Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

donderdag 4 oktober 2012

Baardman

Baardman in:
C. Nozeman, M. Houttuyn, C. Sepp, J.C. Sepp:
Nederlandsche vogelen volgens hunne huishouding, aert en eigenschappen beschreeven
KOD 041 G 01 
Parus, Biarmucus, Baerdmannetje

Nozeman was erg gecharmeerd van dit kleurrijke vogeltje:
"Weinigen van onze Vaderlandsche vogelen overtreffen de Baerdmannetjens in schoonheid van geverderte." Beide sexen hebben een warmbruine kleur en een lange staart, maar bij het mannetje valt vooral de brede zwarte baardstreep op. Deze 'bakkebaarden' gecombineerd met een blauwgrijze kop maken de vogel zeer onderscheidend.

De Baardman komt voor in uitgestrekte rietvelden en is een standvogel bij ons. Door drooglegging van moerassen is hun aantal sterk gedaald. Strenge winters zijn ook funest voor deze vogel. Maar gelukkig is het een fanatieke broeder en in een goed jaar kan één paartje wel 20 jongen grootbrengen. Momenteel vormen de Oostvaardersplassen in Flevoland het belangrijkste broedgebied in Nederland voor de Baardman. Over het broeden van de vogel schrijft Nozeman:
"In Juny deezes jaers 1779 ontdekte ik, (hetgeen ik te vooren met geene zekerheid geweeten had,) dat de Baerdmannetjens ook hier te Lande broeden."

Het mannetje vertoont opmerkelijk gedrag: bij koud weer beschut hij het vrouwtje soms met zijn vleugels, waardoor ze één bolletje veren lijken. Wellicht is hieruit de in Friesland gebezigde naam Dekvogeltje ontstaan. Dit gedrag van de Baardman werd vroeger ook waargenomen bij vogeltjes in gevangenschap. Nozeman schrijft hierover:
"Sedert lang heeft men waergenomen, dat in de kooijen waer in men een paer deezer Meezen houdt en voedt, des avonds en nachts het Mannetje alleen voornaemelyk te zien is, dewyl het zyn wyfje onder zyne vlerk bedekt. Deeze zorg, gevoegd by het natuurlyk Schoon der vogeltjens zelf, maekt hen zo beminnelyk by zeer veelen onzer jonge lieden, dat zy zoodrae niet ter markt gebragt worden, of zy zyn verkocht. Zelden echter heeft men 'er een langaenhoudend plaizier van, dewyl zy moeijelyk in 't leeven zyn te houden."

Vindplaats: KOD 041 G 01

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen