Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 12 juli 2012

Steenuil

Steenuil in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01
Noctua Minor, Aucuparia, of Steen-uil

De naam steenuil refereert naar zijn oorspronkelijke nestelplaats: rotsspleten, steenhopen en oude gebouwen. In ons land geeft hij de voorkeur aan extensief gebruikte graslanden en andere kleinschalige agrarische gebieden. Belangrijk is dat hier (knot)wilgen, houtwallen en heggen te vinden zijn. Nozeman schrijft:
"Meer dan eens heb ik in 't midden van den winter de Steen-uilen in 't geboomte en in 't veld gezien, langs onzen Duinkant. Wel eens hier of daer in gaten van oud muurwerk, maer allermeest in holen der boomen, woonen en nestelen de Steen-uilen."

De steenuil is in ons land een standvogel en dus het hele jaar zichtbaar. In tegenstelling tot vele andere uilen is hij ook vaak overdag actief. Zijn voedsel bestaat uit insekten, regenwormen en kleine zoogdieren. Nozeman schrijft:
"De Spys der Steen-uilen is allerley klein gevogelte het welk zy, vooral by nacht als het te roesten zit, betrappen. Teffens leven zy van Muizen, waervan zy eene menigte verslinden. Zy kunnen op dezelven, als Katten, in 't veld te loeren zitten. Ook is, wanneer zy jongen hebben, een geliefd aes de zoogenaemde Dauwpier, die by avond en des nachts ter koppelinge uit haere gaten kruipt."

Een oude naam voor de steenuil is Vogelaarsuil. Vroeger maakte men van de steenuil misbruik om (zang)vogels te vangen. De steenuil werd als lokvogel op een tak geplaatst en takjes om hem heen werden met lijm ingesmeerd. Nozeman omschrijft dit als volgt:
"Allerdienstigst zyn de Steen-uilen voor de vogelaeren om op belymde takjens veelerley klein pluimgediert te vangen; waertoe men deeze Uiltjens, aen een broek, op een krukje of dorren tak zet, naedat men, rondom het perk, de takjens van 't kreupelhout met vogellym bestreeken heeft."

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen