Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 19 september 2022

In Holland staat een huis. Hoe ik na vijftien jaar Nederlander werd

Afgelopen juni verscheen het autobiografisch boek, getiteld In Holland staat een huis, van de 30-jarige Bosschenaar Yosef Tekeste-Yemane. Hierin beschrijft hij zijn vlucht uit Ethiopië met zijn moeder en broertje in 1994, het 2-jarig verblijf in asielzoekerscentra, de fijne tijd in Putten op de Veluwe en de illegaliteit in ’s-Hertogenbosch, waarin het gezin daarna belandt. In ‘s-Hertogenbosch worden ze opgevangen door VAST (Vrouwen Actie Steunpunt, momenteel Stichting VESTA), een lokale stichting die opkomt voor vluchtelingenvrouwen en -kinderen. Het gezin komt in overvolle opvanglocaties in de Havenstraat, de Vughtse Isabellakazerne en Mariaoord, een klooster in Rosmalen. Het zijn barre omstandigheden waaronder zij leven, samen met vele anderen ongedocumenteerden. Yosef vertelt openhartig over de moeilijke tijd als jonge basisschoolleerling en de impact die het had op zijn leven. Lang accepteerde hij de situatie, maar aangespoord door zijn moeder besloot hij zelf in actie te komen na het Generaal Pardon in 2007. Hij mocht dan wel in Nederland blijven, maar kreeg geen paspoort omdat hij geen papieren had die zijn afkomst bewezen. Hij voelde zich een tweederangsburger en benaderde tv-presentatoren, redacties, politici en Peter R. de Vries. Door De Vries gaat het balletje rollen en komt zijn situatie onder de aandacht van de politiek. Het boek beschrijft de strijd die Yosef moest leveren en het succes ervan in 2021. Na 15 jaar is hij eindelijke Nederlander. Daarnaast kregen 10.000 vluchtelingen, die in een soortgelijke situatie verkeerden, ook een paspoort.

Vindplaats: BRA T4 TEKE 2022

dinsdag 30 augustus 2022

De Bùrt: waar Hooge en Lage Zwaluwe samenkomen


In 1986 bracht heemkundekring ‘Willem Snickerieme’ het eerste nummer uit van tijdschrift De Bùrt. De voorzitter schreef dat de kring, afhankelijk van de financiële positie, het tijdschrift ‘enkele keren per jaar (hoopte) uit te geven’ en dat ‘de redaktie zal (…) blijven trachten een goed en verantwoord product te presenteren, hoewel alle begin natuurlijk moeilijk is’. Deze voorzichtige starthouding heeft een succesvol vervolg gekregen, want inmiddels – we schrijven augustus 2022 – staat de teller op 110 uitgaven, en worden de te maken kosten mede gedekt door inkomsten uit advertenties. Ieder jaar verschijnen drie of vier nummers en per keer worden een kleine zestig pagina’s gevuld met interessante artikelen over een breed scala aan onderwerpen uit de geschiedenis van Hooge en Lage Zwaluwe. Dat de twee dorpen inmiddels opgegaan zijn in de gemeente Drimmelen doet niets af aan de ijver die betrokkenen aan de dag leggen om juist het erfgoed van Hooge en Lage Zwaluwe over het voetlicht te brengen. De oorspronkelijke naam van de heemkundekring ‘Willem Snickerieme’ werd enkele jaren geleden ingeruild voor ‘Erfgoedvereniging Heerlijkheid Hooge en Lage Zwaluwe’; deze past beter bij de huidige tijd. Het tijdschrift heeft echter de naam behouden die het in 1986 kreeg en die nog steeds goed aansluit bij de functie. De Bùrt: een vaste plaats waar mensen samenkomen om over het nieuws (in het tijdschrift ook oud nieuws!) te praten en van alles en nog wat te weten te komen.

De laatste jaren worden ook onderwerpen aangepakt en beschreven die de omvang van het ‘normale’ tijdschrift overstijgen. Deze uitgaven komen mede tot stand met donaties van de Stichting Heldens-de Laat. In november 2016 was een themanummer van ruim 100 pagina’s gewijd aan de Langstraatspoorlijn. In mei 2020 verscheen een nummer van dezelfde omvang met daarin een overzicht van alle slachtoffers (inclusief biografische informatie) van de Tweede Wereldoorlog uit de voormalige gemeente Hooge en Lage Zwaluwe. December 2020 stonden Zwaluwse winkels en cafés centraal, in november 2021 Zwaluwse bedrijven; in beide gevallen besloegen de nummers bijna 200 pagina’s. In de korte beschrijvingen zijn talloze gegevens opgenomen over het begin en eventueel het einde van de ondernemingen, de locatie, en natuurlijk heel veel namen van betrokken Zwaluwnaren. Nuttige informatie is zo compact op een rij en bij elkaar gezet. Wat deze themanummers verder aantrekkelijk maakt, is het vele beeldmateriaal dat gebruikt is. Speciale aandacht willen we hier vestigen op De Bùrt 99, uit november 2019, met de titel: ‘Een bewogen en bevlogen vrouw. Catharina Nelemans, zuster in oorlogstijd’. In 160 pagina’s wordt aan de hand van het dagboek van Catharina Nelemans en documentatie in tekst en beeld een fraai en interessant persoonlijk verhaal opgetekend van de oorlogservaringen van een bijzondere inwoner van zomaar een dorp.

Bij de Brabant-Collectie (Tilburg University) is veel documentatie te vinden over Hooge en Lage Zwaluwe. Publicaties in boeken en tijdschriften, en ook – zij het een bescheiden hoeveelheid – beeldmateriaal kunnen ter plekke worden bekeken en bestudeerd. Voor misschien wel een nieuw artikel in De Bùrt….

Vindplaats: T 07854

maandag 15 augustus 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Luyksgestel naar Bladel

Etappe 11 Brabants Vennenpad (21,7 km)

We starten onze wandeling vandaag in Luyksgestel. Op de hoek Dorpstraat – Kerkstraat staat een beeldhouwwerk, genaamd De Koperteut, van kunstenaar Peter Roovers. Op 16 september 1972 is het beeld onthuld door de Deense ambassadeur Sigurd Christensen en de toenmalige burgemeester Frank Houben.
De Koperteut van Peter Roovers (maart 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Zoals gezegd in etappe 10 van onze blogreeks staat ook Luyksgestel bekend om zijn teuten, met name koperteuten. De band met Denemarken mag hecht en langdurig genoemd worden. Vanaf de 17e eeuw trokken de Luyksgestelse teuten naar dit land, aanvankelijk te voet. Aan hun leren wambuis waren ijzeren haken bevestigd waaraan kannen, ketels en pannen hingen. De winstgevende handel deed hun rijkdom snel groeien, waardoor het vervoer al snel per paard en wagen ging. In het begin trokken ze ieder jaar rond de winter weer naar huis, maar later bleven de meesten jarenlang in Denemarken wonen. Hun handel stond tot 1861 onder bescherming van de Deense koning, vaak tot groot ongenoegen van de plaatselijke koperhandelaren. Nog een verwijzing naar Denemarken is te vinden in korenmolen De Deen, die overigens niet op onze route ligt. Deze molen dankt zijn naam aan de familie van koperteut Jan Francis Pleek, die in 1814 in het Deense Horsens overleed. Zijn weduwvrouw Cornelia Rombauts ging met haar twee kinderen terug naar haar geboorteplaats Luyksgestel, waar ze hertrouwde. Samen met haar zoon Peter en zwager Adriaen Pleek liet ze in 1839 een korenmolen bouwen, die de naam De Witte kreeg, maar vanaf 1968 De Deen werd genoemd.

We komen uit bij de solitair staande 15e-eeuwse St. Martinustoren. Na een inbraak brandt in de nacht van 31 maart op 1 april 1840 de St. Martinuskerk af. Diverse kranten maken hiervan melding, zo ook De Bredasche Courant op 5 april 1840: “Men vond eene ladder tegen een der kerkramen staan, waardoor men had ingebroken, om die rijk versierde kerk te bestelen, waarna men dezelve in brand stak. Van het schoone kerkgebouw en den toren is niets dan de muren, eene ruïne, overgebleven; niets is kunnen gered worden dan eenig goud en zilver, hetwelk zich in de sacristij bevond. De schade moet zeer aanmerkelijk zijn.” De toren bleef behouden en op de grondslagen van de 15e-eeuwse kerk werd in 1843 een waterstaatskerk gebouwd naar ontwerp van de Geldropse architect Adriaan van Gaal. Ondanks dat de brand veel verwoest had, blijkt er van de Gotische kerk veel meer bewaard te zijn gebleven dan doorgaans wordt verondersteld, aldus Wies van Leeuwen (In: De Rosdoek, 1990, nr. 58, pag. 24-25). Hij stelt dat de scheibogen tussen schip en zijbeuken, het onderste gedeelte van de zijbeukmuren en de muren van het koor gespaard zijn gebleven in het nieuwe ontwerp. De kerk moet in 1958 plaats maken voor een ‘moderne’ kerk. In de bestrating aan de oostzijde van de toren zijn de contouren van de oude kerk zichtbaar gemaakt.
R. C. Kerk met pastorie, Luyksgestel, N. Brabant, kanton Eindhoven etc.
Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgeverij A.H. Das, Maastricht. Datering: 1910-1913.
Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-L 97.1 / 411.11 Mart (1)
St. Martinustoren (maart 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Naast de toren staat de ‘nieuwe’ St. Martinuskerk, in 1957 ontworpen door Edmond Nijsten en gebouwd in shake-handsarchitectuur. De ruimtelijke inpassing was enigszins beperkt, omdat was bepaald dat de oude kerk moest blijven staat tot de nieuwe gereed was. Ook al betreft het hier dus een vrij jonge kerk, binnen staan wel een aantal bijzondere kunstwerken van kapellen uit de omgeving: een houten kruisbeeld uit ca. 1500, een Mariabeeld uit 1650 en diverse beelden uit de 16e-18e eeuw. Tevens staat er een preekstoel uit 1843 die afkomstig is uit de St. Jan van ’s-Hertogenbosch. In 1959 werd de kerk geconsacreerd.
Huidige St. Martinuskerk (maart 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Lange tijd was Luyksgestel een enclave binnen de Meierij van ’s-Hertogenbosch en behoorde tot het prinsbisdom Luik. In 1818 werd het dorp met Lommel geruild, zodat het bij Noord-Brabant kwam en in 1830 (na de Belgische Afscheiding) Nederlands werd. Lommel werd hierdoor Belgisch grondgebied. Onderstaande kaart van Jacob Kuyper (1821-1908) uit De Gemeente-Atlas van Nederland naar officieele bronnen bewerkt toont gemeente Bergeijk en omgeving in de periode 1866-1867. Luyksgestel behoort dan al tot Nederland en is een zelfstandige gemeente. Pas sinds de gemeentelijke herindeling in 1997 behoort het tot gemeente Bergeijk.
Provincie Noordbrabant. Gemeente Bergeijk. Plattegrond. Grensgekleurde lithografie.
Maker: J. Kuyper. Uitgever: Hugo Suringar. Datering: 1866-1867.
Formaat: 19,9 x 26,8 cm. Vindplaats: B 46.4 / 020 (1) 
We verlaten het dorp en lopen langs de Heilig Kruiskapel uit 1727. Deze kapel verving een kleine, oudere kapel die in 1641 bekend stond als Heilig Huisken. Door de ligging als enclave bleef Luyksgestel buiten politieke en religieuze omwentelingen, waardoor de katholieke devotie gewoon door kon gaan. De kapel trok dan ook vele pelgrims.
Heilig Kruiskapel (maart 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Na de verwoestende brand in 1840 van de St. Martinuskerk heeft de kapel, uitgebreid met een houten loods, twee jaar dienst gedaan als noodkerk. In 1973-1974 is de kapel gerestaureerd. Om dit te financieren werd Stichting “Vrienden van de kapel van het Heilig Kruis” opgericht. De stichting is na de restauratie blijven bestaan en heeft nog meer kunnen realiseren: een nieuw tuinplan (1992) ontworpen door P.A.M. Buys, buiten een bronzen kruisbeeld (1997) en binnen bronzen kruiswegstaties (2001), beide gemaakt door Toon Slegers. Wil je meer weten over deze kapel, lees dan zeker het boekje Een Heilig Huisken dat te vinden is in onze collectie.

We gaan verder westwaarts en komen uit bij grenspaal nr. 197. Dit is een van de bijna 400 genummerde palen die na 1843 geplaatst zijn langs de hele Nederlands-Belgische grens. Iedere paal draagt de wapens van Nederland en België, het jaartal 1843 en een volgnummer. Logischerwijs is er in deze grensstreek jarenlang over en weer gesmokkeld tussen beide landen. In onze catalogus BCfinder vind je een groot aantal tijdschriftartikelen en boeken over dit onderwerp, zoals bijvoorbeeld Smokkelen in Brabant van Paul Spapens en Anton van Oirschot.

We laten de grens achter ons en gaan richting de Cartierheide. Deze naamgeving verwijst naar jonkheer Paul-Emile de Cartier de Marchienne, die het ernaast gelegen Duizels Hof in 1863 kocht. Zijn zoon Emile-Ernest gebruikte het omliggende gebied vooral voor de jacht. In 1932 schonk de familie het aan Natuurmonumenten, die op haar beurt in 1999 het beheer overdroeg aan Staatsbosbeheer.
Cartierheide 1985. Foto. Maker: Noud Aartsen. Datering: 1985.
Formaat: 20,2 x 25,1 cm. Vindplaats: NA/BL/27/006.
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten het bos- en heidegebied en bereiken Ten Vorsel. Dit landgoed wordt voor het eerst genoemd in een acte uit 1173, die een opsomming bevat van giften aan de kort daarvoor gestichte Priorij van Postel. De Maatschappij tot bevordering van Welstand, voornamelijk onder Landlieden koopt het landgoed in 1853. De Hilvarenbeekse predikant Jacob van Heusden richt in 1822 deze maatschappij op met als doel onroerend goed aan te kopen zodat protestantse gezinnen tegen geringe kosten een boerderij kunnen pachten. Vanaf de jaren 1970 komen er groepsverblijven - aanvankelijk voor jongeren, maar inmiddels ook voor families en verenigingen - op het landgoed dat nog steeds in handen is van de Maatschappij van Welstand.
Op het landgoed staat de zogenaamde Heksenboom van Zwarte Kaat, een monumentale beuk uit ca. 1890. De boom komt voor in het volksverhaal Het kind met den helm van Jan Renier Snieders (1812-1888) en is verbonden met de legende rond bendeleidster Zwarte Kaat. In de 16e eeuw teistert zij, samen met haar man Bruno en andere bendeleden, de Kempen. Op de avond van Driekoningen 1596 ontvoeren ze de pasgeboren zoon van de bewoners van Hoeve Ten Vorsel. Ze vluchten naar Duitsland en voeden het kind, dat ze Thomas noemen, op als hun eigen zoon. Als ze na 18 jaar weer terugkeren naar de Kempen en nog een grote slag willen slaan, vallen ze door de mand en worden gearresteerd. De bendeleden worden ter dood veroordeeld en Thomas en zijn oudere broer Floris kunnen elkaar in de armen sluiten. Zwarte Kaat wordt op de hei begraven en op haar graf wordt een heester geplant. Deze groeit uit tot een spookachtige boom, die men in de wijde omgeving Heksenboom gaat noemen. De legende wordt nog steeds gekoesterd op landgoed Ten Vorsel en omgeving. In 2019 is de boom verkozen tot Boom van het Jaar.
Dr. J. Renier Snieders. Gravure afkomstig uit de Katholieke Illustratie, 1873.
Maker: Johannes Walter. Datering: ca. 1873. Formaat: 17 x 15,5 cm.
Vindplaats: P / S 71.6 (1)
Het laatste stukje cultuurgeschiedenis voordat we Bladel inlopen is de luchtwachttoren aan de Bossingel. Deze toren uit 1953 is gemaakt van prefab betonnen raatbouwelementen en ruim 13 meter hoog. Hij maakte deel uit van een netwerk van 276 soortgelijke uitkijkposten van het Korps Luchtwachtdienst, oftewel KLD. Tijdens de Koude Oorlog kon men hierdoor vijandelijke (lees: Russische) vliegtuigen spotten die onder de radar vlogen. Op het open platform van 3 bij 3 meter speurden de speciaal getrainde luchtwachters (vaak vrijwilligers) met hun verrekijkers, én geholpen door hun gehoor, het luchtruim af op vliegtuigen. Per telefoon werden de waarnemingen doorgegeven aan het luchtwachtcentrum in Eindhoven dat in verbinding stond met het landelijk commandocentrum in Zeist. Werken voor KLD betekende: Kijken, Luisteren, Doorgeven. De toren vormde een driehoek (luchtwachtkring) met de luchtwachtpost in Meerveldhoven en de luchtwachttoren in Luyksgestel (beide verdwenen). Oorspronkelijk stond er een bosje rondom de Bladelse toren, zodat deze minder opviel. Maar intussen zijn de bomen hoger geworden dan de toren zelf. Door verbeterde radar en snellere vliegtuigen verloren de torens begin jaren 1960 hun functie. De luchtwachttoren van Bladel is gebruikt tot 1964. In 1968 werd de Luchtwachtdienst opgeheven. Slechts 19 van dit soort torens bleven bewaard. Die van Bladel is een gemeentelijk monument geworden en in 2016 van een informatiebord voorzien.
Luchtwachttoren 8C1, Bossingel te Bladel (mei 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University

En zo komen we aan het eindpunt van deze wandeldag. De volgende keer lopen we verder naar Natuurbegraafplaats De Utrecht. Het verslag van die etappe zal vanwege de vakantieperiode wat later dan gewoonlijk online staan, namelijk op 26 september a.s.


Bronnen:
  • J. Coenen, W. van Leeuwen, J. Erftemeijer: Een Heilig Huisken: de Heilig Kruiskapel te Luyksgestel. Luyksgestel: Stichting "Vrienden van de kapel van het Heilig Kruis", 1987. Vindplaats: BRA J COEN 1987
  • J. van den Dungen: Het verhaal van de Teuten: De Gèsselse koperteuten gingen hun eigen weg. In: Bergeijk, stad zonder muren: het heden en verleden in beeld. Bergeijk: Heemkundekring Bergeijk, 2019. Pag. 137-139. Vindplaats: BRA Y HOUT 2019
  • W.H.Th. Knippenberg (1972): Luikgestelse Teuten in Denemarken. In: Brabants Heem. Jaargang 24, pag. 115-120 en 129-133. Vindplaats: T 03108
  • W.H.Th. Knippenberg (1973): Luikgestelse Teuten in Denemarken. In: Brabants Heem. Jaargang 25, pag. 43-49. Vindplaats: T 03108
  • H. Leijten (2013): Van kloostergoed tot educatiepark: 800 jaar Landgoed Ten Vorsel. In: Canon van de gemeente Bladel; Jubileumboek Heemkundige Kring Pladella Villa. Bladel: Heemkundige Kring Pladella Villa, 2013. Pag. 39-45. Vindplaats: BRA Y HOLL 2013
  • H. Sakkers en J. den Hollander: Luchtwachttorens in Nederland: industrieel erfgoed uit de Koude Oorlog. Middelburg: Stichting Natuur- en Recreatieinformatie, 1989. Vindplaats: BRA Z3 SAKK 1989
  • H. Strijbos: Nogmaals: kerk en toren van Sint Martinus te Luyksgestel. In: De Roskam. Nummer 58, pag. 24-25. Vindplaats: T 07477

maandag 1 augustus 2022

De zaak Marietje Kessels. De onopgeloste kindermoord in de Tilburgse Noordhoekkerk

Onlangs verscheen een nieuw boek over de moord op Marietje Kessels op 22 augustus 1900 in de Heilige Hartkerk in de wijk Noordhoek te Tilburg. Het was een van de meest spraakmakende en onopgeloste zaken in de twintigste eeuw. Zelfs nu is de moord nog steeds niet opgelost. Dit boek geeft een reconstructie van de gebeurtenissen rondom de kindermoord, het onderzoek en het proces.
Marietje Kessels was de 11-jarige dochter van Maria Philomena Crijns en Mathieu Kessels, eigenaar van de gelijknamige Koninklijke Nederlandse Fabriek van Muziekinstrumenten. Marietje was op woensdagmorgen 22 augustus op weg om een brief te posten. Tevens zou ze naar haar pianoleraar Gerard Schellekens gaan om de les van die middag af te zeggen. Toen ze rond het middaguur niet thuiskwam, werd een zoektocht in gang gezet. Met hulp van personeel van de fabriek werd de omgeving doorzocht. De politie stelde een groot onderzoek in nadat bleek dat de brief niet gepost was en dat Marietje ook niet bij de pianoleraar was geweest. De doorbraak kwam toen een ooggetuige tegenover de politie verklaarde dat ze gezien had dat Marietje de Heilig Hartkerk binnenging. Op vrijdag 24 augustus werd Marietje verkracht en gewurgd gevonden op het gewelf van de kerk, nog geen 300 meter van haar ouderlijk huis. Er waren 3 mogelijke verdachten: schilder Gasparus Mutsaers die in de kerk werkzaam was, koster Johan van Isterdaal en pastoor George van Zinnicq Bergmann. Er volgde een lange tijd van onderzoeken en processen, maar niemand werd veroordeeld. Tot op de dag van vandaag is de moord nooit opgelost.
Schrijfster Liselotte van Leest geeft in haar nieuwe boek een verslag van het uitgebreide onderzoek dat zij deed naar de moordzaak aan de hand van de vele gedigitaliseerde bronnen en het strafdossier van Justitie. Ze stuitte op tal van merkwaardigheden die er sterk op wijzen dat er tegenstrijdige belangen speelden, en dat niet iedereen binnen Justitie erop gebrand was de waarheid boven tafel te krijgen. Ook toont ze aan dat het politieonderzoek destijds veel hiaten vertoonden.

Vindplaats: BRA Q3 LEES 2022

Eerder verschenen boeken over de moord op Marietje Kessels: 

  • Ed Schilders: Moordhoek: De moord op Marietje Kessels in een katholieke kerk. Tilburg: Gianotten, 2013. Vindplaats: BRA Q3 SCHI 2013
  • Godelieve Kessels: De moord op Marietje Kessels: waarom de ouders moesten zwijgen. Utrecht: Nieuwland, 2011. Vindplaats: BRA Q3 KESS 2011

vrijdag 22 juli 2022

Gedeputeerde Stijn Smeulders op bezoek

Stijn Smeulders (PvdA), gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant met in zijn portefeuille Bestuur, Veiligheid, Cultuur, Sport en Erfgoed, vereerde de Brabant-Collectie op donderdag 21 juli jl. met een bezoek.

© Ilse de Wolf
Hij werd vergezeld door Jeroen Smarius (directeur Vitaal en Ruimtelijk Brabant bij provincie Noord-Brabant), Peter Wijers (bestuursadviseur Gedeputeerde Staten), Stephan Hoek (woordvoerder van de gedeputeerde) en Stephan Tibosch (accounthouder Brabant-Collectie). Prof. dr. Wim van de Donk, rector magnificus en collegevoorzitter, en prof. dr. Jos Swanenberg, hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur in Brabant, gaven vanuit Tilburg University acte de présence. Eerstgenoemde heette de aanwezigen van harte welkom, waarna Stijn Smeulders het woord voerde.
Welkom door Wim van de Donk.
© Emy Thorissen

Bibliothecaris Pia van Kroonenburgh schetste in haar presentatie een beeld van de geschiedenis, omvang en het beheer van de collectie. Ook vertelde ze op welke wijze de collectie onder de aandacht wordt gebracht, hoe die wordt ingezet en wat de maatschappelijke relevantie is. Daarna volgde het leukste onderdeel van het bezoek: een kijkje bij de bijzondere materialen uit de collectie. Emy Thorissen, conservator, gaf een toelichting bij de handboekbanden, Brabantse drukken en sierpapieren in de vitrine, onderdeel van de mini-expositie ‘Made in Brabant: bijzondere banden en boeken’.

V.l.n.r.: Stephan Tibosch, Jeroen Smarius, Jos Swanenberg, Stephan Hoek,
Wim van de Donk, Stijn Smeulders en Emy Thorissen

© Corine Bon
Daarna toonde zij in de raadpleegruimte de overige speerpunten, fotografie en cartografie, aangevuld met een variëteit aan highlights uit de collectie. Met veel belangstelling werden de diverse materialen bekeken en werd er geluisterd naar de informatie die Emy gaf. De aanwezigen waren onder de indruk van de collectie en het beheer, zo ook Stijn Smeulders. Bekijk zijn reactie met filmpje op Twitter.

woensdag 20 juli 2022

Besprenkeld met wijwater: Brabantse voertuigzegeningen

Niet alleen gebouwen en dieren, maar ook voertuigen werden gezegend in het katholieke zuiden. Een voertuigzegening (autozegening of -wijding) is het religieus zegenen van een voertuig. Oorspronkelijk vooral bedoeld voor auto’s, maar ook fietsen, brommers, motoren, bussen, vrachtauto’s en zelfs tractoren worden ingezegend ter voorkoming van ongelukken. Of het ook echt helpt? Daarover is men nog niet helemaal uit, maar het kan zeker geen kwaad. De eerste keer dat ik zelf dit fenomeen aanschouwde, was in mei 1992 in Rome. In dit geval liet een (bij)gelovige Italiaan zijn spiksplinternieuwe auto zegenen.

Dit bijgeloof stamt in Brabant al uit de jaren twintig, maar in vele plaatsen, zoals in Tilburg, is de traditie alweer verdwenen. In Hoeven, Elsendorp en Reusel vindt de inzegening van automobilisten nog steeds plaats. Vaak is de autozegening verbonden met de verering van de heilige Christoffel. Hij is de patroon-/beschermheilige van de reizigers. Velen dragen ook een medaille met zijn beeltenis bij zich. De inzegening vindt meestal plaats op of omstreeks 24 juli, de naamdag van Christoffel. Vaak spreekt de priester daarbij de volgende woorden uit: “Moge God u zegenen en u behouden doen thuiskomen”.

Christoffelprentje aangeboden bij gelegenheid van de autozegening door de chauffeursvereniging Reusel en de parochie O.L.Vr. Tenhemelopneming Reusel. Ongedateerd. (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Autozegening voor de Sint-Jan de Doperkerk te Hoeven, juli 2003.
Foto: Kerkbestuur Hoeven. (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Zo werd onlangs in maart 2022 bij de Sint-Servatiuskerk in Heeswijk-Dinther het wielerseizoen geopend met een heuse fietszegening door norbertijn en voormalig pastoor Joost Jansen, zelf een fervent wielrenner. Vanaf 2006 wordt het evenement georganiseerd door wielervereniging TWC De Kachelders. Al 16 jaar lang een traditie! 

Tot op heden heb ik slechts twee fietszegeningen in de verzameling van de Brabant-Collectie aangetroffen.

Op wielrennersbedevaart naar O.L.V. Den Bosch. Het inzegenen van West-Brabantse wielrenners in                      ’s-Hertogenbosch, 19 februari 1956.
Foto: R.K. Fotopersbureau Het Zuiden, ’s-Hertogenbosch. (Brabant-Collectie, Tilburg University)

Ook in Eersel legde fotograaf Gaston Remery in 1960 het inzegenen van wielrenners op de gevoelige plaat vast. Voorafgaand aan een grote wedstrijd werden 's morgens na afloop van de heilige mis op het Kerkplein de jonge wielrenners met hun fiets gezegend. 

Inzegenen van wielrenners, Eersel, 1960.
Foto: Gaston Remery. (Brabant-Collectie, Tilburg University)
ONLANGS VERSCHENEN: deze bijdrage van Emy Thorissen is gepubliceerd in nummer 240 van het tijdschrift Devotionalia.

Cover tijdschift Devotionalia

maandag 18 juli 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van de Venbergse Watermolen naar Luyksgestel

Etappe 10 Brabants Vennenpad (25,7 km)

We beginnen de wandeling vandaag bij de Venbergse Watermolen. Deze molen wordt voor het eerst genoemd in een document uit 1227 van hertog Hendrik I van Brabant die een derde deel schenkt aan een zusterklooster in Postel. Ruim honderd jaar later komt de molen volledig in bezit van de norbertijnenabdij in deze plaats. Dit bezit eindigt in 1716 na confiscatie van alle Postelse abdijbezittingen in de Meierij van ‘s-Hertogenbosch door de Raad van State van Holland. In 1740 volgt een publieke verkoop. Inmiddels is de Venbergse Hoeve een van de meest renderende boerderijen van de omgeving geworden. Onder andere familie Snieders – grondlegger van brouwerij Dommelsch – is in de 18e eeuw eigenaar geweest van de hoeve en molen. Het gebouw in de huidige opzet dateert van 1895, met nog enkele delen die ouder zijn.
Venbergse Watermolen. Foto. Maker: Jan van Giersbergen.
Datering: jaren 1960. Formaat: 11,3 x 17,2 cm. Vindplaats: Giersb_NB_33
© Brabant-Collectie, Tilburg University

Venbergse Watermolen (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Vanaf 1918 is de molen in handen van familie Rietra, een molenaarsgeslacht dat oorspronkelijk afkomstig is uit Noord-Italië. Begin jaren 70 van de 20e eeuw dreigt de molen te verzakken, maar er is geen subsidie voor restauratie. Dus pakken vader en zoon Jac Rietra deze klus zelf maar op. Rietra importeert hiervoor hout uit het Oostenrijkse plaatsje Schwoich, waar hij met zijn familie regelmatig vakantie viert. Bij de heropening van de molen in 1977 is de burgemeester van Schwoich aanwezig. Op de beeldbank van Heemkundekring Weerderheem staan hier enkele mooie foto’s van, zoals bijvoorbeeld deze. Momenteel wordt er niet meer gemalen met de molen, maar in de zomermaanden draait hij nog regelmatig. Verder is er een horecagelegenheid en is het een bekend vertrekpunt geworden voor een kanotochtje over de Dommel.

We laten de molen achter ons liggen en lopen zuidwaarts richting De Malpie; een prachtig en afwisselend natuurgebied met stuifzand, heide, vennen, bossen en de Dommel die er dwars doorheen stroomt. Over de herkomst van de naam bestaan verschillende theorieën. Sommigen zien er een afgeleide in van het Franse ‘mal pays’ (slecht land), maar dat idee wordt vaak afgewezen aangezien de naam Malpie niet afkomstig is uit de Franse Tijd. Anderen zien er het oud-Nederlandse woord ‘maal pee’ in terug: maal betekent grenspaal en pee is een zandrug of zandpad, dus: een plaats waar paden over een zandrug langs een grenspaal leiden. Een andere naamsverklaring is dat mal duidt op malen, en pie op pad: een maalpad naar de Venbergse molen. Wie het weet, mag het zeggen.
Valkenswaard. "De Malpaysberg". Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: Boek- en kantoorboekhandel J. Priem, Valkenswaard. Formaat: 9 x 14 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
We lopen langs de Malpieberg, een soort zandduin die ongeveer 6 meter hoger ligt dan zijn omgeving. Het hoogteverschil is na de laatste ijstijd ontstaan door het opstuiven van zand. In de laagten die overbleven vormden zich vennen. Zo’n 15.000 jaar geleden vestigden de eerste mensen zich rond De Malpie, zo ook op de Malpieberg. Er zijn hier restanten van bewoning gevonden, maar hoe permanent die nederzetting was, is moeilijk te zeggen. Wat vaststaat is dat dit een strategische plek was: vlak bij de bossen voor de jacht en de Dommel om te vissen, maar hoog en droog als die rivier buiten haar oevers trad.
Valkenswaard (Borkel) Naar Malpays-Vennen. Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: Gebr. Simons, Ubach over Worms. Formaat: 9 x 14 cm.
Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
De Malpie (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
We verlaten De Malpie, steken de Dommel over en lopen langs de graslanden met aan de rechterhand Borkel en aan de linkerhand Schaft. De eerste schriftelijke vermelding van Borkel is rond 1340-1350 in het Cijnsboek van de hertog van Brabant. De naam Schaft duikt zo’n honderd jaar later op. Het zijn twee aparte kerkdorpjes, van elkaar gescheiden door de Dommel. Borkel kenmerkt zich door schrale zandgronden en heide, Schaft profiteert van meer vruchtbare grond. Mei 1810 worden de plaatsen samengevoegd tot één gemeente, Borkel en Schaft. Maar voor de bewoners blijven het toch lang twee afzonderlijke, hechte gemeenschappen. In 1845 wordt in Borkel een gezamenlijke nieuwe kerk gebouwd, de Sint-Servatiuskerk. In 1934 wordt de plaats ‘opgeslokt’ in de nog grotere gemeente Valkenswaard.
Borkel en Schaft, de "Dommel". Prentbriefkaart. Maker en datering: onbekend.
Uitgever: JosPé. Formaat: 9 x 13,8 cm. Eigendom Brabant-Collectie, Tilburg University
Zicht op de Sint-Servatiuskerk van Borkel (oktober 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Joop van Appeldorn schreef in 2015 een interessant verhaal over twee families die in de 19e eeuw “op de Schaft” woonden en bekend stonden als teuten. Dit zijn rondreizende handelaren die indertijd een belangrijke rol speelden in dit gedeelte van Brabant. De families waar Van Appeldorn over schrijft, verblijven lange tijd in het westen van het land en verkopen daar met name textiel. Dat gebeurt vaak in een winkel die gerund wordt door de jonge dochters, maar ook door mannen die met goederen op de rug langs de deuren trekken. Na enige tijd komen ze weer terug naar hun dorp, vaak met een goed gevulde geldbuidel. Ze worden daar dan mensen van aanzien, die hun vermogen in onroerend goed beleggen en leningen verstrekken. Vaak is er sprake van specialisatie bij deze handelslui. Zo heb je: koperteuten, tafteuten oftewel pakdragers (handelaren in textiel), snijders oftewel dierenlubbers (specialisten in het castreren van vee), haarteuten, echelteuten (handelaren in bloedzuigers voor medicinale doeleinden) en gleiswerk-teuten (handelaren in aardewerk). Ze trekken vanuit de Kempen en het Duitse Westfalen door Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Denemarken. Teuten organiseren zich in kleine gezelschappen die zich kenmerken door hun complexe organisatie. In die zin onderscheiden zij zich van leurders en marskramers. Ook Luyksgestel, het eindpunt van onze wandeling, heeft een indrukwekkend teutenverleden. Maar daarover de volgende keer meer.

Lopend langs de Dommel bereiken we het buurtschap Achterste Brug. De in Valkenswaard geboren dichter, schrijver en vertaler Frans Hoppenbrouwers (1940-2013) schreef hierover het volgende sonnet, dat is opgenomen in zijn bundel Dorp aan de Dommel (2010).

De Achterste Brug

Het boeren leven heeft hier nog een stem.
Al overheerst de maïs ook hier het koren,
je kunt er soms de schuwe kwartel horen
of een patrijs, schor kirrend, in de brem.

De koeien staan bijeen rustig te grazen
of liggen, loom herkauwend, in het gras.
Het is nog steeds zoals het vroeger was,
je hoort er nog het zoemen van de dazen.

Ik zit hier soms een uur lang te genieten,
nabij de Dommel die mijn liefde heeft.
Ik luister naar het groeien van de bieten,

daar ik veel eerbied heb voor al wat leeft.
Ik zou hier heel mijn leven willen blijven,
al weet ik goed dat dromen niet beklijven.

Als eerbetoon aan deze dichter heeft werkgroep Beleef het gedicht een wandelroute en een fietsroute uitgezet, waarbij je langs een aantal zogenaamde gedichtentafels komt. Dit zijn aluminium tafeltjes die gedekt zijn met een oranje ‘kleedje’. Hierop liggen twee dichtgeslagen boeken met daarop een vogeltje. Daarnaast ligt een opengeslagen boek met twee gedichten: een van Hoppenbrouwers en eentje van een basisschoolleerling uit Valkenswaard. Tijdens onze wandelroute komen we meerdere van deze gedichtentafels tegen.

We lopen verder en komen bij De Plateaux-Hageven, een Nederlands-Belgisch natuurgebied. Opnieuw een heerlijk gebied om al wandelend te doorkruisen, met een variatie aan bos, heide en vennen. Cultuurhistorisch van belang zijn hier de Pelterheggen vloeiweiden. Dit stelsel van kanaaltjes, sloten, stuwen en aquaducten liet tweede helft 19e eeuw het kalkrijke water uit de Maas over de weiden stromen, zodat die geschikt werden voor hooiland. Na 1900 werden, door de introductie van kunstmest, de vloeiweiden minder belangrijk en raakten in verval. Maar gelukkig werden ze rond 1983 hersteld. Dat Nederland samen met enkele andere Europese landen onlangs de techniek van grasbevloeiing heeft voorgedragen aan de UNESCO-lijst voor immaterieel erfgoed zegt genoeg. Overigens is de plantengroei hier ook uitzonderlijk. Tijdens de aanleg van de vloeiweiden werden grasplaggen, die vol zaten met zaden en kruiden, uit Zwitserland gebruikt. Daardoor bloeien hier nu nog krokussen en brede orchissen. In 1950 kocht een aannemer de Pelterheggen. Hij liet vanuit Maastricht extra grond, die gevuld was met zaadjes van de herfsttijloos, aanbrengen. Vandaar dat je deze voor Nederland zeldzame plant hier kunt tegenkomen.

Ook De Liskes, een voormalig visvijvercomplex, is een gebied waar natuurrijkdom en cultuurhistorie hand in hand gaan. In de vorige etappe is uitgebreid ingegaan op de commerciële visteelt van begin 20e eeuw rondom Valkenswaard. Bij De Liskes werden in die tijd karpers en waterlelies gekweekt. Kort na de Tweede Wereldoorlog is het in verval geraakte complex vrijwel geheel opnieuw aangelegd, omdat sinds de crisisjaren het benodigde geld voor onderhoud ontbrak. Er kwamen nieuwe kades en dijken, stuwen en duikers (ook wel waterhuishoudkundige kunstwerken genoemd). In 1992 komt De Liskes in handen van Natuurmonumenten en die maakt er een mooi natuurgebied van. Maar in de loop der tijd raken de dijken en kades overwoekerd en de vijvers vallen regelmatig droog. In 2021 start Natuurmomenten samen met Waterschap De Dommel een project voor herstel van de visvijvers. Op 23 mei jl. is de oplevering van dit project gevierd met de onthulling van een nieuw informatiebord. Door het herstel is een belangrijk natuurgebied én een stukje cultuurhistorie behouden gebleven.

En zo bereiken we de eindbestemming van deze dag: Luyksgestel. De volgende keer, als we verder lopen naar Bladel, meer over dit dorp vlak bij de Belgische grens.


Bronnen:
  • J. van Appeldorn: Borkel en Schaft en zijn teuten. Vianen: Optima; Valkenswaard: Heemkundekring Weerderheem, januari 2015. Vindplaats: BRA Y3 APPE 9
  • J. van Appeldorn: De natuur in Valkenswaard en de invloed van de mens op het landschap. Vianen: Optima; Valkenswaard: Heemkundekring Weerderheem, juli 2016. Vindplaats: BRA Y3 APPE 21
  • C.M. Bungenberg de Jong: Geschiedenis en ontwikkeling van het viskweekbedrijf "Valkenswaard". Utrecht: Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, 1964. Vindplaats: CBM 966 B 29
  • F. Hoppenbrouwers: Dorp aan de Dommel: bloemlezing van Valkenswaardse gedichten. Valkenswaard: Stichting Poëzie Lokaal, 2010. Vindplaats: CBM 057 E 57