Regelmatig
staan we in dit blog stil bij recent verschenen publicaties over de meest
uiteenlopende Brabantse onderwerpen. Deze keer duiken we weer eens in de rijke verzameling
oude drukken van de Brabant-Collectie en komen uit bij een publicatie uit 1822,
getiteld: Grondbeginselen der Teekenkunst, in fragmenten naar de antieken
(vindplaats: TRE 005 E 05). Wat het met Brabant van doen heeft, maakt de rest
van de titelpagina duidelijk. Het boek is samengesteld door “H. Turken en
A.A.E. van Bedaff, directeuren, etc. etc. aan de Stads Teeken- en
Schilder-Akademie te ’s-Hertogenbosch”. En het boek werd gedrukt “ter
Steenplaatdrukkerij van J.F. Demelinne”, in ’s-Hertogenbosch. Het is om
meerdere redenen een bijzonder boek en verdient daarom hier de aandacht.
Portret Henricus Turken, Lithografie, J.J. Eeckhout en G.P. van den Burggraaff.
Vindplaats: P / T 43.5 (1)
Portret
Antoine A.E. van Bedaff, Lithografie, J.J. Eeckhout en G.P. van den Burggraaff.
Vindplaats:
P / B 33 (1)
Turken was directeur-docent en Van Bedaff de ‘eerste
onderwijzer in de handteekenkunde’. Het boek met de Grondbeginselen was bedoeld
als lesmateriaal voor het tekenonderwijs, volgens de inleiding omdat er voor de
“eerstbeginnende” leerlingen geen geschikte lesboeken voorhanden waren. En de
boeken die er waren soms “te omslagtig waren om met eenig voordeel daarvan zich
te kunnen bedienen”. In deze boekvorm en in een oplage van 200 stuks werden de tekenvoorbeelden
ook aan niet-Academiestudenten beschikbaar gesteld.
Waar in veel
boeken de afbeelding op de titelpagina een willekeurige versiering is, betreft
het in dit geval niet enkel een illustratie.
Titelpagina van Grondbeginselen. Vindplaats: TRE 005 E 05
De veelzijdige
symboliek wordt bij de ‘Verklaring’ zorgvuldig uit de doeken gedaan.‘Verklaring der afbeeldingen’, in: Grondbeginselen, met bovenaan ‘Titel-Vignet’.
Vindplaats: TRE 005 E 05
De
auteurs, of in dit geval beter ‘de tekenaars’, dragen het boek op aan ‘Hare
Majesteit de Koningin der Nederlanden, als Vereerster en Beschermster der
Schoone kunsten’. Het gaat in dit geval om Wilhelmina van Pruisen, de
kunstminnende echtgenote van koning Willem I. Na de inleidende pagina’s volgen 29
bladen met tekenvoorbeelden. Bij sommige gaat het heel basaal om het
lijnenspel; bij andere is gekeken naar specifieke voorbeelden uit de antieke
beeldhouwkunst. Het tekenen naar de antieken vormde lange tijd een belangrijk
onderdeel van het academie-onderwijs.Voorbeeld van het lijnenspel in Grondbeginselen. Vindplaats: TRE 005 E 05, Cr. I-No. III
Voorbeeld van klassieke portretten in Grondbeginselen: Venus d’Arles en Homerus.
Vindplaats: TRE 005 E 05, Cr. Iv-No. III
Het boek met de vele afbeeldingen is als uitgave ook bijzonder vanwege het feit dat het een heel vroege publicatie in steendruk is. De lithografie had nog niet zolang daarvoor zijn intrede gedaan en J.F. Demelinne sr. had zich, komende uit Rotterdam, in 1821 als steendrukker in ’s-Hertogenbosch gevestigd. Hij was daarmee buiten de Randstad een pionier. Later werd hij ook als uitgever actief. Samen met zijn zoon J.F. Demelinne jr. heeft hij in deze periode veel boeken het licht doen zien.
Nog twee laatste opmerkingen:
Veel informatie over het kunstenaarsmilieu in ’s-Hertogenbosch in de eerste helft van de negentiende eeuw is bijeengebracht en beschreven in de alleen op internet te raadplegen
publicatie van René Grémaux over
Daniël Nederveen.
Een leuk detail komt uit de publicatie van R.A. van Zuylen over de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten. Het is een lijst met medaillewinnaars uit de verschillende lesrichtingen in de jaren 1815-1858. Bij digitaliseringsprojecten worden uitklapbare bijlages in boeken vaak overgeslagen. Dit overzicht van uitgereikte medailles is interessant vanwege de veelheid aan bekende en onbekende (Brabantse) kunstenaars uit het begin van de negentiende eeuw.
'Tabel van de met medailles bekroonden in de hoogste klassen (…)', in: Zuylen, R. A. v. (1859). Gedenkboek der Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten, opgerigt te ’s Hertogenbosch in 1812, onder den naam van Académie Impériale et Royale de Peinture, Sculpture et Architecture. Kante. Vindplaats: CBM 359 B 21
Voor meer informatie:
Zuylen, R. A. v.
(1859). Gedenkboek der Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten,
opgerigt te ’s Hertogenbosch in 1812, onder den naam van Académie Impériale et
Royale de Peinture, Sculpture et Architecture. Kante. Vindplaats: CBM 359 B
21
M.E. Hiemstra, ‘Van
Keizerlijke Academie tot Koninklijke School. De ontwikkeling van het
tekenonderwijs en de maatschappelijke behoefte aan dit type onderwijs in Den
Bosch in de jaren 1812-1863’, in: Bijdragen tot de geschiedenis
bijzonderlijk van het aloude Hertogdom Brabant 75 (1992) 37-62. Vindplaats:
T 06303
Meijers, J.,
Tetteroo, C. A. M., & Stichting Hogeschool ’s-Hertogenbosch. (1993). O
rijkdom van het onvoltooide : van Académie Royale tot Hogeschool
’s-Hertogenbosch : 1812-1992. Hogeschool ’s-Hertogenbosch. Vindplaats: BRA
F3 MEIJ 1993
Paul Huys Janssen,
‘Een zelfportret van Henricus Turken’, in: In Brabant 4 (2013), nr. 6,
34-35. Vindplaats: T 10771
Vermeeren, K. (z.d.).
Tekeningen door de Eindhovenaar Hendrik Turken 1791-1856 in het bezit van
het Museum Kempenland te Eindhoven. Museum Kempenland. Vindplaats: CBM B
05241
Geen opmerkingen:
Een reactie posten