Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

woensdag 12 juli 2017

Handschrift Jac Vos

Onlangs heeft de Brabant-Collectie middels schenking het handschrift Een boerenleven: ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van West-Noord-Brabant over de laatste 70 jaren van Jac Vos verworven.
Titelpagina

Portret van Jac Vos (1871-1948)
Fotograaf: onbekend
(Collectie Joseph Vos)
Jac Vos, geboren in gemeente Roosendaal en Nispen op 13 juli 1871 en aldaar overleden op 17 december 1948, stamde uit een katholieke familie van welgestelde boeren. Hij was eveneens landbouwer en veefokker tot 1927. Zijn boerderij bevond zich aan de Vinkenbroeksche straat 3.


De door Jac Vos gebouwde boerderij, 1926
Prentbriefkaart
(Collectie Joseph Vos)
Na zijn terugtrekking uit het bedrijf wijdde Jac, ook wel Ko Vos genaamd, zich verder aan talrijke bestuurlijke functies in regionale landbouworganisaties. Hij was o.a. 40 jaar voorzitter van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond, afdeling Roosendaal en ruim 20 jaar actief in het hoofdbestuur. In Roosendaal richtte hij de Boerenleenbank op en bleef ruim 40 jaar voorzitter. Dezelfde rol bekleedde hij voor de R.K. Landbouwwinterschool. Vos was oprichter en voorzitter van de fokcentrale in Roosendaal en medeoprichter en voorzitter van de Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek Roosendaal tot de fusie met ‘De Dinteloord’ en Zevenbergen. Als pleitbezorger van de boeren had hij tevens politieke aspiraties. Van 1897 tot 1927 was hij gemeenteraadslid in Roosendaal en Nispen. Van 1923 tot 1927 was hij Provinciale Statenlid en 8 jaar lang belangenbehartiger in de Tweede Kamer voor de fractie van de Roomsch-Katholieke Staatspartij tijdens het interbellum (1925-1933). Zowel zijn voorouders als zijn nakomelingen hebben een rol gespeeld in het lokale bestuur en daarbuiten. Eind jaren vijftig is er een straat in de nieuwe wijk Westrand naar Vos vernoemd. Die straat ligt niet ver van zijn laatste woonhuis aan de Wouwscheweg 1a, gebouwd door Jac. Hurks.

Het in een omslag gestoken, losbladige handschrift bestaat uit 147 pagina’s en dateert vermoedelijk van vóór 1940. Het betreft een minutieuze beschrijving van het boerenleven, de omvang (aantallen en soorten vee, oppervlakte van de bedrijven en inrichting van de gebouwen), het teeltplan (soorten gewassen), de werkzaamheden het jaar rond, de gebruiken, de cultuur, maar ook de ontwikkelingen binnen de bedrijven en op bestuurlijk niveau (opkomst landbouwcoöperaties).
Pagina 1 uit het handschrift: Algemeen overzicht
Het handschrift zal waarschijnlijk gediend hebben voor de artikelen die Vos in het Jaarboek De Ghulden Roos publiceerde: 
  • ‘Boekweitfooi: bijdrage tot de studie van den ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van Westelijk Noord-Brabant’, in: Jaarboek nr. 1 (1941), p. 101-104. 
  • ‘Uitvindingen in onze streken op het terrein van den landbouw: bijdrage tot de studie van den ontwikkelingsgang van het boerenbedrijf in de zandstreken van Westelijk Noord-Brabant’, in: Jaarboek nr. 3 (1943), p. 58-60.
Zijn teksten kunnen bijvoorbeeld fraai geïllustreerd worden met prentbriefkaarten van het Brabants Dorpsleven.
Brabantsch Dorpsleven: Het dorschen van boekweit
J.H. Schaefer's Platino Uitg.  Amsterdam 
0102|17
Prentbriefkaart, 1917

Pagina 26 uit het handschrift: Het blekken of schillen van eikenhout

Eikschillers in het bosch
Uitgever en fotograaf: A. van Erp, Ginneken, vóór 1907
Prentbriefkaart
Naar verwachting zal eind 2017 zowel het handschrift als het typoscript (158 pagina’s) via de Brabant Cloud digitaal beschikbaar gesteld worden (fulltext doorzoekbaar).

Literatuur:
Bij het overlijden van Jac Vos plaatste het Brabants Nieuwsblad (18 december 1948) een uitgebreid artikel.

Verwijzingen naar (teksten van) Jac Vos in:
  • Ir. A.H. Crijns en prof.dr. F.W.J. Kriellaars, ‘Het gemengde landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord- Brabant 1800-1885’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel LXXII), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1987. Zie p. 229, 247, 267, 273.
  • Ir. A.H. Crijns en prof.dr. F.W.J. Kriellaars, ‘Ontwikkeling en verandering in de agrarische sector’, in: Geschiedenis van Noord-Brabant, deel 2 (1890-1945, Emancipatie en industrialisering), Amsterdam / Meppel: Boom, 1996. Zie p. 162-182.
  • Ir. A.H. Crijns, ‘De grote ommekeer in de agrarische sector’, in: Geschiedenis van Noord-Brabant, deel 3 (1945-1996, Dynamiek en expansie), Amsterdam / Meppel: Boom, 1997. Zie p. 148-167.
De bestuurlijke rol van Jos Vos in Roosendaal en West-Brabant wordt beschreven in: 
  • Dr. L.J.P. van Gastel, ‘Roosendaal tussen platteland en stad’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel C: A 1770-1900), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1995. Zie p. 101-102, 284, 341.
  • Dr. J.J.A.M. Gorisse, ‘Roosendaal tussen platteland en stad’, in: Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland (deel C: B 1900-1970), Tilburg: Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1995. Zie p. 14, 19, 30, 66, 112, 114, 168, 227. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen