Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 26 januari 2012

Nachtzwaluw

Nachtzwaluw in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Caprimulgus, Geitenmelker, of Dagslaep

Op dit moment vertoeft de nachtzwaluw in tropisch Afrika, waar hij de winter doorbrengt. Pas begin mei zullen we deze schemeractieve vogel in ons land weer aantreffen. Ook al doet de naam en het voorkomen (vorm van vleugels en kop en de jachtwijze) van de vogel dit vermoeden, de nachtzwaluw behoort niet tot de familie van de zwaluwen maar vormt een eigen familie (Camprimulgidae). Nozeman schrijft:
“Den Geitenmelkenden Zwaluw, den Zwaluw met evenlange staertpennen en borstelhairen om den bek, heeft de Heer Linnaeus naederhand bericht, “in geslachte van den Zwaluw te verschillen, gelyk de Uil verschilt van den Valk en de Nachtvlinder van den Dagkapèl”. Hy laet hem echter thans onmiddelyk aen de Zwaluwen volgen: en, zoo ver ik nae kan gaen, maekt Hy van hem een afzonderlyk geslacht, uit aenmerking’ alleen van zyne Borstelhairen.”
Het enigszins uilachtige voorkomen en de geruisloze nachtelijke vlucht hebben namen als Nachtuil, Nachtvalk en Nachtraaf doen ontstaan.

Rond de nachtzwaluw bestaan veel volksverhalen en mythen, en dus even zoveel volksnamen.
Nozeman noemt het verhaal dat ooit door Plinius is opgetekend:
“Gelyk Plinius uit Aristoteles het vertelsel heeft overgenomen, dat deeze Vogel de Geitenspeenen aenpakt en ‘er melk uit zuigt, waer door de geiten blind worden, en haere jadders versterven, zoo heeft men op dit gezag den ouden naem van Geitenmelker aen ons tegenwoordig Voorwerp gelaeten; ofschoon de waerheid der reden van zulk eene benaeminge den onderzoekeren niet zy gebleeken… Beter noemden sommigen hierom deezen Vogel den Dagslaep, dewyl men hem over dag niet, dan door eenig toeval gestoord en opgejaegd, ziet vliegen, zittende hy zyne rust te houden tot aen den laeten avond, wanneer hy, als de Zwaluwen, herom vliegt, om zyn aes, het welk meest uit allerlye Insekten bestaet, te zoeken; waer mede hy aenhoudt tot in den morgenstond.”
Dit verhaal van Plinius heeft namen als Schapenmelker en Melkzuiger opgeleverd. Ook de Latijnse naam van de vogel, Caprimulgus europaeus, refereert aan dit fantastische verhaal en betekent Europese geitenmelker. In feite is het zo dat de nachtzwaluw ’s nachts de stallen invliegt, op zoek naar insecten – zijn voedsel – die rondom de uitwerpselen van de geiten te vinden zijn.

De nachtzwaluw is een vogel van doorgaans droge, (half)open terreinen. Nozeman schrijft:

“Niet alleenlyk in de Geldersche en Overysselsche bosschen, maer ook in Holland, langs den Duinkant in het Hout, ontmoet men deeze Dagslaepen. Zy leggen hunne 2 Eijeren in de digte boschaedsen op eenig dor blad boven op den grond, en broeden ze, zonder eenig ander merkelyk toestel van Nest… Dit broeden op de bloote aerde heeft den Italianen de geleegenheid gegeeven om den Vogel Covaterra te noemen.”

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen