Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 17 april 2023

Hoe eeuwenoude tradities ook nu nog van waarde zijn

Op Tilburg University wordt op woensdagmiddag 19 april een symposium gehouden over bedelfeesten in Nederland en Vlaanderen. Het doel van deze bijeenkomst is onder meer te bekijken hoe deze eeuwenoude tradities een plaats kunnen hebben in de huidige samenleving. Het symposium begint om 12.45 uur en is gratis toegankelijk. Deelname is interessant voor een breed publiek: heemkunde, toerisme, armoedebestrijding, sociale initiatieven, en voor iedereen die is geïnteresseerd in cultuur.

Eieren bedelen op het platteland in Helvoirt, woensdag 8 april 1936.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’, ’s-Hertogenbosch-Maastricht.
Brabant-Collectie, Tilburg University
Bedelfeesten zijn tradities als Driekoningenzingen, Sint Maarten, Vastenavond en Nieuwjaarzingen. Al deze tradities waren erop gericht om voedsel, brandstof en eventueel geld te delen met de armen. Er kan een vergelijking worden gemaakt met hedendaagse vormen van delen, zoals voedsel-, kleding- en speelgoedbanken. Hier raken traditie en actualiteit elkaar.

Bovendien kennen vrijwel alle culturen soortgelijke tradities. Tijdens het symposium wordt niet alleen door deskundigen ingegaan op de autochtone tradities, maar is er ook aandacht voor bedeltradities in verschillende andere culturen. Bedeltradities blijken een universele cultuur te zijn. Door hierover informatie te delen kunnen culturele drempels worden geslecht.

Het congres op Tilburg University is een eerste presentatie van een onderzoek naar bedeltradities in Vlaanderen en Nederland. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen (VVLL) en de aan Tilburg University verbonden Brabant-Collectie. De VVLL is een van de weinige grensoverschrijdende organisaties op het gebied van cultuur. Op de wat langere termijn worden de resultaten van het onderzoek samengebracht in een boek. Ook wordt ernaar gestreefd om de bedeltradities geplaatst te krijgen op de erfgoedlijst van de UNESCO.

Het programma van het symposium is een mix van muziek, films en lezingen. De lezingen worden gegeven door bekende deskundigen als Ineke Strouken, Paul Spapens, Ton Meijers en Jeroen Janssens. Een van de sprekers is Hennie van Schooten. Onder haar leiding is het Driekoningenzingen in Tilburg doorontwikkeld tot een Speelgoedbank en de Tilburgse Sterrentocht. De dagvoorzitter is prof. dr. Jos Swanenberg, hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur aan Tilburg University. 

Ook verschenen in de pers artikelen in Brabant-Cultureel, Brabants Dagblad, Stadsnieuws Tilburg (p. 15) en Impressie, tijdschrift voor Katholiek Erfgoed.

dinsdag 11 april 2023

Bedelfeesten: van Vastenavond tot Pinksterblom zingen

Bedelfeesten zijn kalenderfeesten die te maken hebben met wisseling van de seizoenen. Deze - meestal kerkelijke - feesten keren jaarlijks op een vaste dag terug. Eeuwenlang waren bedelfeesten belangrijke gebeurtenissen en vooral feesten voor de armen. Ze mochten om voedsel en brandstof bedelen om de winter door te komen. Soms kregen ze ook geld. Vanwege dronkenschap, vechtpartijen en vernielingen werden de bedelfeesten op een gegeven moment door de kerk en de plaatselijke overheid verboden. Vanaf de jaren 1920 en 1930 bedelden kinderen gelegaliseerd door - al dan niet verkleed - zingend langs de huizen te gaan in ruil voor een traktatie of kleingeld. Onnozele Kinderen (28 december), Oud en Nieuw en Driekoningen (6 januari) liggen inmiddels al achter ons. Minder bekend is het bedelen op Vastenavond, het eieren ophalen, het klepperen rond Pasen en het Pinksterblom zingen net voor Pinksteren. Het feestvieren uit zich in kleding, zingen, dansen, eten en drinken en het voltrekken van gebruiken, zoals vuur aansteken en licht maken. 

Vastenavond is de laatste avond van carnaval en kondigt het begin van de vastentijd voor Pasen aan. In de dorpen werd er door de jeugd gebedeld voor wat kleingeld, eieren en spek. De rommelpot of foekepot werd als begeleidingsinstrument bij zang gebruikt. Het is een met varkensblaas bespannen pot en in het midden stak een riet of stokje. Als het in beweging werd gebracht, begon de blaas te trillen en kwam er geluid vrij. 

Rommelpotwedstrijd als vrolijk carnavalsonderdeel in Sint-Michielsgestel, 27 februari 1968.
© Frans Kuit. Brabant-Collectie, Tilburg University
Pasen is een lentefeest, de terugkeer van het groen. De kerk en scholen organiseerden palmpaasoptochten en er werden eieren voor het goede doel opgehaald. In Haaren, Helvoirt en Cromvoirt gingen kinderen met fraai versierde stokken en met grote manden op woensdag in de Goede Week bij inwoners langs de deur om eieren in te zamelen. Naast eieren werd er soms ook geld gegeven. Het kind dat het geldzakje beheerde, werd ‘Judas’ genoemd. Na de rondgang keerden de kinderen terug naar school, waar de buit door de leraar eerlijk werd verdeeld. 

Eierbedelen bij Opoe van Berkel in Helvoirt, woensdag 8 april 1936.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’,
‘s-Hertogenbosch-Maastricht. Brabant-Collectie, Tilburg University

Luyksgestel kent nu nog steeds een iets ander gebruik om Pasen aan te kondigen: het klepperen. Van Witte Donderdag tot Paaszaterdag trekken groepjes jongens met houten kleppers vroeg in de ochtend door de straten. Luid klepperend en zingend gaan ze van deur tot deur voor hun beloning: eieren of geld. In hetzelfde dorp is nog een plaatselijke traditie en wel rond Pinksteren, ditmaal uitsluitend voor meisjes. De vrijdag voor Pinksteren, ook wel Bloempasen genoemd, worden boter- en pinksterbloemen geplukt. De Pinksterblom, een meisje tussen 8 en 12 jaar, wordt gekozen. Ze gaat met een bloemenkrans op het hoofd samen met ‘Judas’ (die zelf de vorige Pinksterblom was) en andere leeftijdsgenootjes langs de deuren om geld op te halen. Het geld wordt gebruikt om het feest te financieren. Voor elk huis wordt een kring gemaakt, alle meisjes zingen het liedje van de Pinksterblom en strooien bloemblaadjes bij de voordeur. 
Verkiezing van en dansen om de Pinksterblom (Toos Witlox, meisje met witte jurk in het midden)
in Cromvoirt, dinsdag 21 mei 1929.
© Moussault & Moussault ’s Bosch / R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’,
‘s-Hertogenbosch-Maastricht. Brabant-Collectie, Tilburg University

Het borgen en vernieuwen van plaatselijke tradities om het bedelfeest levend te houden, begint met het creëren van bewustzijn. De achterliggende verhalen moeten door scholen en (groot)ouders verteld blijven. Daarom staan sinds 2012 zowel het Driekoningenzingen in Midden-Brabant als de Sint-Maartenviering in Utrecht op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed van UNESCO.

Bekijk het beeldverhaal in het maartnummer van In Brabant.

Op woensdag 19 april a.s. organiseert de Brabant-Collectie i.s.m. het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen een symposium over Nederlandse en Vlaamse bedelfeesten in de Blackbox op Tilburg University.

woensdag 5 april 2023

Symposium Bedelfeesten

 

Jongens gaan langs de boerderijen om eieren op te halen, Helvoirt, jaren ’30.
© R.K. Foto-Persbureau ‘Het Zuiden’, ’s-Hertogenbosch - Maastricht. Brabant-Collectie, Tilburg University

Graag nodigen de Brabant-Collectie en het Verbond Volkscultuur in de Lage Landen u uit om het symposium bij te wonen. Tijdens deze bijeenkomst passeren diverse bedelfeesttradities de revue.

Woensdag 19 april 2023 van 12.45 tot 18.00 uur
Locatie: Black Box, Tilburg University
Deelname gratis, maar aanmelden verplicht

Op het programma staan onder meer lezingen van Ineke Strouken, Ton Meijers, Jeroen Janssens en Hennie van Schooten, een interview door Paul Spapens, filmpjes, muziek en een discussie onder leiding van dagvoorzitter prof.dr. Jos Swanenberg.

Programma:

Vanaf 12.45 uur: Ontvangst met koffie / thee (muzikaal opgeluisterd)

13.25 uur: Welkomstwoord door Tony Vaessen (voorzitter Verbond Volkscultuur in de Lage Landen) 

13.35 uur: Inleiding door Jos Swanenberg (bijzonder hoogleraar Diversiteit in Taal en Cultuur, Departement Cultuurstudies, Tilburg University)

13.45 uur: Historisch kader van bedelfeesten in Nederland en Vlaanderen en de kansen om deze feesten te borgen voor de toekomst door Ineke Strouken (voormalig directeur Nederlands Centrum voor Volkscultuur en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland)

14.15 uur: Intermezzo 

14.25 uur: Bedelliedje SinterMertesVeugelke door Ton Meijers (kerkhistoricus en lid van Sint Maarten Utrecht Beraad)

14.45 uur: Nieuwjaarszingen als voorbeeld van een bedelzangtraditie in de Kempen door Jeroen Janssens (Erfgoedcel Kempens Karakter)

15.05 uur: Vernieuwing van Driekoningenzingen tot Sterrentocht in Tilburg door Hennie van Schooten (voorzitter Stichting Het Vierde Geschenk)

15.25 uur: Vragen

15.30 uur: Pauze met koffie / thee (muzikaal opgeluisterd)

16.00 uur: Interview met mensen uit diverse culturen: ‘het (be)delen’ in de huidige samenleving door Paul Spapens (journalist / publicist volkscultuur)

16.25 uur: Intermezzo 

16.30 uur: Discussie met panel onder leiding van Jos Swanenberg (dagvoorzitter). Panelleden: Frea Vancraeynest (Histories); Ludwig Caluwé (ANV); Marco van Baalen (KIEN) en Paul Spapens (publicist)

17.00 uur: Vragen

17.15 uur: Conclusie & afsluiting 

Vanaf 17.30 uur: Borrel

Praktische informatie:
  • Datum en tijd: woensdag 19 april 2023, 12.45-18.00 uur
  • Locatie: Black Box, gebouw Esplanade, Tilburg University, Warandelaan 2, 5037 AB Tilburg
  • Deelname: gratis, maar aanmelden verplicht, want VOL = VOL (max. 90 deelnemers)
  • Aanmelden: door te mailen naar de Brabant-Collectie communicatiebc@tilburguniversity.edu of te bellen naar 013-4662865                           

maandag 3 april 2023

Steven Brunswijk. Altijd kind gebleven

Onlangs verscheen de biografie over Steven Brunswijk, cabaretier en succesvol zakenman én neef van Ronnie Brunswijk, de aanvoerder van het Surinaamse rebellenleger. Steven werd in 2011 in Nederland bekend onder de naam ‘Braboneger’, maar van die naam nam hij in 2018 afscheid. Het boek vertelt zijn levensverhaal tot nu toe. Het gezin Brunswijk moest in de jaren 1980 vluchten voor Desi Bouterse vanwege het gevaar dat ze in Suriname liepen als zijnde familie van Ronnie Brunswijk. Vader Brunswijk vluchte als eerste naar Tilburg en probeerde daarna zo snel mogelijk zijn vrouw en kinderen naar Nederland te halen. Steven vertrok als klein jongetje samen met zijn oudere broer Eric. In zijn biografie komen naast Steven ook zijn familieleden en vrienden aan het woord. Het boek bevat veel anekdotes en grappen, maar ook serieuze verhalen over racisme en vooroordelen, de Surinaamse opvoeding, zijn familie, eerste liefdes, zijn kinderen. Zijn broer vertelt gedetailleerd over de vlucht vanuit Suriname, zijn vader vertelt over het racisme waar hij mee te maken krijgt in Tilburg. Zijn vrienden vertellen onder andere veel anekdotes over de lagere school, de gettogroep op de middelbare school, het uitgaan in de DansSalon en het op meisjes afstappen. Steven was een verlegen jongen en liep vaak blauwtjes bij de meisjes. Pas zodra hij in 2018 afscheid neemt van de naam Braboneger en zijn eigen naam weer gaat gebruiken, wordt hij serieus genomen door de Surinaamse gemeenschap. Tegenwoordig is Brunswijk eigenaar van twee sanitair zaken en een horecazaak en hij heeft een eigen productiebedrijf. Verder staat hij veel op de planken als cabaretier met zijn eigen voorstellingen.

Vindplaats: BRA J4 KONI 2023

vrijdag 17 maart 2023

Zeventig jaar Efteling in beelden

Vorig jaar vierde het attractiepark uit Kaatsheuvel zijn zeventigste verjaardag. Het vormde de aanleiding voor deze bijdrage en is eerder gepubliceerd in het tijdschrift In Brabant, jg. 13, nr. 4 (december 2022), p. 32-47. Bekijk het bijzondere fotoalbum. 

Speeltuin Gijs, beter bekend als Holle Bolle Gijs, 1961.
© Rees Diepen. Brabant-Collectie, Tilburg University 
De redactie van het tijdschrift In Brabant wilde graag stil staan bij het 70-jarig bestaan van de Efteling en deed een oproep tot foto-inzending aan de lezers. Het was een waar feestje om uit de royale oogst, veelal nostalgische kinderfoto’s, een fotoalbum samen te stellen.

Inmiddels zijn er vier generaties opgegroeid met de Efteling in Kaatsheuvel. Wie werd er niet voor het eerst als kleuter of op schoolreis meegenomen naar het almaar uitdijende attractiepark? De eerste bezoekers kwamen terug als pubers, als ouders met kinderen en vervolgens als grootouders met de kleinkinderen. In mei 1951 opende de Efteling als natuurpark met speeltuin, zwem- en roeivijver en een theehuis. Een jaar later ging het Sprookjesbos open, het telde toen tien sprookjes. Aanvankelijk was het ingericht voor ouders met kinderen tot ongeveer twaalf jaar. In de loop van zeven decennia ontwikkelde de Efteling zich tot een themapark voor alle leeftijden met diverse achtbanen en zogeheten darkrides, waar mensen in wagentjes doorheen rijden. Het Sprookjesbos telt nu tegen de dertig sprookjes. Inmiddels zijn er ook twee hotels, een theater en twee vakantieparken. In de wachtrijen kunnen we nog steeds ons picknickmandje leegeten, maar overal is ook het typische Eftelingeten en -drinken te koop.

Hoge glijbaan, 1961.
© Rees Diepen. Brabant-Collectie, Tilburg University
We deden een oproep aan onze lezers om eigen foto’s en herinneringen aan te leveren. In de royale oogst vallen een paar dingen op: kinderherinneringen en nostalgie overheersen. Dat betekent: veel Sprookjesbos, Holle Bolle Gijs en kabouters. Op de foto’s uit de jaren vijftig en zestig zien we nog de speeltuin, vijvers en het zwembad uit 1957, die uiteindelijk uit beeld verdwijnen. We zien veel terug van de evolutie van de Efteling: nieuwe en verdwenen sprookjes, de stoomcarrousel, de technische innovaties en de veranderingen in sfeer en stijl. De Efteling bleef zich voortdurend vernieuwen.

Heksenmuts, 1961.
© Rees Diepen. Brabant-Collectie, Tilburg University
Maar in het collectieve geheugen van onze lezers aan de Efteling staan toch duidelijk het Sprookjesbos en de kenmerkende vormgeving van Anton Pieck (1895-1987) en Ton van de Ven (1944-2015) centraal. De aanstelling van Van de Ven als creatief directeur in 1974 markeerde de omslag van het park. Voortbouwend op de formule van Pieck bouwde hij de Efteling uit tot een volwaardig attractiepark. Er kwamen de eerste overdekte attracties als het Spookslot (1978), Carnaval Festival (1984), Fata Morgana (1986) en Droomvlucht (1993). In 1981 volgde de eerste achtbaan: de Python. Toch kregen we daarvan maar weinig foto’s binnen: kennelijk zijn ze lastig te fotograferen. Maar ze staan misschien ook wel minder voor wat de Efteling voor veel mensen representeert: het feest van de herkenning, gekoppeld aan steeds weer nieuwe, spannende ervaringen. Ook Anton Pieck hield het liever bij het Sprookjesbos, maar snapte dat het ‘snelle werk’ om commerciële redenen nodig was. 

Met de vernieuwing veranderden en verdwenen ook zaken: Langnek kreeg een vriendelijker hoofd en het losjes op de legende van de heilige Genoveva van Brabant gebaseerde sprookje van het bruidskleed van Genoveva verdween, omdat de duiven niet langer geverfd mochten worden. Monsieur Cannibale en enkele onderdelen van Carnaval Festival werden gaandeweg als racistische karikaturen ervaren. Het Spookslot werd in 2022 gesloten, omdat het niet meer zou voldoen. Duizenden mensen kwamen afscheid nemen en de gemeenteraad van Loon op Zand moest serieus vergaderen over het aanwijzen van het Spookslot als gemeentelijk monument. Een horrorattractie met de naam Danse Macabre komt ervoor in de plaats, waarmee, net als vaker in de Efteling, vernieuwing in een al bekend jasje wordt gegoten.

In Het Noordbrabants Museum in 's-Hertogenbosch is Efteling: de tentoonstelling t/m 21 mei 2023 te zien.

maandag 13 maart 2023

Korhoen

Koerhoen (man) in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 H 01
Tetrao, Tetrix, Kor-berk of Moer-hoen

Bovenstaande fraaie afbeelding van een korhoen (man) staat in deel 2 van de boekenserie Nederlandsche vogelen, uitgebracht in 1789. Het leefgebied van deze vogel bevond zich toen in het oosten van het land:
“…terwyl naer de grenzen toe van ’t Munstersche en van het Graefschap Benthem, in ’t Twentsche, Drentsche, en Groningsche land, ook nu en dan in Salland, de tweede soort niet ongemeenzaem, en als een aldaer huishoudende en voortteelende Vogel, wordt aengetroffen.” Lange tijd was het korhoen te vinden op grotere heideterreinen, venen en kleinschalig akkerland, of zoals het in Nederlandsche vogelen staat: "... dat de Korhoenders de Berkenbosschen beminnen en meest ter bewooninge verkiezen; hoewel zy ook in oorden, daer die boomen niet zoo overvloedig staen, onder het kreupelhout van de wildernissen, op hooggeleegen Heijen, vooral in de naebyheid van Moeren en steekturfveenen zig ophouden: waervan daen het, denkelyk, zal gekoomen zyn, dat sommigen ook aen deeze vogelen den naem van Moer- (d.i. Moeras-) hoenderen gegeeven hebben." In de jaren 1950 kwam door ontginning en intensivering van de landbouw het leefgebied van het korhoen in het gedrang en hun aantallen slonken zienderogen. In onze tijd is een waarneming van een (wilde) korhoen een zeldzaamheid geworden en een van de weinige plekken waar dat nog kan, is op de Sallandse Heuvelrug. En dat alleen maar dankzij een meerjarig herintroductie-project van deze soort. Sinds 2012 worden jaarlijks korhoenders uit Zweden gehaald om een populatie op de Sallandse Heuvelrug in stand te houden. Maar ieder jaar legt een groot aantal van hen het loodje. Overmatige stikstofdepositie heeft als gevolg een tekort aan insecten, belangrijk voedsel voor met name de jongen van het korhoen. Het voelt dus als water naar de zee dragen en er is dan ook regelmatig kritiek op deze herintroductie. Overigens kende Noord-Brabant in de periode 2009-2010 ook een herintroductie van het korhoen, en wel op de Regte Heide. Dit liep uit of een fiasco en al snel werd het project beëindigd.

Het vrouwtje korhoen ziet er anders uit dan het mannetje: "Deze Kor-hennen verschillen anders zeer merkelyk in vederkoleursel van haere Mannen. Het roode, tepelige, veld haerer wenkbraeuwen is op geen stukken nae zo groot of kennelyk; haer staert is niet gevorkt, en haere buitenste staertpennen zyn ook niet vlak omgeboogen. Zy hebben geen' blinkende gloed op sommige haerer vederen." 
Korhoen (vrouw) in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD O41 H 01
Tot slot nog iets over de staart van het korhoen. Eén van de oude benamingen voor deze vogel was kasteelhoen. Blok en Ter Stege schrijven in De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis hierover: "De uitgespreide staart die tijdens de balts een voorname rol speelt wordt hier vergeleken met de hoge achtersteven van een schip, in het Middelnederlands 'casteel' genaamd." 

Vindplaats: KOD 041 H 01

maandag 20 februari 2023

Komt er een eind aan de Historische Reeks van het Land van Heusden en Altena?

In oktober 2022 krijgt de Brabant-Collectie een brief van de Stichting Historische Reeks van het Land van Heusden en Altena, waarin wordt aangegeven dat de Reeks in zijn huidige vorm (jaarlijks één deel) gaat stoppen. Het zal geen verrassing zijn dat dit besluit zijn oorzaak vindt in de terugloop van het aantal bestuursleden en redactieleden. Zoals bij zoveel stichtingsbesturen van heemkundige verenigingen en redacties van historische tijdschriften is de gemiddelde leeftijd al jaren aan het stijgen. En aanwas van mannen en vrouwen die jonger dan vijftig zijn, is vaak een uitzondering. Als leeftijd op enig moment het argument is om echt te stoppen met de genoemde werkzaamheden ontstaat er een probleem. En dat is bij de Historische Reeks ook het geval. De Stichting geeft aan dat er in ieder geval niet meer jaarlijks een nieuw deel aan de reeks zal worden toegevoegd en dat het verschijnen van nieuwe delen natuurlijk ook afhangt van het aanbod van artikelen. Een oproep voor nieuwe bestuursleden die het werk van de redactie wil voortzetten, is ook in genoemde brief opgenomen, waarbij wordt aangegeven dat er best veel bij komt kijken.

En dit laatste is overduidelijk als je het dertigste en voorlopig laatste deel van de reeks erbij pakt. Het heeft als titel ‘Vrouwen in de historie van Altena en Heusden’ en bevat 21 korte en langere artikelen, verdeeld over bijna 300 pagina’s. De rijk geïllustreerde bijdragen behandelen de rol van bekende en minder bekende vrouwen uit de regio, van de middeleeuwen tot in de huidige tijd, van Jacoba van Beieren tot aan Carola Schouten. De rode draad, vrouwengeschiedenis, is aantrekkelijk, omdat – daarnaast – de inhoud van de artikelen heel veel uiteenlopende aspecten ter sprake brengt, zoals politiek, de Tweede Wereldoorlog, godsdienst, literatuur, verenigingsleven, vrouwenkiesrecht, klederdracht, onderwijs, kunst, sport, en ik vergeet er vast nog een paar. Kortom, iedereen kan er wat van zijn gading in vinden.

Het is - ook voor lezers die níet uit het Land van Heusden en Altena komen - boeiend te lezen over onbekende vrouwen die met hun doen en laten veel voor de regio hebben betekend. En van bekendere vrouwen, zoals politica Carola Schouten en wielrenster Marianne Vos, is het leuk om te lezen over hun verleden met de regio, maar ook over wat hen nu nog bindt. De artikelen zijn zeer prettig leesbaar en dit getuigt van goede schrijvers en een goede redactie. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat een groot deel van de artikelen van de hand van één auteur afkomstig zijn, namelijk dr. Cees de Gast, ook een van de Brabantse Hoeders. Hij is vanaf het begin in 1989 betrokken bij de stichting én bij de realisatie van de Historische Reeks. Als gewezen leraar zit het vertellen van (historische) verhalen hem logischerwijs in het bloed en dit blijkt ook uit het grote aantal bijdragen van De Gast: 55 van de 116 artikelen in de laatste vijf delen.
Maar hierin schuilt ook het gevaar bij veel (heemkundige) jaarboeken en tijdschriften: het hoge percentage aan input dat door redactieleden wordt verzorgd. Het is natuurlijk een heerlijkheid als er auteurs zijn die van veel (inhoudelijke) markten thuis zijn en daar op een toegankelijke manier over kunnen schrijven. Maar aan die lust tot schrijven en vertellen kan (en zal) een keer een eind komen. Een heemkundige vereniging moet daarom te allen tijde bezig zijn met verjonging. Maar onderzoek wijst uit dat jongeren zich in deze tijd niet meer zo makkelijk aan een vereniging verbinden, laat staan dat ze dit voor langere tijd doen. Er zullen de komende jaren ongetwijfeld meer heemkundige verenigingen met dit probleem geconfronteerd worden. De oplossing ligt niet voor het oprapen, maar te denken valt aan een lagere verschijningsfrequentie, samengaan met verenigingen in de omgeving (te relateren aan gemeentelijke herindelingen) of overstappen op een digitale uitgave van tijdschrift of jaarboek.

Te hopen valt dat voor het Land van Heusden en Altena een goede, nieuwe vorm voor de Historische Reeks kan worden uitgewerkt, want het zou heel jammer zijn als geïnteresseerden voortaan verstoken blijven van de resultaten van (cultuur)historisch onderzoek over deze interessante regio.

De Brabant-Collectie herbergt een veelheid aan bronnen (boeken, tijdschriften, kaarten, prenten, tekeningen, foto’s e.a.) die verband houden met alle plaatsen in het Land van Heusden en Altena. De artikelen die in de 30 delen van de Historische Reeks zijn verschenen, zijn op trefwoorden ontsloten in BCfinder. De reeks is in de open opstelling te vinden op standplaats BRA Y HRHA 1 t/m 30.