Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

dinsdag 27 maart 2018

Wensbrieven

Sinds jaar en dag sturen we elkaar bij allerlei gelegenheden wensen. Halverwege de 18e eeuw was het bij de gegoede burgerij al traditie om wens- en kermisbrieven te versturen of te schenken. Deze wensen werden door kinderen zo fraai mogelijk op voorgedrukt papier met sierranden geschreven en persoonlijk aangeboden aan familie of bekenden. Bij gelegenheid (Nieuwjaar, verjaardag, huwelijk) werden ze ook door de kinderen voorgelezen. Voor dit fraaie werkje ontving het kind in kermistijd een (geldelijke) beloning.
De geadresseerden (de ouders) bekostigden deze decoratieve prenten. Voor de tekst werd de hulp van de onderwijzer ingeroepen of men maakte gebruik van voorbeeldboekjes. De vaak deugdzame en moralistische verzen zijn veelal afkomstig uit bundels. Hierin bevinden zich kant-en-klare lofdichten voor verjaardagen, bruiloften, jubilea etc. De onderwijzer schreef 
in zijn fraaiste handschrift de tekst op rijm voor de kleine kinderen. Oudere kinderen voerden de voorbeeldteksten in schoonschrift zelf uit. Mengvormen kwamen ook voor. Soms werd de wensbrief ingelijst en aan de muur gehangen. Dit drukwerk wordt onder de ‘volkskunst’ geschaard.
Meestal verzorgden de drukkers zelf de uitgave van deze voorgedrukte prenten. Hun naam vermeldden ze vaak onderaan het vel bij wijze van reclame. De decoratieve kransen met voorstellingen werden gedrukt op vergépapier met watermerk. Het betreft hout- of kopergravures en later (in de 19e eeuw) lithografieën. Het formaat is ca. 42/43 x 34 cm. De vormgeving van de omlijstingen volgt de mode van de tijd: classicisme, romantiek en biedermeier.

De Brabant-Collectie bezit 5 onbeschreven wens- en kermisbrieven. Het middengedeelte is blanco en daaromheen is een fraaie sierrand aangebracht met religieuze of genretaferelen. Degene die de wens verstuurde of schonk, kleurde het met de hand in (waterverf).

Onderstaande drie wensbrieven zijn voorzien van een uitgeversadres:

Gedrukt by de Erve de Weduwe J. van Egmont: op de Reguliere Breestraat, te Amsterdam. Ze zijn in series gedrukt tussen 1761-1804 en Romeins genummerd.
Nieuwjaarsbrief, nr. I
Acht taferelen met onder meer: Annunciatie; Visitatie; Geboorte van Jezus; De engel die de herders laat weten dat Jezus is geboren; De ster die de Drie Koningen de weg wijst naar de stal; Vlucht naar Egypte; Kindermoord.
Vervaardigd door H. Numan.

Nieuwjaarsbrief, nr. II
Linksboven: Besnijdenis. Rechtsboven: Aanbidding der Koningen. Linksonder: Nieuwjaar wensen aan de deuren. Rechtsonder: IJstafereel (sleeën op bevroren gracht).
Vervaardigd door H. Numan.

Paasbrief, nr. III (met sjabloonkleuring)
Zes taferelen met onder meer Laatste Avondmaal, Voetwassing, Kruisdraging en Golgotha.
Vervaardigd door H. Numan.

De volgende twee wensbrieven hebben geen uitgeversadres.
Nieuwjaarsbrief, zonder nummer
Zes taferelen, waarvan vijf kleinere oudtestamentische scenes en onderaan een grote voorstelling met de Geboorte van Jezus. Op de voorgrond de ezel en achter de kribbe twee ossen (Aanbidding der herders).

Kermisbrief, nr. 26 (ingekleurd)
Onderaan het optrekken van de schutterij, verkoopkraam en koekhakken. Mogelijk kan deze prent toegeschreven worden aan:
Erve de Wed. Ratelband & J. de Brouwer, op de Roozegragt, Amsterdam (werkzaam 1805-1808).

donderdag 22 maart 2018

Pasen-expositie

Bij een selectie van bijzondere boeken voor een tentoonstelling over Pasen mag een missaal niet ontbreken. Een van de opmerkelijkste missalen in de Tilburgse universiteitsbibliotheek is het Luikse missaal uit 1513: Missale ad usum diocesis Leodiensis (vindplaats: TF PRE TFK E 12), gedrukt in Parijs door Wolfgang Hopyl voor de Keulse uitgever Franz Birckmann. Dit is het enige exemplaar in Nederland.
Men vermoedt overigens dat Hopyl afkomstig was uit Utrecht of Den Haag. Zijn geboorte- en sterftejaar zijn onbekend. In 1489 ging hij naar Parijs en werd daar een belangrijke boekdrukker die zelfs voor de Londense boekenmarkt drukte. Vanaf 1512 produceerde Hopyl drukwerk voor Franz Birckmann. De universiteitsbibliotheek bezit minstens acht boeken die gedrukt zijn door Wolgang Hopyl: de vroegste stamt uit 1503, de laatste uit 1521.
Het Luikse missaal werd gebruikt in het prinsbisdom Luik dat tot 1559 enorm van omvang was. Het omvatte ook het noordelijke deel van Hertogdom Brabant. Het is een foliant van 200 bladen (400 bladzijden) op geschept papier zonder watermerk en met een opvallend stugge stevigheid. Ontelbaar zijn de vele beeldende initialen (34x34 mm). Daarnaast wordt het missaal gesierd door vele fraaie houtsneden van 50x40 mm en van 100x70 mm. Vier afbeeldingen zijn zelfs bijna paginagroot (gemiddeld 272x180 mm), ook al zijn ze dan wel samengesteld uit vijf verschillende houtsneden.

Veel van de kleinere houtsneden vertonen scenes van Christus' Passie. Ook negen van de middelgrote afbeeldingen hebben te maken met het paasfeest: de Judaskus, Ecce Homo, Jezus draagt het kruis (2x), de Kruisiging (2x), de Opstanding, het Laatste Avondmaal (2x). Het zijn prachtige houtsneden van hoge kwaliteit. Helaas is in het hele boek geen enkele illustratie gesigneerd, waardoor de kunstenaar vooralsnog onbekend is.



Vrijwel middenin het missaal is een perkamenten bifolium meegebonden. Op dat bifolium zijn twee van de al genoemde vier paginagrote houtsneden gedrukt, waarvan een handgekleurde. Die laatste is te zien in de Pasen-expositie: de Kruisiging. De afbeelding valt op door de ruime hoeveelheid bloed die Christus verliest en door de duidelijk zichtbare tranen op het gezicht van Maria en Johannes de Doper. Zelfs de maan kijkt verdrietig.
De Kruisiging
Vindplaats: TF PRE TFK E 12
De eerste eigenaar is Johannes Ruijs geweest. Hij leefde in het tweede kwart van de 16e eeuw, was vermoedelijk een geestelijke en lid van de familie Ruijs uit Grave. Misschien is hij zelfs de broer van Walter Ruijs, een 16e-eeuwse dominicaan uit het vestingstadje. Johannes Ruijs liet het missaal na aan de Sint-Elisabethkerk in Grave. Uiteindelijk is het missaal overgegaan in eigendom van het klooster van de Kapucijnen van Velp.

De Pasen-expositie is te zien t/m vrijdag 20 april 2018 in de vitrine op niveau 0 bij de Brabant-Collectie.

maandag 19 maart 2018

Tijdschrift: Van den Herd

Van den Herd, het tijdschrift van Heemkundekring De Heerlijkheid Oirschot, verschijnt drie keer per jaar. Het eerste nummer verscheen in 1994. De inhoud bestaat uit artikelen en wetenswaardigheden over Oirschot en haar geschiedenis. De artikelen zijn gebaseerd op interviews, herinneringen en archiefonderzoek. De heemkundekring, opgericht in 1941, werd op 16 september van dat jaar al verboden door de Duitse bezetter. Tevens werden de bezittingen verbeurd verklaard. Pas in 1951 namen twee hoofdonderwijzers A. Schreurs en P. van der Sanden, na een bezoek aan een werkkamp georganiseerd door Brabants Heem, het initiatief tot heroprichting van de kring. Momenteel heeft De Heerlijkheid Oirschot bijna 200 leden en worden jaarlijks activiteiten georganiseerd met betrekking tot heemkunde en geschiedenis van dit Kempische dorp.
Een gewaardeerd schrijver van veel artikelen van het tijdschrift was Theo van de Loo (1925-2016), voormalig wethouder van Oirschot. Hij schreef tevens een boek over zijn herinneringen en zette zich in voor het behoud van kleine Oirschotse monumenten. Op 27 november 2016 heeft burgemeester Severijns het straatnaambord Theo van de Loopad onthuld. Clari van Esch-van Hout is van 1994 tot 2014 een belangrijk redactielid geweest. Ook nu nog schrijft ze artikelen over uiteenlopende onderwerpen voor het tijdschrift. Van haar hand verscheen onder andere de reeks "Terug naar het Oirschot van toen". Een andere bekende auteur van het tijdschrift is Hanneke van den Bogaarts-Vugts. Ze schreef onder andere de reeks "Altaren in de kerken van Oirschot", waarin reeds 19 artikelen zijn verschenen.

Het tijdschrift is aanwezig vanaf jaargang 1 (1994) tot heden en raadpleegbaar op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.
Vindplaats: T 09643

donderdag 15 maart 2018

'Naauwkeurige Waarneemingen' van L'Admiral

De Amsterdammer Jacob L'Admiral (1700-1770) voorzag Naauwkeurige Waarneemingen omtrent de Veranderingen van veele Insekten of gekorvene Diertjes (1774) van prachtige afbeeldingen van vlinders en andere vliegende insecten. Dit boek, vóór 1853 aangeschaft door de Genootschapsbibliotheek is later verloren gegaan. Onlangs is dit natuurhistorisch pareltje opnieuw aangekocht op een veiling.
Titelpagina
Naauwkeurige Waarneemingen omtrent de Veranderingen van veele Insekten
of gekorvene Diertjes...etc. Door wylen den Heer Jacob L'Admiral
Amsterdam: Johannes Sluyter, 1774
Vindplaats: KOD 042 N 02
Jacob L'Admiral behoorde tot een voornaam Normandisch geslacht. Samen met zijn oudere broer Jan werd hij geschoold in het maken van handgekleurde prenten door de Londense graveur en kunstschilder Jakob Christof Le Blon. Op tienjarige-leeftijd begonnen met de studie van vlinders, ontwikkelde hij zich tot een begenadigd amateur-entomoloog. Zeer nauwkeurig observeerde en tekende hij de metamorfose van eitje tot rups, van pop tot vlinder. Na een studie van dertig jaar publiceerde L'Admiral in 1740 in totaal 25 door hemzelf vervaardigde platen, die gretig aftrek vonden. Hij had de intentie meer te produceren, maar zijn aanstelling in 1750 tot ijkmeester-generaal van de Verenigde Nederlanden belemmerde dit. Na zijn dood kocht de Amsterdamse boekverkoper Johannes Sluyter de koperplaten plus de bijbehorende beschrijvingen op en maakte in 1774 deze herdruk. De Amsterdamse arts, natuuronderzoeker en uitgever Maarten Houttuyn (1720-1798) verzorgde de redactie van dit boekwerk. Tevens voegde hij de 8 platen toe die hij van L'Admiral geleend had voor de sectie over vlinders in zijn eigen uitgave Natuurlyke Historie of uitvoerige Beschryving der Dieren, Planten en Mineralen (37 delen, 1761-1773). Dat Houttuyn een groot bewonderaar van L'Admiral was, spreekt uit zijn voorwoord:
"Weinige Liefhebbers geeven zich de moeite om dit behoorlyk na te spooren, en inderdaad, daar wordt een meer dan gemeene bekwaamheid, een onverbeeldelyk geduld, en eene weergalooze oplettendheid vereischt, om hier in te slaagen."
Naauwkeurige Waarneemingen bevat in totaal 33 koperplaten, die de metamorfose van 70 soorten dag- en nachtvlinders en andere vliegende insecten en hun waardplanten in hun natuurlijke omgeving tonen. Wie de inkleuring heeft verzorgd, is niet bekend, maar mogelijk was dit de koper zelf.

Hieronder drie platen van nachtactieve nachtvlinders uit de nieuwe aanwinst.
Plaat I: Pauwoogpijlstaart
In: Naauwkeurige Waarneemingen...etc.
Amsterdam: Johannes Sluyter, 1774

Kopergravure, ingekleurd
Vindplaats: KOD 042 N 02
Bovenstaande door L'Admiral met L'A.j. ondertekende plaat toont de Pauwoogpijlstaart. Deze nachtvlinder toont bij bedreiging de roze-rode achtervleugels met zwart-blauwe oogvlek om de aanvaller te verwarren.


Plaat XVIII: Meriansborstel
In: Naauwkeurige Waarnemingen... etc.
Amsterdam: Johannes Sluyter, 1774

Kopergravure, ingekleurd
Vindplaats: KOD 042 N 02
De Meriansborstel is vernoemd naar de vermaarde Duitse kunstenares en entomologe Maria Sibylla Merian. Met name de rups van deze soort is opvallend vanwege zijn kleurrijke en borstelige uiterlijk.


Plaat XXV: Blauw weeskind
In: Naauwkeurige Waarneemingen...etc.
Amsterdam: Johannes Sluyter, 1774

Kopergravure, ingekleurd
Vindplaat: KOD 042 N 02
Het Blauw weeskind was ook in de tijd van L'Admiral al een zeer zeldzame nachtvlinder. In zijn begeleidende tekst schrijft hij:
"Het Blaauwe Weeskind. Zo word deze ongemeen groote uil onder de Liefhebbers genoemd, en zy is zo raar, dat ik bygewoond heb, dat de eene Liefhebber den ander een Ducaton voor zulk een boodt, maar ze was 'er niet voor te koop... Met te zoeken heb ik 'er nog nooit een kunnen vinden, maar in het Jaar 1726, te Versailles, langs de Avenue de Seaux naar myn Huis gaande, viel onverwagt, uit een Popelier, vlak voor my neder, de groote Rups van deeze Uil."

Zie voor meer prachtige boeken met vlinders ons blog Zomerexpositie Vlinders van 9 juli 2014.

Vindplaats: KOD 042 N 02

maandag 5 maart 2018

Rico


Onlangs verscheen een onthullend boek van Leon Verdonschot over kickbokser Rico Verhoeven, een meeslepend en filmisch geschreven verhaal. Het gaat niet alleen over sportieve wilskracht en discipline, maar het is ook een ontroerend verslag over een andere strijd: het loskomen van je verleden. Rico heeft zich omhoog gevochten! Hij verslaat niet alleen zijn tegenstanders, maar ook zijn eigen verleden. Verdonschot volgde de populaire wereldkampioen een jaar lang intensief. Tijdens trainingen, wedstrijden en voorbereidingen daarvoor, thuis en in zijn vrije tijd. Hij sprak onder andere met familieleden, (jeugd)vrienden, trainers en medesporters. Hij geeft een onthullende blik op het persoonlijke leven van Rico. Voor het eerst wordt er verteld over de probleemjeugd van Verhoeven, zijn verstoorde relatie met zijn moeder en zijn relatie met zijn vader die hem de eerste jaren trainde, maar later uit het team werd gezet.

Signatuur: BRA H4 VERD 2017

woensdag 21 februari 2018

Maria van Lanschot: een elegante verschijning

Portret Maria Josephina Catharina van Rijckevorsel-van Lanschot, 1858
Geschilderd door J.H. Delin, gelithografeerd door J. Schubert en gedrukt bij Imp. Simonau & Toovey
Vindplaats: P / R 92 (1)
De Brabant-Collectie heeft vele fraaie portretten - beeltenissen van bekende en minder bekende Brabanders - in haar prentenkabinet. Deze portretten zijn gemaakt ter bevestiging van beroep of status, ter gelegenheid van een huwelijk of ter herinnering na een overlijden. Portretsoorten die daarbij onderscheiden kunnen worden, zijn die van één persoon, een dubbelportret (echtpaar of broers/zussen) en groeps- en zelfportretten van Brabantse schilders, tekenaars en fotografen. Dit negentiende-eeuwse memorieportret geeft Maria van Rijckevorsel-van Lanschot (’s-Hertogenbosch 3 april 1837 - ’s-Hertogenbosch 7 mei 1858) zittend weer. J. Schubert maakte deze steendruk naar een schilderij van de portretschilder Joseph Delin (1821-1892). Aan de hand van de kleding kan dit portret in de tijd en het milieu worden geplaatst.

De jonge vrouw heeft in haar rechterhand een fraaie shawl van Chantillykant, terwijl haar linkerhand rust op de leuning van een brede canapé. De kraag van wit kant is opgeluisterd met een broche. Deze kraag en de losse ondermouwen, die bijelkaar gehouden worden door een zwarte band met strikje, beschermden de zijden japon tegen vuil. De wijde, breed uitlopende mouwen zijn afgezet met verschillende stroken van geometrische vormen, afgewisseld met donker kant. Dergelijke stroken typeren de mode rond 1850. Zwart passement zien we meestal pas vanaf circa 1860. Maria is hiermee zeer modieus. Haar kapsel is eenvoudig. De hooggesloten japon met wijde rokomvang schept als het ware afstand. Een dame moest een toonbeeld van deugdzaamheid zijn en mocht geen vinger uitsteken. Dat kon ook niet in zo’n japon. Het lijfje sluit met knopen met hangertjes. Ongetwijfeld droeg Maria een strak korset met verticale baleinen. De extreme omvang van de rok wordt bereikt door een verstevigde onderrok: de crinoline, vroeger met paardenhaar, vanaf circa 1856 met ijzeren hoepels.

Deze litho is gemaakt ter gelegenheid van Maria’s overlijden op 7 mei 1858, zeven weken na de bevalling van haar eerste kind. Ze was pas 21 jaar oud. Haar chique japon benadrukt de rijkdom van haar echtgenoot, Jhr. Mr. Cornelis Richardus Edmundus van Rijckevorsel (1829 - 1876), met wie zij op 28 mei 1857 trouwde. Cornelis was griffier van het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch. Als pendant bij dit portret liet hij drie jaar later ook zijn portret vervaardigen door Delin. Van Rijckevorsel stond op de lijst van de hoogstgeschatte inkomens van de stad ’s-Hertogenbosch in 1873-74, haar vader Augustinus Cornelis van Lanschot (1794 - 1874) voerde die lijst aan.
Detail
Vindplaats: P / R 92 (1)
Beide familiewapens staan onder het portret. Het linker wapen van Van Rijckevorsel toont twee kikvorsen en een fazant in de schildhoek, geplaatst over de derde kikvors. Rechts staat het wapen van Van Lanschot met drie bomen en een burcht voor de middelste boom. De kroon mocht een jonkheer of -vrouw  boven het familiewapen voeren als teken van adellijke rang. In de banderol staat de wapenspreuk ‘Condit opes virtus’ van Van Rijckevorsel: ‘Rechtschapenheid is de grondslag van welstand’. De Van Lanschots maakten deel uit van de Bossche bestuurlijke en financiële top. Dit huwelijk van Maria met een lid van de adellijke familie Van Rijckevorsel onderstreepte dat de Van Lanschots inmiddels bij de provinciale elite hoorden.

Van 1852 tot haar huwelijk woonde Maria met haar vader, moeder en vier broers in De Gulden Ketel aan de Markt in ’s-Hertogenbosch en had de familie een buitenplaats bij St. Michielsgestel, huize Zegenwerp. Van haar ouders, Maria Oomen (1809-1889) en August van Lanschot (1794-1874), bezit de Brabant-Collectie ook portretten. Maria’s oudste broer mr. F.A.J. van Lanschot was van 1881 tot 1886 voorzitter van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Haar zoon Frans J.J.M. van Rijckevorsel (1858 - 1935) bekleedde diezelfde positie van 1916 tot 1926.

vrijdag 26 januari 2018

Een Wittenbergse Lutherband

Soms komt de tekst van een boek op de tweede plaats en kunnen andere aspecten van een boek onderwerp zijn van onderzoek. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de Hebreeuwse grammatica uit 1607 van de theoloog Johann Buxtorf (1564-1629). In de Universiteitsbibliotheek Tilburg bevindt zich onder signatuur TFH-A 4183 een buitengewoon interessant exemplaar van dit boek. Het gaat hier om een Hebreeuwse tekst, dus wat nomaliter het achterplat van de boekband is, is hier het voorplat. Op dit plat is een plaatstempel te zien met daarop de afbeelding van Maarten Luther (1483-1546). Op het achterplat treft men nog een portret aan: de helaas sterk vervaagde plaatstempel van de Lutherse theoloog Philipp Melanchton (1497-1560). Boven de afbeelding van Luther ziet men de initialen H.T.M. of M.T.H. van de eerste eigenaar oftewel degene die de opdracht heeft gegeven zijn boek in varkensleer te laten binden en te laten decoreren met de portretten van twee reformanten. Wie achter de initialen schuilgaat, weten we vooralsnog niet, maar onder de plaatstempel ziet men het jaar waarin het boek gebonden is: 1610. Verder is de plaatstempel van Luther gesigneerd door de boekbinder in de boog boven Luthers hoofd. Het betreft Thomas Krüger uit Wittenberg. Maar Thomas Krüger is in 1591 overleden. Zijn stempelmateriaal is dus in andere handen overgegaan. Wie is dan de boekbinder geweest?
Dit exemplaar van de Universiteitsbibliotheek Tilburg roept nog meer onbeantwoorde vragen op. Van wie zijn de talloze contemporaine handschriftelijke Latijnse en Hebreeuwse aantekeningen? Het boek is gedrukt in Bazel, waar Buxtorf overigens sinds 1588 als hoogleraar Hebreeuws aan de universiteit werkte. Maar het is gebonden in Wittenberg, 773 km ten noorden van Bazel. Wie zijn de opeenvolgende eigenaars geweest en waardoor is het boek vervolgens 645 km westelijk terecht gekomen in de bibliotheek van het Grootseminarie Haaren? Als boeken toch konden spreken.