Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 17 mei 2012

Boomkruiper

Boomkruiper in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Certhia, het Boomkruipertje

De boomklever, Certhia brachydactyla, is met zijn bruine, gevlekte rug een goed gecamoufleerd vogeltje. Met name in het broedseizoen is hij niet zo makkelijk te zien. Zijn Latijnse naam betekent: korttenige Certhia (naar de oude Griekse vogelnaam die ook Nozeman gebruikt). Zijn Nederlandse naam dankt hij aan de manier waarop hij spiraalsgewijs langs een boomstam omhoog hipt, zoekend naar insecten. Of zoals Nozeman het omschrijft:
"Zy vliegen naementlyk van boom tot boom; zy klauteren denzelven van onderen op, met eenen stootenden of hippelenden voortgang; zy weeten, naer 't hun te pas komt, schuins, of recht naer beneden, te zwenken met eene verwonderlyke vaerdigheid; zy kunnen de dikkere armen van 't geboomte met het zelfde gemak bewandelen onderst boven hangende, waermede zy dezelven rechtop beklauteren; zy ondersteunen zig, in 't klimmen en werken, eveneens als de Spechten met hunne scherpe nagelen, en met hunne juist aleens gefatzoeneerde en stevigpuntige Staertpennen. Zy speuren in de schorsreeten en moschkorsten der ruuwbastige boomen de Insekten en derzelver Eijernesten op; en zy leeven van dat aes."

Voedsel is ruimschoots aanwezig voor de boomkruiper en het is dan ook een algemeen voorkomende vogel. Nozeman schrijft:
"In alle jaergetyden, by winterdag zoowel als in den zomer, ontmoet men hier te lande deeze Vogeltjens. Geen wonder. Aen de basten van ons geboomte schuilt altoos, het geheele jaer door, voorraed genoeg of van bloedelooze diertjens, of van insekteneijeren, uit dewelke zy hun leevens onderhoud vinden kunnen. Binnen onze steden, wier straeten of grachten met boomen versierd zyn, vindt men de Boomkruipertjens even overvloedig als op het Land in de bosschen, en hier van mag het koomen, dat zy veel minder schuuw zyn voor menschen, dan wel ander, meer buiten af zwervend, klein gevogelte."

Ook al is het geen opvallende verschijning, Nozeman heeft duidelijk een zwak voor de boomkruiper:
"In schoonheid van sterk afsteekende of schitterende koleuren kan men deeze vogeltjens wel niet by onze fraeisten tellen; maer echter in zindelyke netheid  van tekening hunner vederen doen zy voor geenen Vaderlandschen vogel onder."

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen