Wie het oeuvre
van Charley Toorop (1891-1955) ziet, ontdekt direct de zeer sterke beïnvloeding
door Van Gogh (1853-1890). Dit geldt met name voor de periode 1921-1925, voor
Toorop een belangrijke periode in haar carrière. Het was toen dat ze haar zo
typerende stijl ontwikkelde. In het boek wordt die invloed van Van Gogh op
Toorop vanuit verschillende gezichtspunten uit de doeken gedaan. We lezen dat Charley
net als Van Gogh de Borinage in België bezocht, waar ze onder de indruk was van
het rauwe mijnwerkersbestaan. Ze verbleef in hetzelfde dorp als Van Gogh:
Cuesmes. De sfeer en de thematiek van het werk, gemaakt in de Borinage – de plek
waar Van Gogh besloot kunstenaar te worden –, laten veel overeenkomsten zien,
met name in de uitbeelding van mensen. Hieruit spreekt een grote sociale
betrokkenheid.
De interesse voor
Van Gogh is waarschijnlijk al vroeg in haar leven – Toorop werd één jaar na het
overlijden van Van Gogh geboren – gewekt. Vader en kunstenaar Jan Toorop (1858-1928) was
een warm pleitbezorger van diens werk en organiseerde in 1892 (dus twee jaar na
Van Goghs overlijden) een expo met schilderijen en tekeningen. Om de invloed te
kunnen plaatsen, is het goed op te merken dat de roem van Van Gogh tijdens Toorops
groei naar volwassenheid steeds een stukje groter werd. De bewondering van Toorop
voor Van Gogh blijkt onder andere uit een publicatie bij de honderdste
geboortedag Van Gogh, in 1953: “Vincent van Gogh was er voor mij alvóór ik
begon te schilderen, eigenlijk bij mijn bewustwording” en over een expositie in
Rotterdam: “Prachtig, genoten, Courbet, Toulouse e.a., maar dan inééns weer dat
wandje met die schilderijen van Vincent uit de Brabantse tijd. En dan weer dat
aangegrepen worden door die intense gewaarwording van die diepe barre liefde
van Van Gogh voor de realiteit”. Het mag opvallend heten dat juist zijn
Brabantse werken haar raakten. De kunstrecensenten hadden (en hebben!) meer oog
voor het Franse werk. Over een bezoek aan een Van Gogh-expositie in het najaar
van 1945 zei Charley Toorop dat ze deze als een grotere bevrijding ervoer dan
de Bevrijding van mei in dat jaar!
Vanaf 1924 gaat Charley
Toorop zich meer toeleggen op het tekenen en schilderen van het boerenleven. Ook
hierin volgde zij het spoor van Van Gogh, maar ze deed dit in Zeeland. Deze
thematiek liet ze los ná 1933, toen ze uit geldgebrek meer werk ging maken van beter
verkopende stillevens, (groeps)portretten en de uitbeelding van de seizoenen.
Hoewel het directe navolgen van Van Gogh dus werd losgelaten, blijft zijn
invloed ook in deze werken merkbaar. Net als Van Gogh verbleef Toorop in
Parijs, van eind oktober 1920 tot eind april 1921. En in het voorjaar van 1923 reisde
ze naar Zuid-Frankrijk. Weliswaar niet naar de bekende Van Gogh-locaties, maar
het hier gemaakte werk stond wel degelijk onder zijn invloed, zo oordeelde men
ook aan de hand van het werk dat ze hierna exposeerde. Haar hele schilderkunstige leven bleef de invloed van Vincent van Gogh merkbaar.
Cover van Nasporingen (...), uit 1926. Centraal het uitgeverslogo met het motto: Sine Libris Vita Lacuna
(= Zonder boeken is het leven leeg), de beginletters vormen tevens de initialen van uitgever S.L. van Looy
Bij moderne
publicaties over Van Gogh is het, ruim honderddertig jaar na diens dood, vrij
eenvoudig feiten over zijn leven en werken op te lepelen, omdat hij er zelf over
heeft geschreven in zijn ruim negenhonderd brieven. Deze zijn in
verschillende uitvoeringen, compleet en incompleet, uitgegeven. Maar het is om
reden van nabijheid (in tijd) ook interessant om te kijken naar verhalen die
over Van Gogh de ronde deden en die relatief kort na zijn overlijden zijn
opgetekend. In dat verband is het aardig om de Nasporingen omtrent Vincent van Gogh in Brabant door te nemen, een boekwerkje dat in 1926, dus nu precies
honderd jaar geleden, werd uitgegeven. Auteur Benno J. Stokvis is hiervoor echt
op pad geweest en heeft in de Brabantse plaatsen waar Van Gogh een verleden
had, ruim dertig jaar later gesproken met mensen die Vincent in die Brabantse jaren (vanaf zijn
geboorte in 1853 tot aan zijn vertrek naar Antwerpen in 1885) konden hebben
gekend. Kosters, buren, handelaren, dorpsgenoten, modellen en kunstenaars komen
in het boekwerkje aan het woord. De mondelinge overleveringen, vastgelegd in
Breda, Zundert, Zevenbergen, Helvoirt, Etten, Nuenen en Eindhoven, leveren een
aardig beeld op van een kunstenaar die toen helemaal niet de bekendheid van nu had.
Zo lezen we over het verhuizen en verhandelen van schilderijen en tekeningen als
(de familie) Van Gogh weer eens van woonplek veranderde. En stuitte de auteur bij
zijn onderzoek ook op personen bij wie de naam Vincent van Gogh in 1926 géén
belletje deed rinkelen! Over het algemeen zijn de bevindingen over Van Gogh,
opgetekend per plaats en per persoon, positief of neutraal. En alleen al
vanwege de foto’s is het een aardig boekje om honderd jaar ná het verschijnen en met de Van Gogh-kennis van nu eens door te bladeren.

Het onderschrift bij deze foto in Nasporingen (...) luidt: 'Nuenen: De kamer waarin
Vincent de "Aardappeleters" schilderde. Onder de schouw een der laatste nog levende aanzittenden.'
Bronnen en verder lezen: