstellen van deze costumen was Gerard van Soemeren betrokken. Dat gebeurde ook bij een revisie hiervan in 1636.

Marie-José Lijten geeft in haar proefschrift Het burgerlijk proces in stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1530-1811 in bijlage 7 een overzicht van getraceerde handschriften van Gerard van Soemeren. Die heten echter overal Collectanea ad Consuetudines Buscoducenses. In het verworven handschrift staat echter Notata. Lijten geeft in haar lijst aan dat er edities zijn met 24 of met 25 titels (artikelen of hoofdstukken). Het nieuw verworven handschrift bevat echter slechts 23 (!) titels. Die zijn in de twee delen keurig onderscheiden door een tabje aan het begin van elke titel.
De tabjes per titel
De Brusselse advocaat in de Raad van Brabant, Pierre Verhagen (1767-1835), voegde in het nieuw verworven exemplaar van het handschrift zijn commentaar toe. Ook was hij de schrijver van de los bijgevoegde inhoudsopgave: Table des matières : Notata consultissimi ad doctissimi viri Dni Gerardi van Zoemeren hoc D. Conciliarii Eelkens ad Consuetudines Buscoducenses ad usum advocati Verhagen junioris Bruxellis residentis anno 1790 qui aliquas addidit notas pro at quotidie inciderunt. In deze inhoudsopgave worden in het Latijn eveneens 23  hoofdstukken genoemd. 

De Brabant-Collectie bezit verschillende handschriften en gedrukte edities van de Bossche costumen. Jeroen van de Ven beschrijft in zijn Over Brabant geschreven, in deel II uit 1994 vanaf p. 226 bij de catalogus nummers II, 216 t/m II, 231 de 16 verschillende handschriften van Collectanea ad Consuetudines Buscoducensis van Van Soemeren in bezit van de Brabant-Collectie. 
De eerste gedrukte tekst van de Bossche costumen is te vinden in het omvangrijke tweedelige werk van Jan-Baptiste Christyn, advocaat bij de Brusselse Raad van Brabant: Brabandts recht dat is generale costumen vanden lande ende hertoghdomme van Brabandt midtsgaders van het hertoghdom van Limborgh stede ende lande van Mechelen met verscheyde ordonnantien reglementen statuten, ende manieren van procederen ... . Antwerpen, Cnobbaert, 1682. Lijten deelt in haar proefschrift mee, dat Christyn niet betrouwbaar is. Dit geldt met name voor de Bossche costuymen. In 1684 werd de derde Bossche redactie van de costumen uit 1606 opnieuw en met minder onjuistheden gedrukt en wel door de Bossche drukker Jan Scheffer (V) Costuymen, ende usantien der hooft-stadt ende meyerye van s'Hertoghen-Bossche. De tekstuitgave werd verzorgd door een lid van de Raad van Brabant, Victor van Beughem. Latere edities verschenen in Den Bosch in 1717 en 1744 bij Petrus  Scheffers en in 1758 bij Antony van Beusecom.
Victor van Beughem, Costuymen, ende usantien der hooft-stadt ende meyerye van 'sHertoghen-Bossche,
s'Hertogen-Bossche : by Jan Scheffers, 1684.
KOD 1684 'S HERT 3
Literatuur:

  • Marie-José Lijten, Het burgerlijk proces in stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch, 1530-1811, Assen : Van Gorcum, 1987. Vindplaats: CBM 280 C 21a en JUR R52 LIJT 1987 
  • Jacobs, B.C.M., Ontsloten bronnen : costumenoptekeningen en andere juridische handschriften in de Brabant-Collectie van de Tilburgse Universiteitsbibliotheek. Noordbrabants historisch jaarboek 19 (2002), p. 117-135. Vindplaats: BRA D NOOR 19

dinsdag 7 oktober 2014

Herinneringsalbum Van Neerven

Soms heeft de melding van een aanwinst in onze nieuwsbrief een volgende aanwinst tot gevolg. Via een particulier heeft de Brabant-Collectie medio september het herinneringsalbum van J.G. van Neerven (1894-1970, voorzitter van de Eindhovense middenstandsvereniging) verworven.

Als blijk van waardering ontving de scheidende voorzitter Van Neerven op 15 februari 1933 - naast een erelidmaatschap - dit album van het bestuur en de leden van de afdeling Eindhoven van de Nederlandse R.K. Middenstandsbond. De reden van zijn vertrek was niet pensionering, maar dat zijn werk als accountant hem boven het hoofd was gegroeid. Hij werd opgevolgd door dhr. J.A.P. Cornelisse (leider van accountantskantoor W. Kreukniet).

De moderne, fraai rood marokijnen band is op de voorkant voorzien van een soort logo [van de Middenstandsbond], een monogram met de gouden letters RKME. Dezelfde preeg bevindt zich ook op de speciaal op maat gemaakte kartonnen doos voor dit album. 
Op de achterkant staat de maker van de boekband vermeld: Firma Wed. J. van der Heijden, Eindhoven. Stralen in rood en paars potlood zijn te zien op de sierpapieren schutbladen. De bladen zijn met de hand ingenaaid.

Dit rijk gedecoreerde huldeboek in schoonschrift is een pastische van een middeleeuws handschrift: ontworpen en uitgevoerd door Harry Hoppenbrouwers. Bekend van de maker is, dat Harry (Hendrikus Bartholomeus Theodorus Maria)  Hoppenbrouwers op 6 januari 1900 te Eindhoven werd geboren. Hij was onderwijzer lager onderwijs en later tekenleraar aan de ambachtsschool in Helmond. Hij overleed op 13 december 1977 te Son.

Het is geschreven met pen en inkt, ingekleurd met penseel en opgehoogd in goud. Het album bestaat uit 11 bladen (gescheiden door vloeibladen) en meet 25,8 x 31 cm. Een vignet met de initialen van de voorzitter wordt op het eerste blad getoond.Het tweede blad is de titelpagina, waarop de opdracht begint, geheel bewerkt naar oude handschriften door Hoppenbrouwers met eigen ontworpen kapitalen en versieringsmotieven (o.a. flora, fauna en wapens). In het rood/blauwe initiaal M zien we de ‘skyline’ van Eindhoven Centrum. Duidelijk herkenbaar zijn de Sint Catharinakerk, het stadhuis op de markt en de torens van de vele fabrieken.


Titelpagina met opdracht
Vindplaats: KHS D 204
Gevolgd door de tekstpagina’s 3 tot 7. Hierin wordt alle lof toegezwaaid voor al het goede dat Van Neerven heeft gedaan voor de Nederlandsche R.K. Middenstandsbond in het algemeen en voor de afdeling Eindhoven in het bijzonder. (NB: In 1933 bedroeg het ledenaantal 409 en 10 vakgroepen). Alle bestuursleden ondertekenden deze huldeblijk:


Pagina 7 met handtekeningen van de bestuursleden
Vindplaats: KHS D 204
De laatste 4 pagina’s bevatten foto’s. De drie foto’s van het bestuur van binnenstad Eindhoven (soms ook met enkele leden) zijn vervaardigd door fotograaf en tevens bestuurslid A.M. van der Heijden. 

Op onderstaande foto zien we de leden van overkoepelende afdeling Groot-Eindhoven, maar ook anderen, zoals de burgemeester en voorzitter van de Kamer van Koophandel, genomen door Moussault en Moussault (oftewel R.K. Persbureau Het Zuiden te ‘s-Hertogenbosch). Te zien zijn: 
Staand van links naar rechts: C. Jolie (met bril), G. Bannenberg (slager), J. van Gorp, J. van Hout, onbekend (2x), P. Laurey, onbekend, Kok, J. van der Heijden (fotograaf), L. Martin, C. de Haan, onbekend, De Haan.
Zittend van links naar rechts: B. Hoppenbrouwers (vice-voorzitter en drogist), kapelaan G. Hamers, Cl. Schellens (voorzitter van de Kamer van Koophandel en textielfabrikant) , Mr. Jurgens (secretaris en jurist), A. Verdijk (burgemeester), J.G. van Neerven (voorzitter), onbekende kapelaan, kapelaan J. Willenborg (geestelijk adviseur), onbekend, P. Beelen, onbekend.

Pagina 10: Leden van de overkoepelende afdeling Groot-Eindhoven
Moussault en Moussault, 's-Hertogenbosch
Foto (Ontwikkelgelatinezilverdruk)
Vindplaats: KHS D 204

vrijdag 4 juli 2014

Album W.J.P. van Oppenraaij

Bij veiling 339 van Burgersdijk & Niermans te Leiden (13-14 mei 2014) heeft de Brabant-Collectie het winnende bod uitgebracht op nummer 1165, een in fraai rood marokijn gestoken band van een hulde aan schoolopziener W.J.P. van Oppenraaij (Bemmel, 1847 - Oisterwijk, 1930). 
De rood marokijnen band van het album
Vindplaats: KHS D 202
De titel van het handschrift luidt: Hulde van het onderwijzend personeel in het district Tilburg [aan] den hooggeschatten Heer Schoolopziener W.J.P. v. Oppenraaij aangeboden, in dankbaar herdenken der 25 jaren van belangelooze toewijding aan het onderwijs in zijn District. (Tilburg?), 1905. 
Titelblad
Vindplaats: KHS D 202
Hoewel het lijkt op een voorbedrukt huldeboek dat moest worden ingevuld, is het in werkelijkheid een in schoonschrift uitgevoerd album. Het is geschreven met pen en inkt, ingekleurd met penseel en opgehoogd in goud. Het boek omvat 37 pagina’s en meet 30,5 x 24,4 cm.
Het is een uitbundig en met uiterste precisie in een quasi middeleeuwse stijl uitgevoerd album. Het viert de vijfentwintigjarige carrière van W.J.P. van Oppenraaij als schoolopzichter in de districten Tilburg, Heusden, Waalwijk en Oirschot. De maker van het album is onbekend.
Pagina met foto en geboortedatum van W.J.P. van Oppenraaij
Vindplaats: KHS D 202
Het album heeft een rijk versierde titelpagina, gevolgd door een pagina met een opgeplakte ovale foto van de heer Van Oppenraaij in een medaillon, zijn monogram en de vermelding van zijn geboortedatum. Op de achtereenvolgende pagina's lezen we "Arrondissement Tilburg" (titel plus namen van de onderwijzenden, omvang 6 p.), "Arrondissement Heusden" (idem), "Arrondissement Waalwijk" (idem, omvang 7 p.), "Arrondissement Oirschot" (idem, omvang 4 p.). Op de laatste pagina staat het Nederlandse wapenschild. Allerlei scholen in de genoemde districten worden vermeld in het handschrift.
Titelblad bij Arrondissement Tilburg
Vindplaats: KHS D 202
Namen van de onderwijzenden in Oisterwijk en een deel van de onderwijzenden in Tilburg
Vindplaats: KHS D 202
Bij het album zijn vier losse gekalligrafeerde bladen gevoegd die betrekking hebben op hoogtepunten uit de carrière van Van Oppenraaij in 1905 (2x), 1912 (1x) en 1920 (een groot gevouwen gekalligrafeerd blad gemaakt ter viering van de pensionering van Van Oppenraaij).
Een van de vier los bij het album gevoegde bladen
Vindplaats: KHS D 202 

maandag 8 augustus 2011

Handschrift met versierde initiaal



Jacobus van Gruitrode: Meditatien en gebeden, deel 2
Papier. 290 fol.
Afmeting: 139 x 99 (87 x 60) mm. 17 regels over de volle bladspiegel
Plaats van uitgave: Tertiarissenklooster Bloemenkamp te 's-Hertogenbosch
Publicatiejaar: omstreeks 1500
(Hier getoond: fol. 225 recto met de versierde initiaal M, penwerk uit het Bossche klooster Bloemenkamp)

De auteur van de "Meditatiën vander mynliker toecoemste Ons Heren" is de zeer belezen kartuizer Jacobus van Gruitrode, prior te Luik (1440-1445 en 1447-12 februari 1475). In de tussenliggende periode (1445-1447) was hij prior te Zierikzee. Hij was een vruchtbaar, maar niet zo oorspronkelijk schrijver die ongeveer 30 werken schreef in het Latijn en tenminste 4 in het Middelnederlands. Ook was hij werkzaam als boekbinder. Bovenvermeld boek is het laatste van een set van twee. Het eerste deel bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek Albert I te Brussel (signatuur: Hs. IV 220).
Het handschrift werd geschonken aan het in 1837 opgerichte Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant door een lid van het eerste uur, Gerrit van Orden (1774-1854). Eerder was het boek bezit van de fraters van het Wilhelmietenklooster te Heesch. Het klooster Bloemenkamp, waarvoor het handschrift oorspronkelijk gemaakt was, hield op te bestaan in 1685.

Vindplaats: KHS 9

maandag 18 juli 2011

Handschrift met versierde initiaal




Handschrift: Leven van Catharina van Alexandrië
Papier en perkament. 330 fol.
Plaats van uitgave: St. Catharinaberg Oisterwijk
Publicatiejaar: Laatste kwart van de 15e eeuw (na 1478)
Afmetingen: 207 x 143 (135 x 95) mm. 23-24 regels
(Hierboven getoond: fol. 226 recto met een opengewerkte rode fleuronnée initiaal)

Het boek is waarschijnlijk gemaakt voor de Tertiarissen van het klooster St. Catharinaberg te Oisterwijk, want op een ingeplakte perkamenten strook op p. 3 verso lezen we: 'Dit boeck behoort den convent van susteren van oosterwyck'. Op p. 320 recto staat de datum 1478: 'Int Iaer ons Heren mcccc lxviij doen na dat hertich Kaerl van Bourgongen inden velde verslaghen was'.
Later is het boek ook bezit geweest van de Zusters Regularissen van Augustinus van het Bossche St. Annaburg. Een derde bezitter was Dr. Van Lierop. Het boek kwam in het bezit van de Brabant-Collectie door aankoop op een niet nader bekende veiling.Koningin Catharina van Alexandrië (gestorven in het jaar 307) is één van de populairste heiligen uit de Middeleeuwen. Zij wordt vereerd als martelares en patrones van onderwijs en geleerdheid, van wagenmakers en van molenaars. Zelf zou ze op zeer jonge leeftijd al veel kennis hebben vergaard. Ze kende bijvoorbeeld alle werken van Plato uit het hoofd.Nadat ze zich tot het Christendom had bekeerd, onderging Catharina in een visioen een mystiek huwelijk met Christus. Het mystieke huwelijk kan worden gezien als een metafoor van de geestelijke verbinding met God. Dit mystieke huwelijk wordt vaak afgebeeld: Maria houdt het Christuskind op schoot, dat zich vooroverbuigt om de voor hem geknielde heilige de ring om te doen.
Keizer Maxentius begeerde haar. Zij wilde echter niet met hem trouwen omdat zij Christus was toegedaan. Hierna probeerde hij haar te dwingen haar geloof af te zweren. Vervolgens stuurde hij 50 heidense filosofen op haar af om haar van gedachten te doen veranderen. Uit het debat met Catharina kwamen zij echter als gelovige christenen tevoorschijn. Catharina werd daarop gemarteld op een foltertuig bestaande uit vier wielen met ijzeren spijkers. Voor haar enig letsel was toegebracht, trof een bliksemschicht het apparaat. Daarop werd zij onthoofd. Haar lichaam werd door engelen naar een klooster op de berg Sinaï gebracht.
Haar karakteristieke attribuut is een wiel, meestal met spijkers en soms gebroken. Andere attributen zijn een zwaard, een martelaarspalm en een ring, als symbool van haar huwelijk met Christus.
De levensgeschiedenis van Catharina is zo overladen met legendevorming dat over de werkelijke gang van zaken zo goed als niets meer met zekerheid valt te zeggen. Sommigen twijfelen er zelfs aan of ze ooit bestaan heeft. Daarom werd ze in 1969 van de heiligenkalender afgevoerd. Toch komt ze weer in de lijst van heiligen, nu als vrije gedachtenis. Het is mogelijk dat het verwijderen van Catharina uit de lijst onterecht is. Het is namelijk onwaarschijnlijk dat de grootschalige verering van Catharina in de Middeleeuwen op niets gebaseerd zou zijn. De feestdag van Catharina is 25 november.

Vindplaats: KHS 3

maandag 20 juni 2011

Flos Pietatis: veilig opgeborgen


De handschriftencollectie is een aantal jaren geleden verrijkt met een bijzonder gaaf gebedenboekje, getiteld Flos Pietatis. Bestaende in Godt-salige gebeden ende uijtmuntende oeffeningen voor een regtschapen Christen Mensch. Het manuscript dateert uit 1758. 


Rechts het geopende foedraal en links het voorplat van de roodmarokijnen band

Het aardige van het handschrift is, dat het in een mooi rood marokijnen Frans bandje is gestoken met fraaie rolstempels, hoekvignetten, centrumstempel en dubbele filetlijnen. Bovendien zit daaromheen nog een groen marokijnen foedraal met aan de binnenzijde karton beplakt met in groen en rood bedrukt papier. Het foedraal heeft aan een zijde een ronde rug, zodat het als een soort boekband in de kast gezet kan worden.
Let bij het geopende foedraal op de inkepingen in het karton die er voor zorgen, dat je het boek met twee vingers uit het foedraal kan nemen zonder het papier op het karton al te zeer te beschadigen. 

Titelpagina van Flos pietatis (1758).

De calligrafisch vormgegeven tekst is geschreven in een nog niet heel geoefende maar toch nette hand. Daarbij zijn verschillende lettertypen gebruikt. Links en rechtsboven zijn primitieve bloempjes aangebracht. De tekst is in zwart en rood. Iets wat ook bij gedrukte titelpagina’s veel voorkomt.

Uit de titelpagina blijkt dat de tekst is vertaald van het Latijn in het Nederlands (Neder-duijts), “zijnde dit het eerste exemplaar, en in geen druk in Nederduijts”. Er zijn verschillende gedrukte edities bekend van Flos pietatis matutinae, diurnae, vespertinae aliorumque selectissimorum exercitiorum.


U kunt dit handschrift, de fraaie band en het foedraal komen bekijken in de raadpleegruimte (L 05) in de bibliotheek van de universiteit.

Vindplaats: KHS D 166