Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van Tilburg University

maandag 23 maart 2026

"De volle vrijheid is alleen het deel des wandelaars"

De lente lonkt: tijd om de wandelschoenen tevoorschijn te halen en op pad te gaan. En wat is dan mooier dit te doen in de voetsporen van wandelpionier Jacobus Craandijk (1834-1912). Bovenstaande uitspraak van deze doopsgezinde predikant is opgenomen als motto in De eerste wandelaar: In de voetsporen van Jacobus Craandijk. Schrijver/journalist Flip van Doorn schreef in 2017 dit ruim 400 pagina’s tellend boekwerk, eind 2025 verscheen de handzame pocketeditie. Verwacht hier geen ‘traditionele’ wandelgids noch uitgebreide routekaartjes en/of aanwijzingen die je helpen je pad te vinden. Veeleer is dit een literaire biografie over Craandijk én een persoonlijke zoektocht van de auteur, verluchtigd met enkele historische illustraties. Oftewel een mozaïekvertelling, zoals Van Doorn het zelf noemt in de inleiding, voorzien van citaten en fragmenten uit het werk van Craandijk, zo mooi dat hij ze onmogelijk kon laten liggen.

“Vroeger wandelden mensen niet, ze liepen”, aldus Van Doorn in een interview. Lopen was een noodzaak, om van A naar B te komen. Pas eind 19e eeuw kwam daar verandering in en werd wandelen een recreatievorm. Van Doorn stuitte in 2012 tijdens historisch onderzoek op het werk van ‘de eerste wandelaar’ Jacobus Craandijk, een doopsgezinde Rotterdamse predikant die tussen 1874 en 1883 vrijwel geheel Nederland te voet verkende. Deze man bleek een verre verwant van Van Doorn te zijn, en zijn onderzoek kreeg aldus een persoonlijk tintje. Hij besloot de wandelingen van zijn voorouder na te lopen om te ontdekken hoe het landschap er 150 jaar later uitzag. En zo weet Van Doorn met een persoonlijke twist in De eerste wandelaar een mooie brug te slaan tussen heden en verleden.

De beschrijvingen van Craandijks wandelingen verschenen oorspronkelijk als losse, seriële afleveringen met één of enkele wandelingen per stuk en waren bedoeld als direct toegankelijke wandelverslagen voor abonnees. P.A. Schipperus maakte de bijbehorende illustraties, zoals onder andere deze van respectievelijk Oisterwijk en Breda en omstreken.

Illustraties van P.A. Schipperus in: J. Craanwijk: Wandelingen door Nederland.
Noord-Brabant / Zeeland. Haarlem: H.D. Tjeenk Willink, 1886. Vindplaats: CBM 646 D 29

Ibidem
De ‘wandelende dominee’ bleek een goed oog voor het drastisch veranderende landschap te hebben. Zijn werk werd in korte tijd zeer populair en Craandijk groeide uit tot een voorganger van een steeds groter wordende groep wandelaars.

In de periode 1875-1884 werden de afleveringen gebundeld uitgebracht als een zevendelige reeks getiteld Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Tevens verscheen een atlas met wandelkaartjes en in 1888 een deel 8 met dertien extra wandelingen. Aan de titel werd het woord Nieuwe toegevoegd. Kort na de 1e druk verscheen een 2e druk op kleiner formaat en met een andere opzet. Stonden de wandelingen in de eerste uitgave ongeveer op volgorde waarin ze gemaakt werden, in de daaropvolgende drukken werden ze naar regio of provincie gebundeld. In de jaren daarna volgden nog vele herdrukken bij diverse uitgevers.
Bij de Universiteitsbibliotheek Tilburg zijn diverse edities van de wandelboeken van Craandijk digitaal dan wel fysiek raadpleegbaar (en in een enkel geval ook uitleenbaar). Een overzicht daarvan vind je hier.

Flip van Doorn heeft voor De eerste wandelaar veel speurwerk verricht. Vertrekpunt hierbij was de website van wijlen Bert Kolkman. In zijn boek haalt hij de wandelende dominee van zijn voetstuk en gaat hij letterlijk naast hem wandelen, op gelijke voet. In het afsluitende dankwoord maakt hij een diepe buiging voor Craandijk, spreekt hem rechtstreeks toe en citeert zijn woorden:
“Dit boek is een papieren monument voor de man die met zijn Wandelingen een monument van het verdwijnende Nederland wilde oprichten. ‘Een monument, duurzamer dan metaal,’ zoals u zelf stelt. ‘Het zwakke papier, dat een kinderhand verscheurt, wint het van metaal en steen. Een boek is sterker dan paleizen en kasteelen. Wat zouden wij weten van al die burgten, eens den vaderlandschen grond bedekkend, als hun bestaan, vaak ook hun gedaante, niet door het papier was bekend geworden aan het nageslacht!”

