Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

maandag 11 mei 2020

Blauwborst

Blauwborst in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C.Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 K 01
Sylvia Suecica, het Blaauwborstje

We pakken weer even de draad op van onze blogreeks over de Nederlandsche vogelen van Cornelis Nozeman (1721-1786), met vandaag aandacht voor de Blauwborst. Over de naamgeving schrijft Nozeman het volgende:
"Het Mannetje, heeft een schoone, hemelblaauwkleurige keel en borst, van waar zijn naam ontleend is, bij Linnaeus, is deze Vogel bekend onder den naam van Montacilla Suecica, wat hiertoe aanleiding gegeven hebbe, is niet wel optesporen, want hoe zeer geheel Europa hun ter woonplaats strekt, is het tog Zweden, en de verdere Noordelijke deelen niet, in welke hij zijnen hoofdzetel vestigd."
Tegenwoordig onderscheidt men twee ondersoorten van deze trekvogel: de Witsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica cyanecula) en de Roodsterblauwborst (Latijnse naam Luscinia svecica svecica). In ons land zien we met name de eerstgenoemde. Het zwaartepunt van de West-Europese verspreiding ligt zelfs in ons land en in West-Vlaanderen, aldus de Vogelatlas van Nederland van SOVON. Gelukkig is er steeds meer geschikt leefgebied voor deze vogel bijgekomen, waardoor hij zelfs van de 'Rode Lijst' is gehaald. Veel zeldzamer in ons land, maar daarentegen veel voorkomend in Noord-Europa, is de Roodsterblauwborst. Deze vogel, met een rode 'ster' in het blauwe borstgedeelte, is in ons land een zeldzame doortrekker in het voorjaar. Ook al doet de Nederlandse naam wellicht anders vermoeden, de Blauwborst is nauwer verwant aan de Nachtegaal dan aan de Roodborst. Die verwantschap komt ook tot uiting in enkele dialectnamen voor de Blauwborst: Poldernachtegaal, Rietnachtegaal en Waternachtegaal.

De Blauwborst laat zijn uitbundige zang vaak horen vanaf een goed zichtbare zangpost, op de top of op een tak van een struik in nat gebied. Hij richt dan zijn staart op en toont zijn felgekleurde blauwe borst in al zijn pracht. Ook in de baltsvlucht kun je zijn zang horen, die door vogelaars wordt vergeleken met het geluid van een startmotortje. Nozeman was niet zo onder de indruk van de zang van de blauwborst, althans van de exemplaren die in zijn tijd veelvuldig in gevangenschap werden gehouden:
"Er worden jaarlijks verscheiden gevangen, en in kooijen met meelwormen onderhouden; zij worden alsdan zeer tam, en leggen alle schuwheid af; het is echter alleen de schoone kleur, waardoor zich dit Vogeltje aanbeveelt, want zijn geluidt, is, juist niet strelende, bestaande alleen in enkelde en afgebrokene klanken, die op zichzelve dan tog niet verveelende of onaangenaam kunnen heeten."

Over biotoop en voedsel van de Blauwborst schrijft Nozeman:
"Het voorwerp waarover wij bij dezen handelen; en waarvan in het jaar 1810 twee of drie stuks te Harderwijk, gevangen werden, bewoond veelal, de struiken en wildernissen althans gedurende den zomer, alwaar dit Vogeltje zich alsdan, zoo hier als elders, aan oevers en andere waterachtige plaatsen, in het digtst van Heesterboschjes verschuilt, op de aarde een nest bouwt, en vijf à zes langwerpige groenachtige eijertjes legt... het voedsel bestaat in allerleij Insecten, inzonderheid in Water-Insecten, waarom hij gaarne aan waterachtige plaatsen zich nederzet, echter bezoekt hij ook in het najaar de Wijngaarden en Moestuinen, om aldaar van Druiven en andere Gewassen, Wormen en Rupsen, aftelezen."
Aldus zijn Blauwborsten voor Nozeman "nuttig, wegens hun verslinden der Insecten en in het gezellige leven aardige beestjes en indien men zulks zouden kunnen verkiezen, ook tot spijze zeer goed te gebruiken."

Vindplaats: KOD 041 K 01 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten