Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Coehoorn. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Coehoorn. Sorteren op datum Alle posts tonen

donderdag 25 oktober 2018

Mini-expositie ‘Menno van Coehoorn en de Zuiderwaterlinie’

 In de Maand van de Geschiedenis met het thema ‘Opstand’ presenteert de Brabant-Collectie een mini-expositie in de universiteitsbibliotheek. In tijden van oorlog en opstand diende de Republiek der Verenigde Nederlanden goed verdedigd te worden.
Door inundatie van laaggelegen delen en bestaande vestingwerken te versterken en te verbinden door linies, werd de oudste, langste (150 km) en meest benutte aaneengesloten militaire verdedigingslinie van Nederland gemaakt.

Bedenker van dit innovatieve systeem was de Friese vestingbouwer, belegeraar en infanterist Menno van Coehoorn (1641-1704). Hij ontwierp een Oosterfrontier (van Nieuweschans tot Nijmegen) en Zuiderfrontier (van Sluis tot Grave) met de Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen. Het Brabantse deel van het Zuiderfrontier wordt tegenwoordig de Zuiderwaterlinie genoemd. Bergen op Zoom, Steenbergen, Willemstad, Klundert, Breda, Geertruidenberg, Heusden, ’s-Hertogenbosch, Megen, Ravenstein en Grave zijn de vestingsteden die met forten, schansen en linies hiervan deel uitmaken.

Zijn ideeën over vestingbouw, later bekend geworden als het Nieuw-Nederlandse stelsel, legde Menno van Coehoorn in 1685 vast in het werk Nieuwe vestingbouw op een natte of lage horisont.
Titelpagina
Minno Baron van Koehoorn, Nieuwe vestingbouw op een natte of lage horisont..,
Leeuwarden: by de erfgen. van de wed. wijl. Hendrik Rintjens, 1702
Vindplaats: TRE 020 G 16
Hierin bespreekt hij drie manieren waarop zijn bouwconcept kan worden uitgevoerd bij een regelmatige zes-, zeven- en achthoek. Hij maakt een vergelijking met het Franse stelsel van Vauban. Voor beide methoden beschrijft hij het verloop van een aanval. Dit nieuwe systeem maakt het makkelijker aanvallen op bastions af te slaan en vestingen als geheel te verdedigen. Voordeel is ook dat het geschikt is voor de Nederlandse terreingesteldheid. Afhankelijk daarvan kunnen ingenieurs een van de drie manieren kiezen voor een vestingontwerp. Met dit belangrijke werk verwierf Van Coehoorn ook in het buitenland bekendheid. In 1695 werd hij benoemd tot ‘Ingenieur-Generaal der fortificatiewerken deser landen’.

Menno van Coehoorn maakte gebruik van al bestaande kleinere linies, zoals de Linie 1629 rond ’s-Hertogenbosch en de Linie van Eendracht uit 1582. Deze laatste is de eerste echte waterlinie in Nederland en is later vervangen door de West-Brabantse Waterlinie. Op de onderstaande kaart is deze linie met de vesting Steenbergen, een aantal hoger gelegen forten, de vesting Bergen op Zoom en de lager gelegen inundatiegebieden te zien.
TABVLA | Bergarum ad Zomam | Stenbergae | et novorum ibi operum
getekend door Franciscus van Schooten en gedrukt door Willem Blaeu
in: Hugo Grotius, Grollae obsidio cvm annexis, Amsterdam: Willem Blaeu, 1629
Vindplaats: KOD 025 C 13
Onder invloed van dreiging van de legers van Lodewijk XIV vanuit het zuiden krijgt Van Coehoorn de opdracht van de Raad van State het grondgebied beter te beveiligen. Hij voert hiertoe in 1698 een inspectiereis uit en bedenkt een bouwprogramma om de vestingen in een goed verdedigbare staat te brengen. Dit programma gaat nog datzelfde jaar van start. Van de meeste vestingsteden wordt de helft tot een derde vernieuwd. Onmisbare onderdelen waren de Linie van Den Hout, Linie van de Munnikenhof en het retranchement bij Waspik, omdat deze de niet te inunderen gebieden afsloten.

Grave en Bergen op Zoom zijn voorbeelden van vestingsteden die volgens zijn Nieuw-Nederlands Stelsel zijn ontworpen. Hieronder is een plattegrond van Grave te zien uit ca. 1751. De bastions met hol gebogen flanken, de ravelijnen en het Kroonwerk Coehoorn aan de overzijde van de Maas kunnen worden onderscheiden. Rond 1700 ontwierp Menno van Coehoorn dit buitenwerk met twee halve bastions en een hele in het midden.
Grondtekening | der Stad | GRAAVE
In: Jan Wagenaar, Hedendaagse historie, of tegenwoordige staat van alle volkeren (XII deel),  
Amsterdam: by Isaak Tirion, 1751
Vindplaats: TRE 051 G 01/12
De grootste verandering vond plaats aan de verdedigingswerken van Bergen op Zoom, dat als het meesterwerk van Van Coehoorn wordt gezien. Bastions werden gewijzigd volgens zijn concept. De vesting werd van een groot aantal ravelijnen en lunetten voorzien. Ook werd een droge gracht aan de zuid- en oostkant aangelegd. De voltooiing van de werken in 1744 heeft hij niet meer meegemaakt.
Nouveau Plan de Bergen op Zoom & de ses Environs / Plan van Bergen op den Zoom, met desselfs Forten Linie van Communicatie en environs
D. Zijnen, 1757
Vindplaats: B 46.2 / 1747 (45)
T/m vrijdag 14 december 2018 is in de vitrine op niveau 0 en 1 de mini-expositie ‘Menno van Coehoorn en de Zuiderwaterlinie’ te zien.

Literatuur:
  • H. van den Eeden, 'De Zuiderwaterlinie: veldtocht van de verbeelding', in: Brabeau (2017) nr. 2, p. 36-39
  • J. van Hoof, Menno van Coehoorn, 1641-1704: vestingbouwer, belegeraar, infanterist, Utrecht: Matrijs, 2004

maandag 8 mei 2023

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Bergen op Zoom naar Welberg

Etappe 1 Zuiderwaterlinie Wandelpad (ca. 18 km)

Vandaag is de aftrap van de nieuwe blogreeks over het Zuiderwaterlinie Wandelpad. We starten de wandeling bij knooppunt 20, Stationsstraat 5 te Bergen op Zoom. Het historische stadshart, met onder andere de Grote Markt en het Markiezenhof, laten we letterlijk links liggen, want wij lopen verder noordwaarts. Maar de liefhebber kan uiteraard een extra ommetje aan de route toevoegen.
Onderstaande prentbriefkaart uit de Brabant-Collectie laat zien hoe onze startplek er eind 19e, begin 20e eeuw uitzag. Het pand met het torentje aan de linkerzijde, Stationsstraat 12, stamt uit 1884 en is een rijksmonument. Ontwerper én bewoner hiervan was C.P. van Genk, een architect uit Bergen op Zoom.
Bengen (sic) op Zoom. Stationsstraat. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: A.I.A. de Kok,
Bergen op Zoom. Datering: periode 1884-1903. Formaat: 9 x 14 cm. Vindplaats: pbk-B 46.2 / 121 Stat (1) 
Bij onze eerste halteplaats, Ravelijn Op den Zoom, gaan we verder terug in de tijd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) kreeg Bergen op Zoom de status van vesting- en garnizoensstad en werden bestaande verdedigingswerken uitgebreid. Men doorstond maar liefst twee belegeringen: die van de hertog van Parma in 1588 en die van Spinola in 1622. Eind 17e eeuw moesten de vestingwerken vernieuwd worden en Menno van Coehoorn kwam met een uitgebreid plan dat gezien kan worden als zijn meesterwerk. De stad kreeg de bijnaam La Pucelle (= De Maagd), omdat ze onoverwinnelijk leek. Maar in 1747 liep het mis en viel Bergen op Zoom in Franse handen.
Het ravelijn diende ter verdediging van de erachter gelegen vestingwal. Na de opheffing van de vestingstatus van Bergen op Zoom in 1867 werd veel afgebroken, maar dit ravelijn bleef gespaard. Belangrijkste reden hiervoor was dat de omliggende gracht van belang was voor de drinkwatervoorziening. Die gracht heet De Vest, maar wordt in de volksmond Pielekeswater genoemd. Deze naam voert terug naar het Antwerpse woord pilleken (uitgesproken als pieleke) voor eend. Een staande opmerking onder Bergenaren voor iemand die een erg omslachtig betoog houdt is: Hij gaat langs het Pielekeswater.
Ravelijn op den Zoom. Pillekenswater. Prentbriefkaart. Maker onbekend. Uitgever: A.I.A. de Kok,
Bergen op Zoom. Datering: 1907. Formaat: 8,8 x 13,7 cm. Eigendom Brabant-Collectie
Van 1927 tot 1977 bevond zich een gemeentekwekerij op dit ravelijn, daarna werd het een openbaar plantsoen. In de jaren dertig van de vorige eeuw vond een eerste restauratie plaats. In 2017-2018 gebeurde dat opnieuw, in nauw overleg met Stichting Menno van Coehoorn. Als de toegangspoort open is, kun je de binnenplaats bekijken. Een bezoek van het gehele bouwwerk kan alleen o.l.v. de Stadsgidsen Bergen op Zoom.

We laten de stad achter ons en volgen de West-Brabantse Waterlinie, het oudste gedeelte van de Zuiderwaterlinie en vanaf 1628 de vervanger van de Linie van Eendracht. Landbouwgronden en moerassige gebieden tussen Bergen op Zoom en Steenbergen stonden tussen 1628 en 1830 maar liefst zes keer onder water om diverse vijanden tegen te houden. Op de hogere delen lagen de volgende vier forten (gezien vanaf Bergen op Zoom in noordelijke richting): Moermont (verdwenen en een woonwijk geworden), Pinssen, De Roovere en Henricus. De eerste drie waren in een recordtijd van 23 weken gebouwd en werden opgeleverd in november 1628.
Tabvla Bergarum ad Zomam Stenbergae et novorum ibi opaerum etc. Gekleurde kopergravure.
Maker: Franciscus van Schoten. Amsterdam: Johannus Janssonius, 1638. Formaat: 22,5 x 53,5 cm.
Vindplaats: Hertogdom Brabant / West / Bergen op Zoom / 1638
Bovenstaande kaart uit 1638 toont deze vier forten en het tussenliggende, geïnundeerde gebied. Rechtsonder is een inzetkaartje te zien, getiteld Castra Pinssi. Dit is Fort Pinssen, dat zijn naam dankt aan kolonel Willem Pijnssen van der Aa, de bevelhebber over het legerkamp en de eenheden die werkten aan de linie. Het fort ging in 1816 dicht en raakte in de loop der jaren overwoekerd. Het is nu niet meer toegankelijk, maar de omgeving leent zich prima om er heerlijk te wandelen.

We lopen verder noordwaarts over de laatste restanten van een liniewal, gerealiseerd in 1727 naar een ontwerp van Menno van Coehoorn. Deze liniewal verbond de drie zuidelijke forten met elkaar. Van de oorspronkelijk 5,5 km lange linie is 1 km bewaard gebleven. Natuurfilmer en documentairemaker Roel Diepstraten liep dit traject ook en maakte filmbeelden voor de tv-serie Op Pad van Omroep Brabant.

We komen aan bij Fort De Roovere, het grootste fort van de West-Brabantse Waterlinie. De naamgeving gaat terug naar Pompejus de Roovere, de staatsman die verantwoordelijk was voor de bouw van fortificaties. Naar hem is ook de Pompejus-toren genoemd, een 25 meter hoge uitkijktoren. Sinds maart 2018 kun je, na het overwinnen van 129 traptreden, genieten van een fraai uitzicht over het fort en de omgeving. De toren, ontworpen door RO&AD Architecten, is tevens een openluchttheater en biedt plaats aan 225 personen. Dezelfde architecten ontwierpen de zogenaamde Mozesbrug. Deze brug ligt als een sleuf ín de gracht en is van veraf niet te zien. Eenmaal op de brug loop je op ooghoogte met het water, een bijzondere ervaring.
Zicht vanaf de Mozesbrug op de Pompejus-toren bij Fort De Roovere (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Jacob Vleugels was de oorspronkelijke ontwerper van De Roovere, en ook de forten Pinssen en Moermont kwamen van zijn hand. De Roovere werd gebouwd naar Oudnederlands model met een bastion op elk van de vier hoeken. In plaats van gemetselde muren - die niet bestand bleken tegen gietijzeren kogels – bestond het fort uit dikke aarden wallen. In 1727 en rond 1784 werden verbeteringen en wijzigingen doorgevoerd aan het fort. Naast enkele barakken en magazijnen bevond zich midden 18e eeuw op het eenvoudige binnenterrein ook een kerk. En dat is mooi te zien op onderstaande kaart uit onze collectie. In 1816 werd het fort als vestingwerk opgeheven en het van oorsprong kale gebied eromheen raakte in de daaropvolgende jaren steeds meer begroeid. De grootschalige restauratie in 2010 heeft van De Roovere een historische en recreatieve trekpleister gemaakt.
Aftekening van t Rovers Fort met desselfs Belegering door de France Generaal Louwendaal
met de Aantekening van de Attaque van weerskante, en de Lienie
. Kopergravure. Datering: 1747.
Formaat: 30,1 x 22,5 cm. Vindplaats: B 46.2 / 1747 (62)
We gaan weer verder met onze wandeling en lopen door natuurgebied Het Laag, ook bekend als Halsters en Oudlands Laag. Dit gebied ligt anderhalve meter onder NAP, mede door de vervening die hier vanaf 1263 plaatsvond. De turfwinning in West-Brabant is een vaak vergeten geschiedenis. In 2005 staken enkele heemkundigen de koppen bij elkaar om dit onderwerp meer publieke aandacht te geven, wat resulteerde in Projectgroep Herleving Turfgeschiedenis West-Brabant. Ook het aangrenzende Belgische land kent een lange verveningsgeschiedenis, een mooie aanleiding dus voor een grensoverschrijdend project. Aldus geschiedde in 2018 met Beleef de verdwenen venen. Wandel- en fietsroutes werden uitgezet en verzameld in een ‘turfbelevingsbox’. Op de route werden zogenaamde veenpalen van cortenstaal geplaatst met gedichten van Geert de Kockere. De hoogte van de palen laat zien hoe ver het land is afgegraven. Ben je op zoek naar een gedegen studie over deze vergeten geschiedenis, lees dan Verdwenen venen van Karel Leenders.
Veenpaal met een gedicht van Geert de Kockere (augustus 2022)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De lage ligging maakte dit gebied generaties lang uitermate geschikt voor inundatie. Als gevolg hiervan stond het land soms jaren achter elkaar onder water, met als gevolg een permanente ‘plas-dras-situatie’ die agrarisch gebruik onmogelijk maakte. Nadat inundatie niet langer werd ingezet als militair verdedigingsmiddel werd in de jaren 1930 het waterpeil omlaag gebracht en het gebied omgevormd tot grasland. Maar nu voert de natuur de boventoon: in 2009 is de voedselrijke bovenlaag afgegraven en krijgen zeldzame planten weer een kans.

En zo bereiken we Welberg, het eindpunt van deze etappe. Wil je verder lezen over de streek waar we vandaag doorheen zijn gelopen, dan heeft de Brabant-Collectie heel wat te bieden. Te veel om op te noemen, en onderstaande lijst met bronnen is dan ook slechts bedoeld als startpunt. Bekijk daarom zeker onze zoekinterface BCfinder en ontdek wat wij nog meer in huis hebben aan boeken en tijdschriftartikelen, maar natuurlijk ook aan afbeeldingen en historische kaarten.

Bronnen:
  • E. Adriaansen e.a.: Canon van Bergen op Zoom: 55 hoogtepunten verteld voor jong én oud. Bergen op Zoom: De Geschiedkundige Kring van Stad en Land van Bergen op Zoom, 2022. Vindplaats: BRA Y ADR 2022
  • A.M. Bosters: Fort De Roovere: enige nadere gegevens uit de eerste helft van de zeventiende eeuw. In: Jaarboek "De Ghulden roos". Roosendaal: Oudheidkundige Kring 'De Ghulden roos', 2001. Pag. 22-37. Vindplaats: BRA Y GHUL 2001
  • A. van den Bulck en R. Hermans: Weg van de turf: fietsrouteboek. Roosendaal: Werkgroep Herleving Turfhistorie West-Brabant, 2012. Vindplaats: BRA H4 BULC 2012
  • K.A.H.W. Leenders: Verdwenen venen: een onderzoek naar de ligging en exploitatie van thans verdwenen venen in het gebied tussen Antwerpen, Turnhout, Geertruidenberg en Willemstad 1250-1750 (Actualisering 2013). Woudrichem: Pictures Publishers, 2013. Vindplaats: BRA W LEEN 2013
  • Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: een open boek. 's-Hertogenbosch: Provincie Noord-Brabant, 2018. Vindplaats: BRA N ZUID 2018

dinsdag 25 april 2023

Aankondiging nieuwe blogreeks: Zuiderwaterlinie Wandelpad

Op 19 december 2022 is de blogreeks Wandelen door de Brabant-Collectie afgesloten met de laatste etappe van het Brabants Vennenpad. Na een korte winterstop is het tijd om de wandelschoenen aan te trekken en opnieuw het Brabantse land én onze collectie te verkennen.
Op 8 mei a.s. start onze collega Jolanda van den Akker met haar verslag van het 290 kilometer lange Zuiderwaterlinie Wandelpad. Hiervoor doorkruist ze de provincie van west naar oost, van Bergen op Zoom naar Grave, en komt langs elf historische vestingsteden en hun ommeland. De route is uitgezet via het bestaande netwerk van wandelknooppunten in Brabant en gemarkeerd middels een groen-met-gele bewegwijzering en het Zuiderwaterlinie-symbool.
Nederland is niet alleen bekend om de strijd tegen het water, maar ook om het gebruik van water als verdedigingsmiddel. Door onderwaterzetting oftewel inundatie kon men de vijand verdrijven of verhinderen het land binnen te treden. Een laag water van 40 tot 50 centimeter maakte het voor een leger onmogelijk om te manoeuvreren en was voor schepen te ondiep om te bevaren. Dit militaire middel werd vanaf de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) steeds vaker gebruikt. Na deze oorlog bevond ons land zich nog in een kwetsbare positie. De dreiging vanuit het zuiden was niet volledig geweken en veel verdedigingswerken waren in verval geraakt. De Friese vestingbouwer, strateeg en belegeraar Menno van Coehoorn (1641-1704) kwam met een uitgekiend plan. Hij koppelde vestingsteden, verdedigingswerken en inundatiegebieden aan elkaar tot één linie. In 1698 werd begonnen met de aanleg van de Zuiderfrontier die liep van Sluis tot Nijmegen. Hierbij maakte Van Coehoorn gebruik van al bestaande kleinere linies zoals Linie 1629 rond ’s-Hertogenbosch en de Linie van Eendracht, een van de oudste linies van Nederland. In Nijmegen sloot de Zuiderfrontier, de langste linie die ons land ooit gekend heeft, mooi aan op de Oosterfrontier die liep tot Nieuweschans.

Gedurende de Franse Tijd (1794-1814) verviel de noodzaak van een verdedigingslinie voor een vijand uit het zuiden. Willemstad en Bergen op Zoom behielden nog wel hun functie als verdedigingsbolwerk tegen de Engelsen. Tijdens de Belgische Opstand in 1830 werden de verdedigingswerken van de Zuiderfrontier opgenomen in de Noord-Brabantse Waterlinie die functioneerde tot na de Eerste Wereldoorlog. Het Brabantse deel van de Zuiderfrontier wordt tegenwoordig vaak de Zuiderwaterlinie genoemd.

In 2016 kwamen de initiatieven om de Zuiderwaterlinie nationaal en internationaal meer zichtbaar te maken goed op gang. 25 partners - waaronder provincie Noord-Brabant, natuur-en erfgoedorganisaties en 15 gemeenten - tekenden een intentieovereenkomst en vormden het samenwerkingsverband Zuiderwaterlinie. Ze lanceerden een website met informatie over de linie en de vestingsteden en met ideeën voor een dagje uit. Er kwam een inspiratieatlas uit in boekvorm, getiteld Zuiderwaterlinie Noord-Brabant: een open boek. De tweede, herziene druk hiervan kun je hier downloaden.
Henri Swinkels, de toenmalige Gedeputeerde Leefbaarheid en Cultuur bij provincie Noord-Brabant, liep als eerste het Zuiderwaterlinie Wandelpad. Op 5 april 2018 startte hij in Bergen op Zoom en de vlogs hiervan zijn online te bekijken. De laatste etappe in en rond Grave liep hij, samen met 30 wandelaars die eerder meewandelden, op 16 september 2018. Dit was tevens de officiële opening van het pad.
De bijbehorende wandelgids is een compact boekje met achtergrondinformatie en uitneembare wandelkaartjes. De route kun je ook lopen via je mobiel door het bijbehorende GPX-bestand te downloaden. Ga hiervoor naar de homepage van het wandelpad en klik op de etappe die je wilt lopen.

Net als in de vorige blogreeks wordt gekeken hoe heden en verleden zich tot elkaar verhouden. Onderweg fotografeert Jolanda interessante plekken en terug bij de Brabant-Collectie zoekt ze naar bijpassende historische objecten, variërend van 17e-eeuwse kaarten tot 20e-eeuwse prentbriefkaarten. In de eerste etappe, die 8 mei a.s. online staat, lopen we van Bergen op Zoom naar Welberg.

maandag 31 januari 2022

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Groot Duijfhuis naar kerkplein Sint-Oedenrode

Etappe 4 Brabants Vennenpad (13.5 km)

We beginnen vandaag meteen op een magnifieke plek, zeker als je hier in het voorjaar of de zomer bent. Gelegen op een verhoging aan de oevers van de Dommel heb je vanaf Groot Duijfhuis een prachtig uitzicht op het omringende landschap.
Groot Duijfhuis (zomer 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Onderstaande foto van Noud Aartsen toont hoe hij de omgeving zag rond 1969.
Kasteren (bij Liempde) ± 1969
Foto. Maker: Noud Aartsen. Formaat: 14.5 x 23.8 cm
Vindplaats: NA/BL/19/038
© Noud Aartsen / Brabant-Collectie, Tilburg University
De vroegste vermelding van de hoeve, aangeduid met benamingen Ten Acker, Ten Ecker, De Grote Hoeve en Die Hoeve opt Water, stamt uit de 14e eeuw. Het eigendom is dan in handen van Jan van Derentheren en zijn kinderen, die het uitgeven in erfpacht. In 1450 koopt kanunnik Ludolf van de Water de hoeve. Hij schenkt het, samen met enkele andere hoeven, in 1471 aan de kartuizers van Sint-Sophia. Zij hebben de hoeven en rechten daarop hard nodig voor de instandhouding van hun nieuw gestichte klooster in Vught. Door het verpachten ontvangen de kartuizers niet alleen geld, maar ook producten in natura die ze goed kunnen gebruiken. Overigens zijn de pachters uit die tijd allesbehalve keuterboertjes. Gezien de omvang van de hoeve gaat het hier om kapitaalkrachtige boeren. In 1523 laten de kartuizers een Heerenkamer aan de hoeve bouwen, waarschijnlijk bedoeld om er zakelijke aangelegenheden af te handelen. Twee jaar later komt er aan de andere kant van de hoeve een Vlaamse schuur te staan voor de opslag van de opbrengsten uit pachten en tienden. De datering van deze schuur is bijzonder, want voorheen werd aangenomen dat dergelijke schuren in de 17e of 18e eeuw zijn gebouwd. Dat maakt de Vlaamse schuur van Groot Duijfhuis de oudste (of in ieder geval: de oudst bekende) van zijn soort in Nederland. In het uitgebreide en fraai geïllustreerde boek Kartuizers in het land van de Dommel van Jan Sanders kun je overigens meer lezen over deze kloosterorde. In 1659 verkopen de kartuizers de hoeve aan Pieter Lus, wiens naam al opdook in aflevering 3 van deze blogreeks. Hij verbouwt de hoeve en zet er in 1661 een vrijstaande stenen duiventoren neer. De toren heeft drie verdiepingen en een schaliedak. Met rode bakstenen is het jaartal 1661 ingemetseld.
Duiventoren bij Groot Duijfhuis. Foto. Maker: onbekend
Datering: ca. 1950. Formaat: 5.5 x 5.5 cm
Vindplaats: L 54.1 / 820.11 Duif (1)
Duiventoren bij Groot Duijfhuis (zomer 2020)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Voornaamste reden voor het bouwen van de toren is dat de duiven goed zijn voor de productie van honderden kilo’s fosfaatrijke mest per jaar. Daarnaast belanden ze ook als mals boutje op het bord van de heer. Het houden van duiven is in die tijd overigens een recht, voorbehouden aan de adel en geestelijkheid. Door de bouw van de toren komt de naam Het Groot Duijfhuis in zwang voor de hoeve.

Na de dood van Lus in 1674 zijn er diverse eigenaren die de hoeve verpachten. In 1863 wordt Groot Duijfhuis verkocht aan pachter Jan Schoenmakers en zijn vrouw Maria Bakx. Hun vijf ongetrouwde kleinkinderen boeren hier tot 1947, waarna ze verhuizen naar Liempde en de hoeve verpachten aan familie Van den Braak, een gezin met 12 kinderen. In 1976 overlijdt de laatste van de kinderen Schoenmaker en wordt notaris Piet Mertens jr. de erfgenaam. Op dat moment is Sjef van den Braak de pachter. Mertens start in 1980 met de restauratie van de boerderij en de duiventoren. Die toren is eerder overigens al eens opgeknapt. Nadat in 1890 een binnengeslopen steenmarter zich te goed doet aan de duiven, wordt de versleten marterkraag vervangen door nieuwe, schuin omlaag stekende planken om het dier te weren. Ook wordt er in dat jaar een bakhuisje met schoorsteen tegen de toren gebouwd, nog te zien op bovenstaande foto uit onze collectie. Mertens zorgt ervoor dat het oorspronkelijke uiterlijk van de duiventoren hersteld wordt. Het bakhuisje verdwijnt echter.
In 2000 koopt Brabants Landschap de hoeve Groot Duijfhuis en bepaalt hierbij dat pachter Sjef van den Braak er mag blijven wonen en boeren. Sjef is een markant man en geniet de nodige bekendheid met zijn stier Kareltje. Filmmaakster Annelies Uittenbogaard maakt een korte film over hem en René Bastiaansen klopt bij hem aan tijdens De Wandeling. Bekijk zeker deze filmbeelden online, want René laat je Groot Duijfhuis zien en vertelt eveneens over het Duits Lijntje waar we de vorige keer langs gelopen zijn. Nog een aanrader om te bekijken is de beeldbank van Erfgoedvereniging Kèk Liemt, met onder andere een foto van familie Van den Braak voor de Vlaamse schuur en Sjef met zijn stier. Tot aan zijn dood in 2009 woont Sjef in Groot Duijfhuis. In 2016 verbouwt Brabants Landschap de hoeve en maakt van het stalgedeelte een informatiepunt. Voorjaar 2021 vindt de meest recente restauratie van de toren plaats.
Voordat we verder gaan op ons wandelpad nog één aanrader: het filmpje waarin Thijs Caspers, medewerker van Brabants Landschap, gepassioneerd vertelt over zijn band met Groot Duijfhuis.

Via het in 2008 vernieuwde voetveer Sint-Janspontje steken we de Dommel over. Dit pontje vormde eeuwenlang een korte verbinding tussen Olland en Kasteren aan de ene kant en Liempde aan de andere kant. Via een bruggetje bereiken we weer de andere oever van de Dommel. In het volgende blogbericht meer over deze kronkelende rivier.
Via de zuidkant lopen we Sint-Oedenrode binnen waar we nog even stilstaan bij twee kastelen. Allereerst kasteel Henkenshage.
St. Oedenrode. Kasteel "Henkenshage"
Prentbriefkaart. Maker: Foto Atelier Schreurs. Formaat: 9 x 14 cm
Vindplaats: pbk-S 62.7 / 820.11 Henk (6)

Kasteel Henkenshage (winter 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In de 14e eeuw stond hier een versterkt herenhuis, bekend onder de namen Hanekershage, Haankenshaghe en Heenkenshage. Dit verwijst vermoedelijk naar de persoonsnaam Haencken, een verbastering voor Johannes. Van het oorspronkelijke herenhuis zijn nu alleen nog de restanten van een stuk 15e-eeuws muurwerk terug te vinden. In de loop der eeuwen kent Henkenshage tal van eigenaren. Tussen 1850 en 1860 is dat de familie De Girard de Mielet van Coehoorn. Zij verbouwen het van origine sobere gebouw, voegen een verdieping toe en geven het een kasteelachtige uitstraling door de aanbouw van hoektorens, stallen en dienstwoningen. In 1940 koopt gemeente Sint-Oedenrode het kasteel, dat in de oorlogsjaren fungeert als distributiekantoor. September 1944 is er het hoofdkantoor van de 101st Airborne Division gevestigd. Het kasteel raakt daarna in verval, dreigt zelfs gesloopt te worden. Totdat in 1958 freule Maria De Girard de Mielet van Coehoorn een aanzienlijke schenking doet en het gebouw gerestaureerd en dus gered kan worden. Momenteel doet het dienst als evenementenlocatie.

Het tweede kasteel op onze route is Dommelrode.
Westzijde van kasteel Dommelrode. Gekleurde potloodtekening
Maker: L.P.M. van Valkenburg. Formaat: 6.5 x 8.3 cm
Vindplaats: S 62.7 / 820.11 Domm (1)

Kasteel Dommelrode (winter 2021)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Ook dit is van origine een versterkt huis, dat van de 16e tot 19e eeuw bekend staat onder de naam De Bocht. Een naam die makkelijk te verklaren is, aangezien het huis was gelegen in een bocht van de Dommel. Tussen 1603 en 1605 maakt Marcus van Gerwen er een kasteel van met een gracht. Deze gracht staat via kreekjes in verbinding met de Dommel, maar dat is momenteel niet meer het geval. Vanaf 1804 raakt de naam Dommelrode in zwang. Jonkheer J.F. de Kuijper verhuurt het kasteel in 1818 aan de zusters augustinessen, die tot dan op Henkenshage wonen waar ze een Frans meisjespensionaat hebben. Deze zusters vestigen zich in Dommelrode, gaan door met het onderwijs en vestigen er klooster Mariëndaal. Door verbouwingen wordt het een volwaardig klooster en de augustinessen verblijven er tot 1954. Gemeente Sint-Oedenrode koopt het kasteel aan, voert een restauratie door en sloopt het grootste deel van de gebouwen van de zusters. Momenteel doet het kasteel dienst als vergaderlocatie van gemeente Meierijstad.
Het kerkplein van Sint-Oedenrode is het einde van onze wandeling van vandaag. De volgende keer lopen we verder naar Wolfswinkel.

Bronnen:
  • G. van den Oetelaar: Kartuizerhoeve Het Groot Duijfhuis op Kasteren te Liempde. Liempde: Stichting Kartuizerklooster Sinte Sophia van Constantinopel, 2012. Vindplaats: CBM B 63784
  • J. Sanders: Kartuizers in het land van de Dommel. Klooster Sint-Sophia van Constantinopel bij ’s-Hertogenbosch, 1466-1641. Woudrichem: Pictures Publishers, 2012. Vindplaats: BRA L1 SAND 2012
  • W. Steenbakkers: Het steenen huijs met de gebinte, stal ende schuren: historisch onderzoek naar boerderijen in Boxtel, Lennisheuvel en Liempde. Woudrichem: Pictures Publishers, 2017. Pag. 80-101. Vindplaats: BRA J STEE 2017

vrijdag 2 februari 2024

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Terheijden naar Oosterhout

Etappe 6 Zuiderwaterlinie Wandelpad (21,7 km)

Startpunt Terheijden en eindpunt Oosterhout liggen hemelsbreed voor een wandelaar slechts 9 km van elkaar verwijderd. Maar onze route van het Zuiderwaterlinie Wandelpad voegt er enkele uitstapjes in noordelijke en zuidelijke richting aan toe en dus zullen we vandaag flink wat meer kilometers gaan maken. Onderstaande uitsnede van een historische kaart uit 1794 toont het gebied dat we doorkruisen én enkele plaatsen met een rijke historie, zoals de Spinolaschans en de linies Den Hout en Munnikenhof. Maar daarover straks meer.
Uitsnede van: Plan van de steden en environs van Breda, en Geertruidenberg.
Manuscriptkaart (pen, gekleurd). Maker: Joan H.A. Camp. 
Datering: 1794.
Formaat van de gehele kaart: 42 x 64 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / West / Breda / 1794 (1)
We beginnen bij knooppunt 15 aan de zuidrand van Terheijden. Als snel verlaten we de bebouwing en via de Schimmelseweg komen we bij een schelpenpad dat ons voert langs de Terheijdense Binnenpolder. Tot begin 14e eeuw lag hier een veenpakket van ruim twee meter dik. Daarna startte de turfwinning die vele eeuwen zou voortduren. Op dit moment zijn Waterschap Brabantse Delta en Staatsbosbeheer druk bezig om dit eens zo waardevolle natuurgebied in ere te herstellen.
We komen bij de Linie van Den Hout, een stelsel van aarden wallen begroeid met bomen. Aan onze linkerkant raast iets verderop het autoverkeer op de A59 voorbij, rechts liggen maïsvelden. Hoe anders moet de aanblik zijn geweest toen Frederik Hendrik in 1625 opdracht gaf deze wallen aan te leggen. Sowieso zijn de eiken die we nu zien pas na 
1830 aangeplant. Vóór die tijd was alles kaal, zodat het zicht op de vijand onbelemmerd was. In 2004 is een gedeelte van de aanplant gekapt om de zigzagvorm van de linie weer zichtbaar te maken.
Informatiebord bij de Linie van Den Hout (augustus 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Frederik Hendrik wilde de aarden wallen gebruiken als uitvalsbasis voor een aanval op de Kleine Schans in Terheijden. Op die manier wilde hij het door de Spanjaarden zwaar belegerde Breda bevoorraden. Maar de slag werd een fiasco en Breda kwam op 2 juni 1625 in Spaanse handen. Pas 12 jaar later wist Frederik Hendrik de stad te bevrijden.
In 1701 maakte Menno van Coehoorn van de eenvoudige wallen een heuse linie als onderdeel van de Zuiderfrontier, een aaneengesloten reeks van verdedigingswerken en inundatiegebieden van Bergen op Zoom tot en met 's-Hertogenbosch. Tussen Breda en Geertruidenberg lag een gedeelte van het land zo hoog dat het onmogelijk onder water gezet kon worden. Daarom werden hier extra verdedigingswerken gebouwd. De Linie van Den Hout en de eveneens in 1701 aangelegde Linie van de Munnikenhof waren daar onderdeel van. 
We lopen een stukje over deze linie, een aarden wal in zigzagvorm met een natte gracht. Toen in 1912 begonnen werd met de aanleg van het Markkanaal vond men het blijkbaar geen probleem dat dit kanaal dwars door de linie heen sneed. Gelukkig is het resterende gedeelte aangemerkt als natuurgebied en is Linie van de Munnikenhof begin 21e eeuw in ere hersteld, inclusief de oorspronkelijke gracht.
Het vestingwerk ontleent zijn naam aan Buytenplaets Het Munnikenhof dat in 1324 toebehoorde aan de Abdij van Middelburg en ten noorden van de huidige linie lag. Vóór het Beleg van Breda in 1624 woonden er Norbertijnen van de Abdij van Tongerlo. Momenteel vind je hier een boerderij en een mini-camping.
We lopen langs het Markkanaal, steken het water over en gaan verder zuidwaarts over de Hartelweg. De huizen die hier staan, vormen tegenwoordig buurtschap De Hartel. Het ligt op een zandrug ten oosten van de Mark en ten noorden van polder de Lage Vucht. Oorspronkelijk lag het ten noorden van het huidige Markkanaal, maar dit gehucht is in de 17e eeuw verdwenen.

We slaan rechtsaf voor een uitstapje rondom het volgende verdedigingswerk: de Spinolaschans, ook wel de Grote Schans genoemd. Deze schans is volledig begroeid met eiken en in het midden ligt een grasveld.
Spinolaschans (augustus 2023). © Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De schans ontleent zijn naam aan veldheer Ambrogio Spinola, die hier in 1624 een strategische plek vond voor de belegering van Breda. De schans, aangelegd op een rivierduin, blokkeerde de noordelijke toevoerwegen naar Breda. Op die manier kon hij de bevolking van deze stad uithongeren en tot overgave dwingen.
Ambrosius Spinola. Opperbevelhebber van 't Spaansche Leger in de Nederlanden.
Kopergravure. Maker: Jacob Houbraken. Datering: 1749-1796.
Formaat: 22,4 x 14,7 cm. Vindplaats: P / S 79.6 (2)
Onderstaande kaart van de Brabant-Collectie toont de vestingwerken en de inundatievlaktes tijdens het Beleg van Breda door Spinola in 1624. Bekijk deze kaart vooral ook op onze website BCfinder waar je kan inzoomen op detailniveau.
Obsidio Bredae per Ambrosium Spinolam Anno D. 1624. Kopergravure. Maker onbekend.
Uitgever: Joan Blaeu. Datering: 1647-1649. Formaat: 54,8 x 65,9 cm. Vindplaats: B 83 / 1624/1625 (8)
De oriëntatie van de kaart is naar het oosten. Centraal ligt Breda. Ten noorden van Breda (hier dus links op de kaart) ligt de Vuchtpolder met dwars daar doorheen lopend de Zwarte Dijk met redoutes, maar zo dadelijk meer hierover. Nog een klein stukje verder naar links, bij nummer 2 en rood omcirkeld op onderstaande uitsnede, ligt de Spinolaschans.
Uitsnede van Obsidio Bredae etc. met rechts bij nr. 2, rood omcirkeld, de Spinolaschans.
Na het Beleg van Breda liet Spinola de schans grotendeels afbreken. Maar Frederik Hendrik, die in 1637 Breda bevrijdde, liet de schans herbouwen en uitbreiden tot de huidige vorm. Tot 1838 is de schans nog een verdedigingswerk, ook al neemt het belang ervan steeds verder af. Uiteindelijk deed het enkel dienst als opslagplaats voor militair materieel. Sinds 1985 is het terrein in handen van Staasbosbeheer.

We komen aan bij de Strikberg, een rivierduin gevormd door het zand dat rivier de Mark hier afzette. Via een fraai graspad langs kleinschalig beheerde weilanden komen we bij de eerdergenoemde Zwarte Dijk, gelegen aan de Lage Vuchtpolder. Vucht is een Oudhollands woord voor vocht. Dat het hier zo vochtig is, komt onder andere door het jarenlang afgraven van veen in de 14e eeuw. Schuiten, voortgetrokken door trekpaarden op de Zwarte Dijk, transporteerden de gewonnen turf. Door de ontginning kwam het gebied lager te liggen en was het in de 17e en 18e eeuw uitermate geschikt voor inundatie. In die tijd lag de Zwarte Dijk midden in de Vuchtpolder, zoals te zien is op bovenstaande kaart Obsidio Bredae. Nu is alles aan onze rechterzijde bebouwd. Op de Zwarte Dijk liet Spinola voor zijn soldaten verschansingen bouwen, de zogenaamde redoutes. Bovengronds is hiervan niks bewaard gebleven en de exacte locatie en afmetingen zijn helaas niet bekend. Onlangs zijn de redoutes in ere hersteld en Merel van der Linden creëerde hier landschapselementen
.
Zwarte Dijk met landschapselementen van Merel van der Linden (augustus 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
In de 20e eeuw was de Lage Vuchtpolder een landbouwgebied, maar nu is het weer teruggegeven aan de natuur en omgevormd tot een 'natte natuurparel' met ruimte voor plant en dier.

We bereiken de noordrand van Teteringen. Bij de uit 1927 daterende Sint-Willibrorduskerk aangekomen, slaan we links af en lopen het dorp uit.
Sint-Willibrorduskerk, Teteringen (augustus 2023)
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
R.K. Kerk Teteringen. Prentbriefkaart. Maker en uitgever onbekend.
Datering: 1940-1970. Formaat: 14 x 8 cm. Vindplaats: pbk-T 23.1 / 411.11 Will (1)
We bereiken de Vrachelse Heide. Iets van de route af ligt in de bossen Schans bij het Pannenhuis. Rond 1647, tijdens de Hollandse Oorlog, waren in herberg Het Pannenhuis soldaten van diverse nationaliteiten ingekwartierd. De aangelegde schansjes moesten Oosterhout verdedigen tegen de vijand. Vandaag de dag zie je niets meer van die schansjes en is het louter een panvormige laagte in het bos. Op onderstaande uitsnede van een kaart uit 1637 zie je iets links van het midden de benaming pannenhuys staan. Tevens staan op de kaart de Zwarte Dijk, de Vuchtpolder en Teteringen vermeld.
Uitsnede van Belegering van Breda door Frederik Hendrik. Kopergravure. Maker:
Hendrik Hondius (I). Datering: 1637. Formaat gehele kaart: 35,8 x 45,2 cm.
Vindplaats: B 83 / 1637 (12) 
Het eindpunt van onze wandeling is knooppunt 38, net vóór de brug over het Markkanaal. De volgende keer lopen we verder naar Raamsdonk.

Bronnen:
  • A. Andriessen e.a.: Dagboek van een dorpspastoor in Teteringen: een tijdsbeeld van 1925 tot en met 1945. In: Themanummer Teterings Erfdeel, 2019, nr. 110, pag. 1-92. Vindplaats: T 09644
  • D. Janssens: Omwaterde Kastelen of Heerenhuijsingen bij de Linie van Munnikenhof. In: Themanummer De Vlasselt, 2008, nr. 119, pag. 1-64. Vindplaats: T 07454
  • M.A. Kuijpers: 100 jaar Markkanaal 1905-2005. Breda: Kuijpers, 2005. Vindplaats: BRA W3 KUIJ 2005
  • G. Otten: De Hartel: een Terheijdense buurtschap in Breda. In: Themanummer De Vlasselt, 2012, nr. 135, pag. 1-95. Vindplaats: T 07454
  • J.P.M. Rooze: De belegering van Breda door Spinola 1624-1625. Alphen a/d Rijn: Canaletto/Repro-Holland, 2005. Vindplaats: BRA N2 ROOZ 2005

maandag 10 juni 2024

Wandelen door de Brabant-Collectie: Van Raamsdonk naar Drunen

Etappe 8 Zuiderwaterlinie Wandelpad (21,4 km)

We starten onze wandeling vandaag bij knooppunt 56 aan de rand van Raamsdonk. Hier volgen we enkele kilometers van het Halve Zolenpad, het in 2004 geopende fietspad dat in een rechte lijn oostwaarts loopt tot aan Drunen. De naam verwijst naar de Langstraatspoorlijn die tussen 1886 en 1972 personen en goederen vervoerde van Lage Zwaluwe via Waalwijk naar ’s-Hertogenbosch. Dit traject werd in de volksmond het Halvezolenlijntje genoemd, een benaming die te koppelen is aan de bloeiende schoenenindustrie in deze streek. Op deze lijn trof men vaak handelsreizigers aan met hun onbruikbare monsters uit de fabriek, de zogenaamde ‘halve zolen’. In de ogen van sommigen verwijst het woord naar het feit dat de aanvankelijk beoogde spoorverdubbeling er nooit van is gekomen. Volgens anderen hangt de negatieve kwalificatie van ‘halve zool’ samen met de lage snelheid die de treinen op dit traject hadden…
Hoe dan ook, dat het tempo van leven indertijd (wat) lager lag dan nu moge duidelijk zijn. Hiervan getuigt ook onderstaande foto, die laat zien dat er genoeg tijd was op een halteplaats om het spoorwegpersoneel van een kopje koffie te voorzien.
Spoorweg 's-Hertogenbosch - Langstraat. Foto. Maker: Fotopersbureau Het Zuiden.
Datering: 16 oktober 1956. Formaat: 8,5 x 13,5 cm. Vindplaats: ML / 631.4 (4)
Daar waar de Langstraatspoorlijn een weg kruiste, lag een wachtpost. In totaal waren dat er 41. Iedere wachtpost werd bewoond door spoorwegpersoneel dat de taak had het traject te bewaken en te waarschuwen als er een trein aankwam. Een klein stukje terug op ons wandelpad, op de kruising Parallelweg – Stationstraat, staat Wachtpost 18. De post fungeerde vanaf het begin (november 1886) ook als stopplaats, omdat deze in het hart van Raamsdonk lag. In 1890 werd aan het woonhuis een wachtkamer met kaartjesloket gebouwd. In 1907 werd de stopplaats opgewaardeerd tot halte. Na de opheffing van het personenvervoer in 1950 werd de halte in 1972 ook gesloten voor goederenvervoer. Hierna kwam het gebouw in particuliere handen.
Wil je meer lezen over deze voormalige spoorlijn dan is het rijk geïllustreerde boek Het Halvezolenlijntje zeker een aanrader.
Voormalig station Raamsdonk. Reproductie van een prentbriefkaart. Maker,
uitgever en datering onbekend. Formaat: 11 x 15 cm. Vindplaats: R 11 / 352.11 (1)
Aangekomen bij knooppunt 72 aan de zuidwestkant van Waspik lopen we langs de plek waar van 1700 tot 1851 een houten standerdmolen stond. De resterende kruisplaten dateren uit 1841.
Onderste balken (kruisplaten) van de standerdmolen bij Waspik (september 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Na Waspik verlaten we kort het Halve Zolenpad voor een ommetje langs twee waterplassen van natuurgebied De Vest. Hier lag vroeger een retranchement. Op onderstaande uitsneden van twee van onze historische kaarten, beide daterend uit de periode 1778-1779, staat dit verdedigingswerk ingetekend. Op de eerste uitsnede staat rechts de naam Wasbbeek, een oude benaming voor Waspik. Onder die naam is het retranchement ingetekend.
Uitsnede van: Kaart van het land van Heusden en Altenaa etc. Manuscriptkaart; pen, gekleurd.
Maker: D.G.B. van Dalhoff. Datering: 1778-1779. Formaat gehele kaart: 47,5 x 63,5 cm.
Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Land van Heusden en Altena / 1779 (1)

Uitsnede van: Caart figuratief van het Terrein en Limmiten tusschen 's-Hertogenbosch
en Geertruidenberg
. Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Maker: J.H.A. Camp. Datering: 1779.
Formaat gehele kaart: 38,5 x 90,5 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Langstraat / XVIII d (2)
Retranchement De Vest is in 1701, ten tijde van de Spaanse Successieoorlog, ontworpen door Menno van Coehoorn. Het was een zigzag aangelegde aarden wal met lunetten, redoutes en een gracht, bedoeld om te voorkomen dat vijandelijke Franse troepen Geertruidenberg zouden bereiken. Waspik en omgeving, gelegen op een zandrug, konden namelijk niet onder water gezet worden en zonder het retranchement zou er een gat in de Zuiderwaterlinie komen. Geleidelijk aan raakte het bouwwerk verwaarloosd en in 1724 was er weinig meer van over. Zo’n 20 jaar later, met wederom oprukkende Franse legers, werd het retranchement nieuw leven ingeblazen. Tijdens de Belgische Opstand in 1832 deed het voor het laatst dienst als verdedigingswerk.
Aan het einde van het rondje om de waterplassen lopen we langs het kunstwerk Ode aan de Zandrug (Sannah Belzer), waarin de kronkelende hoogtelijnen van een historisch kaart terug komen.

