Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 23 mei 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van station Heeze naar Soerendonk

Etappe 8 Brabants Vennenpad (23 km)

Startpunt van vandaag is het op 1 mei 1977 geopende station Heeze. Het verving het ruim een kilometer zuidwaarts gelegen oude station Heeze-Leende, waarvan de Brabant-Collectie onder andere deze twee prentbriefkaarten bezit.
Heeze Station (Voorzijde). Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: 1914.
Uitg. G. v.d. Paal - v. Kessel, Heeze. Formaat: 8,7 x 13,7 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University

Heeze Station (Achterzijde). Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: 1914.
Uitg. G. v.d. Paal - v. Kessel, Heeze. Formaat: 8,7 x 13,7 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
Met de bouw van station Heeze-Leende, gelegen aan de amper 25 km lange spoorlijn Eindhoven-Weert, begint men in 1912. Op 30 oktober 1913 wordt het nieuwe treintraject in gebruik genomen, en daarmee ook de stations die er aan liggen. In De Maasbode staat de volgende dag een verslag. Tijdens de eerste feestrit over het traject, met aan boord veel hoogwaardigheidsbekleders, wordt onder andere station Heeze-Leende aangedaan: “Ook hier speelde bij aankomst de muziek. De burgemeester van Heeze, het woord voerende, zeide de totstandkoming der lijn toe te juichen voor de welvaart van Heeze en voor den bloei van dit gewest en bracht dank aan de regeering, aan de Exploitatie der S.S. (Staatsspoorwegen red.) en aan haar personeel en sprak de hoop uit, dat dit schoonste plekje van Noord-Brabant in welvaart zal toenemen.” De nieuwe spoorlijn haalt Heeze en omstreken uit haar isolement en zowel het personen- als het goederenvervoer maakt een fikse stap voorwaarts. Zo kan bijvoorbeeld het hout uit de bossen van Heeze, bedoeld voor de mijnbouw in Limburg, sneller vervoerd worden. Station Heeze-Leende is gesitueerd aan de zuidkant van de spoorwegovergang Leenderweg - Oude Stationsstraat. Op een eilandperron bevinden zich de wachtkamers en is een anderhalve verdieping hoog, asymmetrisch gebouw gezet. Het dak is deels tentdak, plat dak en schilddak. Guusje Veldhuizen laat in haar artikel in Heemkronijk (1993, jg. 32, nr. 1, p. 18-20) Giel Engelen aan het woord, die jarenlang met zijn gezin tegenover het station woonde: "Het station heette (tot 1960) officieel ‘Heeze-Leende'. In die dagen liep de conducteur met zijn pannekoek (sic) en fluitje langs de trein, riep de naam van het station en sloot de deuren met een stevige klap en zo'n grote koperen grendel. In Geldrop riep er altijd een als grapje: "Uitstappen, mun-geld-is-op, geld-is-op", en in Heeze zong hij altijd hetzelfde liedje: "Hete Leentje, hete Leentje"!" Op 22 mei 1977 valt het doek voor dit station en wordt het, tot verdriet van vele inwoners van Heeze, gesloopt.

We verlaten de bebouwing van Heeze en lopen richting Natuurgrenspark De Groote Heide dat zich uitstrekt van Eindhoven in het noorden tot over de grens met België in het zuiden. Dit natuurgebied is maar liefst 6.000 hectare groot en we hebben er al stukjes van doorkruist, zoals de vorige keer de Strabrechtse Heide en de Herbertusbossen bij Kasteel Heeze. Het ligt op grondgebied van de gemeentes Cranendonck, Eindhoven, Heeze-Leende, Valkenswaard en in België Hamont-Achel en Neerpelt. Rond 1900 was het één groot heidegebied (vandaar de naam uiteraard), totdat grote delen ontgonnen werden en er (vooral naald)bossen, weilanden, akkers en bebouwing voor in de plaats kwamen. Helaas is door de aanleg van autosnelwegen - met name de A2 en de A67 - het gebied nogal versnipperd geraakt. Maar gelukkig zijn er nog mooie, aaneengesloten stukken heidegebied met vennen overgebleven, zoals het gedeelte ten oosten van de A2 waar we nu doorheen lopen.
De Groote Heide (mei 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We komen uit bij De Oude Baan en stuiten op een stukje spoorwegnostalgie. In 1866 wordt de spoorlijn van Hasselt via Valkenswaard naar Eindhoven, ook bekend onder de naam ‘Bels Lijntje’, in gebruik genomen. Hiermee wil men een concurrerende verbinding tussen de Amsterdamse en Rotterdamse haven en het industrie- en mijnbouwgebied in de regio Luik creëren. Op het traject worden vooral goederen vervoerd en slechts op beperkte schaal personen. In 1948 komen de eerste signalen dat de spoorlijn in Eindhoven zou moeten verdwijnen. De stad is bezig met de wederopbouw en daar hoort een onrendabele spoorlijn niet bij. Maar de spoorwegen zitten vast aan een traktaat met België en kunnen de lijn niet zomaar opheffen; de Belgen willen de lijn namelijk wel behouden. Een oplossing wordt gevonden door het traject Valkenswaard-Eindhoven op te heffen en een aftakking te maken aan de oostkant. Vanaf 1959 loopt de spoorlijn van Valkenswaard via Geldrop naar Eindhoven. Onze wandelroute volgt een stukje van deze voormalige spoorlijn. In 1973 wordt het tracé alweer opgeheven, en ook het aansluitende gedeelte tussen Valkenswaard en Neerpelt wordt gesloten. In 1985 valt het doek voor het gehele baanvak. In 2016 is een fietspad geopend dat het oude spoorbaantracé Valkenswaard-Eindhoven volgt.

We steken de A2 over en komen aan bij Valkenhorst, een natuurgebied dat wordt beheerd door Brabants Landschap. Hier lopen we over een heidegebied waar al vanaf de 17e eeuw tijdens de voor- en najaarstrek valken, met name slechtvalken, werden gevangen. De vogels werden vervolgens getraind en verkocht aan adellijke hoven in het binnen- en buitenland. In 1925 werd de laatste valk door de laatste valkenier, Karel Mollen (1854-1935), gevangen. Over hem schreef zijn kleindochter Joke Peels-Mollen samen met enkele familieleden in 2021 een fraai geïllustreerd boek, gebruik makend van hun familiearchieven en bestaande publicaties. Het einde van de valkerij viel ongeveer samen met de opkomst van de commerciële viskweek. Maar meer daarover als we later op onze route van het Brabants Vennenpad langs de visvijvers van Valkenswaard lopen.


We passeren de Spinsterberg, een heuvelig bos- en heidegebied. Grondeigenaar Philips en gemeente Leende willen in 1986 hier een 18-holes golfbaan aanleggen. In een boekwerk met groot formaat kleurenfoto’s getiteld “Spinsterberg” wordt uiteengezet waarom die golfbaan “van internationale standaard en allure” er moet komen. Dat de ambities hoog zijn, blijkt wel uit dit citaat (pag. 4): “Een gebied dat vanuit het westen – noorden en oosten (Duitsland) en zuiden (België) via snelwegen gemakkelijk bereikt kan worden! Vanuit Parijs naar “Spinsterberg” komt U maar één verkeerslicht tegen…!!" Onder andere de Brabantse Milieufederatie, IVN Natuureducatie en Brabants Landschap verzetten zich met hand en tand tegen het plan. Twintig gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties komen met een (bescheiden) brochure, eveneens getiteld “Spinsterberg”, om hun argumenten kracht bij te zetten. Uiteindelijk sneuvelt het plan voor de golfbaan bij de Raad van State. Momenteel is Brabants Landschap eigenaar van dit natuurgebied.

We gaan verder zuidwaarts en komen aan in het Leenderbos. Onderstaande kaart uit de Brabant-Collectie toont grofweg het gebied waar we nu doorheen lopen.
Provincie Noordbrabant. Gemeente Leende. Maker: J. Kuiper. Datering: 1865-1870.
Uitgever: Hugo Suringa. Formaat: 18,3 x 27 cm. Vindplaats: L 33 / 020 (1)
Rond 1930 kocht Staatsbosbeheer een gebied bestaande uit heide en zandverstuivingen. In het kader van de werkverschaffing werden er ontginningsbossen aangelegd, en zo ontstond het Leenderbos. Ook nu nog levert dit bos hout op, toch is de oorspronkelijk functie van productiebos herzien; recreatie en natuurwaarden zijn nu minstens zo belangrijk. Dat komt bijvoorbeeld tot uiting in de status Natura 2000-gebied dat het Leenderbos heeft samen met De Groote Heide en De Plateaux.

We verlaten het bos en lopen het buurtschap Leenderstrijp binnen. Fraai zijn de vele langgevelboerderijen die hier te zien zijn. Middelpunt van Leenderstrijp is het Kaetsveld, een driehoekig plein. Uitermate geschikt om even te pauzeren tijdens deze lange wandeletappe. Hier stond tot zomer 2009 een zeer markante lindeboom met een geschatte ouderdom van tussen de 200 en 250 jaar, bijgenaamd Spokenboom. Het was een gekandelaberde boom in drie etages, waarin sommigen een verwijzing naar de Drievuldigheid (de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) zagen. Een schimmelziekte werd de boom uiteindelijk fataal, maar december 2009 is er een nieuwe geplant op het Kaetsveld. Ook aan dit veld gelegen is Coöp. Sint Jan: een nostalgische kruidenierswinkel die teruggaat tot 1916 en die mooi beschreven is in het boek Met vereende kracht: een eeuw winkel en school in Leenderstrijp.

We lopen het buurtschap uit en volgen de Strijper Aa. Deze beek werd in 1973 in het kader van de ruilverkaveling Strijper Aa-Budel rechtgetrokken. Mede omdat dit toen een van de laatste nog vrijwel gave laaglandbeken van Nederland was, was hier veel weerstand tegen. Ook fotograaf Noud Aartsen (1932-2010) verfoeide de kanalisatie en de komst van de bio-industrie. Zijn foto’s zijn hier een stille getuigenis van en spreken voor zich.

De situatie vóór de kanalisatie van de Strijper Aa:
Leenderstrijp 1973. Contactafdruk. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1973.
Formaat: 20,1 x 25,1 cm. Vindplaats: NA/BL/18/029
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
De situatie na de kanalisatie van de Strijper Aa:
Strijper Aa 1975. Foto. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1975.
Formaat: 17,9 x 23,9 cm. Vindplaats: NA/BL/18/019
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
Helaas heeft Noud het niet meer mee kunnen maken, maar op 10 september 2021 is het project Herstel Beekdal Oude Strijper Aa officieel opgeleverd. Het beekdal is opnieuw ingericht, waardoor water beter vastgehouden kan worden en het gebied minder kwetsbaar is voor verdroging. De Strijper Aa heeft zijn meer natuurlijke loop teruggekregen, vergelijkbaar met de situatie van vóór 1973. Het oogt nu allemaal nog een beetje kaal, maar de nieuwe aanplant, passend bij deze omgeving, zal weldra een mooiere aanblik op gaan leveren.
Eindpunt van vandaag is Soerendonk. De volgende keer wederom een fikse etappe, dan lopen we naar de Venbergse Molen.

Bronnen:
  • J. van Appeldorn (juni 2014): Van Bels-lijntje naar... Miljoenenlijntje. In: 't Periodiekske; themanummer. Pag. 1-32. Vindplaats: T 07919
  • Brabantse Milieufederatie: Spinsterberg: informatie over het natuurgebied Spinsterberg, de waarde van het gebied en de bedreiging vanwege de plannen voor aanleg van een golfbaan. Tilburg: Brabantse Milieufederatie, 1986. Vindplaats: CBM B 33651
  • T. Caspers (2019): De Groote Heide. In: Brabeau. Nummer 3, pag. 28-33. Vindplaats: T 10855
  • Met vereende kracht: een eeuw winkel en school in Leenderstrijp. Leenderstrijp: Sint Jan Coöperatieve Verbruiksvereniging U.A., 2016. Vindplaats: BRA Y3 MET 2016
  • Spinsterberg. Leende: s.n., 1985. Vindplaats: CBM 039 H 45
  • A.L.M.Th. Veldhuizen-van Geffen (1983): De strijd om een spoorlijn: 70 jaar spoor Weert-Eindhoven 30 okt. 1913. In: Heemkronijk. Jaargang 22, nummer 3, pag. 76-81. Vindplaats: T 07475
  • G. Veldhuizen (1993): Bedankt voor de klandizie. Herinneringen aan het oude station van Heeze. In: Heemkronijk. Jaargang 32, nummer 1, pag. 18-20. Vindplaats: T 07475

maandag 9 mei 2022

Tijdschrift: Archeologie in Nederland

Naast alle lokale en regionale periodieken kun je bij de Brabant-Collectie ook diverse tijdschriften aantreffen met een bovenregionaal, landelijk of zelfs internationaal karakter. De redenen hiervoor laten zich raden. De ene keer is het de inhoud van een dergelijk tijdschrift die goed aansluit bij dat waar de Brabant-Collectie voor staat. Dat geldt bijvoorbeeld voor een tijdschrift over de Nederlandse taal. De andere keer hebben artikelen in zo’n tijdschrift meer dan eens het Brabantse grondgebied tot onderwerp. En dit duidt er dan meestal op dat Brabant op een bepaald onderwerp een belangrijk (onderzoeks)gebied is. Dit is bijvoorbeeld het geval als het de archeologie betreft en het tijdschrift Archeologie in Nederland is hiervan een treffend voorbeeld. Zeer regelmatig verschijnen in dit tijdschrift met een – inhoudelijk – landelijke spreiding bijdragen over de resultaten van archeologisch onderzoek over Noord-Brabant, een belangrijk gebied als het gaat om de nederzettingsgeschiedenis van Nederland.

Het colofon vermeldt dat het een tijdschrift is voor vrijwilligers (van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland) en professionals. Archeologie in Nederland is de opvolger van Westerheem (gestart in 1952, in totaal 65 jaargangen!) en Archeobrief. Het tijdschrift, in 2022 toe aan de zesde jaargang, heeft tot doel de archeologische wereld te informeren over zaken betreffende archeologie en aanverwante terreinen. Het verschijnt viermaal per jaar en wordt uitgegeven bij Uitgeverij Matrijs.

De artikelen beslaan het hele spectrum van de archeologie (qua periode én onderwerp) en worden om die reden ook verzorgd door een breed scala aan auteurs. Nieuwe vondsten en specialistisch, archeologisch onderzoek wisselen elkaar af en maken ieder nummer tot een boeiend geheel. Dit komt ook omdat het tijdschrift prettig is opgemaakt en de bijdragen rijk zijn geïllustreerd. Andere archeologische publicaties, zoals rapportages, hebben vaak een andere uitstraling, maar zij dienen meestal een ander doel. Archeologie in Nederland is volgens het colofon voor de ‘actief geïnteresseerden’, maar door de artikelen en columns, archeologisch nieuws, de agenda en tentoonstellingskalender, is het interessant voor een veel groter publiek dan alleen die groep.

In de Brabant-Collectie is uiteraard veel meer te ontdekken over archeologisch Brabant. Via BCfinder zijn talloze boeken en tijdschriftartikelen, maar ook boeiend beeldmateriaal te vinden.


Vindplaats: T 11014

maandag 25 april 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van de Collse watermolen naar station Heeze

Etappe 7 Brabants Vennenpad (19,2 km)

Vanaf de weg zien we de Collse watermolen liggen, een dubbele onderslagmolen met rechts een koren- en links een oliemolen. De molen ligt, net als de Opwettense watermolen uit etappe 6, aan de Kleine Dommel.
Collse watermolen (maart 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Collse watermolen. Foto. Maker en datering onbekend.
Formaat: 15 x 24 cm. Vindplaats: E 21 / 842.11 Coll (4)
Het oudst bekende document waarin de molen wordt genoemd, dateert uit 1337. De Hertog van Brabant geeft de molen ‘te Colle’ in leen aan Rudolfus Rover van Hoescoet, die hem op zijn beurt verkoopt aan Otto van Cuyck, de heer van Cuijk en Mierlo. In 1680 brandt de molen geheel af, maar een jaar later herrijst hij weer en wordt tot 1859 verpacht. Dan komt de molen in handen van Jan Smulders, burgemeester en molenaar in Zesgehuchten. Vincent van Gogh woont vanaf december 1883 twee jaar in Nuenen. Lente 1884 schildert hij de Collse molen. Dit olieverfschilderij wordt november 2017 voor bijna 3 miljoen euro aangekocht door Het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch. De eerste helft 20e eeuw raakt de molen in verval, maar gelukkig komen in 1975 initiatieven op gang voor herstel. In 2003 is de reconstructie en restauratie afgerond en vanaf dan verhuurt gemeente Eindhoven de molen aan stichting De Eindhovense Molens.

Iets verderop aan de Collseweg ligt ‘t Huys te Coll. Molenaar Rombout Smits koopt in 1778 een huis naast de molen dat is ingericht als bierhuis. Negen jaar later bouwt hij tussen dat pand en de Collseweg een nieuw huis, ’t Huys te Coll, en dat wordt ook een bierhuis. Zijn nazaten zetten dit zo voort. In 1873 komt het in handen van koopman Jacob Neiszen. In 1918 is Johanna, ongehuwd en een van de vier kinderen van Jacob, de enige bewoonster van het huis. Ze leeft een teruggetrokken leven, met enkel een bok en wat kippen als gezelschap. Wordt ze eerst nog als tante Han aangesproken, al snel verandert dat in Collse heks en de kinderen uit de buurt roepen haar na met Hanneke Tanneke Toverkol. Het verhaal gaat dat ze zo mensenschuw was dat leveranciers de bestellingen door een luikje in een raam naar binnen moesten schuiven. In 1933 wordt ze ernstig ziek en komt in het ziekenhuis terecht waar ze niet veel later op 69-jarige leeftijd sterft. De gemeente heeft er een hele kluif aan haar zwaar vervuilde woning uit te mesten. Half Tongelre loopt uit bij het verbranden van al het afval.

Lopend door de prachtige, maar drassige Urkhovense Zeggen komen we uit bij het Eindhovens Kanaal, dat als een kaarsrecht lint in het landschap ligt. Dit kanaal is tussen 1843 en 1846 gegraven en vormt een verbinding tussen Eindhoven en de Zuid-Willemsvaart. Het heeft nu alleen nog een recreatieve functie. We lopen verder langs de Kleine Dommel en komen uit bij de tuinen van Kasteel Geldrop, die in 1870 in Engelse landschapsstijl zijn aangelegd.
Kasteel van Geldrop. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Uitgever: Rembrandt. 
Formaat: 12,5 x 9 cm. Vindplaats: pbk-G 26.1 / 820.11 (1)  
Het kasteel zelf zien we op een afstandje liggen. Het bouwwerk is overigens geen middeleeuwse burcht, maar ontstaan uit de nieuwe edelmanswoning die kasteelheer Amandus I van Horne rond 1616, vlak voor zijn dood, heeft gesticht. Centraal stond een woontoren oftewel donjon die is afgebroken in 1840. De Brabant-Collectie bezit onderstaande aquarel, maar het is onbekend of het hier de woontoren betreft of de Burght, een ander kasteel in Geldrop. Beide torens raakten in verval in de 18e eeuw.
Ruïne van het Kasteel te Geldrop in Staats-Brabant. Aquarel.
Maker en datering onbekend. Formaat: 21,9 x 16,3 cm. Vindplaats: G 26 / 820.11 (2)
Tegenwoordig is het kasteel in handen van een stichting en worden er tal van evenementen georganiseerd. Aangekomen op de Heuvel in Geldrop loont het de moeite een klein uitstapje te maken naar de Sint-Brigidakerk. Architect Carl Weber maakte het ontwerp voor deze kerk, die in 1891 wordt ingezegend. Het eindresultaat is een forse kruiskerk met een achtzijdige koepel in neoromaanse stijl.
Geldrop. R.K. Kerk. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Datering: vóór 1917.
Uitgever: G. Thielens-Cappers. Formaat: 14 x 9 cm. Vindplaats: pbk-G 26.1 / 411.11 Brig (4) 
Op deze plaats stond eerst een andere kerk. In de 14e eeuw bouwt men hier een dorpskerk die is toegewijd aan O.L. Vrouw en Brigida. Als deze te klein wordt bevonden, wordt halverwege/eind 19e eeuw het plan opgemaakt een nieuwe kerk te bouwen mét behoud van de toren. Maar een zware storm verwoest op 30 oktober 1887 de toren dusdanig dat deze alsnog gesloopt wordt. Onderstaande tekeningen tonen de oude kerktoren vóór en na het instorten.
Toren te Geldrop Noord-Braband 30 Oct. 1887. Fotolithografie. Maker: G.J. Thieme.
Datering: 1887. Formaat: 32,9 x 22,7 cm. Vindplaats: G 26 / 411.11 Brig (4)
Deze afbeeldingen horen bij een artikel uit 26 november 1887, gepubliceerd in De Opmerker (jaargang 22, nr. 48). Dit eerste architectuur- en bouwtijdschrift van Nederland verscheen van 1866 tot 1919 en was van 1883 tot 1892 het orgaan van architectuurgenootschap Architectura et Amicitia. In het artikel lezen we: “Zoo weinig beteekenend de kerk zelve was, zoo flink zag de toren eruit. (…) Het plan was dan ook den toren te behouden, reden waarom men, alvorens de kerk geheel te sloopen, den toren verankerde volgens orders van een architect.” Maar dit mocht niet baten; genoemde storm verwoestte de toren. De auteur van het artikel had geen goed woord over voor degenen die verantwoordelijk waren voor het beheer van de toren: “De man echter, die met den toestand goed bekend moest zijn, had nog kort te voren verklaard, dat er hoegenaamd geen gevaar bestond, waarom dan ook des Zondagsmorgens nog de klokken geluid werden. En dit alles niettegenstaande veertien dagen te voren reeds een van de nieuwe ankers gesprongen was, reeds brokken metselwerk bij den traptoren hadden losgelaten, en sedert acht dagen het torenuurwerk was blijven stilstaan!” Volgens de auteur was er sprake van verzwakking van de muren en had men vóór het slopen van de kerk dit eerst moeten herstellen. En de aangebrachte ankers hadden helemaal geen nut, integendeel, ze verminderden eerder de stabiliteit. De auteur besluit als volgt: “Uitgenomen de spits, die slechts als een noodkap dienst deed, was de kolossus een sieraad voor de gemeente; hij getuigde van schoonheidszin, offervaardigheid en geloof der Geldropsche voorvaderen. Aan de roekeloosheid, onbedachtzaamheid en onkunde van de deskundigen onzer eeuw, heeft Geldrop het verlies van dien dierbaren reliek en groote financiëele schade daarenboven te wijten. (…) Ware zoo iets voorgevallen, bijv. in Duitschland, den architect ware voorzeker zijn brevet van bekwaamheid ontnomen. Dat te onzent hierop geen acht wordt geslagen, pleit niet voor vrijheid, maar getuigt van ordeloosheid.”

We lopen verder en zien nog net, voordat we oevers van de Kleine Dommel volgen, de fraaie gevel van het Weverijmuseum in de Molenstraat. Hier was tot 1981 N.V. Wollenstoffenfabriek v/h A. van den Heuvel & Zoon gevestigd, die in zijn bloeiperiode werk bood aan 400 medewerkers. Vanuit het museum is de inpandige Geldropse watermolen te bezichtigen die vroeger in gebruik was als spinnerij. We laten de bebouwing achter ons, steken via het viaduct de A67 over en bereiken Natuurpoort De Plaetse en het Heidecafé. Een mooie gelegenheid voor een pauze, om daarna te genieten van de vergezichten op de Strabrechtse Heide. Hierna komen we bij het laatste stukje cultureel erfgoed van vandaag: Kasteel Heeze.

Kasteel Heeze N.B. Prentbriefkaart. Maker en datering onbekend.
Uitgever: H. Vollenberg. Formaat: 9,2 x 14 cm. Vindplaats: pbk-H 41.3 / 820.11 (1)
Het huidige bouwwerk is geheel omgracht en dateert uit 1662-1665. Architect Pieter Post kreeg van kasteelheer Albert Snouckaert van Schauburg de opdracht een grote, vierkante burcht te bouwen op de plaats van het middeleeuwse kasteel Eymerick. Maar al tijdens de bouw van de voorburcht werd duidelijk dat het gehele project te duur zou worden. Aldus bleef het bij deze voorbouw, die nog werd verhoogd met een extra verdieping. Kasteel Eymerick bleef staan. Overigens is de ligging strategisch gekozen aan de samenvloeiing van de Groote Aa met de Sterkselse Aa. Hierdoor is de watervoorziening van de grachten altijd op orde. Na het kasteel gaan deze twee beken verder als de Kleine Dommel oftewel Rul, al gedurende meerdere van onze wandeletappes een trouwe gezel. Sinds 1760 woont familie Van Tuyll van Serooskerken op Kasteel Heeze. Daarmee is het één van de laatst bewoonde kastelen van Nederland. Het gebouw is opengesteld voor rondleidingen en je kunt er terecht voor diverse zakelijke en/of feestelijke bijeenkomsten. Voor nu laten we het complex links liggen en lopen de 500 meter lange oprijlaan af. Achteromkijkend kunnen we nog even genieten van het uitzicht.
Kasteel Heeze met oprijlaan (mei 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Vanaf hier is het nog maar een klein stukje naar station Heeze, het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Soerendonk.

Bronnen:
  • E. Franken e.a.: Kasteel Geldrop: een edel verleden. Utrecht: Uitgeverij Matrijs, 2016. Vindplaats: BRA J FRAN 2016
  • W. van Heugten e.a.: Watermolen 't Coll Eindhoven. Eindhoven: Stichting 'De Eindhovense Molens', 2003. Vindplaats: BRA J3 HEUG 2003
  • J. van Hoek (1995): Vincent van Gogh, de Collse heks en het Rouwboerke. In: Gruun Buukske. Jaargang 24, nummer 3, pag. 98-101. Vindplaats: T 07410
  • J. Spoorenberg (1995): Nogmaals de Collse heks. In: Gruun Buukske. Jaargang 24, nummer 4, pag. 125-126. Vindplaats: T 07410
  • H. Verhees-Wouters: De geschiedenis van het Kasteel Geldrop & zijn bewoners. Heemkronyk, jaargang 36, nummer 2/3. Geldrop: Heemkundige Kring "De Heerlijkheid Heeze-Leende-Zesgehuchten", 1997. Vindplaats: BRA J VERH 1997

vrijdag 22 april 2022

Overdracht fotocollectie Anton Schellens (1887-1954)

De Brabant-Collectie is sinds woensdag 6 april de gelukkige bezitter van het fotografische oeuvre van de Eindhovense textielfabrikant Anton Schellens. Het werd geschonken, namens de erven, door Dolf Mignot, kleinzoon van de textielfabrikant. De schenkingsovereenkomst werd tijdens een feestelijke bijeenkomst getekend door prof.dr. Wim van de Donk, rector magnificus en collegevoorzitter. De fotocollectie van Schellens omvat bijna 750 objecten en bestaat uit afdrukken, (stereo-)glasnegatieven, (stereo-)celluloidnegatieven, diapositieven en diploma’s.

Handdruk na ondertekening van de schenkingsovereenkomst. 
Links Dolf Mignot, kleinzoon van de Anton Schellens, en rechts Wim van de Donk.
 © Paul Slot | Brabant-Collectie, Tilburg University
Twee passies had de rijke Eindhovense textielfabrikant Anton Schellens (1887-1954): fotograferen en kunst. Hij was een kwalitatief goede amateurfotograaf én hij verzamelde schilderijen, in het bijzonder van de Haagse School en Amsterdamse Impressionisten. Pittoreske en idyllische plekjes, waar de moderne tijd nog niet was doorgedrongen, legde Schellens tussen 1910-1925 vast op de gevoelige plaat.

Zijn werkgebied was Eindhoven en omgeving, onder andere Mierlo, Geldrop, Heeze en Oirschot. Geïnspireerd door de Impressionisten maakte Schellens bij voorkeur opnamen van boereninterieurs - het liefst één ruimte met open vuur – en ook huis-industrie (ambachtelijk handwerk). Hij ensceneerde zijn onderwerpen. Met grote zorg werd het woonvertrek, inclusief meubilair en voorwerpen, ‘heringericht’ met bijzondere aandacht voor het binnenvallend licht om het er zo schilderachtig mogelijk uit te laten zien. Schellens instrueerde en positioneerde zijn ‘modellen’, net zoals Vincent van Gogh en Jan Sluijters.

Naast opnamen van boereninterieurs, ambachten en het boerenleven, maakte Schellens portretten en foto’s van landschappen. Thuis, in zijn villa “De Driehoek” aan de Parklaan in Eindhoven, ontwikkelde hij zelf de glasplaten en maakte hij na selectie zijn vergrotingen. Hij bekwaamde zich in het procedé van de broomverfdruk oftewel de pigmogravure: de normaal vervaardigde afdruk werd gebleekt en na het drogen tamponerend bewerkt met licht vettige olieverf – eigenlijk een vorm van beeldbewerking avant la lettre.

Deze bijzonder fraaie afdrukken zond hij in voor fototentoonstellingen en fotowedstrijden in binnen- en buitenland. Achterop de tentoonstellingsafdrukken staan allerlei gegevens vermeld: datum en locatie van de opname, welke camera hij gebruikte, merk glasplaat en papier, en ook voor hoeveel gulden de foto op de expositie verkocht mocht worden en waar de foto is tentoongesteld. Schellens behaalde diverse prijzen en kreeg eervolle vermeldingen én publiceerde in weekbladen: onder andere in De Zuid-Willemsvaart, Katholieke Illustratie en de Panorama en in vakbladen zoals Focus, Lux, Deutsche Camera Almanach.

Een impressie:

Vrouw met mutsje
Pigmogravure
 © 
Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

Vrouw voor keuterboerderij 
Glasnegatief
 © 
Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

Klompenmaker aan het werk
Glasnegatief
 © 
Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

Brabantsche Huis-industrie, Geldrop: de rietenmaker, de spoelster, de wolpluister en de wever. 
Gepubliceerd in: Panorama, 1913.
 © Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

Aan de Dommel, 1913. 
Glasnegatief
Gepubliceerd in: Focus, augustus 1918.
 © 
Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University
“Het Brabantsche landschap met z’n peppels vol tere schoonheid, zijn geheimzinnige dennen, z’n woeste zandverstuivingen, z’n koele vennen [en] z’n verre heiden (…) noodigt U dagelijks uit tot het vastleggen van brokken natuur.” (Schellens, 1922)

Schoppen troef, Mierlo, juni 1922.
Pigmogravure
Tentoongesteld in Londen, 1922 en in het Stedelijk Museum te Amsterdam, 1928.
© Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

Rustig uurtje of Na de maaltijd, Heeze, 1922 of 1923.
Pigmogravure
Tentoongesteld in Turijn, voorjaar 1923. Bekroond met een gouden medaille en diploma.
© Anton Schellens | Brabant-Collectie, Tilburg University

maandag 11 april 2022

50 Jaar Café Wilhelmina 1971-2021

Afgelopen najaar verscheen een jubileumboek naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van café Wilhelmina in EindhovenEen café dat in 50 jaar nauwelijks is veranderd. Een thuis voor vele verenigingen en kleurrijke stamgasten en een muziekcafé dat een goede reputatie als concertpodium heeft. Veel bekende artiesten hebben er met plezier opgetreden, waaronder de jazztrompettist Dizzie Gillespie, Hans Dulfer, Jules Deelder, saxofonist David Sandborn, Herman Brood en gitarist Jan Akkerman. Het boek bevat artikelen over: de geschiedenis, de eigenaren, het personeel, de bijzondere muzikale avonden, de diversiteit aan verenigingen die Wilhelmina als thuisbasis gebruiken zoals de mannen- en vrouwenkoren, de Wilhelmina fanfare, de verschillende fietsverenigingen, de biljartclub, de duikclub, de monopolyclub en natuurlijk de carnavalsvereniging. Kortom, een boek met veel verhalen, herinneringen en mooie foto’s.

Vindplaats: BRA H3 NIEU 2021

maandag 28 maart 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Wolfswinkel naar de Collse watermolen

Etappe 6 Brabants Vennenpad (17.5 km)

Nadat we het gehucht Wolfswinkel zijn gepasseerd, lopen we richting de noordkant van Son en Breugel. We komen uit bij een dode arm van de Dommel en het natuurgebied De Sonse Bergen.
Sonsche bergen. Prentbriefkaart. Datering: 1948. Uitgever: JosPé, Arnhem.
Formaat: 9 x 14 cm. Eigendom Brabant-Collectie
De “heuvels” die we hier tegenkomen, behoren tot de Midden-Brabantse dekzandrug die zo’n 10.000 jaar voor Christus is ontstaan. In 1830 is het gebied in handen van een negental eigenaren. De Dommel meandert fraai door het landschap, tot in 1878-1879 de rivier wordt rechtgetrokken door een drietal bochten af te snijden. Een dode arm van de Dommel en een poel in het weiland herinneren aan de oude loop. Boeren leggen in die tijd houtwallen aan om hun akkers te beschermen tegen het stuifzand en voor het winnen van geriefhout. John Bruinsma (Heem Son en Breugel, 2002, jg. 17, nr. 2) stelt dat het aannemelijk is dat deze houtwallen middeleeuws zijn. In 1926 begint dr. Anton F. Philips met de aankoop van gronden in dit gebied, genaamd De Kleine Heide. Zijn doel is van deze akkertjes, heide- en stuifzandgebieden een ontspanningsoord te maken voor de kinderen van zijn werknemers. Tevens laat hij het gebied beplanten met naald- en loofbomen. In totaal wordt 27,5 ha omgedoopt tot Landgoed Son, een plek die grote recreatieve bekendheid krijgt, ook buiten Son. Lang blijft het gebied onaangetast, totdat eind 1958 het zuidelijke deel van het landgoed wordt verkocht aan N.V. Maatschappij voor Onroerend Goed De Nieuwe Erven. Deze aan Philips verbonden onderneming bouwt er 152 huurwoningen. Het resterende noordelijke gedeelte gaat De Sonse Bergen heten. In de jaren 70 van de vorige eeuw slaat de verloedering toe en lijdt het bosgebied onder illegale vuilstort en crossende brommers. Philips verkoopt de Sonse Bergen in 1974 aan Brabants Landschap en na een gebiedsruil komt het in 1991 in handen van Staatsbosbeheer. Momenteel is gemeente Son en Breugel betrokken bij het beheer en onderhoud. Recente grootschalige houtkap schoot bij sommigen in het verkeerde keelgat, zoals hier te lezen is. Bij de nieuwe boomaanplant zijn nu de omwonenden betrokken en hopelijk komt het vertrouwen hierdoor terug.

We verlaten de bossen en komen uit bij de Sint-Genovevakerk, de Rooms-Katholieke parochiekerk van Breugel. Deze kerk is gewijd aan de heilige Genoveva van Parijs. Volgens de overlevering zou zij in de buurt van Breugel hebben gewoond en water uit een poel hebben gedronken die later Genovevaput werd genoemd. Aan het water werd door vereerders een geneeskrachtige werking toegekend. De put is waarschijnlijk in de 17e eeuw gedempt, maar de exacte locatie is niet meer bekend. In de kerk bevinden zich een relikwie en een eikenhouten beeld van Sint-Genoveva.
Groeten uit Breugel. Prentbriefkaart met de Sint-Genovevakerk. Maker en uitgever onbekend.
Datering vóór 1959. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-B 85 / 411.11 Geno (2)
Sint Genovevastraat, met gelijknamige kerk, te Breugel (maart 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De gotische kerk stamt uit de tweede helft 15e eeuw. De middeleeuwse constructie van schip en koor wordt omstreeks 1580 vervangen, mogelijk na brandstichting. Op zondag 9 november 1800 wordt de kerk wederom getroffen als bij een zware storm de oorspronkelijk 25 meter hoge torenspits op het dak van de kerk valt. Trouwe lezers van deze blogreeks kunnen zich wellicht nog herinneren uit Etappe 5 dat op diezelfde dag de knop van de Knoptoren in Sint-Oedenrode is gewaaid! Een dag met catastrofale gevolgen dus, maar niet alleen voor deze twee plaatsen. Een monsterstorm raast over de Bataafse Republiek en de Zuidelijke Nederlanden. Deze laat een spoor van vernieling achter en veroorzaakt veel schade aan huizen, kerken en bossen. Online is een verslaglegging van deze storm te lezen, getiteld “Beschrijving van den storm van den negenden November des jaars 1800” (Haarlem: A. Loosjes Pz., 1801). Hierin spreekt de anonieme auteur van “eenen Storm, die waarlijk eenige overeenkomst gehad heeft met die Orkaanen, welke somtijds de geduchtste verwoestingen op de Eilanden van America aanrichten”. Pas in 1821 krijgt de Sint-Genovevakerk een nieuwe spits, die overigens aanzienlijk korter is. Een jaar later worden de dwarsbeuken gesloopt. Deze worden tijdens de restauratie en uitbreiding van de kerk onder leiding van architect Jan Strik in 1959-1960 herbouwd.

We lopen de Sint Genovevastraat uit en bereiken het Pieter Brueghelplein. Hier staat een stenen gedenkteken ter nagedachtenis aan de kunstschilder Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1530 – 1569). Zijn exacte geboorteplaats is niet bekend, maar het vaakst worden genoemd Breda en Breugel. De Vlaamse schrijver Felix Timmermans deed onderzoek naar het leven van deze schilder en kwam met het initiatief in Breugel een monument op te richten. Architect A.J. Kropholler maakte het ontwerp van dit eenvoudige gedenkteken.
Zaterdag 9 oktober 1926 onthult jhr. mr. Alexander van Sasse van Ysselt het monument. Hij is voorzitter van Het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, de voorloper van de Brabant-Collectie. De Maasbode publiceert op 11 oktober een uitvoerig verslag, waarin onder andere deze anekdote staat: “We moesten naar Breugel, een gehucht, diep in het Brabantsche land, waar rond de twintiger jaren der vijftiende eeuw de schilder zou geboren zijn, dien men den “Boeren” Breugel, of ook wel den “Ouden” Breugel noemt. (…) Felix Timmermans, die er Zaterdag zijn moest, omdat hij er een hoofdrol in de feesten te vervullen had en die er al eens een keer geweest was, vond het dorpje nauwelijks terug. Hij had in de omgeving van Breda gezocht in plaats van bij Eindhoven en zoo kwam hij er aan, toen het moment suprème reeds voorbij was. (…) Breughel was gehuldigd, doch toen kwam opeens de auto aangesnord met de feestredenaars. De hoeden gingen omhoog. Felix Timmermans drong door de dicht opeen gegroepte menigte en klom op het spreekgestoelte om zijn rede te beginnen. Beschuttend werden parapluies boven hem gehouden, maar de regen doorweekte nog zijn papieren; zijn stem klonk niet uit boven den wind. Hij moest het opgeven. Men vlood zoo vlug men kon naar de boerenbehuizing, waar tot slot zooals het feestprogram meldde, het Breugheliaansche koffiemaal werd gehouden.”

We verlaten Breugel en lopen richting het Wilhelminakanaal. De eerste plannen om Eindhoven en Tilburg met de Maas te verbinden, stammen al uit 1794. Toch duurt het tot 1910 voor men met de aanleg begint. Op 4 april 1923 vindt de officiële opening van het nieuwe kanaal plaats. Via de Sonse brug steken we het water over. In 1923 werd hier een draaibrug aangelegd die ook geschikt was voor de stoomtramlijn Eindhoven-Son-Nijnsel-Veghel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelt de brug een belangrijke rol in Operatie Market Garden, want deze brug is de enige die dan nog intact is. 17 september 1944 blazen de Duitsers de brug op, maar de Britse genie is in staat een baileybrug te bouwen die ook na de oorlogsjaren nog dienst doet. De brug verandert nog een keer in een hefbrug, dan weer in een draaibrug en uiteindelijk staat er sinds 1981 deze hefbrug.
Hefbrug over het Wilhelminakanaal bij Son (februari 2021)
© M. Saris (privécollectie)
Een paar kilometer verderop bereiken we weer de oevers van de Dommel. Aan de overkant zien we de Oude Toren van Nederwetten.
Oude Toren, Nederwetten (februari 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Sint-Lambertuskerk. Foto. Maker: Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
Datering: 1898. Formaat: 17 x 23 cm. Vindplaats: N 17.6 / 411.11 Lamb (1)
De voormalige Sint-Lambertuskerk, waarvan nu nog enkel de Oude Toren resteert, stamt uit de 15e eeuw. Als in 1896 de nieuwe kerk is ingewijd, wordt de oude in 1898 gesloopt. Alleen de toren blijft bewaard, omdat deze eigendom is van de gemeente. De toren raakt in verval, totdat het een rijksmonument wordt in 1972. Een volledige restauratie heeft echter nooit plaats gevonden.
We lopen verder langs de oevers van de Dommel en bereiken de stadsrand van Eindhoven. Dit is een schitterend stuk van de etappe, ook al kan het hier nogal eens drassig zijn. Na het oversteken van de Sterrenlaan bereiken we Eckart, een voormalig landgoed.

Woensel - Kasteel Eckart. Prentbriefkaart. Maker en uitgever: Jan Bijnen.
Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-W 80.1 / 820.11 Ecka (1)
Hof Eckart of Eykart wordt voor het eerst vermeld in 1312 met als leenheer Rogier van Leefdael. Door vererving komt het de jaren daarna in handen van diverse adellijke families en krijgt de versterkte boerderij door aan- en verbouw de vorm van een kasteel. In 1906 wordt het in opdracht van eigenaar jhr. Theodoor Gijsbertus Smits van Oyen vrijwel volledig opnieuw opgetrokken door Eduard Cuypers. In 1937 kopen de Broeders van de Heilige Norbertus van Elshout het landgoed en stichten er Huize Sint-Jozefdal, een verpleeginrichting voor mannen met een verstandelijke beperking. Deze inrichting wordt na een fusie in 1949 overgenomen door de Broeders van Liefde en vanaf 1980 door leken. Momenteel vinden mensen met een verstandelijke beperking een thuis op Woonpark Eckartdal.

We verlaten de stad en op weg naar Nuenen passeren we de Opwettense watermolen.
Opwettense watermolen te Nuenen (februari 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

Opwetten '29. Pentekening. Maker: J.D. Looyen. Datering: 1929.
Formaat: 22 x 27 cm. Vindplaats: O 35 / 842.11 (1)
Architect en pentekenaar Johan Dionysius Looyen maakte in de reeks “Watermolens op den Dommel” deze pentekening, die op 23 november 1929 gepubliceerd werd in de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant. In zijn begeleidende tekst zegt Looyen dat hij verrast is door deze “geestige watermolen” en dat het terreinverschil tussen de grondslag en de waterspiegel opmerkelijk is. En verder: “Maar vooral kenmerkt zich het groote verschil van hoogte in de kolossale afmetingen die de raderen hebben verkregen. (…) Met groote rust en majesteit zwieren de raderen in de open lucht, waardoor het geheele aspect meer leven en vroolijkheid krijgt.” En inderdaad, met twee raderen van 7,5 en 9,3 meter heeft deze molen het grootste waterrad van Nederland. De Opwettense watermolen aan de Kleine Dommel is gebouwd in de 11e eeuw door de monniken van de Benedictijner Abdij van Sint-Truiden. Het is een dubbele onderslagmolen die heeft dienstgedaan als koren-, olie-, zaag- en volmolen. Tweemaal heeft er brand gewoed, maar telkens is de molen herbouwd. Rond 2010 is de molen gerestaureerd, waarna de zuidzijde in gebruik is genomen als restaurant.
Tot slot: een aanrader voor verder lezen, maar zeker ook kijken is het prachtige (foto)boek De Opwettense watermolen (2021) van Piet-Hein van Halder.

Via het buurtschap Eeneind lopen we naar de Collse watermolen, het eindpunt van vandaag. Over drie weken gaan we weer verder, en wel naar station Heeze.

Bronnen:
  • J. Bleeker (2010): De Sonse Bergen. In: Heem Son en Breugel. Jaargang 25, nummer 2, pag. 33-41. Vindplaats: T 07765
  • J. Bruinsma (2002): Oude houtwallen in de Sonse Bergen. In: Heem Son en Breugel. Jaargang, 17, nummer 2, pag. 31-35. Vindplaat: T 07765
  • J. Dijsselbloem-Visser e.a.: De Sint-Genovevakerk van Breugel. Son en Breugel: Heemkundekring Son en Breugel, 1993. Vindplaats: BRA J DIJS 1993
  • P-H van Halder: De Opwettense watermolen. 's-Hertogenbosch: P-H van Halder, 2021. Vindplaats: BRA J3 HALD 2021
  • H. Strijbos (1991): De Sint-Genovevakerk van Breugel. In: Heem Son en Breugel (themanummer). Nummer 4, pag. 90-120. Vindplaats: T 07765

maandag 14 maart 2022

Aachterum is ‘t kermis

In november 1996 gaf Historische Vereniging Berlicum Middelrode (HVBM) het introductienummer uit van hun tijdschrift ‘Aachterum’. Hierin staat de volgende naamsverklaring, die tweeledig is. Het eerste deel luidt als volgt: ‘De beer in het logo (van HVBM, red.) loopt naar het steeds vager wordende verleden, hij keert als het ware om, zoals wij trachten terug te blikken in de tijd.' Hier kun je als aspirant-lid van de heemkundevereniging misschien niet direct wat mee, maar het tweede deel zal hem meer aanspreken: ‘Aachterum is ’t kermis’ was in vele Brabantse gezinnen een uitdrukking. Men bedoelde daarmee dat bezoekers zich niet aan de voordeur hoefden te melden, maar gewoon achterom moesten komen. Dit vond men gastvrijer. (…) Dit gemoedelijk omgaan met elkaar vindt de vereniging noodzakelijk om samen iets goeds tot stand te brengen. De redactie vindt het een voorwaarde om een goed tijdschrift te maken’.

En dat laatste gebeurt dus nu al ruim een kwart eeuw. Drie keer per jaar en telkens 24 pagina’s dik; lezenswaardige artikelen over de geschiedenis van Berlicum en Middelrode. Een aantal betrokkenen van het eerste uur is anno 2022 nog steeds actief voor het periodiek. De geografische ligging vlakbij ’s-Hertogenbosch betekent dat in artikelen vaak een link kan worden gelegd met de provinciehoofdstad. Dit is met name het geval in bijdragen over de Tweede Wereldoorlog. Hierin komt goed naar voren welke rol omliggende gemeenten (van een grote stad) speelden ten tijde van oorlog en bevrijding. In de vele biografische artikelen en familiegeschiedenissen komt vaak interessante informatie boven tafel die ons meer vertelt over het leven en werken in dorpsgemeenschappen in met name de negentiende en twintigste eeuw.

Wat opvalt in ‘Aachterum’ is dat artikelen over de voorbije tweehonderd jaar goed vertegenwoordigd zijn, maar de geschiedenissen van wat verder terug maar mondjesmaat aan bod komen. Hier ligt een mooie uitdaging voor huidige en toekomstige onderzoekers. Grasduinen in de Brabant-Collectie, waar ook (beeld)materiaal wordt bewaard en beschikbaar gesteld over Berlicum en Middelrode, brengt iemand wellicht op ideeën…

Vindplaats: T 09890