Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 28 augustus 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: van Dinteloord naar Willemstad

Etappe 3 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 19 km)

Vandaag lopen we door het weidse polderlandschap naar Willemstad. Een tocht die er pakweg 300 jaar geleden anders uitgezien zal hebben, zoals onderstaande uitsnede van een historische kaart uit 1747 illustreert. Zo was het gebied ten noorden van Dinteloord, het startpunt van vandaag, nog niet ingedijkt.
Uitsnede van: Carte particulière des environs de Willemstad, Steenbergen, et Berg-op-Zoom.
Gekleurde kopergravure. Uitgave van G. Dheulland, 1747. Formaat: 20,8 x 29,3 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Bergen op Zoom / 1747 (1) (bis)
Leg je hier de routekaart naast die we vandaag gebruiken, dan zijn de verschillen evident. Waar eerst een gebied met gorzen was, is nu een flink bedrijvencomplex en een jachthaven te vinden.
Uitsnede van etappe 3 Dinteloord - Willemstad in: Wandelen doe je in Brabant!
Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: 1 linie, 11 vestingsteden, 1001 ontdekkingen,
wandelpad van 290 km
. Vindplaats: BRA H4 ROUT 2022
Overigens loopt onze route niet door Dinteloord, maar ben je geïnteresseerd in de geschiedenis ervan, bekijk dan zeker onze zoekinterface BCfinder.
Het dorp is vernoemd naar de rivier de Dintel, die we oversteken via de Prinslandsebrug. Het is nu even doorbijten over de dijkwegen in de eindeloos lijkende polders. Na een kilometer of zeven bereiken we het viaduct over de snelweg richting Willemstad en lopen we verder langs de westrand van het dorpje Helwijk, vernoemd naar de gelijknamige 17e-eeuwse hofstede. Het gebied bij die hofstede wordt op oude kaarten aangeduid met De Hel, en mogelijk dankt het nabijgelegen fort waar we vervolgens langs lopen hier ook zijn naam aan. Sinds 1 juni jl. is Fort de Hel weer geopend voor publiek, in ieder geval tot het einde van het zomerseizoen. Daarna volgt een evaluatie om te kijken of de openstelling verlengd kan worden.
Fort de Hel in winterlicht (december 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Deze plek was in 1747 onderdeel van een reeks batterijen, aangelegd in verband met de belegering van Bergen op Zoom. Het eenvoudige, aarden Fort Anna (later Carolina) raakte in de jaren daarna in verval. De Fransen onderkenden echter het strategische belang en bouwden in 1811 op de ruïnes een nieuw, sterk fort genaamd l’Enfer. Twee jaar later, na het vertrek van de Fransen, kreeg het de naam Fort de Hel. In de periode 1882-1884 werd het toen verouderde fort grondig verbeterd. Na de opheffing van de vesting Willemstad in 1926 verloor het zijn functie. In de Tweede Wereldoorlog was het nog even in gebruik tijdens de mobilisatie, maar de Duitse bezetter nam het fort al snel over. Sinds 1988 is het een rijksmonument.

We vervolgen onze route westwaarts, lopen onder de snelweg door en bereiken via de Maltaweg het volgende fort. In 1811 liet keizer Napoleon hier Fort De Ruijter bouwen, later omgedoopt in Sabina. Het stamt dus uit dezelfde periode als Fort de Hel, dat zijn ‘grotere broer’ rugdekking moest geven. Aan de andere kant van het Volkerak, in Ooltgensplaat op Goeree-Overflakkee, verrees Fort Duquesne (later Prins Frederik genaamd). Het geschut op deze forten en de strategische ligging voorkwamen dat de vijand via het Volkerak kon doorvaren naar het Hollandsch Diep om zo verder het land in te trekken. Na de aftocht van de Fransen in 1813 bleef het fort zijn militaire functie houden. Zo’n zeventig jaar later volgden een flinke uitbreiding en modernisering met onder andere de bouw van een kazerne. Vanaf 1913 werd het fort vernoemd naar de Sabina-Henricapolder waarin het ligt.
Binnenplaats Fort Sabina met de voormalige kazerne (december 2022).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren hier 400 soldaten gelegerd, en was verveling de grootste vijand. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bood dit grootste fort van Noord-Brabant de inwoners van Heijningen en omgeving een schuilplaats. Staatsbosbeheer is sinds 1981 de eigenaar en een stichting zorgt in samenwerking met gemeente Moerdijk en provincie Noord-Brabant voor exploitatie, beheer en instandhouding van het fort.

We passeren de Volkeraksluizen, Europa’s grootste en drukst bevaren binnenvaartsluizencomplex, en lopen Willemstad in. We volgen het pad over de Singel en hebben mooi zicht op de vestinggracht en de omwalling links van ons. Rechts ligt een buitengracht. De vesting is nog grotendeels intact, waardoor je je met enige verbeeldingskracht makkelijk terug kunt laten voeren in de tijd.
Uitsnede van een kaart van Willemstad en omgeving. Datering: 1800-1815
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Willemstad / XVIII B (1)
Op deze historische kaart is de zevenpuntige stervorm van de stad goed te zien. Op iedere hoekpunt stond een bastion, genoemd naar elk van de zeven provinciën van de Republiek. In het midden van de kaart staat De Ruige Hil, de naam voor de omringende polder. Dit verwijst naar de oorspronkelijke naam voor Willemstad: Ruigenhil, een nederzetting die vanaf 1565 langzaam gestalte kreeg. In 1583, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, gaf Willem van Oranje opdracht tot versterking van deze plaats vanwege de strategische ligging. Na de moord op de Vader des Vaderlands gaf zijn zoon Maurits stadsrechten aan Ruigenhil en veranderde de naam in Willemstad. Tevens voltooide hij de vestingwerken. Willemstad beleefde haar belangrijkste belegering in 1793, toen de stad de vrijwel onophoudelijke beschietingen door het Franse leger doorstond. Onderstaande twee prenten uit de Brabant-Collectie geven hiervan een indruk.
Gezicht van eene Fransche Batterij, op de Plaats genaamd de Hel, naar de Willemstad.
Gekleurde kopergravure. Maker: D. Vrijdag (naar een tekening van Hausdorff en J. Bulthuis).
Datering: 1793. Formaat: 30,5 x 24,2 cm. Vindplaats: W 70 / 1793 (2)
We schrijven februari 1793. Op de voorgrond staat de Franse artillerie bij batterij De Hel. Links worden kogels gloeiend heet gemaakt voor de beschieting van gebouwen. Op de achtergrond zien we de contouren van Willemstad.
Gezicht van de Willemstad van de kant van de Buitensluis. Kopergravure.
Maker: D. Vrijdag (naar een tekening van Hausdorff en J. Bulthuis).
Datering: 1793. Formaat: 19,2 x 22,8 cm. Vindplaats: W 70 / 1793 (10)
Ook op bovenstaande prent vliegen de kanonskogels in het rond, maar nu zien we de stad vanaf Fort Buitensluis, aan de overkant van het Hollandsch Diep. Van links naar rechts zien we o.a. de d’Orangemolen, de Koepelkerk, het Oude Raadhuis en de Waterpoort. Het heldhaftige verzet kon niet voorkomen dat twee jaar later, in 1795, ons land alsnog in Franse handen viel en ook Willemstad een andere bezettingsmacht kreeg.

We verlaten de Singel en lopen via de Landpoortstraat de vesting binnen. Vanaf 1583 had Willemstad slechts twee toegangspoorten: de Waterpoort en de Landpoort. Oorspronkelijk waren ze van hout, later van steen. In 1782 werd de overwelving van de Landpoort gesloopt en waren er alleen nog profielmuren over. Hierin hingen de poortdeuren. Tot midden 19e eeuw werden deze deuren na het luiden van de poortklok, na zonsondergang, gesloten. Alleen tegen betaling kon men dan de vesting verlaten of binnenkomen via een kleine deur in de poort. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden beide muren van de Landpoort gesloopt, omdat ze een obstakel vormden voor het leger.

Voordat we rechtsaf de Voorstraat inslaan, lopen we langs de Koepelkerk. Deze achtkantige, omgrachte kerk stamt uit 1607 en was de eerste kerk in de noordelijke Nederlanden die speciaal voor protestantse diensten werd gebouwd. Op het omgrachte terrein ligt het kerkhof, buiten de kerkring staan tientallen monumentale woonhuizen.

Voorstraat Willemstad. Prentbriefkaart, met op de achtergrond de Koepelkerk.
Maker en datering onbekend. Uitgever: L.J. Rijndorp. Formaat: 9 x 14 cm.
Vindplaats: pbk-W 70 / 121 Voor (1)
In 1926 werd de vesting opgeheven, maar de bevolking wilde de vestingwerken behouden. Stichting Menno van Coehoorn kreeg van 1935 tot 1965 de erfpacht, daarna werd de gemeente de nieuwe eigenaar. De laatste militaire functie was in de periode 1943-1944, toen de Duitsers de vesting gebruikten als onderdeel van de Atlantikwall.
Wil je je verder verdiepen in deze fraaie vestingstad, bekijk dan hier wat de Brabant-Collectie nog meer in huis heeft aan boeken, tijdschriften, prenten, historische kaarten etc.

Aangekomen bij knooppunt 51 zit de wandeling van vandaag erop. De volgende keer lopen we verder naar Zevenbergen.

Bronnen:
  • J. van Doorn en J.S. Bos: Fort Sabina. Beknopte beschrijving van de 180-jarige geschiedenis van Fort Sabina 1811-1991. Fijnaart: Heemkundige Kring 'Fijnaart en Heijningen', 1992. Vindplaats: BRA J3 DOOR 1992
  • Heemkundekring 'De Willemstad': Beleg en verdediging van Willemstad in 1793. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 1993. Vindplaats: BRA Y2 BELE 1993
  • J. van Horne: De Volkeraksluizen: het grootste binnenvaartsluizencomplex ter wereld. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 1997. Vindplaats: BRA W3 HORN 1997
  • C. van Mastrigt: Willemstad, prinsheerlijk: een vestingstad in roerige en minder roerige tijden. Willemstad: Heemkundekring 'De Willemstad', 2009. Vindplaats: BRA Y MAST 2009
  • S. Terburg en Th. van Etten: Unieke locatie met historie van ruim 200 jaar: Fort Sabina redde levens. In: De Erfgoedfabriek: unieke herbestemmingen van Brabantse iconen. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Pag. 18-22. Vindplaats: BRA J3 TERB 2018
  • Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: een open boek. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Vindplaats: BRA N ZUID 2018

maandag 24 juli 2023

Persbericht Fototentoonstelling De Mix Nederland 'Aarde'

Op 1 september 2023 opent in Tilburg de fototentoonstelling De Mix Nederland ‘Aarde’ met fotografie van Martien Coppens (1908-1986) en Wiesje Peels (1975).
Locaties: Station Tilburg en campus Tilburg University

Schuilhut op De Peel, 1945. Martien Coppens. Vindplaats: Cop / IM 5a
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University
Wiesje Peels heeft naar aanleiding van het historisch werk van Martien Coppens haar DOKAR gebouwd. Een mobiele donkere kamer kar achter haar fiets. Als ode aan Martien Coppens en analoog werken. ‘Aangedreven' door het werk van Martien Coppens is ze met haar DOKAR vanuit Breda naar De Peel gefietst en heeft ze onderweg door Brabant landschappen en haar bewoners gefotografeerd. Ter plekke ontwikkelde ze haar films en maakte ze afdrukken. Auteur Wilfried de Jong schrijft de tentoonstellingstekst.

Wiesje Peels bij haar DOKAR, Helenaveen, 2023
© Hans de Kort
De Mix Nederland ‘Aarde’ is de Noord-Brabantse en achtste editie uit de serie van twaalf tentoonstellingen van De Mix Nederland, een initiatief van stichting Beeldmix samen met de Brabant-Collectie, Tilburg University, NS en ProRail. De Mix Nederland wordt ondersteund door het Mondriaan Fonds en Prins Bernhard Cultuurfonds. Bij iedere editie wordt historische fotografie gebruikt als bron van inspiratie voor hedendaagse Nederlandse fotografen.

“Ik ben erg trots dat de fototentoonstelling met werk van Wiesje Peels en Martien Coppens te zien is op Station Tilburg. Het is een aangename verrassing voor reizigers en we hopen dat de expositie op het station hen ook naar Universiteit Tilburg brengt om daar het andere deel te bekijken”, Magdalena Piotrowska, NS Regiodirecteur Zuid.

“Staand op de schouders van onze voorgangers, kijkend met de blik naar het heden om deze te vangen voor de toekomst”, Pia van Kroonenburgh, Bibliothecaris Brabant-Collectie / Tilburg University.

Wiesje Peels over Martien Coppens:
“Eind jaren ‘70 begin jaren ‘80 wilde je een fotoboek samenstellen met je 100 beste foto’s. Dit binnen een opdracht vanuit de provincie als eerbetoon aan je werk als fotograaf. De provincie vond je eerste voorstel van je geselecteerde foto’s niet representatief genoeg voor Brabant. Je besloot na overleg een ‘zelfportret’ samen te stellen uit meer dan 100 foto’s waar evengoed toch het Brabants karakter in terug te zien zou zijn. De provincie had niets te vrezen.
Het werd een sterk geconcentreerde samenvatting van onderwerpen die jou het sterkst boeiden. Een persoonlijke bekentenis zonder te verwijzen naar fotogeschiedenis en esthetische opvattingen. Daar ben ik binnen ‘Aarde’ ook naar op zoek. Binnen het selectieproces van jouw werk, maar ook binnen het door mij te gaan maken werk.
Ik kreeg de mogelijkheid door stichting Beeldmix met mijn ogen naar jouw werk te kijken en opnieuw een selectie te maken. Als een soort ‘zelfportret’ van mijzelf gespiegeld in het werk van jou. Wat kenmerkend aan jou is, is je beheersing van de techniek. Je bent een meester in het doordrukken en het terughouden bij het vergroten en afdrukken van je foto’s in de donkere kamer.
Je zei: "Toonvlakken zijn het, waaruit de foto is opgebouwd, zij bepalen dus de zeggingskracht en deze zijn geheel in uw macht, alleen begrensd door de mate, waarmee gij dit onderdeel uwer techniek beheerscht." Een fotograaf is ‘een werker met licht’. Het bereiken van licht-ritme; de verdeling van licht-donker. Je was trots op je handwerk in een tijd van mechanisatie en dat zonder computer.
Dit is wat ik graag wil herontdekken. Het analoog fotograferen. Vertrouwen op je intuïtie. Het oprakelen van de kunde die me eerder gewoon was tijdens mijn studie en werkzame leven binnen het voor mij relatief korte analoge tijdperk. De focus, het ambacht, de weg naar het beeld toe. Dit door middel van een reis met een mobiele donkere kamer achter mijn fiets. Ik wil een ode brengen aan jou en aan dat analoog werken. Dit delen met mensen die ik ontmoet of die het werk gaan beschouwen."

Zelfportret, Lieshout, 1964. Martien Coppens
© Nederlands Fotomuseum, Rotterdam / Brabant-Collectie, Tilburg University 
Biografie Martien Coppens (1908-1986)
Zijn wieg stond in het Brabantse Lieshout. Coppens was de oudste zoon van een klompenmaker. Tijdens zijn middelbare schooltijd raakte hij gefascineerd door de fotografie. Na de HBS verdiepte hij zijn fotografische kennis door het fototijdschrift Focus en door zijn contact met hoofdredacteur Adriaan Boer werd hij gestimuleerd om een opleiding te volgen. Na zijn studietijd in München (Bayerische Staatslehranstalt für Lichtbildwesen) en een stage in Middelburg opende Martien Coppens in 1932 een portretatelier en fotozaak in Eindhoven. In 1935 trouwde hij met Nanda Cuppens, een molenaarsdochter uit het Belgische Reppel. Het echtpaar kreeg tien kinderen. Bij het bombardement van Eindhoven ging zijn atelier aan de Emmasingel in vlammen op.
Daarna maakte hij vooral reportages in opdracht en vrij werk. Zijn meeste landschapsopnamen werden vóór, tijdens of kort na de oorlog gemaakt. Coppens’ verbondenheid met de natuur was groot.
Martien Coppens wordt wel de beeldhouwer onder de fotografen genoemd. Zijn werk gaat zoveel verder dan zomaar een portret. Hij dankte zijn bekendheid vooral aan zijn foto’s van Brabantse boerenkoppen. Maar ook aan zijn immense productie: liefst zeventig fotoboeken en talrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Coppens liet een indrukwekkend fotografisch oeuvre na, waarin veel aandacht voor het Brabantse platteland en zijn bewoners. De erfgenamen Coppens hebben 1.632 door Martien zelf afgedrukte foto’s (de kerncollectie vintage prints) en zijn archief voor onbepaalde tijd in beheer gegeven aan de Brabant-Collectie, gevestigd in de Tilburgse universiteitsbibliotheek. De negatieven en contactafdrukken zijn ondergebracht bij het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Wiesje Peels (1975)
De foto's van Wiesje Peels zijn eerder een uitdrukking van hoe ze persoonlijke verhoudingen interpreteert en naar haar hand zet. Situaties die ze aantreft, verbijzondert ze en werkt ze uit in zorgvuldige fotografische composities. De kracht van haar foto's zit in de kwetsbaarheid van de menselijke vergankelijkheid. Iets wat waardevol is, staat steeds op het punt van verdwijnen. Vlak voordat het vergaat, legt Wiesje Peels dat in een ontroerend beeld vast. Haar manier van werken heeft een ‘performatieve kant’. Ze bouwt gereedschappen om mee te verbinden. Binnen en buiten een kader. Zo ontwierp ze i.s.m. Nest (familiair samenwerkingsverband) in opdracht van BredaPhoto het toneelbeeld voor de uitvoering van ‘Islands’ door componist Richard Ayres en het Asko Schönberg ensemble. Hierin kwamen muziek, film, fotografie, ruimtelijk ontwerp en performance samen. Voor ‘Aarde’ bouwde ze haar DOKAR, een donkere kamer op wielen. Als ode aan Martien Coppens. Hiermee fietste ze door De Peel. Tijdens haar reis kon ze haar analoog gemaakte foto’s direct ontwikkelen en afdrukken.

De Mix Nederland ‘Aarde’ met Martien Coppens (1908-1986) en Wiesje Peels (1975) is vanaf 1 september t/m 31 oktober 2023 te zien en is vrij te bezichtigen op Station Tilburg en op de campus van Tilburg University: Esplanade & Cobbenhagen gebouw. 

De binnenexpositie in het Cobbenhagen gebouw (alleen door de weeks te bezoeken) is verlengd t/m 4 januari 2024.
For information in English: see the event.

Er verschenen in de pers o.a. artikelen in FocusBN De Stem, Eindhovens en Brabants Dagblad, De Gelderlander, Stadsnieuws Tilburg, p. 16 en online bij Brabant Cultureel, Nieuws.ns.nl, Deurne Media Groep, Nieuws Tilburg University, Erfgoed Tilburg en Make it in TilburgUnivers publiceerde een reportage op film en een artikel in de reeks Sprekend VerledenBrabant Cultureel plaatste een tweede artikel met de mooie woorden: "De Mix Nederland ‘Aarde’ is zo’n expositie waar je niet snel uitgekeken bent. Niet op de laatste plaats omdat het boeiend is te zien hoe Wiesje Peels intuïtief dan wel associatief reageert op het werk van Coppens."

Hemeldraagster, 2023. Wiesje Peels
© De Mix Nederland 'Aarde', Stichting Beeldmix

Landgoed Oosterheide. Cultuurhistorie en verhalen

Afgelopen januari verscheen een boek met verhalen over geschiedenis en natuur van het landgoed Oosterheide, gelegen tussen Oosterhout en Breda. Het boek geeft veel wetenswaardigheden over de ontstaansgeschiedenis, de bewoners, het gebied, de omgeving en het huidige beheer. Ook is er veel aandacht voor de bijzondere flora en fauna, uniek voor dit gebied. Het landgoed, waarover vele verhalen de ronde doen, heeft een rijke cultuurhistorie. Vroeger was het militair terrein. In de 18e eeuw vonden er drie grote legeroefeningen plaats. De eerste onder Willem IV, de tweede en derde onder Willem V. In het boek staan ook een aantal volksverhalen over het landgoed, onder andere in relatie tot de militaire oefeningen en verder over ridders, heksen, spoken en duivels. Begin 20e eeuw kwam de familie Delcourt op het landgoed wonen. Zij gaven het landgoed de huidige vorm. In 1975 kocht Natuurmonumenten het landgoed van de familie en beheert het tot op de dag van vandaag met veel zorg en oog voor detail.

Vindplaats: BRA J SMEU 2023

dinsdag 11 juli 2023

Molens in Noord-Brabant

Voor het juninummer van het tijdschrift In Brabant doken Jeroen Arts, Arnoud-Jan Bijsterveld en Emy Thorissen in de beeldbanken van diverse Brabantse archieven en erfgoedinstellingen en stelden een beeldverhaal over molens in onze provincie samen.

Op 13 en 14 mei vond in Nederland voor de vijftigste keer Nationale Molendag plaats. Van de ongeveer twaalfhonderd molens in Nederland staat zo’n tien procent in Noord-Brabant, een fractie van wat er ooit heeft gestaan.

De Koeveringse molen was een standerdmolen die precies op de grens van de voormalige gemeenten Sint-Oedenrode, Veghel en Schijndel stond. Daarom gaf hertog Jan II in 1299, voorafgaand aan de bouw, toestemming dat de molen graan mocht malen voor de inwoners van deze drie dorpen. Op 25 september 1944, tijdens de bevrijding, werd de molen in brand geschoten.
Foto: Nard Vogels, voor 1944. Brabant-Collectie, Tilburg University

Tijdens de agrarische expansie in de elfde en twaalfde eeuw deden water- en windmolens hun intrede in de Nederlanden: de oudste vermeldingen van windmolens in Vlaanderen dateren uit die tijd. In cijnslijsten en oorkonden uit Noord-Brabant vinden we de eerste watermolens terug, zoals die van Stipdonk op de Aa bij Lierop, vermeld in 1179. De eerste West-Europese windmolens waren zogeheten standerd- of kastmolens, die graan tot meel maalden. In de eeuwen daarna volgden tal van technische verbeteringen, zoals een draaibare kap die het mogelijk maakt de wieken naar de wind te draaien. In de late middeleeuwen werden de eerste molens gebouwd in (bak)steen, aanvankelijk als rechtopgaande torenmolens, later taps toelopend. De oudste stenen molen van Nederland staat in Zeddam en dateert van voor 1441. Een unieke molen is de getijdenmolen in Bergen op Zoom, aangedreven door eb en vloed en gebouwd rond 1500.

De Hooidonkse watermolen staat in Nederwetten en bestaat uit twee houten gebouwen die deels over het water van de Dommel zijn gebouwd. Twee raderen van hout en metaal dreven in het verleden een koren-, olie- en houtzaagmolen aan.
Foto: Nard Vogels, jaren 1940. Brabant-Collectie, Tilburg University

Wind- en watermolens vervulden tal van functies: het waren vooral korenmolens. Daarnaast werden ze gebruikt om hout te zagen, uit zaden olie te slaan en graan of rijst te pellen. Watermolens dienden ook voor het vollen van wollen stoffen en het pletten van lompen voor papierfabricage. Voor het droogmalen van polders werd aanvankelijk de kleine wipmolen gebruikt. In het Land van Altena vinden we nu nog verschillende poldermolens. In havens, op boerderijen en in ambachtelijke werkplaatsen stonden tred- of rosmolens, waarbij de aandrijvingskracht werd geleverd door een paard of een ezel. Tijdens de belegering van ’s-Hertogenbosch in 1629 zette het Staatse leger rosmolens in om de geïnundeerde omgeving van de stad droog te leggen en haar zo tot overgave te dwingen. In de twintigste eeuw werden voor afwatering en irrigatie ook het metalen Bosmanmolentje (met vier wieken en de kenmerkende windvaan) en de veelbladige ‘Amerikaanse’ molens ingezet. Nu worden sommige watermolens ingezet als krachtcentrale, zoals de voormalige Volmolen in Waalre. Die wordt op dit moment omgebouwd naar een elektriciteitsproductie van 130 duizend kilowattuur per jaar, genoeg voor veertig gezinnen.

Molen De Vogelenzang in Lieshout is een in 1819 gebouwde bergkorenmolen. Vincent van Gogh vermeldt dat hij de molen in 1885 tekende en schilderde. De gemeente is sinds 1974 eigenaar van deze molen. Na de restauratie kan er weer graan worden gemalen.
Foto: Nard Vogels, jaren 1940. Brabant-Collectie, Tilburg University
Onze provincie moet honderden wind- en watermolens hebben geteld, maar de introductie van de elektro- en benzinemotor vanaf het begin van de twintigste eeuw maakte ze overbodig. Oorlogsgeweld en de kanalisatie van beken en rivieren deden de rest. Molens werden omgebouwd, gesloopt of raakten in verval. Zo zijn op Noord-Brabantse rivieren en beken slechts twaalf van de oorspronkelijk tientallen watermolens bewaard gebleven, vooral in Zuidoost-Brabant. Van Gogh legde verschillende hiervan vast. Na jarenlange verwaarlozing verdwenen ze zelfs nog in de jaren tachtig, net als sommige windmolens. Een bijzondere en fraai herstelde combinatie is de wind- en watermolen van Kilsdonk, onder Heeswijk-Dinther. Qua functie zien we de meest uiteenlopende combinaties: de Opwettense watermolen onder Nuenen diende in de loop van de eeuwen als korenmolen, oliemolen, volmolen, pelmolen, houtzaagmolen en ter aandrijving van de machines in een meubelmakerij.

Stellingmolen De Nijverheid, voorheen De Raaf, in Ravenstein, gebouwd in 1857, staat op het voormalige bastion Utrecht. Met zijn hoogte van 30 meter is het de op één na hoogste molen van Noord-Brabant.
Foto: Nard Vogels, jaren 1940. Brabant-Collectie, Tilburg University

Noord-Brabant telt nu nog zo’n 117 complete windmolens. Her en der staan de rompen van voormalige windmolens. Op verschillende websites worden de Noord-Brabantse molens beschreven en onderscheiden naar type en functie. Een veel voorkomend type is de belt- of bergmolen, gebouwd op aarden heuvels, om zodoende de wieken vanaf de grond te kunnen kruien. Om nabij bebouwing en steden meer wind te kunnen vangen, moesten windmolens namelijk steeds hoger worden. In de heuvel werd aan twee zijden een doorgang gemetseld, waardoor wagens de molen kunnen in- en uitrijden om te laden en te lossen. Stellingmolens zijn zo hoog dat de wieken niet, zoals bij een zogenoemde grondzeiler, vanaf de grond bediend kunnen worden maar vanaf een stelling of omloop rond de molen. In Noord-Brabant zien we ze op verschillende plaatsen, soms op of nabij vestingwallen. Op de wallen van ’s-Hertogenbosch stonden in de zestiende eeuw wel zeventien molens; de laatste werd in 1939 gesloopt. Bij de reconstructie van de vesting van Heusden in de jaren zeventig werden juist drie standerdmolens herbouwd. 

maandag 3 juli 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Welberg naar Dinteloord

Etappe 2 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 23 km)

De wandeling begint vandaag in Welberg, behorend tot gemeente Steenbergen. In de Brabant-Collectie bevindt zich onderstaande prentbriefkaart uit circa 1915. Naast enkele kinderen zien we een groepje Nederlandse soldaten. Gezien de datering – aan het begin van de Eerste Wereldoorlog - waren zij mogelijk in de nabijheid van Welberg gelegerd of ingekwartierd bij de plaatselijke bevolking.
Steenbergen. Welberg. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: W. van de Kar.
Datering: ca. 1915. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-S 83 / 121 Welb (1)
Lange tijd is Welberg een agrarisch lintdorp langs de Welbergse dijk. Vanaf 1928, na de consecratie van de nieuwe Sint-Corneliuskerk en de opening van twee scholen en een patronaat onder leiding van pastoor Janus Ermen, is er sprake van een kleine dorpskern. Pastoor Ermen speelt een belangrijke rol bij een ware Mariadevotie die in het dorpje op gang komt. In de jaren 1930 raakt hij gefascineerd door de bedlegerige Janske Gorissen, die regelmatig mystiek-religieuze ervaringen heeft. Zo verschijnen Jezus en Maria aan haar, krijgt ze stigmata en huilt ze bloedtranen. Ermen maakt dit alles wereldkundig en gelovigen komen, zelfs vanuit België en Duitsland, met busladingen vol om het ‘Bruidje van Jezus’ te zien. Maar in de jaren 1940 start het Vaticaan een uitgebreid onderzoek naar de verschijningen van Janske en naar haar werkelijke relatie met pastoor Ermen. Tien jaar later wordt verdere verering verboden. Wil je meer weten over deze Welbergse verschijningen en hoe alles uiteindelijk in de doofpot verdween, lees dan Vurige liefde van Peter Jan Margry.
Informatiepaneel bij de Mariakapel, Hoofdstraat te Welberg (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten Welberg, maken een bocht naar het oosten en lopen via de noordkant Steenbergen binnen. Hier volgt de wandelroute min of meer de buitenste omwalling van de 17e-eeuwse zeshoekige vesting, mooi te zien op onderstaande kaart uit de Brabant-Collectie. Linksboven is de Leur Schans afgebeeld, maar daarover straks meer.
De Stad Steenbergen en de Leur Schans met des Selfs Vastigheid
als mede het begin van de Linie en de Haven
. Kopergravure. Maker: Jan de Lat.
Formaat: 30,2 x 22,2 cm. Vindplaats: S 83 / 020 (2)
Steenbergen groeide tussen de 13e en de 15e eeuw dankzij de zoutwinning uit tot een belangrijke handelsstad. Zout, indertijd een schaars product dat vaak van ver gehaald moest worden, werd voornamelijk gebruikt voor het conserveren van voedsel. De veengebieden rondom Steenbergen, eeuwenlang overstroomd door zeewater, leenden zich echter goed voor moernering oftewel selnering. Veen werd verbrand, waarna de resterende as gespoeld werd met water. Na het indampen van het pekelwater bleef een redelijke kwaliteit zout over. Door een grote brand in 1366 en twee opeenvolgende watersnoodrampen (1421 en 1460) stortte niet alleen de zoutwinning in, maar raakte ook de stad eind 15e eeuw in verval. Nog meer rampspoed volgde tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). De stad had een strategische ligging op een landweg tussen de Zeeuwse en Hollandse eilanden, waardoor meerdere gevechten en belegeringen plaats vonden. Zoals bijvoorbeeld de Slag bij Steenbergen op 17 juni 1583.
Bataille de Steenbergen donnée le 17. Juin l'an 1583. Kopergravure.
Formaat: 14,8 x 18,5 cm. Vindplaats: S 83 / 1583 (4)
Dit werk uit de Brabant-Collectie heeft dezelfde voorstelling als de ets, getiteld Bataille de Steenberghen, vervaardigd door Romeyn de Hooghe naar ontwerp van Don Juan de Ledesma in 1670-1699. Op bijna dezelfde prent in de collectie van het Rijksmuseum zie je de letter H (rechts, boven het huisje) bij Alexander Farnese, hertog van Parma en bevelhebber van de Spaanse troepen. Linksboven op de prent zie je Steenbergen.
Na de herovering van de stad door prins Maurits volgden vanaf 1626 herstel en uitbreiding van de vestingwerken. Fort Henricus werd gebouwd en Steenbergen werd onderdeel van de West-Brabantse Waterlinie. Vanaf dat moment was het een onneembare vesting.

We vervolgen onze route en lopen langs de Sint-Gummaruskerk, op onderstaande prentbriefkaart rechts in beeld. Deze afbeelding stamt uit 1929, ruim voor de catastrofale vernieling van de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kerk werd opgeblazen, de torens stortten in, het schip brandde uit en het glaswerk ging verloren. Na de oorlog volgde een renovatie en in 1949 werd de kerk weer in gebruik gesteld. In de jaren 1960 herbouwde men de toren en zo’n veertig jaar later volgde nog een grootschalige restauratie.
Steenbergen - Vogelvlucht. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever:
P.A. Vermeulen. Datering: 1929. Formaat: 8,8 x 13,7 cm. Eigendom Brabant-Collectie

Sint-Gummaruskerk, Steenbergen (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten Steenbergen, lopen noordwaarts over de West-Havendijk en komen aan bij fort Henricus, op oude kaarten ook wel Leur Schans genoemd. Met zijn 11,5 hectare aan oppervlakte was het een van de grootste forten in het zuidwesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden en vormde het vanaf 1626 een belangrijke schakel in de verdediging van Steenbergen. Het fort lag in die tijd nog aan open water en stond in directe verbinding met de zee. Herhaaldelijk werd het land onder water gezet (inundatie) om te vijand tegen te houden. De 450 manschappen in het fort en de kanonnen op de aarden wallen deden de rest van het werk.
In 1816 raakte het fort in onbruik en kreeg uiteindelijk de functie van landbouwgrond. Eerherstel volgde in 2017 toen eigenaar Natuurmonumenten subsidie kreeg voor een reconstructie van het fort. Er ligt nu een toegangsbrug over de gracht en de aarden wallen zijn hersteld. Vanaf een uitkijktoren heb je mooi zicht op de contouren van het fort en de wijde omgeving. De oude gebouwen zijn niet herbouwd, omdat men niet precies wist hoe die er vroeger uitzagen. Informatieborden geven je een idee hoe het leven er hier in de 17e eeuw uitzag, toen honderden soldaten en hun vrouwen en kinderen er een compleet dorp vormden. Wil je meer weten over de geschiedenis van het fort, lees dan deze publicatie van Han Leune.


We lopen over een grasdijk met links een polderlandschap en rechts de Steenbergse Vliet, waarop menig langsvarend plezierjacht te zien is. Er is ook ruimte gemaakt voor de natuur, want een gedeelte van de Vliet staat onder beheer van Natuurmonumenten. Dus kijk vooral goed om je heen, dan zie je wellicht nog een bruine kiekendief over het moerasgebied scheren.

We naderen buurtschap De Heen dat zijn naam ontleent aan een grassoort die in deze omgeving veel voorkomt. Het is gesticht in 1614, enkele jaren na de bedijking van de polder. De magistraat van Steenbergen zag de stichting van een dorp in de polder als een bedreiging voor zijn stad. Dat is voor ons nu wellicht moeilijk voorstelbaar, als je kijkt naar de omvang van De Heen. Echter, de stad Steenbergen kende indertijd een periode van groot verval en het was niet ondenkbaar dat De Heen, veel gunstiger gelegen aan open water, daarvan zou kunnen profiteren. De vrees was onterecht. In De Heen had men geen aspiraties op het gebied van handel en verkeer en de polder had enkel agrarische doeleinden.

De eerste inpolderingen vonden hier plaats vanaf 1331, toen hertog Jan van Brabant de inwoners van Steenbergen toestemming gaf om polders en dijken aan te leggen. Maar pas halverwege de 15e eeuw neemt dit serieuze vormen aan. Onderstaande uitsneden van drie kaarten uit de Brabant-Collectie geven een indruk van de landaanwas in deze streek in opeenvolgende periodes, beginnend in 1692 en eindigend in de periode 1825-1850.
Uitsnede van: Brabante, Parte Settentrionale Dedicato Al Reuerendissimo Signore
Canonico Gio: Cupilli
. Gekleurde kopergravure. Maker en uitgever: Maria Vincenzo Coronelli.
Datering: 1692. Formaat: 43 x 58 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / XVII d (2)

Uitsnede van: Brabantiae Batavae pars occidentalis etc. Gekleurde kopergravure. Uitgevers:
Nicolaas Visscher II en Petrus Schenk II. Datering: na 1726. Formaat: 46 x 57 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / XVIII d (1) (bis)
Op bovenstaande kaart zie je ten noorden van Steenbergen de naam Leur-Schans staan. Zo werd fort Henricus vroeger genoemd. Links daarvan ligt Heene, de oude benaming voor De Heen. Goed zichtbaar is hier de gunstige ligging van dit plaatsje aan open water.
Uitsnede van: Kaart van het Arrondissement Breda, volgens de kaart van den Luitenant 
Generaal Kraayenhoff
. Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Datering: 1825-1850.
Formaat: 54,5 x 72,5 cm. Vindplaats: Provincie Noord-Brabant / West / X!X b (1)
Bovenstaande kaart laat zien dat rond 1825-1850 de inpoldering weer verder gevorderd is. Tevens geven de jaartallen vermeld bij de polders een beeld van wanneer welk stuk land beschikbaar kwam.

Het is nu even doorbijten op de lange, rechte polderwegen. Een fijne onderbreking vormt het sluizencomplex Benedensas, ook te vinden op bovenstaande historische kaart. Het complex, geopend in 1824, zorgde er ruim anderhalve eeuw voor dat het water van het Volkerak bij vloed niet landinwaarts stroomde. Na het afsluiten van het Volkerak in 1987 verloor de sluis deze functie.
We komen bij een rolbrug die zorgt voor een verbinding met een eilandje in de Steenbergse Vliet. Je moet op een knop drukken om de brug in werking te zetten, maar wees geduldig. Het kan soms wel enkele minuten duren (uit veiligheidsoverwegingen) voor er ook maar iets gebeurt. Je geduld wordt beloond met restaurant, huiskamercafé en theetuin Beneden Sas, een rustieke pauzeplek (check vooraf de openingstijden).
Deze rolbrug, zij het in een iets oudere vorm, is te zien in de televisieserie Merijntje Gijzen’s Jeugd. Begin jaren 1970 werden onder regie van Kees van Iersel bij Benedensas en omgeving filmopnames gemaakt voor deze 11-delige serie, gebaseerd op de gelijknamige romancyclus van A.M. de Jong. Het werd een ware kijkhit. De Jong gebruikte veel eigen jeugdherinneringen en schetste een beeld van het boerenarbeidersmilieu begin 1900 in West-Brabant. Aflevering 1, te zien op YouTube, begint met beelden van het sluizencomplex en het oude peilhuisje. Hier werden jarenlang de eb- en vloedstanden gemeten. Vervolgens zie je twee mannen aan een wiel draaien om de rolbrug in beweging te zetten. Deel 1 van de romancyclus Merijntje Gijzen’s jeugd was overigens in 1936 ook al eens verfilmd. Over Merijntje Gijzen en de beeldvorming van het Brabantse verleden schreef cultuurhistoricus Olivier Rieter - onder andere werkzaam als vrijwilliger bij de Brabant-Collectie - een boeiend artikel in het tijdschrift In Brabant.
Via een ‘gewone’ brug zetten wij vervolgens voet aan wal en lopen door het Saspoldertje. Een fraai stukje natuur, waar het overigens wel drassig kan zijn. De liefhebber die nog meer natuur wil meepakken én bereid is wat extra kilometers aan de route toe te voegen, kan een wandeling door de Dintelse Gorzen overwegen. Of een keer terugkomen uiteraard.


De resterende kilometers van vandaag lopen we over dijkwegen met 360˚ rondom zicht op het polderlandschap. Allereerst de Koningsoorddijk en de Kleinedijk, die samen ongeveer de noordelijke begrenzing van de Koningsoordpolder vormen. De bedijking van deze polder stamt uit 1699-1700. Vervolgens bereiken we via de Smallendijk, de Oudlandsedijk en de Stoofdijk de buitenwijken van Dinteloord. Knooppunt 32 is het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Willemstad.

Bronnen:
  • A. Delahaye: Dorp en polder aan de Vliet: bij het 350-jarig bestaan van de Heensche polder en het dorp De Heen. S.l.: s.n., 1962. Vindplaats: CBM B 05439
  • F. van Eekelen: De vloek van de zeemeerminnen: Steenbergen, een stad met geschiedenis. Soest: Uitgeverij Boekscout.nl, 2014. Vindplaats: BRA Y EEKE 2014
  • K.A.H.W. Leenders: Verdwenen venen: een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad 1250-1750 (Actualisering 2013). Woudrichem: Pictures Publishers, 2013. Vindplaats: BRA W LEEN 2013
  • J.M.G. Leune: Kroniek van het fort Henricus te Steenbergen. Broek op Langedijk: GigaBoek, 2017. BRA J LEUN 2017
  • O. Rieter: Merijntje Gijzen: nostalgie of anti-nostalgie? Beeldvorming over het Brabantse verleden. In: In Brabant, 2020, jaargang 11, nummer 1, pag. 6-11. Vindplaats: T 10771

donderdag 22 juni 2023

Commissaris van de Koning op bezoek bij Brabant-Collectie

Donderdagochtend 15 juni jl. vereerde de commissaris van de Koning in Noord-Brabant, mr. Ina Adema, de Brabant-Collectie met een bezoek. De collectie is eigendom van de provincie en wordt beheerd in de Universiteitsbibliotheek van Tilburg. Mevrouw Adema werd ontvangen door onder anderen de rector van de Universiteit, Wim van de Donk, en de directeur van Library and IT Services, Corné van Nispen.

Medewerkers van de Brabant-Collectie gaven uitleg over de werkzaamheden die nodig zijn voor het beheer en de ontsluiting van de collectie en vertelden hoe deze rijke en veelzijdige verzameling wordt ingezet voor allerlei maatschappelijke, economische en wetenschappelijke doelen. Tenslotte werd een selectie uit de collectie getoond door de conservator.

Mevrouw Adema was erg onder de indruk van de diversiteit van de collectie en schatte deze van grote waarde voor Brabant en de Brabanders. Ze gaf aan dat ze nu begreep uit welke bron de schrijvers van vele historische artikelen putten en ook dat het belangrijk is dat mensen bewust zijn van hun geschiedenis. En niet alleen de huidige generatie, maar ook de toekomstige generaties. Haar bezoek sloot ze af met de woorden “wat een fantastische collectie en het is duidelijk dat die met heel veel passie en kunde beheerd en ontsloten wordt”.
© Corine Bon / Brabant-Collectie, Tilburg University
© Corine Bon / Brabant-Collectie, Tilburg University

maandag 19 juni 2023

Genealogie: de voortdurende, veelzijdige belangstelling voor personen en families van weleer

 
De biografie als literair genre heeft de interesse van veel lezers. We vinden het interessant om te lezen over hoe iemand leefde, voor welke vragen of problemen men zich gesteld zag en hoe deze al dan niet werden opgelost. Er verschenen (en verschijnen) talloze biografieën; over kunstenaars, historische figuren en auteurs.

Deze zelfde kwesties speelden vanzelfsprekend ook een rol voor de ‘gewone’, anonieme burger en zijn familie. Ook die geschiedenissen zijn in het verleden – al dan niet door de betrokkende zelf – opgetekend. En ze vormen een aanleiding voor onderzoek. Dit gebeurt tot op de dag van vandaag, vanuit de nieuwsgierigheid naar de eigen of andermans familiegeschiedenis. In tijdschriften, jaarboeken en in heuse biografieën worden levensbeschrijvingen opgetekend en krijgt de lezer zicht op het reilen en zeilen van (mensen uit) voorbije generaties. GEN. Magazine voor familiegeschiedenis is zo’n tijdschrift. Het komt vier keer per jaar uit en is een uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie, tegenwoordig CBG/Centrum voor familiegeschiedenis geheten. Omdat het een landelijk tijdschrift is, komen niet alleen Brabantse voorbeelden voorbij. Het maartnummer van 2023 mag daarom wel wat extra aandacht krijgen. Drie substantiële artikelen zijn – naast enkele korte berichten – direct aan Brabant te linken. We laten de artikelen hier kort de revue passeren.

De eerste bijdrage (auteur: Jacqueline Verkleij) gaat over de achttiende-eeuwse Maria van Antwerpen (1719-1781); een boeiende persoon, gezien vanuit onze tijd, waarin vaak over ‘gender’ en ‘identiteit’ wordt geschreven en gesproken. Maria staat bekend als een vrouw die als soldaat heeft gevochten in het Staatse leger, maar ook is veroordeeld voor travestie. De verhoren die zij voor de rechtbank heeft ondergaan, zijn in juridische archieven bewaard gebleven en verder is een deel van haar levensverhaal (met de nodige literaire vrijheden) opgetekend in De Bredasche Heldinne, of merkwaardige levens-gevallen van Maria van Antwerpen uit 1751. De auteur van dat boek is Franciscus Lievens Kersteman die Maria leerde kennen toen hij zelf vanwege oplichting van een juwelier in de Bredase gevangenis zat. En er is nog een ‘vermaekelyk liedeken van een manhaftig vrouwpersoon’ gemaakt, waarin het leven van Maria centraal staat. In haar verklaringen voor de rechtbank (1769) gaf ze nadrukkelijk aan ‘in de natuur een manspersoon, maar uiterlijk een vrouwspersoon’ te zijn. In het in de (autobiografische) ik-vorm geschreven De Bredasche Heldinne staat het nodige over haar diensttijd, waarin zij de naam Jan van Ant voerde. Er volgden twee huwelijken met vrouwen (de eerste keer als Jan, de tweede keer als Machiel), én evenzovele ontmaskeringen met daaropvolgende verbanningen. De wieg van Maria van Antwerpen stond in Breda, een deel van haar leven (van dienstmeid tot soldaat) speelde zich af in die stad en daar werd ze uiteindelijk ook begraven. Het kleurrijke verhaal dat in De Bredasche Heldinne uit de doeken wordt gedaan, sluit aan bij de traditie van de travestieromans die in de loop van de achttiende eeuw populair werden, en bij het populaire genre van de criminele biografie: de levensbeschrijving van beruchte misdadigers. Maar bovenal zijn het de biografische aspecten die het tot een bijzonder boek maken.

Het tweede Brabantse artikel is van de hand van Willem van den Elzen die onderzoek heeft gedaan naar de geschiedenis van misdaad en criminaliteit in Oss. In de rechtbankverslagen stuitte hij meer dan eens op de familienaam De Bie. In de periode van ongeveer 1850-1940 zijn leden van deze beruchte familie met enige regelmaat betrokken bij diefstallen, belastingontduiking, mishandeling en zelfs doodslag en moord. Als in de tweede helft van de negentiende eeuw meer aandacht komt voor handhaving en rechtspraak wordt er vanzelfsprekend meer opgetekend. Deze bronnen, samen met andere genealogische archieven, zorgen voor een beter zicht op een familiegeschiedenis in Oss. De sociale context waarbinnen dit gebeurde (armoe > diefstal > criminaliteit > misdaad) komt in het artikel aan bod, evenals de ‘gemakkelijke’ beschuldigingen aan het adres van de familie van een bij tijd en wijle corrupte overheid.

Genealogisch spoorzoeken aan de hand van foto’s is de kern van de bijdrage van Peter Eyckerman over een carte de visite van H.J. Tollens. Deze fotograaf was actief in Dordrecht, Roermond en Eindhoven. Van de ooit gemaakte carte de visite-foto’s is bij het overgrote deel niet te zeggen wie er is afgebeeld. De portretfoto was tenslotte niet meer alleen voor de allerrijksten weggelegd. Met een paar aanknopingspunten kan toch onderzoek gedaan worden naar de herkomst en de geportretteerden. Kleding, meubilair en de achtergrond kunnen, als je over meer foto’s uit hetzelfde atelier beschikt, van dienst zijn bij de datering. Ook de informatie over de fotograaf op de foto kan ons meer vertellen. En bestaat er een vermoeden van de geportretteerde dan heb je met genealogische data wellicht de sleutel in handen. Of als er een andere foto van de geportretteerde is overgeleverd. Maar dan moeten wel alle puzzelstukjes passen….

Drie artikelen met een totaal verschillende invalshoek; goed geschreven en prettig leesbaar. Zit er iets overeenkomstigs in? Ja! Brabant.

Vindplaats: T 09700