Weer op het Halve Zolenpad aangekomen slaan we bij knooppunt 77 linksaf en bereiken het Zuiderafwateringskanaal.
Zuiderafwateringskanaal (september 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
Via een graspad volgen we, met enkele onderbrekingen, dit kanaal een heel eind verder oostwaarts. En dat is absoluut geen straf, want we bevinden ons nu in het Natura 2000-gebied genaamd de Westelijke Langstraat. Het gebied strekt zich uit van Waspik tot Waalwijk en bestaat uit verschillende natuurterreinen. Zoals de Dulver, waar we door een elzenbroekbos lopen en een eendenkooi uit 1820 passeren.

We verlaten kort de natuur en lopen Capelle binnen via de Hoofdstraat, met op nr. 70 een voormalige leerlooierij en op 68 een fraai herenhuis uit de 19e eeuw. Rechts afslaand naar de Schoolstraat lopen we langs een vaart. Tot de 17e eeuw vormde deze vaart, evenals de haven van Capelle, een belangrijke schakel in de doorvoer van turf naar de grote steden. We vervolgen onze route over het graspad langs het Zuiderafwateringskanaal waar we kunnen genieten van de rust en weidse uitzichten. We passeren zes waterpartijen, de zogenaamde petgaten, die overbleven na de turfwinning. We zijn in natuurgebied De Dullaert waar de liefhebber nog een klein uitstapje kan maken naar een nabijgelegen vogelkijkhut. Dit gebied, dat ook behoort tot de eerder genoemde Westelijke Langstraat, is als laatste ontgonnen. Tot omstreeks 1925 was het een nat gebied waar arme boeren op kleine schaal kavels ontgonnen. In het kader van de werkverschaffing is het moeras in de jaren 1930 droog gemaakt. Een relict uit die tijd is onderstaand pomphuisje.
Oud pomphuisje in De Dullaert (september 2023).
© Jolanda van den Akker / Brabant-Collectie, Tilburg University
De laatste kilometers naar Waalwijk hebben ook een hoge natuurwaarde, maar bedenk vooraf dat het hier erg nat kan zijn en dat de markering soms lastig te vinden is. Dit is het slagenlandschap Labbegat (een andere naam voor petgat). In de middeleeuwen was het een moerassig en geïsoleerd gebied, totdat de graaf van Holland in 1422 opdracht gaf voor het aanleggen van een dijk. Hier vormden zich de eerste nederzettingen van de Langstraat. Door turfwinning ontstonden haaks op de dijk smalle percelen, gescheiden door sloten die zorgden voor de afvoer van het grondwater. Na de turfwinning werd het gebied gebruikt voor weide- en hooiland. Nu ligt er de nadruk op natuurbehoud.
Wil je verder lezen of beeldmateriaal bekijken over de Langstraat, raadpleeg dan onze collectie via BCfinder.

We lopen Waalwijk in en passeren onderweg enkele mooie voorbeelden van kerkelijke architectuur. Zoals allereerst de Kerk aan de Haven en iets verderop de Sint-Jan de Doperkerk met zijn karakteristieke koperen koepels. Laatstgenoemde kerk met vroegchristelijke en Byzantijnse kenmerken, gewijd in 1925, is ontworpen door architect H.W. Valk. Tot de religieuze kunstvoorwerpen van deze kerk behoort de kruiswegstatie door Charles Eyck, bestaande uit 14 terracotta tegelreliëfs. Deze objecten zijn gefotografeerd door Martien Coppens en de vintage prints kun je op onze beeldbank tot in detail inzoomen en bewonderen. Iets verder op onze route, langs de Winterdijk, staat de Oude Toren. Dit is een overblijfsel van de in 1911 gesloopte parochiekerk van Baardwijk. De toren kon gered worden van de slopershamer, werd gerestaureerd en kreeg de status van rijksmonument. De voormalige kerk staat op onderstaande uitsnede van een kaart uit onze collectie, evenals de Baardwijkse Overlaat waar we nu naar toe lopen.
Uitsnede van: Caart figuratief van het Terrein en Limitten tusschen 's-Hertogenbosch
en Geertruidenberg
. Manuscriptkaart; pen, gekleurd. Maker: J.H.A. Camp. Datering: 1779.
Formaat gehele kaart: 38,5 x 90,5 cm. Vindplaats: Generaliteitsland Brabant / Oost / Langstraat / XVIII d (2)
Een overlaat zorgt voor de afvoer van water bij hoge waterstanden. Deze bij Baardwijk, gerealiseerd in 1766, had niet alleen als functie het opvangen van Maaswater bij overstromingen. Een heel stelsel van dijken en een ingenieus inundatieplan moesten vanaf 1794 ook jarenlang vijandelijke legers tegen houden. Nu heeft het strijdtoneel plaats gemaakt voor een fraai bos- en waterrijk gebied.

En zo bereiken we knooppunt 39 aan de zuidrand van Drunen, het eindpunt van vandaag. De volgende keer lopen we via Heusden naar Vlijmen.

Bronnen:
  • Gemeente Waalwijk. Bureau Communicatie: Van spoorlijn naar halvezolenpark. Waalwijk: Gemeente Waalwijk, 2007. Vindplaats: CBM 967 F 66
  • J. Heijenbrok: Het Halvezolenlijntje. De Langstraatspoorlijn van Lage Zwaluwe naar 's-Hertogenbosch 1866-2011. Utrecht: Matrijs, 2011. Vindplaats: BRA V3 HEIJ 2011
  • W. Knoop: Capelle 750 jaar. Sprang-Capelle: Vereniging voor Heemkunde Sprang-Capelle e.o., 2007. Vindplaats: BRA Y KNOO 2007
  • N. Mathlener: De Vest, Waspiks bolwerk terug in het landschap. In: Op 't goede spoor, 2009, nr. 33, pag. 3-7. Vindplaats: T 09686
  • M. van Prooijen: Het natuurgebied de Dulver: de Eendenkooi. In: Bruggeske, 1988, nr. 1, pag. 35-58. Vindplaats: T 08314
  • M. van Prooijen: De Eendenkooi in "De Dulver". In: Bruggeske, 1993, nr. 1, pag. 85-102. Vindplaats: T 08314
  • W. Sars: Plan De Vest. In: Op 't goede spoor, 2006, nr. 29, pag. 76-80. Vindplaats: T 09686
  • A. Spee e.a.: Kleine monumenten: Geertruidenberg, Raamsdonkveer, Raamsdonk. Geertruidenberg: Oudheidkundige Kring 'Geertruydenberghe', 2013. Vindplaats: BRA J3 SPEE 2013
  • S. Vughts: De oude toren aan de Winterdijk in Baardwijk. In: De Klopkei, 1996, nr. 1, pag. 22-25. Vindplaats: T 07471