Ben je na het lezen van dit boek enthousiast geworden en wil je ook de wandelingen van Craandijk nalopen? Dan is Een' kloeken dagmarsch (2015), eveneens van de hand van Flip van Doorn, een aanrader. In deze praktische wandelgids staan 11 routebeschrijvingen van wandelingen van Jacobus Craandijk. De enige Brabantse wandeling hierin betreft Breda.

Vindplaatsen:
  • Flip van Doorn: Een' kloeken dagmarsch: elf stevige tochten door 19e eeuws Nederland. Velp: Gegarandeerd Onregelmatig, 2015. Vindplaats: BRA H DOOR 2015
  • Flip van Doorn: De eerste wandelaar: in de voetsporen van Jacobus Craandijk. Amsterdam: Uitgeverij Rainbow, 2025. Vindplaats: BRA Y3 DOOR 2025

maandag 2 maart 2026

Een bijzonder document over het Sint-Jorisgilde van Heusden

Op 9 november 1905 werden de trappen van het Heusdense stadhuis bezet door een aantal Leidse studenten in zeventiende-eeuws aandoende kostuums. Zij lazen een proclamatie voor als protest tegen de verkoop van de bezittingen van het Heusdense schuttersgilde van Sint-Joris. Dit eeuwenoude gilde was recentelijk ten onder gegaan. Het handjevol overgebleven schutters had besloten de boel op te heffen, de overgebleven bezittingen te verkopen en de opbrengst grotendeels onderling te verdelen. Door deze verkoop dreigde kostbaar en uniek Heusdens erfgoed, zoals het gildezilver, voor de stad verloren te gaan. Dit was veel Heusdenaren een doorn in het oog en de Leidse studenten kwamen hen te hulp. Hun pleidooi voor het behoud van gildebezit voor de Heusdense gemeenschap was succesvol en de verkoop werd teruggedraaid. De objecten werden in plaats daarvan aan het Rijk geschonken, dat de stukken vervolgens aan Heusden in bruikleen gaf.

De Leidse studenten op de trappen van het stadhuis van Heusden. Fotograaf onbekend.
Knipsel in: KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Het roerige einde van het Sint-Jorisgilde van Heusden haalde zelfs de landelijke kranten. Een halve eeuw eerder leek er nog geen vuiltje aan de lucht. In 1856 werd uitgebreid gevierd dat het 500 jaar geleden was dat het Sint-Jorisgilde van Heusden van hertogin Johanna van Brabant een schenking van een stuk land ontving als dank voor bewezen en toekomstige diensten.

Een uitgebreid verslag van de uitbundige festiviteiten rondom dit jubileum lezen we in: Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden. Dit boek verscheen in 1862. Het werd geschreven door Johannes Augustus Gerlach Junior (1790-1881). Deze Heusdense notaris en lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant was sinds 1822 zelf lid van het Sint-Jorisgilde te Heusden en werd meerdere malen tot hoofdman benoemd.

Hoofdmanschild van Johannes Augustus Gerlach junior. Het was gebruikelijk
dat een hoofdman bij elke benoeming een zilveren schildje aan het gilde schonk.
(Collectie: Museum Het Gouverneurshuis, Heusden. Foto: René van Boxtel)

In de Brabant-Collectie bevindt zich een bijzondere verzameling documenten met betrekking tot Gerlachs boek over het gilde. Onder signatuur KHS B 63 treft men het oorspronkelijke manuscript van zijn werk aan, inclusief vele door Gerlach verzamelde aantekeningen en enkele geschrapte versies van de tekst. Bij het manuscript zijn ook enkele losse litho’s ingestoken, die achter in het boek van Gerlach als prenten zijn afgedrukt. Daarnaast bevat KHS B 63 correspondentie aangaande de totstandkoming van Gerlachs werk. Zo zijn er brieven van de Groningse uitgever P. van Zweeden en brieven van de Bossche drukker J.F. Demelinne met betrekking tot de prenten. Een derde verzameling brieven is afkomstig van L.C. de Fremery en betreft zowel het manuscript als prenten. Hij wordt door Gerlach in het voorwoord van zijn boek bedankt voor zijn ondersteuning bij Gerlachs werkzaamheden.  

Titelpagina van het manuscript voor Geschiedenis van het collegie van oude schutters
van S. Joris en der jonge colvenieren te Heusden
(1862). KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Gerlach geeft in zijn voorwoord aan dat hij het boek heeft geschreven op verzoek van zijn medeschutters om “zoo mogelijk het belangrijkste uit de geschiedenis van het collegie te verzamelen, tot een gedenkboek dezer zoo aloude inrigting, een gedenkboek dat de roemrijke daden van het voorgeschlacht mijner stadsgenooten aan de vergetelheid ontrukt”. Een belangrijke taak dus, waarvan het resultaat door het gilde op prijs werd gesteld. Dit blijkt onder andere uit een toegevoegd exemplaar van het Staat- en letterkundig dagblad De Noordbrabanter van dinsdag 20 januari 1863. Hierin wordt vermeld dat Gerlach als dank door zijn medeschutters een “zeer fraai geschenk van kristal, rijk in zilver gevat” werd aangeboden. Gerlach had er dan ook werk van gemaakt. In zijn boek vinden we een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de schutters met in de bijlage afschriften van belangrijke documenten en een flink aantal prenten, waaronder afbeeldingen van Johanna van Brabant, de drinkhoorn en koningsketen van het gilde en de wapenschilden van afzonderlijke hoofdlieden van het gilde.

Uitgave van Geschiedenis van het collegie van oude schutters van S. Joris
en der jonge colvenieren te Heusden
. (CBM 645 D 04, Tilburg University)
Hoewel Gerlachs boek een zeer belangrijke bron van informatie over het gilde is, is de auteur wel erg toeschietelijk wanneer het gaat om het bewijzen van de eeuwenoude status en heldendaden van het gilde. De vroegst bekende vermelding van het Sint-Jorisgilde in Heusden is 1356, het jaar dat Johanna van Brabant haar schenking aan het gilde deed. Omdat er in de inmiddels verloren akte staat dat de schutters van Heusden de schenking ontvingen als dank voor bewezen en toekomstige diensten, is het goed mogelijk dat het gilde toen al enige tijd bestond. Gerlach voert de voorgeschiedenis van de schutters terug tot het jaar 1048. Hoewel dit niet uit te sluiten is, is hier geen duidelijk historisch bewijs voor. Desalniettemin levert Gerlachs werk een schat aan informatie over de geschiedenis van het gilde en zeker zijn informatie over de achttiende en negentiende eeuw is zeer gedetailleerd. Hij zat uiteraard ook dicht op het vuur.

Gerlach overleed in 1881. Hij maakte het rumoerige einde van het Sint-Jorisgilde nog geen vijfentwintig jaar later dus niet meer mee. Zijn manuscript en de bijbehorende documenten zijn door hem aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant geschonken, waar hij zelf ook lid van was geweest.

In latere tijden zijn er documenten betreffende het einde van het gilde en het studentenprotest aan het manuscript van Gerlach toegevoegd. Het gaat hier bijvoorbeeld om krantenknipsels en de door de studenten op 9 november 1905 voorgelezen proclamatie.

Deel van de toegevoegde krantenknipsels betreffende de opheffing van
het Sint-Jorisgilde en het studentenprotest. KHS B 63 (Brabant-Collectie, Tilburg University)
Op 11 april 2026 opent in Museum Het Gouverneurshuis in Heusden de tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten. In deze tentoonstelling staan objecten centraal die ooit aan Brabantse schuttersgilden hebben toebehoord, maar die in loop der tijd uit het bezit van de gilden verdwenen zijn. Het gaat hierbij om objecten die vaak nauw verweven zijn met het gildewezen, zoals het gildezilver, maar ook een gildeboek en attributen als wapens en trommen. Ze kwamen terecht in depots van musea, archieven of particulier bezit en zijn daardoor vaak grotendeels aan het oog van het publiek onttrokken. De locatie van de tentoonstelling is zeer toepasselijk, want de oude schatten van het Heusdense Sint-Jorisgilde van weleer bevinden zich vandaag de dag in de collectie van Museum Het Gouverneurshuis. De tentoonstelling Vergeten Brabantse Gildeschatten zet deze en de objecten van vele andere Noord-Brabantse gilden in de schijnwerpers en laat ze ons meevoeren in de rijke geschiedenis en cultuur van de Brabantse schuttersgilden.