Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 15 februari 2021

IJsvogel

 

IJsvogel in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 I 01 

Alcedo Ispida. Ysvogel

Zijn naam doet anders vermoeden, maar als er iets is dat de ijsvogel niet kan verdragen dan is het ijs en bittere kou. Tijdens strenge winters sterven deze prachtige vogels in groten getale. Zodra open water is dichtgevroren, wordt het moeilijk voor de ijsvogel om op kleine vissen te jagen. Tot voor kort ging het erg goed met de ijsvogel in Nederland, dankzij de zachte winters. Maar de periode met strenge vorst die we nu hebben gehad, is een beproeving voor deze vogel.

We komen de ijsvogel tegen in deel III van de boekenreeks Nederlandsche vogelen. Nozeman is inmiddels overleden en Martinus Houttuyn (1720-1798) heeft het project overgenomen. Dit betekent tevens een verandering in het project, aldus de schrijvers van de inleiding van de facsimile uitgave Nederlandsche vogelen, 1770-1829. Hier is te lezen (pag. 19 e.v.) dat Houttuyn, in tegenstelling tot de empirisch ingestelde Nozeman, een echte kamergeleerde was. Weliswaar had hij veel kennis van de natuur, maar die was vooral gebaseerd op literatuuronderzoek in zijn uitgebreide bibliotheek en op de studie van opgezette exemplaren in zijn kabinet of dat van vrienden. In de teksten van de delen III en IV van Nederlandsche vogelen staan dan ook weinig bijzonderheden over het gedrag of de levensloop van de vogels.

Dat de ijsvogel door de eeuwen heen als een mooie vogel wordt beschouwd blijkt ook uit het relaas van Houttuyn:
"De Ispida werdt beschreeven "als een zeer schoone kleine Vogel, van Kleur hemelsblaauw dat in 't groene speelt, in de Zonneschyn als de Saphier glinsterende, en aan de Borst als gloeijende Kolen, met tweevingerige Pooten, die scherp en krom genageld zyn; de Bek zwart en regt." Over de naamgeving is het volgende te lezen:
"De Franschen noemen hem Martin of Martinet Pescheur, 't welk zo veel wil zeggen, als Visschende Zwaluw; dewyl hy eenigzins naar een Zwaluw gelykt en zyn werk veel van het vangen van Vischjes en Water-Insekten maakt, die zyn voornaamste Voedsel zyn. 't Is mooglyk wegens de overschoone Kleuren, dat men 'er in Engeland den naam aan geeft van Kingsfisher, dat is Konings-Visscher. De benaaming van Ysvogel is daar van afkomstig, dat men hem op de binnen-Wateren meest aantreft by vriezend Weer."

Bovenstaande afbeelding van de ijsvogel uit Nederlandsche vogelen is getekend aan de hand van opgezette exemplaren van dhr. Renselaar, aldus schrijft Houttuyn. Opmerkelijk is de ijsvogel onderin de afbeelding. Houttuyn schrijft hierover:
"Het onderste Voorwerp is zekerlyk eene verbastering, gelyk men nu en dan, doch zeldzaam, ook in Lysters, Spreeuwen, Mossen en andere Vogelen, waarneemt. Het vertoont naamelyk een byna geheel witten Ysvogel. De Kleur in 't algemeen, zo van onderen als van boven, is hier graeuwachtig wit, doch met eenig helder groen, als een soort van weerschyn, op Kop, Rug en Staart, 't welk nog meer doet blyken, dat het eene verbastering zy. Ook is de Bek niet zwart, maar bleek roodachtig wit, gelykerwys de Pooten. Men ziet 'er een blyk aan van de voorgemelde Toompjes en de Buik heeft iets rosachtigs. Voor 't overige is dit by uitstek raare Voorwerp, daar ik nergens melding van vind, wat kleiner; als zynde maar ruim zes Duimen en de Bek anderhalf Duim lang."
Het betreft hier een zogenaamde leucistische vogel. Leucisme is een erfelijke kleurafwijking die bij alle dieren voorkomt. Melanine zorgt voor de kleuring van veren. Een dier met leucisme maakt wel melanine aan, maar het komt niet tot uiting in de veren door een gemis aan een bepaald eiwit. Met als gevolg kleurloze (witte) veren. Albinisme komt overigens ook voor, evenals melanisme, maar wil je daar meer over weten, lees dan vooral dit artikel.

maandag 1 februari 2021

Jaarboeken 2020: veelzijdige artikelen in een moeilijk jaar

Wie 2020 zegt, zegt corona. Het jaar dat achter ons ligt, bracht iets dat alleen de honderdjarige (of ouder!) onder ons had meegemaakt: een wereldwijde pandemie. Wat deze betekent, heeft bijna iedereen in de loop van het jaar direct of indirect ervaren. Het ongekend heftige virus greep om zich heen en maakte velen ziek, voor een behoorlijk aantal helaas met dodelijke afloop. Het maatschappelijke en sociale leven werd ontwricht en alles wat ‘normaal’ was, bleek toch niet meer zo vanzelfsprekend. En nu, bijna een jaar verder, zitten we er nog steeds middenin en lijkt het moment waarop ‘terug naar normaal’ kan worden gevierd nog ver weg. En hoe de vorm van ‘het nieuwe normaal’ eruit gaat zien, is nog allerminst duidelijk.
En toch zijn wij, mensen, erop ingesteld om veel door te laten gaan zoals het was. Zo belandden er rond de jaarwisseling vier jaarboeken 2020 op de bureaus van de Brabant-Collectie die in coronatijd zijn geschreven, samengesteld, geredigeerd (in woord en beeld), vormgegeven en geproduceerd. Opvallend genoeg komen ze allemaal uit de westelijke helft van Noord-Brabant.

Het Jaarboek van Heemkundekring De Heerlijckheid Nispen bevat vier lezenswaardige artikelen met een zeer uiteenlopende inhoud. De honderdjarige Toneelvereniging ‘Onderling Kunstgenot’ wordt aan de hand van veertien foto’s ‘in al haar theaterfacetten’ getoond en beschreven. De historische en geografische context van natuurgebied Everland en de bewoningsgeschiedenis van een aantal panden aan de Oude Turfvaartsestraat in Nispen worden uit de doeken gedaan. En verder worden twee episodes uit de bevrijding van Nispen in 1944 nader belicht. Kronieken over de gebeurtenissen in het Nispen van 1919 en 2019 completeren dit rijk geïllustreerde jaarboek.

Het jaarboek van de Heemkundekring Sprundel ‘Onder Baronie en Markiezaat’ herbergt meerdere korte en langere artikelen, ook over een breed scala aan onderwerpen. Het 35-jarig jubileum van de heemkundekring komt aan bod, net als 180 jaar geschiedenis van molen De Hoop en het 75-jarig bestaan van de scouting. Wat de vaker terugkerende mosselmaaltijd in Sprundel inhield, wordt kort uiteengezet en aan de hand van de levensbeschrijving van Leen Korst-van den Broek krijgen we een kijkje in de dorpsgeschiedenis uit vervlogen tijden. De verhalen over dopelingen uit het Sprundel van 1909 bieden fragmenten van familiegeschiedenissen. Ook in de bijdragen over Sprundelse imkers en pastoors komen deze aspecten naar voren.


In Oudenbosch is Heemkundige Kring Broeder Christofoor actief en ook van hen is het jaarboek 2020 verschenen. Er wordt teruggekeken naar het reilen en zeilen van het dorp een eeuw geleden, in 1920. De (bouw)geschiedenis van het fraaie Patershuis aan de Markt krijgt de verdiende aandacht. De geschiedenis van Oudenbossche broeders tijdens en na het bombardement van Rotterdam op 10 mei 1940 is door de details even helder als beangstigend. Van heel andere aard is de beschrijving van hoe de weddenschap van drie vrienden om met een Vliegende Hollander het traject Roosendaal-Oudenbosch af te leggen verliep. Zulk nieuws haalde destijds nog de krant! Verder laat ook de Oudenbossche kroniek van 1970 zien dat we nu echt in een andere tijd leven.


Het fraai en full colour uitgegeven 80-ste (!) jaarboek van De Ghulden Roos (Roosendaal) is ook veelzijdig van inhoud. In een artikel worden aan de hand van historisch kaartmateriaal preciezere, topografische uitspraken gedaan over het Turfhoofd. In een andere bijdrage maken archiefvermeldingen en landschapsgeschiedenis meer duidelijk over het klooster Sint-Catharinadal. Het artikel over de vele getuigenissen van veelzijdig kunstenaar Joan Collette in West-Brabantse kerken en kloosters onderstreept diens belang, ook al krijgen de gebouwen thans andere functies. Het is boeiend te lezen over de relatie tussen landbouwgrond, typologie van landbouwvoertuigen en de intensiteit van landbouwvervoer. Dit jaarboek wordt afgesloten met een artikel over fotografe Rees Diepen en de (op een na) nooit eerder gepubliceerde foto’s, aanwezig in de Brabant-Collectie, die zij tijdens het carnaval van 1967 in Roosendaal maakte van ‘Kiendermiddag’, het Stadskinderfeest. Omdat corona het carnaval van 2021 enorm in de weg zal zitten, zijn deze vrolijk stemmende zwart-witfoto’s in deze tijden een extra genot voor het oog.


Vindplaats: BRA Y NISP 2020, BRA Y ONDE 2020, BRA Y JHBC 2020, BRA Y GHUL 2020

maandag 18 januari 2021

De Rustende Jager: Udenhout - Biezenmortel

Oktober 2020 verscheen een omvangrijk en rijk geïllustreerd boek over uitspanning De Rustende Jager in Udenhout - Biezenmortel. Het boek is een uitgave van Erfgoed Centrum 't Schoor. De presentatie van het boek vond plaats op 29 september 2020, en had ondanks coronona een feestelijk karakter. Het café, dat zich bevind aan de rand van de Loonse en Drunense Duinen bij natuurgebied De Brand en buurtschap De Zandkant, is al ruim 100 jaar in handen van familie Klijn en is nu nog steeds geliefd als uitvalsbasis en stopplaats voor wandelaars en fietsers. Ook was het vroeger in trek bij militairen op oefening in de Drunense Duinen. Het boek behandelt de familiegeschiedenis van de uitbaters, de ontwikkeling van het café en geeft een beschrijving van de Loonse en Drunense Duinen en natuurgebied De Brand.

Vindplaats: BRA H3 HEEM 2020

maandag 4 januari 2021

Sneeuwuil

Sneeuwuil in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 J 01
Strix Nyctea. De Sneeuw-uil

We zitten midden in de winter, en aan het begin van het nieuwe jaar. De tijd waarin sommigen mijmeren over sneeuw- en ijspret, terwijl anderen alweer reikhalzend uitkijken naar de lente. Voor de fanatieke vogelaar betekent het nieuwe jaar daarnaast de start van de nieuwe jaarlijst oftewel: het gedurende een jaar exact bijhouden van welke vogel op welke dag en welke locatie gezien en/of gehoord werd. Ieder jaar begint de telling opnieuw, en al die jaren bij elkaar resulteren dan in de zogenaamde levenslijst. Tegenwoordig kan dat allemaal online, bijvoorbeeld middels een account bij Waarneming.
Een vogel die welhaast op de wensenlijst van iedere vogelaar staat, is de sneeuwuil. Een karakteristieke vogel van de arctische toendra, die bij zeer hoge uitzondering als dwaalgast in ons land te zien is, en dan met name in het Waddengebied. De eerste beschreven waarneming van deze vogel stamt uit 1806 in Amsterdam. In deel 4 van Nederlandsche vogelen lezen we hierover:
"Een zeer zonderling geval is het, dat, een van deeze soort van Uilen, welke wy beschryven, in de maand December des Jaars 1806, in Holland, en wel in Amsterdam, op een stormächtige Nagt gevangen werd, na dat 'er, geduurende verscheidene Dagen, een zwaare storm, uit den noord-oosten had gewaaid; deeze Vogel moet door die sterke winden zeker tot onze kusten zyn voortgedreeven, want hy bewoond dezelve niet, maar is in de Poollanden alleen te vinden, en schynt in die gewesten voor altoos als gebannen te zyn."

Het relaas over de sneeuwuil in Nederlandsche vogelen opent als volgt:
"In die woeste en onbewoonde streeken van de Zuidpool-Landen, daar een eeuwige winter heerscht, bevinden zich verscheidene Roofvogelen, die 'er de ééntoonige stilte afbreeken, akeliger nog, dan het treurig gekras dezer dieren; het is althans nog iets levendigs het geroep en gehuil dezer schepselen te verneemen, ten minsten schynt het verkieslyker boven die naare eenzelvige stilte, welke de ziel in eene schrikkelyke verbazing stort."
De hier afgebeelde sneeuwuil is naar het leven getekend aan de hand van het opgezette exemplaar van C.J. Temminck (1778-1858). Temminck was oprichter en directeur van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, de voorganger van Naturalis, in Leiden. Voor het samenstellen van de delen 4 en 5 van Nederlandsche vogelen stelde hij vele vogels uit zijn collectie beschikbaar. Enkele hiervan, zoals de Amerikaanse Schaarbek en de Alpenheggenmus, zijn nog steeds te zien in Naturalis.  

De sneeuwuil jaagt soms in de schemering, maar meestal bij daglicht. In Nederlansche vogelen lezen we hier het volgende over:
"Men zegt dat dit soort, een Dagvogel zoude zyn, en dat de glans of schittering van de Sneeuw, zyne oogen niet verblind, nog hem hindert, om met vuur en geweld, de Haazen en Veldhoenen (Tetrao Lagopus) natezitten, welke zich in de Bosschen dier streeken ophouden, en die hy op den vollen dag vangt: verschillen zou deze Vogel, in dit opzicht, met byna alle andere soorten van dit geslagt, waarvan de oogen door het daglicht schynen te verduisteren, of wel geheel en al verblind te worden, door de straalen van de zon..."

Benieuwd naar de gehele tekst? Kijk dan zeker eens op de themapagina van de Koninklijke Bibliotheek, met linken naar de online versies van de  gehele reeks Nederlandsche vogelen.
Nog een leuke leestip voor deze wintermaand is het artikel Sneeuwuilen in Nederland: Arctische verschijningen in de polder van Gert Ottens (Uilen, pag. 66-71, 2011).

dinsdag 22 december 2020

Opening expositie Het Groene Woud

Zondagmiddag 13 december is de tentoonstelling Weemoed en Werkelijkheid in Het Groene Woud bescheiden en coronaproof geopend in Pennings Foundation te Eindhoven. Na het openingswoord door gastvrouw Petra Cardinaal vertelde Thijs Caspers (historisch ecoloog en redacteur Brabants Landschap) bevlogen over het ontstaan van Het Groene Woud. Na het officiële gedeelte konden de genodigden de expositie bekijken en napraten.

De opening.
© Louis van den Meijdenberg

Thijs Caspers voor het fotowerk van Marc Mulders: 
de bloemweiden rond zijn atelier op Landgoed Baest, 2016-2019.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Historische foto’s uit de Brabant-Collectie zijn gecombineerd met werk van hedendaagse fotografen en beeldende kunstenaars. De natuurgebieden gelegen binnen de stedendriehoek Tilburg, Den Bosch en Eindhoven zijn te zien. Het betreft o.a. opnamen in het Bossche Broek, de Kampina, de Oisterwijkse Bossen en Vennen, de Loonse en Drunense Duinen, de Mortelen en de Scheeken.
Bijna alle Brabantse fotografen uit onze collectie zijn met werk vertegenwoordigd, met een hoofdrol voor Noud Aartsen (1932-2010), Martien Coppens (1908-1986) en Nard Vogels (1900-1973).

Een impressie:

Noud Aartsen, dé fotograaf van Het Groene Woud.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Floradetails uit omgeving Eindhoven van Nard Vogels (eind jaren dertig tot begin jaren vijftig) 
bij het werk van L.J.A.D. Creyghton in de Kampina en de Loonse Duinen (2001-2011).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Op de collagewand zijn de verschillende belangen van Het Groene Woud
 te zien (zowel historische als moderne foto’s).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

De modderpoelen van Paul Bogaers, 2010-2020 (foto met papier-maché).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Het werk van James van Leuven, 2017-2019. Noud Aartsen was 
zijn leermeester en Martien Coppens zijn inspiratiebron.
Ook De Beerze, landschap in transitie, is in beeld gebracht 
door Karel Tomeï, Noud Aartsen en James van Leuven.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Op groot formaat: de Loonse en Drunense Duinen van Karel Tomeï, 2016 (links)
en de Kampina op het wandtapijt van Margriet Luyten, 2015 (rechts).
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

Poëtische beelden van Martien Coppens.
 Paul Slot | © Brabant-Collectie, Tilburg University

In het kader van de Landschapstriënnale is deze expositie georganiseerd door de Brabant-Collectie (Tilburg University), Pennings Foundation en Brabants Landschap. Hierbij verscheen een bezoekersboekje. Volop aandacht in de pers: lees de artikelen in Brabeau, In Brabant, Brabants Landschap en Brabant Cultureel.

Exposanten:
Noud Aartsen, Jan Bijnen, Piet den Blanken, Paul Bogaers, Lore Clecx, Martien Coppens, L.J.A.D. Creyghton, Rees Diepen, Jan van Giersbergen, Hetty de Groot, Harry Guntlisbergen, Noortje Haegens, Iris Hartman, Anke van Iersel, Gerardus van Mol, James van Leuven, Margriet Luyten, Marc Mulders, Gaston Remery, Anton Schellens, Karel Tomeï, Nard Vogels.

Na de lockdown is deze fototentoonstelling nog te zien t/m 8 mei 2021.

maandag 21 december 2020

Meer te weten komen over Oosterhout? Een heerlijkheid…

Op 1 mei 1977 zag het eerste nummer van het mededelingenblad van de Heemkundekring ‘De Heerlijkheid Oosterhout’ het levenslicht. Op de eerste twee bladzijden werd secuur uitgelegd wat er onder heemkunde moest worden verstaan en hoe de Oosterhoutse kring dit in zou gaan vullen. In de artikelen die in dat nummer volgden, over schuttersgilden, Brabantse boerderijen en bloeiende planten, staat steeds Oosterhout centraal. En dat zal in de nummers die volgen zo blijven. “Uiteraard”, zou je willen zeggen, want daar gaat het om: ‘Het kennen van het ‘Heem’, het eigen erf’. Sinds dat eerste nummer passeerden heel veel onderwerpen de revue: hoogte- en dieptepunten uit de geschiedenis van Oosterhout.


In 2020 zijn we toe aan de 44ste jaargang van het periodiek en nog steeds komen de meest uiteenlopende onderwerpen over het voetlicht in een blad dat er in de loop der tijd steeds fraaier uit gaat zien. Hadden de vroegste nummers een wat primitief ogende pentekening van een Brabantse boerderij op de voorpagina en een beperkt aantal getypte pagina’s als binnenwerk, nu ligt er bij de leden vier keer per jaar een full colour blad op de mat van 36 pagina’s, gedrukt op glanzend papier.


In de huidige jaargang werd een inkijkje geboden in bijvoorbeeld de geschiedenis van de Villa Mathilda en hoe deze Johan van Beek inspireerde tot het maken van een natuurgetrouwe maquette. Aan een foto van een plekje in Oosterhout werden interessante wetenswaardigheden gekoppeld, de boeiende (schilders)familie Van der Meer de Walcheren (vader en moeder Pieter en Christine, en dochter Anne Marie) werd in woord en beeld uitgelicht. Verder komen de verklaring van straatnamen en het doen en laten van Oosterhouters die actief zijn in het verenigingsleven uitgebreid aan bod. En dan hebben we nog niet alles uit het eerste nummer van dit jaar genoemd.
Wat in het tweede nummer in het oog sprong was de indrukwekkende lijst van ruim honderd korte en lange artikelen over Oosterhout die tussen 1877 en 1963 in het veelgelezen tijdschrift De Katholieke Illustratie zijn verschenen. Wanneer je die artikelen achter elkaar zet, krijg je een goed beeld van het wel en wee van Oosterhout in de genoemde periode. Maar in De Katholieke Illustratie ligt het accent wel sterk op religieuze zaken. In De Heerlijkheid. Periodiek van Heemkundekring De Heerlijkheid Oosterhout komen, zoals het hierboven geschrevene duidelijk maakt, veel meer aspecten aan de orde.

H. Reynier Brouerius: Het Huijs van Strijen in Oosterhout
Pentekening. Vindplaats: O 31 / 820.11 Strij (10)

In onze zoekmachine BCfinder is ook veel te vinden voor Oosterhout. Bijna duizend boeken en (tijdschrift)artikelen en ruim tweehonderd topografische afbeeldingen komen tevoorschijn wanneer je de plaatsnaam Oosterhout als zoekterm invoert. Grasduinen of onderzoek doen in deze bronnen, digitaal of – als het straks weer kan – ter plekke, moet voor de mensen die ‘het heem’ aan het hart gaat een HEERLIJKHEID zijn.

Vindplaats: T 07421

woensdag 16 december 2020

Onnozele Kinderdag

Ieder jaar wordt op 28 december de Kindermoord van Bethlehem herdacht: de dag dat alle onnozele of onschuldige kinderen jonger dan 2 jaar door de soldaten van Herodes werden vermoord. Jozef werd in een droom door een engel gewaarschuwd. Samen met Maria en hun pasgeboren kindje vluchtte hij naar Egypte. Zodoende bleef Jezus (Koning der Joden) gespaard. De gedode jongetjes werden martelaren, omdat ze voor Christus waren gestorven.

In 2020 initieerde het Verbond Volkscultuur in de Lage landen (VVLL) het project bedelzingen. De Brabant-Collectie participeert hieraan. Het zal in 2022 resulteren in een publicatie. Wist u dat er bij het feest van Onnozele Kinderen ook door de kinderen langs de deuren werd gegaan en gezongen om een gift?

Net zoals Sint-Maarten (11 november) en Driekoningen (6 januari) is deze dag een kinderfeestdag geworden. Op 28 december mocht de jeugd, als volwassenen gekleed, de ‘baas’ in huis zijn. Zij bepaalden wat er gegeten werd en ook de leraar was in dienst van de kinderen. Van dit bedelfeest in Midden-Brabant is bekend dat de kinderen verkleed als volwassen (als vader of moeder, als frater of zuster) zingend van deur tot deur trokken met onder andere het liedje 'Koosje, Koosje' om geld en snoepgoed op te halen. Daarnaast werden er ook driekoningen- en nieuwjaarsliedjes gezongen.

Deze opname van de kinderen werd door de trotse vader Janus Berkers (fotograaf en prentbriefkaartenuitgever in Asten) gemaakt. Van deze prentbriefkaart bestaan twee drukken, die uitgegeven zijn door zowel Jos Nuss in Haarlem (handelsmerk met de tulp) als Emrik & Binger in Haarlem. 

Noord-Brabant.
Fotograaf en uitgever staan niet vermeld op prentbriefkaart,
maar toegeschreven aan: Uitg. Berkers Verbunt Asten N.Br., 
ca. 1917.*
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

* Met dank aan Jan Spoorenberg voor deze achtergrondinformatie.

In de Brabant-Collectie bevindt zich ook nog een interieurfoto met biddende meisjes voor de kerststal. Hierop zijn de meisjes van het R.K. Weeshuis in de Keizerstraat in ’s-Hertogenbosch op het feest van de Onnozele Kinderen te zien. Onlangs kwam ons een bijdrage van Theo van Herwijnen in Kring-nieuws, jg. 24, nr. 4 (1998) onder ogen. Het betreft een persoonlijk verhaal. Zijn moeder staat op deze foto en herkende alle meisjes. Van links naar rechts: Truus Rensen, Corrie van Es, Joke Rensen, Annie Hogenberg, Annie van Cruijsen (zijn moeder, die van 1929 tot 1935 in het weeshuis verbleef), Betsie Noot, Rikie Noot en Jo Burg.
R.K. Persbureau Het Zuiden,
's-Hertogenbosch,1931.
(Brabant-Collectie, Tilburg University)

Helaas is de viering van Onnozele Kinderendag in Noord-Brabant in de vergetelheid geraakt. Alleen in Valkenswaard is deze traditie nog springlevend. Sinds 1988 strooien de jarigen op 28 december vanaf de toren van de Sint-Nicolaaskerk snoepgoed voor de kinderen. Met paraplu en/of valhelm ter bescherming gaan de kinderen het snoep opvangen. Enkelen houden zelfs de paraplu of helm omgekeerd om zoveel mogelijk buit te maken.